Column Honours (over medailles) in De Morgen van 27 aug

Honours

Winnaars van de antieke Spelen werden met roem en geschenken overladen, maar thuis geraken was geen sinecure want de terugweg lag bezaaid met vele hindernissen. Niet alleen was er van de olympische vrede geen sprake meer en moesten ze zich een weg banen langs slagvelden, ook struikrovers en meisjes/jongens van lichte zeden waren uit op hun trofeeën.

Dat was onder meer een amfora met het goud van die tijd, olijfolie. Wellicht het enige betaalmiddel uit de geschiedenis van de mens dat ook kon dienen als massage- en glijmiddel. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: de winnaars kwamen door ongelukken en verlokkingen zelden thuis met al hun prijzen en geschenken. Ze deden er ook meestal nogal lang over en eenmaal thuis leken ze helemaal niet meer op de topatleet die enkele weken/maanden eerder was vertrokken.

Sinds De Coubertin zijn ook de nummers twee en drie een beetje winnaar en drie voelt zich meestal meer winnaar dan nummer twee. Vanaf de jaren 80 kon een winnaar van olympisch goud ook een aardige cent tegemoet zien en sinds deze eeuw is het hek helemaal van de dam. Sportmarketeers gaan voor hun medaillewinnende cliënten op zoek naar een match met bedrijven die zich willen koppelen aan de winnaar (m/v).

Nog voor nieuwjaar voorspel ik u her en der geweeklaag van enkele van onze medaillewinnaars: dat het toch zo geen vetpot is geweest als ze hadden verwacht en dat het al bij al een beetje is tegengevallen. We waren een maandje of zo helemaal in de ban van onze honderd en nog wat olympiërs in Rio en we hebben de medaillewinnaars op een piëdestal gezet, maar zevenkamp, zwemmen, hockey, judo en baanwielrennen verbleken als pecuniaire hefboom nog steeds bij voetbal. Zelfs goud in de wegrit op de Olympische Spelen zal voor de inkomsten van Greg Van Avermaet weinig verschil maken.

Geweeklaag is nergens voor nodig. Hoewel lovenswaardig en bewonderenswaardig en alle superlatieven die u wilt, een medaille winnen is geen statistisch uitzonderlijke prestatie. Op het eerste gezicht gaat het over een keurgroep van 11.000 gezonde jongelingen die zich met elkaar meten, maar van de 207 landen die zich meldden in Rio hebben er 120 geen medaille gewonnen. Algemeen wordt aangenomen dat de helft van de atleten in Rio geen schijn van kans had op een medaille. Dat betekent dat 5.500 atleten streden om 974 medailles: de kans op een medaille was dus één op zes.

Dat laatste klopt niet helemaal, want in ploegsporten en disciplines in teamvorm was die kans maar één op twintig. In atletiek en zwemmen zijn de meeste medailles te verdienen. Dat zijn ook de sporten waarin meer dan de helft van de ingeschreven atleten zelfs bij een collectieve diarree van de concurrentie nog geen kans had op het podium. In zwemmen zijn ongeveer achthonderd deelnemers ingeschreven. Vierhonderd daarvan moeten 102 medailles verdelen: de kans op een podium is één op vier, maar eerder één op zes na correctie voor de meervoudige medaillewinnaars, slokoppen als Michael Phelps. In atletiek staan tweeduizend atleten aan de start. Duizend van hen maken een kans op 1 van de 141 medailles, dus één op zeven.

Wij geven medaillewinnaars (uitgezonderd Greg Van Avermaet) en iedereen die bij de beste twaalf eindigt een salaris vanuit Sport Vlaanderen, op voorwaarde dat ze verder willen gaan in hun sport. Voor het waarmaken van een statische kans van één op zeven leggen wij onze individuele sporters ongelooflijk in de watten.

In het nieuwe grote sportland Groot-Brittannië woedt dan weer een heel andere discussie: of er naast de eretitels Officer of the British Empire en Commander of the British Empire voor de goudenmedaillewinnaars geen aparte honours moeten komen, want het swingt een beetje de pan uit met al die gouden medailles.

Het was de stijve krant The Times die met die suggestie kwam en toen ontspon zich een heerlijke discussie in de rubriek Comments. De mooiste was deze: “Honestly, iedere Brit die zich recht kan houden op een fiets op een wielerbaan wint gegarandeerd een medaille. Moeten dat echt allemaal Lords of Dames worden? Who rides a bicycle anyway, good gracious?”