Column Kwartjesvoetbal in De Morgen van maandag 22 juni 2026

Kwartjesvoetbal

Er is van alles mis aan deze World Cup. Het organiserende land, zijn president, de organiserende bond, zijn president, te veel ploegen en te veel onnozele berichtgeving en promopraatjes verpakt als journalistiek.

Maar wat goed is, moet je ook durven te benoemen. Uitstekend zijn bijvoorbeeld de stadions, de ambiance en de stadionbezetting. In Houston in het NRG Stadium zat het zaterdag bomvol voor Nederland-Zweden, de helft nog wel in oranje gehuld. Hoezo visaproblemen voor fans? Hoezo te dure tickets?

Naar het schijnt is ook de organisatie rond de wedstrijden oké. Dat laatste is redelijk onverwacht en zal wel de verdienste van de FIFA zijn. Amerikanen kunnen namelijk niet organiseren als ze het al geen honderdduizend keer hebben gedaan. Ga naar een NBA-wedstrijd en alles loopt op wieltjes. Omdat ze het al honderdduizend keer hebben gedaan. Ga naar Olympische Spelen in de VS en je verbaast je steeds weer over hun onvermogen om verder dan de afgesproken ‘procedures’ te denken en zich aan te passen aan de realiteit.

De echt grote sterren zijn stilaan boven water aan het komen, op het veld dan, maar de voorlopige hoofdrolspelers zijn toch die gigantische stadions en, eens de wedstrijd begonnen is, die snelle VAR-checks.

Het allerlaatste argument tegen de videoassistentie kan nu ook bij het vuilnis. De VAR was altijd al een goed principe, al was het maar om het inherent oneerlijke voetbal niet nog oneerlijker te maken door doelpunten toe te kennen/af te keuren die geen/wel doelpunt waren. De VAR benadert op deze World Cup de perfectie.

De Zweden hadden nog maar net gescoord uit buitenspel of de commentator gaf al aan dat het doelpunt ongeldig was. In België en veel andere landen moet de scheids de zeurende spelers afhouden, grijpt dan naar zijn oortje, staat wat te dralen waar hij is blijven staan en na één, twee, maar drie minuten kan ook, zijn de VAR-assistenten eruit: buitenspel, afkeuren, of niet en dan goedkeuren.

Als we geluk hebben volgt later de bevestiging via een soort lijnenspel waar Raoul De Keyser nieuwe inspiratie uit zou kunnen halen, als hij nog zou leven. Kopen die VAR, ook in België. Het kost elke club misschien een speler, maar het product wordt er beter door.

De romantici die voetbal als spel van fouten koesteren, moesten dus naar iets nieuws op zoek om over te sakkeren en – raad eens – dat hebben ze gevonden: de drankpauzes of hydration breaks zijn nu kop van Jut. Die zijn er ooit occasioneel gekomen in wedstrijden die werden gespeeld in te hete omstandigheden. Dat was ook onzinnig, want één keer drinken in 45 minuten bij 30 graden volstaat niet.

Op deze World Cup zijn hydration breaks geïnstitutionaliseerd, maar het is nog steeds de ref die beslist – wellicht op aangeven van de vierde assistent – dat het tijd is om naar de zijlijn te gaan en een drankje te nuttigen. Wellicht zal daar ook een gelletje bij worden genomen. Het is ten minste te hopen dat ze op dat moment ook hun koolhydraten aanvullen, want anders is dat voetbal maar een achterlijke sport.

Commentatoren hebben het nu al – soms met onverholen cynisme – over het eerste kwart, tweede kwart, enzovoort. Ergens passeerde ook ‘kwartjesvoetbal’, uitgespuwd en net niet vergezeld van een vloek. Werd ook in één moeite vervloekt: de begeleidende muziek, vaak van het enthousiasmerende genre zoals ‘Sirius’ van Alan Parsons Project (doet mij denken aan Michael Jordan) of ‘Freed from Desire’ dat de Spelen van Parijs in vuur en vlam zette.

Die drankpauze van ongeveer drie minuten is natuurlijk meer dan een nutritionele opportuniteit. In die drie minuten kan reclame worden verkocht en daar worden FIFA en sommige van haar rechtenhouders blij van. In die drie minuten kan tactisch worden bijgestuurd, op adem worden gekomen en daar worden de trainer en de ploeg dan weer blij van.

Evolueert voetbal naar een volwassen sportspektakel en zal het een sport van quarters worden? De FIFA zou dat willen, de rechtenhouders ook en als de ploegen zien wat het opbrengt zullen ze ook overstag gaan. Het enige obstakel is het bejaardenparlement van IFAB, de International Football Association Board.

Die waakt onafhankelijk van de FIFA over de regels van het spel en is de hoofdoorzaak dat voetbal de laagst scorende en meest oneerlijke sport van de planeet is. In deze ben ik fan van Infantino en zijn vernieuwingsdrang. Niets mis met quarters, ook niets mis met 4 x 15 minuten effectieve speeltijd. Maar wat er echt zou moeten komen om meer doelpunten te krijgen, is verplicht twee spelers op de aanvalshelft houden en de buitenspellijn halverwege de speelhelft leggen in plaats van op de middenlijn.

Column Zwangere Jeremy in De Morgen van zaterdag 20 juni 2026

Jeremy

De laatste keer dat op deze plek meer dan een paragraaf aan Jeremy Doku werd gewijd, is alweer een jaar geleden. Dat was naar aanleiding van zijn driedelige Doku-docu die hij op zijn eigenste YouTube-kanaal had gepost.

Deel één ging over ‘terug naar de roots’, naar Borgerhout. Deel twee speelde zich af in het rovershol voor de elite genaamd Dubai, waar hij een huwelijksaanzoek deed. Ondertussen was dat nieuws geworden, vooral dan de mededeling dat hij niet van plan was het huwelijk te consumeren alvorens ze die ringen aan de wederzijdse vingers hadden. In deel drie gaat het over de tegenslagen en hoe die te overkomen, in vier en vijf over zijn bezoek aan Ghana. In deel zes gaat hij samen met Dodi Lukebakio op zoek naar hun gemeenschappelijke vriend en hoofdrolspeler in de zes episodes, God.

Wat die voetballers bezielt om met andere dan voetbalkunsten de aandacht op te zoeken, God – hij weer – mag het weten. Het is een tendens die wellicht door een deel van het publiek wordt toegejuicht en door een ander deel wordt verafschuwd: voetballers en, bij uitbreiding, sporters die zichzelf profileren als de voorbeeldige familieman.

Daarbij hoort de obligate inkijk in hun persoonlijke leven en zo wordt het gezin deel van het verhaal. Er lopen tegenwoordig na een wedstrijd meer kinderen op het voetbalveld dan op een gemiddelde speelplaats tijdens de speeltijd. En in de mixed zone van een wielerkoers moet je opletten om niet over de kleuters, peuters en buggy’s te struikelen. Mijn raad aan de aanverwanten van sporters: laat pa zijn ding doen, blijf op afstand. Journalisten: stel pa vragen over de wedstrijd/koers. En stop met ‘de vrouw van’ te interviewen.

Dat is buiten Jeremy Doku gerekend. Die ging recent nog een stapje verder. Weken van tevoren kondigde hij aan dat hij misschien wel een keertje een wedstrijd op deze World Cup zou moeten missen omdat zijn vrouw hoogzwanger is.

Je zou denken: dat is nu eens nieuws dat we pas nieuws gaan maken als het zich echt aankondigt, kwestie van zo lang mogelijk op het sportieve te concentreren. Bovendien: voor hetzelfde geld gaan de Belgen er in de tweede ronde uit en komt die kleine pas tevoorschijn als pa al thuis is. Neen dus en zodoende gaat het nu al een hele tijd over dat tijdelijk vaderschapsverlof, met meningen allerhande, de ene al meer ter zake doend dan de andere.

Aan het ene uiterste de vertederde vrouw en de moderne man die het vanzelfsprekend vinden dat de aanstaande vaders (tegenwoordig: papa’s) de aanstaande moeders (mama’s in het jargon) bijstaan. Aan het andere uiterste de macho die vindt dat ‘madame’ zo’n bevalling wel alleen aankan en een zoomsessie als bijstand moet volstaan.

Een generatiekloof tekende zich af, volgens deze krant. Dat weet ik zo niet. Ik zou niet graag een wedstrijd willen missen, maar zeker ook geen geboorte, dus zou ik de wedstrijd missen. Alleen zou mij dat niet overkomen, want ik heb opgelet in de les seksuele voorlichting en wist goed van de hoed en de rand, dus van de pil, het condoom en als laatste redmiddel ‘voor het zingen de kerk uit’.Volgens Jeremy Doku was het ‘moeilijk zulke dingen te plannen’. Dat klopt, je kan niet plannen wanneer je zwanger wordt. Maar je kan al een tijdje redelijk goed plannen wanneer je níét zwanger wordt. God kun je hier moeilijk ter verschoning inroepen om het niet te doen, want de meeste godsdiensten hebben contraceptie als familieplanning aanvaard.

Vanuit Belgisch standpunt lijkt het niet slim hoe Doku en zijn Shireen het hebben aangepakt, maar zij (en wij) zitten er nu mee en we moeten er door. Hij zegt dat de bond en hijzelf een oplossing gaan vinden.

Een gokje: als de wedstrijd tegen Iran ruim wordt gewonnen, vliegt zwangere Jeremy naar Engeland. Terwijl hij in de lucht hangt, of bijna gaat landen, wordt Shireen naar de kliniek gebracht en wordt de bevalling ingeleid. Tussen 21 juni (Iran) en 1 juli (de vroegste mogelijke zestiende finale) zitten tien dagen. Ideaal is het niet, maar in die tijd kun je heen en weer vliegen.

Maar wat als de timing van die zwangerschap helemaal niet toevallig is en Doku niet slecht uitkomt? Oké, die World Cup fietst er een beetje tussendoor en dat is vervelend, maar ook niet meer dan dat.

Veel vervelender ware een bevalling in volle voorbereiding op het clubseizoen of nog erger, bij de seizoensstart en dat ook nog eens met een nieuwe trainer. Voor werkgever Manchester City en werknemer Doku, die op het punt staat zijn salaris te verviervoudigen, is een bevalling tijdens de speeltijd met de nationale ploeg misschien nog niet zo slecht getimed.

Column Het kan vriezen/dooien in De Morgen van maandag 15 juni 2026

Het kan vriezen/dooien

Ik kan mij geen WK-deelname van de Rode Duivels herinneren met een betere sfeer vooraf dan deze editie. Hoever deze volgens sommigen übergetalenteerde en dus onderschatte vriendengroep kan geraken in het toernooi, daarover zijn de meningen verdeeld.

Eerste open deur ingetrapt. Het is een WK, een toernooi tussen landenploegen en dat zijn ploegen die nauwelijks op elkaar ingespeeld zijn. Bijgevolg is het eindresultaat nog meer dan bij andere voetbalwedstrijden een kwestie van toeval. Als u onze vinding ‘voetbal is gelijk aan toeval, min de b van bal’ zou gebruiken, dat mag, maar graag bronvermelding.

Tweede open deur. Het kan vriezen en het kan dooien op zo’n WK, maar dat geldt voor alle ploegen. Het komt erop aan met de vriendengroep in een toernooimood te geraken. Tegelijk moet je geluk hebben, maar geluk kan je ook afdwingen en ongeluk kan je afwenden.

De tweede ronde niet halen, zoals in Qatar, lijkt schier onmogelijk in een groep met murw gebombardeerde Iraniërs en een stel schapenhoeders van net voor de Zuidpool. Het echte toernooi begint voor België op 1 juli als groepswinnaar of op 3 juli als tweede of derde. Er zit evenwel een addertje onder de hybride grasvelden van Seattle, Los Angeles en Vancouver.

Derde open deur. Zowel de tegenstander van vanavond, Egypte, als Iran en Nieuw-Zeeland later hebben tegen de Rode Duivels niets te verliezen en zullen er vol voor gaan. Het zijn drie landen die de Belgen inzake inzet en loopvermogen naar de kroon zullen steken. Het wordt eerst bikkelen, niet het minst tegen dat getergde Iran, voor er kan worden gevoetbald en de vraag is of de Belgen die modus kunnen oproepen.

Vierde open deur. De Rode Duivels worden voor het eerst in twaalf jaar aanzien als ‘over the hill/top’ en niet als een outsider (WK 2014) of medefavoriet (WK 2018). Daar hebben de recente resultaten op WK en EK alles mee te maken. Dat is niet erg, want dat haalt de druk van de ketel, op voorwaarde dat die groepsfase eervol wordt doorstaan.

Het zit in het DNA van Belgen om ervan te houden de underdog te zijn. ‘Wij’ moeten niet alle wedstrijden winnen zoals Spanje, Frankrijk, Brazilië of Argentinië. Zelfs in Engeland, Duitsland en godbetert Nederland verwacht men dat. ‘Wij’ zijn allang tevreden als ze hun poot hebben gezet, een ronde verder komen en hun stinkende best hebben gedaan.

Er zijn veel redenen te bedenken waarom België vooral geen wereldkampioen zal worden, maar de loting is daar alvast niet bij. Groep G is de op papier zwakste groep. Bovendien speelt België zijn wedstrijden aan de koelere westkust, al zou het daar vandaag rond de middag (avond bij ons) vochtig heet worden.

De voornaamste min van deze ploeg is de onopgeloste vraag welk voetbal moet worden gespeeld. België heeft offensieve weelde, zelfs al sputtert Romelu Lukaku voorlopig op drie van zijn vier cilinders. Ook het middenveld denkt van de tenen tot de oren offensief. Zelfs tegen zogenaamd zwakke tegenstanders uit de groep riskeer je dan op counters te lopen.

In dat opzicht lijkt de ploeg van 2026 een beetje op die van 1986, waar René Vandereycken als enige controlerende middenvelder zich ergerde aan Enzo Scifo en Frank Vercauteren, die hun defensieve taken verwaarloosden. Waarna Vandereycken uit de ploeg werd gezet en vervolgens ook meteen naar huis vloog.

In 1986 eindigde België met een experimentele verdediging (De Wolf-Broos-Van der Elst-Gerets werd Vervoort-De Mol-Renquin-Gerets) die het er uiteindelijk erg goed van afbracht. De verdediging anno 2026 bleek tot nog toe een gammele mix van oude planken (Meunier, Castaigne, eventueel Mechele) en jong, zacht hout (Theate, Debast, De Winter, Ngoy).Maar goed, de voornaamste plus van België is alles wat niet in de verdediging loopt. Hoewel er nog maar één bij een wereldploeg speelt, stonden drie Duivels in twee Europese finales en werd één finale gewonnen.

Trappen we nog een open deur in? Een toernooi wordt gewonnen met een goede doelman en een goede spits of aanvaller. Die heeft België. Thibaut Courtois is al jaren uitzonderlijke wereldklasse en Jérémy Doku is dat sinds dit seizoen ook.

Die laatste plus kan een min worden. Het gewicht op de schouders van die jongen is niet mis. Hij moet de aanvalsleider worden bij gemis van Lukaku. Als Doku presteert, zal ook de ploeg ver geraken, sprak de bondscoach die dat beter niet had gezegd.

Het klopt dat hij elke verdediger dol kan draaien, maar elke verdediging kan ook een antwoord vinden op één gevaarlijke speler van een per definitie niet al te best ingespeelde nationale ploeg. Laatste open deur: verdedigen is makkelijker dan aanvallen, zelfs Frankrijk werd zo in 2018 wereldkampioen.

Column Onoverzichtelijk in De Morgen van zaterdag 13 juni 2026

Onoverzichtelijk

Toen ik in 1974 bewust de World Cup begon te volgen, ging het om zestien ploegen die in vier groepen van vier waren onderverdeeld. Dat was zo sinds 1934. De eerste twee van elke groep werden in een tweede groepsfase van twee keer vier gezet. De winnaars van die groepen speelden de finale en de tweedes de kleine finale.

Dat was lekker overzichtelijk en tegelijk eerlijk. Hoewel het finale resultaat na een knock-out in de zevende wedstrijd kwam, leverden groepswedstrijden altijd eerlijker eindresultaten op. Het resultaat van die finale van ’74 bewijst voorgaande stelling: Nederland had wereldkampioen moeten worden, niet West-Duitsland.

In 1982 ging het naar 24 landen, in 1998 naar 32 en deze World Cup wordt met 48 landen gespeeld. Voor 2030 denkt FIFA-voorzitter Gianni Infantino aan 64 ploegen. Meer deelnemende landen betekent meer geld voor de FIFA en voor meer landen, en dus meer stemmen voor de voorzitter.

De eerste uitbreiding in 1982 had te maken met de herverkiezing van João Havelange als FIFA-voorzitter. De tweede, naar 32, kwam uit de koker van Sepp Blatter, de secretaris-generaal van de FIFA die voorzitter wilde worden, wat ook lukte. Geen enkele FIFA-voorzitter of kandidaat-voorzitter heeft het aangedurfd om onder zijn watch het aantal deelnemers te verdubbelen, zoals Infantino van plan is.

Die kent geen schaamte. Hij moet dan ook een statutair onmogelijke herverkiezing zien te regelen. De Zwitser kwam in 2016 op het voorplan. Hij was toen de nummer twee van de UEFA. Zijn baas Michel Platini, voorbestemd om Blatter op te volgen, was verbrand door een corruptieklacht en moest zich terugtrekken.

Infantino sprong in het gat en is sindsdien de deus ex machina van ’s werelds eerste sport. In de statuten staat dat hij maar drie termijnen van vier jaar mag aanblijven. Toch wil hij in 2027 voor vier jaar herkozen worden, want – aldus Infantino – die eerste drie jaar waren geen volle termijn en tellen dus niet mee. Stemmen ronselen, ziedaar de hoofdreden voor die 48 deelnemende landen.

Van die 48 zullen een paar Europese landen ongetwijfeld afhaken, maar ongeveer alle Zuid-Amerikaanse, Aziatische en vooral Afrikaanse bonden zien in hem een soort sinterklaas. Zolang de heilige Gianni elke vier jaar meer geld hun richting uitstuurt, waarmee zij dan hun ongecontroleerde levenswandel kunnen financieren, is het al lang goed.

Onoverzichtelijk. Ziedaar waarom u nog niet wild loopt van dit WK. Ooit had je toernooien met groepen A tot en met D. Eergisteren is het toernooi begonnen in groep A, met Mexico-Zuid-Afrika, en een week later, op woensdag 17 juni, wordt met Engeland-Kroatië pas de eerste wedstrijd in groep L gespeeld. Misschien komen daar over vier jaar M, N, O en P bij.

De vorige WK’s telden 64 wedstrijden, dat was al nauwelijks te overzien. Deze editie telt 104 voetbalwedstrijden en duurt een week langer. Wie slim is, skipt gewoon die eerste groepsfase en haakt in op 28 juni, bij de eerste zestiende finale. Dan zullen de 48 landen herleid zijn tot 32 en kan de World Cup echt beginnen.

Welk powerhouse de grootste kans maakt, is lastig te voorspellen, maar Frankrijk, Spanje, Duitsland, Engeland, Portugal, Brazilië en Argentinië – niet noodzakelijk op sterkte gerangschikt – worden overal als favoriet naar voren geschoven.

Om een World Cup te winnen, heb je een toernooimentaliteit nodig. Dat is iets ondefinieerbaars, moeilijk op te roepen, dat onderhuids groeit, dat staat of valt met toeval, waarna het team in een flow komt.

Om een World Cup te winnen, is ook geluk nodig, maar dat volstaat niet. Soms gebruik je je geluk te snel op, zoals de Rode Duivels in 2018 tegen Japan en Brazilië: twee wedstrijden die ze tegen alle logica in wonnen. Vervolgens was er wat ongeluk en verloren ze van Frankrijk. In Qatar hadden ze nooit geluk, alleen maar ongeluk, en gingen ze er in de eerste ronde uit.

Om deze World Cup te winnen, moet je meer dan ooit de momenten pakken. Op enkele uitzonderingen na wordt er in steden gespeeld waar het in de zomer bloedheet is. Pressing à la PSG of Bayern is uit den boze. Slim verdedigen en slim aanvallen, zonder te veel energie te verliezen, daar komt het op aan.

De kans dat we weer een intense op- en neerfinale zien die op 3-3 en strafschoppen eindigt, zoals in Qatar in december 2022, is bijzonder klein. Die avond was het 22 graden. Op 19 juli wordt in New York de finale op het heetst van de dag gespeeld, 40 graden is niet onmogelijk. Een onvoorspelbare, af en toe saaie en toch ook weer spannende World Cup, dat wordt het.

Column Fout World Cup in De Morgen van maandag 8 juni 2026

Foute World Cup

Eg har drukket melk hele livet. Jeg drakk skolemelk hver dag og ofte melk etter trening.” De man op het pak melk van Tine lacht mij toe en zegt dat hij zijn hele leven melk heeft gedronken, op school en vaak ook na training. Hij heet Martin Ødegaard, de nummer tien van het land dat op de komende World Cup door de kenners als dark horse is aangemerkt.

Ik was de voorbije weken in Noorwegen. Behalve dat pak melk op de Lofoten met de lachende Ødegaard ben ik in Bodø ook de stuurs kijkende Erling Haaland in bordkarton tegen het lijf gelopen. Zijn boodschap voor het Noorse volk? Sjømat har vært en del av mitt kosthold i oppveksten: zeevruchten waren een deel van mijn dieet tijdens het opgroeien. Haaland krijgt enkele (tientallen?) miljoenen Noorse kronen toegestopt van de visindustrie.

Verder was in Noorwegen niets te merken van die hele World Cup, die op 11 juni begint. Bij het arriveren in mei hingen wel heel veel vlagjes aan alle huizen en mogelijke masten, maar dat had dan weer te maken met de nationale feestdag, liet ik mij vertellen.

De geniale Viking-foto van de Noorse nationale ploeg? Groot in de Belgische kranten, maar wie zou denken dat die nu op de ramen van Noorse huizen en auto’s hangt, neen hoor. Als je Johannes Klæbo hebt, waarom zou je je dan druk maken over minimaal drie matchen voetbal? Tot ze verder raken dan die eerste drie wedstrijden natuurlijk.

Noorwegen geldt overigens als een buitenbeentje in het Europese en wereldvoetbal, en dat heeft het niet te danken aan die paar uitzonderlijke talenten in de ploeg, maar wel aan de voorzitter van de Noorse voetbalbond, Lisa Klaveness.

Zij werd in maart 2022 verkozen en haar eerste daad op het FIFA-congres was de toewijzing van de World Cup aan Qatar in vraag stellen. Klaveness is een getrouwde lesbienne en hamert telkens weer op respect voor allerlei rechten. Ook de toewijzing van de World Cup van 2034 keurde ze sterk af.

Tegelijk, zo wordt beschreven in een boek over haar eerste jaar als voorzitter, probeerde ze in de hoofdbesturen van zowel de UEFA als de FIFA verkozen te worden. Dat lukte niet en dat zal ook nooit lukken. Al helemaal niet nadat ze in april van dit jaar nog eens had geijverd voor de afschaffing van de FIFA-vredesprijs die aan Donald Trump werd uitgereikt.

Rechten van arbeiders, mensenrechten, lgbtq+, de vredesprijs, daar hoor je onze Pascale Van Damme nooit over. Zij werd een jaar na Klaveness voorzitter van de Belgische voetbalbond en hield zich mooi en gedeisd. Vorig jaar werd ze via de UEFA voor vier jaar als excuustruus opgenomen in de FIFA Council.

Zaterdag verscheen in deze krant een lovenswaardig verhaal over hoe en waarom deze World Cup niet meer kritiek krijgt. Het is bepaald verwonderlijk dat er de laatste weken in de internationale sport meer te doen is over de weigering van het Internationaal Olympisch Comité om atleten te vergoeden dan over een World Cup in een oorlogvoerend land, met een machtsgeile/gekke/corrupte president en een machtsgeile voetbalvoorzitter in een hoofdrol.

Het antwoord ligt voor de hand: omdat voetbal met grote voorsprong de meest amorele en immorele sport is, niet alleen op het veld met al die matennaaierij en dat bedrog, maar nog meer naast het veld. In het verlengde daarvan: omdat alle actoren in het voetbal er beter van worden. Spelers, trainers, stafleden, scheidsrechters, bestuurders, zelfs journalisten: allemaal verdienen ze (soms vele malen) meer dan ze in een andere sector voor hun intellectuele en andere capaciteiten betaald zouden krijgen. Dan is het lastig om te bijten in de hand die je voedt.

De enige partij die geld verliest aan voetbal is de fan, die op deze World Cup soms astronomische bedragen heeft moeten neerleggen om een wedstrijdje van de favoriete nationale elf mee te pikken. Dat wordt dan weer vergoelijkt door die voetbalvoorzitter die stelt dat in het land van de vrije markt die vrije markt moet kunnen spelen.

De recordinkomsten die het de FIFA zal opleveren, zullen potentaat Gianni Infantino in staat stellen om recordbedragen aan de nationale voetbalbonden uit te keren. Hoewel hij volgens de statuten in 2028 zou moeten aftreden, zal hij zo zijn herverkiezing in 2027 veiligstellen.

Een ander lezenswaardig recent interview was met politicoloog, voetbaldier en groundhopper Cas Mudde in SamPol. De Nederlander Mudde doceert voetbal en politiek aan de University of Georgia. Hij zal het MAGA-WK symbolisch boycotten door alleen naar de wedstrijden in Mexico en Canada te kijken. Even was dat een optie, maar ook ik verdien een te goede boterham aan deze foute World Cup.

Column Madison Square Garden in De Morgen van zaterdag 6 juni 2026

Madison Square Garden

New York Knicks heeft woensdagnacht het thuisvoordeel afgenomen van San Antonio Spurs door in San Antonio te winnen. We hebben het over basketbal, het profbasketbal uit de VS, de NBA genaamd. Mag dat? Jawel, dat moet, want de komende weken is het voetbal, koers en weer voetbal en koers dat de klok slaat.

Ik was ooit in San Antonio voor een wedstrijd, dat moet in 2003 geweest zijn, toen op het af te werken interviewlijstje ook Lance Armstrong stond, bij hem thuis in Austin. Glory days…

SBC Center (tegenwoordig Frost Bank Center) maakte toen geen indruk. De hal was mak. De mix van latino’s, een handvol Native Americans, wat progressieve Texanen als die er al waren en veel militairen van de grote basis zorgden voor een bioscoopsfeertje: beetje gejoel, beleefd applaus, verder geen gedoe.

Het team verdiende beter, maar trok zich daar niet te veel van aan. Met Tim Duncan, David Robinson, Tony Parker en Manu Ginobili stond een minidreamteam op het veld, en de legendarische coach Gregg Popovich zat en stond langs de zijlijn.

‘Coach Pop’ zit nu op de tweede rij en blijft zitten. Na een hersenbloeding een paar jaar geleden zette hij een stap terug, maar hij blijft erg betrokken bij het team. Voor wedstrijd zeven in de Conference Finals (de halve finale) tegen Oklahoma City Thunder bracht hij de kleedkamer met een van zijn beroemde speeches op temperatuur. Met succes.

San Antonio zal de grootmeester in deze finale kunnen gebruiken. De Spurs van begin deze eeuw waren een spannend team, het meest diverse (in nationaliteiten) en meest Europese (in basketbal) van de hele NBA.

Tegenwoordig heten ze weer spannend te zijn. Dat hebben ze te danken aan de Fransman Victor Wembanyama. Dat is een 2,24 meter lange kruising tussen een octopus en een hoogtewerker. Hij wordt dan ook ‘de alien’ genoemd. Zo lang en smal, niet het ideaalbeeld van een NBA-speler, maar hij is geen Manute Bol; de man kan basketballen als geen ander.

Hij geeft bovendien intelligente antwoorden op niet altijd even intelligente vragen en bij het begin van zijn derde seizoen nam hij een opmerkelijk initiatief. ‘Wemby’ sommeerde de luidruchtigste Spurs-fans om naar Europees voorbeeld een fanatiek ultra-blok te vormen. De Jackals waren geboren.

Afgelopen woensdagnacht werden die jakhalzen in hun eigen hal belachelijk gemaakt door de fans van de Knicks. Dat was ongezien in de NBA, dat geen traditie heeft van meereizend uitpubliek omdat de bezettingsgraad van de hallen tegen de 100 procent aanschurkt. Maar de fans van de Knicks zijn dan ook geen gewone fans.

Het overgrote deel van de blauw-oranje uitgedoste New Yorkers was gewoon naar San Antonio gevlogen en had op Ticketmaster en andere sites massaal geboden op Spurs-tickets. Nogal wat abonnees van San Antonio dachten er een slaatje uit te slaan en boden hun tickets tegen woekerprijzen aan. Toen het teammanagement dat door had, was het al te laat. Door de hele zaal zaten groepjes Knicks-fans en die vierden elk punt van hun spelers met een gejoel dat de Jackals in hun holen deed kruipen.

Eén heel opmerkelijk New Yorks groupie-groepje kwam samen met een privéjet en huurauto: Knicks-meubelstuk Spike Lee, acteur Timothée Chalamet, rapper Fat Joe en acteur-comedian Tracy Morgan schreeuwden naast andere in blauw en oranje uitgedoste fans hun keel schor.

Afgelopen nacht stond wedstrijd twee in San Antonio op het programma. Zondag gaat het dan richting New York voor twee wedstrijden en daarna reist het circus heen en weer voor telkens één wedstrijd, tot een team vier wedstrijden heeft gewonnen.

Wie New York en de Knicks zegt, denkt onmiddellijk aan de tempel Madison Square Garden. De zesde luidruchtigste arena van de hele NBA dit seizoen, althans tot het begin van deze play-offs. Sinds ze twaalf wedstrijden op rij hebben gewonnen, zijn alle decibel- en dollarrecords gesneuveld.

De Knicks en de Garden staan bekend als het duurste NBA-team – als je dat zou willen en kunnen kopen. Ze spelen in de rijkste en grootste markt van de VS, maken de meeste winst, en toch is het door de combinatie van herverdelingsmechanismen en slecht sportief management van 1973 geleden dat ze een titel wonnen. Dat moet nu maar eens gaan gebeuren.

Als ‘Wemby’ echt buitenaards is, zal hij het in de Garden moeten bewijzen en Spike Lee stil krijgen. De laatste en voorlopig enige echte alien die daarin slaagde, was Michael Jordan, toen die in maart 1995 na anderhalf jaar afwezigheid in de vijfde wedstrijd van zijn terugkeer 55 punten scoorde. Waarop Lee een diepe buiging maakte.

Column Vingegaard 2.0 in De Morgen van maandag 1 juni 2026

Vingegaard 2.0

Neen, een verrassing is het niet bepaald, Jonas Vingegaard die de Giro wint en zo zijn bingokaart van winnaar van grote rondes helemaal vol heeft. De manier waarop en het gemak waarmee hij deze Giro naar zijn hand heeft gezet, is wel opvallend. Bij UAE Team Emirates-XRG zullen ze meer dan een keer hebben opgekeken.

Oké, deze Giro was kwalitatief niet de bestbezette. Bovendien haalde Adam Yates, de kopman van het concurrerende UAE, niet eens Italië door een lelijke val in Bulgarije. Bij Red Bull-Bora-Hansgrohe hadden ze dan weer hun beste pionnen thuisgelaten. En toch heeft Vingegaard deze Giro op een voor hem onnavolgbare wijze gedomineerd.

Zelfs als Tadej Pogacar in geen velden of wegen te bekennen is, zal hij nooit de vox populi winnen. Dat is het lot van Denen die gemiddeld genomen niet als de hartelijkste Europeanen te boek staan, maar daar verder ook niet om malen.

Jonas-van-de-visafslag zit nog onder dat gemiddelde. Zelfs de foto kussen van zijn kindjes en zijn vrouw Trine telkens hij als eerste over de streep komt, zal hem niet populairder maken. In de era van flamboyante alleskunners komt hij inzake populariteit nog niet aan de enkels van Van der Poel, Pogacar, Evenepoel, Pidcock, recenter ook Seixas en uiteraard moet hij het ook afleggen tegen zijn buitenmaats populaire ploegmaat Wout van Aert.

Maar de voorbije Giro, die heeft de volgers van het wielerpeloton toch aan het denken gezet. De vragen borrelen nu op. Zou het kunnen dat we de beste Vingegaard in jaren hebben gezien in de Giro? Zou het kunnen dat hij in 2026 net als in 2022 en 2023 wel minstens de evenknie kan zijn van Tadej Pogacar?

Hij was al oké in Parijs-Nice. Daar won hij met meer dan vier minuten. Hij liet er al zien wat in de Giro werd bevestigd: aanvallend koersen bergop, ook bij minder weer en aanwezig in alle etappes. Twee ritten gewonnen en alle mogelijke truien.

Daarna volgde de Ronde van Catalonië: weer gewonnen en twee ritten meegekaapt. Deze Giro won hij alle ritten bergop behalve die van vrijdag, dus vijf in totaal, goed voor meer dan vijf minuten voorsprong. Na deze Giro zal hij 36 koersdagen in de benen hebben als hij begin juli in Barcelona aan de start staat van de Tour.

Dat zullen er twintig meer zijn dan Tadej Pogacar en tien meer dan Remco Evenepoel, maar veel van hun starts, zoals die in de klassiekers, wegen veel zwaarder door in de frisheidsbalans.

Deze Vingegaard lijkt in alles op de Pogacar die vorig jaar de Giro won, ook met de vingers in de neus. De Sloveen koos in 2026 voor een andere aanpak, vooral om Parijs-Roubaix te winnen, en zal nu de komende weken met de Ronde van Zwitserland vijf koersdagen inlassen tussen twee hoogtestages.

Mentaal lijkt de Deen alvast op zijn best, al kan dat bij de eerste opdoffer bergop al omslaan. Vorig jaar liet hij het bij de eerste of hooguit tweede prik al lopen. Deze recente klimprestaties moeten hem rust hebben gegeven in zijn hoofd. Met name de klim naar het Zwitserse skioord Cari was bepaald indrukwekkend. Daar verbeterde hij het record van Adam Yates uit 2024 met bijna een minuut en pakte hij 69 seconden op Felix Gall. Die klim is 11,5 kilometer lang aan gemiddeld meer dan 8 procent. Zaterdag deed hij naar Piancavallo ook beter dan epoklimmer Pantani in 1998.

Deze rubriek is geen grote fan van het terugrekenen van wattages, vooral omwille van de foutenmarge in de externe factoren zoals drafting, maar die vermogenspolitie flitste Vingegaard wel aan een indrukwekkende 6,65 watt per kilogram en dat een half uur lang. Reken maar dat ze dat op de Sierra Nevada bij UAE ook hebben gezien.

Er zijn nog factoren die aangeven dat het wel eens een erg spannende Tour de France zou kunnen worden. Vingegaard 2.0 zelf in de eerste plaats. Niet vergeten dat hij in 2024, de eerste van twee Tours waarin hij werd zoekgereden door de Sloveen, eerder dat jaar zwaar was gecrasht in de Ronde van het Baskenland. Het heeft meer dan een jaar geduurd voor hij die ellende mentaal en fysiek achter zich kon laten.

Een ander belangrijk element in alle afwegingen is de rol van de ploeg rond de kopman. Of en in welke mate de Deen herboren is, moet nog blijken, maar voor Wout van Aert is dat een zekerheid. De Van Aert van het voorjaar moet als superhelper naast Victor Campenaerts zijn input van 2022 en 2023 kunnen herhalen. Aan de kopman om het af te maken.

Van de voorbije twee edities werd dat ook al voorspeld, maar 2026 zou echt wel eens de spannendste en meest onvoorspelbare Tour van de laatste jaren kunnen worden. Met Vingegaard en Pogacar in supervorm en Red Bull-Bora-Hansgrohe als verstorende derde factor.

Column Premiummerken in De Morgen van zaterdag 30 mei 2026

Premiummerken

Voor Rod Laver zijn we niet oud genoeg, maar de beelden uit de oude doos spreken voor zich. De spelers kwamen in kraakwitte uitrusting op het court, hadden vijf rackets mee en daarvan gebruikten ze er twee om tegen elkaar te tikken, kwestie van de snaren goed te hebben. Laver stond op Adidas, droeg meestal kledij van Puritan, maar ook weleens van Fred Perry. Later had je Jimmy Connors, John McEnroe en Björn Borg.

Connors had achtereenvolgens Wilson en Slazenger voor zijn rackets, Converse en later Nike voor de schoenen, en Cerruti 1881 en Sergio Tacchini als kledij. McEnroe begon met Sergio Tacchini voor schoenen en kledij, maar werd daarna een Nike-icoon en dat bleef hij. Voor zijn rackets zwoer hij bij Dunlop.

Borg bleef zijn hele carrière drie merken trouw: Donnay voor de rackets, Diadora voor de schoenen en uiteraard Fila voor de kledij. Al die sponsors hadden gemeen dat ze een directe link hadden met hun sport. Af en toe was er eens een merk dat zogezegd een topschoen had gemaakt, maar toen bleek het een omgebouwde schoen van een ander, traditioneel schoenenmerk, en daar deed niemand moeilijk over.

Borg en Fila, dat was al een beetje andere koek. De iconische streepjes op zijn shirt passeerden nog net de Wimbledon-censuur, maar zijn Fila Settanta-trainingsjasje, vooral de rode versie, was veel Engelse traditionalisten een doorn in het oog. Op Queen’s moest hij zich daarmee alvast niet vertonen. Pas vele jaren na Borg hield de stijlpolitie op Wimbledon de spelers strakker aan de predominantly white rule.

André Agassi en Donnay, en Nike uiteraard, gingen nog een stap verder. De kledij werd deel van de persoonlijke branding en zo mogelijk belangrijker dan de speler. Agassi verscheen van 1988 tot en met 1990 niet op Wimbledon omdat hij zijn flashy kledij en dat hele aparte jeansshort niet mocht dragen.

Zelfs de beste speler aller tijden, Roger Federer, moest in 2013 spitsroeden lopen toen hij in zijn eerste ronde opvallende witte schoenen (oké) met oranje zolen (niet oké) droeg. In de tweede ronde droeg hij andere schoenen.

Brave, keurige jongens (en meisjes) waren het. De tijd van Borg en McEnroe, toen sponsoring synoniem was voor een stapel kledij, schoenen en een hoofdband, is voorbij. Vandaag is de baseline een catwalk, zijn de kleedkamers evengoed pashokken, en verschijnen de topspelers tegelijk in een campagne bij Vogue en in een spot voor sportdrank.

De premiummerken kicken op tennis. Federer was de eerste. Rolex, Uniqlo, Mercedes, Moët & Chandon: Federer werd zelf een luxemerk, zijn elegantie was het glijmiddel voor de grootste sponsorinkomsten ooit genoteerd. In 2020 was hij al ver over zijn hoogtepunt, maar hij harkte toen nog 100 miljoen euro aan sponsoring binnen.

Vandaag is sprake van een invasie van luxemerken, maar het blijven toch vooral de absolute topspelers die hier beter van worden. Het modemerk Miu Miu partnerde met New Balance (allebei sponsors van Coco Gauff) om een gewaagde maar geslaagde reclamecampagne op te zetten.

Jannik Sinner, de nummer één van het moment, zit tot over zijn oren in de Gucci-wereld. Hij mag er dan uitzien als een rosse Zuid-Tiroolse boerenzoon die beter Duits spreekt dan Italiaans en niet tegen de zon kan, wat hij ook is, het door en door Italiaanse modemerk zweert bij Sinner.

Geen campagne of hij zit erin, geen Gucci-event of hij is erbij, en geen nieuwe lijn of hij draagt ze. Court Connection heet de Gucci-campagne die niet alleen Sinner, maar ook de nummer één bij de vrouwen Aryna Sabalenka uitspeelt. Zij tekende haar sponsorcontract begin dit jaar en verscheen meteen naast alle mogelijke catwalks en op de cover van Vogue.

Op de voorbije Rome Open betrad ze het centercourt met een Gucci-tas van 3.200 euro, achteloos over haar schouder geslagen, alsof ze die toevallig in haar autokoffer had gevonden en dan maar had meegenomen naar haar partijtje tennis. Sinner deed haar dat trouwens al voor in 2023, en dan nog wel op het heilige gras van Wimbledon, waar hij met een Gucci-duffelbag over zijn schouder uit de kleedkamer op de baan verscheen.

Niet dat Sinner en Sabalenka er hun slaap voor moeten laten, maar als Gucci het guccissima (het ultieme vakmanschap) wil uitdragen met twee tennisspelers, heeft dat ook een oorzaak. In 2025 ging Gucci inzake omzet maar liefst 22 procent achteruit.

Het (Franse) moederbedrijf Kering verloor zo steeds meer terrein ten opzichte van de veel grotere aartsrivaal LVMH. Het premiummerk mikt nu op premiumsporten. Deze week raakte bekend dat het vanaf 2027 zijn intrede doet in de formule 1 en de naamsponsor wordt van het Alpine-team.

Column Guardiola in De Morgen van dinsdag 26 mei 2026

Guardiola

Trainers die kampioen worden zijn tovenaars. Trainers die degraderen zijn sukkelaars. Trainers die prijzen hebben gewonnen en afscheid nemen, zijn legendes. Pep Guardiola is bijgevolg een legende.

Het is een misvatting dat hij het Engelse voetbal voor altijd heeft veranderd. De grootste gamechanger in het Engelse voetbal heet Arsène Wenger. Toen die het Kanaal overstak, transformeerde hij Arsenal van een saaie ploeg naar een wervelend voetbalgenootschap met vloeiend aanvalsspel en positiewissels.

Ook met goede voetballers, maar niet met de duurste van dat moment. Die gingen toen allemaal richting Manchester, waar United en Alex Ferguson de dienst uitmaakten. En Wenger, niet te vergeten, kwam van Nagoya Grampus Eight, niet van Bayern zoals Guardiola.

Wenger was bepalend voor de professionalisering van het Engelse profvoetbal. Hij bracht een moderne visie mee op trainen, belasting, rust en voeding, en algemene fitness. In 2004 lukten Wenger en zijn bescheiden sterren Patrick Vieira, Thierry Henry, Dennis Bergkamp, Ashley Cole, Sol Campbell en Jens Lehmann iets wat niemand voor mogelijk hield en niet meer was gelukt sinds 1889: een heel seizoen lang geen enkele wedstrijd verliezen.

Met die veertiende titel dit seizoen staat Arsenal afgetekend derde na Man United en Liverpool, die er elk twintig tellen. Manchester City is vierde met tien titels, waarvan wel acht behaald sinds de creatie van de moderne Premier League in 1991.

Tweede misvatting: Guardiola is de vader van het offensieve positiespel. Alle goede dingen hebben veel vaders, maar de peetvader van het moderne offensieve positiespel met opbouw van achteruit blijft Johan Cruijff. In de recente docuserie over Cruijff, die begint met een hommage van Guardiola, wordt uitgebreid aandacht besteed aan hoe die de piepjonge Pep vanuit Barcelona B liet doorstromen naar het A-elftal en meteen in de basis zette.

Derde misvatting: Guardiola is een tovenaar. Trainers die toveren, behalen onmogelijke titels met spelerskernen die daar op papier niet de kwaliteit voor hebben. Of ze behoeden een stelletje halve zolen voor degradatie door hen in de anonieme veilige middenmoot te laten eindigen. Dat heeft Guardiola nooit moeten klaarspelen, zelfs niet als speler.

Daar zegt hij zelf over: “Er zijn veel mensen met talent die het niet halen, gewoon omdat ze geen kans krijgen.” De feiten geven hem gelijk: hij had talent, maar hij had ook het ongelooflijke geluk om als speler en als trainer altijd op het juiste moment op de juiste plek op te duiken.

Hij speelde vier wedstrijden in zijn eerste seizoen in de A-ploeg die kampioen zou worden en kwam in een gespreid bedje. Daarna werd hij dé dirigent van Cruijffs dreamteam, en dat moet je verdienen.

Op zijn dertigste was hij al over zijn top en begon hij aan een exodus langs Brescia, Roma, weer Brescia en Al Ahli, om af te sluiten met tien wedstrijden bij het Mexicaanse Dorados de Sinaloa, eigendom van het plaatselijke drugskartel aldaar.

Op zijn 37ste werd de trainer Guardiola – een kopie van zijn parcours destijds als speler – overgeheveld van Barcelona B naar de A-ploeg om er de uitgebluste Frank Rijkaard te vervangen. Zijn grootste meesterzet in dat begin was Ronaldinho, Deco en later Eto’o de wacht aanzeggen. Hij had toen wel in zijn ploeg ene Lionel Messi en in diens buurt Xavi en Iniesta lopen.

Met dat Barcelona haalde hij veertien prijzen in zeven seizoenen. Vervolgens trok hij naar recordkampioen Bayern München: zeven prijzen in drie seizoenen. In 2016 landde hij dan in Manchester City dat door de illegaal geïnvesteerde miljoenen van de eigenaars uit Abu Dhabi al twee keer kampioen was geworden, en de rijkste ploeg van Engeland was.

Daardoor kon hij elke speler kopen die hij maar wilde en eindigen met twintig (kampioenschaps)bekers in tien jaar. Uiteraard was Guardiola een ziener en heeft hij het voetbal tactisch veel bijgebracht. Uiteraard zal hij ook een goede peoplemanager zijn, maar hij was toch vooral op het juiste moment op de juiste plek met ideale omstandigheden. Vorig seizoen liep het voor geen meter en werd de tovenaar ineens een sukkelaar.

Maar kijk, er hangt Manchester City en dus ook Guardiola nog een en ander boven het hoofd. Goed ingevoerde Premier League-watchers verwachten nog voor de zomer een uitspraak in de zaak tegen Manchester City en zijn illegale financiering. De kans lijkt groot dat een aantal prijzen weer uit die goedgevulde kast zullen moeten verdwijnen. Geen toeval toch? Weer is Guardiola de man van het juiste moment. Nu is hij net op tijd weg van een plek waar hij beter niet meer is.