Column Belgische fenomenen in De Morgen van maandag 27 februari 2023

Belgische fenomenen

Het is al vaker voorwerp van studie geweest waarom een land lange periodes uitblinkt in bepaalde sporten. De ene keer wordt aan ‘nature’ gedacht, zoals bij de Oost-Afrikaanse langeafstandslopers of de West-Afrikaanse (en hun afstammelingen) sprinters. De andere keer is er een duidelijke link met de geografische ligging van een land. Denk in dat verband aan de alpijnse sporten in de Alpen-landen en wintersporten in noordelijke landen. Toch volstaan fysieke voorbestemdheid en geografie niet zonder voedingsbodem voor dat talent en zonder een prestatiecultuur (‘nurture’).

En zo blijft het verbazen hoe dit land steeds weer wielertalent produceert. België heeft geen geografisch voordeel, waardoor wij massaal zijn gaan wielrennen. In het noorden is het plat en in het zuiden liggen bobbels, geen bergen. En overal in het land (zuid, noord en centrum) rijden auto’s fietsers in de prak omdat onze wegeninfrastructuur totaal ongeschikt is.

De Belgische wielrenner (m/v/x) heeft ook geen fysiek voordeel. Wij zijn niet extra lang en niet superklein, ook niet extra zwaar gebouwd en zeker niet overdreven licht. Wij zijn het gemiddelde van Europa en wielrennen is toevallig onze passie.

Afgelopen weekend werd de landelijke fietsobsessie nog twee dimensies rijker. Lotte Kopecky won als eerste Belgische vrouw de Omloop Het Nieuwsblad, een wedstrijd van het hoogste niveau (WorldTour). Bijna iedereen hield al van Lotte, na zaterdag doet iedereen dat. Haar knuffelgehalte ligt niet alleen oneindig veel hoger dan dat van haar voorgangster Jolien D’hoore, ze is de voorbije twee jaar uitgegroeid tot de beste Belgische wielrenster aller tijden.

De impact van D’hoore op het wielrennen moet daarmee niet worden geminimaliseerd. Zij was het stichtend voorbeeld en effende het lichtend pad voor een generatie jonge vrouwen die de weg naar de koersfiets vonden. Bovendien heeft ze nog een streepje voor op Kopecky, want in het bezit van een olympische medaille sinds 2016.

Kopecky heeft dan weer hele grote wedstrijden als de Strade Bianchi, Ronde van Vlaanderen en nu ook de Omloop gewonnen, grossiert in medailles op de baan en miste op een haar na de regenboogtrui op de weg. Ze kon eerst sprinten, vervolgens leerde ze klimmen en nu heeft ze ook geleerd alleen binnen te komen.

Ze vertrok met veel bravoure op de Muur en hield stand tegen de rest van de wereldtop (die niet in haar ploeg zit). Dat alles na een turbulente herfst met een trainerswissel en een relatiebreuk (met haar trainer), waarin ze afgelopen winter ook nog eens 3,5 kilo afviel. Dat was heftig, te heftig voor de meesten. Geen betere therapie dan winnen.

Een uurtje of wat vóór Kopecky in Ninove op de Elisabethlaan over de streep bolde, werd Arnaud De Lie er tweede in een machtige sprint bergop. Kopecky is een topper, maar wel al 27. De Lie, nog maar 20, is nu al een topper.

Eergisteren kwam hij in een haakse bocht aan de zijkant van het peloton ten val door een schuiver, bezeerde zijn knie en reed dan in zijn eentje een gat van meer dan een halve minuut dicht op het peloton, dat er net de pees op had gelegd. “Met dank aan mijn ploegmaats”, zei hij achteraf. Het zou kunnen dat ze hem het laatste stukje hebben geholpen, maar de meeste seconden reed hij gewoon zelf dicht, met dank aan ‘zijn poten’.

Nooit zo’n atypische wielrenner gezien als De Lie. Hij heeft de bouw van een rugbyspeler. 1,82 meter op papier, maar dat zou je de bonk in hem niet aangeven. Die 77 kilo dan weer wel. In om het even welke ploeg zouden ze er dan snel tien willen afkrijgen, maar misschien is dat gewicht juist zijn kracht.

Er bestaan foto’s van hoe hij de Muur van Geraardsbergen (de Kapelmuur, jawel) naar boven reed op de grote plateau. Wie goed keek, kon zien dat hij achteraan nog een kroontje over had. Slim is dat niet, zo’n schuine kettinglijn, en voor hetzelfde geld loopt het mis met die trage omwentelingen en dat gedokker op die vreselijke kasseien. Anderzijds zegt het alles over de ruwe diamant Arnaud De Lie, bijgenaamd de Stier van Lescheret, deelgemeente van Vaux-sur-Sûre.

Hoe ze het daar doen, het is een raadsel, maar net nu de ene Ardennees heeft besloten om te stoppen staat er een andere op. Philippe Gilbert zit tegenwoordig op de motor namens Eurosport, De Lie verbaast week na week het peloton en hij is twintig. België heeft nu twee fenomenen in het peloton. Zo’n wielerrijkdom, dat is geleden van de tijd van Roger en Eddy.

Column Koers! in De Morgen van zaterdag 25 februari 2023

FC Koers!

Waarom zijn wij met zijn allen, of althans dezen die er gek van zijn, zo bezeten van die sport? Waarom kondigt Het journaal van donderdag bij het begin een item aan over campers die langs de weg staan van een koers die pas twee dagen later passeert? Is het geen stompzinnigheid dat meer pagina’s worden besteed aan het openingsweekend in het wielrennen dan aan de grote problemen waarmee deze wereld te kampen heeft?

Ik moet bekennen dat ik mij de laatste week heb gelaafd aan alle voorspellingen, voorafinterviews en specials. Ik heb zelfs de speciale openingsweekendkoerspodcast van De tribune beluisterd via de koptelefoon terwijl ik het eerste onkruid in de tuin weghaalde. Onkruid en koers, ze vallen ons samen op het dak, elk jaar weer.

Dat gedoe in San Juan, onderaan in Europa, of nog erger wielrennen in de Emiraten natuurlijk; dat zijn dingetjes vooraf, die tellen niet. Voor Vlamingen begint de koers met de Omloop. Ooit de Omloop Het Volk, later de Omloop Het Nieuwsblad. In geen sport is de verwevenheid van media en organisaties zo groot als in het wielrennen.

De grootste wedstrijd in die sport is zelfs ontstaan omdat een nieuwe krant een publiek wilde bekoren. U kent dat verhaal niet? Welaan.

Le Vélo was eind negentiende eeuw de sportkrant van Frankrijk tot de hoofdredacteur Pierre Giffard een standpunt innam pro Dreyfus in de gelijknamige zaak van landverraad. Fervent Vélo-lezer graaf Jules-Albert de Dion achtte Dreyfus wel schuldig en was voor dat standpunt in die krant zo in zijn gat gebeten dat hij prompt L’Auto-Vélo in het leven riep. Dat was in 1900, maar in 1903 haalde hij bakzeil. Le Vélo mocht niet in de naam van de nieuwe krant.

Dan maar L’Auto. Probleem: niet autorijden, wel wielrennen was op dat moment de belangrijkste sport. Waarop iemand met het idee kwam om met de krant een zesdaagse op de weg te organiseren en de Tour de France was geboren. De eerste directeur van L’Auto(- Vélo) was Henri Desgrange, bekend van de prijs voor de eerste renner op/over de hoogste top van de jaarlijkse Tour.

Om de petite histoire te beëindigen, nog dit. Kapitein Alfred Dreyfus werd gerehabiliteerd in 1908. Eind 1944, een oorlog later dus, is L’Auto moeten stoppen met verschijnen omdat de krant had geheuld met de bezetter. Twee jaar later zou L’Équipe uit die as verrijzen.

Waarom deze gratis geschiedenisles? Omdat dit een licht werpt op die verwevenheid van koers en media. Zonder krant, of in dit geval een hele mediagroep als betrokken partij, zouden nooit heelder pagina’s en bijlages worden gevuld over een wielerweekend waarin de beste renners van deze planeet niet aan de start staan. ‘De koers is van ons’ beweert Mediahuis namens zijn Het Nieuwsblad. Of ze daarmee bedoelen dat de koers van hen is, of in het algemeen van ons (Vlamingen), het zal wel van allebei een beetje zijn, maar het had wel een effect.

Bijvoorbeeld op de andere grote mediagroep die inzet op sport, DPG Media met Het Laatste Nieuws en VTM, die niet konden achterblijven in het opbod. En zo komt het dat u en ik warm zijn gemaakt voor twee koersen die binnen een normale sport nooit op dit tijdstip in deze streek zouden worden georganiseerd.

Atleten die in de winter in aangename temperaturen trainen, vervolgens in het Midden-Oosten of in Argentinië in de zon koersen, terughalen om hier bij net geen vrieskou of in de regen rondjes te laten rijden, dat doet geen enkele andere sport haar protagonisten aan.

Wat het belang is van het openingsweekend, daar zijn de meningen over verdeeld, maar elke discussie is zinloos. Als een wielercarrière een doos is met daarin spullen, dan is zowel de Omloop als Kuurne-Brussel-Kuurne de noppenfolie die de waardevolle dingen in de doos op hun plaats moeten houden: palmaresvulsel, zonder echte grote prijzen toch maar verpakte lucht.

Dat zal u tijdens een rechtstreekse uitzending op televisie niet horen, maar daarom is het goed om ook naar de podcast te luisteren met diezelfde kenners. Daar werd dat ook gezegd: in wezen doet dat openingsweekend er niet toe. Het draait om de monumenten en de grote rondes, de Tour op kop.

De beste renners van het moment zijn er vandaag en morgen niet bij. Geen Wout van Aert, geen Mathieu van der Poel, geen Remco Evenepoel en ook geen Tadej Pogacar. Dat is overigens helemaal niet erg. Er zal geen mens minder voor de buis zitten (misschien wel zondag als het mooi weer wordt), er zal geen camper minder langs het parcours staan en de winnaar zal op het schild worden gehesen als een triomfator voor wie het seizoen niet meer kapot kan.

Column FC Fraude in De Morgen van maandag 20 februari 2023

FC Fraude

Eergisteren kreeg Manchester City na een dominante vertoning bij Nottingham Forest zoals wel eens vaker gebeurt alsnog in het wedstrijdeinde het deksel op de neus. Een gelijkspel en geen overwinning, naaste concurrent Arsenal die wel won en nu virtueel vijf punten voorsprong heeft, neen, een goed weekeinde was het niet voor City en dat in een ook niet al te beste maand.

Fan van de speelstijl van Pep Guardiola? Jawel. Fan destijds van Vincent Kompany? Ook. Bewonderaar van de actieradius en vista van Kevin De Bruyne? Reken maar. Toch viel bij het doelpunt van Chris Woods hier ten huize een gilletje van opwinding. En niet omwille van die grootheid uit mijn jeugd – We’ve got the whole world in our hands – Nottingham Forest.

Dat behoeft een verklaring. Pep, Vince en Kevin (en neem daar maar die Haaland en co. bij) mogen dan nog van het beste leveren wat er op de grasmat te zien is (was), het spel mag dan nog begeesteren, de club Manchester City is een kanker voor het voetbal en bij uitbreiding de sport. Zes titels won City sinds 2012. Wellicht zes keer door fraude.

Bij fraude in de sport denkt iedereen aan omkoping, de meest directe vorm van bedrog. Maar er is ook medicinale fraude (doping), mechanische fraude (in deze context niet van toepassing), spelregelfraude (schwalbe), fysieke fraude (zware overtredingen) en ten slotte is er ook financiële fraude. Het staat als een paal boven water dat dit het verhaal is van Manchester City: triomfen behaald door fraude, prijzen gekocht met bergen geld.

Manchester City heeft de boel belazerd, dat is al jaren bekend. In 2014 had City al een verlies van 180 miljoen euro in de laatste twee seizoenen, ver boven het toen toegestane bedrag van 45 miljoen euro. De UEFA hing aan de alarmbel en drong aan op een boete.

De voorzitter van City, Khaldoon Al Mubarak, stak zijn middenvinger op naar de UEFA en zei dat hij nog liever miljoenen zou geven aan de vijftig beste advocaten om de UEFA tien jaar lang voor de rechter te slepen. Onder impuls van toenmalig UEFA-secretaris- generaal Gianni Infantino kwam het tot een akkoord dat volgens de onderzoekscommissie veel te gunstig was voor City en de eigenaars in Abu Dhabi. Twee jaar later zat Infantino bij de FIFA en ontwikkelde hij een grote voorliefde voor de Golfstaten.

Een dag voor dat vreemde akkoord werd gefinaliseerd, overleed de voorzitter van de Club Financial Control Body van de UEFA. De clubadvocaat mailde daarop zijn bestuurders: “One down, six to go.” Die ene ‘down’ was Jean-Luc Dehaene. Hij zou later worden opgevolgd als ‘chief investigator’ door Yves Leterme, die zich ook op het City-dossier gooide.

Op 15 februari 2020 resulteerde dat in een nieuwe straf: uitsluiting van twee jaar voor Europese competities en 30 miljoen euro boete. City trok naar het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) in Lausanne en kreeg gelijk. Er volgde een kleinere boete en Europees voetballen was geen probleem. Bij de publicatie van het arrest bleek dat de zwaarste feiten ten laste van City – financiële fraude en oppompen van de sponsorinkomsten – al waren verjaard.

Februari 2023 dan. Enter de Premier League, die hun eigen Profitability & Sustainability Rules hebben, een Engelse financiële fair play. Hun aanklacht is ongezien zwaar, met in totaal honderd beschuldigingen van fraude. De inbreuken betreffen de seizoenen van 2008/09 tot 2017/18. Over de seizoenen na 2018 zegt de Premier League dat City weigerde mee te werken of valse informatie verschafte.

Aanklacht 1: inaccurate financiële informatie. Aanklacht 2: salarissen niet integraal aangegeven. Aanklacht 3: inbreuken tegen UEFA’s financial fair play-regels, tegenwoordig UEFA Financial and Sustainability Regulations geheten. Aanklacht 4: inbreuken tegen de Profitability & Sustainability Rules van de Premier League. Aanklacht 5: weigeren mee te werken aan het onderzoek.

Dat is zware kost. Vier jaar lang heeft de Premier League naar de rekeningen van City gekeken. Bovendien kunnen de originele bronnen – gehackte mails van Football Leaks – niet worden verworpen, kan City deze keer niet naar het TAS en zijn verjaringstermijnen niet van tel. Straffen kunnen gaan van een flinke boete over puntenaftrek tot verplicht zakken.

Het dossier Manchester City is de lakmoesproef voor de Premier League om te bewijzen dat ze haar zaakjes zelf kan regelen en er geen onafhankelijke regulator moet komen om het Engelse voetbal binnen de lijnen te laten kleuren. Daarom worden flinke straffen verwacht. Wie verder kijkt dan zijn voetbalneus lang is, kan alleen maar hopen op de zwaarste straf: degradatie.

Column Zwart geld in De Morgen van zaterdag 18 februari 2023

Zwart geld

onkundige en rancuneuze sportminister die Vlaanderen ooit heeft gehad. Hij kreeg tot overmaat van ramp twee tour of duty’s, maar dat is een andere kwestie. Voetbal Vlaanderen kwam er met veel tegenzin omdat de nationale koepel KBVB – in 2008 lang niet zo rijk als nu – niet langer blind kon blijven voor de vele honderdduizenden euro’s die Anciaux voor een Vlaamse voetbalstructuur over had.

Aanvankelijk heette het lelijke eendje Voetbalfederatie Vlaanderen (VFV). Die werden vervloekt door de andere sporten, want de even grote financiële taart werd verdeeld op basis van ledenaantallen. Bovendien was van een echte opsplitsing in taalvleugels ook geen sprake. De nationale koepel bleef de maat der dingen tot en met eerste klasse amateurs, de vroegere derde klasse.

Edoch, zoals dat gaat met lelijke eendjes, worden die heel af en toe mooie zwanen. Dat laatste is een lichtelijke overdrijving, maar
het staat als een paal boven water dat Voetbal Vlaanderen (de naam vanaf 2015) vandaag een toegevoegde waarde is binnen het Belgisch voetbal, al was het maar voor wat ze betekent in de opleiding en de jeugdwerking. De samenwerking met de nationale koepel lijkt ook goed, al houdt de buitenstaander hier het best wel een slag om de arm.

Voetbal Vlaanderen is niet blind voor de mistoestanden in het Belgisch voetbal. Het spreekwoordelijk gezegde wil dat de vis rot vanaf de kop. Welnu, de voetbalvis is daarop een uitzondering, want die is rot aan de kop (profvoetbal), in het midden (amateurvoetbal) en zelfs aan de staart (recreatief voetbal). Voetbal Vlaanderen wil nu de betalingen in de lagere reeksen onder het profvoetbal aanpakken.

Toen de nieuwe bepalingen eerder deze week bekend raakten, werd gefocust op het ‘maximumbedrag van 4.500 euro’. Veel te laag, aldus enkele ervaringsdeskundigen, waarmee ze nog maar eens bewezen dat voetbal niet noodzakelijk onder de meest intelligente medemensen rekruteert, niet in de tribunes en niet in het veld. Begrijpend lezen, je kan er niet genoeg uren aan besteden.

Er is géén maximumbedrag, want dat is wettelijk niet toegestaan in de Europese Unie. Er is alleen die 4.500 euro als grens. Boven dat bedrag moet je sociale lasten betalen als ontvanger van dat bedrag en als betaler van dat bedrag.

Volgens Voetbal Vlaanderen moet dat het einde betekenen van betalingen onder tafel. “Het is dan zwart op wit duidelijk wat kan en wat niet kan.” Dat laatste is helemaal juist, maar dat was voordien ook al duidelijk. Vergoedingen betalen aan doordeweekse sjotters zonder dat die onderworpen zijn aan bedrijfsvoorheffing en/of sociale lasten was altijd al verboden.

Overigens is die 4.500 euro een vrij hoge grens. In Nederland gaat het om 1.700 euro, en als je daar de verhalen erop naleest van hoeveel een amateurvoetballer kan verdienen, dan wijzen die allemaal naar België als het paradijs.

Het is goed dat er een wettelijk kader wordt gecreëerd voor betalingen in het amateurvoetbal, maar of dat ineens de zwarte geldstromen zal doen opdrogen? Voetbal Vlaanderen moet ons toestaan daar serieus aan te twijfelen. De bron van het zwart geld blijft. Dat is de economie zoals wij die organiseren (of niet), dat is de plaatselijke neringdoende die niet voor alles een factuur uitschrijft.

Die blijft met zwart geld zitten, en zolang die zich in het lokale voetbal aanzien wil verschaffen, zal niks veranderen aan zijn onweerstaanbare drang om die ene goede speler van tien kilometer verder te overhalen om voor hem te komen spelen. Desnoods boekt hij hem een reisje of twee, of koopt hij hem een auto, of verbouwt hij het huis voor een zacht prijsje. Zwart geld is als bloed, het kruipt waar het niet gaan kan.

Zoals alles in dit land van kantjesaflopers staat of valt elke maatregel met gerichte controle. De suggestie van fiscaal expert Michel Maus om het meldpunt voor discriminatie en racisme ook open te stellen voor excessen op fiscaal vlak is een te overwegen piste. Dat heet verklikking, klopt, maar niet alle verklikking is verkeerd. Maus pleit ook terecht voor sportieve sancties.

De reacties waren voorspelbaar: overdreven, belachelijk, te laag, te hoog. Dat bewijst het nut van de maatregel. Er is ook een niet te versmaden afgeleid effect van meer controle op vergoedingen in lagere reeksen. Jonge talentrijke spelers die best eens hogerop hun kans zouden wagen, zullen niet meer worden verleid om in ruil voor enveloppen met zwart geld twee reeksen onder hun niveau te blijven hangen.

Column Rassporters in De Morgen van maandag 13 februari 2023

Rassporters

Afgelopen nacht is Super Bowl nummer 57 gespeeld. De National Football League is de meest evenwichtige van alle sportcompetities op deze sportplaneet. In de laatste tien jaar zijn acht verschillende teams kampioen geworden. Het basisrecept voor competitief evenwicht is simpel: een strikte toepassing van de loonnorm, ook wel salary cap of salarisplafond genoemd.

Super Bowl LVII gaat de geschiedenis in als de eerste seizoensfinale waarin twee quarterbacks met zwarte genen tegenover elkaar staan. Voor de meeste media was dat de aanleiding om de historische achterstand van zwarten op leidinggevende posities in het veld nog eens onder de aandacht te brengen.

De New York Times ging terug tot 1969 om ene Onree Jackson op te voeren die nooit een wedstrijd heeft gespeeld omdat hij als quarterback niet wilde wisselen van positie. Hij werd deel van – aldus de NYT – ‘een verloren generatie van zwarte quarterbacks’.

In 1968 mocht voor het eerst een zwarte quarterback aan een NFL-wedstrijd beginnen. Zes jaar later kon een zwarte QB voor het eerst een play-offwedstrijd winnen en het was wachten tot 1988 vooraleer de zwarte Doug Williams een Super Bowl kon winnen met de Washington Redskins (tegenwoordig de Commanders na klachten over culturele toe- eigening). In de daaropvolgende 34 edities zouden Russel Wilson en Patrick Mahomes hem dat nadoen. Mahomes staat nu weer met Kansas in de finale.

Quarterbacks zijn de spelverdelers, de uitvoerders van tactiek. Geen sport met zoveel verschil in posities als het American football. Zo zijn er spelers die met pensioen gaan en misschien op training ooit wel eens dat ei vast hadden, maar in een wedstrijd in hun hele carrière nooit een bal hebben aangeraakt.

De quarterback daarentegen is in elke actie betrokken en dirigeert op aanwijzingen van de zijlijn het spel. Hij moet alle tactische concepten in zijn hoofd prenten en de spelsituaties supersnel ontleden. En laat dat nu net te ingewikkeld zijn voor het zwarte brein, aldus lang de mantra in de conservatieve wereld van het American football.

Er is iets van en er is niets van. Voor u een verzoek tot cancelling van deze rubriek indient, leest u vooral verder. Eerst ‘er is niets van’. Natuurlijk is een zwarte speler niet dommer dan een blanke, witte of welke huidskleur dan ook. In basketbal of de tweede moeilijkste sport die de mens heeft uitgevonden – ijshockey is de moeilijkste – zijn zwarten al sinds de jaren tachtig de maat der dingen.

En nu ‘er is iets van’. Het is niet omdat er geen raciaal verschil is in ruimtelijk inzicht, snelheid van denken en handelen en onthouden van tactieken, dat er geen raciaal verschil is. Tussen de Amerikaanse kindjes die op hun zevende – soms zelfs op hun vierde – met het contactloze flag football beginnen zal er nog niet te veel onderscheid zijn, maar de selectie is dan al aan de gang.

Rond hun veertiende gaan ze het tackle football in en wordt de fysieke component ineens doorslaggevend. Er zijn genoeg studies die uitwijzen dat zwarte atleten van West-Afrikaanse origine gemiddeld sneller, beweeglijker en krachtiger zijn dan hun blanke collega’s. Dat betekent dat aan het einde van de klokcurve – waar de topsport rekruteert – meer zwarte atleten overblijven.

Zwarte atleten worden automatisch op posities gezet waar hun superieure fysieke kwaliteiten boven komen drijven. Als ze beweeglijk en snel zijn, worden het wide receivers of corner backs die diep moeten lopen en de door de QB gegooide bal proberen vangen. Als ze fors zijn, worden ze offensive linemen of defensive tackles. Zijn ze beweeglijk, handig, maar niet zo snel in het lopen, dan worden het vaak quarterbacks.

Je kan dat kortzichtig noemen van de opleiders en dat is het voor een stuk, maar opleiders worden afgerekend op resultaten en volgen vaak de kortste weg naar succes. De laatste jaren wordt gelukkig op een andere manier naar kwaliteit gekeken en wordt vooral op een andere manier opgeleid.

Vergelijk het gerust met voetbal. De beste spits ter wereld meet 1m94. Nog niet zo heel lang geleden was Erling Haland omwille van zijn fysieke capaciteiten achterin gezet.

Misschien dat Patrick Mahomes voor een doorbraak heeft gezorgd. In 2020 tekende hij het grootste NFL-contract aller tijden: een half miljard dollar voor tien jaar. Dat was twintig jaar geleden ondenkbaar, precies zoals het ondenkbaar was dat de zwarte NBA vandaag wordt gedomineerd door twee witter dan witte Balkan-boys. Nikola Jokic uit Servië tekende het zwaarste contract aller tijden. Hij is de MVP van de laatste twee seizoenen. Veel kans dat ene Luka Doncic uit Slovenië hem in april opvolgt als de beste speler van de competitie.

Column MJ vs LBJ in De Morgen van zaterdag 11 februari 2023

MJ versus LBJ

Bij een lezing deze week vroeg een toehoorder wat ik vond van de hitsigheid en kortzichtigheid waarmee tegenwoordig wordt bericht. Er was geen kamer meer vrij in de buurt van Sint-Pieters-Leeuw, anders had ik tot ver voorbij middernacht kunnen doorgaan.

Een dag later kregen we een mooi voorbeeld. LeBron James, LBJ voor de vrienden, had in zijn twintigste seizoen het puntenrecord van Kareem Abdul-Jabbar verbeterd en plots wierpen de media de vraag op of James voortaan niet de grootste basketbalspeler aller tijden was. Niet-kenners, van wie het historische besef begint bij het ontstaan van TikTok en Instagram, vonden van wel. Kenners bleven genuanceerd of gingen vol voor Michael Jordan.

Wat een heiligschennis. De vitruviaanse man van het basketbal zomaar vergelijken met een gewone sterveling, dat verzin je toch niet? Michael Jordan overstijgt alles en iedereen in de sport. Hij is de maat der dingen, of zoals NBA-baas David Stern ooit sprak toen hij Jordan weer eens een prijs overhandigde: “You are the standard by which excellence is measured.”

Om het verschil tussen beide heren een beetje te duiden: LBJ brak het record van Abdul-Jabbar in een wedstrijd tegen Oklahoma. Die wedstrijd verloor hij. Dat zou Jordan nooit zijn overkomen. Als die een feestje wilde bouwen en wilde winnen, dan won hij.

The Sporting News had na de wedstrijd alle statistieken van de twee op een rijtje gezet. Jawel, James heeft meer punten gescoord dan Jordan. Maar Jordan heeft drie punten gemiddeld meer gescoord per wedstrijd in het reguliere seizoen en gemiddeld vijf punten meer per wedstrijd in de play offs. James was één keer topscorer van de NBA, Jordan tien keer en dat tegen verdedigers die in die tijd veel meer mochten.

Jordan moest veel meer dan James tegen versterkte defensies optornen, in de fysieke slopende isolation plays met hemzelf aan de ene kant van het veld en de rest aan de andere kant. Soms kreeg hij twee (double team) of drie (triple team) verdedigers op zijn dak. Detroit Pistons schreef zelfs een tactisch handboek om hem te stoppen, The Jordan Rules.

De topscorer Jordan is ook als beste verdediger van de competitie gehuldigd. Uiteraard nam James, die acht centimeter langer is en op een andere positie speelt, meer rebounds dan Jordan, maar die heeft dan weer in de helft minder gespeelde wedstrijden haast evenveel block shots. James loopt bijna vierhonderd steals achter op Jordan.

James speelde in vier teams (drie verschillende want hij keerde terug naar Cleveland), duidelijk met de bedoeling om titels te winnen. Dat lukte niet te best. Hij haalde tien finales en won er daarvan maar vier.

Jordan begon bij Chicago Bulls, stopte anderhalf jaar en keerde terug bij Chicago Bulls. Hij speelde zes finales en won ze alle zes. Discussie gesloten: er was nooit een betere clutch player, money-time player, hoe je het ook wilt noemen, nooit een betere basketbalspeler, nooit een grotere sporter met meer impact dan Michael Jordan.

Dat de NBA niet afkerig is van de vraag of LeBron James de grootste aller tijden is, heeft dan weer te maken met hun moeilijke relatie met Michael Jordan. Die heeft al heel snel zijn eigen rechten opgeëist en verschijnt haast nooit in NBA-uitingen. Het wekte zelfs verbazing dat hij vorig jaar kwam opdagen bij de 75ste verjaardag van de competitie.

James is veel toeschietelijker en heeft een betere relatie met de pers. Hij past ook in het hedendaagse tijdsbeeld van atleten die zich engageren voor de gemeenschap. In dat opzicht is James wel de grootste. Geen topsporter die meer doet voor de minderbedeelde medemens dan LBJ. Zijn scholen zijn exemplarisch voor zijn onverdroten inzet en hij heeft nooit nagelaten Colin Kaepernick (de knielende American footballspeler) te steunen, evenals de Black Lives Matters-beweging.

Dat moest je Jordan niet vragen. “White folks buy sneakers too”, zou die hebben geantwoord, zoals hij destijds “Republicans buy sneakers too” zou hebben gezegd. Zou, want in de documentaire The Last Dance zette hij die uitspraak weg als een cynisch grapje. Dat kan kloppen, want Jordan stamt uit de tijd dat ironie en cynisme nog konden.

Bij de historische wedstrijd zat Phil Knight courtside, naast de zoons van LeBron James. De founding father van Nike was er als eerbetoon aan James. Als je het hem zou vragen wie nu de GOAT is, reken maar dat hij voor Michael Jordan zou gaan. Jordan heeft de NBA gemaakt, Nike gemaakt, en als Knight en James miljardair zijn, dan hebben ze dat in de eerste plaats te danken aan Jordan (ook miljardair).

Column Braindrain in De Morgen van maandag 6 feb 2023

Braindrain

Ik heb te doen met de crossfanaten die gisteren naar een WK keken waar de regerende wereldkampioen niet aan meedeed omdat
het niet paste in zijn programma. Een Nederlander die geen Nederlands kampioen is geworden, omdat het NK niet paste in zijn programma, heeft gewonnen van een Belg die geen Belgisch kampioen is geworden, omdat het BK niet paste in zijn programma en die rijdt voor een ploeg die crossen als een hobby ziet.

Maar nóg meer heb ik te doen met de vele voetballiefhebbers die dit weekend weer massaal – met zo’n honderdduizend is dat – naar de stadions zijn afgezakt om daar hun favoriete club aan te moedigen in de hoop dat die zo hoog mogelijk eindigt of, in het slechtste geval, niet zakt.

Zo heb ik te doen met de Genk-supporters. Die zijn dinsdagavond al van hun wolkjes gevallen toen ze topscorer Paul Onuachu halfweg het seizoen zagen vertrekken naar Southampton, waarna een dag later hun clubje bijna met 2-1 verloor. Dat was bij Eupen, waar haast niemand nog verliest. Het werd met een VAR-momentje in extremis 1-1, maar toch ineens twee punten verloren op de concurrentie voor de titel.

De eerste concurrent is Union Saint-Gilloise. Ook met die fans heb ik te doen. Die zagen na hun wonderseizoen vorig jaar al hun eerste topaanvaller Denis Undav vertrekken en zijn zeven maanden later ook hun tweede topaanvaller Dante Vanzeir kwijt. Nog wel aan de Major League Soccer.Nog meer heb ik te doen met de Gent-supporters die zich de voorbije weken nauwelijks konden verwarmen aan het spel van hun team, maar met Ibrahim Salah de illusie hadden dat er nog een sprankeltje creativiteit in de ploeg zat. Salah is dinsdag in het holst van de nacht vertrokken naar Rennes en dat terwijl hun team op een zucht van play-off 1 staat en alle talent kan gebruiken.Hetzelfde geldt voor het vertrek van Nicolas Raskin en Selim Amallah bij Standard. In de plaats kwam een jeugdproduct van Club. Verder heb ik medelijden met de jeugdopleiders van diverse clubs die grote talenten als Senne Lammens, Ameen Al-Dakhil, Noah Stassin, Joyeux Masanka (straks), Noah Mbamba, Arne Engels, Mika Godts, Sekou Diawara en ten slotte Julien Duranville moesten afgeven, allemaal nog voor ze van de voetbalpapfles af zijn.

Januari 2023, de grootste braindrain ooit.

Daarom gaat mijn oprechte deelneming uit naar de fans van Royal Sporting Club Anderlecht. Die zagen niet alleen hun grootste jeugdtalent andere oorden opzoeken, ze kregen een bejaarde Algerijn als versterking van het A-elftal.

Oudere fans zullen zich nog wel herinneren hoe Anderlecht altijd alles kreeg wat het wilde. Misschien weten ze zelfs nog hoe in
de zeventiger jaren twee van de beste spelers van de beste nationale ploeg van de wereld (Nederland) gewoon bij Anderlecht speelden.Of hoe later de club de eerste optie was voor elke buitenlander, maar ook binnenlander. Zelfs al speelde die bij Club Brugge en gold die als het grootste talent, als Constant Vanden Stock zijn portemonnee trok hadden Robbie Rensenbrink of Marc Degryse geen andere optie dan richting Brussel te trekken.

Als een leeuw stond RSC Anderlecht boven aan de voedselketen van het voetbal. Als dit een natuurdocumentaire was, dan is het vandaag de opgejaagde muis in een weide met boven haar buizerds en valken. Vandaag wil niemand nog naar Anderlecht en als
ze dan toch een vreemde vogel op het oog hebben, presteert die het om doodleuk eerst zijn medische tests in Brussel te doen en daarna samen met zijn makelaar richting Genk te rijden. Nooit is Anderlecht meer te kakken gezet dan afgelopen dinsdag.Inmiddels lachen ze in Antwerpen en Brugge in hun vuistje. Jawel, meer vertrekkers dan aankomers, maar geen cruciale spelers verloren. Door clubmanagers die zich tegenwoordig CEO noemen maar zich gedragen als kruideniers wordt de enorme braindrain van de Jupiler Pro League uitgelegd als onvermijdelijk. Want veroorzaakt door opeenvolgende crises zoals corona, de verhoging van de sociale lasten en bedrijfsvoorheffing, dat hebt u vast al gehoord of gelezen. Laat u niks wijsmaken. Alles, ook de ellende van rode rekeningen, is terug te voeren op het businessmodel van ons voetbal, dat het sportieve ondergeschikt maakt aan de import en export van voetballers.Voetbal is volksvermaak voor menigeen. Een passie voor velen. Een sociale beweging voor anderen. Onzin. Volksvermaak, passie of sociale beweging zijn dekmantels voor mensenhandel en platte commercie waarin te veel geld omgaat en te veel mensen te veel verdienen om daar ook maar iets te willen aan veranderen.

Column Nimby’s in De Morgen van zaterdag 4 feb 2023

Nimby’s

Over het stadion van Club Brugge levert ChatGPT het volgende af:

“Het is een heet hangijzer. Aan de ene kant is er de lokale overheid en bewoners die zich zorgen maken over de impact van een nieuw stadion op de leefomgeving en (sic) verkeersveiligheid in de stad. Aan de andere kant staan de supporters, die graag een nieuwe en moderne thuishaven willen voor hun team.”

Iets verder heet het: “Bovendien is er bezorgdheid over de impact op de historische en culturele waarden van de stad, die bekendstaat om zijn schilderachtige en unieke architectuur.”

Klinkklare nonsens dus, maar een tweede poging levert dit op:

“Dit betekent dat Brugge voorlopig geen modern stadion heeft. Dit is zeer frustrerend, want een modern stadion zou Brugge een grotere toeristische impuls geven. Daardoor is het voetbalteam van Brugge niet in staat om te concurreren met andere plaatselijke voetbalclubs.” (Onzin, en voor alle duidelijkheid: hier is 2 dollarcent voor betaald, al heb ik tot 23 mei 18 dollar gratis.)

Inmiddels bestaat het vermoeden dat ze bij Club Brugge een abonnement hebben op ChatGPT om hun persberichten over het stadiondossier te schrijven. En, nog pijnlijker, dat sommige collega-voetbaljournalisten van dezelfde artificiële intelligentie (quod non) gebruikmaken om hun mening te vormen over iets dat hun voetbalverstand ver overstijgt.

Een beetje burgerverstand zou in dezen helpen. Dat het Brugse stadiondossier nu al zestien jaar aansleept is terug te voeren op de grootheidswaanzin van Bart Verhaeghe, aanvankelijk bekend als Bart De Bouwer, maar de laatste jaren ook als Bart NoPlace. Het begon allemaal met zijn al snel afgeschoten plannen van 2006 om in de Brugse rand in overstromings- en natuurgebied een stadion, een winkelcentrum en een parking voor 9.000 auto’s te voorzien.

Nadien zijn andere sites om andere redenen ook mislukt. Curieuze vaststelling: Verhaeghe slaagt er niet in om ook maar één van zijn ambitieuze plannen aan de goegemeente te verkopen. Niet in Vilvoorde met zijn megaproject Uplace en later omgedoopt tot Broeklin (altijd weer die megalomanie), niet in Brugge met zijn stadion. Met Broeklin is overigens minder mis dan met het stadion van Club Brugge, maar dat stadion zal er eerder staan dan het winkelcentrum.

Let wel: Club Brugge verdient een nieuw stadion, alleen is de plek uiterst slecht gekozen. Alles begon met een historische blunder uit 1973 om daar een stadion te voorzien en vervolgens de grondbezitters en boeren te paaien met herbestemming van hun omliggende gronden naar bouwgronden.

Dat is niet de schuld van Verhaeghe maar van het stadsbestuur. Zo breidde een stadion van 18.000 zitplaatsen (1993) uit naar 30.000 en werd het in die dertig jaar helemaal ingebed in woonwijken. Die 30.000 moeten nu 40.000 worden en het hele bouwsel wordt minimaal de helft groter.

De plaatselijke én de nationale politiek weten maar al te goed dat een verdubbeling van de originele stadioncapaciteit in Sint-Andries complete waanzin is, maar heeft niet de moed om de honderdduizend fans van blauw-zwart een jaar voor de verkiezingen op de zenuwen te werken.

De plannen zijn evenwel door de Raad voor Vergunningsbetwistingen afgeschoten omdat niet genoeg parking is voorzien op de site zelf (dat kan daar alleen nog onder de grond en dat is gruwelijk duur) en omdat de impact van de mobiliteitsproblematiek op de leefomgeving is onderschat.

Beide problemen lijken onoplosbaar. Club Brugge haalt zijn fans van over heel Vlaanderen en negen op de tien komen op wedstrijddagen per auto. Vervolgens parkeren ze waar ze maar kunnen in de omliggende straten.

Protesterende buren worden nimby’s genoemd. Een terechte geuzennaam, want dat nieuwe stadion schuift zo ver op dat het langs de kant van die ene straat echt in de achtertuin zal staan. Daarnaast vrezen de omwonenden het aanzuigeffect van een nieuw stadion en de druk is nu al gigantisch. Die begint bij alle vormen van hinder op wedstrijddagen voor omwonenden, over onbereikbaarheid voor hulpdiensten, tot dokters uit de erg wijde omgeving (tot de overkant van de Gistelsesteenweg) die op wedstrijddagen niet van wacht mogen zijn in hun kliniek want nooit zeker dat ze er op tijd geraken.

O ironie, in het jaar dat Jan Breydel werd ontmaskerd als een mythe en genegeerd in Het verhaal van Vlaanderen blijkt zowaar ook het naar hem genoemde stadion een fata morgana. De realiteit is hard, maar het is niet anders: een stadion van 40.000 toeschouwers in Sint-Andries is waanzin. Economisch omdat er alleen maar mag worden gevoetbald en planologisch. Toch zal het er komen, omdat in Vlaanderen alles te koop is en voetbal hier alles mag.

Column Verloren goud in De Morgen van maandag 30 januari 2023

Verloren goud

De mooiste weekends met sport zijn die met zoveel topsport dat je het voetbal en de cross of het wielrennen even kan vergeten. Zo schaatste Loena Hendrickx zaterdag voor Europees goud tijdens de veldrit van Hamme. Voor elke honderd kijkers naar de cross zal er één naar Hendrickx hebben gekeken, maar dat doet er even niet toe.

Hendrickx leverde het bewijs waar het in de absolute topsport om draait. Dat is niet techniek, niet fysiek, niet tactiek, want op dat vlak ontlopen ze elkaar nauwelijks, maar wel mentale sterkte. Die komt in veel gedaantes. In ploegsporten vertaalt die zich in de juiste intensiteit waarmee een belangrijke wedstrijd – een finale zeg maar – wordt aangepakt. Zie verder. In individuele sporten is het de focus en het geloof in eigen kunnen waarmee je aan de opdracht begint.

Bij Hendrickx wist je voor het EK dat het bij haar niet helemaal lekker zat. Ze had wel goed getraind enzo, maar die favorietenrol, die vond ze wel erg zwaar. Haar broer – ook haar coach – bevestigde dat. “Als Loena wordt geklopt, dan door haarzelf.” Prima voorspelling, want dat was precies wat gebeurde.

Noch in de verplichte, noch in de vrije kür haalde Hendrickx haar niveau dat ze tot dan als een metronoom had gehaald. Wat was dan het verschil? Simpel: de druk van de favorietenrol. Tot voor dit EK was Hendrickx altijd de jager, die alleen beter kon doen dan verwacht. Zonder de Russinnen was zij ineens de gedoodverfde favoriete en dat doet wat met een mens. Loena Hendrickx chookte, niet één, maar twee keer.

Choken is wellicht een te harde omschrijving. Althans volgens de meest recente maatschappelijke trends die onderpresteren met de mantel der liefde bedekken. In topsport moet je evenwel de dingen kunnen benoemen. Dat is een voorwaarde om daarna weer stappen te kunnen zetten. Falen is dan weer geen correcte omschrijving van wat haar is overkomen. Je faalt niet als je zilver wint.

Het siert haar en haar broer/coach dat ze zonder gebruik van het werkwoord choken precies hetzelfde dachten. “Mijn/haar
fout, mentaal niet sterk genoeg, heb dit volledig aan mijzelf te danken.” Leuk is anders, maar dat is nu eenmaal een proces
waar veel toppers door moeten om voor de prijzen te gaan. De vraag is of Hendrickx nog de tijd heeft, maar dat is een andere kwestie.Gisterenochtend bij het ontbijt was er dan tennis, de finale van de Australian Open. Je moet Serviër, Rus, een antivaxer of een domoor zijn – een combinatie van voorgaanden kan ook – om nog voor Novak Djokovic te supporteren, maar beate bewondering voor ’s mans mentale sterkte mag deze geopolitieke context ruim overstijgen. Djoko is een rots, door niets of niemand te moven, door niets of niemand van de wijs te brengen.

Zijn tegenstander heette Stefanos Tsitsipas, een Griek is dat. Die sloeg de mooiste ballen van de wedstrijd, de hardste services, is fysiek op en top, is technisch een kraan, had dus alles om te winnen. Hij kreeg een 3-0 om de oren, nipt, maar niettemin een zeperd van een 3-0 omdat hij simpelweg mentaal niet aan de enkels van Djokovic kwam.

Zo chookte Tsitsipas op zijn forehand, normaal toch zijn sterke wapen. Djokovic heeft dan weer een betere backhand dan forehand, maar hij sloeg zijn beste en beslissende winners op de forehand, waarmee hij nauwelijks miste. Naarmate de derde set vorderde wist je precies waar en hoe hij het zou afmaken. Dat heet mentale sterkte.

Gisterennamiddag chookten de Belgische hockeyers. De beste sportploeg uit de Belgische sportgeschiedenis heeft een zwak wereldkampioenschap achter de rug. In de poules werden ze eerste op doelsaldo, maar geraakten niet voorbij Duitsland. Dat heette toen nog typisch Belgisch, zakelijk hockey. Tegen Nieuw-Zeeland in de kwartfinale was het bibberen tot het laatst en tegen Nederland in de halve finale kwamen er shoot-outs aan te pas.

Toen ze in de finale – weer tegen Duitsland – onverhoopt 2-0 voorkwamen, had een beetje sportkenner er toch geen goed oog in. Geen intensiteit, geen drang naar voren, geen openingen, Duitsers die altijd en overal sneller waren. De Belgen waren niet met de juiste mentale ingesteldheid aan de wedstrijd begonnen.Ze waren al geen nummer één meer van de wereld toen dit toernooi begon, niet zeker of ze dat ooit nog kunnen worden. Weinig kans dat uitgerekend hockeyers vertrouwd zijn met een marxist als Jan Romein en zijn ‘wet van de remmende voorsprong’, maar dat zou het kunnen zijn. De toekomst zal uitwijzen of het choken was, dan wel een wissel van de wacht. Wie aan de top staat moet zichzelf altijd weer opnieuw uitvinden en dat heeft België alvast nagelaten. Voorlopig is dit zilver verloren goud.

Column Boykotivorat in De Morgen van zaterdag 28 januari 2023

Boykotivorat

We moeten het even over de Russen en de Wit-Russen hebben. Meer in het bijzonder over wat we in de nabije toekomst aanmoeten met die (Wit-)Russische sporters, die voor het overgrote deel verstoken blijven van internationale sport en daardoor hun sportieve opties in grote mate gehypothekeerd zien.

Donderdag kon u in deze krant al lezen hoe in de halve finales van de Australian Open vier van de acht tennissers, drie vrouwen en een man, uit Wit-Rusland (twee) en Rusland (twee) kwamen. Inmiddels is de man (Karen Chatsjanov) naar huis, maar de finale van afgelopen nacht bij de vrouwen ging tussen de Russische met Kazachs paspoort Elena Rybakina en de Wit-Russische Aryna Sabalenka.

Tennissen doen ze met naast hun naam een witte vlag. Die zegt niks en tegelijk alles. Bijvoorbeeld dat tennis een van de weinige sporten is waar individuele Russische en Wit-Russische atleten altijd hun ding zijn blijven doen: ballen slaan, serveren bij tijd en wijle, en de flinke geldbeurzen ophalen.

Dat tennis, behalve dan Wimbledon, een uitzonderingspositie inneemt in de internationale sport hoeft niet te verbazen. Dat deed/doet (?) het ook inzake dopingkwesties. Tennis leunt nauw aan bij de Amerikaanse profsporten en ook die staan de Russen nog steeds toe deel te nemen. In het ijshockey van de NHL spelen ongeveer honderd Russen en zes Wit-Russen, in het basketbal van de NBA zitten vier Russen.

De Russische kwestie staat nu weer op de agenda omdat 2023 een preolympisch jaar is, waarin moet worden gepresteerd om in 2024 op de Spelen van Parijs te staan. Het Internationaal Olympisch Comité liet deze week weten alle opties te onderzoeken.

Het Nederlandse olympisch comité NOC*NSF stuurde eergisteren een verklaring uit die veel weg had van een schot voor de boeg van de olympische hoofdzetel in Lausanne. De Nederlanders scharen zich volmondig achter de handhaving van de eerder door het IOC opgelegde sancties tegen Rusland en Wit-Rusland en ze zijn nog maar eens solidair met Oekraïne.

Geen gezamenlijke internationale sportevenementen in die twee landen is het gevolg en sporters of teams die onder de vlag van Rusland willen deelnemen, zijn niet welkom. De uitsmijter zei veel: het moet worden onderzocht hoe sporters hun sport kunnen blijven beoefenen ongeacht het land van herkomst… Deelnemen onder een neutrale vlag is een mogelijkheid…

Nederland gaat daarin ver, maar waarschuwt ook: voor de altijd zo nationalistische teamsporten wordt het heel lastig om daar Russen en Wit-Russen te krijgen.

Het was schrikken toen sportpaus Thomas Bach al op 1 maart 2022, dus heel kort na de invasie, de eerder toegekende Olympische Orde afnam van Vladimir Poetin. En vervolgens samen met de sportbonden een ban uitsprak tegen Russische atleten en teams. Tenslotte was Poetin in 2013 een van zijn kingmakers.

Bach hield zoals iedereen wellicht rekening met een kort conflict, maar nu de oorlog dreigt aan te slepen en te escaleren riskeert hij bij zijn laatste Olympische Spelen geen Russen te mogen uitnodigen. Dat steekt en dat kan hij zijn voormalige medestander niet aandoen.

Daarom kwam het IOC afgelopen woensdag met een communiqué waarin de “herintroductie van individuele Russische atleten aan internationale competities” zou worden onderzocht. Zoals kon worden verwacht, werd boos gereageerd.

Oudere voorname IOC-leden zoals de Noor Gerhard Heiberg (geen stemrecht want erelid, maar wel van gewicht) vonden het veel
te vroeg om over een versoepeling van de restricties te praten. Russische bobo’s van het lokale nationale olympisch comité en hun minister van Sport vonden dan weer dat het maar eens afgelopen moest zijn met dat rondje pesten van die arme Russische sporters.

De felste reactie kwam uit Oekraïne. “Het is simpel”, zei minister Vadim Gutzeit. “Komen de Russen en Wit-Russen, dan boycotten wij Parijs 2024.” Ai, deed dat even pijn. Boykotirovat ofte boycot, het gevreesde woord dat we sinds Seoel 1988 niet hadden gehoord, was gevallen.

Alsof dat nog niet volstond om Bach uit zijn slaap te houden, besloten de Russen eerder deze week dat kunstschaatsster Kamila Valijeva, die eind 2021 was betrapt op het gebruik van een hartstimulerend middel, weliswaar haar Russische titel moest inleveren maar verder geen schuld trof. Geen straf dus en haar resultaten en medailles twee maanden later op de Winterspelen van Peking konden netjes blijven staan. Waarop ook de Amerikanen boos werden, want die rekenden op de gouden teammedaille.

U wilt een voorspelling? Volgend jaar zullen we in Parijs heel weinig of misschien zelfs helemaal geen Russen zien.