Column Paranoia in De Morgen van 15 juli 2015

DISCLAIMER: uitsmijter over motortjes is pure ironie. If you translate, please be aware, part of this is ironic. And unblock me please, Mr. Froome. Life is not worth living without your tweets.

PARANOIA

Soms is wielrennen niet spannender dan gras zien groeien, maar we hebben een voorproefje gekregen van hoe een televisie- uitzending van wielrennen er zou kunnen uitzien in de toekomst. Met dank aan Antoine Vayer en een andere onbekende mijnheer die de 43 minuten durende beklimming van de Ventoux vanuit Bédoin, vanaf de befaamde bocht in het bos bij Saint-Estève, op YouTube hebben gezet. Het is te zeggen: die klim stond al op YouTube, maar zij hebben in een chic blokje watts, omwentelingen, snelheid en hartslag laten meelopen.

Je ziet dus hoe snel Chris Froome rijdt in de etappe die hij solo zal winnen, vóór Nairo Quintana: tot 30 kilometer per uur bergop als hij aanvalt. Je kijkt mee op zijn powermeter, zijn SRM. Schit-te-ren-de tv. Dat had ik gisteren willen zien toen eerst die jongens van Movistar de zaak op een lint trokken en vervolgens toen Wout Poels van Sky overnam en ten slotte toen Chris Froome Nairo Quintana adiós zei. Maar neen. We zagen een dunne jongen in een beetje te groot uitgevallen geel shirt wegrijden van de rest en we zagen bovenin de verschillen in tijd en die werden steeds groter. Zo groot dat we met een gerust gemoed de volgende twee weken een middagje op de fiets kunnen en dat het terrasje zelfs even mag uitlopen, want de Tour is toch voorbij.

Tien ritten, één berg die naam waard, een schamele 1.610 meter hoog ocharme, en de Tour editie 2015 is nu al klaar. Zakten ongenadig door het ijs: allemaal. Op Robert Gesink na, maar die stond al op achterstand. Was ook goed: onze Serge Pauwels, die geen kans kreeg bij Patrick Lefevere en nu ruim vóór de Etixx-QuickStep-kopman Rigoberto Urán eindigde. En onze andere redelijke klimmer, Jan Bakelants? Die moest zijn Franse kopman Romain Bardet naar boven sleuren. We hebben nog coureurs, sire, maar ze moeten mogen koersen. Ik propageer derhalve de opstand van de Belgische renners: gaat en grijpt uw kansen.

Maar bon, dat filmpje van Froome in 2013 op de Ventoux, daar was heel wat om te doen. Vooral omdat Sky vannacht juridische actie ondernam en beweerde dat de informatie was gehackt: de account @oufeh werd uit de lucht gehaald en het filmpje van YouTube verwijderd. Op grond waarvan is niet erg duidelijk, want die data waren in 2013 al vrijgegeven aan L’Equipe, weliswaar onder de voorwaarde van geheimhouding.

Toen concludeerde een wetenschapper (Fred Grappe) dat Froome clean had gereden. Hij werd net niet afgemaakt door een andere wetenschapper, zijn voormalige vriend en collega Antoine Vayer. Dat is een slimme trainer die ooit bij Festina heeft gewerkt maar daar zo’n trauma heeft opgelopen dat hij sindsdien bij wijze van spreken iedereen verdacht vindt die harder rijdt dan hemzelf. Zijn account heet dan ook @festinaboy. Zo, nu heeft u ook meteen de achtergrond bij dit gedoe.

Team Sky dat een onschuldig filmpje censureert, waaruit juist blijkt dat het niks te verbergen heeft, was een paranoïde reactie en een blunder inzake crisiscommunicatie. Ik heb het filmpje eergisterenavond nog gedownload na een tip van Vayer, die van de censuur wist, en het staat nu netjes op mijn harde schijf, waar ik het al twee keer heb bekeken.

Wat zie je? Froome die aanvalt, heel even 1.000 watt vermogen levert en dan een halve minuut ongeveer 600 watt. Dat is veel, maar niet abnormaal. Zijn hartslag is 157 voor de aanval en 161 erna; niet echt superhoog, maar het gaat dan ook om een klim die drie kwartier duurt.

De hele klim levert Froome gemiddeld 388 watt. Ook dat is normaal voor zijn gewicht en blijft netjes onder de 6 watt per kilogram, een overigens arbitraire grens, maar ongeveer 10 procent minder dan in tijden van epo en bloedtransfusies. Niks aan de hand dus? Neen, eigenlijk niet, behalve dat bij die aanval zijn hartslag niet al te veel stijgt. Dat kan dan weer normaal zijn voor een supergetrainde atleet, tenzij – aha – hij een motortje heeft om zijn 110 omwentelingen rond te krijgen. En daarmee is de duivelscirkel van paranoia en verdenkingen in het cyclisme weer rond.

Paranoia

Column Slaven en Leugenaars in De Morgen van 13 juli 2015

SLAVEN EN LEUGENAARS

Héhé, was dat even spannend zeg, maar onze Greg Van Avermaet heeft met dank aan Nicolas Roche dan toch zijn ritje gewonnen, zij het in ploeg en niet solo. Greg Van Avermaet is met grote afstand de beste Belg in dit peloton, staat derde in het algemeen klassement maar rijdt wel nog steeds vooral in dienst van zijn kopman Tejay van Garderen, die tweede staat.

Een voorspelling? Tejay zal er tijdens een van de komende bergritten zo ongenadig doorzakken en Greg Van Avermaet zal zich inmiddels zo het pleuris hebben gereden voor zijn kopman, dat ook hij uit de top tien zal vallen. Hoe is het in godsnaam zo ver kunnen komen dat wij mede-uitvinders van het cyclisme nog slechts het werkvolk zijn, de slaven van ’t veloke? Les forçats de la route (naar Tourchroniqueur Albert Londres), c’est nous.

Wij zijn daarnaast ook geheide leugenaars, is dit weekend weer eens gebleken. Eén krant was bij Djamolidin Abdoesjaparov geraakt. Abdoe stopte toen hij 33 was na een positieve clenbuterol-plas in de Tour de France van 1997. “Ik ben geflikt door een soigneur,”
zei hij. Niet echt. Ik heb een redelijk accuraat en gecheckt verhaal van hoe het er toen echt aan toe ging bij Lotto. Geleerd door het verleden was Lotto-Issoglas in 1997 naar de Tour getrokken met epo, net als de meeste renners in haast alle ploegen. Maar het onopspoorbare epo was een affaire van de dokters, en de hoofdsoigneur – Laurent Van Brussel – vond ook dat hij goed gerief had.

In een kleinere rittenkoers had hij elke ochtend een lepeltje poeder in het eten van de renners gedaan en ze waren niet betrapt. Tot de dokter van de ploeg erop uitkwam en hem dat verbood. Jammer, maar helaas, het Franse lab vond de clenbuterol en Abdoe kon opkrassen. In dezelfde weekendkranten stond het verhaal van de Lotto-ploeg van 1995 en ook hier werd de geschiedenis verdrongen en verdraaid.

Op 11 juli 1995 van dat jaar eindigden vijf renners van de Belgische loterijploeg op La Plagne buiten tijd. Ze waren die ochtend vertrokken in Le Grand Bornand en volgens de geïnterviewde renners ging Claudio Chiappucci op de eerste col (de Col du Marais, 3,5% gemiddeld) ongenadig in de aanval en konden zij niet volgen. Daar is niks van terug te vinden. Wel van de aanval van Alex Zülle na 99 kilometer op een echte col, de Col des Saisies. Zülle zou de etappe winnen, Indurain zou tweede worden en steviger in het geel zitten. Twee epo-gebruikers.
“Wij kenden geen epo”, zo stond het in de krant. De realiteit is anders: iedereen kende epo, maar het werd bij Lotto aanvankelijk alleen gebruikt in drukke tijden. Op een vergadering voorafgaand aan de Tour had Andrei Tchmil het woord genomen en min of meer geopteerd voor een Tour zonder epo, omdat ze toch geen uitzicht hadden op een eindklassering. En evengoed omdat met de enorme dosissen uit die tijd die nieuwe doping erg duur was en de ploeg (nog) niet tussenkwam in de kosten. Zo gezegd, zo gedaan en zo werden ze in etappe negen naar huis gereden.
In een van twee haast identieke interviews stond een leuke vraag: “wat hield jullie tegen om naar de epo te grijpen?” Sammie Moreels, Peter De Clercq en Rudy Verdonck antwoordden. Nummer vier hield zijn mond. Dat was Mario De Clercq. Eerder dat interview had hij wel geantwoord op de vraag of hun carrière door die etappe was gebroken. Bij de anderen wel, bij hem niet. “Ze heeft mijn terugkeer naar de cross versneld, financieel en sportief de beste beslissing uit mijn loopbaan.”Dat zal wel. Mario De Clercq won drie wereldtitels, twee Belgische titels, 61 crossen en werd nooit betrapt maar in 2004 wel voor vier jaar veroordeeld, op basis van sms- en telefoonverkeer en dopingnotities die bij hem zijn gevonden. Die dienden om een boek te schrijven, zei hij. Het boek is er nog steeds niet en al elf jaar lang liegt Mario De Clercq dat hij blauw ziet en loopt hij weg van de waarheid.

Verhaal over MTN-Qhubeka in De Morgen van 11 juli 2015

FIETSEN VERANDEREN LEVENS

De helft van de wielrenners bij MTN-Qhubeka heeft een fantastisch en heel af en toe dramatisch levensverhaal, de andere helft in de ploeg wil meeschrijven aan het meest inspirerende project ooit in het moderne wielrennen.

“Ik zal die ene mail nooit meer deleten omdat ik nog nooit zo’n mail heb gehad. En ik heb veel mails gekregen, want de arbeidsplaatsen in het profpeloton worden steeds schaarser. Maar deze renner had het over het project, over een verschil maken en waarom hij daarvan deel wilde zijn.” De stem van teammanager Doug Ryder slaat over en zijn handen trillen als hij het verhaal doet.

Iets eerder zat die mailende renner op zijn plaats en had al even bevlogen zijn versie van de feiten gegeven. Voor Serge Pauwels, de laatste drie jaar bij de ploeg van Patrick Lefevere, was vorige zomer de tijd rijp om een andere dimensie aan zijn wielercarrière te geven. Afrika wenkte.

“Alles kwam een beetje samen. Ik wilde niet langer wachten of er wel plaats was bij Patrick en ik had Paul De Geyter gevraagd contacten te leggen, maar ik zei hem dat ik één team zelf wilde mailen. Wielrennen is voor mij een broodwinning, maar het mag iets meer zijn. Ik ben 31 en, zonder de leraar uit te hangen, denk ik dat ik jong talent iets kan bijbrengen. Komt daarbij die Afrikaanse insteek en het exotisch aandoend programma dat ze rijden. Neen, ik heb het mij nog niet beklaagd. Ik heb nu een contract voor twee jaar, waarbij ik eigenlijk niks heb ingeleverd en bovenal heb ik hier een zeer goed gevoel bij.”

Ryder kaatst de bal terug. “Wat Serge de ploeg bijbrengt, is niet te schatten.”

Maandag, in de rit met de vreselijke val, was Pauwels bij de dagelijkse ontsnapping betrokken. Donderdag reed Daniel Teklehaimanot, een van de Eritreeërs in Ryders team, lange tijd voorop. Hij kwam op drie hellingen als eerste boven en werd zo de eerste Afrikaan
in de bolletjestrui. Ongeveer rond de tijd dat Teklehaimanot werd ingelopen, bleef in de Ronde van Oostenrijk zijn Zuid-Afrikaanse teamgenoot Johann van Zyl wel uit de klauwen van het peloton. En gisteren, op weg naar Fougères, bouwde Teklehaimanot zijn voorsprong in het bergklassement nog wat uit door opnieuw mee te gaan in de vroege ontsnapping. “We have an amazing, incredible team”, zal Ryder ettelijke keren her-halen. Verbazingwekkend en ongelooflijk is de rode draad door alle verhalen van deze gedisciplineerde bende vrijbuiters.

Buffalo Bike

MTN-Qhubeka powered by Samsung is de volledige naam van het team, dat in de huidige vorm bestaat sinds 2007, maar eigenlijk pas in 2013 met het huidig management en deze sponsorpool werkt. MTN is het grootste telecombedrijf van Afrika met 390 miljoen mobiele abonnees en ook een belangrijke aandeelhouder in Belgacom International Carrier Services.

De tweede sponsor is niet Qhubeka maar Samsung, die aan boord is gehaald door MTN. De derde sponsor is  Dimension Data, een van oorsprong Zuid-Afrikaans bedrijf met 6,25 miljard euro omzet en met 28.000 werknemers, tevens de sponsor en dataprovider van de Ronde van Frankrijk. Hun logo zit tijdens de rechtstreekse uitzendingen geregeld in de linkerbovenhoek van het scherm en zij verwerken de data die door de gps-trackers onder het zadel van elke renner worden geüpload.

En Qhubeka dan? Dat is Xhosa voor vooruitgang en is tegelijk de naam van een van de grootste ngo’s van Zuid-Afrika, lid van het World Bicycle Relief Fund, een wereldorganisatie die onder meer naar rampgebieden fietsen verscheept. Zoals Unicef ooit op de shirts van FC Barcelona stond, is Qhubeka het goede doel van dit kleine wielerteam dat de helft van zijn naamrechten afstond. “Het is een kostenpost in plaats van een inkomst”, zegt Ryder, “maar wij geloven in het motto dat fietsen levens kan veranderen. Het inspireert ons en we zijn dankbaar dat we hen maximale zichtbaarheid mogen geven.”

Qhubeka is een apart fietsproject, stelt Pauwels, die net als alle andere collega’s ook nog eens 10 procent van het prijzengeld afstaat. “Toen we op stage waren in november in Zuid-Afrika hebben we een dorp bezocht waar die fietsen naartoe gaan. Schoolgaande kinderen in Zuid-Afrika zijn erg gebaat bij een fiets. Ze zijn sneller op school, minder afwezig, lopen minder gevaar onderweg, kunnen meer tijd besteden aan huiswerk en hebben zelfs makkelijker toegang tot drinkbaar water en medische zorgen. Maar die Qhubeka-fiets moeten ze verdienen, bijvoorbeeld door het verzamelen van plastic of blikjes, of door bomen te planten in hun dorp.”

De fiets is een Buffalo Bike. De naam zegt het: sterk als een buffel, met een stevig kader, een bagagedrager die wat kan hebben en weinig franje, geen klassieke remmen of versnellingen, makkelijk in onderhoud en altijd reserveonderdelen ter beschikking in elk dorp. Anthony Fitzhenry, een van de founding fathers van Qhubeka en een rijke investeerder die zijn talent inzet voor het goede doel, zocht partners voor het project.

“Trek heeft de fiets ontworpen. Er zitten geen remmen op, maar wel een terugtraprem van Sachs, een Tsjechisch merk dat is overgenomen door SRAM. Een fiets in het project kost zo’n 180 euro, maar wij bepalen wie de fietsen krijgt. Dit is Afrika en als we die zo maar in de dorpen afleveren, is het effect miniem. Wij leiden eerst ook vrouwen op in de dorpen om de fietsen te assembleren en te repareren. We hebben er nu 59.000 uitgedeeld. Ons doel is een half miljoen fietsen.”

Team MTN-Qhubeka ziet er erg professioneel uit. De kleding is gelikt, want van Castelli. De fietsen kwamen drie jaar lang van Trek, maar zijn nu van Cervélo, het merk dat ooit door de Nederlandse ingenieur Gerard Vroemen met succes in de markt is gezet. Vroemen is achter de schermen nog steeds betrokken bij het project en tekende zelf de aparte kledij met de zwarte strepen. “Het team dat zijn strepen moet verdienen, dat is de filosofie er achter”, legt Ryder uit.

Zwarten op kop

Aanvankelijk werd het team argwanend bekeken. Twaalf renners van de 23 zijn geboren in Afrika. Meer dan de helft Afrikanen in de ploeg is de doelstelling waar Ryder niet van afwijkt. Pauwels: “En vijf van die Afrikanen zijn zwart. In het peloton leeft de overtuiging dat zwarten gewoon minder goed kunnen sturen en daarom hebben we echt onze plek moeten afdwingen. Maar onze Louis Meintjes is een groot talent en ook hij moet nog leren in peloton te rijden en hij is een blanke Afrikaan. Ze kunnen echt wel sturen, al valt er nog wat te leren.

“We weten wel wanneer we voorin moeten rijden en wanneer niet. We hebben geen klassementsrijder, dus dat maakt het iets makkelijker om keuzes te maken. We zullen agressief koersen als we denken dat we iets kunnen betekenen.”

In de Ronde van Turkije zette MTN-Qhubeka drie van zijn beste klimmers – drie zwarten: een Zuid-Afrikaan, een Rwandees en een Eritreeër – op kop om Mark Cavendish op een helling overboord te gooien. Het peloton werd in stukken uit elkaar gereten. “Het was een uniek beeld, die zwarte renners op kop en je zag al die fotografen zich naar voren haasten voor die foto. Dat was de beste manier om onze plaats af te dwingen.”

Hoe ze die wildcard voor de Tour kregen, iets wat normaal vooral Franse teams te beurt valt? Ryder: “Ik heb het project op het WK in Valkenburg voorgesteld aan de UCI en de wereldpers en ook aan ASO. Die vonden het mooi, maar Afrika stelt niks voor, zegden ze, en jij wil met Afrikanen naar de Tour? Dat zal de eerste vijf jaar toch moeilijk zijn. Tweeënhalf jaar later kreeg ik de bevestiging van Christian Prudhomme dat we erbij waren. Er is natuurlijk ook een commercieel kantje aan. Onze cosponsor is ook betrokken bij de cloud-dataverwerking van de Tour. Ik heb het Prudhomme voorgerekend: als de Tour een nieuwe markt wil aanboren, moet het Afrika veroveren. Eén miljard mensen, van wie 370 miljoen Franstaligen en op economisch vlak het snelst groeiende continent. Ze hebben goed geluisterd bij ASO.”

Zes broers vermoord

De strepen zijn verdiend, al was het eerste grote wapenfeit voor rekening van een Duitser. Gerald Ciolek won in 2013 in de derde maand van het bestaan van de huidige ploeg al meteen een WorldTour-klassieker toen hij in Milaan-San Remo de hele snelle zooi het nakijken gaf. Tot dit jaar kwamen de meeste successen op het conto van Ciolek of de Zuid-Afrikaanse blanke renners zoals Louis Meintjes en Jacques Janse van Rensburg.

De bekendste namen in de ploeg zijn Matthew Goss, Gerald Ciolek, Tyler Farrar en Edvald Boasson Hagen, maar in het voorjaar was de eerste triomf voor de Algerijnse renner Youssef Reguigui, die de eindklassering in de Ronde van Langkawi won na winst in de zevende etappe. Reguigui was ooit gesmeekt door zijn vader, ook een ex-wielrenner, om zijn voorbeeld te volgen. Meintjes deed voor de ploeg zijn duit in het zakje door nog een rittenwedstrijd te winnen, de Coppi e Bartali.

In de Dauphiné in juni gaf Teklehaimanot al een voorproefje van wat hij in deze Tour zou proberen: de klimmerstrui meenemen naar huis. Hij won die en de rest was kansloos: meteen een primeur voor het Afrikaanse wielrennen.

“Er is geen reden waarom dit continent geen wielrenners zou kunnen voortbrengen als ze al die goede lopers hebben”, vindt Ryder. Hij gaat daarmee wel voorbij aan de typische morfologie van de wielrenner met de stevige onderbenen en het lichte lichaam, maar hij heeft een punt. De VO2max hebben zijn Eritreeërs alvast, na een heel leven op 2.400 meter hoogte.

Ryder: “Maar die genen van hen verbleken bij hun wil om te slagen. Acht maanden per jaar zijn ze weg van hun familie. Dit zijn jongens met aparte verhalen. Hun levens veranderen echt door de fiets, net als die kinderen in Zuid-Afrika. Daniel heeft elf broers en zussen die allemaal het land zijn ontvlucht. Hij is dit jaar snel getrouwd omdat hij zijn doodzieke vader er nog bij wilde. Er waren drieduizend mensen op zijn huwelijk. Die jongen rijdt ook voor zijn familie en die wil om te slagen is sterker dan welke genen ook.”

Merhawi Kudus, gisterenavond nog te zien in Vive le vélo, is nog een Eritreeër. Hij rijdt voorlopig verscholen in het Tour-peloton, maar het bestaat niet dat we hem de volgende bergetappes niet zien wegrijden in een groep of alleen. Kudus is net 21 en rijdt meestal aan een onwaarschijnlijke cadans van 120 omwentelingen.

Serge Pauwels kon zijn ogen niet geloven. “Ik vroeg waarom hij dat deed. ‘No power in legs, my friend’, zei hij.” Misschien niet, maar hij heeft wel een motor. Kudus werd in 2014 al vijfde in de loodzware Route du Sud. In Majorca dit jaar was hij de enige die bergop in het spoor kon blijven van Alejandro Valverde en vorige week kwam hij vanuit de onderbuik van het peloton toch als dertigste boven op de Muur van Hoei.

Adrien Niyonshuti komt uit Rwanda. Hij droeg de vlag voor de Rwandese delegatie op de Spelen van Londen en werd er de eerste Afrikaan die een olympische mountainbikewedstrijd uitreed. Ook hij is een talent en ook hij heeft een verhaal, al loopt hij er begrijpelijkerwijs niet mee te koop. De Tutsi-wielrenner verloor in de genocide van de jaren 90 maar liefst zes broers. Ook hij rijdt om de rest van zijn familie te onderhouden en levens te veranderen.

Als Pauwels over zijn ploegmaats spreekt, is dat met verwondering en tegelijk met respect. “Hoe die jongens in het leven staan, die dankbaarheid, die opgewektheid. Elke ochtend niet zomaar goedemorgen, maar telkens goedemorgen Serge. Die zeuren nooit. Dat was de openbaring voor mij, naast de professionele organisatie die niet zoveel verschilt van die bij QuickStep.

“We hebben er bewust voor gekozen om die eerste week mooi door te komen, een beetje onze plaats te zoeken en te wachten tot de eerste rustdag, om daarna in de bergetappes mee te spelen. We hebben zes man die iets kunnen uitrichten. Je zult ons dus nog zien.”

teammtnqhubeka.com

bicycleschangelives.org

Fietsen veranderen levens-web

Column Collateral damage 2015 in De Morgen van 11 juli 2015

COLLATERAL DAMAGE

De titel van deze column heb ik ook gebruikt vorig jaar tijdens de Tour, net als bepaalde delen van deze column, zoals de opsomming van de uitvallers. Dat is het leuke aan dit vak: vroeg of laat kom je op een punt dat je jezelf gewoon kunt copy-pasten. En nog leuker: u lezer, u merkt het niet eens meer.

Ik wil het over een weerkerend fenomeen hebben: valpartijen. Inderdaad, gisteren zijn ze voor één keer niet gevallen. Al ging Alberto Contador nog voor de start onderuit, wat ook een kunst is, en waren de laatste kilometers van de etappe een smeekbede om de allergrootste ellende. Er gebeurde niks, maar met aankomsten als gisteren ontstaat de indruk dat Toureigenaar ASO die heroïek van de gebroken werveltjes, geknapte sleutelbenen en geschaafde billen prachtig vindt. Om de zoveel kilometer een flinke val en iets meer obstakels in de eindfase houdt de kijkers aan de tv, want anders is aan koers zonder doping toch geen lol te beleven.

Het gaat van kwaad naar erger met dat (uit)vallen. In 2002 verdwenen tot aan de eerste rustdag (na negen ritten) vijf renners uit het peloton. Tot 2010 waren er jaren met uitschieters, maar het gemiddelde bleef rond zes à zeven uitvallers. Vanaf 2011 steeg dat spectaculair met respectievelijk 16, 17, 13 en 14 renners die na negen ritten uit de race moesten stappen. Voorlopig zitten we aan 12, met nog twee ritten te gaan. Er zitten er nog een paar in het peloton die al lang thuis hadden moeten zitten. Meestal Crocodile Dundees op twee wielen, al was Greg Henderson gisteren eindelijk zo slim om het voor bekeken te houden.

Wat opvalt, is de kwaliteit van de uitvallers. Vorig jaar verloren we Chris Froome en Mark Cavendish al bij de eerste etappes en in etappe tien viel ook nog eens Alberto Contador uit. Dit jaar houden de favorieten voor de eindzege zich recht, of ze vallen zonder erg zoals Vincenzo Nibali eergisteren, maar zijn we wel al twee gele truien kwijt.

Mij is eerder deze week een gesprek bijgebleven met Maarten Ducrot van de NOS. Dat is de José De Cauwer van de Nederlanders, zonder het Waaslands accent en met recentere ervaringsdeskundigheid in het peloton, wat overigens geen diskwalificatie is van onze Heilige Tweevuldigheid José en Michel. Elk land zijn stijl. De Nederlanders doen het met Herbert Dijkstra, een oud-schaatser/ wielrenner en olympiër in beide sporten, én met Maarten Ducrot, prof in de jaren 80 en 90.

Die laatste sprak tegen dat de moordende val van afgelopen maandag, die Fabian Cancellara zijn gele trui kostte, een accident de parcours was. Volgens hem was het de kroniek van een terugkerend scenario en tegelijk de oorzaak van veel valpartijen en veel ellende. William Bonnet had zich even tevoren vreselijk moeten haasten om in de aanloop naar de eerste helling zijn kopman Thibaut Pinot voorin te brengen. In zijn oortje hadden ze hem naar voren gejaagd en hij had zich netjes van die taak gekweten. Eenmaal Pinot ter plekke hield Bonnet op met trappen. Resultaat: het peloton haalde hem in met een rotvaart. Zo ook John Degenkolb die hem ternauwernood kon ontwijken.

Toen Bonnet ook nog eens de allesbehalve slimme ingeving kreeg om achterom te kijken en derhalve iets van zijn lijn afweek, tikte hij het achterwiel aan van de inhalende Degenkolb. De val van Tony Martin was in wezen hetzelfde scenario, maar op een ander moment in de etappe. Martin had zijn werk gedaan, liet zich terugzakken, week van zijn lijn af en tikte een achterwiel aan. Idem vorig jaar voor Andrew Talansky; terugzakken, omkijken, van de lijn af- wijken en crashen.

Is er een oplossing? Niet voor wat Bonnet overkwam midden in een etappe. Je kunt moeilijk verbieden dat iemand een kopman uit de wind zet of naar voren brengt. Niet voor wat Contador en Froome vorig jaar overkwamen. Dat was eigen schuld, dikke bult. Wel voor de meeste massasprints. Vermijd rotondes, stop de tijd op 3 kilometer van de eindstreep en zet een limiet op het aantal renners per ploeg dat de laatste kilometer de sprint mag ingaan. Twee volstaat: de lead-out en de sprinter. De rest: opzouten.

Collateral Damage 2015-web

Column Masochisten in De Morgen van 10 juli 2015

MASOCHISTEN

De zon scheen gisteren heerlijk. De zon is in de Tour op haar best als je in de zon kunt blijven zitten en staan, net genoeg opwarmt om geen koud te krijgen en niet te veel opwarmt om niet te transpireren. Valt zelden voor, maar gisteren kreeg de zon tien op tien in het Village de Départ, waar ik voor het eerst weer eens was en waar het mij heel snel duidelijk was: je blijft er eigenlijk beter weg, ondanks die gratis krant bij Crédit Lyonnais.

Anderzijds is dat ongeveer de enige plek waar je nog eens een collega uit ver- vlogen tijden tegen het lijf loopt, zoals Benoît Lallemant van L’Equipe, met wie ik uren, dagen en weken aan randen van allerlei zwembaden over de hele wereld heb gesleten. “Je suis chef maintenant”, zei Benoît. En ik antwoordde: “Désolé pour toi, mes sincères condoléances.”

In het verlengde van de Village staan de bussen opgesteld van de ploegen. Niet dat daar veel wielrenners uitkomen. Mekaniekers, die wel, maar die hebben het altijd druk. David Bombeke was er ook bij BMC. Werkt met dertien man in zijn kine-boîte Move2Improve, maar doet de hele Tour. “Ik heb mij weer eens laten overhalen.” Hij had nog geen spijt.

Bij AG2R stond een bevallige jongedame te blinken. Dat was de immer opgewekte Jasmine Vangrieken. Morgen gaat ze weer naar huis. “Er moet iemand geld verdienen terwijl de mannen op fietsvakantie zijn.” Heerlijke madam, die van de week duizend angsten uitstond toen ze op de trein sms’jes kreeg dat haar man Johan Vansummeren in die zware valpartij was betrokken. Een slimme op de trein wilde haar ook nog het filmpje laten zien, maar dat weigerde ze. Er is veel vel van Johan aan het asfalt blijven hangen, maar van opgeven geen sprake. Alle begrip daarvoor, wielrenners zijn geen voetballers.

Even verder en even later kregen we de overtreffende trap te zien bij het verplichte tekenen van het wedstrijdformulier. Een oud mannetje hees zich naar boven, liep wat gekromd op de tafel toe, hield met zijn andere hand zijn romp op de goede plaats en grimaste toen hij zijn krabbel zetten. Vervolgens daalde hij het trapje af, duidelijk in veel pijn. Dat was Michael Matthews van Orica-GreenEdge.

Matthews heeft een rib gebroken of meer dan één, want niet alle schade valt altijd uit de beeldvorming op te maken. Ik weet niet of u dat al eens is overkomen, zo’n gebroken rib (gekneusd is ook al goed), maar bij elke ademhaling gaat een pijnscheut door je lijf. Aangezien het uitgesloten is dat je van Abbeville naar Le Havre rijdt zonder een keertje of tweeduizend dieper te ademen dan normaal, heeft Matthews veel pijn gehad gisteren en zal hij de komende dagen nog veel pijn hebben.

Je vraagt je af waarom die koste wat het kost in de Tour wil blijven. De ploeg vraagt het niet en de dokters zijn tegen. Idem voor Adam Hansen, die bij Lotto-Soudal aan een wat vreemd record bouwt, jaren na elkaar de drie grote rondes rijden. Als hij daar nu zou uitstappen, zou hij het record van Marino Lejaretta (twaalf grote rondes in vier jaar), moeten opgeven. Hij zit nu aan elf. Ook zijn dokter wilde hem naar huis sturen, maar Hansen bleef – het record nietwaar – en stuurde een tweet de wereld in die er niet om loog: “Ik eet pijn voor ontbijt.”

Misschien vinden de bewonderaars van het cyclisme dat fantastisch, maar het is te belachelijk voor woorden dat uitgerekend het wielrennen met die beladen geschiedenis van foute helden ook nog eens masochisten gaat vereren. Massale pijnstilling is zelfs gevaarlijk want het lichaam smeekt om rust, het herstel wordt lastiger en langer en dat alles werkt overmedicalisering in de hand.

Geen enkele van die zwaar gevallen renners die niet minimaal de dag doorkomt met 4 gram paracetamol of nog erger, op Tramadol. Dat zijn geen verboden middelen, voor alle duidelijkheid, maar niet alles wat niet verboden is, moet zomaar worden geduld. Dokters die dit toestaan, zouden toch eens hun cursus medische ethiek opnieuw moeten lezen. Of zelf vertrekken uit de Tour als hun renner niet wil luisteren.

Masochisten

Column Snipperdag in De Morgen van 9 juli 2015

SNIPPERDAG

Een voorspelling: Chris Froome wint over dit en twee weken de Tour de France. Nairo Quintana wordt tweede, Vincenzo Nibali derde, maar het kan ook andersom met twee en drie. En Alberto C.? Ofwel wint hij, ofwel wordt hij vierde, vijfde, zesde of stapt hij voor Parijs af. Er komt nog een hele boterham, maar zoals Froome maandag de Muur van Hoei naar boven reed, dinsdag op de kasseien van jetje gaf en ook gisteren weer zijn armada op de voorpost hield met hemzelf veilig op het tweede plan, dat is Sky op zijn best. Froome is ook op zijn best. Het ziet er niet uit, en zoals hij op zijn fiets zit, is hij de antipode van Fabian Cancellara, maar het gaat hard vooruit en dat is het enige wat telt in deze al bij al eenvoudige sport.

Overigens waren ook de mannen van Contador, Nibali en Quintana voorin niet weg te branden en dat in etappe waarin de eerste uren geen 40 kilometer per uur werd gehaald. Ooit waren dit halve rustdagen, waarin enkele ploegen twee mannetjes opofferden om op kop te rijden en de grote jongens zich in de buik van het peloton verscholen om aan een gemiddelde van 150 watt mee te glijden tot de arrivée.

Gisteren namen ze geen halve rustdag, maar een hele snipperdag. Met hun mini-treintjes naast elkaar leek het een beetje op de allerlaatste etappe richting Champs-Élysées. Was dat de schrik voor een waaier en het vernieuwde wegdek, waarop lichte regen viel? Neen, eerder uit stil protest tegen het Tourparcours en als een heimelijk opgestoken middenvinger naar de organisatoren. En na een zenuwachtig begin van de rit, met veel valpartijen, was het peloton ook wat gekalmeerd.

Het zijn de renners die de koers hard maken, is een oude wijsheid die gisteren van kracht was. De snipperdag duurde tot kilometer 169, met nog 20 kilometer te rijden. Het weze hen gegund, de Tour is dan misschien lichter geworden in kilometers (hoewel acht aankomsten boven op een helling of een col ongezien zijn), de stress neemt elk jaar toe.

Ik reed gisteren compleet stressloos een deel van de etappe, via de krater Lochnagar in La Boisselle en het monument van Thiepval, en daarna keek ik televisie bij locals. Dat had inderdaad ook thuis gekund. Het zou even zoeken zijn – A2 en FR3 zitten vast wel in het Telenet-bakje – maar in Frankrijk naar de Franse tv kijken in een Franse huiskamer is toch net iets anders.

Wat valt op? Waar Michel Wuyts snel wat uitleg geeft bij een monument of een kasteel dat in beeld komt, krijg je bij de Fransen naast minutenlange reclames om het half uur een blokje Frankrijk Vakantieland. Je zou denken dat de Fransen hun eigen land al een beetje kennen, maar neen. De Fransman die uitleg geeft, lispelt een beetje. Op 7 kilometer van de eindstreep, toen het eindelijk wat harder ging in het peloton, gaf hij nog een hele uitleg over La Tour Perret, een antieke wolkenkrabber in Amiens.

Wat valt nog op? Cédric Vasseur, ooit nog bij Lefevere, zit op een motorfiets en Laurent Jalabert – jaar na jaar winnaar van de Grand Prix de l’Hypocrisie – zit in het commentaarhok en vertelt met zijn Zuid-Frans accent wat er gebeurt. Vreemd, onze Jalabert is al lang niet meer hypocriet, heeft ook een mooi accent, maar mag nog steeds niet op tv.

Geen woord op de Franse tv over de lakse houding van het peloton. Wellicht hebben de Fransen ander zorgen. Jean-Christophe Péraud staat op 2:19, Romain Bardet op 3:06, Thibaut Pinot staat al op 6:30. Gisteren ging de arme kopman van FDJ op een compleet on-gevaarlijke plek nog eens tegen de grond. Vielen ook, en dat in een sprintersetappe: Nacer Bouhanni en Bryan Coquard tot drie keer toe, twee sprinters. Bokser Bouhanni moest zelfs opgeven.

De Michel Wuyts van A2, Thierry Adam en een huisvriend van het gezin waar ik tv keek, hoopte dan maar op Arnaud Démare. Die won niet maar werd zevende, Coquard achtste. André Greipel won wel. Een Duitser gegangmaakt door een Fransman, Tony Gallopin. Mark Cavendish was ook niet aan het feest: dat wordt inleveren, of vertrekken. Eerste Belg werd… u raadt het nooit…Greg Van Avermaet: tiende.

Snipperdag

Column Oude Koerskrokodillen in De Morgen van 8 juli 2015

OUDE KOERSKROKODILLEN

Ik recapituleer even voorgaande dagen.

Zaterdag in Utrecht, 14 kilometer tijdrijden: vier Belgen in de eerste honderd, de eerste op plaats 36: Sep Vanmarcke. Zondag was er een waaieretappe en daar waren we wel heel goed in. Op papier toch. Resultaat: vijf Belgen in de eerste honderd en één in de kopgroep: Greg Van Avermaet. Maandag was het een mini-Waalse Pijl. Uitslag: eerste Belg Greg Van Avermaet op plaats vijftien en vijf Belgen binnen de eerste honderd.

Ik wil niet vervelend worden, maar toch: de eerste dagen van deze Tour waren eendagsklassiekers, ons zelfverklaard specialisme, maar gisteren was er dé etappe waarin wij Belgen gingen laten zien hoe goed we wel op kasseien konden rijden. Resultaat: één Belg bij de eerste dertig, Greg Van Avermaet op plaats vier, en vijf Belgen in de eerste honderd. Deze Tour lijkt voorlopig op een grote afgang voor onze founding nation van het cyclisme.

Maar ik wil nog even terug naar de rit van maandag en die vreselijke valpartij aan 70 à 80 kilometer per uur en vooral de reacties achteraf op het neutraliseren door de wedstrijdjury en de koersdirectie. Er moeten rare dingen zijn gebeurd in je leven voor je koerscommissaris wil worden, maar wat voor een vreselijke jeugd moet je gehad hebben om te worden als Patrick Lefevere? Ik wil mij ter plekke verontschuldigen voor deze uitschuiver, maar ik wil u deelgenoot maken van wat ik eergisteren spontaan dacht bij zijn reactie op de koersneutralisatie en gisterenochtend bij het lezen van zijn column in onze zusterkrant of toen ik hem hoorde op de radio.

Geen enkel begrip toonde hij voor de neutralisatie, koerscommissaris Guy Dobbelaere werd nog net geen randdebiel genoemd en moest terstond ontslag nemen, hoewel hij hem een sympathieke man vond. Gisteren op de radio zei Lefevere dat hij nog nooit een woord met Dobbelaere had gesproken. Ik wel met Lefevere en ik vind hem zeer zeker een sympathieke man, ondanks alles, ondanks zijn tweets vol taalfouten. Wie ‘precedent’ in een tweet als ‘president’ schrijft, verdient een cyberspace-schorsing: twee of vier jaar, dat is aan het WADA om te beslissen.

Of er nu ambulances op overschot waren of niet was al heel snel niet meer het item van discussie. Het ging erom of men deze uitleg wel moest geloven. Dan heb je twee knoerten van valpartijen, zijn alle dokters in ambulances druk in de weer en zou bij een nieuwe valpartij geen medische verzorging in de buurt zijn. Dan gebeurt dat op een moment dat er geen ontsnapping is en ook niet echt wordt gekoerst, en een neutralisatie het koersverloop niet beïnvloedt, maar de heren van het oldskool wielrennen twijfelden toch aan de motivatie. Of: planeet koers op zijn smalst. De ene zijn dood, de andere zijn brood. De ene zijn val, de andere zijn voorsprong. Het verhevigde leven, plagieerde Christophe Vandegoor zijn voorganger, Jan Wauters zaliger. Wat een leven, als je daar zo in staat.

Misschien was het wel niet voor die drogreden van die ambulances, maar voor monsieur Cancellara dat de koers werd stilgelegd. En toen werden uit het verleden allerlei valpartijen van eigen renners aangehaald om te bewijzen dat er met twee maten en gewichten werd gewerkt. Oké, misschien was het ook wel voor de gele trui Fabian Cancellara, een monsieur inderdaad. Een seigneur zelfs, die naast de kasseiklassiekers, die hij af en toe wint ten koste van Lefevere, ook niet te beroerd is om de Tour te rijden en mee kleur te geven, wat niet van al onze seigneurs kan worden gezegd.

Het beste bewijs dat deze ingreep van de Tour-directie en jury terecht was, is precies het protest van die oude koerskrokodillen. Hun argument: vallen hoort bij de koers. Of nog: laat het peloton dat zelf oplossen. De laatste keer dat ‘het’ bij koers hoorde en dat ze ‘het’ zelf wel zouden oplossen, was twintig jaar geleden met epo. We weten allemaal hoe dat is afgelopen: epo werd een epidemie.

Toen hebben we een wijze les geleerd: alles wat in het wielrennen aan sportieve en menselijke normen en waarden raakt, laat je beter niet over aan de wielrenners en nog minder aan hun team-managers.

Column Donkervoort in De Morgen van 7 juli 2015

DONKERVOORT

Kermis in Antwerpen, niet op Park Spoor Noord of de Zuiderdokken, maar aan de Kaaien. Een half miljoen mensen op de been, maar het kan ook minder zijn. Of meer. Voor een Tourstart. Carnaval langs de Vlaamse wegen dwars door la Province du Brabant Flamand – zo stond het op het tv-scherm; er is al voor veel minder gevochten op de taalgrens – tot op de Waalse hellingen. Gewoon, omdat de Tour er passeerde.

Ja, wij zijn wielergek, maar waarom eigenlijk? Zaterdag in Utrecht, 14 kilometer tijdrijden: vier Belgen bij de eerste honderd, de eerste op plaats zesendertig: Sep Vanmarcke. Maar, zo werd vergoelijkend geschreven en gezegd, tijdrijden is nu eenmaal geen Belgische specialiteit. Bovendien had de Belgisch kampioen tijdrijden moeten thuisblijven, tegelijk de enige die ooit in een grote ronde zicht kreeg op een podiumplek. Die heet Jurgen Van den Broeck, zit nu zijn kas op te vreten en stelt via Twitter zijn frustratie op kort schrift.

Zondag was er een waaieretappe en daar zijn we wel heel goed in. Op papier toch. Resultaat: vijf Belgen bij de eerste honderd en een in de kopgroep. Dat was Greg Van Avermaet, de meest regelmatige en moedige Belg op een koersfiets, maar geen winnaar. Gisteren reden we door België en daar hadden heel wat Belgen hun zinnen op gezet, onder wie uiteraard Greg Van Avermaet en Tim Wellens. Het ging om een mini-Waalse Pijl, dus werd er maxi gevallen, zoals in de echte Waalse Pijl. De rit eindigde bovenop een muur, die van Hoei. De laatste kwarteeuw wonnen daar maar drie Belgen. In 2011 voor het laatst: dat was Philippe Gilbert, maar ook hij mocht niet mee. Uitslag van de mini-Pijl gisteren: eerste Belg was Greg Van Avermaet op plaats vijftien en vijf Belgen bij de eerste honderd.

Zou er één sportevenement zijn waar wij meer tv-uren aan besteden en minder in voorstellen dan de Tour de France? Zou er – bij uitbreiding – één sport zijn waarin wij minder te betekenen hebben, maar waarmee we toch hele dagen vollullen? Is er één sportland – nou ja – dat zo gek is van een sport waaraan massaal wordt deelgenomen, maar nog massaler niet in wordt gewonnen? Na lang zoeken: Japan en volleybal, de Britten en tennis, tot voor Andy Murray.

Je mag niet gedroomd hebben dat we vandaag een Eddy Merckx zouden hebben of een andere kanshebber op geel en dan niet per ongeluk in de eerste week, maar gewoon, zoals het hoort: over berg en dal tot in Parijs. Zelfs de goede oude Marc Wauters werd weer van onder het stof gehaald en helemaal naar Antwerpen verscheept om daar over die ene dag in 2001 in het geel te vertellen.

Slotsom: er was een tijd dat we de koers domineerden, vervolgens ging het wat minder met slechts af en toe een hoofdvogel, en de laatste jaren stelden we ons tevreden met een dode mus. In deze Tour zijn zelfs de dode mussen ver weg of het zou vandaag moeten zijn, want er staan kasseien op het menu. Dat is onze specialiteit, maar dat waren de waaiers ook.

Het natourcriterium van Heist-op-den-Berg bewees hoe wanhopig deze wielernatie wel is en dat we helemaal de weg kwijt zijn. In Heist konden de Belgische renners in de Tour een auto winnen van 9.000 euro en wat moesten ze daarvoor doen? Als eerste Belg voorbij de auto passeren, zowaar. Ik weet niet wie daar als eerste is gepasseerd en het boeit mij ook niet. Zoals het mij ook niet boeit, maar wel ergert, dat de best betaalde Belgische renner tijdens de Tour waaraan hij niet deelneemt, in de gazet komt met een aankoop van een Donkervoort D8 GTO. Het ding kost tussen de 150.000 en de 250.000 euro, voor 400 pk. Het bestaan ervan was mij tot verschijning in de krant niet bekend. Van Tom Boonen ken ik wel het salaris en ook zijn palmares: het laatste jaar één etappe in de Ronde van België, Rund um Köln en een Pijl, jawel, de Heistse Pijl. De cirkel is rond.

Donkervoort-Tour

Column (On)geluk in De Morgen van 6 juli 2015

(ON)GELUK

Wat hebben we geleerd in het eerste Tourweekend? Geen sport autodestructiever dan het wielrennen. Net aan de vooravond van de op papier mooiste en spannendste Tour in jaren, na een op medicinaal vlak relatief rustig wielerjaar, slagen ze er toch in om die sport wéér in de verdomhoek te zetten. Maar was Lars Boom met zijn lage cortisolwaarde nu zo’n heisa waard? Dat hele MPCC, Mouvement pour le Cyclisme Crédible is dat zo veel aandacht waard? Alleen al de naam: beweging voor geloofwaardig wielrennen, de bond zonder naam van de koers als het ware. In wezen is het simpel: corticosteroïdengebruik ís een probleem in het wielrennen, maar het WADA weigert lagere cortisonedrempels te hanteren waardoor het zou worden misbruikt. Waarom het WADA niet strenger wil worden, is niet erg duidelijk, maar wellicht heeft dat te maken met de unieke situatie waarin het wielrennen als vermeende grootverbruiker zich bevindt. Aan dat laatste kan erg worden getwijfeld, want met name de atletiek is in hetzelfde bedje ziek, alleen heeft men daar niet de masochistische behoefte om de eigen ellende uit te vergroten.

Dus is de UCI slim en zegt: wij volgen het WADA. Dat was buiten die MPCC’ers gerekend: die moesten zo nodig heiliger zijn dan de paus en andere waarden hanteren. Dat is mooi, zolang het aanbevelingen zijn, maar je bent meer dan een beetje de weg kwijt als je op basis van kaduke wetenschap mensen gaat vragen om niet te starten in de belangrijkste wedstrijd van het jaar en er ook nog consequenties aan verbindt als je die aanbevelingen niet volgt. Het tegenargument houdt evenzeer steek: Astana is natuurlijk hypocriet dat ze eerst lid worden van dat MPCC, maar zich vervolgens niet aan de belachelijke regels van hun onnozel clubje willen conformeren.

Wat hebben we nog geleerd? Dat je de organisatoren van de Tour veel kunt verwijten – bijvoorbeeld geen respect voor de ploegen, de renners en het welzijn van de sport, en dat kan toch al tellen – maar niet dat ze geen parcours kunnen bouwen. Soms denk je dat het aan Michel en José ligt dat elke rit de allure krijgt van een super-WK. Neen hoor, het is echt wel de verdienste van ASO dat je begint te kijken, merkt dat er nog 100 kilometer te gaan zijn en denkt en nu doe ik nog een hazenslaapje en ik hoor het wel als ze beginnen sprinten, maar gewoon wakker blijft en je verbaast over wat er allemaal gebeurt. Bon, dat is in rit twee. Misschien is dat in rit twaalf anders, maar dat zien we dan wel. Vandaag krijgen we een Waalse Pijl. Morgen Parijs-Roubaix.

Dat in het wielrennen geluk iets is wat je kunt afdwingen en ongeluk iets is wat je kunt minimaliseren door bijvoorbeeld attent voorin te rijden. Alberto Contador reed vorig jaar niet voorin toen hij over de kop ging in een gevaarlijke afdaling waarin hij ook nog eens wilde eten. Hij reed ook niet voorin toen hij in 2009 in de rit naar Montpellier door zijn eigen ploegmaat Lance Armstrong in de zak werd gezet.

Hij heeft zijn lesje wel geleerd en gisteren zat Contador voorin in een regen- en windetappe waarin ook nog eens werd gevallen. Chris Froome zat ook voorin, maar dat is geen kunst, want die heeft dan ook de cx van een aardappelmesje. Hij liet zijn superploeg wel niet werken. Flauw van die Sky’s. Vincenzo Nibali zat daar niet, Nairo Quintana ook niet en toen ging het van kwaad naar erger. Nibali reed ook nog eens lek en zoals hij vorig jaar met verve alle obstakels ontweek waar zijn concurrenten wel tegenaan reden, is nu de regerende Tourwinnaar het voorlopige haasje, met de nadruk op voorlopig.

Ongeluk komt met de fiets en gaat te voet, het is niet anders en we moeten eraan wennen dat de strijd in het wielrennen mee bepaald wordt door het geluk van het moment en daarom niet altijd even zuiver verloopt. De winnaar van de Tour is niet altijd de allersterkste, maar nooit een zwakke, dat is al iets.

Ongeluk-Tour

Verhaal over Contador en de dubbel in De Morgen van 5 juli 2015

De contradictie CONTADOR

Alberto Contador (32) begint vandaag aan de grootste uitdaging van zijn rijke wielercarrière: in een verondersteld cleaner wielrennen de Giro en de Tour winnen in hetzelfde jaar. Hij zou hiermee de eerste zijn na Marco Pantani. ‘Als er één dit kan, is hij het.’

Elke dag van de eerste week een klassieker, een bloedhete en dus slopende start, twee voormalige Tour-winnaars, een Colombiaanse bommengooier op elke helling en een handvol schaduwkanshebbers uit het gastland: nooit heeft een Tour de France zich aangekondigd als zo open, zo lastig en zo fel betwist. Dat kon Alberto Contador niet weten, evenmin dat er in de Giro zou worden gekoerst als in de Tour. En had hij het geweten, wat dan? “Bueno, dan nog. Je moet van iedereen winnen die meerijdt en het is voor iedereen zwaar.”

De vorige Tour eindigde op een sisser. Twee superfavorieten werden geveld door een val en een derde schaduwfavoriet reed de Tour aan flarden waar hij maar wilde. Chris Froome brak in rit vijf wat aan pols en hand en Contador maakte in rit tien een spectaculaire duikeling die hem tot acute opgave dwong.

Er is nadien een beetje gespot met Contador. Niet met zijn val in de afdaling van de Petit Ballon, wel met die vreselijke ‘scheenbeenbreuk’ die drie weken later genezen bleek en waarmee hij zes weken later aan de start stond van de Vuelta, die hij acht weken en een weekend later op overtuigende wijze won.

Alberto Contador wil serieus genomen worden en dat geldt bij uitbreiding ook voor zijn blessures. Dus mocht ook niet worden gelachen dit jaar in de Giro met die ‘schouderontwrichting’ die hem belette om de roze trui aan te trekken. “Alberto está muy orgullosa”, weet zijn entourage. Hij lijkt bescheiden, maar is trots en zelfs een beetje zelf-ingenomen. “Alberto wil herinnerd worden.”

Hoe kan een renner herinnerd worden? Door veel te winnen. Maar hij had al negen grote rondes op zijn conto, min twee uit 2010 en 2011 die ze hem hadden afgenomen door zijn clenbuterol-affaire uit de Tour van 2010. Deze renner kon alleen nog opvallen door op spectaculaire wijze te winnen. “Ik won vorig jaar de Vuelta zonder in topvorm te zijn. Toen dacht ik, hé, wat als…?” Hij zag de parallel met de Giro van 2008, die hij zonder specifieke voorbereiding had gewonnen nadat zijn team een wildcard had gekregen en hem in zeven haasten had opgeroepen.

Dus ging hij na die Vuelta van vorig jaar zitten met zijn coach en sportdirecteur Steven de Jongh. “Ik wil volgend jaar de Giro rijden en daarna de Tour. En Steven, ik wil ze allebei winnen.” De Jongh moest niet lang nadenken: “Als er één is die het kan, dan ben jij het.”

Sprintinterval op hoogte

Steven de Jongh kent Contador inmiddels als geen ander. Die was hem ooit min of meer als babysit opgedrongen door Oleg Tinkov zelf, maar hij was de Nederlander uit het Belgische Essen snel als een meerwaarde beginnen te zien. De Jongh was het die hem overhaalde om op hoogtestage te gaan. “Moet dat?”, antwoordde de man uit Pinto. “Met Liberty Seguros hebben we dat ooit gedaan en ik brak alleen maar conditie af.”

De Jongh: “Ze gingen toen met Manolo Saiz uren aan een stuk op hoogte rijden, wat niks was voor een explosieve jongen als Alberto. Laten we toch maar eens proberen, zei ik, maar op mijn manier.”

Contador gaf toe. Op de manier van De Jongh was ook op de manier van Sky, waar De Jongh had gewerkt en waar hij in 2012 was moeten vertrekken nadat hij zijn dopingverleden had bekend. Sprintintervallen op grote hoogte (SITH of sprint interval training in hypoxia, in de literatuur, HVDW), met name op de vulkaan Teide op Tenerife, dat was niet zomaar een modeverschijnsel, het was
ook hoogst effectief. Sky had met die trainingen de aanpak van Armstrong en co. geperfectioneerd, maar een groot trainings-geheim hadden ze daarmee niet onthuld. SITH is in wezen de natuurlijke training die de Keniase en Ethiopische lopers op hun hoogvlaktes afwerken. In een zuurstofarme omgeving lange sprints trekken tot een halve minuut of langer, tot uitputting, voldoende recupereren en weer een lange sprint.

Door die hoogtestages werd 2014 een uitzonderlijk jaar voor Contador, al staat het zo niet in de geschiedenisboeken door die crash in de Tour. In alle races waar het om ging, klopte hij zijn directe tegenstanders. In de Dauphiné, de laatste test voor die Tour waar ze beiden zouden (uit-) vallen, moest hij de eindzege laten aan Andrew Talansky, maar zette hij Froome ongenadig op zijn nummer.

De Jongh: “Begin dit jaar waren we al op de Teide en na de Tirreno vroeg hij al of ik de booking van het hotel Parador toch niet was vergeten.”

Nooit meer rood vlees

Contador is niet de eerste die probeert de twee grote rondes te winnen. Zeven gingen er hem voor: Coppi, Anquetil, Merckx, Roche, Hinault, Indurain en Pantani. Eddy Merckx deed het drie keer en werd zelfs in één jaar ook nog eens wereldkampioen, een drieslag waarin hij alleen door Stephen Roche in diens superjaar 1987 is geëvenaard.

Niet alle wielerverhalen verdienen een farmacologische duiding, maar misschien wel als het om uitzonderlijke exploten gaat. De zeven grote namen uit het cyclisme reden in verschillende medicinale periodes. De eerste, Fausto Coppi, deed het met ‘la bomba’, amfetamines. De vier na Coppi, onder wie Merckx, kenden al corticosteroïden (toen cortisone geheten) en anabolen, en op tijd
en stond een amfetamientje tussendoor. De laatste twee, Miguel Indurain en Marco Pantani, kenden beter spul: het kortwerkende testosteron was prima voor de recuperatie en ze genoten uitgebreid van de eerste weldaden van de epo.

En Contador? Die moet nu de junk Pantani achterna in een tijdperk waarin de dopingjagers onmiskenbaar de dopingzondaars op de hielen zitten. Is hij dan wel clean? De kans dat er vandaag een onopspoorbaar en tegelijk bijzonder werkzaam product bestaat dat door de toppers wordt gebruikt – en niet door radio peloton wordt besproken -, is haast onbestaande.

Contador zelf is twee keer in opspraak ge-komen. Een eerste keer toen zijn naam verscheen in de zaak Operación Puerto rond de Madrileense dopingarts Fuentes. Toen zijn ploegleider Manolo Saiz in 2006 werd betrapt samen met Fuentes leek Contador eerst aan de collateral damage ten onder te gaan. In het bewijsstuk met nummer DD.PP 4293/06 van 27 juni 2006, afkomstig van het Ministerio del Interior, staat Contador drie keer vermeld. Niet op de pagina’s waar de bloedzakjes worden geïdentificeerd, evenmin op de pagina’s over de dopingschema’s en ook niet op die over de bezoeken of de telefoongesprekken.

Wel komt de toen nog piepjonge Contador ter sprake met betrekking tot de hele Liberty Seguros-ploeg, waarvoor hij toen reed. Vervol- gens duikt hij nog eens op in het programma van de ploeg, waar naast zijn naam ‘niets of hetzelfde als Jörg Jaksche’ is genoteerd.
Op de achterkant van een ander bewijsstuk staat Contadors naam handgeschreven onder de titel ‘Individualiseren’, wat dat ook mag betekenen.

Maar uiteraard is er ook dat positief urinestaal van de Tour van 2010, waarin sporen van clen-buterol zijn gevonden. Ook hiervoor zijn verzachtende omstandigheden. Die waarden lagen veertig keer lager dan wat een labo moet kunnen vinden en verschillende experten weigerden om dit als doping te catalogeren. Contador kreeg toch een straf van twee jaar, maar stond uiteindelijk zes maanden aan de kant. Dat was een handigheid van het sportarbitragetribunaal TAS in Lausanne: straffen, maar vermijden dat Contador een procedure bij het Europees Hof zou opstarten, want die had hij gewonnen.

Contador weet dat hij tegen demonen vecht en met name in de Angelsaksische wielermiddens erg verdacht is, alleen al omwille van zijn paspoort. Hij weet ook dat hij in de recordboeken met renners wordt vergeleken die beschikten over andere middelen. Terugkijken heeft geen zin en voor een reactie op dat dilemma zijn we aan het verkeerde adres bij Contador.

Die hele dopinghistorie van 2010 die pas in 2012 zijn beslag kreeg, heeft er aardig ingehakt, weet De Jongh. “Ik was er niet bij, maar heel af en toe heeft hij het er nog eens over. ‘Ik ben door de hel gegaan, Steven, door een stom stuk vlees.’ Hij zegt dat hij na zijn carrière meteen de barbecue zal aansteken en een mooie steak zal braden. Sinds 2010 heeft hij nooit meer rood vlees gegeten.”

Overigens was de affaire-Contador ongeveer de laatste veroordeling van een sporter op sporen van clenbuterol, want nadien volgden bijna allemaal vrijspraken, onder wie zijn ploegmaat Michael Rogers. Contador zelf kwam wel sterker terug. Hij is een van de weinige renners die ooit met doping is besmet die toch unaniem wordt bewonderd als uitzonderlijk getalenteerd.

Herstelvermogen

Maar volstaat uitzonderlijk talent om de contradictie na te streven, om iets te presteren wat hem alleen is voorgedaan met de hulp van het medicijnkastje? Of is dit toch een zelfmoordmissie? Er is niet alleen de tegenstand met de twee voormalige Tour-winnaars Chris Froome en Vincenzo Nibali, de berggeit Nairo Quintana, de vrijbuiters Alejandro Valverde en Joaquim Rodríguez, de Fransen Pinot, Bardet en Péraud. Er is ook het parcours dat niet van de poes is, met verschillende waaierritten, een rit over de adoquines of kasseien, meerdere verraderlijke aankomsten op korte nijdige klimmetjes en vervolgens ook nog eens de vijf echte aankomsten boven op een hoge berg. Er is het ontbreken van een lange tijdrit, een voordeel voor de Fransen en een nadeel voor Contador en Froome.

En er is het team rond hem, nog zo’n onbekende factor. Vijf renners van Tinkoff-Saxo reden ook de Giro, onder wie zijn slaapmaat en luitenant Ivan Basso. Ook van de partij zijn de gevleugelde Poolse klimmer Rafal Majka, die bergop als laatste bij hem zal blijven, en Peter Sagan, die opvallend scherp oogde bij de persconferentie en ook opvallend dienstbaar. “Yellow is main goal for team”, en dat herhaalde hij wel vijf keer.

Maar dé beperkende en vooralsnog onbekende factor wordt zijn lichaam. “Mi cuerpo en hoe dat zich zal gedragen in die tweede grote ronde, dat weet ik niet”, zei Contador op de persconferentie, waar hij zich opvallend rustig alle vragen liet welgevallen en zelfs uitgebreid inging op een grappig moment van het satirische programma Bureau Sport dat hem een gele kanarie cadeau gaf.

Trainingstechnisch lijkt zijn avontuur zonder ondersteunende middelen je reinste onzin. Twee keer pieken, met 34 dagen tussen de laatste etappe Giro en de eerste etappe Tour, is bijna ondenkbaar, tenzij hij in de Giro nog niet in topvorm was. Wellicht hoopt

Contador op een trainingseffect in de Tour, waarin hij naar zijn beste vorm moet toegroeien. Beter worden in de derde week is zo’n typische wielerfabel, maar het kan wel dat hij minder snel zijn conditie verliest dan de tegenstand.

Volgens ervaren Tour-dokters zul je dat herstel en die conditie van Contador toch maar kunnen beoordelen in de derde zware Alpen- week. Dan zal zijn systeem de eerdere inspanningen van dit jaar afrekenen en bekijken wat er per saldo overblijft. Ongetwijfeld is een en ander vooraf gemonitord in het bloed, zoals de CPK-waarden die op spierafbraak wijzen en de verhouding cortisol- testosteron waarbij het eerste ongetwijfeld zal zijn gestegen en het tweede gedaald na die zware Giro waarin hij de laatste ritten niet echt veel overschot meer had tegen de aanvallen van de Astana’s.

De Jongh heeft er ondanks alles alle vertrouwen in: “Zijn lichaam is gewoon uitzonderlijk. Ik denk niet dat iemand in dit peloton een beter herstelvermogen heeft dan Alberto en we hebben natuurlijk het hele seizoen hierop afgestemd. Niet te intensief in de eerste maanden maar een goede basis leggen om van half mei tot eind juli op niveau te zijn, dat was het doel.

“Met de kop zit het ook goed bij Alberto. Nooit een renner geweten die het zo goed op een rijtje heeft en die nooit panikeert. Zelfs als hij drie minuten verliest, denkt hij nog dat hij kan winnen.”