‘Koers, een sport voor oude mannen’ in De Morgen van zat 16 jan 2016

DISCLAIMER

De geïnterviewden en de auteur wensen u er op te wijzen dat u na het lezen niet op de boodschapper(s) moet schieten. Dit is een ‘zeikverhaal’, maar het is de waarheid, niks anders dan de harde waarheid en als niemand in die mooie sport ze onder ogen wil zien, zal er geen mooie sport wielrennen meer zijn. (De PDF heeft ook een grafisch element met harde data.)

Een sport voor oude mannen

Koers bokst boven haar gewicht, ruziet al decennialang, zit op een wankel economisch model, leeft in de trage samenleving van weleer en heeft een aanhang die geleidelijk afsterft. ‘We zijn een sport van de jaren 50.’

Koersaficionado’s die doctoreren in de economie moeten waken voor een depressie. Economie-professoren Daam Van Reeth en Wim Lagae, beiden behorend tot de KU Leuven, zien de toekomst van hun passie somber in. Bij de start van het nieuwe seizoen, morgen in Australië, en met de verschijning van het standaardwerk The Economics of Professional Road Cycling, samengesteld door Van Reeth en met Lagae als auteur, bracht De Morgen de twee koersproffen samen en confronteerde hen met enkele stellingen.

De conclusie?
Lagae: “Ik vrees dat we een negatief verhaal brengen.” Van Reeth: “Inderdaad, maar we kunnen niet anders.”

De koers is van ons, omdat niemand anders ze wil

Lagae: “Vlaanderen is gek van wielrennen, maar daar houdt het ook op. Wij kijken wel nog naar een lange vlakke etappe met een vroege ontsnapping die zeker wordt teruggegrepen, waarna ze sprinten en vallen, zoals in de Scheldeprijs. Wielrennen zou moeten beseffen dat het een nichesport is en nood heeft aan een groter cliënteel wil het de strijd met ander entertainment niet verliezen.”

Van Reeth: “In Vlaanderen is de kijkdichtheid voor wielrennen nog boven de 10 procent. Nederland en Denemarken halen tussen 5 en 10 procent, en dat is het dan. De Tour meldt dat 3,5 miljard mensen wereldwijd kijken. Alle gerapporteerde kijkcijfers in het wielrennen, ook die van de Ronde van Vlaanderen en van het WK, moet je delen door tien. Er kijken dus geen 3,5 miljard maar 350 miljoen mensen naar de Tour, gecumuleerd. Gedeeld door twintig ritten zijn dat 17,5 miljoen kijkers per rit, steeds dezelfde kijkers welteverstaan.”

Lagae: “Sponsoren geloven die gecumuleerde cijfers soms nog, maar de tv-stations weten beter. Wielrennen is een dalurensport. De sport staat op omdat er mooie plaatjes bij horen van de streek waardoor ze rijden, maar de dag dat voetbal een zomersport wordt en gaat concurreren met wielrennen, wordt dat een andere zaak. In voetbal gebeurt elke minuut wel iets, in wielrennen niet. Soms rijden ze uren naast elkaar.”

Van Reeth: “Wat VTM nu doet, kleine lokale Belgische koersen uitzenden en die groeperen, wordt een Belgische versie van de Coupe de France. Ik ben benieuwd naar de kijkcijfers.”

Lagae: “Die wedstrijden zijn ooit al gecoverd door EXQI en Sporting Telenet, maar ik denk dat de kijkcijfers hoger zullen liggen op VTM. Het zegt veel over de populariteit en kijkdichtheid van wegwielrennen in Vlaanderen.”

Van Reeth: “En toch raakt ook bij ons wielrennen de jeugd kwijt. De gemiddelde leeftijd van de Belgische en Nederlandse kijker is 58-59 jaar. Ik vraag mijn studenten altijd of ze naar de Tour kijken: van de Vlaamse studenten is dat 5 procent. Van de buitenlandse heeft er soms al eens één een rit gezien.”

Lagae: “Bad demographics, zijn dat. 58 jaar is een goede fit voor Plus Magazine of Kerk en Leven, niet voor een tv-sport. De oudere kijkers vallen weg omdat ze doodgaan, maar aan de onderkant komt er niemand bij.”

Het economisch model van wielrennen is onhoudbaar

Van Reeth: “Dat de budgetten van alle teams de laatste kwarteeuw jaarlijks met 6 tot 7 procent zijn gestegen, en in België zelfs met 10 procent, is niet te verantwoorden. De waarde van wielrennen is niet in die mate toegenomen.”

Lagae: “De budgetten staan niet in verhouding tot de tv-rechten en de andere inkomsten. Ook de lonen niet overigens. Geen enkele renner zou meer dan 1 miljoen mogen verdienen in deze sector. Er wordt steen en been geklaagd over de lage prijzengelden, maar dat is ongeveer het enige wat marktconform is.”

Van Reeth: “In het wielrennen heb je drie grote bedrijven die sponsoren: Sky, Movistar en Dimension Data. Voor het overige zijn het lokale bedrijven, fietsenmerken, overheids-bedrijven zoals Katjoesja, drie loterijen en veel mecenassen.”

Lagae: “Wielrennen is te groot voor onze kmo’s en veel te klein voor de wereldspelers. Rabobank en T-Mobile waren de laatste en die zijn weggepest. Ik heb een sterk vermoeden dat het beladen dopingverleden van het wielrennen nog meespeelt.

“Er is een economisch model, maar geen economische hefboom. Een organisator kan heel moeilijk geld verdienen met wielrennen. Ticketing is onbestaande en ook moeilijk te organiseren. Drie van de laatste vier wereldkampioenschappen zitten in de financiële problemen.”

Van Reeth: “De Tour is terug op de Duitse nationale zenders. Juist ja, tegen amper 5 miljoen euro en slechts een uurtje per dag. In andere landen moet je die wedstrijd zoeken op kleine betaalzenders. Voor pakweg onze Ronde van Vlaanderen is dat nog erger. Spanje heeft ooit badminton uitgezonden in plaats van de Ronde: ze hadden vier miljoen kijkers.”

 

De Tour de France en eigenaar ASO zijn de grote boosdoeners

Lagae: “Een marktleider moet ervoor zorgen dat de sectoriële taart steeds groter wordt en dat doet ASO niet. Ze is een monopolist die alleen aan zichzelf denkt en die profiteert van het gebrek aan visie van een sector die slecht wordt gemanaged.”

Van Reeth: “ASO en de Tour denken eerst aan zichzelf. Ze organiseren veel en houden zelfs verlieslatende wedstrijden recht. Ze betalen ook dubbel zoveel prijzengeld uit dan ze moeten. Als ik zou kunnen kiezen tussen hoofdsponsor worden van een team voor 10 tot 15 miljoen of hoofdsponsor worden van de Tour voor 5 miljoen – meer exposure voor veel minder geld – ik zou het wel weten.”

Lagae: “We zijn in twintig jaar geen meter opgeschoten omdat ASO altijd dwarsligt. De UCI maakt een revolutionair plan, zwakt dat af tot een zachtgekookt ei en toch roept ASO onmiddellijk dat ze heel erg boos zijn en uit de WorldTour stappen. Dat is slecht voor het welzijn van het wielrennen. Elke cohesie van de ploegen wordt door ASO ook meteen aan flarden geschoten.”

Van Reeth: “De Tour en ASO spinnen garen bij de verdeeldheid en de onkunde van de wielerwereld, maar het is niet hun schuld dat de UCI en de ploegen er niet in slagen hun sport goed te beheren. En zij klagen niet, want na het slechte jaar 2014 zijn de kijkcijfers opnieuw gestegen.”

Lagae: “De teams moeten wel hun fixatie op de tv-rechten van de Tour opgeven. Ze moeten er juist zelf voor zorgen dat er veel meer tv-rechten worden betaald voor een interessant wedstrijdprogramma. Drie weken Tour, dat mag blijven. Het is een uniek evenement hebben we van de zomer nog gezien in Utrecht en Antwerpen en de editie van 2015 zat goed in elkaar met spannende ritten. Behoud naast de Tour de monumenten en klassiekers en plan daar rond wedstrijden op interessante locaties.”

Het wielrennen moet nieuwe markten aanboren

Van Reeth: “Vijf weken koers in Frankrijk en Spanje, vier weken in Italië; dat zijn honderd koersdagen in drie landen. Dat moet anders.”

Lagae: “Maar doe toch vooral goed waar je goed in bent en bewaar de traditie hier in Europa. Wielrennen is een logistieke nachtmerrie en de ploegen kunnen niet overal in de wereld een service course onderhouden. Bovendien vind ik niet dat je in pakweg Qatar moet gaan rijden als de temperaturen daar te hoog oplopen. Wat is daar de economische hefboom? Welke tv betaalt daarvoor? Staan te kijken: twee man en een paardenkop, pardon een kameel.”

Van Reeth: “Dat is op zich geen bezwaar. Je hebt als organisator niks aan al die mensen langs de weg van de Ronde van Vlaanderen, want toeschouwers vertegenwoordigen geen economische waarde. Zo kan een Arctic Race in Noorwegen zonder mensen langs de weg ook prachtige tv opleveren, alleen al door de mooie omgeving. Ik zou de traditie zeker behouden, maar daarnaast zou ik landen opzoeken waar geld is, zoals de Verenigde Staten, Australië, Canada.”

Lagae: “En waar de wegeninfrastructuur nog een groot peloton aankan, iets wat bij ons verleden tijd is. Wielrennen is in die veertig jaar dat ik het volg steeds gevaarlijker en gecompliceerder geworden. Anderzijds heeft nooit één structuurverandering plaatsgevonden, zoals in andere sporten. Voetbal kwam met de Champions League, en ook triatlon heeft zichzelf helemaal heruitgevonden met kortere, snellere events, weg van die lange slopende Ironman, die uiteraard ook is blijven bestaan.”

Van Reeth: “Wielrennen zou een voorbeeld moeten nemen aan biatlon en langlaufen. Daar hebben ze hun competitieformats aangepast aan de verzuchtingen van de tv-kijkers, met snelle spannende wedstrijden, met interessante formules als achtervolgingen en met prijzengeld dat hetzelfde is als van de Ronde van Vlaanderen.

“Met BMX heeft wielrennen spanning en spektakel in huis. Het IOC weet maar al te goed dat BMX de best bekeken wielerdiscipline was op de Spelen in Londen. Overigens, in de hele wereld is de 100 meter sprint of de openingsceremonie het best bekeken event van de Spelen, maar in Vlaanderen was dat de wegwedstrijd.”

Lagae: “Ik vrees dat we zijn blijven hangen bij het oude wielrennen, een concept van de trage samenleving van de jaren 50. Zolang we onszelf wijsmaken dat dit een wereldsport is die goed wordt geleid, zal ook niks veranderen. Wouter Vandenhaute had een miljard van CVC (verstrekker van durfkapitaal, actief in de formule 1, HVDW), Bakkala had Banque de Rothschild achter zich en toch lukte het niet. Grote spelers zijn mislukt. Er zijn te veel historische kansen gemist.”

The Economics of Professional Road Cycling door Van Reeth, Daam, Larson en Daniel Joseph wordt uitgegeven bij Springer Verlag en is te koop voor 165 euro.

Koers, een sport voor oude mannen

Column over Gouden Schoen en KAAG-RSCA in De Morgen van zat 16 jan 2016

We are Buffalo/Anderlecht

 

De Gouden Schoen is een gewone voetbalschoen met een heel dun laagje goud, zowel letterlijk als figuurlijk. Het is niet bekend hoe krasbestendig die is, maar ik heb weet van minstens één exemplaar dat naar het hoofd van de overspelige manlief werd gekeild. Die miste doel en vernielde ander huisraad. Aan de schoen was niks en de relatie houdt ook nog stand.

Winnaars van de Gouden Schoen komen in een mooi lijstje te staan, maar kopen er verder niks mee, tenzij dan het indirecte effect op het contract of gebeurlijke nakende onderhandelingen. Sven Kums heeft hem deze keer gewonnen, vóór twee van zijn mede-Buffalo’s. Het was natuurlijk hun sportieve baas Hein Vanhaezebrouck die met een lichte mix van sarcasme en verwondering de juiste analyse maakte. “We hebben ons wel moeten kwalificeren voor de achtste finales van de Champions League om die Gouden Schoen (en de zilveren en bronzen) binnen te halen.”

Heel juist. Na het behalen van de landstitel had Sven Kums in de eerste stemronde ocharme 25 puntjes gekregen. Laurent Depoitre, Danijel Milicevic en Brecht Dejaegere stonden toen na Aleksandar Mitrovic op plaats twee, drie en vier. In de Profvoetballer van het Jaar editie 2015, met de 360 collega-spelers als stemgerechtigden, stonden Depoitre en Milicevic respectievelijk op plaatsen vier en elf. Van Sven Kums geen spoor bij de eerste vijftien. Overigens had Club toen de eerste twee in de uitslag (Víctor Vázquez en Lior Refaelov), de Coach van het Jaar met Michel Preud’homme en de doelman van het jaar met Matt Ryan. Hein Vanhaezebrouck en Matz Sels werden telkens tweede. De spelers hadden moeten stemmen voor ze op vakantie vertrokken, ruim voor de kampioen bekend was en de uitslag werd ook nog eens bekendgemaakt in de week van 18 mei.

Drie dagen later klopte AA Gent Standard thuis en werd het kampioen. Eén conclusie dringt zich op: AA Gent werd begin mei 2015 nog beschouwd als een zwaktebod, een toevalstreffer die misschien kampioen zou worden, maar dan bij gebrek aan een echte traditiekampioen. En Kums, niet eens bij de eerste vijftien, was een gewone (mee)loper, ja toch?

Maar Gent bevestigde. Gent voetbalde zich naar de leiding. Gent speelde elf punten bij elkaar in de Champions League, meer dan de laatste drie Belgische deelnames (Anderlecht) samen. En ineens werd Sven Kums van een meeloper een wereldspeler. Dat is vreemd en dat kan niet alleen aan die elf doelpunten liggen dit seizoen, waarvan acht op strafschop. Ook niet aan zijn spel, want hij deed vanaf augustus precies hetzelfde als in het seizoen van de titel. Neen, Sven Kums werd ineens een hype, met dank aan de media.

Die zochten een gezicht voor het wonderbaarlijke spel van de Buffalo’s en dat kon niet alleen Hein zijn. Dus werd Sven Kums omgedoopt tot de Belgische kopie van Andrea Pirlo. Laat er geen twijfel over bestaan: alle lof wás terecht en zijn Europese wedstrijden wáren af, maar met het versturen van de stemformulieren van de Gouden Schoen ging het pedaal plankgas: Sven de metronoom, Sven de architect, Sven het verlengstuk, Sven de Pirlo en wat al niet meer. De media hadden gekozen – het Gala van de Gouden Schoen zou een Buffalo Night worden – en de kiesmannen (niet al te veel vrouwen in dat gezelschap), volgden gedwee. Afgezien daarvan, nog eens: terecht.

Maar zo weet u meteen wat Hein Vanhaezebrouck zal aangrijpen om zijn ploeg te motiveren voor morgen: “Mannen, ze hebben ons pas de laatste maanden voor vol aanzien. Laten we vorig seizoen nog eens overdoen. We are Buffalo. One team, one family.”

Morgen? Jawel, morgen is het Gent-Anderlecht. En als u wilt weten hoe Besnik Hasi zijn jongens zal motiveren, welnu, dat zal ongeveer zo klinken: “Gezien hoe het al AA Gent was dat de klok sloeg? Gezien hoe wij belachelijk zijn gemaakt? Olli heeft van De ideale wereld de Gouden Prothese gekregen. Pro-the-se godbetert. Gaan we ons hier ook laten wegspelen zoals in de heenwedstrijd thuis? Toch niet door Sven Kums mag ik hopen, want die was niet goed genoeg voor ons. En ook niet door Depoitre en al helemaal niet door Milicevic. En Sels beste keeper? Proto is de beste. We are Anderlecht.”

 

Column over BK veldrijden, Van Aert, Nys, et al. op Demorgen.be van 11 nov 2016

Sven Nys doet wat geen enkele topper hem ooit voordeed

 Wout Van Aert en Sven Nys. ©BELGA

Na het wereldkampioenschap veldrijden voor Belgen maakte de bewondering voor Wout Van Aert plaats voor een plotse opstoot van medelijden. “Ik heb de mooiste dag van mijn leven beleefd,” zei hij, droeg de overwinning op aan zijn vader en barstte in tranen uit. Je mag hopen voor deze talentrijke jongeman en zijn familie dat er niks ergs aan de hand was en dat hij bijgevolg een beetje overmand was.

Winnen in je achtertuin in een wedstrijd waarvan iedereen weet dat je hem zal winnen, daar mag je blij om zijn, maar er zijn nog veel mooiere dingen in het leven. Zoals winnen in een WK voor Belgen en Nederlanders, maar dat zal verdomd lastig zijn want in Zolder komt Wout Van Aert precies die twee Nederlanders tegen die net als hij veel te goed zijn voor deze parochiale discipline. Jarenlang hebben twee frisse jongens uit dezelfde Brabantse gemeente gedomineerd, gisteren en eergisteren wonnen van nieuwelingen tot elites haast alleen maar Kempenaars. Wie niet binnen wandelafstand van de Lilse Bergen was geboren, leek kansloos.

Dagen van tevoren werden de kansen gewikt. ‘Van Aert favoriet.’ ‘Meeusen en Pauwels hebben een kans.’ ‘Klaas Vantornhout heeft ook een kans.’ ‘Deze en gene renner is een kampioenschapsrenner.’ “Wat is een kampioenschapsrenner?” Ik hoorde die vraag stellen in de ellenlange voorbeschouwing en het antwoord was naast de kwestie.

Een kampioenschaprenner in een fysiologisch overzichtelijke discipline – een uur in het rood rijden – is een renner die een therapeutische uitzondering heeft voor corticosteroïden maar daar doorgaans heel weinig gebruik van maakt, tenzij voor de crossen die hij wil winnen. Zo hebben we er in het verleden een paar gehad die nergens waren in de weken voor de kampioenschappen en dan als opgevoerde vespa’s de favorieten klopten. Ze wonnen geregeld, op WK’s en BK’s, en ze lullen dat het geen naam heeft.

Het parcours was kansloos, maar het zou een hoofdrol spelen. In mijn zondagkrant stond op de voorpagina nog in grote letters ‘Vooruitblik op het BK modderpoelrijden’. Na doorklikken, kwam je op een pagina waar schande werd gesproken over het supersnelle parcours want er was geen sprake van modder. Ook de bondscoach leverde weer eens deskundig commentaar. Aardige man hoor Rudy De Bie, altijd van (te) goede wil, maar hij zou eens een keertje minder commentaar moeten geven en niet nog voor halfweg de analyse te maken dat het BK er op zit als Wout Van Aert geen pech heeft, of niet valt. Waarop Van Aert natuurlijk viel. Een bondscoach is een deus ex machina die moet horen, zien en vooral zwijgen.

Wout Van Aert, moet daar nog iets over worden gezegd? Hij startte zonder zonnebril en je zag zijn gitzwarte ogen blinken. Als een speer vertrok hij, reed twintig minuten in de voorhoede en zette dan zijn grote motor in. In die wereld van kleine motoren, volstond dat ruimschoots. Tom Meeusen probeerde te volgen, maar zag af bij de beesten. Hij wilde aan het infuus, maar dat mag niet meer, en zakte fel terug. Wout Van Aert probeerde zichzelf nog uit te schakelen met een gevaarlijk uitziende val, maar zelfs daarvoor was hij te sterk. Groot kampioen, zonder meer. Zonde van het talent, maar die strijd heb ik opgegeven. Elk doet wat hij wil.

En dan Sven Nys. Toegegeven, ik kreeg het een beetje op de heupen van die hoeraberichten uit zijn entourage. “Schitterende training van Sven.” “Snelste rondje ooit op dat parcours.” Sven is er helemaal klaar voor.” Ik geloof het allemaal wel en ik geloof zelfs dat Nys helemaal niet slechter rijdt dan een paar jaar geleden, alleen is de tegenstand vandaag in die voorbije vijftien jaar gewoon sterker dan ooit. Misschien moeten Van Aert en Van der Poel eens een trainingsrondje rijden terwijl Paul Van Den Bosch daar met zijn klokje staat. Nys is een flinke motor, Van Aert en Van der Poel zijn grote motoren. Het verschil in de snelste ronde bedroeg gisteren precies één kilometer per uur en dat is toch al gauw vier procent.

Afgezien daarvan: Sven Nys doet wat geen enkele topper hem ooit voordeed. Hij kondigt een afscheid ruim van tevoren aan, gaat vervolgens een jaar op tournee, rijdt overal waar maar kan gereden worden, koopt een team, lost ondertussen nog wat privé-sores op, en blijft al die tijd presteren. Dit podium op het BK is een tiende nationale trui waard. Diepe buiging.

Verhaal over de Ballon d’Or in De Morgen van zat 9 jan 2016

Jongleren met gouden ballen

(onderaan PDF met grafische elementen)

De vijfde voor de Argentijnse, met groeihormoon opgekweekte fladderengel van Barça? Of toch de vierde voor die arrogante, geniale, egoïstische atleet van Real? Messi is favoriet voor de Ballon d’Or, en zo stond het van de week ook al heel even per abuis op de site van de FIFA.

Volgende week is trofeeënweek in het voetbal. Je zou het niet zeggen als je er onze kranten op naslaat, maar de meest prestigieuze voetbaltrofee die wordt uitgereikt, is niét de Gouden Schoen. Een prijs met een onmiskenbare verdienste omdat die de beste Belgische speler bekroont, welteverstaan op de Belgische velden.

Neen, dan staat de FIFA Ballon d’Or van maandag, voor de beste wereldvoetballer van 2015, enkele trapjes hoger. Nog nooit heeft een Belg die prijs gewonnen. Erger nog, nooit heeft een Belg op het podium gestaan. Zelfs in het jaar dat onze nationale elf de allerbeste ploeg van de wereld – toch volgens de FIFA World Ranking – is geworden, zal geen Rode Duivel het podium halen. Stof tot denken en relativeren, in de eerste plaats over die… eerste plaats. Op de longlist van 59 namen voor de Ballon d’Or stonden drie Belgen – Kevin De Bruyne, Eden Hazard en Thibaut Courtois. Toen de longlist een shortlist werd van 23 namen, was Courtois afgevallen. Nadat de shortlist drie genomineerden had gebaard, was er van Belgen geen sprake meer.

Deze FIFA Ballon d’Or bestaat vijf jaar en toch wordt met deze editie de zestigste verjaardag gevierd. Hoe dat komt? De originele Ballon d’Or is een uitvinding van de Fransen en was nogal eurocentrisch: van in 1956 tot 1994 konden alleen Europese spelers in Europa winnen. Dus is er op de lijst in 1995 wel ineens sprake van George Weah, de Liberiaan en voorlopig enige Afrikaan, maar niet van Pele, Garrincha of Maradona. Vreemd genoeg dan weer wel van Di Stefano (Argentijn van geboorte) en Eusebio (die uit Mozambique kwam) omdat die door Spanje en Portugal geassimileerd werden, zoals dat toen heette.

De FIFA vond de Ballon d’Or met te veel voetbaleer gaan lopen. De sluwe secretaris-generaal van de wereldvoetbalbond die ook graag Afrika en Zuid-Amerika een prijsje gunde (en zelfs wat meer hebben we recent geleerd) vond daar wat op. Het was de verguisde Sepp Blatter die de FIFA Player of the Year Award in het leven riep en meteen pimpte met een grootse show. Die prijs begon in 1991 en is negentien keer uitgereikt, telkens parallel met de Ballon d’Or. Twaalf keer gingen de twee prijzen naar dezelfde voetballer, die dus twee keer mocht opdraven. Nadat tussen 2005 en 2009 vijf keer op rij telkens dezelfde voetballer de twee prijzen won, zijn die gefuseerd en daarom is de vijf jaar oude FIFA Ballon d’Or maandag tegelijk zestig jaar oud.

El Conejo Dopado

Wat die Gouden Bal ook bijzonder maakt, is het magazine dat de prijs al zestig jaar organiseert en mee beheert. France Football staat erop om in het eerstvolgende nummer na de uitreiking een interview van de winnaar te publiceren. Dat verklaart meteen de gelaatsuitdrukkingen voorafgaand aan de uitreiking: de winnaar die weet dat hij wint en die zijn best doet niet al te veel te blinken en de verliezers die de bui zien hangen, want: niet geïnterviewd.

Het interview moet dus vooraf en liefst discreet gebeuren, maar de sportpaparazzi liggen op de loer. Zo meende Tuttosport in 2006 uit een vreemd bezoek te kunnen afleiden dat Gigi Buffon had gewonnen en wel met vijftig punten verschil. Fout, en toch was het groot nieuws. Zo groot dat de echte winnaar Fabio Cannavaro heel lang de France Football-journalist niet wilde geloven toen die op hem toestapte, hem vertelde dat hij had gewonnen en hem vroeg of ze hem thuis konden interviewen.

Overigens is Cannavaro een van de meest omstreden winnaars ooit. Niet alleen omdat hij de eerste verdediger was sinds Franz Beckenbauer en Matthias Sammer, ook niet omwille van het verdedigende voetbal van de Azzurri op het WK van 2006, maar door de vieze zaakjes waarin hij was betrokken. Cannavaro speelde een seizoen eerder bij het Juventus dat moest degraderen na een omkoopschandaal. Misschien had hij met die affaire niet rechtstreeks te maken, maar in 2005 was een video-opname opgedoken van Cannavaro die liggend op het bed daags voor een UEFA Cup-finale een infuus krijgt en duidelijk en in volle ernst over doping praat. “Dat was een grapje”, hield de Italiaan vol en hij won de Ballon d’Or en de FIFA Player Award van 2006.

Van doping gesproken: als Lionel Messi wint – en daar heeft het alle schijn van nadat een journalist hem heel even als winnaar op de site van de FIFA zag staan en daar een schermafbeelding van nam – zullen ze in Madrid schimpen. Niet op La Pulga of De Vlo, maar op El Conejo Dopado, het gedopeerde konijn zoals de Argentijnse fladderaar van de aartsvijand liefkozend wordt genoemd. Er is iets van. De gang van zaken mag dan al gekend zijn, geen reden om die niet minstens om de zoveel tijd te herhalen: na zijn verhuizing naar Catalonië kreeg Lionel Messi als opgroeiende tiener van zijn club FC Barcelona een behandeling met groeihormoon cadeau en werd 1m70, wat een erg succesvol eindresultaat is voor zo’n hormonale behandeling.

Een wielrenner met die voorgeschiedenis had natuurlijk nooit gekoerst, maar Lionel Messi is een voetballer en is speelgerechtigd. Hij was het afgelopen jaar, behalve dan voor de Madridistas, zonder discussie de beste voetballer van de planeet. Hij won alle trofeeën die hij kon winnen, zoals de Champions League, de beker en de titel in Spanje, de Europese Supercup en het WK voor clubteams. Hij was bepalend in alle cruciale wedstrijden. Zijn concurrent Cristiano Ronaldo – CR7 – won niks, maar scoorde in 2015 wel meer goals: 48 tegenover 43 voor Messi, die structureel dan weer meer assists op zijn naam heeft.

Episch duel

Cijfers zeggen niet alles, want als de statistici zouden beslissen, dan kregen we een totaal andere klassering. Volgens onderzoekscentrum CIES, dat zich baseerde op de gegevens van data-analist OPTA, waren de beste spelers van 2015 Thiago Silva, Dani Alves, Ilkay Gündogan, Santi Cazorla en Mesut Özil. Lionel Messi stond op zes en kreeg daarom een plaatsje in het CIES- dreamteam, samen met Kevin De Bruyne en Eden Hazard overigens.

Maar voetbal is geen repetitieve sport, wel een spel van momenten en Ronaldo en Messi zijn de meesters van het moment. Al gaat het op de duur wel vervelen. Sinds 2007, toen Ricardo dos Santos Leite – beter bekend door zijn rare roepnaam Kaká – de trofee won en CR7 en De Vlo tweede en derde werden, hebben ze de zeven volgende jaargangen netjes onder hun beiden verdeeld. Eén voor Ronaldo in 2008, dan vier op een rij voor Messi en de laatste twee jaar weer Ronaldo.

Veel heeft te maken met de verandering van het kiessysteem. Oorspronkelijk bestond de jury uit 96 journalisten. Nadat de FIFA aan boord kwam, werd het een panel van vijfhonderd notabelen, bondscoaches, team captains van nationale ploegen en media, maar dan op zijn FIFA’s: uit alle 209 federaties.

In 2010 hadden de journalisten onder de stemgerechtigden voor Wesley Sneijder gekozen, maar de vox populi koos voor Messi; in 2013 was Franck Ribéry de favoriet van de journalisten, maar het werd Ronaldo. Gemakzucht en gebrek aan kennis van het wereldvoetbal in die kleine voetballanden? Dat zal wel, maar toch lijkt het dat deze twee heren een episch duel aan het uitvechten zijn. Sinds de komst van Ronaldo (van Man. United) naar Spanje hebben ze elk bijna 300 goals gescoord, maar wie is nu de beste voetballer van deze planeet?

Het antwoord is (wellicht) Lionel Messi. De tweeëneenhalf jaar oudere Ronaldo is een veel betere atleet, een betere kopper en scoort makkelijker vanop strafschop. Ze houden elkaar in evenwicht op het gebied van scorend vermogen en flirten daarin met de perfectie. Messi heeft een betere pass, een (nog) betere vrije trap, maakt zijn ploeg veel beter dan Ronaldo die van hem en is gedisciplineerder.

Overvolle prijzenkast

Opvallend: Ronaldo is Nike, Messi is Adidas. Uit de meeste (subjectieve) schoenentests blijkt dat de Superfly CR7 van Ronaldo beter scoort dan de Messi 15. Cristiano Ronaldo is ruim beter vergoed voor commerciële hand- en spandiensten: 24,8 miljoen euro tegenover 20,2 miljoen euro.

Misschien zijn de prijzenkasten toch iets relevanter dan de schoenen en de bankrekeningen. Real Madrid heeft met de grootste omzet van alle sportclubs in de wereld beduidend meer te besteden dan FC Barcelona, maar tegenover de vier Champions Leagues en
de zeven landstitels van Messi en Barça zetten Ronaldo en Real maar één Champions League en één landstitel. Ronaldo werd wel eerder drie keer kampioen in de Premier League met Manchester United en won ook één Champions League in Engeland.

Messi de international is ook nog eens wereldkampioen geworden met de U20, werd tweede op het grote WK in 2014, twee keer tweede in de Copa America en – ook niet te versmaden en vaak vergeten – won olympisch goud in Peking. Cristiano Ronaldo verloor een EK-finale in 2004 in eigen land, tegen Griekenland godbetert, en dat was het dan.

Voor een interview met pit moet je dan weer bij CR7 zijn. Zo boeiend en onvoorspelbaar het voetbal van Lionel Messi, zo slaapverwekkend en voorspelbaar zijn quotes.

Column Zidane in De Morgen van 9 jan 2016

Zidane

Het debuut van Zinédine Zidane vandaag als coach bij de rijkste ploeg van de wereld is hét nieuws van het weekend. Kan een wereldvoetballer ook een wereldcoach worden? De zelfvervullende profetie zegt neen, maar misschien kraakt Zidane wel de gelukscode die anderen niet konden achterhalen.

Laat u toch vooral niks wijs-maken. Of een voetbaltrainer slaagt, is voor 25 procent afhankelijk van zijn voetbal-IQ, voor nog eens 25 procent van zijn voetbal-EQ en voor de grootste helft van geluk. Tovenaar, dan wel sukkelaar, wordt grotendeels bepaald door dat geluk, enkele miscasts als Rik Coppens en Jean-Marie Pfaff niet te na gesproken. Eens een sukkelaar, heel moeilijk nog tovenaar. Omgekeerd: van tovenaar ben je zo weer sukkelaar, kijk maar naar Louis van Gaal.

Gisteren stond in de krant een monoloog van Emilio Ferrera, het prototype van de vakman die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was. Zet Emilio en Zinédine aan één tafel, laat hen een team analyseren en het mag nog Real zijn, ZZ houdt na drie minuten zijn mond uit vrees compleet af te gaan. In het Spaans of in het Frans, maakt niet uit. Ferrera heeft veel meer voetbalkennis om Real te leiden dan Zidane, maar een ex-speler en nu trainer van OHL geraakt alleen in de buurt van de dug-out van Bernabéu bij de dagelijkse rondleidingen. Dertien euro kost dat.

Wie gingen Zidane voor? Alfredo Di Stéfano, Ferenc Puskás, Johan Cruijff, Franz Beckenbauer, Diego Maradona, Marco van Basten en in mindere mate Ruud Gullit. De meest succesvolle is Beckenbauer, die eerst een wereldtitel won als speler, dan als coach en ook nog eens tweede werd. Daarnaast werd hij een keertje kampioen met Bayern, maar dat allemaal in de prehistorie van het voetbal, toen training nog vooral bezigheidstherapie was.

Ferenc Puskás werkte nooit met de Europese top en eindigde in Melbourne als coach. Alfredo Di Stéfano was ook geen groot succes, althans niet bij zijn Real. Naast Becken-bauer heeft de gepensioneerde en zieke Johan Cruijff het ook niet onaardig gedaan, met vier Spaanse titels en één Europabeker voor landskampioenen. Maradona, Van Basten, en neem daar maar Rijkaard en Gullit bij; die zijn jong en willen nog wel, maar zijn werkloos.

Zidane heeft dus alle schijn tegen. Wat herinneren we ons van hem? De Zidane-beweging natuurlijk en andere voetzooltrucjes. De volley tegen Leverkusen in de Champions League-finale in 2002. De ontelbare geniale goals en passes. Maar ook de twaalf (12!) rode kaarten, waarvan de allerlaatste op het allerslechtste moment, in de verlengingen van de finale van de worldcup van 2006 toen hij Materazzi velde met een kopstoot op de borst.

We kennen hem niet van de grote analyses, ook niet van de grote teksten, al heeft L’Equipe Magazine wel af en toe mooie interviews met hem gehad en hoorde je hem van de week heel vlot Spaans spreken. Zonder veel te zeggen overigens, want alle spelers waren formidabel en Guardiola ook, waarmee hij behoorlijk vloekte in de Madrileense kerk. Maar bon, misschien heeft hij wel oefenstof na zijn anderhalf jaar trainerschap bij de beloften en misschien herinnert hij zich nog van de versnelde cursus wat hartslagzones zijn.

Jammer genoeg is de hoofdcoach in het hedendaagse moderne voetbal daar niks mee, want dat kunnen anderen veel beter. De fysiekcoach zal de belasting wel sturen en om een situatie op het veld te trainen, heeft hij maar de schuif veldtrainers open te trekken die alle oefeningen van Azerbeidzjan tot Zimbabwe hebben genoteerd. Zidane zal vooral zijn uitgebreide staf moeten tevreden houden en aansturen, of althans die indruk wekken.

Laat dat nog een klein probleem zijn, maar van hoofdcoach Zidane wordt ook gevraagd dat hij de juiste baasjes op de juiste plek
zet en dat hij bij die baasjes de juiste knopjes indrukt. Vervolgens wordt hem gevraagd het spelletje uit te leggen op het digitaal bord en daarmee klaar te zijn nog voor de eerste gaat geeuwen. Ten slotte moet hij tijdens de wedstrijd de juiste baasjes wisselen voor andere baasjes. Het intuïtieve, impulsieve voetbalgenie Zidane wordt gevraagd een rationele, koele, berekende strateeg te worden, die valkuilen op een kilometer afstand herkent. De kans is groot dat dit slecht afloopt.

Column Louis van Gaal in De Morgen van zat 26 dec 2015

Louis van Gaal

Man United speelt vandaag in Stoke tegen het plaatselijke Stoke City. Vier weken geleden stond United nog op één, maar de laatste weken verliest het van iedereen. Plooit de plaatselijke G-ploeg zich dubbel, Louis van Gaal zou ook verliezen. Loopt het in Stoke slecht af, dan zou het wel eens kunnen dat hij met Nieuwjaar al in Noordwijk zit, of desgevallend in zijn villa in Portugal of op zijn penthouse in Amsterdam. En daar ook kan blijven voor de rest van het seizoen.

“Louis, thank you for your time”, en dan een vraag. Zo begon eerder deze week de persconferentie van Van Gaal naar aanleiding van de wedstrijd van vandaag. De vraag ging over de opmerking van collega Arsène Wenger die het ongepast had gevonden dat er werd gespeculeerd over het ontslag van Van Gaal. Van Gaal keek stoïcijns, antwoordde, en stak in geheel eigen stijl vervolgens een redevoering af waar Marcus Antonius een puntje aan kon zuigen.

Eigenlijk sloeg het nergens op, want als Van Gaal niet had gewild dat er onzin over hem was geschreven dan had hij maar niet naar de Premier League moeten komen. Qua taal was het schabouwelijk steenkolenengels, zoals steeds. Alleen qua stijl en inhoud viel het wel te smaken. Het was een waardig betoog dat begon met een tegenvraag: heeft hier niemand de behoefte om zich tegenover mij te excuseren?

Hij bedoelde dat het verspreiden van leugens – hij wordt ontslagen, hij is ontslagen, Mourinho komt – een serieuze impact had op zijn telefoonverkeer: vrouw en kinderen maakten zich zorgen en hij moest het de godganse dag aan de telefoon uitleggen dat er niks aan de hand was. Bepaald vervelend. Na 4 minuten en 58 seconden stapte hij op met de melding: denkt u nu echt dat ik nog zin heb om met jullie te praten?

The Sun excuseerde zich een dag later meteen op de frontpagina. LVG vraagt excuses, dus SORRY. We hebben spijt dat je in zes wedstrijden geen enkele keer kon winnen. We hebben spijt dat je van de eerste naar de vijfde plek bent gezakt. We hebben spijt dat je uit de Champions League bent geknikkerd. We hebben spijt dat je de fans tot tranen toe hebt verveeld. We hebben spijt dat je daarvoor 250 miljoen pond hebt mogen uitgeven. Om te besluiten met excuses aan de Man United fans: we hebben spijt, hij blijft voorlopig aan.

Niet bepaald wat hij voor ogen had toen hij om excuses vroeg en dus komt het tussen LVG en The Sun nooit meer goed. Dat zal Louis weinig kunnen schelen en The Sun nog minder, maar de hamvraag is natuurlijk of het met Man U nog goed komt. En daarvan afgeleid, of zijn carrière na het relatieve succes op het laatste WK waar hij derde werd met Nederland, nu niet opnieuw in het slop zit.

Voor het voetbal en voor de Premier League zou het goed zijn als Louis van Gaal dit overleeft. Als je dit door een voetbalbril bekijkt, lijkt die kans niet erg groot en in België stond Van Gaal twee weken geleden al op de keien, maar dit is een team dat geleid wordt als een business, met Amerikaanse investeerders. Naast de familie Glazer is ook investeringsbankier George Soros mede-eigenaar via de aandelen die op de New Yorkse beurs worden verhandeld. Die gingen voor 14 dollar van de hand bij de beursgang in 2012 en staan nu netjes op 18,34. Na het verlies tegen Norwich bleven ze proper stijgen.

De Premier League is op een punt aangekomen waar winnen en verliezen steeds minder belangrijk wordt, tenzij dan voor de harde fans die vooral in de pubs en voor de tv zitten omdat het stadion te duur wordt. En voor de coaches natuurlijk, maar net als de fans beseffen die niet eens dat ze ook maar pionnen zijn in een mondiaal bordspel, een combinatie van Kolonisten van Catan en Monopoly. Volgend jaar José Mourinho terug, Pep Guardiola erbij, daarnaast hopelijk Louis van Gaal én Arsène Wenger en dan nog wat lokale coaches die er geen bal van kunnen. En dat in de grootste toevalsport die de mens ooit heeft uitgevonden, met meer geld dan ooit. Dát wordt smullen.

Interview Hein Verbruggen in De Morgen van zat 26 dec 2015

‘Sportbonden staan boven de wet’

De val van Blatter en Platini, de onmacht van het wereldantidopingagentschap, de corrumpering van de atletiek, de aanval op zijn persoon en zijn rehabilitering… Wie beter dan Hein Verbruggen om het annus horribilis van de sportbobo te duiden?

Tot 2008 was Verbruggen misschien wel de op twee na belangrijkste sportofficial ter wereld, na Jacques Rogge (IOC) en Sepp Blatter (FIFA). Naast voorzitter van de internationale wielerbond UCI en een voornaam IOC-lid was Verbruggen van 2004 tot 2013 voorzitter van SportAccord, de koepelvereniging van de mondiale sportbonden, en overzag hij tussen 2001 en 2008 de Olympische Spelen in Peking.

Later werd hij erelid van het IOC, maar achter de schermen bleef hij een vertrouweling van onder meer IOC-voorzitter Jacques Rogge, voor wie hij zich in 2001 had ingezet bij de presidentsverkiezingen. Geen kruispunten van de mondiale sport of Hein Verbruggen heeft er ooit gestaan, geen bobo die hij niet kent, in opspraak of niet.

Twee derde van de raad van bestuur van de FIFA die gevangen zit, verdacht is of werd geroyeerd. Is dat het grootste morele failliet ooit van een sportbond?

“De FIFA is exceptioneel. Als twee derde in opspraak komt of vastzit, dan is er sprake van een structureel probleem. En dat is het gevolg van het totale gebrek aan controle.”

Blatter en Platini zijn voor acht jaar geschorst. U kende Blatter goed, niet?

“Ik kende hem heel goed. Aardige man, hoor. Ik heb nog wel grote voorzitters gekend die wisten dat er verkeerde dingen gebeurden, maar niet konden optreden. Blatter had wel een beetje last van megalomanie. Ik heb hem ooit horen klagen – ‘Dat doe je niet met een FIFA-voorzitter’ – toen hij niet met een rode loper was ontvangen.”

Is het bondenmodel met verkozen bestuurders aan herziening toe?

“Bonden zijn vaak slecht georganiseerde structuren waar mensen niet altijd worden gekozen om hun kwaliteiten, maar om politieke redenen. Niemand die objectief had gekeken naar Brian Cookson (voorzitter van de UCI, HVDW), had besloten dat deze man een grote sportbond kon leiden. Hij heeft het geluk gehad dat de Rus Igor Makarov een hekel had gekregen aan mijn opvolger Pat McQuaid, omdat die hem zijn licentie voor Katjoesja had geweigerd. Waarop Makarov met geld begon te zwaaien om Cookson verkozen te krijgen, wat ook is gelukt.

“In een bedrijf hebben het management, de raad van bestuur en de algemene vergadering dezelfde doelstellingen: winst maken en dividenden uitkeren aan aandeelhouders. Sportbonden moeten geen winst maken, dat klopt, maar bij ons zitten op allerlei niveaus vaak mensen met tegengestelde belangen. Zo dacht de Belg in het UCI-bestuur vooral aan de Vlaamse kermiskoersen. Als die aan belang zouden verliezen, dan zou hij door zijn provincies misschien niet meer worden verkozen.

“De internationale sportbonden ontsnappen aan elke vorm van controle. Een bedrijf moet zich verantwoorden tegenover overheden en ngo’s, de sportwereld niet. Ik was ooit samen met Karel Van Miert keynote speaker ten tijde van het Bosman-arrest. Hij had het de hele tijd over de arrogantie van de UEFA en de FIFA, en zei: ‘Die denken dat ze boven de wet staan.’ Dat is het juist: ze staan ook boven de wet. Wat Sepp Blatter heeft toegelaten in de FIFA, dat kan toch alleen als je van jezelf denkt: ik sta boven de wet, ik doe wat ik wil.”

Heeft het IOC de sleutel voor betere controle op de bonden?

“De sport loopt ernstig gevaar, en ik zie geen andere instantie die ethische principes en goed bestuur kan afdwingen. Ik heb vertrouwen in IOC-voorzitter Thomas Bach. Juan Antonio Samaranch is begonnen met dat deugdelijk bestuur, Jacques Rogge heeft het geperfectioneerd en het IOC is in de jaren onder Rogge een voorbeeld geworden. Daar profiteert Bach nu van, en hij gaat door op dat elan. Hij zal iets creëren dat toezicht houdt op de bonden: zowel voor doping als voor goed bestuur.

“In principe heeft het IOC niets te zeggen aan de internationale federaties, maar ze gaan nu toch financiële audits doorvoeren in die bonden. De achterliggende gedachte is meer controle uitoefenen. Rogge zat al op dat spoor.

“Bach heeft ook begrepen dat hij het wereldantidopingagentschap WADA moet controleren en de dopingbestrijding daar moet centraliseren. Doping mag je niet langer aan de bonden toevertrouwen en evenmin aan de nationale olympische comités, als je ziet wat er in Italië, Kenia en Rusland naar boven is gekomen.”

U ziet ook een grotere rol voor het WADA, waarmee u al jaren in de clinch ligt?

“Ik was een van de eerste bestuurders, remember? Ze bestaan veertien jaar, en wat hebben ze gedaan? Roepen vanuit Canada dat het niet goed is, maar ondertussen zelf niets doen. Van dat WADA, zoals het nu tekeergaat met dat naming and shaming, ben ik geen fan. Wel van een totaal onafhankelijk WADA dat wereldwijd op doping controleert.

“Dat is niet te betalen, wordt dan gezegd. Dat is wel te betalen, want dat geld zit nu al bij de bonden. Het WADA moet naar de bonden gaan en hun dopingafdelingen overnemen, om te beginnen van de UCI en van atletiekfederatie IAAF, want die kunnen nu even niets weigeren. Vervolgens haal je ook bij SportAccord de dopingmensen weg. Je hebt dan een mooie organisatie bij elkaar, en dan ga je met de andere bonden onderhandelen: ‘Wij doen dat voor jou’, en je spreekt een prijs af.”

 

Het dopingverhaal rond de bokswedstrijd Mayweather-Pacquiao heeft bij ons weinig aandacht gekregen.

“Onwaarschijnlijk wat daar is gebeurd. Niet alleen vroeg het Usada liefst 150.000 dollar om controles te doen, het vond ook bewijzen van een infuus van 750 milliliter zoutoplossing die Mayweather had gekregen, zogezegd omdat hij gedehydrateerd was. Drie weken na de feiten hebben ze hem daarvoor een attest voor een therapeutische uitzondering toegekend, zowaar. (lacht) Ik kan me daar iets bij voorstellen, zeker als je 150.000 dollar vraagt voor een controle, maar dat slaat toch nergens op?

“Maar goed: ik heb daarover gemaild met de voorzitter van het WADA, Craig Reedie, die ik goed ken als IOC-lid. ‘Craig, kun je dat eens uitzoeken? Volgens mij is daar door het Usada tegen alle regels van WADA gezondigd.’ Weet je wat hij me antwoordde? ‘Dat zal het Usada wel onderzoeken.’ (armen in de lucht) Die mogen zichzelf dus onderzoeken, net zoals het WADA een onafhankelijke commissie in het leven riep om het Russische dopingschandaal te onderzoeken terwijl ze verdorie al lang wisten dat er iets aan de hand was.”

U doelt op het rapport dat later door de commissie-Pound is gepubliceerd.

“Natuurlijk. Daar staat toch letterlijk in dat de man van het dopinglab van Sotsji op 11 januari 2014, een goede maand voor de Winterspelen, aangaf dat hij onder zware externe druk stond van de Russische overheid ‘om dingen te doen’. Het WADA wist dat en wat heeft het gedaan? Niets. Elf maanden later komt de ARD met een reportage en dan stelt het WADA ineens een zogeheten onafhankelijk commissie aan met Dick Pound als voorzitter, die natuurlijk nooit heeft onderzocht waarom de organisatie niets had gedaan.”

Op de een of andere manier blijft Dick Pound uw weg kruisen.

“We hebben een gezonde hekel aan elkaar gekregen, terwijl we het vroeger best konden vinden met elkaar. Nadat ik bij de voorzittersverkiezing voor het IOC in 2001 openlijk Rogge had gesteund, is hij mij en het wielrennen beginnen te viseren. Ik heb geen andere uitleg voor die blinde haat.

“Oké, er zal bij ons ook wel eens wat fout zijn gegaan, maar nooit te kwader trouw. Wij hebben met de UCI het voortouw genomen
in de strijd tegen doping. Wij hebben in 2001 als eerste bond de epo-controles volgens de Franse testmethode ingevoerd, tegen
de wil van het WADA in. Tegen de wil in van Dick Pound en zijn grote vriend Arne Ljungqvist, ondervoorzitter van de internationale atletiekbond en verantwoordelijk voor de dopingbestrijding. Die wist wat er in de atletiek aan de hand was, maar het WADA en de IAAF hebben de epo-detectiemethode pas tweeënhalf jaar na de UCI erkend en zijn toen pas op epo gaan controleren. Waarom loopt Pound tien jaar lang op de wielersport te schelden over medeplichtigheid en corruptie terwijl hij nooit iets zei over atletiek, waar dat echt gebeurde?

“Als ik zie wat in die sport boven water komt, dan hebben wij het prima gedaan. Wij probeerden ten minste ze te pakken. Wij hebben Armstrong getest in 2001 en we hebben zijn test als verdacht op epo gelabeld. We hebben hem niet betrapt, want er was net geen positieve test. Maar ondertussen deden de atletiek en al die andere sporten niets. En Pound maakte ons verwijten, net zoals later zijn vriendjes van het Usada. Die nu in de zaak-Mayweather boter op het hoofd hebben, maar van het WADA zelf mogen uitzoeken of ze fout waren.”

Het IOC blijft buiten schot, maar heeft ook een probleem: zijn Spelen verkocht krijgen.

“Bij de evaluatie voor 2004 kon ik nog elf steden bezoeken. En ook voor 2008, toen ik zelf voorzitter was van de evaluatiecommissie, hadden we nog meer dan voldoende kandidaat-steden. Het werd minder na de economische crisis van 2007-2008 en ten gevolge van een verkeerde perceptie dat de Spelen per definitie een verlieslatende onderneming zijn. Dat klopt niet als het organisatiebudget apart wordt gezien van de infrastructuurkosten en als beveiliging enkel nog voor rekening van de overheid komt.

“Door de strenge bezuinigingspolitiek in de meeste westerse landen kunnen de politici het zich niet veroorloven een zogeheten geldverslindend evenement te organiseren terwijl het inkomen van de burgers onder druk staat.

“De enorme sociale impact die Olympische Spelen kunnen hebben voor een stad en land blijft ook zwaar onderbelicht. Met de Londense Spelen zijn grootse sociale dingen bereikt, die amper de krant halen omdat ze te positief zijn. Die impact is moeilijk in cijfers uit te drukken, en daarom begint men er vaak niet aan.”

Hoe zit het met uw strijdbaarheid?

“Die is intact, maar ik wil ook constructief meedenken. Wil het IOC mijn mening horen, dan krijgt het die. Zelfs de UCI. Willen ze van mij weten hoe ik het profwielrennen zou aanpakken, dan zou ik mijn verhaal doen en vervolgens vertrekken. Ik vind niet dat het nu erg opschiet.

“Het probleem is nog steeds hetzelfde. De ploegen zijn te zwak gestructureerd. Valt een sponsor weg, dan bestaan ze niet meer. Ze moeten zich verenigen, ze moeten af van de zwakke organisatoren, wedstrijden creëren in rijke markten en hun sport collectief verkopen.

“Soms denk ik dat ik het een keertje moet opschrijven zoals ik het allemaal heb beleefd. Met respect voor de mensen, want ik heb geen zin meer in negativisme. Sinds die ziekte (Verbruggen wordt behandeld voor leukemie, HVDW) ben ik in een compassionate mood terechtgekomen. Ik wil geen geruzie meer, maar af en toe zeg ik wel nog eens waar het op staat.”

 

Operatie beschadiging

Eerder dit jaar probeerden de tegenstanders van Hein Verbruggen zijn erfenis te bezwaren met het CIRC-rapport over de wielrennerij onder zijn bewind en zijn vermeende rol in het onder de radar blijven van dopingzondaar Lance Armstrong.

Zonder veel aandacht voor bewijzen en feiten concludeerden media dat Verbruggen en de UCI waren tekortgeschoten in hun strijd tegen doping en te laks waren geweest tegenover Armstrong. Toen de storm was gaan liggen, reageerde Verbruggen op een speciaal ontwikkelde website (verbruggen.ch). Het wereldantidopingagentschap WADA, diens Amerikaanse poot Usada en de nieuwe UCI werden op hun plaats gezet.

Meer zelfs: de nieuwe UCI-voorzitter Brian Cookson ondertekende met Verbruggen een ‘niet-aanvalspact’ na bemiddeling van het Internationaal Olympisch Comité. Cookson verplichtte zich ertoe bij het door Verbruggen gewraakte CIRC-rapport een link naar de verdediging van zijn voorganger te publiceren. Bovendien zou de UCI tussenbeide komen in de kosten die Verbruggen had gemaakt om zich te verdedigen en zou zijn erevoorzitterschap niet meer ter discussie worden gesteld. Er zou 40.000 euro worden betaald, maar dat is nog niet gebeurd. Er wordt volop over gediscussieerd binnen de UCI.

Verbruggen zou van zijn kant afzien van een rechtszaak die hij bij het Zwitserse gerecht tegen de UCI ging aanspannen.

Verbruggen int

Interview Marieke Vervoort in De Morgen van zat 19 dec 2015

‘Het wordt stilaan akelig’

Dat euthanasie en topsport niet samen gaan. Dat haar ziekte en topsport onverenigbaar zijn. Dat ze de media haar verhaal laat uitmelken. Moedige Marieke (36), die vandaag op het Sportgala allicht de prijs van Paralympiër van het Jaar zal krijgen, geeft op alles antwoord, dus ook op lastige vragen die nog niemand stelde.

In de hal van het huis van Marieke Vervoort in Diest hangt een mooie potloodtekening van toen ze nog kon tekenen, van toen haar handen nog deden wat haar hersenen wilden. Het is een skelet in een startblok met een stok in de hand, klaar voor de estafette.

“Pure symboliek. Het was het begin van mijn ziekte. Ik voelde mij ook een skelet en die stok is mijn ellende die ik wilde doorgeven. Het is niet gelukt. Het skelet is nooit uit het startblok geraakt en de ziekte heb ik nog vast.”

De aanvallen worden week na week heviger en frequenter, de armen willen niet meer mee, de ogen gaan achteruit, en alsof dat niet volstaat, weet paralympisch atlete Marieke Vervoort pas op 15 augustus of ze drie weken later naar de Paralympische Spelen 2016 in Rio de Janeiro kan. Ondertussen sluit ze een jaar met drie wereldtitels af door sportprijzen op te halen: eerder deze maand won ze de Vlaamse Reus en vandaag, zaterdag, krijgt ze op het Sportgala een Lifetime Achievement Award.

Wellicht word je ook paralympiër van het jaar, maar een minipoll onder de paralympische atleten leert dat ze Peter Genyn, die ook naar twee wereldtitels wheelde, op één zetten.

Marieke Vervoort: “Dat kan ik begrijpen. De tennisser Joachim Gérard, nummer één van de wereld, zou het ook verdienen. We zijn met drie sterke kanshebbers voor de titel en ik wil de anderen hun aandoening niet onderschatten, maar ik hoop er stiekem wel een beetje op omdat het weleens de laatste keer zou kunnen zijn. De anderen zijn al zeker van een ticket voor Rio, ik niet. Ik weet niet hoe mijn aandoening zal evolueren, maar ik weet zeker dat ik met een lichaam zit dat steeds minder doet wat ik wil.”

Je hebt drie wereldtitels gewonnen in Doha, maar je hebt weinig tegenstanders in je categorie, vandaar de onzekerheid voor Rio.

“Zo stond het ook in de krant na mijn overwinning op het WK in oktober in Doha: Marieke Vervoort wint goud tegen zwakke tegenstand. Dat was niet leuk om te lezen. Er waren er een paar niet komen opdagen omdat atleten in mijn categorie vaak ook een probleem hebben om te zweten en Doha was natuurlijk erg warm. Mijn concurrente Michelle Stilwell uit Canada was er ook niet. Ze was ziek, heb ik gehoord, ofwel was ze bang, want ze verliest niet graag van mij.”

Is de wereld van de gehandicaptensport (G-sport) een harde wereld?

“Met de afgunst valt het wel mee. Behalve dan in de categorie van Peter Genyn. Daar zullen ze elkaar geen geluk wensen. Er kwam er één op mij af en die zei: ‘Peter maakt de T51 kapot.’ T51 betekent dat iemand geen tricepsfunctie meer heeft. Ik zei: hoezo, hij is toch gecontroleerd, getest en geconfirmeerd als T51? ‘Sinds Peter er is, maken wij geen schijn van kans meer’, redeneren ze.

“Ik weet wat hij anders doet: Peter komt van het rolstoelrugby en heeft de aandrijftechniek van die discipline meegenomen naar de wheelers. Hij doet het met dikke gummihandschoenen, ingewreven met hars en zo slaat hij op zijn wielen en beweegt hij zich voort. Die insinuaties van bedrog zijn belachelijk. Peter is getest en bovendien staat er langs de baan ook altijd een dokter die checkt of de atleet in kwestie zich niet gehandicapter voordoet dan hij of zij wel is. Jammer genoeg zijn die er ook.

“Bij mij durft Michelle Stilwell wel eens moeilijk doen. Zij noemt mij de Belgian Bitch, wat niet aardig is. Ik snap wel dat ze het niet leuk vond dat ik ineens ook kwam meedoen en ook nog eens won. Dat was ze niet gewend. In Londen op de Spelen heb ik haar na de 200 meter een knuffel willen geven bij de medaille-uitreiking, maar ze hield haar gouden medaille voor haar gezicht zodat ik niet in haar buurt kon komen. Toen dacht ik: tijd dat ik die trut met haar vier wielen op de grond zet.”

Vier wielen?

“Drie als het een wheeler is, maar een rolstoel heeft vier wielen. Kijk maar: twee grote en die twee kleintjes hier vooraan. Toen ik de 100 meter won in Londen, en zij tweede was, stond ze met haar vier wielen op de grond.”

Het is altijd wel een gedoe met die categorieën in de G-sport.

“Ik sport met tetraplegen – mensen met een dwarslaesie, bij wie alle ledematen verlamd zijn: de benen helemaal en het bovenlichaam gedeeltelijk. In de T-klasse draait alles rond de armfunctie en de rompstabiliteit. Ik ben een T52 en die hebben haast geen rompstabiliteit, maar wel tricepsen die werken. Een T53 heeft die ook, maar als wij onder elkaar racen, dan kom ik er met mijn laesie niet aan te pas want zij hebben nog een relatief goeie armfunctie en meestal nog een beetje buik- en rugspieren.

“Trouwens, die Michelle Stilwell heeft volgens mij ook nog rompstabiliteit. Zoals zij kan zitten, dat kan ik niet. Ik zou omvallen.”

Je zei laesie, maar jij hebt toch een spierziekte?

(glimlacht) “Jazeker, progressieve myelopathie, maar daar hoort ook progressieve tetraplegie bij. Ter hoogte van de vijfde en zesde nekwervel geeft mijn ruggenmerg niet alles meer door. Dat is niet het enige: ik heb de laatste tijd ook veel aanvallen die lijken op epilepsie, maar die uiteraard te maken hebben met mijn ziekte en die mij ook vaak hele slechte nachten bezorgen. Ik heb spasmen op mijn diafragma waarbij ik bijna niet meer kan ademen. Ik kan ook zomaar het bewustzijn verliezen, zoals laatst nog bij de opnames met Kobe Ilsen voor zijn nieuwe programma.

Copyright © 2015 gopress. All rights reserverd

“Het wordt stilaan akelig. Ik ben het laatste jaar weer20 procent minder goed gaan zien, wellicht door die aanvallen. De oogarts vroeg meteen of ik epileptisch was, want het ligt niet aan mijn ogen. Dat komt er ook nog eens bij.”

Even praktisch, want we zijn hier alleen. Wat moet ik doen als je tijdens het gesprek een aanval krijgt?

“Daar staat de telefoon: duw op M1 en dan op 4 voor een alarmoproep. Dan komen ze onmiddellijk, maar die kunnen ook weinig doen. In de hal staat een zuurstofbak: die op ON zetten en dan die slangetjes in mijn neus duwen. Ik heb een negatieve wilsverklaring, dus ik wil niet meer naar het ziekenhuis worden gebracht.”

Begrepen. Een professor gespecialiseerd in spierziektes zei me dat sporten met jouw aandoening niet aangewezen is.

“Hij heeft gelijk, maar voor mij is het wheelen een therapie, een manier om alle angsten, pijnen en frustraties van mij af te rijden. De nachten voor mijn wedstrijden in Doha bijvoorbeeld heb ik heel slecht geslapen, pas tegen een uur of vijf ben ik wat ingedommeld en om acht uur zat ik als een zombie aan het ontbijt. Maar dan komt de adrenaline bovendrijven en ga ik naar de wedstrijd.

“Kijk eens naar die foto. (wijst naar een foto achter mij) Zie je dat gezicht? Ik sla alles van mij af en ik vergeet heel even alles. Pakken ze mij dat wheelen af, dan nemen ze een stuk van mijn leven weg en ik ben al zoveel kwijt. Dan kan ik er beter een punt achter zetten.”

Dat je minimaal vijf relatief goede jaren hebt weggegooid door die inspanningen en dat je heftige aanvallen daar onder meer aan te wijten zijn, is dat geen argument?

“Ik snap het wel en die professor heeft zeker gelijk, maar ik heb dit nodig. Ik rust ook veel, nog dit weekend, en toch had je gisteren niet moeten komen want dan had ik niets zinnigs kunnen zeggen omdat de nacht ervoor vreselijk was. Voor de mensen die het programma Het huis hebben gezien: het kan nog veel erger. Die sport is iets waarvoor ik kies. Ik heb liever een kort en goed leven, waarin ik alles kan doen wat ik wil, dan jarenlang als een plant aan de zetel gekluisterd zijn.”

Jij mag of moet ook medicatie nemen die op de dopinglijst staat, de zogeheten therapeutische uitzondering of TUE.

“Als het echt slecht met me gaat, mogen ze mij morfine en valium geven. Na mijn gewonnen finale heb ik valium gekregen, maar daar ga je echt niet beter van presteren. Ik heb toch maar die TUE voorgelegd, want het zat in mijn systeem. De valium wordt intramusculair ingespoten en de morfine onderhuids. Daarnaast heb ik sinds kort een port-a-cath, dat is een katheter die permanent klaar zit in mijn schouder om wekelijks een infuus toe te dienen met glucose en magnesium.”

Neem je antidepressiva?

“Neen. Ik heb soms dagen waarin ik veel huil. Of met kussens gooi, maar ik ben niet echt depressief. Eén keer per maand ga ik naar de psycholoog om mijn verhaal te doen en dat lucht op. En ik drink geregeld mijn persoonlijke Dafalgan. (lacht en wijst naar een indrukwekkende verzameling flessen bubbels) Geen reden is een reden om er één te drinken, zeg ik altijd.

“Als triatleet heb ik gegeten zoals het hoort, maar waarom zou ik nu niet mogen zondigen? Weet je dat ik in de supermarkt soms opmerkingen krijg als er een zakje chips op mijn schoot ligt? ‘Mag een sporter dat wel eten?’ Ik antwoord dan: heb jij mijn lijn al eens gezien, ik mag dat eerder eten dan jij. En weg zijn ze.”

Een negatieve wilsverklaring betekent dat je niet gereanimeerd wil worden, maar jouw sportbond Parantee, wil daar niet in mee.

“Ik begrijp Parantee, maar we hadden een compromis: in Doha zouden ze mij wel hebben gereanimeerd. Als ik op stage ben op Lanzarote, is dat hetzelfde verhaal: niet reanimeren is daar strafbaar en dan brengen ze mij naar het ziekenhuis en moet ik dat ondergaan.”

Morfine, geen reanimatie of behandeling, dat staat zo haaks op topsport. Begrijp je de reserve daartegen? Je behandelende arts is een euthanasie-expert en tussendoor ga je overal medailles winnen.

“Ik begrijp dat mensen daar moeite mee hebben, maar de sport houdt mij wel in leven, dus daar is niks mis mee. Dat ik vaak over euthanasie praat en dat Wim Distelmans mijn behandelende arts is, stelt mij juist in staat om voort te leven. Zonder die zekerheid dat ik er uit kan als het echt te erg wordt, zou ik geen leven meer hebben.

“Hoe ik mezelf motiveer om door de pijn te gaan, is simpel. Ik laat de film aflopen van alles wat er met mij is gebeurd: de ziekte, mijn ongeval in 2013 (Vervoort kwam in de WK-finale van de 800 meter in 2013 ten val, red.) en die pot kokend water die ik in 2014 over mij kreeg waardoor ik drie keer bijna dood was. Zo pep ik mij op: door mij kwaad te maken tegen al het onrecht dat mij is overkomen. En ik heb natuurlijk heel veel mensen rond mij die mij helpen, zonder wie het ook niet de moeite zou zijn.”

Een hartlijder die drie zware hartinfarcten heeft overleefd en die een marathon wil lopen, verklaren we voor gek. Jij wordt bewonderd.

“Ik snap de vergelijking, maar ik ben ook een sporter. Sport is mijn enige drijfveer, de laatste uitlaatklep. Ik was een zwemster. Toen ik veertien was, is de ziekte bij mij vastgesteld. Ik ben toen overgeschakeld naar triatlon. In het begin kon ik nog peddels aandoen om te zwemmen, maar dat kan nu ook niet meer. Ik heb in Hawaï 1u17 gezwommen over 3,8 kilometer, rap hè? Daar hebben ze mij na het handbiken (de fietsproef, HV) uit de wedstrijd gehaald. Ik was vijftien minuten te laat bij de wissel. Er stond een madam met een strooien hoed die ons tegenhield: ‘There will be another year.’ Ik dacht: bitch, weet jij veel, ik heb verdorie een progressieve ziekte.

“Ik kreeg kort daarna een heftige opstoot en het was gedaan met triatlon. Gaandeweg heeft die ziekte steeds meer van mij afgepakt en dat laatste laat ik mij niet meer afnemen. Tot het niet meer gaat. Precies omdat die euthanasiepapieren geregeld zijn, ben ik gerust en heb ik nu veel meer levenswil. Anders had ik al lang zelfmoord gepleegd.”

Moet jij Sportvrouw van het Jaar worden?

 

“Neen, maar ik vind wel dat ze de verschillende categorieën evenwaardig moeten behandelen. Niet eerst dé sportvrouw, dan dé sportman en vervolgens o ja, we hebben ook nog de paralympiër van het jaar. Ik wil ook dat de artikels in de kranten een dag later even groot zijn.

“Delfine Persoon verdient die titel van sportvrouw. Wat die al heeft gepresteerd… Voor sportman weet ik het niet, maar bij een voetballer stel ik mij toch vragen. Laatst las ik nog een artikel over het geld dat ze willen omdat hun portret op glazen staat of zo. Ik word ziek van die sommen. Straks moet ik naar het programma Beste kijkers en normaal krijg je daar geld voor. Behalve ik, want ik krijg een uitkering en als ik dat aanvaard, kan ik geschorst worden. Van Het huis heb ik dan maar een iPhone 6 Plus cadeau gekregen.”

De media weten je wel wonen. Je draineert alle aandacht voor paralympische sport.

“Waarom ik mijn ziekte niet onder stoelen of banken steek? Omdat ik de mensen wil tonen dat ik mij niet laat doen. Door het sporten heb ik een goeie uitlaatklep en kan ik mijn frustraties kwijt. Ik ben drie keer teruggekeerd van niks; ik denk dat ik een voorbeeld van wilskracht kan zijn. Ik weet zeker dat ik mensen met een handicap inspireer.

“En die aandacht? Ze komen naar mij toe en ze willen mijn verhaal horen. Ik haal ze niet naar hier. Heb ik jou gebeld dan? Neen, jij hebt mij gebeld.”

Marieke Vervoort

Column Prijzentijd in De Morgen van zat 20 dec 2015

Prijzentijd

Het is weer prijzenweekend. Het Sportgala dus. Niet langer op Eén en dat hebben de Belgische sporters, het Sportgala en organisator Golazo geheel aan zichzelf te danken. De voorbije editie hing aan elkaar van de onnozeliteiten en toen vervolgens ook nog eens de kijkcijfers niet echt meevielen en er door de VRT moest worden bespaard, was de keuze aan de Reyerslaan snel gemaakt.

Marieke Vervoort krijgt de Lifetime Achievement Award en wordt wellicht ook Paralympiër van het Jaar. Volgens insiders zou dat haar wheelende collega Peter Genyn moeten zijn, maar Marieke ziet dat anders.

Coach van het Jaar zal wel Marc Wilmots worden, terwijl Hein Vanhaezebrouck de enige echte Coach van het Jaar is. De echte prijs voor beste coach heeft hij al gekregen en die heet de Raymond Goethals-trofee, genoemd naar een extreem verdedigende coach die twee keer actief betrokken was bij omkoping, maar dat geheel terzijde.

Komen we bij de Sportploeg van het Jaar. Hier heb ik mijn wildcard gebruikt en niet de Rode Duivels ingevuld, maar wel drie andere ploegen. Weggegooide stemmen natuurlijk, want de nationale voetbalploeg is net op tijd nummer één van de wereld geworden. Weliswaar in een heel rare ranking en zonder echt goed te voetballen, maar dat maakt allemaal niet uit. Of het zou alsnog de Davis Cup-ploeg moeten worden.

In Nederland hadden ze deze week eerst de Sportman van het Jaar, dan het Talent van het Jaar, dan het Sportbeeld van het Jaar (goed gevonden) en als laatste en dus belangrijkste prijs, de Sportvrouw van het Jaar. Dat had alles te maken met de genomineerden en de impact van hun prestaties op de bevolking van dat kleinste grote sportland, maar Dafne Schippers als hoogtepunt van het beste Nederlandse sportjaar ooit was wel een statement.

De uitkomst van onze Sportvrouw van het Jaar is een dubbeltje op zijn kant. In Nederland zou bokster Delfine Persoon ongetwijfeld winnen, maar in Nederland stemmen de Friezen niet alleen op Friezen en de Limburgers niet alleen op Limburgers en liggen er tussen Limburg en Friesland nog wel regio’s met sporters.

Nederlanders zoeken over de accenten- en taalgrenzen heen naar hun beste prestatie overall. Dat doen wij nooit. De Franstaligen kiezen (haast) altijd voor een Franstalige, de Nederlandstaligen denken iets breder en durven weleens iemand van over de taalgrens een puntje (of twee) geven. Sportvrouw van het Jaar wordt wellicht judoka Charline Van Snick, omdat zij de enige Franstalige is bij de genomineerden en daar met alle stemmen gaat lopen en ook in Vlaanderen punten krijgt. Terecht, want Van Snick is een kanjer onder de kanjers.

En dan de Sportman van het Jaar. Volgens de media staat het al vast dat het Kevin De Bruyne wordt. Ik heb De Bruyne één puntje gegeven, Dirk Van Tichelt twee, Louis Croenen drie, Pieter Timmers vier en Philip Milanov vijf. Sport draait om prijzen winnen, om medailles halen. Milanov verdient dus om op één te staan met zijn zilveren medaille op de wereldkampioenschappen. Dat was in atletiek, in discuswerpen, voor als u dat niet wist. Overigens hoorde ook de wereldkampioen taekwondo Jaouad Achab bij die laatste drie en had hij moeten winnen.

Het is een raadsel waarom Kevin De Bruyne Sportman van het Jaar zou moeten worden. Wat heeft die dan gewonnen, behalve de Duitse beker? Ach ja, de jackpot natuurlijk! Door zijn transfer van Wolfsburg naar Manchester City, voor een onbetamelijke 74 miljoen euro, is hij de duurste Belgische speler ooit en hij heeft ook een mooi salaris van 320.000 euro per week geregeld. Hij verdient per dag wat Philip Milanov de Vlaamse gemeenschap in een heel jaar kost aan salaris, en dat is hem gegund, maar dat is nog geen goede reden om hem Sportman van het Jaar te maken.

In 2012 was Vincent Kompany de beste speler van de Premier League, kampioen met Manchester City en de verpersoonlijking van de heropstanding van de Rode Duivels, maar hij kwam niet eens in de laatste drie voor. Er is geen enkele objectieve of sportieve reden om Kevin De Bruyne die prijs te geven. Laat hem eerst maar eens op een groot toernooi excelleren zoals die andere genomineerden.