Dubbelinterview Tiesj Benoot-Jelle Wallays in De Morgen van 27 juni 2015

‘Het lastigste aan koersen? Op je gewicht letten’

De ene is de meest succesvolle Belgische renner van het voorbije jaar en de andere is de grootste belofte. De ene is West-Vlaming, de andere Oost-Vlaming. Jelle Wallays (26) en Tiesj Benoot (21) delen dezelfde coach en een brandende ambitie, maar rijden morgen tegen elkaar op het BK.

Op 5 maart 2013 overleed kinesist, ex-prof, tevens mijn dierbare collega en Wielerbond Vlaanderens topsportcoördinator Luc Wallays in het bijzijn van zijn familie en enkele naasten. Hij had ons vooraf meer dan één keer op het hart gedrukt wat er allemaal moest gebeuren als hij er niet meer was. Bijvoorbeeld de onkunde en de onwil van de Vlaamse koers-wereld te blijven bevechten, en ook zorg te dragen voor Jelle, zijn neefje dat door zijn toedoen was beginnen te koersen, en dat talent had. En toen wilde hij niet meer afzien.

Aan zijn sterfbed, die eerste mooie lente-namiddag van het jaar, stond ook Frederik Broché, zijn opvolger als topsportcoördinator én als trainer van Jelle en diens kleinere broer Jens. Broché deed de missie van nonkel Luc alle eer aan en vorig jaar in oktober klopte Jelle Wallays in Parijs-Tours de Fransman Thomas Voeckler in een spannende finale met twee, met een aanstormend peloton op de achtergrond. Geen vijf maanden later klopte Jelle Wallays zijn medevluchters, onder wie Michael Kwiatkowksi, in Dwars door Vlaanderen. Geen Belg die de afgelopen maanden mooiere prijzen reed dan de jongen van Topsport Vlaanderen-Baloise.

Inmiddels was in Gent een slungelachtig manneke aan het uitgroeien tot een volwaardig wielrenner. Tiesj, luidde zijn ietwat aparte naam. Tiesj Benoot had talent, bezwoer men ons. Hij volgde net als Jelle een atypisch traject en wilde maar wat graag naar de topsportschool van de Wielerbond, maar zijn tests voldeden niet. Ook Energy Lab zag hem niet bij de beste vijftien van zijn lichting, dus bleef hij op eigen kracht aanmodderen.

Tot hij na een winterse ingeving toenadering zocht tot de leraar van de topsportschool, die hem was blijven volgen. Of Frederik Broché hem niet kon trainen? En zo geschiedde. Tiesj Benoot reed namens Lotto-Soudal de voorbije maanden geen prijzen, maar geldt niettemin na zijn vijfde plaats in de Ronde van Vlaanderen als het grootste Belgische wielertalent in jaren.

Om het plaatje rond te maken: ooit had Broché nog een derde, zeer beloftevolle leerling. Zijn naam was Igor Decraene en hij werd in 2013 wereldkampioen tijdrijden bij de juniores. Vorig jaar verongelukte hij bij een dramatisch treinongeval.

De acceptatie

Wallays: “Ik vertrouw moeilijk mensen. Het is te zeggen; of ik vertrouw ze lange tijd niet of ik vertrouw ze meteen helemaal en dan vergis ik mij meestal. Met Fré had ik eerst niet het gevoel dat het mij allemaal veel bijbracht. Mijn nonkel Luc was mijn steun en toeverlaat geweest: hem geloofde ik blind. Hij had van mij een wielrenner gemaakt, eerst zeer tegen de zin van mijn ouders, maar samen hebben we doorgezet. En na zijn dood kwam iemand anders. Hij had Fré aangewezen, dat klopt, maar het was toch twijfelen. Tot Parijs-Tours (een brede glimlach verschijnt) en toen twijfelde ik niet meer: we waren goed bezig.”

Benoot: “Frederik is ook nog renner geweest en mijn nonkel hield een café open in Zwijnaarde, in kring Melac, en daar was zijn supporterslokaal. Nu is het mijne daar ook. Zo kende ik hem. Toen ik niet aanvaard was voor de Topsportschool is hij blijven berichtjes sturen. Hij volgde mijn prestaties, wat wilde zeggen dat ik toch zo slecht niet was. Toen ik het gevoel had dat ik een stap moest zetten, ben ik bij hem gaan aankloppen.”

Wallays: “Wij hebben een beetje hetzelfde parcours afgelegd, als ik dat zo hoor. Jouw testen toonden ook niet wat je kon. Telkens ik testte, zat ik een maand in de put. Dat leek nooit ergens op. Later ga je dat relativeren, zoals mijn eerste test nadat ik Parijs-Tours bij de beloften had gewonnen. ‘Heb je al ooit een koers uitgereden?’, vroegen ze bij Bakala. En ik vond die test nog redelijk ça va voor mijn doen.”

Benoot: “Die wetenschappers testen ook maar één aspect en daar gaan ze dan helemaal op verder, maar mentaliteit en doorzettings- vermogen zijn niet te testen. Ik vond het behoorlijk frustrerend, die twee keer dat ik niet voor vol werd aanzien als beloftevolle renner.”

Wallays: “Ik denk dat wij elkaar voor het eerst hebben gesproken twee jaar geleden, toen we beiden een kermiskoers in Berlare reden.”

Benoot: “Ik was belofte en reed met een profkoers mee, mijn eerste keer. Jij werd toen tweede, als ik het goed voorheb. En we moesten allebei van Fré nog wat bijtrainen na de wedstrijd.”

Wallays: “We zijn samen naar Gent gereden en hij is dan nog een stukje met mij door- gereden, want ik woon in Roeselare. Natuurlijk heb ik hem gevolgd. Wie hij nu is? Een groot talent als allrounder, dat dit jaar iedereen heeft verbaasd.”

Benoot: “Mijzelf ook hoor. Jelle is dan weer de man van de lange vlucht. En niet alleen vlucht, hij kan het ook afmaken, heeft hij bewezen. In Dwars door Vlaanderen dit jaar maakte ik jacht op hem en de kopgroep van vier. Een half minuutje hebben we kunnen terug-pakken, maar niet meer.”

Wallays: “Dwars door Vlaanderen dit jaar schat ik hoger in dan die Parijs-Tours. Die kwam aan het einde van het seizoen en het weekend daarop zie je niemand meer. Na Dwars door Vlaanderen kwamen de mannen van Sky mij feliciteren, kwam Cancellara tijdens het eten op mij af en een week later maakten de Pro Tour-ploegen plaats als ik naar voor wilde.”

Benoot: “Ik heb het rijden met de profs altijd al makkelijker ervaren dan met de beloften. Bij de profs wordt veel harder gekoerst, maar het is duidelijker, overzichtelijker en als het niet op het scherp van de snee is, zullen ze zelfs de obstakels aanduiden. In de finale valt dat weg, want dan is het ieder voor zich. Neen, ik heb niet het gevoel gehad dat ik een hele hiërarchie heb moeten doorworstelen. Mijn eerste echte profkoers reed ik als stagiair: de Ronde van Denemarken. Als je je maar een paar keer laat zien, dan ben je zo aanvaard, bij de eigen ploeg en bij de tegenstanders.”

Wallays: “Nog voor ik prof was, verkende ik in mei 2011 al samen met Boonen en Gilbert het WK-parcours. Die deden heel normaal, alsof ik een van hen was. Zowel op hotel als op het parcours had ik nooit het idee dat ik een kleine jongen was op wie ze neerkeken.”

Benoot: “Ik heb in Bakoe op de Europese Spelen Tom Boonen een beetje beter leren kennen: een hele aardige collega. Na die Ronde van Vlaanderen waarin ik vijfde werd, is het ook voor mij allemaal veranderd. Renners komen mij nu opzoeken om een praatje te slaan. Van de week in Ruddervoorde kwam zelfs Sven Nys langs, stel je voor.”

De leerschool

Wallays: “Ik leer zelfs van het kijken naar wielerwedstrijden op de televisie. Telkens je koers ziet of koers rijdt, leer je iets. In 2012 reed ik in Dwars door Vlaanderen ook al op kop, met Niki Terpstra. Ik voelde mij goed, dus ik reed vol mee, wat niet nodig was. Op de Paterberg kwam ik 20 meter tekort en uiteindelijk bleef ik hangen op twintig seconden en werd ingelopen. Dat heb ik meegenomen naar Parijs-Tours vorig jaar. Ik kende Voeckler wel van de tv, hoe hij intimideerde en gekke bekken trok om te laten uitschijnen dat hij kapot zat. Ik wist dat hij nog wat in de tank had, dus ik wilde ook nog wat overhouden. Ik ben ook rare gezichten beginnen te trekken van zogezegde vermoeidheid en hij liep erin.”

Benoot: “De leerschool is hard en het leren komt snel. Ik was bij de beteren dit jaar in Gent-Gent, ik reed de hele Paddestraat op kop, wat niet nodig was. Gevolg: op de Haaghoek zat ik iets te ver. Bij de beloften rij je dat zo dicht, maar niet bij de profs. Dat was een foutje. Het gaat harder, ze rijden korter op elkaar, maar ze kunnen ook beter rijden bij de profs. In Ruddervoorde was ik dan weer op mijn hoede met al die continentale ploegen die daar tussen reden.”

Wallays: “Dat vallen hakt er wel aardig in. Ik zat in Denemarken eens in het wiel van Cavendish bij een massaspurt en mijn voorwiel werd gesandwicht tussen twee fietsen. Gevolg: alle spaken eruit, mijn wiel dat brak en ik knal op de grond. Dan heb ik toch een jaar nodig gehad om weer mee te doen. Dit jaar in de World Ports Classic…”

Benoot: “…Daar was ik bij betrokken. (toont een serie foto’s op zijn iPhone) Kijk, Kenny Dehaes trekt voor Kris Boeckmans en de derde ben ik. Matthew Goss let niet op, raakt een achterwiel en valt haast op mij, maar net niet. Ik ben nog juist weg, maar we hoorden het kraken achter ons.”

Wallays: “Ik kwam als een van de eersten in die valpartij gereden. Allee, daar gingen we weer.”

Benoot: “Ik heb in een kasseikoers wel twintig keer dat ik zeg: oef dat was chance. En ik heb dit jaar al veel geluk gehad.”

Wallays: “Maar het allerlastigste aan koers rijden, is voor mij op mijn gewicht letten.”

Benoot: “Heel juist, maar het voordeel aan koersen is wel dat je veel mag eten en ik koers ook omdat ik graag eet. Als je 6.000 kilocalorieën verbrandt op een dag, mag je veel eten. Hoewel, in de Dauphiné is hard gereden en omdat ik zoveel at, ben ik daar zelfs bij- gekomen.”

Wallays: “Ik heb geprobeerd heel goed op mijn gewicht te letten, maar mijn aard is daar niet voor geschikt. Ik ben ooit begonnen te koersen omdat ik te dik stond (toont een foto op de iPhone van een behoorlijk mollig baasje) en elk jaar is er een kilo afgegaan. Nu let ik nog op, maar minder fanatiek. Ik merk dat ik mij nu beter voel.”

Benoot: “Je moet een evenwicht nastreven. Ik ben 1,90 meter en weeg nu 72 kilogram. Ik heb dit jaar al 69 gewogen, maar dan zit ik op 6 procent vet. Voor Luik-Bastenaken-Luik zal daar nog iets af moeten, maar ben je dan nog in balans met je kracht?”

De toekomst

Wallays: “Ik wist niet dat ik zo sterk was als renner. De eerste keer dat ik echt voelde dat ik meekon, was op het BK in 2011, toen ik derde werd na een millimeterspurt met Gianni Meersman, na Philippe Gilbert die dat jaar buitenaards was. Inmiddels weet ik welke wedstrijden voor mij zijn: lang en lastig en ik moet de anderen laten afzien. Als dat lukt, ben ik aan de meet niet kansloos in een sprint.”

Benoot: “Ik denk dat wij ongeveer dezelfde wedstrijden graag rijden. Wat het uiteindelijk moet worden, weet ik niet. Ik heb mijzelf dit jaar week na week verbaasd. Eigenlijk begon het al in Mallorca, toen ik achtste werd in een lastige rit en samen voorop reed met Visconti en Schleck. Daarna is het van week tot week beter gegaan.

“Neen, ik heb mijn contract nog niet verlengd bij Lotto, zoals in een paar kranten stond. We spreken. Het is te zeggen, mijn manager Paul De Geyter spreekt en ik hoor het wel.”

Wallays: “Ik hoop ook op een World Tour-ploeg, maar dat was vorig jaar ook al. Eerlijk: na Parijs -Tours heeft zich geen enkele ploeg gemeld. Nu wel, maar ik ben niet geïnteresseerd in een contractje van een jaar. Ik begrijp dat de ploegen weinig zekerheid hebben over hoe de World Tour er zal uitzien, maar als ik in dat ene jaar contract mijn been breek, is het wel afgelopen. Ik had ook een manager, een jonge gast, maar die heeft mij van de week aangeraden om een andere manager te zoeken want hij slaagt er niet in door te dringen in dat wereldje. Wel eerlijk van hem, vond ik.”

Benoot: “Dat moet je doen, maar wacht misschien toch maar met onderhandelen tot na zondag. Wie weet?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s