Column Mazelentrui in De Morgen van maandag 8 juli 2019

Mazelentrui

Greg Van Avermaet zat er een beetje mee na zaterdag. Gisteren kwam zijn dochtertje Fleur kijken en ze zou verschieten welke trui papa nu weer aan had. Nog goed dat Fleur nog een ukje is en geen recalcitrante tiener.

Het Facetime-gesprek had ook zo kunnen gaan:

Fleur: Papa, wat heb je daar nu weer voor lelijks aan? Dat oranje vond ik niks, maar is toch altijd beter dan die mazelentrui van de kleine, magere mannetjes.

Papa: Zeg Fleurtje, dat is wel de bolletjestrui, de bergtrui.

Fleur: Papa… (rollende ogen) Maar jullie hebben nog geen berg gezien. Heb je die echt gekregen omdat jij als eerste over die mislukte molshoop in Geraardsbergen bent gereden, meen je dat? Ik dacht: joepie, papa is ontsnapt, maar je wachtte daarna gewoon op het peloton.

Papa: Het is al goed Fleurtje, geef je mama eens.

Voor de Belgen is deze thuiswedstrijd voorlopig de Tour van de dode mussen. Alleen Wout van Aert reed een beetje in beeld met een bijrol in die verknoeide sprint van zaterdag, gewonnen door een Nederlandse ploegmaat, en een hoofdrol in de ploegentijdrit van gisteren, gewonnen door de Nederlandse formatie Jumbo-Visma.

In de coulissen werd ondertussen gedebatteerd over de wenselijkheid van een Tour-start in Brussel. Te duur, te vuil, te weinig fietspaden, te rijk gerekend met economische return, kortom: zijn er geen andere prioriteiten voor Brussel dan circus Tour naar hier halen? Naast beter onderwijs, veiliger verkeer, een eengemaakt bestuur en dito politiezone, ken ik er alvast één: een nationaal stadion, de Europese hoofdstad waardig. Dit jaar hebben we wel de Tour gehad, maar volgend jaar hebben we niet het Europees Kampioenschap voetbal. Dat wordt in alle landen van Europa gespeeld, maar niet in de Europese hoofdstad.

Te veel Merckx, was nog een kritiek. Eddy Merckx mag dan een hele aardige man zijn en een groot kampioen – wellicht de grootste aller tijden in het wielrennen en de beste Belgische sporter ooit – de heldenverering werd inderdaad af en toe gênant. Geen enkel ander land heeft ooit een sporter – man/vrouw, dood/levend – zo bewierookt als ging het om Kim Jong-un in Noord-Korea.

Hem kennende is hij opgelucht dat het ‘dure, vervuilende’ circus van de Tour na twee dagen is vertrokken en de kans dat ze hem alsnog in Parijs zien, is weer iets minder groot. Vandaag maakt het peloton de Champagne-streek onveilig en daarna gaan ze richting Vogezen. Vervolgens door het middengebergte een lusje naar de Pyreneeën en zo terug richting Parijs na een driedaagse in de Alpen. Even ter herinnering: de Tour de France draait om wie na drie weken de gele trui draagt, al het andere is bezigheidstherapie.

Het Belgische hoogtepunt van het weekend was Vive le Vélo in de tuin van de koning en meer in het bijzonder de aanwezigheid van werelduurrecordhouder Victor Campenaerts. Het is jammer dat ze op de VRT in geval van wielrennen het stellen van de juiste vragen en vooral het doorvragen zijn verleerd (of hebben geband, dat is niet zo duidelijk) want dat had best goede tv kunnen opleveren.

Om een lang verhaal samen te vatten: de enige renner van Lotto-Soudal die dit jaar de ploeg een beetje uit de slagschaduw van Deceuninck-QuickStep kon halen en wat publiciteit genereren, zou moeten wijken voor twee renners die samen bijna zeventig jaar oud zijn. Het is niet duidelijk of het ene het gevolg is van het andere en wat allemaal speelt.

Het is vooral niet duidelijk omdat nooit wordt doorgevraagd. Campenaerts zat daar, kon van die tafel zo maar niet weglopen, haal hem dan de pieren uit de neus. Maar neen, dat heb je met die praatshows, het moet in de eerste plaats gezellig blijven. Ik wil wel eens horen wat hij van de ploeg(leiding) denkt en of hij beseft hoe ze over hem denken in die ploeg.

Ik wil ook wel eens weten of zijn (loon)eisen zo buitensporig zijn dat ze verkiezen in zee te gaan met een hoogbejaarde Belg (een Waal, speelt mee in de hele discussie) en een Duitser die zijn niveau van weleer niet meer haalt. Waarom ze Tiesj Benoot niet konden houden en aan Tiesj Benoot misschien ook vragen waarom hij daar niet eens wilde onderhandelen.

Misschien moeten ze John Lelangue ook eens uitnodigen en hem het hemd van het lijf vragen. Of nog beter, iemand van de toezichthoudende overheid en die uitbenen: of ze wel een idee hebben van hoe een goed functionerende wielerploeg moet draaien, wat zo’n sponsoring aan meerwaarde moet genereren en wat er nog overschiet van het pan om de loterijgelden in te zetten als basis voor een groot Belgisch wielerproject. Als die allemaal zijn gepasseerd zal je wel moeten concluderen dat die inzet van overheidsmiljoenen best opnieuw wordt bekeken.

 

Column Mazelentrui

Verhaal over Geraint Thomas tegen de hele wereld in De Morgen van zaterdag 6 juli 2019

Thomas vs. Frankrijk en zijn ploeg

De tijdrittrein wachtte vorig jaar alleen op ‘Froomey’ en in het bloedhete hotel van de eerste rustdag kreeg hij geen airco. Het duurde tot na etappe 17 voor Sky vol voor Geraint Thomas als Tour-winnaar ging. De zo gekwelde pistier gaat voor zijn tweede met nog meer twijfels.

Zondagochtend of misschien vanavond al bij de teambespreking voor de ploegentijdrit in en rond Brussel zal Geraint Thomas (33) duidelijk worden of zijn ploeg dit jaar wél in hem gelooft. Vorig jaar had hij na een knappe overwinning in het Critérium du Dauphiné het statuut van schaduwkopman gekregen om in Cholet op dag drie al van zijn wolk te vallen. “Ik wist niet wat ik hoorde: in geval van pech zou alleen op Chris Froome worden gewacht. ‘Dus niet op mij?’, vroeg ik onze ploegleider Nico Portal. ‘Je moet dat niet persoonlijk nemen’, zei hij. Ik dacht van: okay, got the message.”

Pech bleef weg. Behalve dan dat BMC won, in feite een ideaal scenario met Greg Van Avermaet in die gele trui die hij nog even wilde houden. No worries bij Sky, dat aan de Tour was begonnen met een driekoppige falanx van rondewinnaars: viervoudig Tour-winnaar Chris Froome had de Giro gewonnen, Geraint Thomas de Dauphiné en de jonge Colombiaan Egan Bernal had het in de zware Ronde van Californië schitterend afgemaakt. Van Bernal werd vermoed dat hij de Froome van 2012 kon zijn, beter dan zijn kopman (toen Bradley Wiggins) bergop, maar gebonden aan teamconsignes en vooraf opgelegde hiërarchie.

De Tour van 2018 hield geen rekening met die hiërarchie. Froome verloor al snel wat tijd, idem voor de hard werkende Bernal en van de sterkste ploeg in de Tour stond de tot tweede kopman gepromoveerde Thomas het best geplaatst. Na de aangekondigde terugval van geletruidrager Van Avermaet in de bergen zou hij het classement général aanvoeren.

Gesprongen zekering

Op de avond van 15 juli volgde een nieuwe klap in het gezicht van de tweevoudige olympisch kampioen achtervolging.

“We hadden net de lange verplaatsing per vliegtuig van Roubaix naar Annecy achter de rug en toen we in ons hotel arriveerden, stond alleen airco op de gang, niks in mijn bloedhete kamer. Ik sleurde de airco van mijn gang naar binnen, maar toen sprongen de zekeringen. De ploegleiding whatsappte dat alleen Froome de airco aan mocht zetten. Ik dacht: ja hallo, dat zie je van hier, en ik zette ook mijn airco aan. Ik heb heerlijk geslapen op de rustdag, tot een uur of tien.”

Na de elfde etappe naar La Rosière zou Geraint Thomas het geel aantrekken. Niet zonder een nummer op te voeren. Hij won die etappe en een dag later ook die op L’Alpe d’Huez. Dat was de rit die Chris Froome had uitgekozen om orde op zaken te stellen
in het peloton en de hiërarchie in de ploeg te herstellen. Toen Froome met nog drie kilometer te klimmen aanging, bleef Thomas gedisciplineerd zitten in het wiel van Tom Dumoulin die in tijdritstijl rustig Froome weer inrekende. In de laatste hectometers gooide Thomas al zijn achtervolgingswattages in de schaal en reed iedereen uit het wiel, Froome incluis. De avond van 19 juli werden de rollen bij Sky omgekeerd: alles voor G, Chris werd schaduwkopman.

Hoewel… Uit het boek met de voorspelbare titel Mijn Tour de France blijkt dat Thomas zijn eigen team niet vertrouwde en dat met name Froome zich niet bij de nieuwe pikorde neerlegde. “Elke bergrit zou hij aanvallen en de boel opblazen, met het risico dat we er allemaal aan gingen. Ik kon daar met hem niet over praten.”

Froome bleek te overmoedig en liep twee keer op een counter. Pas na de ultrakorte etappe van 65 kilometer waarin hij weer tijd had verloren, legde ‘Froomey’ zich neer bij de situatie. In geen enkele etappe nadat Thomas de gele trui had veroverd, had hij ook maar één keer gereden in functie van het behoud van het geel, iets wat alle andere renners uit zijn ploeg in de jaren voordien wel hadden gedaan. Thomas: “Begrijpelijk voor een zesvoudige groterondewinnaar, maar wel vervelend voor mij.”

Valpartijen

Bij de start van de Tour de France is Geraint Thomas op basis van vorig jaar de kopman van Team Ineos, de opvolger van Sky. Maar nu is de Colombiaan Egan Bernal de schaduwkopman na winst in de Ronde van Zwitserland. Thomas heeft niks gewonnen dit jaar. Hij werd vooraan verwacht in de Dauphiné maar belandde na een zware val in het ziekenhuis. Niet bepaald bevorderlijk voor het vertrouwen, niet van Thomas zelf of van de ploeg jegens Thomas. Bernal daarentegen is al lang op niveau. Die won Parijs-Nice toen Thomas nog de flessen van zijn winterparty’s naar het containerpark moest dragen en aan zijn crashdieet moest beginnen.

Bij Team Ineos druipt de twijfel ten aanzien van de Tour-winnaar van vorig jaar eraf. Een samenvatting van wat je in de wandelgangen hoort: “G’s winter was niet goed en die val heeft hem toch wedstrijdkilometers gekost. Chris zat ook nooit stevig op de fiets, maar G heeft echt een geschiedenis met vallen. Last year he won, but maybe this time he was just lucky.”

Zwaar tegen dek gaan, het is een constante in de carrière van Geraint Thomas. Al een maand na zijn overstap van juniores naar beloften scheurde hij bij een val zijn milt. Iets later, bij de profs, kwam hij in een sprinttrein zwaar ten val in de Tour Down Under. Daarna brak hij zijn bekken en een pols in Tirreno Adriatico. Waar Froome er met de tijd in slaagde om meer en meer uit het gewoel te blijven – met uitzondering dan in de Dauphiné toen hij in een verkenning door zijn eigen schuld ten val kwam – ging het met Thomas van kwaad naar erger, al had hij aan de meeste crashes geen directe schuld.

In de Tour van 2015 was hij de renner die tijdens een afdaling door Warren Barguil, die te snel in een bocht kwam, tegen een oude telefoonpaal en in het ravijn werd gekatapulteerd. In de Tour van 2017, toen hij tweede stond na Chris Froome, was het Rafal Majka die hem deed vallen in een afdaling, wat hem een gebroken sleutelbeen kostte.

 

Dat volgde op de Giro, waar hij de onbetwiste kopman van de ploeg was en met de bergen in aantocht netjes tweede stond, klaar om de roze trui over te nemen. Misschien al op de Etna, waar hij als een razende in een razend peloton naartoe reed toen een politiemotor links achter een blinde bocht stond opgesteld en Wilco Kelderman er als eerste pal op knalde. Hij nam Thomas en anderen mee in zijn val. Thomas ontwrichte daarbij zijn schouder en zou enkele etappes later gedemoraliseerd moeten opgeven. Ten slotte herinneren we ons allemaal de gouden rit van Van Avermaet op de Spelen in Rio en de renners die voor hem wegvielen, letterlijk dan. Majka viel en wie viel over hem? Thomas.

Beer and booze

Chris Froome in een ziekenbed of op twee krukken. Tom Dumoulin in de lappenmand. Primoz Roglic verdwenen van de planeet koers. In een normale editie speelt de Tour altijd wel een favoriet kwijt in de eerste hectische week. Nooit eerder is in het favorietenpeloton zo sterk gewied vóór de start, en dan moeten ze nog beginnen te vallen.

Met Geraint Thomas won vorig jaar voor het vierde jaar op rij een Brit uit de sterke Sky-formatie. De Tour-taal is meer dan ooit Engels: veertien van de laatste twintig edities zijn gewonnen door een Engelstalige, soms met een Texaans, soms met een Australisch, Brits of Welsh accent. Vooral het Franse Tour-publiek heeft het gehad met de dominantie van de Angelsaksen die in het begin nog hun best deden om de Fransen te plezieren, maar de laatste jaren energie halen uit de vijandigheid van de locals.

Thomas heeft het in zijn vorige Tour allemaal meegekregen. Bij een van de laatste bergfinishes probeerde een toeschouwer van over de nadar zelfs zijn arm vast te grijpen en hem van zijn fiets te sleuren. De Tour-zege en de vijandigheid jegens zijn ploeg, de opofferingen, de leeftijd, de volle trofeeënkast: Thomas beleefde het allemaal opnieuw. Wat resulteerde in een winter à la Bradley Wiggins, vol existentiële twijfel en lots of beer and booze. “Ik heb vaak gedacht: is zo’n Tour dit allemaal waard, dat non-leven boven op die Teide, die strijd tegen de grammen vet, die constante argwaan van ‘word ik niet geflikt’? Neen, het is maar koers.”

Ook tijdens de Tour dacht hij zo: als het mis gaat, dan gaat het mis, het leven gaat verder. De houding die vorig jaar zijn sterkte was, kan zich nu tegen hem keren: bij de eerste tekenen van verzwakking zal de wolvenroedel toeslaan. Neen, niet die eendagsvliegen van Deceuninck-QuickStep maar de echte wolven en niet het minst de jonge Colombiaanse wolf in zijn eigen team.

 

Geraint Thomas

Column Pierre Matignon in De Morgen van zaterdag 6 juli 2019

Pierre Matignon

Rudi Altig, Marino Basso, Julien Stevens, Eric Leman, Rik Van Looy, Joaquim Agostinho (twee keer), Mariano Díaz, Michele Dancelli, Roger Pingeon, Herman Van Springel (twee keer), Felice Gimondi, Guido Reybrouck, Raymond Delisle, Barry Hoban (twee keer), Pierre Matignon, Jos Spruyt en ten slotte Eddy Merckx (zes keer).

Dat waren de etappewinnaars in de editie 1969, de eerste en meest overweldigende Tour de France van Eddy Merckx. Namen als klokken. Van Looy bijvoorbeeld. Won een etappe maar werd op de Ballon d’Alsace buiten tijd gereden door Merckx. Dancelli, Basso, Gimondi, grote Italiaanse renners in hun tijd. Stevens, Van Springel, Spruyt, superknechten, en Leman die drie keer de Ronde van Vlaanderen zou winnen.

Altig, een ellendige mof (geen kwarteeuw na de oorlog was dat een volstrekt eerbare gedachte) die later in die Tour zou worden betrapt op doping en vijftien minuten tijdstraf aan zijn broek kreeg. Hoban, een sprinter die later de plaats zou innemen van zijn betreurde vriend Tom Simpson, ook een grote naam.

Maar kent u Pierre Matignon nog? Vast niet. Hij reed voor Frimatic-De Gribaldy en eindigde die Tour als 85ste of voorlaatste op drie uur en drie kwartier van Eddy Merckx. Hij won wel een rit en nog wel die op de Puy de Dôme. Dat is een mythische vulkaanpuist waar vandaag nog hoogst uitzonderlijk op wordt gefietst. Matignon reed Merckx op 1:25. Het is te zeggen: beneden had hij zeven minuten na een lange vlucht en hield daar anderhalve minuut van over.

Geen glorie voor hem, maar misprijzen, Pierre was de risee. La lanterne rouge (hij stond vóór die rit nog laatste) die wint op de Puy de Dôme, hoe belachelijk was dat? Matignon, baroudeur, slechte coureur, maar vooral chançard. Vandaag zou Matignon door die ene lucky shot tot een wereldster in koersland promoveren en zou er een nul extra bij zijn salaris komen. Natuurlijk zou hij de hele duur van zijn royaal opengebroken contract nog altijd geen platte prijs rijden en toch zou na die twee jaar een andere ploegleider nog wat in hem zien en hem weer een mooi contract van twee jaar geven. Daarna nog een kleiner ploegje en dan zou het voorbij zijn.

In die vier jaar of langer zou hij zich een mooi huis kunnen zetten, een witte Cayenne met zwarte velgen kopen en het tienerliefje dat zijn mollige vrouw was geworden inruilen voor een jonger exemplaar met kunstborsten en lipfiller. Daarna: terug naar af.

Ik kijk naar de deelnemerslijst van deze Tour. Eerst streep ik de teams weg die totaal geen kans maken op Tour-winst: Cofidis, Dimension Data, Lotto-Soudal, Total Direct Energie, CCC, Wanty-Gobert, Bora-Hansgrohe, Arkéa-Samsic, Team Sunweb. Dat zijn de meerijders. Clementie voor Sunweb, een speciaal geval. Die hadden de Tour kunnen winnen als Tom Dumoulin het niet aan zijn knie had.

Dan de teams die een renner in hun ploeg hebben die een mooi eindklassement kan rijden in een grote ronde, als de ploeg zich daar met de volle goesting op zou toeleggen: Groupama-FDJ, Education First, Deceuninck-QuickStep, AG2R-La Mondiale. Die spreken hun verzuchtingen niet uit, maar kijken waar na de eerste week het schip is gestrand.

Dertien van de tweeëntwintig teams staan aan de start van de Ronde van Frankrijk helemaal zonder of zonder al te fanatieke ambities voor het klassement. Hebben er wel zin in: Ineos met Geraint Thomas en Egan Bernal, Jumbo-Visma met Steven Kruijswijk, Movistar met Nairo Quintana en Mikel Landa, UAE Emirates met Daniel Martin en Fabio Aru, Katjoesja met Ilnoer Zakarin, Astana met Jakob Fuglsang, Bahrein-Merida met Vincenzo Nibali, Mitchelton-Scott met de broers Yates en Trek-Segafredo met Richie Porte.

Samengevat: 13 van de 176 renners staan aan de start om hoog te eindigen in deze rittenwedstrijd. Nog zeven anderen maken een kans om na een goeie eerste week ook hoog te staan, maar van die twintig zal de helft na de eerste bergen zijn afgehaakt: pech, gevallen, jour of semaine sans. Van die tien zal nog eens de helft de tweede week overleven en die vijf zullen samen met hun ploegen bedisselen wie, wanneer, hoe ver mag wegrijden en voor welke plek in het klassement nog wordt gestreden.

Tegelijk wordt een hele andere Tour gereden, die van de mannen-van-één-dag, goed voor glorie van een paar jaar. De afhakers zullen – als ze in koers blijven – het peloton van avonturiers vervoegen. Onder hen de Pierre Matignons die zich een weekje zullen verstoppen, hun rit uitzoeken en toeslaan. In de hoop om vier jaar op die ene ritwinst te kunnen teren.

En wie draagt op 28 juli in Parijs het geel, het enige wat echt telt? Een gokje om geld te verdienen: Vincenzo Nibali.

 

Column Pierre Matignon

 

Column over Megan Rapinoe en vrouwenvoetbal in De Morgen van maandag 1 juli 2019

De vrouw die conservatief Amerika laat huiveren

 

De ster van deze sport-voorzomer is voorlopig Megan Rapinoe, een kleine Amerikaanse met een strak lijf, rappe beentjes en goede voeten. Ze speelt voetbal.

Er blijven er niet veel overeind na een discussie met de firma Trump & Trollen. Rapinoe deed meer dan overeind blijven. In de week dat ze zich de woede van Donald Trump en zijn alt-right op de nek haalde door te stellen dat ze er niet aan denkt naar dat “fucking White House” te gaan, omwille van Trump, speelde ze een dijk van een partij op de World Cup in en tegen thuisland Frankrijk.

Buitenspeelster Rapinoe zorgde voor de twee Amerikaanse goals en en passant maakte ze een statement dat nóg meer haar deed rechtkomen bij conservatief Amerika. Toen haar was gezegd dat afgelopen zaterdag gaypride-dag was in Frankrijk, sprak ze een waarheid uit die voor velen als ongemakkelijk wordt beschouwd: “Go gays. Je kunt geen kampioen worden zonder lesbiennes in je team. Het is nog nooit gebeurd. Dat is wetenschap.”

Dat, en het vieren van haar doelpunten met haar armen wijd open en lichtjes arrogante come-and-get-me-if-you-can-blik, zorgde voor zoveel ongemak bij de Trump-aanhangers dat ze nu ongetwijfeld tégen hun eigen nationale ploeg supporteren. De Britse tv-ster Piers Morgan tweette dat hij niet kon wachten tot “de leeuwinnen (de Engelse ploeg) dat stomme ego (van Rapinoe) verscheuren”. Van Morgan moet u weten dat hij een grote Trump-fan is nadat hij in 2008 zijn show The Apprentice voor bekende Angelsaksen won. Trump noemde Morgan bij de prijsuitreiking roekeloos, arrogant, kwaadaardig en onaangenaam. Dat heeft wat te betekenen als Trump dat zegt.

Waarmee we bij de sport zijn aanbeland, als u vrouwenvoetbal tenminste sport vindt (flauw grapje). De halve finales gaan midweeks tussen Zweden en Nederland en Engeland en de Verenigde Staten. Volgend weekend wordt dan de finale gespeeld.

Ik heb zowel Frankrijk-VS vrijdagavond als Nederland-Italië zaterdagnamiddag gezien. Die eerste wedstrijd was een en al intensiteit, spannend tot en met, en aan het eind won de beste ploeg. Nederland-Italië was één helft uitermate slaapverwekkend, wat bij mij redelijk goed is gelukt want ik heb de tweede helft van de eerste helft half-comateus beleefd. Het zou goedkoop zijn om dat te wijten aan het vrouwenvoetbal, want ook mannenwedstrijden zijn soms zo saai dat je erbij in slaap valt. Bovendien was het bloed- en bloedheet afgelopen zaterdag.

Het Nederlandse optreden was gewoon af, perfect, vanaf de stoet met supporters richting stadion tot de laatste baltoets. De Nederlandse vrouwen voetballen zoals hun mannen in betere doen: druk en drang naar voren, een beuk af en toe en ook niet te beroerd om er zelf de spanning in te houden door iets doms te doen. Daarom zullen de Nederlandse vrouwen eindigen zoals de Nederlandse traditie voorschrijft: verliezen in de halve finale of de finale.

De vraag die bij vele sportliefhebbers op de lippen brandt: waarom moeten wij naar iets kijken dat lijkt op de sport waar we van houden, maar dan veel trager, minder krachtig en met meer foute passes en onverklaarbare missers? Een twitteraar vond vrouwenvoetbal spannend, maar verder kut-met-perenvoetbal (mijn samenvatting van zijn betoog).

Spanning zou moeten volstaan, versterkt misschien door respect voor vrouwen die voor weinig geld evenveel of meer dan de mannen hun stinkende best doen voor de nationale ploeg.

Vergeleken met welke andere vrouwensport ook, heeft vrouwenvoetbal het grote nadeel dat het publiek – ook de vrouwen die het spelen – mannenvoetbal als de maat der dingen ziet. Met andere woorden: hoe goed Rapinoe, Morgan, Van de Donk of Miedema het ook doen, op ons voetbalnetvlies hebben we beelden van Salah, Messi, De Ligt en De Jong, om maar die te noemen.

Toch heb ik de indruk dat vrouwenbasketbal en vrouwenvolleybal, die ik allebei om familiale en gezinsredenen al heel mijn leven volg, technisch en tactisch een hoger niveau halen dan vrouwenvoetbal. Wie dan weer een beetje dieper op de wedstrijden ingaat, ziet dat tussen de landen en tussen speelsters van hetzelfde team de verschillen in individuele techniek en vista nog erg groot zijn.

Vrouwenvoetbal zit in zijn groeispurt en heeft tijd nodig. Van alle sporten was voetbal de laatste om vrouwen in de armen te sluiten en te behandelen als topsporters. Dat krijg je niet zo gauw weggewerkt en daarom is het ook geen toeval dat de VS het beste voetballand is bij de vrouwen. Zij hebben als eerste volwaardige trainingsprogramma’s ontwikkeld. Verplicht móéten ontwikkelen. Zoek op ‘Title IX’ en u zult begrijpen waarom de VS wereldkampioen worden.

 

Megan Rapinoe

Verhaal over Merckx en 1969, evenwichtsoefening tussen supporter en journalist in De Morgen van zaterdag 28 juni 2019

Het jaar waarin Eddy Merckx een ander mens werd

Als eerbetoon aan Eddy Merckx trappen de renners de Ronde van Frankrijk volgende week in Brussel af. Precies 50 jaar geleden knalde de Kannibaal voor het eerst iedereen uit het wiel in de Tour. Uit wraakzucht.

Anno 2019 zou aan het jaar van de Kannibaal een abrupt einde zijn gekomen na de lente waarin hij in drie van de vier grote monumenten iedereen op een hoop reed. Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik, hij won ze allemaal. In Parijs-Roubaix won hij ook, maar helaas, het was de sprint van het peloton dat twee minuten achter ene Walter Godefroot was aangekomen.

24 zou Eddy Merckx worden op 17 juni 1969 en hij zou zich, na een maandenlang durend voorjaar, volgend op een winter op de piste, wagen aan een schier onmogelijke missie: na de Giro ook de Tour rijden, toen met amper drie weken rust tussen de twee.

1 juni 1969. De Giro d’Italia arriveert in de kustplaats Savona na een overgangsetappe. Na winst in twee tijdritten, een heuvelrit in Toscane en nog een lange rit was deel één van de missie binnen. Nog geen Dolomietencol in zicht en toch had de rittenkoers na twee weken alle spankracht al verloren, zo stevig stak Eddy Merckx in het roze.

Tot hij tegen de dopinglamp loopt. De grote Belgische wielerhoop wordt op 2 juni 1969 als een dief uit kamer 11 van hotel Excelsior en de Giro verjaagd. Zijn ploeg Faema wil hem ontslaan. Merckx huilt. De Belgische pers huilt mee en spreekt van een complot. Minister Frans Van Mechelen van Nederlandse Cultuur heeft het over een Siciliaanse maffia en onder druk van het parlement interpelleert Buitenlandse Zaken de Italianen. De moeder van Merckx is er niet goed van en begint op slag te roken.

Het is het begin van een memorabele zomer van een memorabel jaar, dat van de Kannibaal.

Merck, zonder x

Het mysterie van Savona… Merckx houdt vol dat iemand hem heeft geflikt en Reactivan (een amfetamine of stimulant) in zijn drinkbus heeft gekieperd. Detail, maar wel leuk: Reactivan wordt geproduceerd door het bedrijf Merck, zonder x. Later zou Merckx ook nog eens worden betrapt op pemoline, ook een amfetamine. Nog een leuk detail: pemoline was het onderwerp van het eindwerk van de broer van Eddy Merckx toen die afstudeerde als apotheker.

Met wat tegenwoordig bekend is over het dopinggebruik in dat tijdperk – er werd toen volop geëxperimenteerd met amfetamines, cortisones en anabole steroïden – slaat de verdediging van Merckx bleekjes uit.

Voor zijn hagiografen blijft het argument ‘doping bij een rit van niemendal, dat klopt niet’ de ultieme vrijgeleide. Jan Wauters van de BRT-radio was een van de journalisten die hem na dat voorval op de ochtend van 2 juni kon spreken. Tegen hem zei hij iets meer: “Allee, doping, toch niet voor zo’n etappe? Was het nu nog na een tijdrit geweest.”

Interessant. Eddy Merckx is bij een controle op 1 juni betrapt, op 31 mei was het rustdag, maar op 30 mei stond een tijdrit van 50 kilometer op het programma, door Merckx met overmacht gewonnen. Amfetamines zijn vandaag vier dagen opspoorbaar, een beetje verstoorde waterhuishouding of een lage zuurtegraad van de urine had in 1969 ook volstaan om twee dagen na de tijdrit positief te plassen.

Voor de meegereisde wielervolgers was doping, en nog meer de dopingcontrole, een vervelende bijkomstigheid, soms zelfs pretbederver. Ach, er was geen discussie mogelijk: het moest een complot zijn. En als het geen complot was, dan trok die gaschromatografie op niks, of was dat rijdend labo maar niks en de procedurefouten waren ook al niet te tellen.

Journalisten werden controleurs bij een inderhaast opgezet experiment. In aanwezigheid van drie van hen plasten Merckx en de hele ploeg (22 man) zestien uur na de eerste fout gelopen controle opnieuw. Die urine bleek zuiver. Waarna de journalisten concludeerden dat Merckx 100 procent zeker was geflikt. De krant Vooruit, voorouder van De Morgen, had in die tijd een gezaghebbend en gevreesde wielerjournalist in de persoon van Roger Cneut.

Vooruit was ook op de hand van Merckx, net als alle kranten, en kopte: ‘Eddy Merckx slachtoffer van machinatie?’ En daaronder: ‘Uitgesloten wegens doping tijdens onbelangrijke rit.’

Het mysterieuze briefje

Toen Merckx en alle journalisten allang weer in het land waren, kreeg de zaak in Italië een bizarre dimensie nadat een handgeschreven briefje van een zekere Marco B. bij Il Corriere della Sera in de bus viel. Hij schreef: ‘Eddy Merckx is onschuldig! Ik heb hem, geholpen door een man van wie ik alleen de voornaam Giorgio ken, gedrogeerd voor de start in Parma… en ik herhaal: Eddy Merckx is onschuldig. Marco B.’

Voorts legde hij uit dat hij dit had gedaan voor geld en dat die Giorgio hem een aardig bedrag had geboden. Uit angst durfde hij zijn naam niet bekend te maken en dus ook niet naar justitie te gaan. De verklaring van Marco B. werd niet serieus genomen. Iedereen kon zo’n briefje sturen en Merckx had als kopman van een Italiaans team vele tifosi achter hem staan, al vonden de meeste Italianen het nog meer oké dat na zijn uitsluiting Felice Gimondi de Giro zou winnen.

 

Merckx overwoog klacht bij de Italiaanse justitie neer te leggen. Hij werd daarbij geadviseerd door toenmalig Tourbaas Félix Lévitan, die bang was dat Merckx in zijn Tour de France niet zou mogen starten. Het tarief voor een eerste keer amfetamines was in die tijd één maand (vandaag: vier jaar), niks dus, maar toch lang genoeg om de Tourstart op 28 juni niet te halen.

Hoewel een Belgisch compromis in de maak leek – Merckx zou geschorst worden voor een maand, maar de straf zou niet worden uitgebreid tot andere landen – wilde de kampioen volledig eerherstel of hij zou nooit meer fietsen. Dat gebeurde niet, maar op 14 juni 1969 kreeg hij van de FICP (de profsectie van de wielerbond) door zijn blanco dopingregister opschorting van straf. Merckx kon naar de Tour. De revanchard in hem was definitief ontwaakt, hij zou tonen wie de sterkste was.

Niet dat hij in eendagskoersen niet uit de verf kwam, maar rittenkoersen – die opeenvolging van verschillende disciplines, dag in dag uit, en de recuperatie die daarvoor nodig was – waren nog iets meer zijn ding. Dat had hij al bewezen in 1968 toen hij de Giro won na onder meer een vreselijke raid in de sneeuw op de steile Tre Cime di Lavaredo. Dat deed hij over in Parijs-Nice, bij het begin van 1969. Hij gaf zijn visitekaartje voor de Tour aan zijn tegenstanders door in de afsluitende tijdrit op de Col de la Turbie de Franse monumenten Poulidor en Anquetil naar huis te rijden. Die laatste, de sterkste rouleur aller tijden, werd ingehaald en kreeg meer dan twee minuten aan zijn broek. Cneut in Vooruit: ‘…De ultieme krachtmeting heeft slechts kunnen bevestigen wat iedereen wist: Eddy Merckx is de nieuwe superman…’

Drie dagen later won hij Milaan-San Remo door op de Poggio iedereen uit het wiel te rijden en dan (aldus Cneut) ‘als een TEE (de TGV van toen, HV) op topsnelheid naar de Via Roma te snellen’. De tweede op twaalf seconden was een bekende: Roger De Vlaeminck. Nog iets later: de Ronde van Vlaanderen. Geen spek voor zijn bek, werd gezegd. De ene vond die koers te lastig, de andere de aankomst in Gentbrugge niet selectief genoeg.

Merckx vertrok op zeventig kilometer van de meet met een handvol Italianen. Zijn sportdirecteur Lomme Driessens kwam in Vollezele aan kilometer 189 naast hem rijden, draaide zijn rampje open en vroeg hem in Vilvoords-Brabants: ‘Wazeide gij ont duun? Dat es te vruug.’ Waarop Eddy Merckx, ook in het Brabants, de inmiddels memorabele woorden sprak: ‘Kust gij ne keer mijn kloten’, en gewoon doorreed om met meer dan vijf minuten boni op Gimondi te arriveren.

De voorspelling van een ploegmaat dat hij in Luik-Bastenaken-Luik tien minuten voorsprong zou hebben, kwam niet uit. Het waren maar acht minuten, omdat hij de hele weg uit dankbaarheid zijn ploegmaat Vic Van Schil op sleeptouw had genomen.

Paul Van den Boeynants was toen eerste minister en stuurde een telegram naar huize Merckx: ‘Uw overwinning in LBL verheugt mij ten zeerste. Ik feliciteer u hartelijk. Ik zal in Parijs zijn.’ VDB liep daarmee vooruit op de feiten, maar het illustreert hoe de wielernatie België, aan beide kanten van de taalgrens en in Brussel hunkerde naar een Tourzege, dertig jaar na Sylvère Maes.

Zorgen voor de patron

Merckx was in de lente van 1965 prof geworden. In 1966 won hij zijn eerste grote klassieker, Milaan-San Remo. Exact tien jaar later won hij zijn laatste grote klassieker, ook Milaan-San Remo. Tussenin ligt een onwaarschijnlijk palmares. In de onvolprezen biografie Eddy Merckx, de mens achter de kannibaal zet Rik Vanwalleghem de carrière van Merckx uit als een soort kosten-batenanalyse. Tussen 1968 en 1976 won hij een op de drie wedstrijden waarin hij startte, met 1971 als recordjaar toen hij 45 procent van de wedstrijden won. Van 1961 tot 1978, van junior tot de laatste dag als prof, won hij 525 keer.

Vergeleken met vandaag een korte, maar zeer vruchtbare en intense carrière, met weinig rust, voortdurende belasting en veel vitamientjes of wat daarvoor moest doorgaan. Je zal er hem alvast nooit over aan de praat krijgen, maar de gebruiken uit die tijd met afwisselend corticoïden en steroïden (die pas in 1976 op de toen rechtsgeldige dopinglijst van het Internationaal Olympisch Comité verschenen) zijn afdoende gedocumenteerd. Merckx was een kind van zijn tijd. Vragen hierover zijn zinloos. Dan klapt hij toe en wordt kwaad.

Sowieso is Merckx geen groot redenaar en zijn filosofische gedachten aan hem niet besteed. Vragen over zijn status als superkampioen doen hem dan weer blozen. “Ik won graag en veel, ik was een goede coureur, maar mensen moeten mij daarom niet adoreren. Hou dat voor de doktoors die mensen redden.”

Iedereen die ooit met hem in contact kwam, weet: zo groot de kampioen, zo genereus de mens. Té genereus. “Mijn grootste défaut is dat ik geen neen kan zeggen.” De meest beschermende biotoop zijn nog steeds de ploegmaats met wie hij geregeld gaat fietsen en die soms beter in vorm zijn dan hij. Eddy is niet meer de kannibaal van weleer, maar wat maakt het uit: Eddy uit de wind, desnoods even aan de broek, een duwtje hier en daar, samen uit, samen thuis. Zij dragen nog evenveel zorg voor ‘de patron’ als toen die tijd dat hij in zijn eentje de hele wereld klopte en hun jaarsalaris verdubbelde.

Al maanden wordt hij herinnerd aan de Tourstart in Brussel volgende week, een hommage te zijner eer. Merckx was in zijn sport tien jaar lang de maat der dingen en Belgiës grootste kampioen aller tijden, al zal de jongere generatie hem misschien in balans leggen met Justine Henin. Dat mag van Eddy Merckx. Al die drukte hoeft niet, al zegt hij na lang aandringen: “Dat jaar 1969, dat was een grand cru. Classé? Misschien. Premier grand cru classé? (bloost) Niet overdrijven.”

De zomer van de Kannibaal begon met een ramp die werd afgewend en zou desastreus eindigen, zeker voor Merckx, maar daarover verder meer. 1969 was in alle opzichten een jaar van mijlpalen. In ons land werd de postcode ingevoerd, de btw gestemd en opende koning Boudewijn de Kennedytunnel. We zouden behalve in de koers ook in de muziek een beetje top of the world zijn dat jaar met de hit ‘Daydream’ van Wallace Collection die in twintig landen op nummer één stond.

Wereldwijd ging het niet te best. In Vietnam werd het steeds duidelijker dat de Amerikanen zich in een uitzichtloze oorlog hadden gewerkt en dichter bij ons – op 16 januari – stak de student Jan Palach zichzelf in brand op het Wenceslausplein in Praag uit protest tegen de teruggedraaide hervormingen van de Praagse Lente. ‘Give peace a chance’ zongen John Lennon en Yoko Ono in het Amsterdam Hilton Hotel. Het internationale hoogtepunt van 1969 viel op 21 juli, toen Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan zette.

Een dag eerder, de dag van de maanlanding, won Eddy Merckx de Ronde van Frankrijk die was begonnen op 28 juni in Roubaix.

Een start in mineur, want Rudi Altig klopte hem in de proloog. Dat was olie op het vuur van de revanche, want Altig was renner bij Salvarani, de Italiaanse ploeg die – aldus Merckx – tijdens de Giro was komen informeren of ze de overwinning niet konden kopen. Wat hij had afgewezen en waarna hij positief plaste en Gimondi, ook van Salvarani, won.

Die Tour van 1969 was op maat van Merckx: af en toe een tijdrit en veel zwaar bergwerk. In Sint-Pieters-Woluwe werd op dag twee een ploegentijdrit gereden: Merckx kwam nauwelijks van kop af en de Faema’s pakten iedereen in. De Duitser Altig bleef de dwarsligger in die eerste Tourweek. Vijf dagen duurde het voor ze in de Vogezen waren en daar lag de Ballon d’Alsace te wachten: een loper, een powerklim, goed voor een merckxiaans exploot.

Cneut in Vooruit: “Wat een heerlijk en groot moment hebben we hier net beleefd op de hoogvlakte van de Ballon d’Alsace toen we Eddy Merckx als een grote rasatleet met zijn doorzweet klam geworden zwarte haren door de finish zagen schuiven…” Er volgde een godslastering: “Merckx is de nieuwe Coppi.” Merckx had zozeer huisgehouden dat een deel van het peloton, onder wie de 35-jarige Rik Van Looy, ritwinnaar enkele dagen eerder, buiten de tijd arriveerde en niet meer van start mocht.

Twee dagen later won Merckx een korte tijdrit in Divonne-les-Bains. Daarna trok de karavaan de Alpen in en werd hij telkens tweede in Chamonix en Briançon. Er waren twee nieuwe uitdagers opgestaan: de Franse chouchou Roger Pingeon en Felice Gimondi, de onvermijdelijke, al zal hij dat zelf wel andersom hebben beleefd. De Italiaan kraakte na een aanval van Merckx en Pingeon, en die zag dan weer alle sterren van de hemel in een helse rit over de Col d’Allos toen Gimondi en Merckx samen voorop gingen rijden. Pingeon kreeg acht minuten aan de broek. De Tour was gereden maar het grootste nummer moest nog komen.

Op 15 juli stond de zware Pyreneeënrit over de Peyresourde, Aspin en Tourmalet op het menu. Die nacht vertrok vanop Cape Canavaral Apollo 11 met Armstrong, Aldrin en Collins aan boord op weg naar de maan. In de rit naar Mourenx-Ville Nouvelle reed Merckx zijn tegenstanders op acht minuten. Weer lag revanche aan de basis, deze keer op een eigen ploegmaat. Martin Van Den Bossche had net toegegeven dat hij volgend seizoen voor Molteni zou rijden, een andere Italiaanse ploeg. Merckx vond dat verraad en toen Van Den Bossche als eerste de Tourmalet wilde ronden, sprintte Merckx iedereen uit het wiel om zelf eerst boven te komen. Zo begon een memorabele expeditie die tot in de eeuwigheid deel zal uitmaken van de Canon der Grote Belgische Sportmomenten.

Al snel had Merckx een comfortabele voorsprong, maar met nog 140 kilometer voor de boeg stond hij er wel alleen voor en het was bloed- en bloedheet. Even dreigde er nog een suikerdip, maar op 45 kilometer van de eindmeet schoot Lomme Driessens hem te hulp met een drinkbus champagne. Bubbels met alcohol en suiker, de beproefde methode om iemand weer bij de les te krijgen en het suikergelletje van de jaren zestig. In Mourenx was de schade niet te overzien: Gimondi nog eens op acht minuten en alle andere concurrenten op een kwartier. Een dag later kopte Vooruit: “Merckx is de ongenaakbare Tourkoning. Hij is Coppi en Anquetil samen.”

De rest van de Tour hield Merckx zich gedeisd en zorgde er vooral voor gezond te blijven. De laatste rit was een tijdrit met aankomst op de wielerbaan van Vincennes. Het werd een triomftocht met een Belgisch volksfeest als afsluiter. Op de tribune in Vincennes zaten duizenden Belgen die door een kort op de bal spelende NMBS naar Parijs waren verscheept.

Het eindverdict: Merckx eerste met 17’54 voorsprong op Pingeon, 22’13 op Poulidor en meer dan een half uur op Gimondi, die tot grote vreugde van Merckx en alle Belgen naast het podium was gevallen.

Het jaar van de Kannibaal zou vroeg eindigen. Na de Tour reed Merckx zowat alle criteriums die de prijs betaalden die zijn manager Jean Van Buggenhout voor ogen had. Vaak moest hij twee keer per dag vol aan de bak, want iedereen verwachtte natuurlijk dat het godenkind op twee wielen voor hun ogen zou schitteren.

Zo ook op 9 september in Blois, op de wielerbaan achter derny’s. Meestal is dat een wedstrijd met een afgesproken scenario en zo was het ook deze keer doorgesproken, dat Merckx en zijn gangmaker Fernand Wambst op een cruciaal moment in de wedstrijd naar de kop zouden komen en zouden winnen.

Merckx vertrouwde het zaakje niet, wilde naar de kop en riep al snel ‘avançez’. Wambst antwoordde met ‘spectacle’, ze moesten aan de toeschouwers denken. Waarop Ji#í Daler en zijn eigen gangmaker boven in de baan naar de leiding schoven. Dat schuiven werd erg letterlijk toen op dat moment de pedaal van de derny van Daler afbrak. Even later knalde de hele bende tegen het beton. Merckx bleef voor dood liggen en werd half bewusteloos afgevoerd. Hij had een hersenschudding en een hele snee in zijn schedel. Later in het ziekenhuis werd hem verteld dat Fernand Wambst de crash niet had overleefd.

Volgens de ene hagiograaf moest hij zes weken het bed houden. Misschien lag hij vaak in bed, maar twaalf dagen na de crash won hij alweer een criterium in Schaarbeek.

1969 was dan wel het begin van een carrière die hem de consecratie als G.O.A.T (Greatest Of All Time) in zijn sport zou opleveren, het was ook het jaar dat hem definitief veranderde. “Savona heeft mij psychologisch veranderd. Ik heb nadien moeilijker mensen vertrouwd. Blois heeft mij fysiek veranderd, na die val zaten bekken en rug scheef en een osteopaat of chiropractor, die hadden we toen niet. Vanaf die dag heb ik altijd geklommen met pijn in de rug. Was die er niet geweest, dan had ik nog beter geklommen en nog meer gewonnen.”

Nog meer? Merckx won in totaal 286 wedstrijden als prof, waarvan 203 na zijn val.

Merckx juni 2019

 

Column FC Chakamaka over Operatie Zero en Veljkovic in De Morgen van zaterdag 29 juni 2019

FC Chakamaka

 

Heb ik de parabel van Ivan, Dejan en de twee journalisten al eens verteld? Ik dacht het wel, maar ik vind het zo gauw niet terug. Op het gevaar af in herhaling te vallen – de leeftijd, weet u wel – wil ik het verhaal nog eens afstoffen.

Welaan… We schrijven enige tijd geleden. Ivan Leko voetbalt bij Lokeren en Dejan Veljkovic is zijn makelaar. Een jonge journalist van een krant leert Veljkovic kennen en die is meteen heel innemend. Het contact wordt warm gehouden, ze bellen geregeld en gaan al eens iets eten. Veljkovic komt met aardig wat inside nieuws. Hoewel niet altijd bruikbaar voor de gazet, is het toch interessant, al was het maar om onder de collega’s de schijn te wekken dat je goed bent ingevoerd. Dat is hoegenaamd geen waardeoordeel, zo werkt het in onze business.

Maar alras volgt vanuit de hoek van de makelaar een verzoek in ruil voor al die info: of de journalist in zijn krant niet eens gauw drie assists bij Leko kan bijtellen. Want, aldus Veljkovic, straks moet Leko gaan onderhandelen met Roger Lambrecht en hij kan de titel van assistkoning in België goed gebruiken om een beter contract af te dwingen. Beter contract voor de speler betekent hogere fee voor de makelaar en wat al niet meer (zeker als Lambrecht in het spel is).

Bon, onze jonge, toen nog enthousiaste journalist is een beetje van zijn melk van die vraag en belooft match per match na te kijken of ze zich niet hebben vergist in de telling. Een paar dagen later belt hij Veljkovic terug en zegt triomfantelijk: we hebben inderdaad één assist over het hoofd gezien en we zullen er dus één bijtellen. Waarop Veljkovic doodleuk antwoordt: “Eén? Je collega van de andere k(r)ant gaat er wel drie bijtellen.” Zoals ook hem was gevraagd/opgedragen door Veljkovic.

Zo geschiedde: waar de twee kranten het hele jaar hetzelfde aantal assists hadden, had die maandag de ene krant er ineens twee meer dan de andere en was de ene krant en haar journalist meer geliefd bij makelaar en speler dan de andere. Waarop Leko en Veljkovic met de titel van assistkoning konden gaan onderhandelen. Veljkovic, Leko en de journalist werden later heel even masters van hun universum.

Dat verhaaltje – gefactcheckt en waar bevonden – circuleert samen met nog andere verhalen die minder makkelijk te verifiëren zijn, maar waarvan iedereen met contacten in het voetbalmilieu weet dat ze waar zijn. Bijvoorbeeld dat een deel van het salaris van de Veljkovic-klanten op een of andere Cypriotische of Maltese of Macedonische of andere Chakamaka-rekening werd gestort. Daar moesten geen sociale lasten op worden betaald en ook geen bedrijfsvoorheffing.

Scouting, dat was de meest voorkomende vermelding op zo’n factuur. Op zich geen misdaad, als het daadwerkelijk over scouting ging, al is 250.000 euro om een speler te gaan bekijken wel erg veel geld. Het werd misdaad toen het gefactureerde bedrag na aftrek van de commissie als cash terugvloeide en bij de Veljkovic-klant terecht kwam. Die techniek heet juridisch-technisch witwassen en/ of belastingontduiking. De advocaten mogen toeteren wat ze willen, bijvoorbeeld dat er voor alles een factuur is, het blijft witwassen, ontduiking, bendevorming en wat al niet meer.

In het verlengde daarvan bestond ook de constructie waarbij na een transfer de fee voor de makelaar op zo’n Chakamaka-rekening werd gestort en daarna als cash terugvloeide. Het vaakst naar trainers, maar ook naar clubbestuurders/werknemers, uit dankbaarheid omdat zij de transfer hadden gefaciliteerd.

De verhoren van enkele bondsprominenten uit het verleden bewijzen dat zo’n factuur/cashbackconstructie een courante praktijk was in de normloze wereld van het voetbal. Zij moeten verantwoording afleggen voor minstens één contract van een trainer die in dienst was bij de bond en voor wie het verschil tussen bruto en netto via zo’n doorsluisactie een beetje verteerbaarder werd gemaakt.

Veljkovic wordt nu weggezet als een leugenaar. Begrijpelijk. Alleen heeft hij er geen enkel belang bij om er wie dan ook extra bij te lappen. Wel om netjes de waarheid te vertellen en niks anders dan de waarheid, gestaafd met zijn zwarte boekhouding. Alleen dan kan hij vijftien jaar effectieve gevangenis afwenden met vijf jaar voorwaardelijk en een boete. Veljkovic is een bedrieger, maar geen fantast, zoals Meester Walter beweert. Dat zal hem duidelijk worden als de belangen van zijn cliënt Leko en zijn andere cliënt Club Brugge diametraal tegenover elkaar komen te staan.

 

FC Chakamaka

 

Column UCI-Nitwits in De Morgen van maandag 24 juni 2019

UCI-nitwits

Eerst even dit. Wat ik tegen voetbal(lers) heb, vroeg een twitteraar zich af. Ik heb niks tegen voetballers, wel tegen de wijze waarop sommige voetballers en hun gevolg in de media komen.

U heeft misschien de weekendkranten gelezen? In een van die kranten werd Michèle geportretteerd. Dat is, met de nadruk op de W, de WAG van Kevin De Bruyne. “Ze wil geen WAG zijn”, was haar meest opmerkelijke quote en ze werd dan in allerlei poses gefotografeerd zoals in een zomerkleedje drijvend in haar zwembad.

Op de site van diezelfde krant stond ook iets over Wout van Aert die op stage was en zich afgelopen weekend aan de Ventoux ophield. Hij stond er zijn eigen WAG, Sarah De Bie, bij. Sarah was het gezicht van het Sporta-event waarbij vrouwen de Ventoux naar boven rijden. En passant reed Wout van Aert La Cannibale, een toeristentocht met twee keer de Ventoux en drie andere cols, gewoon om te rijden, niet om ter eerst. Boven op de Ventoux wachtte hij zijn vrouw op, die ook naar boven was gereden.

Van mij moet Michèle De Bruyne zich niet per fiets een berg ophijsen, maar ik vind die Sarah zonder die lipfiller, maquilleersessies van een uur en modedefilé-met-fotograaf als afsluiter toch net even iets echter. Het ligt aan mij, ik weet het, maar ik krijg het op mijn heupen van meisjes die op hun 23ste al twee kinderen hebben en nu al niet meer weten wat ze met al hun geld aan moeten omdat ze toevallig in een of andere technotent een sjotter tegen het lijf zijn gelopen en ter plekke besloten hun eigen lippen en zijn leeg leven te vullen.

Of die in het bijgaande – ahum – interview ook nog eens zeggen dat ze vooral niet willen opvallen en toch in de boekskes staan. In de eerste plaats willen ze ook nog eens herinnerd worden als een goede moeder voor Mason en Rome. Gruwel, o gruwel.

Hopelijk is de vraag daarmee beantwoord.

En nu iets helemaal anders. Het meest belangwekkende nieuws kwam dit weekend bij de wereldwielerbond UCI vandaan. De leden van het UCI Management Committee, waarbij de Belgische bondsvoorzitter Tom Van Damme, hebben in hun onmetelijke wijsheid beslist dat het zwaartepunt van het baanwielrennen naar de zomer verschuift. Neen, serieus, echt waar. Verder zijn er nog maar drie World Cups in plaats van zes, altijd van juli tot september, wordt gestreden in landenploegen – een Nations Cup – en wordt het WK altijd in de herfst gehouden.

Daarnaast zou er in de winter een innovatieve competitieformule komen, die iedereen begrijpt, ook wie voor het eerst kijkt. Benieuwd. Ook hier weer: de baanwielrenners rijden altijd en overal voor hun nationale ploeg en in hun nationale kleuren. Boven het communiqué stond dat maatregelen waren genomen om het baanwielrennen verder te ontwikkelen. Daar had beter gestaan: er zijn maatregelen genomen voor een eersteklas begrafenis van het baanwielrennen.

De zesdaagsen zullen niet blij zijn, maar daar zijn er niet veel meer van over die nog levensvatbaar zijn. Bij BEAT Cycling Club uit Nederland, het beste privéteam ter wereld, hebben ze de collectieve hartverlamming ternauwernood overleefd. Die ploeg timmert, net als het Britse Huub Wattbike testteam dat zich richt op de achtervolging, nu al een paar jaar onverdroten aan de weg om via een kwalitatief baanprogramma haar renners de beste omstandigheden te geven. De enige fout die ze daarbij hebben gemaakt is die nationale ploegen af en toe flink op de donder geven en daar worden ze nu voor gestraft. Ze zijn niet eens geraadpleegd. Be-scha- mend.

Andere beslissing van dat zootje nitwits van het UCI Management Committee: de World Cup cyclocross wordt uitgebreid van negen tot veertien, misschien zelfs zestien wereldbekers. Daarnaast is er nog de Superprestige, de DVV Trofee, de Soudal Classics en de Brico Cross.

De World Cups moeten in zeven verschillende landen worden georganiseerd en zelfs acht als er zestien op de kalender staan. Succes daarmee.

De World Cup komt in handen van Flanders Classics van Wouter Vandenhaute. Golazo van Bob Verbeeck was ook kandidaat maar greep er in de tender naast. Daarop slokten ze SPortIDee op, de organisator van de BRICO-crossen. Flanders Classics, dat ook al de Superprestige controleert, en Golazo maken zich sterk dat ze netjes zullen samenwerken. Benieuwd. Dat alles gaat pas in vanaf het seizoen 20-21.

De logica achter de inflatie van crossen is ver te zoeken. Net nu de twee enige echte wielrenners in die discipline (sinds Roger De Vlaeminck) naar de weg en naar de mountainbike lonken en in hun winterprogramma zullen wieden, was dit het uitgelezen moment om de cross te herleiden tot wat die in essentie is: een trainingsvorm. En waar ze zo gek zijn misschien een circusachtig verdienmodel, zoals bij ons, maar ook niet meer dan dat.

 

UCI-nitwits-mail

Column’Nevensporters’ in De Morgen van zaterdag 22 juni 2019

‘Nevensporters’

De collega’s die het EK -21 volgen, kunnen wellicht wat sneller van hun welverdiende vakantie genieten en dat is hen gegund. Een heel jaar achter die verwende vleesgeworden versies van PlayStation-avatars lopen, ze zijn niet te benijden.

Als onze jonge voetballertjes te snel worden uitgeschakeld, compenseert dat het geluk van hun grote broers vorig jaar, toen die door een kopbal die geen kopbal was en een keeper die geen keeper is, op weg werden geholpen om een desastreuze 0-2 tegen Japan in te halen. Mijn onjournalistieke deel-ego verheugde zich halfweg die wedstrijd al in de onvoorzien vroege terugkeer, midden in het aalbessen- en rode frambozenseizoen nog wel. Edoch, ‘we’ bleven in het toernooi en ik was maar net op tijd om de gele herfstframbozen in mijn tuin te zien rijpen en de uitgebloeide rode weg te snoeien.

Dit zijn de rustige weken. Er wordt een beetje gekoerst in afwachting van het grote werk in Frankrijk, maar met start in Brussel. En ja, aanstaande dinsdag schuift op de warmste dag van het jaar Vincent Kompany aan bij Anderlecht voor zijn eerste persbabbel (géén interviews toegestaan, staat in het communiqué). Verder is er transfernieuws. Dat wordt nu doorkruist met nieuwe ontwikkelingen in Operatie Zero waarin je onderhand wat sympathie begint te krijgen voor de veroordeelden, zélfs die van Mechelen, als je ziet welke knoeiboel onder meer het Belgisch Arbitragehof voor de Sport ervan maakt.

Ik ken de oprichters van het BAS, meer zelfs, ik werkte als directeur communicatie bij het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité toen in 1991 in de schoot van het BOIC de Belgische Arbitragecommissie voor de Sport werd opgericht. Precies daarom heb ik er nooit veel vertrouwen in gehad. Dat ding moest rammelen. Dat is ook gebleken en dat blijkt nu weer.

Jammer dat die Operatie Zero vanaf volgende week weer alle aandacht zal krijgen, want normaal zijn dit de weken waarin we aandacht besteden aan de nevensporten, zoals die op de redacties onrespectvol worden aangeduid. In onze onvolprezen Zeno staat bijvoorbeeld het verhaal van Marino Vanhoenacker, de beste Belgische topsporter waar u veel te weinig over heeft gehoord.

Vanhoenacker is een triatleet, maar geen gewone jongen. In zijn sport en nog veel andere nevensporten wordt niet om de haverklap bedrogen, gefraudeerd, verkracht en gelogen en laten de protagonisten zich niet vallen in de hoop beloond te worden. Ze verdienen ook geen obscene bedragen, maar niet zeker of er een oorzakelijk verband is tussen veel geld en slecht gedrag.

Ook niet tussen voetbal en slecht gedrag. Zo vind je ook onder voetballers down to earth-gasten met wie je een boom kan opzetten over de maatschappij, maar steeds minder en almaar vaker prefereer ik wielrenners, het wielermilieu en alle andere ‘nevensporters’.

Mijn hoogstpersoonlijk zwaartepunt van het weekend is de verder compleet onbelangrijke en redelijk overbodige Elfstedenronde, enkel en alleen omdat die verdorie door mijn straat passeert, wat bewijst dat ondanks de Mobiscore vijf op tien mijn achterafplek best bereikbaar is met de fiets (twaalf stuks geteld in dit huis met 2,5 bewoners, dus dat moet volstaan).

Wie echt met sport inzit, moet dit weekend het atletiek in de gaten houden, meer in het bijzonder de meerkamp. Thomas Van der Plaetsen en Nafi Thiam zetten vandaag en morgen hun beste beentjes, en armpjes en nog wat lichaamsdelen voor in de hoop
goed te scoren in respectievelijk de tien- en zevenkamp. Ooit, toen de grote staatsgestuurde sportsystemen nog bestonden, waren meerkampers de goden van het atletiekstadion. Dat is vandaag een beetje minder omdat iemand die echt iets goed kan zich specialiseert. Met één specialisme is meer geld te verdienen dan met alles een beetje goed kunnen. Al helemaal niet met hooguit twee meerkampen per jaar in Talence of Götzis of op een continentaal of wereldkampioenschap waar om 9 uur ’s ochtends de B-groep speerwerpen gooit en geen hond komt kijken.

Mijn journalistieke deel-ego vindt dat erg jammer, want van alle sporters blijven meerkampers de mooiste specimen die het menselijk ras heeft voortbracht. Niet te lang, niet te klein, nooit te dik, altijd in proportie, behoorlijk sociaal en een goeie kop. Ik kan niet wachten tot Nafi en haar meerkamper-vriend zich willen voortplanten om te zien welke designerbaby daaruit voortkomt en over twintig jaar karrenvrachten medailles mee naar huis neemt. Of niet. De meiose kan nog roet in het eten gooien en voor hetzelfde geld speelt dat kind blokfluit en heeft het X-benen. En zullen ze het even graag zien. Ja toch?

 

‘Nevensporters’

Verhaal Marino Vanhoenacker, Ironman van roestvrij staal, in De Morgen van zaterdag 22 juni 2019

‘Bij mij is het: winnen of de ambulance in’

Geen grotere trainingsbeesten dan triatleten, en het allergrootste trainingsbeest is wellicht Marino Vanhoenacker. Al 42 jaren heeft hij op de teller, en 40 Ironmans, waarvan hij er 17 won. Zondag gaat hij in het Ierse Cork voor nummer 18. ‘Ik ben The Joker met de toverdoos.’

De poorten van het walhalla in zijn sport zijn voor hem voor altijd dicht: de triatlon der triatlons winnen, die op Hawaï, dat zal nooit lukken. En toch creëerde Marino Vanhoenacker in de langeafstandstriatlon zijn eigen mythe.

Met een inmiddels verbeterd, maar destijds fabelachtig wereldrecord (7:45.58, juli 2011 in Oostenrijk).

Met een schier onklopbaar record van zeventien gewonnen Ironmans (3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en een marathon als afsluiter).

Met winst op alle zes de continenten, nadat hij vorig jaar in het Australische Port Macquarie de maat nam van wereldtopper Luke McKenzie.

‘Marino, you are a beast’, tweette zijn ex-concurrent en ex-trainer Luc Van Lierde, en dat zegt alles over het fenomeen Vanhoenacker: gaan tot het gaatje of daar ver voorbij, altijd verder dan welke tegenstander ook. In zijn woorden: “Bij mij is het de ambulance of eerste worden.” Marino Vanhoenacker, merknaam Bink, is de beste Belgische sportman over wie u veel te weinig hebt gehoord en daar brengen we met dit verhaal verandering in.

Marino Vanhoenacker: “De laatste keer dat we elkaar zagen, was dat op Lanzarote, twee jaar geleden? Kort daarna heb ik mijn ongeval gehad. Als je zoveel kilometers doet val je wel eens, maar ik wist meteen: dit is erger. Ik wilde voor het eerst driehonderd kilometer trainen met het oog op de zware Ironman van Lanzarote en we passeerden op de dijk tussen Doel en Terneuzen een oude man in zijn Benidorm Bastard-karretje. Ineens week die uit. Ik vloog op de afhellende dijk op een grote steen. Die paniek! Ik voelde niks meer. Ik vroeg aan mijn fietsmaat: beweegt er iets, handen, voeten? Niks. Kort daarna zei hij dat hij mijn voet had zien bewegen, dat was al een opluchting, en geleidelijk aan kwam het gevoel overal terug.

“Er was wel een ander probleem: mijn borstbeen stond recht omhoog. Gebroken. In de kliniek was ik weer klaarwakker en vroeg ik om mij snel te opereren: ‘Een plaat erop zoals bij een sleutelbeen alstublieft, dat ik zo weinig mogelijk training verlies.’ Nadat de chirurg mijn naam had gegoogeld, was hij snel terug: ‘Vergeet Lanzarote. Niemand zal op die plaats een vijs in uw borst draaien. Dat zal zo aan elkaar moeten groeien. Of niet, en dan heb je een extra gewrichtje.’

“Dat ongeval is gebeurd in het weekend. Op dinsdag zat ik op mijn rollen – na vijftien minuten moest ik eraf door de pijn – en op woensdag lag ik in het zwembad, met een plankje en zoomers (korte zwemvliezen, HV). Drie weken lang ben ik na elke training naar de osteopaat gereden om dat borstbeen en die ribben weer op hun plaats te duwen. Vier weken later heb ik een halve Ironman gewonnen, maar Lanzarote met al dat klimmen en dat trekken aan het stuur kwam te vroeg.

“Dacht je toen dat het einde verhaal was voor mij? Haha, dat heb ik al vaak gedacht. Tja, waarom doe ik dit nog? Omdat ik heel graag sport, omdat het altijd meer een hobby was dan werk en omdat ik nog win. De leeftijd heeft natuurlijk vat op mij. Het duurt al wat
langer voor mijn trainingen aanslaan. Elk jaar moet ik nieuwe dingen uitvinden om mijn lichaam te prikkelen. Het is zoeken naar een evenwicht: zware trainingsperiodes móéten eindigen in overwinningen. Twee of drie jaar lang vierde en vijfde worden, daar heb ik geen zin in.

Dieper dan ooit

“Dat diep gaan hakt er ook steeds meer in. Drie weken nadat ik vorig jaar in Australië had gewonnen, was ik nog altijd niet gerecupereerd. We weten allemaal dat topsport niet gezond is, maar toen ben ik dieper gegaan dan ooit. Nu, ik laat mijn hart geregeld binnenstebuiten keren en die motor van mij heeft nog niet al te veel geleden. Die wand is niet te veel verdikt en die kleppen sluiten nog goed, dus dat zit wel goed.

“Ik heb in die wedstrijd heel mijn systeem overhoop gehaald voor dat ene doel: de eerste zijn die op alle continenten een Ironman had gewonnen. Tot een tijd geleden dacht ik dat iemand mij al voor was geweest, maar blijkbaar had ik op school niet goed opgelet in de les aardrijkskunde. Amerika bestaat uit twee continenten! Dát was goed nieuws voor mij. Ik had in 2005 mijn eerste Ironman gewonnen in Florida en in 2015 won ik in Brazilië. Europa, Azië en Afrika had ik ook al binnen, alleen Oceanië miste ik. (Op Antarctica wordt niet aan triatlon gedaan, HV)

“Ik had al eens in Melbourne en Nieuw-Zeeland geprobeerd, maar de wedstrijden daar liggen mij minder omdat er altijd enorm hard wordt gezwommen en ze ook op de fiets serieus doortrekken waarna er altijd wel een goeie loper vooraan overblijft. Maar in die wedstrijd vorig jaar was ik rapper uit het water dan ooit en toen ik tijdens het fietsen om mij heen keek, dacht ik: Marino, jij bent hier de rapste loper. Na tien kilometer in de marathon liep ik op kop, maar halfweg riep en tierde mijn lijf: stop, het is op, ik heb geen goesting meer.

“Op kilometer 26 kwam Luke McKenzie, die na het fietsen zes minuten achterstand op mij had, tot op anderhalve minuut. Ik dacht: oké, tijd voor de toverdoos. Eerst plassen, dan een gelletje, dan dat stukje bergop overleven. Hij mocht zo dicht komen als hij wilde, maar eens boven ging ik doortrekken om te kijken wie er brak: hij of ik. Hij was tot op 45 seconden gekomen, maar ineens zat hij weer op anderhalve minuut en hoorde ik van mijn verzorgers die heen en weer reden met de fiets dat hij was gebroken. Alleen moest ik wel nog die laatste vijftien kilometer volmaken. Verschrikkelijk, wat een lijdensweg, hondenslecht was ik. Anderhalve dag nadien heb ik pas iets kunnen eten, slapen ging ook niet en dan moest ik nog 36 uur terugvliegen, en echt niet in first class. (lacht)

Gels, gels, gels

“Ik heb nooit triatlon gedaan om gezond te zijn. Een paar jaar geleden had ik geregeld last van stressfracturen maar daar ben ik nu
van af, en als ze foto’s nemen van mijn carrosserie dan blijken die spieren en die ligamentjes dat toch te hebben overleefd. Ik heb altijd hard getraind en ik hoor nog altijd de voorspelling van toen ik 32 jaar was: zoals die traint, is het binnen een paar jaar gedaan met hem.

“Er is een tijd geweest dat ik het hardst trainde van de hele wereldtop. Ze zijn er inmiddels wel achter gekomen hoe ik zo hard kon fietsen en toch nog mijn voorsprong kon vasthouden in het lopen: in volume deed ik zeker 30 procent meer dan de rest. Ik kan die trainingen nog steeds aan, maar het duurt langer om te herstellen, het is niet zeker of het effect er is en of het nog zo groot is als vroeger. Dat is mijn lot: ik word niet meer sneller: ik moet zo traag mogelijk vertragen.

“Van een wielrenner zeggen ze dat hij pas een echte coureur is als hij een grote ronde heeft uitgereden. Ik heb er vier gereden, op training dan, twee keer de Giro en twee keer de Tour. Ik keek naar het rittenschema en was er die dag een etappe van 200 kilometer, dan reed ik 200 kilometer. Alles op de tijdritfiets. Zonder de hoge cols uiteraard, al zat ik vaak in de heuvels van de Ardennen of Noord- Frankrijk. Daarbovenop deed ik elke dag mijn zwem- en looptrainingen. Op hun rustdag fietste ik ook niet, maar liep ik telkens dertig kilometer. Ik wist: ik ben de enige die deze arbeid heeft geleverd, als ik hiervan kan recupereren, dan zit het goed.

“Mijn beste wedstrijd ooit was ongetwijfeld Klagenfurt in 2011, toen ik het wereldrecord brak en op 7u45 zette. Dat was de perfecte dag. Ik kwam na 47 minuten uit het water en tijdens het fietsen heb ik geen mens meer gezien. Het is de enige keer dat ik de marathon onder de 2u40 heb gelopen. Op gels, gels, en nog eens gels: dat krijg je niet uitgelegd, zoveel gels vreten, zonder aan de kant te moeten.

“Iets later die zomer pakte de Duitser Andreas Raelert mijn record af in Roth. De organisatoren waren al twee jaar bezig met die recordpoging en dat die gekke Belg in Klagenfurt zeven minuten van het wereldrecord afdeed, was even een tegenvaller. Raelert kreeg het voordeel van de slipstream van motoren, dat weet ik.

“Dat gevoel van ‘dit heeft nog niemand gedaan’…Kijk naar mijn armen, ik krijg nog steeds kippenvel als ik aan die dag in Klagenfurt terugdenk. Toen zat ik ook dicht bij de totale uitputting.

“Achteraf bekeken denk ik dat ik Klagenfurt cash heb betaald op Hawaï, en misschien was ook al die aandacht er te veel aan. Tja, Hawaï, al de eerste keer dat ik er uit het vliegtuig stapte en die vochtigheid voelde, wist ik: dit is niet mijn plek. Ik ben een felle zweter, nog erger dan Sven Nys. We zijn daarvoor bij allerlei proffen gegaan, maar niemand die het kon oplossen. Ons antwoord was: 10 procent beter zijn dan de rest. Wat niet makkelijk was. (lacht)

“Vijftien jaar ben ik bezig geweest met het realiseren van een droom. Ik ben door Hawaï met die sport begonnen en toen werd het een realistische droom: ik mocht starten. Daarna: ik kan top tien worden. Ten slotte: ik ben topfavoriet. Eén keer derde geworden en één keer vijfde, zesde en negende. En een paar keer in de ambulance en aan de baxter. Tja, Hawaï… Daar staat een mooie auto waarmee ik nooit zal rijden. De dag dat ik die droom definitief heb opgegeven, was ik heel emotioneel.”

Doorgaan tot z’n 43ste

“Zoveel mogelijk Ironmans winnen, dat werd mijn doel. Ik zit nu aan zeventien, niemand komt in de buurt en wie nu nog actief is zal tot zijn veertigste moeten meedraaien. Alle continenten, dat was ook een mooi doel. De oudste Ironman-winnaar? Dat is sinds 2016 Cameron Brown: die was 43 jaar en acht maanden oud toen hij in Nieuw-Zeeland won. Ik weet niet of ik dat haal. Er komen ook steeds meer en betere concurrenten.

“De laatste vier jaar kies ik mijn wedstrijden uit. Voorop staat: waar kan ik winnen? Daarbij telt ook: is het een mooie streek? Niet dat ik onderweg fotootjes neem, maar ik heb de gewoonte om drie weken van tevoren naar een bestemming af te reizen en daar op het parcours te trainen en dan kan ik wel wat rondkijken. Ook dat was altijd een voordeel voor mij: tegen de tijd dat de concurrentie arriveerde en het parcours nog moest afrijden, kende ik al elke meter.

“De Ironman van Cork in Ierland (waar Vanhoenacker morgen zondag aan deelneemt, red.) is een nieuwe wedstrijd. Ik had al wel eens een documentaire over Ierland gezien: een mooi eiland, waar ik altijd wel eens naar toe wilde en toen kwam die wedstrijd op het programma. Ik heb net de deelnemerslijst bekeken en ik zie niemand die ik – met wat geluk en als ik een goeie dag heb – niet aan kan. Normaal wint Alistair Brownlee. Die heeft twee keer goud gewonnen op de Spelen, maar de olympische afstand, met stayeren in peloton, is toch een ander verhaal dan 180 km alleen fietsen. Hij debuteert op de Ironman. Voorts zijn Brent McMahon uit Canada en Igor Amorelli uit Brazilië favoriet voor het podium. En ik? (lacht) Ik ben The Joker met de toverdoos.

“Ik ben nu met de vierde generatie toppers aan het vechten om het podium. Wie er nu aankomt, is met triatlon begonnen toen hij zes of zeven jaar was en heeft de drie disciplines van bij het begin netjes meegekregen. Ik ben nog een omgebouwde duatleet. Ik heb letterlijk moeten léren zwemmen, om aan triatlon te kunnen doen. Bovendien werken ze even hard als ik. Op de halve afstand ben
ik uitgepraat. Daar kan ik die nieuwe generatie niet meer afhouden. Dat heb ik in mei ondervonden in Oostenrijk. Bij het lopen kon ik mijzelf niet pushen en werd ik 21ste. Dat moet mij niet te veel overkomen of het zal gauw gedaan zijn.”

Korporaal Marino

“Deze winter heb ik sponsors gezocht, maar niet gevonden. Mijn vrouw Elke (Vanrenterghem, ex-triatlete en samen met Marino uitbater van fitnesscentrum Bink’s Base in Jabbeke, HV) is mijn grootste sponsor. En ik leef van mijn spaarcenten. Gelukkig heb ik nog mijn contract als topsporter bij Defensie om te kunnen eten en leven. Triatlon is duur en er is steeds minder bereidheid om te sponsoren. Laat ik het anders zeggen: er zijn jonge gasten die het voor ons verzieken omdat ze al blij zijn met een gratis paar wielen en het tweede paar voor de helft van de prijs.

“Als ik dan kom en geld vraag, hoor je dat er net iemand is gepasseerd die mij al een keertje heeft geklopt en dat die blij was met wat gratis materiaal. Van de pakweg honderd triatlonprofs in de Ironman, zijn er 75 die nog moeten werken om rond te komen, of zoals ik andere atleten trainen. Rijk worden van triatlon, vergeet het.

“Het is geen vetpot nu, maar ik heb tien jaar meegedraaid aan de wereldtop in een sport die op dat moment goed betaalde, dus ik klaag niet. Eerst dacht ik dat ik niet aan geldsponsors raakte omdat ik oud was, maar ik heb het er met Jan Frodeno en Frederik Van Lierde (twee Hawaï-winnaars, HV) over gehad en zij hadden dezelfde bedenking. Er is gewoon minder bereidheid tot sponsoren en bedrijven zetten hun geld ook anders in, meer bij events. Neem nu Oakley, al jaren mijn sponsor. Hun brillen zijn het enige wat ik van jaar tot jaar consequent heb bijgehouden. Oakley was dit jaar voor het eerst hoofdsponsor tijdens Parijs-Roubaix. Dat is geld dat niet bij de atleten terechtkomt.

“Ik ben nu vijftien jaar topsporter-militair en ik ben het Belgisch leger heel erg dankbaar dat ze mij destijds die kans hebben gegeven. We hadden net een kind gekregen en die echt grote overwinning had ik nog niet te pakken, waardoor ik wist: er moet iets gebeuren om dit thuis te kunnen blijven uitleggen. En toen kwamen Topsport en Defensie net op het juiste moment met die aanbieding. Pas daarna ben ik geregeld Ironmans gaan winnen.

“Ik ben korporaal. Laatst moesten Fre (Frederik Van Lierde, HV) en ik bij de generaal komen. Ik was er niet helemaal gerust in. Ik redeneerde in hun plaats: die gast is vijftien jaar op reis geweest met ons geld, nu is het tijd om te stoppen. Maar neen hoor, die generaal was heel erg enthousiast. Zo’n oude zak die nog topprestaties neerzet, dat vond hij een voorbeeld voor Defensie. Hij heeft natuurlijk gelijk: geen reden om als je ouder wordt met een dikke buik achter een bureau te gaan zitten.

“Hoe het na mijn triatlonpensioen met die carrière in het leger verder moet, is nog een open vraag, maar ze hebben mij al gerustgesteld: ze gaan mij niet naar een kazerne aan de andere kant van België sturen. Ook niet naar Somalië. Er zal worden overlegd over wat het beste bij mij past. Sportinstructeur, dat zou wat zijn, maar daarvoor moet je weer een diploma halen en door die lenigheidstesten raak ik nooit.” (lacht)

Stenen kloten

“Het enige waar ik het nog voor doe, is wedstrijden winnen, de kick voelen die daarbij hoort. En dan win ik nog het liefst op een brutale manier, door de anderen dood te knijpen. Of men mij daarna op een voetstuk zet of niet, of men mij proficiat wenst of zegt dat ik God ben, dat zal mij allemaal een zorg wezen. Als is het natuurlijk plezanter als je wordt gewaardeerd.

“Daarom stoorde ik mij aan de manier waarop mijn omgeving reageerde telkens als ik won. ‘Allee, het is te hopen dat de gazet nu iets schrijft’ of ‘Hoe is het mogelijk dat de VRT daar niks over zegt?’ Ik kreeg daar stenen kloten van, eerlijk waar. Mijn ouders, mijn schoonouders, Elke, veel van mijn vrienden, altijd maar weer hameren op die erkenning. Ik heb dat nooit gehad. Onder de radar blijven en dan uithalen, dat is meer mijn stijl.

“Mijn vrouw Elke is zo mogelijk nog fanatieker dan ik. Soms is het familiaal lastig, met twee mensen die zo gedreven aan sport doen. Destijds heb ik haar gevraagd om te stoppen met werken en alles op mijn carrière te zetten. Dat heeft ze gedaan, tot ik in 2017 ergens in het buitenland plots een sms kreeg: ik ga een crossfit (manier van fitness die gewichtheffen, atletiek en gymnastiek combineert, red.) beginnen. Dat was even schrikken. We hebben nu Bink’s Base in Jabbeke, in de sporthal. We zouden graag onze eigen ruimte bouwen, maar ze doen moeilijk over de locatie. Jammer.

“Elke heeft zelf ooit als gymnaste net naast een olympische kwalificatie gegrepen en is daarna triatlon gaan doen. Ze had dat onbevredigde verlangen, dat gevoel: verdorie, hier had meer in gezeten als ik er eerder mee was begonnen. Dat geldt voor veel age groupers. Ze winnen dan wel hun leeftijdscategorie bij de amateurs, maar wie maalt daarom?

“Elke is dan gestopt met triatlon en heeft zich helemaal op crossfit en boot camps gegooid, als lesgeefster. Het hele goede nieuws is: zelfs onze tienerdochter is overstag gegaan. Nooit gedacht dat die nog zo zou gaan sporten en iets aan haar lichaam wilde doen. Soms ergert ze zich zelfs aan haar leeftijdsgenoten en hoe die eten. Met zulke ouders kon dat niet uitblijven natuurlijk.

“Elke bereddert Bink’s Base. Ik kom hooguit een keer een uurtje uit mijn zetel. Ik weet dat ik daar meer zou moeten zijn en haar zou moeten steunen, maar ik voel dat ik met ouder worden nog meer rust nodig heb. Het is trainen of rusten, niks anders. En dus is nu de vraag: hoelang kan ik dit leven nog verantwoorden ten aanzien van mijn gezin? Simpel: zolang ik win.”

 

 

Marino Vanhoenacker