Verhaal van Eline Berings in De Morgen van zaterdag 8 feb 2020

‘Misschien wíl ik wel obstakels in het leven’

Vorig jaar miste ze een EK en een WK door blessures. Dit jaar, gezond en wel op weg naar het WK indoor in Nanjing, gooit het coronavirus roet in het eten. Eline Berings (33): ‘Waarom ik mezelf blijf pijnigen? Omdat ik het gevoel heb dat ik nog niet klaar ben.’

Het miezert, het is grauw en grijs buiten, je kent de rugzak met tegenslagen die je afspraak met zich meezeult en zo ontstaat de vrees dat straks een halve depri atlete in de Gentse koffiezaak komt aanwaaien. Wel integendeel, met Eline Berings komt een beetje voorjaarszon naar binnen. “Een weekje heb ik het lastig gehad toen ik hoorde dat het WK indoor in Nanjing (oorspronkelijk voorzien voor 13-15 maart, red.) niet doorging. Daarna heb ik de knop omgedraaid.”

Dit is haar opmerkelijke topsportverhaal, het begint in 2003.

“Mijn eerste grote toernooi was het wereldkampioenschap voor scholieren in Canada. Ik werd daar zevende, stond derde op de wereldranglijst. Kort daarna waren er de Europese Olympische Spelen voor de Jeugd en ik was favoriet. Ze waren de ‘Brabançonne’ al aan het oefenen. Bam, in de reeksen eerste horde aangetikt en gevallen. Toernooi voorbij. Meteen wist ik het: tegenslagen horen erbij.

“Die zomer ben ik gaan dromen: dit wil ik doen, hier wil ik zo goed mogelijk in worden. We zijn zeventien jaar verder en ik heb die ambitie nog altijd. Oké, ik word in mei 34 en dat voel ik, maar dat lichaam van mij, al bij al, ça va nog.

“Ik heb wat obstakels moeten overwinnen, maar ik denk niet in setbacks. Ik heb pech gehad, zware en minder zware blessures, topsportcontract verloren en privé ook wel wat moeilijke momenten. Toch ben ik altijd positief gebleven. Natuurlijk is mijn carrière er een van ups en downs. Niemand die zeventien jaar aan de top meedraait zal alleen maar rozengeur en maneschijn kennen.”

Er zijn er die minder vaak in de lappenmand lagen en die al lang zijn afgehaakt.

Eline Berings: “Mijn zwaarste momenten waren de twee kruisbandoperaties. De eerste was in 2015, in de aanloop naar de Spelen van Rio, maar in de lente van 2016 was ik weer goed aan het trainen toen diezelfde kruisband opnieuw afscheurde. Blijkbaar gebeurt dat nog. Niet vaak, maar het gebeurt, bij mij dus. (lachje) Rio heb ik gemist en ik heb al bij al twee jaar gerevalideerd.

“Het diepst zat ik na het WK in Londen in 2017. Toen heb ik het er echt uitgegooid. Hoe ik liep op dat WK was niet zo bijzonder, maar dat ik überhaupt liep, nadat ik twee jaar uit was geweest, was op zich al een wonder. Ik heb toen in een interview gezegd dat ik door alles en iedereen in de steek was gelaten. Dat is niet mijn gewoonte, maar het is ook goed om eens te laten blijken dat niet alles altijd loopt zoals je wilt en dat vechten echt wel loont. Ik ben een vechter. Weinigen dachten dat ik zou kunnen terugkeren en enkele dagen voor dat WK was ook nog eens mijn tante overleden, dus ja, dan laat een mens zich al eens gaan.”

Zoals je onlangs een tweet hebt gestuurd richting de internationale atletiekfederatie (IAAF) en haar voorzitter Seb Coe.

“Dat was gecontroleerd stoom aflaten. Ik ga daar ook niet te veel energie aan besteden, want discussiëren en ruziemaken gaat ten koste van je gemoedsrust die je als atleet nodig hebt. Had ik dan geen gelijk dat ik mij even liet gaan? Ik moet punten halen om
op de ranking te stijgen, alleen zitten alle toernooien waar ik punten kan halen al vol en het WK wordt niet verhuisd maar een jaar doorgeschoven.

“Nog zoiets: het EK dit jaar valt twee weken na de Olympische Spelen, begrijp jij dat? Dat is nog nooit gebeurd. Ach, ik zou wel een uurtje of twee kunnen doorgaan over wat er allemaal fout is aan mijn sport, maar dat is dan weer niet goed voor die innerlijke rust. Als ik trainer zou zijn, dan zou je mij wel horen.”

Jij relativeert ook het verlies van een topsportcontract en je begint niet meteen wild om je heen te schoppen.

“Sport Vlaanderen (het vroegere Bloso, HV) heeft na mijn eerste kruisbandoperatie mijn topsportcontract verlengd en toen kreeg ik een jaar later hetzelfde voor. Hebben ze dat contract weer verlengd, drie maanden en dan nog eens drie maanden om dan halverwege de revalidatie van mijn tweede kruisband te zeggen dat het voorbij was. Je bent bijna terug en dan duwen ze je buiten op het slechtst denkbare moment. Rationeel had ik begrip voor hun politiek, emotioneel had ik het er moeilijk mee. Dat ik dan toch nog het WK haalde, zag ik als een revanche, vandaar ook dat interview.

“Vorig jaar was ik opnieuw topsporter onder contract bij Sport Vlaanderen, tot december. Nu weer niet meer. Als ik geen contract heb, kan ik terugvallen op een VDAB-statuut, wat 60 procent van je vorig inkomen betekent. Ik heb een huis af te betalen, de sponsors waren eerder al weggevallen, de kosten zijn gebleven en je doet extra moeite om terug te komen. Het is letten op de kleintjes, maar ik heb geen dure levenswandel. Toch ga je voor het eerst afwegen of het nog de moeite loont: ik heb dat diploma, ik kan psycholoog worden, coach… Ik kan heel veel dingen doen, waarom mezelf nog pijnigen? Voor wie, voor wat? Wel, omdat ik het gevoel had dat ik niet klaar ben. En ik word ook nog gesteund vanuit de atletiekbond, waar ik binnenkort een ambassadrice van word.”

Helpt het jou dat je klinisch psycholoog bent?

“Ja, maar niet dat ik mijzelf continu analyseer. Daarnaast heb ik ook nog twee jaar een postgraduaat sportpsychologie gevolgd en daarbovenop een opleiding MBTI (Myers-Briggs’ persoonlijkheidstypes, HV). Ik weet dat die typologieën kritiek krijgen als toepassing in het normale werkveld, maar als handvat voor coaching in de sport is het een goeie tool.

 

“Ik ben een ENFP-type. De E staat voor extravert, wat wil zeggen dat ik mijn energie vooral uit mijn omgeving haal. De N en F zijn bij mij heel sterk aanwezig. Ze staan voor intuïtie en gevoel: ik kijk naar het grotere geheel en niet zozeer naar de details. Ik wil een visie ontwikkelen en ook niet te analytisch werken. Beslissingen zal ik eerder vanuit een buikgevoel nemen dan met een pro-contralijstje.

“Daarom zeg ik na een wedstrijd: het voelde beter dan die tijd laat uitschijnen. Dat is het bijzondere aan die MBTI: het is niet omdat ik minder analytisch ben, dat ik mijzelf niet moet verplichten om het te zijn. Ik héb analyses nodig in mijn sport om beter te doen dan de laatste keer. Maar ik moet het eerst en vooral voelen.

“De P ten slotte staat voor perceivers, mensen die wel eens durven uitstellen, maar die beter worden onder druk. Ze plannen niet te graag, willen ook geen dwingende structuur, maar houden alle opties open. Dat maakt van mij een kampioenschapsbeest: vraag mij drie dagen voor een kampioenschap of ik zenuwachtig ben, dan antwoord ik: ‘Ja, maar ik vind het geweldig.’

“Ik ben geworteld in de sport en ik heb die studie psychologie en sportpsychologie. Dus ja, dit zou mijn nacarrière kunnen worden. Het is altijd een voordeel als je er zelf middenin stond: relaties coach-atleet, wedstrijddruk, blessures, privéproblemen, je hebt als atleet alles wel eens meegemaakt en je weet hoe je daarmee moet omgaan.”

Zou je het een atleet aanraden om zoals jij zonder vaste coach te werken?

“Dat valt te bezien. Ik ben niet de enige. De Australische Sally Pearson en de Wit-Russische Alina Talay, twee wereldtoppers, doen het ook op hun eentje. Ik weet wat ik doe en uiteraard bekijk ik veel videobeelden. Ik bundel de ervaring van jaren aan een stuk ontelbare keren over die horden lopen en dat pas ik toe op mijzelf. Ik win wel constant advies in bij experts, zoals kinesiste Hanne Pardaens, maar de invulling doe ik volledig zelf.

“Het is nu twintig jaar geleden dat ik op het sintelbaantje van Standaard Gent begon en nog steeds heb ik het gevoel dat ik beter kan.

“Waarom horden en moeilijk doen als het ook plat rechtdoor kan? (lacht) Je zegt het: plat. Misschien wil ik wel per se obstakels in mijn leven. Ik heb een goeie start, maar de 60 of 100 vlak is niet mijn ding, te weinig uitdaging.

“Qua mentaliteit ben ik een hordeloopster. Die dingen staan daar en die trekken mij aan. Wie er niks van kan, springt over de horden, maar wij lopen er echt over: eerst met het aanvalsbeen gestrekt, dan met het bijtrekbeen erover zwaaien en dat alles zo snel mogelijk omdat je snelheid maakt op de grond, niet in de lucht. Iedereen start in acht passen tot de eerste horde en neemt dan drie passen tussen elke horde. In de zweeffase over elke horde overbruggen wij bijna drie meter. Lange mensen hebben het moeilijk met hordelopen; kijk naar Nafi Thiam in haar zevenkamp.

“Ik weet beter hoe het moet dan ik het zelf kan, dat mag je gerust stellen. De uitdaging van de laatste jaren was mijn honderd meter outdoor op het niveau krijgen van mijn zestig meter, en in de zomer van 2018 was ik zover. Ik liep 12.72 en van de eerste pas tot de laatste voelde ik: dat zit hier juist, alles klopt. Dat is een onbeschrijflijk gevoel en dat gebeurt zes keer in een carrière.”

Je doet aan atletiek, de eerste dopingsport, en je traint samen met een Wit-Russische, een prominent dopingland.

“Ik ben ook geschrokken toen ik de documentaire Icarus (Netflix, HV) over dat Russische misbruik heb gezien. Tegelijk troost ik mij met de gedachte dat ik maar zelden het gevoel heb gehad dat ik geklopt werd door vrouwen die vol zaten met testosteron. Ja, die Turkse Nevin Yanit destijds (betrapt in 2013, HV), bij haar zag en wist je van: dit is niet normaal. Ze liep niet eens goed en toch zeer hard. Het verhaal moet kloppen, zoals bij de Wit-Russische Alina Talay, met wie ik vaak samen train. Zij is technisch zo verfijnd, dat is talent. Ik geloof niet dat er een pilletje bestaat om die techniek te ontwikkelen.

“Alina presteert een niveautje hoger dan ik, dus ik ben geen bedreiging. Ik heb mijn winterstage bij haar gedaan, in Minsk, jawel. (lacht) Het kan daar min vijftien zijn, had Alina gezegd. Ik dacht: waar ben je nu aan begonnen, je had in Zuid-Afrika kunnen zitten in de zon. Het was rond het vriespunt en dat voelde minder koud dan nu met die regen in Gent.

“Aparte omgeving, die hal in Minsk. In het begin bekijken ze je wel zo van ‘wie is dat en wat komt die hier doen’, maar na een tijd ben je deel van de topsportersgemeenschap. Juist, in Gent hebben we ook zo’n hal, maar die wordt niet gebruikt als centraal topsportcentrum. Iedereen die iets kan in onze sport, is in z’n eigen hoekje bezig. Als ik ooit iets te betekenen zou hebben in het beleid, is dat het eerste wat ik zou veranderen.”

Vorige zomer op het BK werd je geklopt door Nafi Thiam en dat was nieuws.

“Ja, het was zelfs een vraag: hoe voelt het om geklopt te worden door Nafi Thiam? Ik heb toen toch even de zaken geduid. Dat ik na mijn knieblessure weer veel last had van een opspelende achillespees, dat ik eigenlijk op één been liep en als ik op twee benen had gelopen, dat Nafi drie meter achter mij was geëindigd. Er is toch wel een heel groot verschil in onze persoonlijke records op de horden.

“Erkenning door de media is nooit mijn doel geweest. Anderzijds mis ik wel nuance in de benadering. Begrijp mij niet verkeerd: Nafi Thiam is absolute wereldtop in wat ze doet, maar niet in wat ik doe. Ik doe niks af van haar prestaties, integendeel, maar het is jammer dat journalisten de prestaties van individuele atleten niet altijd even goed naar waarde schatten.”

Opmerkelijk hoe jij vooruitdenkt en -kijkt.

“Ik leef niet in het verleden. Ik zou kunnen zeggen: ‘Ik ben Eline Berings, ik ben Europees kampioene geweest.’ Dan lieg ik niet, maar het is wel elf jaar geleden. Ik denk dat ik meer ben dan dat. Mijn sport is mijn passie; ik word er gelukkig van. Ik ben ook op een punt aanbeland dat ik heel veel nadenk over die topsport en hoe het nog beter kan.

“Neem nu al die topprestaties de voorbije jaren. Dat is geen generatieverhaal, maar heeft te maken met een verbeterd topsportklimaat. Sport Vlaanderen moet nu meer toptalenten ondersteunen, met ongeveer hetzelfde budget, en ze hebben al laten vallen dat ze misschien de lat bij de top acht van de wereld zullen leggen.

“In atletiek zou dat dramatisch zijn. Top acht in de wereld betekent nog hooguit twee atleten met een topsportstatuut. Er zijn wereldwijd maar een handvol atleten die jaar in jaar uit top acht van de wereld halen. Er moet ruimte zijn, zeker in een mondiale sport als atletiek, om af en toe een minder seizoen te draaien. Kunnen falen om te kunnen winnen, het klinkt misschien raar, is van cruciaal belang in topsport.

“Wij hebben nog steeds geen centrale trainingsstructuur, zoals de Nederlanders met Papendal. Die hebben hele trainingsgroepen die elkaar beter maken. Ons succes is het gevolg van individuele projecten: Thomas Van Der Plaetsen wordt gecoacht door zijn broer en woont in Zuid-Afrika of zo goed als. De Borlées is een familiebusiness. Ik ben ook een eenmansproject, terwijl ik altijd graag had willen worden opgevangen door een structuur. Het is waarschijnlijk niet eens duurder zoals de Nederlanders het doen.”

Zien we jou op de Spelen in Tokio deze zomer?

“Zoals het nu gaat, ben ik dat haast zeker. Of ik moet 12.84 lopen of mij kwalificeren via de ranglijst. Zoals ik eerder uitlegde, is dat een probleem omdat ik nergens in indoortoernooien binnengeraak. Oké, als ik een paar keer 13 rond loop, sta ik hoog genoeg. Vorig jaar heb ik op een half been 12.97 gelopen met net iets te veel rugwind, dus dat mag geen probleem zijn.

“Daarom heb ik mijn tegenslag gerationaliseerd: geen indoor, oké, dan maar alles op een goede voorbereiding voor de outdoor. Ik heb een maand meer om volume te trainen en ik denk aan een lange stage in de VS, ergens waar het goed weer is – in de buurt van Florida – en waar ze een horde- en sprintcultuur hebben.

“Wat die cultuur inhoudt? Bijvoorbeeld dat ze altijd trainen en wedstrijden lopen met de wind mee. Ja echt, ze hebben daar start, aankomst, uitloopzone en tijdopname in de beide richtingen. Met rugwind, zelfs met te veel wind, is een voordeel, omdat je locomotorisch dat gevoel van snelheid traint. Ik ben het nog aan het uitzoeken. Ik denk dat ik eens naar Jacques Borlée zal bellen.

“Of het eindstation de Olympische Spelen in Tokio wordt, daar ben ik niet uit. Ik bekijk het in projecten. Ik stop als ik tot de vaststelling kom dat ik geen goesting meer heb. Als het vat af is, is het goed geweest.”

 

20200208_De-Morgen_p-70_-Misschien-wil-ik-wel-obstakels-in-het-leven–all-mail