Column over barbarij: Antwerp, WS Brussel, Hillsborough op demorgen.be van 3 mei 2016

Er is één goede reden om Antwerp niet in eerste klasse te willen: een deel van de supporters

Als White Star Brussel zijn licentie voor eerste klasse niet krijgt, zal al snel het begrip racisme vallen. En aangezien White Star in Molenbeek speelt, zal de wereldwinkeljournalistiek zich bemoeien. Je zou gaan hopen dat John Bico en zijn import/exportbedrijf, wèl mogen promoveren om alvast van dat gezeur af te zijn.

Als White Star Brussel de licentie niet krijgt, promoveert AS Eupen. Ook dat is een import-exportbedrijf in buitenlandse handen. Net als WS Brussels hebben ze niks te zoeken in eerste klasse, omdat ze economisch niks bijbrengen. Elke euro tv-geld die richting WS Brussel en AS Eupen gaat, is weggegooid geld. Wie zeker niet promoveert, is Royal Antwerp FC en dat is de enige ploeg die zou mogen promoveren. Stijgen en dalen in een kleine markt mag niet afhankelijk zijn van het criterium ‘sportief toeval’, maar van wat zo’n ploeg kan bijbrengen aan de gezamenlijke business van de zestien sterkste ploegen in België.

Een achterban van 13.000 is te mooi om in tweede klasse te laten en de tweede grootste stad van een land zonder eerste klassevoetbal, is een Europees unicum. Dat Antwerp een onduidelijke kapitaalstructuur heeft, is geen goede reden om hen tegen te houden. Het volstaat de licentievoorwaarden te veranderen om te weten wie achter het geld van stamnummer 1 zit.

De enige goede reden om Antwerp niet in eerste klasse te willen, is het gedrag van een deel van de supporters. Zaterdagnacht hebben die lelijk huis gehouden en de gemiste promotie gewroken op de plaatselijke politie. Er hadden doden kunnen vallen en waren die gevallen, dan hadden ze ongetwijfeld de politie daarvoor verantwoordelijk gehouden. Zo gaat dat in het voetbal/de maatschappij: een minderheid misdraagt zich, de rest moet boeten en als de politie eindelijk optreedt, is er sprake van excessief geweld en/of onkunde.

Van de week is in Engeland 27 jaar na de feiten het doek gevallen over het Hillsborough drama. Op een mooie zaterdagnamiddag in april zijn in Sheffield 96 doden gevallen ten gevolge van supportersgeweld bij een halve finale van de FA Cup tussen Liverpool en het toen nog grote Nottingham.

Liverpoolfans slaan blauw uit – en dat wil wat zeggen – als ze het woord ‘supportersgeweld’ horen, maar het is niet anders. En van een verwijzing naar hun reputatie ten gevolge van het Heizeldrama waar 39 Italiaanse doden vielen, willen ze ook niet weten. Dat was de schuld van een instortende muur. Een detail natuurlijk, maar die muur stortte in, omdat zij de Italianen aanvielen.

Op Hillsborough ging die dag alles mis wat kon mis gaan. Eind de jaren tachtig was het de gewoonte van hele horden om zonder ticket naar een bezoekend stadion te komen in de hoop dat de suppoosten en de politie de hekkens zouden openen om rellen te vermijden. De politie van Sheffield kon het zaakje niet meer meester, opende de poorten en de supporters (sommige met, maar veel zonder ticket) stroomden naar binnen in een te klein en te oud stadion. Dom van de politie, die wel meer fouten maakte, maar wat doen normale burgers als ze zien dat er geen doorkomen aan is? Ze maken rechtsomkeer. Het zootje dat niet binnen was, met of zonder ticket, begon te duwen en bleef duwen om toch maar in het overvolle vak te geraken. Ze verpletterden 96 van hun eigen mensen tegen de hekkens rond het veld.

Die hekkens werden zo’n beetje overal in Engeland meteen weggehaald en enkele weken later maakten Birmingham City fans gebruikt van de verlaagde omheining in Selhurst Park om na een doelpunt van thuisploeg Crystal Palace het veld te bestormen en de thuisfans aan te vallen. Those were the days of violence, zegt Cass Pennant in de film Cass, een must see voor wie wil meespreken over dit onderwerp. Pennant was de leider van de IC Firm, de harde kern van West Ham United, en de eerste die een lange gevangenisstraf kreeg voor voetbalgeweld.

Het is bepaald vreemd dat over een gebeurtenis uit 1989 van de week is geoordeeld door een bril van 2016 en dan nog door een volksjury waarvan de voorzitster in huilen uitbarstte toen ze antwoordde op de schuldvragen. Hillsborough was een dieptepunt, en het vonnis is daar geen uitzondering op. De beschaving, zo is eens te meer gebleken, heeft het altijd moeilijk om een gepast antwoord te vinden op barbarij.

Verhaal over Rio de problemen van de Olympische Spelen in De Morgen van zaterdag 30 april 2016

Spelen van Rio staan op instorten

Geen president, geen geld en geen goesting meer. Dat kwam boven op het zikavirus en de vervuiling. Nooit zijn Olympische Spelen onder een slechter gesternte geboren dan die van Rio de Janeiro. Als dat maar goed komt tegen augustus.

Woensdag is de olympische vlam officieel overhandigd aan gastland Brazilië. Voor het ontsteken van de vlam in het sacrale Olympia had Dilma Rousseff haar komst aangekondigd, maar de president van Brazilië gaf uiteindelijk verstek. Als maandag de vlam in Brasilia arriveert, zal ze wellicht ook niet van de partij zijn. De traditionele ‘honderd-dagen-te-gaan-plechtigheid’ van vorige week werd ook afgelast. En geen mens die gelooft dat zij op 5 augustus aan de zijde van Jacques Rogges opvolger Thomas Bach de Olympische Spelen zal openen. Dilma’s politieke tegenstanders hebben een afzettingsprocedure in gang gezet en zullen tot afgrijzen van velen ook hun slag thuishalen.

Geen nood, aldus Rio’s burgemeester Eduardo Paes – een politieke tegenstander van de linkse Rousseff. “Rio zal er klaar voor zijn.” Ongetwijfeld, alle olympische steden zijn al altijd klaar geraakt, maar tegen welke prijs? Het drama van het olympisch wielerpad van Ipanema/Leblon naar Barra de Tijuca op 22 april, was een teken aan de wand. Eén wilde oceaanstorm en het prestigeproject stortte in elkaar, vijf mensen meesleurend in de dood.

Dat waren enthousiaste fietsers, maar sedert 2013 zijn daar ook elf arbeiders gestorven bij de bouw van de olympische sites en aanverwante werken. De worldcup in 2014 kostte acht mensenlevens, maar wel over heel Brazilië. Haastwerk overheerst nadat vorig jaar de bevoegde commissie afstapte in Rio en na drie dagen intensieve bezoeken in een perscommuniqué liet uitschijnen dat alles op schema zat, maar her en der nog moest worden aangepoot.

Dat was olympisch taalgebruik om te waarschuwen dat de speeltijd voorbij was. Geen enkel lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), noch van het personeel, noch van het bestuur, kan zich Spelen herinneren die méér achterstand hebben opgelopen op enkele maanden van de opening. IOC-leden hebben al lang spijt en zeggen nu openlijk: “Ook ik heb staan juichen, die dag. Nu weten we allemaal: dat was overmoed.”

Die dag was 2 oktober 2009, in het Bella Center in Kopenhagen. Het was de meest gemediatiseerde verkiezing van een olympische gaststad ooit. De Obama’s hadden Rogges IOC met een bezoek vereerd om de kandidatuur van Chicago kracht bij te zetten. De enige verkiezing die Obama ooit zou verliezen: Chicago ging eruit in de eerste ronde met achttien stemmen. In de derde ronde verpletterde Rio met 66-32 Madrid. De wereld lachte mee met de wel erg blije president Lula en het IOC dacht er goed aan te hebben gedaan om voor het eerst met zijn Sixteen Days of Glory naar Zuid-Amerika te trekken.

Air Force One was al de ochtend van de verkiezing opgestegen, want de Amerikaanse vernedering was voorspeld, maar dat kon het IOC niet deren. Nooit stond de olympische ster hoger als toen in oktober 2009 op het olympisch congres en Rogge zou daar zelf ook nog eens voor vier jaar worden herkozen.

28 WK’s in 16 dagen

Zeven jaar later overheerst scepsis, in de eerste plaats bij de lokale bevolking die niet beter wordt van allerlei poshy projecten, zoals een olympische golf in een natuurgebied. Wel integendeel, de overlast nam hand over hand toe. De impact van Olympische Spelen op een stad is het honderdvoudige van bijvoorbeeld de worldcup voetbal van 2014. Toen werden wat stadions gebouwd, gerenoveerd of heraangekleed, werd enkele avonden gevoetbald en voor je het wist, was die finale daar al in het Maracanã.

Die worldcup was ook brutaal wakker worden voor de sportnatie Brazilië: een sportieve party in eigen huis betekent nog niet dat je aan het feest bent, zo leerden ze nadat de Mannschaft hun eigen nationale ploeg met 1-7 had vernederd. En dan wil nog eens de realiteit dat Brazilianen eigenlijk alleen voor voetbal betalen, wat dan weer voor gevolg heeft dat ze de lokale tickets voor de Spelen aan de straatstenen niet kwijt kunnen.

De Olympische Spelen zijn 28 wereldkampioenschappen, in 16 dagen op 5 verschillende locaties in 1 stad, met dubbel zoveel toeschouwers en met vooral heel veel vips die het leven in de stad helemaal overhoop gooien. De Carioca, de inwoner van Rio, heeft daar geen zin in en dat is te begrijpen.

In een stad die nu al verzuipt in het verkeer worden straks 260 kilometer zogeheten olympic lanes in gebruik genomen. Dat zijn rijstroken waarop alleen geaccrediteerde vervoermiddelen zich mogen begeven. Wie daar zijn voeten aan veegt, zoals de Grieken in 2004, zal wel twee keer nadenken in een stad met twaalf verschillende politiekorpsen die op elke hoek van de straat een mannetje hebben staan: 380 euro boete is een bescheiden maandsalaris in Rio.

De drukste dagen worden 12, 16 en 17 augustus als 400.000 bezoekers het transportsysteem zullen (over)belasten. Er zijn ook kleine voordelen aan de Spelen: op de dag van de openingsceremonie en de dag na de sluiting krijgt Rio een extra vakantiedag. Ook 18 augustus is een gelegenheidsfeestdag, omdat de triatlon die dag door de stad fietst en loopt. De scholen zijn alvast dicht tussen 1 en 28 augustus.

Inmiddels wordt nog vreselijk hard gewerkt aan uiterst noodzakelijke infrastructuren, waarvan de velodroom in het olympisch park in Barra de Tijuca en metrolijn Linha 4 het meest in het oog springen. Het test event van maart in de velodroom ging niet door, omdat er simpelweg nog geen velodroom was. Olympische coulissen melden een probleem bij de houtleverancier, ook voor de sporthallen.

Copyright © 2015 gopress. All rights reserverd

Belangrijker nog voor deze Olympische Spelen is de nieuwe metrolijn, die ten laatste een maand voor de Spelen klaar moet zijn – en als het even kan iets grondiger getest dan het fietspad. Pas op 12 april werden de laatste meters tunnel geboord in de lijn die langs de kust en langs verschillende favela’s loopt. Op 1 juli zou de eerste trein rijden. Zou…

Geen elektriciteit

Het laatste test event dat in Rio doorging, was het olympisch kwalificatietoernooi voor de gymnasten. België verzekerde zich daar met de vrouwenploeg van een ticket voor de Olympische Spelen. De delegaties concentreerden zich op de competitie, maar trokken toch grote ogen bij het zien van de tijdelijke trainingsfaciliteiten waar de juiste vloer ontbrak. “Sorry, geen geld”, luidde de uitleg.

Tijdens de competitie viel verschillende keren het licht uit, een kwartier tot zelfs één keer anderhalf uur. Lode Grossen was delegatieleider: “Sorry, er is geen elektriciteit meer. Dat kwamen ze even melden. Vijfenveertig minuten duurde het in ons geval. Als we de kwalificatie zouden hebben gemist, hadden Frankrijk en België hun klacht al klaar. Slecht georganiseerd? (zucht) Het was níét georganiseerd. De Spelen leven ook niet. Op de luchthaven zie je niks terug van een olympische vibe zoals in Londen en Peking.”

Olympische Spelen zijn pas een succes als ook de details zijn ingevuld en dat was niet het geval, gaf ook IOC-voorzitter Thomas Bach vorige week toe op de conventie van de internationale sportbonden in Lausanne. “Ik bedank de sportbonden om de organisatoren in Rio te steunen, ook in uitdagende tijden. Als iedereen deze solidariteit blijft tonen, zullen de Spelen een groot succes zijn.” Dat was olympisch eufemisme dat hij besloot met een uitsmijter. “We are all in this together.”

Alle Olympische steden hebben hun problemen gekend. Was het niet de veiligheid, dan de pollutie, de financiën of de laksheid van de organisatie, maar wel altijd of/of en nooit en/en. In Rio komen alle problemen samen: nooit zijn de Spelen in een armere, meer onveilige, politieke meer instabiele en meer vervuilde stad georganiseerd. De gok om naar Rio te gaan, dreigt verkeerd uit te draaien. “Vergeleken met de problemen van Rio en dus de problemen van het IOC heeft de FIFA met zijn corrupte bestuurders last van een hikje”, zei een vooraanstaand IOC-lid vorige week in de marge van de SportAccord-conventie in Lausanne. “Onze problemen zijn structureel, die van de FIFA zijn persoonsgebonden en makkelijker op te lossen. Good luck, Rio. En ook het IOC, zou ik zeggen.”

Na Rio landt het olympisch circus bij gebrek aan genoeg valabele kandidaturen drie Spelen op rij in Azië: Pyeongchang (winter 2018), Tokio (zomer 2020), Peking (winter 2024). Benieuwd hoe dat wordt uitgelegd.

Virussen in het water

Het IOC heeft eerst nog een ander probleem op te lossen. Momenteel is de Russische atletiekploeg geschorst voor de Spelen. Als dat in juni niet wordt opgeheven, dreigt Poetin ermee zijn hele ploeg terug te trekken, wat zou neerkomen op een terug-naar-afsituatie. De laatste grote boycot dateert van 1984, toen het Oostblok wegbleef van de Spelen van Los Angeles.

En het houdt niet op. Waar het IOC zich ook zorgen over maakt, is het machtsvacuüm dat is ontstaan na de politieke verlamming van de zittende president Rousseff en de blokken van links en rechts die met getrokken messen tegenover elkaar staan. Elke olympische organisatie komt ooit op een punt dat extra geld nodig is om de laatste gaten dicht te rijden. Daar is politieke consensus voor nodig, maar wie zal nog een succes gunnen aan Paes en Rio, een van de epicentra van de strijd tegen Rousseff?

Al meer dan een jaar overheerst kostenbeheersing het olympisch nieuws op de gespecialiseerde website Around The Rings. Speciale aankleding in de stad: gaat niet door. Geen tv’s in de appartementen van de atleten. Geen airco voor de atleten tenzij betalend. Allemaal details, maar de details bepalen de look-and-feel van Olympische Spelen die meer zijn dan een sportfeest.

Als atleten niet gelukkig zijn in hun dorp en met hun competitieplaatsen, als toeschouwers nergens op tijd geraken, als de locals zeuren over het drukke verkeer en als ten slotte de journalisten daar verhalen beginnen over te schrijven, zitten we twintig jaar na Atlanta 1996 – met afstand de slechtste Spelen van de moderne sport – met een remake van die organisatorische miskleun.

Filmpjes en foto’s van alles wat kan fout gaan, zullen viraal gaan. “Volgend jaar worden zelfs olympische muggenbeten geretweet”, schamperde een official nog vorig jaar bij de uitbraak van het zikavirus. Spot er maar mee. Het ergste wat Rio kan overkomen, is gedoe met dat zikavirus. Maar uit eigen ervaring sprekend: in de winter zijn haast geen muggen in Rio, dus dat zal meevallen.

Is het niet van de muggen of van het gebrek aan algemene hygiëne, dan kun je nog altijd ziek worden van het water. Neem de atleten. Openwaterzwemmers en triatleten komen op het strand van Copacabana rechtstreeks in aanraking met water. Zeilers varen heel wat van hun wedstrijden in Guanabara Bay, een van de meest vervuilde plekken van heel Zuid-Amerika. En roeiers en kajakkers varen op de Rodrigo de Freitas-lagune, een idyllisch meer tussen Copacabana en Ipanema dat in wezen een open riool is voor de aanpalende woningen op de duurste vierkante meters van Zuid-Amerika.

Copacabana zou op de droge dagen niet al te vervuild zijn en nog binnen de normen vallen die ook in Europa gangbaar zijn. In de baai van Guanabara stroomt anderzijds dagelijks 865 miljoen liter ongefilterd rioolwater. De kans op bacteriële besmetting is het grootst aan Botafogo Bay, waar onze olympische zeilers als Evi Van Acker al jaren hun bootje te water laten.

Haar trainer Wil van Bladel was in de herfst van vorig jaar wekenlang ziek als gevolg van een infectie die alleen het Tropisch Instituut wist te vinden. De internationale zeilbond rapporteerde 7 procent zieken onder de zeilers na het test event in augustus. Dat was
ook wat de roeibond meldde na een evenement. Associated Press heeft het voortouw genomen in de berichtgeving en laat elke maand testen uitvoeren. In de lagune waar straks wordt geroeid, is de besmetting maar liefst 30.000 keer hoger dan wat in Europa is toegelaten.

Boa sorte. Veel geluk, Rio.

RIo en de problemen mei 2016

Column over Anderlecht in De Morgen van 30 april 2016

Onkunde

(Ik neem er toch geen letter van terug, ondanks de winst, een dag na verschijnen 😉

Voetbal is toeval, met als enige verschil de letter b, van bal.

Vaak de enige waarheid om een voetbalwedstrijd te verklaren, maar niet altijd. Hoe dichter je bij Brussel komt, hoe meer je geneigd bent te denken dat het in voetbal misschien ook zou helpen om de dingen gewoon goed te doen. Best mogelijk dat RSC Anderlecht in de laatste vijf duels, te beginnen zondag tegen Gent, al zijn wedstrijden met champagnevoetbal wint, zodat het alsnog opstaat en de titel pakt. Maar de kans dat ze helemaal in elkaar stuiken en vierde worden, is net iets groter.

Neen, ik geloof er niet in. Niet na vorige week op Schiervelde. Talent neemt al eens een snipperdag en speelt daardoor compleet onverklaarbare wedstrijden, maar bij RSCA hebben we te maken met snipperweken, snippermaanden, voor sommigen zelfs halve snipperseizoenen. Zelden zo’n sportieve deconfiture gezien als vorige week, perfect sporend met de publieke afgang van een stel randdebielen die aan het betalen van een combiticket het recht menen te ontlenen om mensen te bedreigen en het veld op te lopen. Bericht aan dat schorem: blijf thuis en kef in het eigen hol. Bericht aan de spelers: als de hersens niet willen, loop dan de benen van onder je lijf en doe tenminste alsof je weet hoe dat spel moet worden gespeeld. Of is dat te veel gevraagd voor een gemiddelde vergoeding van meer dan 600.000 euro per jaar?

Wat is er mis met Anderlecht? Van alles, maar eerst wat geschiedenis. Royal Sporting Club Anderlecht heeft vanaf de tweede helft van de vorige eeuw een voorsprong opgebouwd waardoor het in de zeventig seizoenen sinds de tweede wereldoorlog 33 titels haalde. Vreemd genoeg won Anderlecht niks in de eerste vijftig jaar van de voetbalcompetitie. 33 op 70, dat is bijna de helft. Club Brugge won twaalf naoorlogse titels, Standard tien. Kortom: paarswit overwicht.

Die voorsprong was te verklaren door de centrale ligging van Anderlecht, versterkt door de commerciële aantrekkingskracht van de hoofdstad, met als gevolg meer poen. Met dat geld kochten ze jaren aan een stuk bij andere clubs alles wat kon voetballen. Was Marc Degryse sterspeler bij Club, mijnheer Constant reed naar Brugge en weg was Marcske. Naar paars-wit. Anderlecht wist toen perfect wat het deed, wie waarom waar paste in de ploeg.

Eenmaal ze die voorsprong hadden, kwam nog meer geld hun kant op. Neem nu de Champions League. We beperken ons tot de edities van deze eeuw, want dat zijn de jaren van de flinke poen. In de vijftien edities van de 21ste eeuw deed Standard maar één keer mee, net als Gent. Club en Genk konden respectievelijk drie en twee keer op het kampioenenbal dansen, Anderlecht maar liefst negen keer. Wat Gent verdiende, weten we nog niet precies, maar met 25 miljoen euro kom je niet toe. Standard kwam met 11,5 miljoen naar huis en Genk en Club met elk 17,6 miljoen. Anderlecht heeft uit de Champions League 85,8 miljoen euro gehaald, het dubbele van
de andere Belgische teams opgeteld, de helft daarvan in de drie seizoenen tussen 2012-13 tot en met 2014-15. Daar hebben ze niets mee aangevangen.

Uitgerekend na die onwaarschijnlijke kapitaalinjectie loopt het nu al twee jaar voor geen meter. Is dat toeval? Neen, dat is te veel eer voor die boutade. Is dit wat de historicus Jan Romein ooit omschreef als de wet van de remmende voorsprong? U weet wel: wie voorop ligt, probeert die voorsprong te behouden, maar behouden betekent ingehaald worden. Zou kunnen.

Of is er meer aan de hand? Doen ze de dingen niet goed? Het stemt alvast tot nadenken dat ze Nicolas Frutos een toekomstige functie als trainer toedichten en hem nu zelfs hebben gepromoveerd tot performance manager, godbetert. In andere sporten nemen ze daarvoor iemand die gepokt en gemazeld is als trainer of opleider en die mee is met de nieuwste evoluties op sportwetenschappelijk en sporttechnisch vlak. Bij Anderlecht nemen ze daarvoor een ex-speler die altijd gekwetst was en zijn heil zocht bij een sjamaan. Dat is geen toeval, dat is geen remmende voorsprong, dat lijkt gewoon onkunde.