Column Voetbalchinezen in De Morgen van 5 feb 2017

Voetbalchinezen

 

In 2005 kocht het Chinese Lenovo de computerdivisie van IBM. Lenovo betaalde ongeveer 1 miljard (de kostprijs van een topclub in het Europese voetbal) en nam een half miljard euro aan schulden van IBM over. Sindsdien valt het op dat Chinezen alles in de wereld opkopen wat ook maar een beetje loszit en waarmee ze denken handel te kunnen drijven en winst te maken. Soms ook voetbal.

In de Lenovo-deal zit veel verborgen van wat zich nu voordoet bij Roeselare, OH Leuven en later misschien Moeskroen. Een verlieslatend ondergefinancierd bedrijf in een potentieel interessante markt die bovendien ook nog eens allerlei voordelen van de lokale overheden krijgt toegestopt, zonder dat die veel regeltjes oplegt. Investeren in het Belgisch voetbal lijkt dan verdacht veel op mijnbouw in Afrika en daar zijn de Chinezen ook erg goed in.

Wel opletten en niet alle voetbalchinezen over dezelfde kam scheren. Chinaman zero, dé enige echte voetbalchinees, blijft nog altijd Zheyun Ye, die hier de boel kwam omkopen en die we nog steeds niet hebben gevonden (wat toch een redelijk mysterie is in deze geconnecteerde wereld, vindt u ook niet?). Ye kwam hier aanvankelijk ook als opkoper, zo stelde hij zichzelf althans voor bij de makelaars die met hem langs verschillende zieltogende clubs gingen. Uiteindelijk wilde hij ook wel investeren, maar daarvoor moesten eerst wat uitslagen worden geregeld, u kent het verhaal.

Zheyun Ye staat mijlenver af van de Chinezen die zich maar wat graag willen inkopen in de Europese topclubs, maar behalve een minderheidsaandeel van 13 procent in Manchester City – eerder een deal met de overheid van Abu Dhabi – lijkt dat niet zo best te lukken. De Arabieren waren hen voor. Vervolgens zijn er de B-Chinezen die in eigen land een grote club willen. Met zeshonderd dollarmiljardairs en het marsorder van voetballiefhebber-president Xi Jinping – “maak het Chinees voetbal groot” – was het logisch dat die hun eigen clubs wat wilden pimpen met wat dure, bij voorkeur gekleurde voetballers.

Ten slotte zijn er de Belgo-Chinezen. Zij hebben een beetje van alles: een beetje veel geld, een beetje avontuur, een beetje op zoek naar snel gewin, een beetje gokgedrag. Waarbij dat laatste moet worden gezien als het nemen van een financieel risico. Het is een stuk makkelijker en veiliger, maar ook duurder, om te investeren in Manchester City of AC Milan dan in OH Leuven.

Maar als de Chinezen alles in de VS opkopen wat loszit, waarom dan niet in de sport, waar ook af en toe wat te koop is? In de vier Amerikaanse major sports zijn nauwelijks buitenlandse investeerders: welgeteld 3 op 124 franchises, waaronder één Amerikaanse Chinees die een ijshockeyclub bezit. Omdat het systeem in de VS uitgaat van herverdeling van inkomsten en van talent, gekke investeringen aan banden legt en de andere teameigenaars al of niet een koper aanvaarden. Een beetje een communistisch systeem, als het ware.

Dan nog liever België, want altijd een beetje Afrika, redeneert de kapitalist in de gemiddelde businesschinees. België, dat in geen vijf jaar tijd van alle kleine landen de nummer één exportmarkt naar de grote competities is geworden. België, waar zeer goedkoop kan worden ingekocht en zeer duur verkocht. België, waar het minimumsalaris voor een niet-EU-speler amper 78.000 euro bedraagt maar na aftrek van kost en inwoon de speler nog amper 2.000 euro per maand cash moet worden toegestopt. België, waar lokale overheden zich dubbel plooien om voor hun gepromoveerd team een nieuw stadion te bouwen. België, het land met de hoogste loonwig van Europa voor gewone werknemers, maar de laagste van Europa voor voetballers. Al te gek toch, die uitverkoop van Belgische voetbalploegen, en dat uitgerekend in een land waar de sociale zekerheid en de directe belastingen de grootste sponsors zijn van die sport.

Er zijn wel tien analyses te maken, maar uiteindelijk kom je altijd bij hetzelfde probleem terecht: te veel clubs onderaan de voedselketen van het profvoetbal kunnen dat professioneel statuut financieel niet aan. Ze doen de gekste dingen om toch maar aan geld te geraken en zo te promoveren. Bij OH Leuven ging een gerespecteerde voorzitter zelfs zover dat hij wilde meespelen in een mensenhandel. Voor een kleine, fragiele markt als de Belgische is maar één oplossing: het economisch afsluiten van de hoogste klasse, dus geen promotie en degradatie meer op sportieve gronden, en een meer solidaire verdeling van de centrale inkomsten onder de clubs die hebben bewezen dat ze een economische én een fanbasis hebben.