Interview Greg Van Avermaet in De Morgen van zaterdag 18 april 2020

‘Alle klassiekers op een rij. Dat zie ik wel zitten’

Het is een kunst, geblesseerd raken in een periode dat je niet mag koersen. Het over- kwam Greg Van Avermaet, zoals altijd te gretig. ‘Ik heb last aan de knie, ik denk door een slechte positie op mijn mountainbike.’ Dus doet hij nu even een weekje niks.

Die heeft vast te veel op Zwift, de indoorcycling-app voor fietstrainers, gezeten, dachten wij al. Indoor fietsen is nu eenmaal blessuregevoeliger dan outdoor.

“Ik ben ook liever buiten met dit weer”, vertelt Greg Van Avermaet via FaceTime. “Deze blessure is een overbelasting van de pees boven de knie. Dat heb ik ook in de winter als ik te veel dingen doe die ik niet gewend ben. In het seizoen met de gewone koersfiets heb ik nooit ergens last van.”

Moet je niet naar de kine?

Greg Van Avermaet: “Neen, dat ga ik niet doen. Ik heb een beetje last van smetvrees en kom liefst met zo weinig mogelijk mensen in contact.”

Jij hebt drie longen, er mogen er gerust twee uitvallen.

“Ik weet het, maar ik ken een paar mensen in de omgeving die het virus kregen en die geen gezondheidsproblemen hadden. Ze waren er toch behoorlijk slecht aan toe. Sowieso zijn wij renners altijd al een beetje beducht voor virussen en bacteriën. Vooral in het voorjaar zijn wij erg vatbaar voor verkoudheden.

“Ik heb af en toe ontsmettingsgel mee naar het startpodium en als Fleur van school komt, weet ze dat ze haar handjes moet wassen. Soms gaat ze zelfs helemaal in bad. Mijn vrouw staat dan ook nog eens in het onderwijs, dus die brengt ook het een en ander mee.”

Train je nog veel?

“Ik leg het nu wat stil, maar ik heb al wel veel getraind, ja. Maar nu ga ik toch een weekje niks doen en dan weer rustig beginnen. We weten dat het toch pas voor deze zomer zal zijn voor we weer kunnen koersen.

“Ik heb er bij de lockdown meteen voor gezorgd dat niemand zag wat ik precies trainde. Niet dat zoiets per se geheim moet blijven, maar meer uit respect voor de collega’s in Frankrijk, Spanje en Italië die helemaal niet buiten mogen trainen. Wat ik overigens raar vind. Het is hier veel dichter bevolkt en bij ons mag het wel. Ik weet zeker dat je in die landen nog meer dan bij ons een hele dag kan trainen zonder iemand tegen te komen.

“Ik zou het er zelf in ieder geval heel moeilijk mee hebben als ik niks meer mocht doen en mijn concurrenten vrolijk verder zouden trainen. De maatregelen zijn voor ons nog leefbaar hier in België. Heel even leek het erop dat wij ook niet buiten zouden mogen fietsen. Dat vond ik minder. Verplicht dan eerst om alleen te gaan fietsen, lopen en wandelen, maar laat ons tenminste buiten komen.

“Als ik met een ploegmaat rijd, dan alleen met Gijs Van Hoecke, en niet met Oliver Naesen of anderen van ons trainingsgroepje De Parelvissers. Het ligt ook niet in mijn aard om daar moeilijk over te doen. We zijn een niet-essentiële sector met veel mensen op korte afstand. Dat ze de koers stilleggen vind ik normaal.”

Heel even, want er is een nieuwe kalender.

“De Tour hebben ze eerst een plaats gegeven en de rest is daar omheen geplaatst. Het BK voorafgaand aan de Tour, het WK erna en dan ook nog de klassiekers. In september zal er ook minder volk langs de kant staan. Voor de renners is het leuk als je langs de weg de toeschouwers ziet staan, maar wielrennen is toch vooral een tv-sport. Meer dan voetbal, dat echt wel publiek nodig heeft voor de beleving. Voor de ploegen en de sponsors is het heel belangrijk dat we nog uitzicht hebben op een deel van het seizoen.”

Hoe zie je zelf het seizoen, mocht het doorgaan zoals nu is hertekend?

“Ik heb altijd gezegd dat deze Tour met al zijn tussenritten voor mij wel mogelijkheden bood, dus dat wordt het eerste doel. Daarna komt het WK. Na de Tour klim ik altijd iets beter en dan kan een sterke Belgische ploeg wel een rol spelen. Vervolgens komt het erop aan die conditie door te trekken naar het einde van het jaar. We gaan onze voorjaarsklassiekers in het najaar rijden, dat is heel apart. Met dan ook nog eens de najaarsklassiekers erbij.”

Dat houdt het gevaar in dat je jezelf de nek afrijdt. Moet je geen keuzes maken?

“Ik zie het wel zitten om al die wedstrijden na elkaar te rijden. Ik denk dat ik dat wel aankan. Kiezen en mikken op wedstrijden is iets voor later. Natuurlijk staat de Ronde van Vlaanderen daar centraal in, maar de combinatie met alle grote klassiekers lijkt mij op het lijf geschreven. De tweede helft van het seizoen ben ik altijd wel oké. Die anderen die zullen meedoen voor de winst, kan ik ook zo opnoemen. Dat zijn de gasten die je elke week op hun fiets mag zetten, die altijd zullen rijden.”

Klopt het dat jij je het lot van je ploeg en van het wielrennen in het algemeen ter harte neemt? En geeft dat geen extra druk?

“Druk niet, wel bezorgdheid om het behoud van de sponsors die er nu zijn en die een hart hebben voor het wielrennen. We kunnen als renners niet zeggen: dit gaat ons niet aan. Onze sponsor heeft een paar honderd schoenenwinkels in de landen ten oosten van ons en die heeft hij moeten sluiten. Als hij personeel ontslaat, vind ik het normaal dat hij ook naar de sponsoring kijkt en dat hij daar ook in snoeit. Wij hebben dus ingeleverd. Ik wil daar geen procent op kleven, maar het is een aanzienlijke hoeveelheid.”

 

De ploeg functioneert nog blijkbaar, want dit interview passeerde langs de persverantwoordelijke.

“Er is wat personeel werkloos en een aantal anderen is aan boord gebleven. Ook de renners blijven aan boord, hoop ik. De volgende datum van afspraak is 1 juli, waarna we weer wedstrijden kunnen rijden, onszelf in beeld rijden. We moeten die twee maanden tot de zomer nog zien te overleven. Onze ploeg was wellicht de eerste die drastisch heeft ingegrepen, maar ik ben er zeker van dat andere ploegen nog zullen volgen.

“Het is een dubbele schok geweest. Eerst die melding toen ik op de Sierra Nevada in training zat dat het voorjaarsseizoen niet zou worden gereden. Dat was een klap. Daarna de melding dat de ploeg in zwaar weer zat. Ik voel mij verantwoordelijk voor deze ploeg. Niet omdat ik renners heb overgehaald of zo – zoveel waren dat er ook niet – maar gewoon omdat het de ploegstructuur is waarvoor ik al jaren rijd. Ik wilde het project van Andy Rihs (de inmiddels overleden Zwitserse eigenaar van BMC, HV) verder laten leven. Uiteindelijk zit er niet veel ‘Rihs’ meer in en is BMC zelfs geen fietsensponsor meer.”

Eens te meer het bewijs dat het verdienmodel van het wielrennen zeer broos is. Geen ticketing, geen merchandising, geen tv-geld want dure productiekosten… begin er maar aan.

“Wij hebben maar één ding voor op voetbal: geen enkele voetbalploeg heet CCC of Deceuninck-QuickStep. Wie kende Deceuninck in België voor ze de ploeg van Patrick Lefevere gingen sponsoren? We verwachten geen bedragen zoals in de Champions League, maar toch denk ik dat we recht hebben op een deel van het televisiegeld. Al was het maar 15 procent, dat dan onder de ploegen zou worden verdeeld.”

De aanleiding voor dit gesprek was je winst in de virtuele Ronde. Voor wat het maar waard was, het blijft een heel vreemde maar tegelijk heel knappe prestatie.

“Je wil weten waarom ik daar voluit ben gegaan? (lacht) Omdat ik altíjd voluit ga, zeker? Dat is de kop waarmee je coureur wordt, soms moet je niet te veel nadenken.

“Het was ook niet dat ik daar op voorhand erg mee bezig was. Ik had wel twee ventilators voorzien, op aanraden van mijn trainer Max Testa die had gezegd dat afkoeling het verschil maakt in de wattages. Een goeie tip, want hoewel het afzien was, voelde ik mij toch redelijk goed.

“Bij het oprijden van de Kruisberg was ik zowaar gelost en reed ik twaalfde of dertiende. Ik dacht: dat gaat niet waar zijn dat ik hier word weggereden. Daarna ben ik teruggekeerd. Ik had wel het parcours die ochtend op voorhand verkend, want de hellingen deden toch onwezenlijk aan. Je rijdt de Paterberg op zonder dat je weet dat je op de Paterberg rijdt, zeg maar, behalve dat het voelt als bergop rijden.

“Het was een zaak van schakelen. Op de Kwaremont moest je op de grote plateau naar boven, maar als je op de Paterberg niet schakelde, blokkeerde dat ding een beetje. Tactiek was dus niet onbelangrijk. Tomas Van den Spiegel (ex-basketbalspeler en nu CEO van wielerorganisator Flanders Classics, HV) had mij gezegd dat je alleen op de klimmekes het verschil kon maken. Daarom heb ik gewacht om weg te rijden.”

Nadien zagen we jouw gemiddelde wattage gedurende die 45 minuten en dat was 434 watt. Jij had veel meer koersen moeten winnen. Kan je daar inkomen?

“Neen, want ik heb veel gewonnen en mooie koersen ook. Als het geen verwijt is, dan neem ik het als een compliment. En ja, misschien heb je wel een punt en had ik iets meer kunnen winnen, als ik anders gekoerst had. Alleen koers ik zoals ik ben en dat is met open vizier. Ik heb daardoor mooie kansen gemist, maar er zijn ook kansen die ik daardoor heb afgedwongen.

“Neem nu die Olympische Spelen in Rio. Dat koppige is deel van mijn karakter, dat blijven rijden in alle omstandigheden op welk parcours dan ook is de aard van het beestje. En toen alles op de juiste plaats viel, daar in Rio, heb ik olympisch goud gewonnen. Dat wil ik met niks ruilen.”

Er was heel wat te doen rond de terugkeer van Mathieu van der Poel op de Kwaremont in de Ronde. Nooit behoefte gehad om te zeggen: ik heb zoiets ook al gedaan?

“Klopt. Ik heb die koers laatst nog teruggezien. Ik rij plat na de Kwaremont en op de Taaienberg ben ik er weer bij en de eerste die daar vervolgens demarreert ben ik. Dat vond ik vrij indrukwekkend van mezelf. Ik heb die retro-edities opnieuw bekeken en zo jezelf terugzien is toch confronterend: ik had krachten te veel en ráp dat ik soms reed. Het was duidelijk dat ik er toen mee smeet.

“Vanaf 2016-’17 ben ik anders beginnen rijden. Minder open koersen en meer rekenen, wat mij betere resultaten heeft opgeleverd. De beste wedstrijden zijn die van man tegen man met gelijke wapens. Wegrijden met allemaal toppers en ze dan pijn doen, dat is de ideale koers voor mij.”

En een sterkere ploeg, had je dan meer gewonnen? BMC was destijds te laat voor Oliver Naesen.

“Dat had mooi geweest. Ik heb nooit veel namen laten vallen, maar ik kende Oliver van op training en zo sterk had ik nog nooit iemand naast mij weten rijden. Dat is de beste waardemeter. Het is niet gelukt, jammer.”

José De Cauwer zei me dat je te veel energie verspeelt. ‘Als je wil weten vanwaar de wind komt, dat is de kant waar Greg rijdt.’

“Ik weet dat hij dat zegt en hij weet dat ik het daar niet mee eens ben. Voor zover ik weet heeft hij nooit met mij in een peloton gereden. Vraag eens aan de andere renners. Ik denk dat ik bij de beteren ben om met een velo te rijden. Alleen vermijd ik graag het grote risico en dat heeft mij ook veel opgebracht. Ga na hoeveel keer ik maar ben gevallen.”

Allan Peiper (zijn ploegmanager bij BMC) zegt dat je niet koppig bent, José De Cauwer zegt van wel. (lacht)

“Ik bén koppig. Ik hou zelfs voet bij stuk als ik óngelijk heb. Ik weet het en dat zal niet veranderen.” Voortschrijdend inzicht is je vreemd?

“Ik zal misschien een beetje van gedacht veranderen, maar niet te veel. Ik zal altijd mijn gelijk willen bewijzen op de manier waarop ik het oorspronkelijk voor ogen had. Ik heb dat soms met tactische besprekingen. Dan spiegelen ze mij een scenario voor waarvan ik denk: neen, ik ga het toch doen zoals ik het zelf voor ogen heb.

“Toen ik geel had in de Tour gaven ze mij ook de raad om in de gruppetto, de bus, de daaropvolgende bergrit af te haspelen. Ik dacht: neen, ik ga mee in de ontsnapping. Zo bleef ik een dag langer in het geel. In 2018 kreeg ik de opdracht om op Richie Porte te wachten, maar ik was vastbesloten om zoals afgesproken de eerste week als kopman mijn eigen Tour te rijden, dus heb ik niet gewacht. De tweede of derde week, geen probleem om mij te laten uitzakken. Uiteindelijk heeft ons dat geholpen, want we droegen wel acht dagen het geel.”

Je bent 35 jaar maar in de koers blijf jij een jonge hond.

“Ik heb eigenlijk al alles meegemaakt, maar als iets op mijn weg komt, ga ik ervoor, al is het zoiets banaals als de virtuele Ronde van Vlaanderen. Hoewel, banaal… Als je ziet wat dat heeft los gemaakt en hoeveel er dat gezien hebben. (640.000 kijkers, HV) Dat kan alleen in Vlaanderen. Wel mooi dat ik daar aan heb kunnen meewerken.

“Ik heb het nog in mij om veel mooie koersen te winnen en de motivatie om te trainen is er ook nog. Ik heb mij altijd goed gesoigneerd en heb de juiste balans gevonden in het leven. Ik leef er honderd procent voor, maar geen driehonderd procent. Er waren momenten, vooral in het begin, dat ik iets te extreem ben geweest en dat was ook niet goed.

“Eens iets met het gezin doen, een keertje iets gaan eten, zelfs met een glas wijn erbij, waarom niet? Dat mag van Stephanie Scheirlynck (zijn persoonlijke voedingsdeskundige, HV), jazeker. Als het goed is voor het hoofd, is het ook goed voor het lichaam, zegt ze. Zolang je traint zoals je moet trainen, kan dat alleen maar helpen om dit vol te houden. Op training ga ik er altijd hard tegenaan. Met Max Testa (ex-Mapei en ex-Motorola, HV) heb ik een trainer die dat evenwicht bewaart en niet te veel afgaat op de cijfertjes.”

Je bent ook laat begonnen met koersen, er zit nog goesting in jou.

“Ik rij gewoon graag met de fiets. Dat zie ik ook bij Mathieu van der Poel. Ik herken zijn attitude tegenover de sport: tegelijk erg professioneel maar ook niet te fanatiek. Net als ik doet hij graag wat hij doet en dat is het belangrijkste om het vol te houden. Ik kan het grootste plezier beleven aan nieuwe paadjes ontdekken met de mountainbike of originele routes uitstippelen langs wegen die ik niet ken. Hoewel, ik denk dat ik hier al elk baantje heb gereden, in alle windrichtingen.

“Trainingsritjes uitstippelen is ook mijn lange leven, zelfs als we op de Sierra zitten. Dan zoek ik de wegen wel uit die langs mooi plekjes passeren: hier een mooi zicht, daar een mooi meertje. Dat mogen ze mij niet afnemen. Na mijn carrière zie ik mij daar ook wel iets mee doen.”

Op fietsvakantie met Greg te Calpe?

(lacht) “Ja, en dan mag jij eens komen meefietsen.”

Je zei in het begin dat je geblesseerd was, maar je gaat na dit gesprek toch fietsen. Pas maar op.

“Met het gezin. Dat zal nog wel lukken. Jawel, met helm, althans de kinderen.”

Jij niet?

“Jij wel dan, op een gewone fiets? Dacht ik al. Raar toch, met de koersfiets kan ik niet vertrekken als ik die helm niet op heb, maar op een gewone fiets voelt dat anders, bijna vreemd aan.”

 

20200418_De-Morgen_p-62_-Alle-klassiekers-op-een-rij-Dat-zie-ik-wel-zitten–all-mail

Column Eén Maandje in De Morgen van dinsdag 14 april 2020

Eén maandje

 

Laatst belde een Nederlandse journalist. Hij wilde weten hoe een Belgische collega zo’n voorjaar zonder wielrennen overleeft. Het was een vrijdagnamiddag en ik zat net in mijn fietshok te oefenen op een fiets. Oefenen als leerling-fietshersteller, een cursus die ik normaal op vrijdagavond volg en die dus al een tijdje stilligt, hoewel de social distancing in ons prima uitgeruste atelier perfect mogelijk zou zijn.

“Wat bent u aan het doen?”, vroeg hij aan het eind. Hij had gehoord dat ik de compressor had aangezet en dacht wellicht aan een espressoapparaat. Ik zei: “Ik heb mijn mountainbike van zomerbanden voorzien. Achterop een Thunder Burt, maar voorop toch een Racing Ralph, kwestie van iets meer grip te hebben op het voorwiel. Ik kan wel overweg met een MTB, maar ik ben Mathieu niet. Die banden ga ik nu op 4 bar zetten, kwestie dat ze goed aanspannen. Als ik ga rijden doe ik 1,5 bar, dat rijdt lekker zacht. En ik heb ook nieuwe antilekmelk door het ventiel gedaan, want ik rijd tubeless.”

Hij werd er zowaar stil van en ik ging verder. “Bij ons zijn er een aantal politici en experts die maar wat graag een algemeen uitgaans- en sportverbod willen opleggen omdat ze zich in de steden niet kunnen gedragen en het af en toe druk wordt op jaag- en andere paden. Er is een soort opbod aan de gang. We hebben nu ook hypochonders die iedereen die buitenkomt een mondmasker willen aanpraten.

“Mijn grootste vrees is dat ik straks met de koersfiets niet meer weg geraak, omdat de politie op de weg controleert. Ik woon in een klein gehucht aan de rand van een bos, met kilometers bospaden en verlaten paardenpaden nu de paarden niet meer mogen rijden – nog zoiets krankzinnigs. Lekker droog omdat het een tijd niet heeft geregend. Als de oekaze ‘niet meer buiten sporten’ wordt afgekondigd, kan ik langs daar met de mountainbike weg. Hoewel het hier de Veluwe niet is, kan ik toch wandelen en fietsen zonder dat ik een mens tegenkom. Geen probleem, social distancing zit mij in de genen. Behalve mijn vrouw zie ik de laatste weken alleen de bakkersvrouw en die staat achter plexiglas.”

Of ik de sport mis, wilde hij nog weten. Daar had ik niet direct een antwoord op. Als ik dit tik zijn we precies een maand ver in de sportieve lockdown. Ik ben op 7 maart voor het laatst naar het voetbal gegaan. Op 9 maart heb ik voor het laatst gevlogen. Ik heb het weekend van 14 maart nog Parijs-Nice bekeken tot ze er daar ook de brui aan gaven. En dan was er niks meer.

Mis ik de sport? Ja, zeker? Maar eerlijk, is dit het grote zwarte gat? Voorlopig niet echt. Ik was aanvankelijk wel bang dat de onderwerpen voor columns zouden opdrogen, maar ik moet dat voetbal van ons dankbaar zijn. Er wordt niet meer gevoetbald, maar aan apenstreken nog steeds geen gebrek. Net als de topsporters vind ik diep vanbinnen dat maandje de stekker eruit en geen gedoe of gejaag anderzijds wel prettig. Als dat ene maandje twee maandjes worden, of drie, zal dat anders zijn.

Wat doet een Vlaamse sportjournalist in de heilige koersweken of wat heeft hij gedaan, nu die stilaan achter de rug zijn? Hetzelfde als anders – werken, sporten en werken – maar dan thuis en niet op Lanzarote, dat er nu eenzaam en verlaten bij ligt. En een krant of zes per dag lezen, waaronder L’Equipe, dat er nu al een maand lang in slaagt om elke dag twintig pagina’s vol te pennen terwijl er geen plek in de wereld meer is waar nog wordt gesport. Ja oké, Wit-Rusland, of zijn ze daar nu eindelijk opgehouden?

Zelfs op paasmaandag was L’Equipe nog steeds veertien pagina’s dik, inclusief weliswaar een spread over de maatregel dat in Parijs niet mag worden gesport tussen tien ’s ochtends en zeven ’s avonds. Nog zo’n onzin. L’Equipe merkte op dat de CRS (de oproerpolitie) wandelaars naar hun reden van bewegen vroeg, maar de verkopers van crack met rust liet. Van prioriteiten gesproken. Om zeven uur werd het aan de kaaien langs de Seine ineens superdruk. Families met kinderen op de fiets, lopers, sneller fietsers, trage fietsers, ze kwamen van alle kanten.

Het verhaal quoot ook de directeur van het Institut de recherche biomédicale et d’épidémiologie du sport: “Sporten in de buitenlucht met een cardiovasculaire belasting is de beste en de enige therapie tegen het coronavirus. Zo verhoog je de immuniteit.” Ik voelde mij gesterkt in het verzet.

 

20200414_De-Morgen_p-21-mail

Verhaal Solidariteit is een vies woord in Belgisch voetbal in De Morgen van zaterdag 11 april 2020

Solidariteit is een vies woord in ons voetbal

Zelden was de boodschap slechter getimed en was de boodschapper slechter geplaatst dan deze week, toen Anderlecht-CEO Karel Van Eetvelt voor een verdeling van Europese gelden pleitte. Hij heeft wel gelijk. Ook het Belgische mediacontract kan eerlijker worden verdeeld.

“Of ik wist of Karel Van Eetvelt misschien van zijn fiets was gevallen. Pal op zijn hoofd.” Aldus een berichtje op Twitter. En wat er scheelde met zijn adviseur-op-afstand Wouter Vandenhaute? Niet bekend. Wat als het gewoon een mislukte poging was om de historische gidsfunctie en het morele overwicht van Royal Sporting Club Anderlecht in het Belgische voetbal te heroveren?

Er is een verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Van Eetvelt heeft gelijk als hij pleit voor een doorgedreven herverdeling van de Europese gelden, groot gelijk zelfs. Maar hij kreeg geen gelijk, behalve dan van de nieuwe Cercle Brugge-voorzitter Vincent Goemaere. Die vond Anderlecht moedig.

Het voorstel van Van Eetvelt was slecht getimed omdat Anderlecht met een gigantische schuldenlast kampt uit het verleden (Vanden Stock-Van Holsbeeck) versterkt door wanbeheer van de nieuwe eigenaar Marc Coucke. Zo leek het alsof een opportunistisch Anderlecht een beetje van de zuur verdiende Brugse centjes naar het eigen hol wilde slepen.

De Brugse mieren van Club verweten Van Eetvelt de Brusselse krekel te zijn die wilde profiteren van hun noeste arbeid. Bij Gent klonk het: “Wij hadden ooit 23 miljoen euro schuld. Wij hebben goed gewerkt. Anderen die schulden hebben gemaakt moeten dat nu ook maar eens doen.”

Daar is geen speld tussen te krijgen, maar het belet niet dat de Europese inkomsten van sommige Belgische clubs behoorlijk marktverstorend werken. Hoe kleiner de voetbaleconomie, des te meer een herverdeling van de Europese miljoenen op zijn plaats is.

Een voorbeeld: Club Brugge verdiende dit seizoen ongeveer 28 miljoen euro met die eerste ronde en die drie gelijke spelen in de UEFA Champions League (UCL). Dat vertegenwoordigt 50 procent extra boven op de recurrente inkomsten. Die 28 miljoen extra is het opgetelde budget van de vier minst grote omzetten van tegenstanders die tegen Club Brugge in de Jupiler Pro League in de wei moeten.

De grote verstoorder

De collega’s van Het Laatste Nieuws rekenden voor wat het voorstel van Van Eetvelt zou betekenen voor de Belgische profclubs als 20 procent wordt herverdeeld van de laatste drie Europese inkomstenjaren. Ze kwamen uit op 25 miljoen euro, te delen door 22 profclubs, dus elk 1,1 miljoen euro. Dat is een lineaire rekenoefening en in de praktijk zal de G5/G6 of G7 – hoe je de grotere clubs ook wilt noemen – naar aloud recept het grootste deel van die koek afromen.

Het voorstel hield ook rekening met de gelden uit de Europa League, maar daar valt veel minder te verdienen. Zo scoorde Gent bijvoorbeeld de laatste drie jaar met maar één keer Europa League een goede 6,6 miljoen euro, terwijl Club bijna op 50 miljoen uitkomt, deze lopende editie niet eens meegerekend. De Champions League is de grote verstoorder. Het was voormalig Antwerp- voorzitter Eddy Wauters die daar als eerste op wees toen Anderlecht in 1994 voor de tweede keer op rij het kampioenenbal haalde.

Overigens hebben de Brusselaars het meest geprofiteerd: uit hun twaalf deelnames sinds de start van de Champions League in 1992 puurden ze 110 miljoen euro. Club deed slechts zeven keer mee en haalde daar (deze afgebroken editie meegerekend) 96,6 miljoen uit. Genk is derde met 42,6 miljoen in drie edities en Gent pakte 28 miljoen met één deelname.

Tot en met de editie 2014-2015 was Anderlecht heer en meester in Europa met elf UCL-deelnames tegenover vier voor Club. Dat het daar juist géén voordeel uit haalde, is geen bewijs van het tegendeel. Het is enkel en alleen te wijten aan wanbeleid dat paars-wit in die vette jaren geen voorsprong heeft opgebouwd.

Overigens is die Champions League toch vooral de grote verstoorder tussen landen onderling. Dat komt door de market pool die bij de verdeling rekening houdt met de waarde van de lokale televisiemarkt. Na de eerste acht edities van de UCL, die puur prijzengeld uitkeerden, was er geen verschil tussen wat de Franse en Nederlandse clubs hadden verdiend. Met de invoering van de market pool in 1999 rakelde Frankrijk in de twintig daaropvolgende jaren drie keer meer euro’s binnen dan Nederland. Onlangs is het belang van de market pool afgebouwd en werd ook een verdeelsleutel op basis van historische prestaties gehanteerd. Nog een mechanisme dat de ongelijkheid bevorderde of minimaal bevestigde.

In het Europese sporteconomisch systeem zijn herverdeling en solidariteit, internationaal of nationaal, vieze woorden. Als men bij KAA Gent beweert dat goed is gewerkt om de schulden te delgen, dan klopt dat 100 procent. Maar de randvoorwaarden waren minstens even belangrijk. Had Gent die schulden (23 miljoen euro) twintig kilometer verder naar het oosten gemaakt, in pakweg Lokeren, de club had nooit de 21ste eeuw gehaald. KAA Gent kon aan schuldafbouw doen omdat het in een grote markt speelde en omdat het in de laatste rechte lijn een grote stad achter zich kreeg.

Omdat er geen zestien steden als Gent zijn en ook geen twaalf – welke competitie men ook wil voor 1A – zal men in België moeten voetballen in minder grote steden/markten. Dat vereist solidariteit in combinatie met centraal beheer en stringente financiële regels. Een club uit San Antonio, het Virton van de VS, die vijf titels won in de laatste twintig jaar is alleen mogelijk in een Amerikaans model dat herverdeling ziet als een economische hefboom om van de competitie een florerend businessmodel te maken.

 

Bij ons zal Virton geen licentie krijgen voor profvoetbal omdat het te veel schulden maakt. In een centraal beheerd model als het Amerikaanse zou Virton die schulden nooit kunnen en mogen maken. Grote clubs willen niet solidair zijn met kleine clubs die financiële avonturen aangaan, maar dit is het verhaal van de kip of het ei: onder in de klassering zijn financiële avonturen soms het gevolg van dat gebrek aan solidariteit.

Jawel, de Europees spelende teams Club Brugge, Gent en Charleroi leveren samen 1,8 miljoen euro (1,4 miljoen voor Champions League-deelnemer Club) van hun nationale tv-rechten in omdat ze volgend seizoen verzekerd zijn van Europese inkomsten. Dat is 2 procent van de totale te herverdelen pot en dus een doekje voor het bloeden.

Contract met Eleven

De verdeling van de nationale televisierechten blijft de grote onrechtvaardigheid van het Belgische voetbal. In alle Europese voetballanden is de solidariteit toegenomen bij de herverdeling van tv-gelden. In de Premier League verdient de zakkende club die als twintigste eindigt nog 60 procent van de kampioen. Bij elke verhoging van de tv-gelden gaat meer naar de kleine dan naar de grote clubs. In Spanje is de verhouding tussen de meest en minst bedeelde club gezakt van 12/1 naar 3,5/1.

In België is deze eeuw een tegenovergestelde beweging in gang gezet onder druk van de topclubs, die vreesden in Europa te worden weggespeeld. Elke verhoging van de tv-gelden gaat eerst naar de grote clubs. Van de 20 miljoen euro extra die het contract met Eleven oplevert – laten we dat hopen – wordt 15 miljoen voorbehouden voor de G5. De resterende 5 miljoen wordt verdeeld over de andere profclubs.

25,28 procent van die 15 miljoen, dus 3,8 miljoen, gaat naar de sportieve nummer één van het moment, Club Brugge. Anderlecht krijgt 22,99 procent terwijl KAA Gent over de laatste vijf jaar de tweede club van het land is. Daarom was manager Michel Louwagie ook zo verrast door het voorstel van Van Eetvelt. “Wij hebben onze tweede plaats afgestaan aan Anderlecht en mijnheer Coucke, uit respect voor het instituut Anderlecht. Dat scheelt ons 645.000 euro. Genk liet Standard de vierde plaats.”

KAA Gent en Standard krijgen elk 18,68 procent en Genk 14,37 procent van die 15 miljoen bonus. Resultaat: tien jaar geleden kreeg de minst bedeelde club nog meer dan een kwart van de nummer één, Anderlecht. Dat was toen al geen vetpot en volgend jaar wordt dat nog maar 18 procent.

 

20200411_De-Morgen_p-18-mail

Column Harde reset in De Morgen van zaterdag 11 april 2020

Harde reset

 

Misschien moet de raad der wijzen die zich momenteel buigt over de afhandeling van de huidige, opgeschorte competitie en die van volgend jaar en daarna een break nemen. Gewoon even de stekker eruit en pakweg over een goeie maand opnieuw vergaderen. Om dan te tellen hoeveel ploegen nog overblijven van die 24 zelfverklaarde profclubs en een competitie met een aantrekkelijke formule in elkaar te boksen.

Zeven profclubs kregen geen licentie van de bevoegde commissie: de verwachte probleemgevallen KV Oostende, Lokeren, Lommel, Roeselare en Virton, maar deze keer ook Moeskroen (ein-de-lijk) en Standard de Liège (surprise van de chef). Behalve dat de pleidooien via video werden gehouden, houdt geen enkel dossier verband met de coronacrisis, voor alle duidelijkheid, maar gaat alle ellende terug op fouten uit het verleden.

De meeste van die clubs zullen – als ze tegen dan nog niet failliet zijn verklaard door toedoen van een schuldeiser – hun geweigerde licentie alsnog proberen te verkrijgen voor het Belgisch Arbitragetribunaal voor de Sport (BAS) in een soort beroepsprocedure. Ze zullen tegen dan rekeningen hebben vereffend die al lang vereffend moesten zijn en attesten hebben opgevraagd die ze al lang in hun bezit moesten hebben. Ook zullen ze eventuele bijkomende verklaringen hebben afgelegd die de rechters van het BAS over de streep moeten trekken, maar waarvan je je afvraagt: waarom hebben ze dat niet eerder gezegd?

Arbitrage is een vreemde procedure. Elke partij duidt een arbiter aan en die twee arbiters kiezen nog een derde, de voorzitter van het arbitragecollege. Na de pleidooien maken de arbiters hun oordeel bekend: of het is 3-0 of 0-3, of 2-1 of 1-2, nooit gelijkspel. Altijd krijgt één partij gelijk. Tegen 10 mei moet alles achter de rug zijn.

Artikel 27 van de statuten van het BAS zegt: “De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gedaan. De partijen verbinden zich ertoe de uitspraak onverwijld ten uitvoering te brengen.” Met dat laatste wil het nog weleens mis gaan. Er is altijd wel een rechtbank en een burgerrechter te vinden die denkt dat hij het beter weet dan de specialisten van de sport en zo’n zaak graag alsnog vonnist, soms gekoppeld aan dwangsommen.

In deze voorlopige constellatie verliest Wallonië de helft van zijn vier profclubs in 1A en blijven er nog twee over: Charleroi en Eupen, dat dan nog Duitstalig is. Dat kan aanleiding geven tot een communautarisering van het dossier, waarbij civiele rechters dit voor een Vlaams complot aanzien en zich geroepen voelen het taalevenwicht te herstellen.

Met name in het dossier-Moeskroen dreigt het grof juridisch geschut te worden bovengehaald. Behalve een wankele financiële basis, op zich niet onoverkomelijk, viel de licentiecommissie over het mede-eigenaarschap van de makelaars Pini Zahavi en Marc Rautenberg.

Dat is al een item sinds de CEO van de Profliga, Pierre François, in september 2016 mailde aan Vadim Vasiljev, vicevoorzitter van AS Monaco, op dat moment op zoek naar een Belgische satellietclub. Hij schreef: “Ik kan u alleen maar aanraden om die gesprekken (over Moeskroen) direct met P.Z. te voeren in plaats van met tussenpersonen.”

P.Z. is niemand anders dan Pini Zahavi. Uiteindelijk zou AS Monaco bij Cercle terechtkomen en zou François nog maar eens een schandaal overleven. In het vonnis van de licentiecommissie wordt naar mails verwezen waaruit zou blijken dat makelaars eigenaar zijn van Moeskroen. Niet zeker of dat de bewuste mails zijn die in 2018 met het dossier van Football Leaks boven water kwamen.

Standard dat naar tweede amateur moet, mét aftrek van drie punten nog wel, hoe erg kan een belediging zijn? Uit alles blijkt nu dat deze fiere club met een achterban die alleen in die van Club Brugge een gelijke vindt onwaarschijnlijk slecht is geleid. Hoofdverantwoordelijke is voorzitter Bruno Venanzi, een goeie medeverantwoordelijkheid voor dat debacle ligt bij Michel Preud’homme, trainer maar ook technisch directeur en ondervoorzitter. Geen mens die zich kan indenken dat Standard volgend seizoen níét in 1A speelt, maar dan toch met minder praatjes. Dit was geen tik op vingers maar een volle vuist in het aangezicht.

Standard leefde boven zijn stand, maar dat geldt inmiddels voor het hele Belgische voetbal. De oplossing is simpel en vergt vijf minuten politieke en sportieve moed. Het is tijd voor een harde reset: begin volgend jaar een competitie met twaalf profploegen en breid die later eventueel uit naar veertien, maar alleen als een stevige economische basis aanwezig is. Meer profvoetbal kan dit land niet aan.

 

20200411_De-Morgen_p-19-mail

Column ‘De vod is blauw, José’ over de virtuele Ronde in De Morgen van maandag 6 april 2020

De vod is blauw, José

 

De enige reële sport dit weekend waren mijn eigen 120 niet-essentiële kilometers. Per fiets, dus essentieel. Daartoe heel even de Atlantikwall van Oberfeldkommandant Decaluwé moeten doorbreken en een fatwa van ayatollah Cremeini geriskeerd, maar geen moment blijven staan, niet in andere gezichten geniesd, afstand gehouden, ook niet mijn tweede verblijf bezocht (dat ik niet heb). Gewoon een groot rondje gereden. Met een voor mijn leeftijd en deze tijd van het jaar en die klotewind respectabele 27 gemiddeld. Dat was echt en ik ben er blij om. Voor de rest was dit sportweekend virtueel.

Het begon vrijdagavond. Plotsklaps zag ik de aankondiging van een Extra Time extra. Die wil ik niet missen, ik ben een grote fan van het programma. Waren present, elk vanuit hun eigen digitale video-omgeving: presentator Frank Raes, Filip Joos en Peter Vandenbempt als journalisten en Arnar Vidarsson als analist. De eerste drie zaten voor een boekenkast.

Als ik de eerste maandag na de paasvakantie aan mijn leerlingen sportmanagement via Teams moet lesgeven, zal er ook een boekenkast achter mij staan. Boekenkasten horen bij journalisten. De helft van die boeken staat daar maar te staan en een kwart moet nog worden gelezen, maar als decor kan het tellen. Vidarsson had geen boekenkast maar toonde wel trots één boek: Over spel, voetbal is beter dan seks.

De extra-editie ging over het stopzetten van onze competitie. Ik verkies de studioversie, maar deze had wel het voordeel dat ze elkaar lieten uitspreken. Als het weer een beetje mag, in elkaars buurt komen, doe dan maar opnieuw zoals vroeger.

Na mijn eigen knalprestatie zondag – Merkt u hoe ik met de minuut enthousiaster word? Dat zijn de endorfines – heb ik naar de virtuele Ronde van Vlaanderen gekeken. Die laatste dertig kilometer tegenwind had ik mijzelf nog zo voorgenomen dat ik die hele toestand de grond zou inschrijven. Eénendertig kilometer op rollen, dertien coureurs, dat live op tv, wie verzint zoiets?

Vooringenomenheid is des columnisten. Voortschrijdend inzicht ook (soms, niet altijd). Toen ik Alberto Bettiol en Remco Evenepoel elkaar in de beginfase de duvel zag aandoen, daarna Evenepoel nog eens zag wegknallen op de Kwaremont, vervolgens Greg Van Avermaet op de Paterberg en dan nog eens Oliver Naesen tussen Kerkhove en Oudenaarde was ik om.

De eerste drie vielen net niet van hun rollen na de aankomst. Dit was koers, dit was echt. De les: koers is altijd echt (behalve in na- Tourcriteriums). De winnaar werd Van Avermaet met een fenomenale inspanning. Hij reed de hele drie kwartier met 434 watt. Naesen ging hem achterna en reed een paar minuten 650 watt. Ik zag oprechte blijdschap bij Van Avermaet, die zich zorgen maakt om zijn Team CCC en toch even – je weet maar nooit dat het helpt – alle anderen uit de rollen knalde. Evenepoel eindigde middenin en Bettiol werd overigens laatste.

Is dit voor herhaling vatbaar? Alvast niet volgende week, want dan is het op de Noord-Franse kasseien te doen. De hellingen van de Ronde konden ze nog simuleren in percentage maar niet in gevoel, dus ook geen kasseien. Ik ben geen specialist, maar lag dat niet aan het systeem? Ik heb ooit op een Tacx gereden die wel kasseien en oneffenheden simuleert.

Is het echt? Ja, het is echt, maar dan in een onechte wereld. Zo stonden exotische bomen in de Vlaamse Ardennen en zag het anders redelijk afzichtelijke Ronse er zowaar lieflijk uit. “De vod is blauw, José.” Michel Wuyts viel bij de laatste kilometer net niet van zijn stoel van verbazing. Soms is het zelfs beter: renners kunnen niet vallen, de inboorlingen van de Vlaamse Ardennen zijn door het dolle heen want geen gedoe en aan de eindmeet stond een auto half over de weg. In het echt waren doden gevallen, maar virtueel reden ze er los door.

Het is wat het is, zo’n virtuele koers. Hecht er niet te veel belang aan. Of toch, want het zegt veel, zo niet alles over het wielermilieu dat toprenners zich daartoe willen lenen. Wielrenners rijden graag met de fiets en hoe liever ze met de fiets rijden, hoe beter ze zijn. Die gasten die gisteren in hun bureau, garage, op hun terras of waar dan ook zich de ziel uit het lijf reden, zijn uit het goede hout gesneden. Allen hadden ze een hoekje opgetuigd, ervoor zorg dragend dat hun ploegsponsors goed in beeld waren. Zdenek Stybar had ook nog eens een boodschap hangen voor de helden van de zorg. Ik weet dat er bevreesd zijn dat het wielrennen dit rampjaar niet zal overleven. Met deze wielrenners kan deze sport verder.

 

20200406_De-Morgen_p-21-mail

Verhaal Het grote geld zit bij de/sommige spelers in De Morgen van zaterdag 4 april 2020

Het grote geld zit bij de spelers

Van alle sporten wordt het Europees voetbal het zwaarst getroffen door de coronacrisis. Gelukkig maar dat er nergens meer vet op de soep zit. Toch dreigt hier chaos en steekt het Amerikaanse voorbeeld de ogen uit.

De Amerikanen mogen dan Donald Trump hebben verkozen, als het gaat om het beheer van hun sporten stellen ze steeds weer het voorbeeld voor de hele wereld. Op maandag 9 maart lachte de hele basketbalcompetitie NBA nog met een grap van Utah Jazz-speler Rudy Gobert (een Fransman voor alle duidelijkheid) toen hij alle microfoons aanraakte om de trivialiteit van het coronavirus aan te tonen.

Twee dagen later werd de opgooi van de Jazz tegen de Thunder in Oklahoma uitgesteld voor een halfuur en verdwenen de spelers vervolgens naar de kleedkamers om voorlopig nooit meer terug te komen. Season suspended. Grappenmaker Gobert had positief getest en werd twee weken later het gezicht van een blijf-in-je-huiscampagne om Amerikanen duidelijk te maken dat het menens is. De Major League Baseball had vorig weekend moeten beginnen, om voor een paar maanden volle bak te honkballen (162 wedstrijden speelt elke ploeg). Niks daarvan. De NHL (ijshockey), normaal de tough guys, deden twee dagen na de NBA al de deuren dicht.

De NFL (American football) kust beide handen: de Super Bowl is normaal kunnen doorgaan en het nieuwe seizoen begint pas in september.

Onmiddellijk na de sportieve lockdowns verschenen berichten dat de best verdienende basketbalspelers de salarissen van het werkloze zaalpersoneel en de stafleden van het team voor hun rekening gingen nemen. Met een gemiddeld jaarsalaris van 7 miljoen euro en 1 miljoen als minimumsalaris kon dat er wel af. Daarnaast onderhandelen de spelersvakbond en de teameigenaars die de NBA vormen over een inlevering van 25 procent als de rest van het seizoen niet kan worden gespeeld. Inmiddels heeft de NBA ook het voortouw genomen in een project dat op zoek naar antilichamen plasma verzamelt bij spelers en anderen die corona hebben doorgemaakt.

Geen solidariteit

Sowieso voorziet de cao erin dat de teams geen salaris moeten betalen in het geval van overmacht. Per niet-gespeelde wedstrijd mag de NBA 1,1 procent van het contract van de speler inhouden. Voor LeBron James betekent dat 400.000 dollar per wedstrijd die hij niet speelt. Dat is duidelijk, dat is de Amerikaanse sport. En komen ze er een keer niet uit, dan gaan ze gewoon in staking of roepen de eigenaars een lock-out uit en doen de zalen dicht.

Zet daartegenover het Europees voetbal. Geen sprake van centraal beheer, iedereen doet maar wat hem en het land het beste uitkomt. België besloot donderdag dat de competitie 2019-2020 klaar is. Iedereen weet dat dit de meest logische oplossing is,
maar niettemin verwacht men een tsunami aan rechtszaken: van clubs die moeten dalen, van clubs die niet mogen stijgen, van clubs die Europees willen spelen. Het minste om ons zorgen over te maken is de symbolische tik op de vingers die de KBVB kreeg vanwege de UEFA. Die vinden het niet kunnen dat hun aanbeveling om desnoods tot in augustus door te gaan een dag later door een voetbalapenland als België wordt genegeerd.

Natuurlijk verschilt het lappendeken Europa van de VS, hoewel de sportieve eenmaking van verschillende competities daar ook een tijd heeft geduurd. Landen en daarmee verbonden hun nationale sportbonden hebben in Europa relatieve autonomie. Het ene land stelt al meer voor dan het andere en de voetbalcompetitie is voor sommige landen zelfs een vehikel van nationale trots, Engeland en Spanje op kop. Het gevolg is het totaal gebrek aan economische eenheid, gebrekkige collectieve arbeidsovereenkomsten, onbestaande afspraken en de complete afwezigheid van onderlinge solidariteit.

Als de Jupiler Pro League ervoor kiest om de competitie stop te zetten, dan kiest ze eieren voor haar geld. Dat geld (van de tv- rechtenhouders) is namelijk al betaald en voor de eventuele terugvorderingen zijn ze niet bang. In andere landen is dat niet het geval en als de Europese voetbalbond UEFA een oekaze uitvaardigt dat mag worden gevoetbald tot diep in de zomer, dan dient ze daarmee vooral de grote vijf voetbalcompetities (G5).

Zonder publiek

Die hebben geen schrik van België. Maar als wij rustig de nieuwe competitie kunnen voorbereiden terwijl de andere landen nog vlug- vlug elf speeldagen moeten afwerken in de zomer, wat zou het effect zijn op pakweg de play-offronde van de Champions League? Stel: een fris AA Gent tegen een uitgewoond Atalanta Bergamo of nog eens tegen AS Roma, de UEFA zal het niet uitspreken maar het is dan niet de bedoeling dat Gent doorgaat.

Daarnaast heeft de G5 in eigen land schrik van de financiële repercussies. La Liga in Spanje verwacht dat het spontaan stopzetten van het seizoen zonder dat de overheid hen daartoe verplicht 549 miljoen euro zal kosten, een vierde van de totale rechtendeal. Engeland, dat coronagewijs achterloopt op Spanje, waar het plateau van besmettingen stilaan hopelijk is bereikt en waar voetbal voor eind juni quasi onmogelijk is, houdt ook al rekening met een stoppage. Kostprijs: 875 miljoen euro.

Als de Engelse competitie wordt afgewerkt zonder publiek zou dat de televisiecontracten redden, maar de teams toch minimaal 250.000 en in uitzonderlijke gevallen voor absolute topwedstrijden 4,5 miljoen euro kosten. Per wedstrijd. Behoorlijk pijnlijk in het licht van de brexit – al is de Premier League altijd tegen die afscheiding geweest – is de hoop die men in Engeland stelt in de directieve van de Europese Unie die financiële hulp aan getroffen sectoren toelaat.

In Frankrijk was Canal+ de eerste rechtenhouder die aangaf dat ze de laatste schijf van 110 miljoen euro niet zouden betalen, deze week gevolgd door beIN Sports. Opvallend: hun rechten voor de Franse rugbycompetitie, die ze sinds 1995 uitzenden, betaalde Canal + wel netjes, zelfs nadat die was stopgezet.

Duitsland zit helemaal met de kop in het zand. Daar doken gisteren beelden op van Schalke 04 dat op alle mogelijke velden traint, maar nooit met meer dan twee spelers tegelijk op een half veld. Zij willen absoluut de competitie hervatten op 15 mei, maar onder erg strikte regels: zonder publiek (maximaal honderd man in het stadion, spelers inbegrepen), geen vliegtuigen of treinen maar alle trips naar uitwedstrijden per bus, geen hotelovernachtingen vooraf of achteraf en ook geen douches na de wedstrijd. Allemaal om het tv- contract te redden en de spelers aan boord te houden.

iMacs voor iedereen

Opvallend hoe in het ecosysteem van het voetbal geen mechanisme is ingebouwd om de spelers te responsabiliseren. Hoewel, in Engeland heeft de minister van Volksgezondheid Matt Hancock donderdag aangedrongen om het geld in het voetbal te halen waar het zit, bij de spelers. Zijn interventie kwam er nadat teams als Tottenham, Newcastle, Norwich en Bournemouth hun niet-voetballend personeel op tijdelijke werkloosheid hadden gezet. Daardoor houden ze 80 procent van hun salaris over, met een maximum van 2.850 euro per maand, wel betaald door de gemeenschap.

Als er één sector is waar je tot in de lengte van dagen vet kunt afsnijden zonder dat er aan het product in het schap weinig zal veranderen, dan wel voetbal. Op alle niveaus zijn voetballers overbetaald. Dat werd lang vergoelijkt met de riedel dat zij de acteurs waren voor wie de toeschouwers naar het stadion kwamen, en/of een tv-abonnement namen, en/of shirts kochten en producten van sponsoren promootten en dat ze mochten delen in de koek. Nu die koek tijdelijk kleiner is, lijkt een inlevermodel op Amerikaanse leest niet meer dan normaal.

Om u even bij de les te houden: deze week raakte een voorbeeldje bekend van de bijna dystopische wereld waarin die heren- voetballers leven. Cristiano Ronaldo moest trakteren na zijn rode kaart tegen Valencia bij zijn Champions League-debuut voor Juventus in september 2018. Dat is een clubregel bij Juventus, maar dat weigerde hij twee maanden lang te doen, tot hij eindelijk tot inzicht kwam dat het niet anders kon.

Omdat hij Ronaldo is, en meer is dan anderen, kocht hij voor de hele selectie iMacs. Dat zal hem iets meer dan 40.000 euro hebben gekost, maar wat is 40.000 euro? Ronaldo bezit een horloge met een geschatte waarde van 2 miljoen en kocht onlangs een Bugatti van 8 miljoen. Medelijden met topvoetballers hoeft niet, ook niet in tijden van corona.

 

20200404_De-Morgen_p-18-19-mail

Column Moreel vacuüm in De Morgen van zaterdag 4 april 2020

Moreel vacuüm

 

Wij van deze rubriek willen graag helpen in deze duistere tijden om door de bomen het bos te zien. Neem nu de berichten over tijdelijke werkloosheid, salarisinleveringen, voetballers aan de dop en nakende faillissementen. Als er één sector is die in normale omstandigheden nooit failliet kan gaan, dan wel voetbal. Clubs die nu zogezegd over de kop dreigen te gaan door de coronastop lagen lang voor het eerste virusje hier landde al aan de beademing, en zonder uitzicht op een verlengd leven.

Waasland-Beveren heeft als eerste club niet alleen zijn technische staf en omkaderend personeel op tijdelijke werkloosheid gezet, maar ook het voetballend personeel. De Profliga had dat nochtans ten stelligste afgeraden omdat het slecht zou vallen bij de publieke opinie en de politiek.

Tijdelijke werkloosheid riskeert als een boemerang terug te keren in het gezicht van het voetbal. Om dat te begrijpen, moet u weten dat er twee soorten salarissen bestaan in een voetbalclub: er is enerzijds het voetballend personeel voor wie allerlei (para)fiscale voordelen tellen zoals minimale sociale lasten en een recuperatie van de bedrijfsvoorheffing op het niveau van de clubs. Dat profitariaat levert het voetbal jaarlijks 150 miljoen euro aan voordelen op. Anderzijds is er het andere personeel dat niet voetbalt, onder wie de trainers. Op die salarissen worden wel normale sociale lasten en belastingen geheven.

De regel zou moeten zijn: wie normaal bijdraagt aan de maatschappij kan ook een beroep doen op de bescherming van die maatschappij. Dus: wie niet normaal bijdraagt (de voetballers) blijft best weg van de beschermende sociale stelsels, uitgezonderd de ziekteverzekering die een basisrecht is.

De meeste clubs hebben dat begrepen. Waasland-Beveren niet en na het stopzetten van de competitie zullen er nog volgen. Die clubs roepen onheil over zich af. Makelaar Stijn Francis tweette: “Als clubs ten aanzien van spelers (voor alle duidelijkheid: rechtsgeldig) gebruikmaken van de wet op tijdelijke werkloosheid zal het ook wel geen probleem zijn dat spelers (even rechtsgeldig) gebruikmaken van de wet van ’78 deze zomer?” Die zal zijn aangekomen. Met dé wet van ’78 kan elke werknemer te allen tijde zijn contract verbreken en het behoort tot de schaarse herenakkoorden in het voetbal om die niet te gebruiken.

Anderlecht maakt er weeral eens een vaudeville van, een traditie sinds Marc Coucke daar de boel heeft opgekocht. Geen spelers aan de dop, voor zover we weten, maar wie hoeveel inlevert, is niet duidelijk. Wel dat Vincent Kompany het meest inlevert omdat hij zelf zal compenseren wat sommige spelers weigeren af te staan.

In de media verschenen over die voetballerssalarissen berichten die bij de leek nogal vreemd kunnen overkomen, zoals laag basissalaris, veel boni, tekengeld, groepsverzekering en wat al niet meer.

Om dat begrijpen, moet u weten dat een salaris van een voetballer altijd fiscaal wordt geoptimaliseerd en niet zoals dat van u en mij, een beetje, maar tot in het absurde. Het morele vacuüm van voetbal is eindeloos op dat vlak – anders ook. Zo worden niet alleen ongehinderd de kosten van deze ellende afgewend op de kleine garnalen van het ondersteunend personeel door die tijdelijk werkloos te zetten, maar worden de grote vissen zo veel mogelijk ontzien.

Dat er bij Anderlecht heibel is over op welk deel van het salaris moet worden ingeleverd, valt goed te begrijpen als u beseft hoe voetballerssalarissen gestructureerd zijn. Er is niet alleen de verplichte groepsverzekering waardoor op hoge slarissen tot 40 procent kan worden weggestort. In nogal wat berichten wordt gesproken over tekengelden. Dat zijn de meest onduidelijke geldstromen van het hele profvoetbal.

Voetballers krijgen geld bij ondertekening van salaris. Of ze krijgen portretgelden, al of niet betaald via een makelaar of een belastingparadijs als het om topvoetballers gaat. Daarnaast is het de laatste jaren steeds meer de mode om blijfpremies uit te keren. Dat zijn sommen die soms over vier à vijf betalingen per jaar worden gespreid in functie van de te verwachten cashflow, zoals televisierechten. Het grote voordeel van die sommen: de groepsverzekering is daarop niet van tel.

Als deze crisis één zaak duidelijk maakt, dan wel dat er een sluitende cao nodig is die bepaalt hoe een profsporter in België zijn salaris betaald krijgt (of niet als een Covid roet in het eten gooit) en wat daarbij de regels zijn van fiscale optimalisering. Een volgende stap kan een salarisplafond zijn, gerelateerd aan de omzet.

 

20200404_De-Morgen_p-18-19-2-mail

Verhaal hoe Coucke KVO en Anderlecht en het Belgisch voetbal belazert in De Morgen van dinsdag 31 maart 2020

Licentie KVO én Anderlecht in gevaar

page1image52795072

De Morgen – 31 Mar. 2020 Pagina 20

KV Oostende zal morgen zijn licentie niet krijgen, met dank aan zijn ex-eigenaar Marc Coucke die een overname door het Amerikaanse Pacific Media Group kelderde omdat hijzelf een koper achter de hand heeft. Door die demarche dreigt ook Anderlecht zijn licentie nog kwijt te spelen.

Dit ingewikkelde verhaal begint in de winter van 2017-2018. Op 20 december 2017 koopt Marc Coucke Anderlecht, maar hij is dan nog eigenaar van KV Oostende. Bij twee clubs eigenaar zijn, of zelfs maar een verbonden entiteit die weegt op de bestuurlijke beslissingen van twee verschillende clubs, is absoluut verboden.

Op 8 februari 2018 raakt bekend dat Peter Callant van het gelijknamige verzekeringskantoor de nieuwe eigenaar wordt van KV Oostende. Iets meer dan een jaar later zou hij al de fakkel doorgeven aan ondervoorzitter Frank Dierckens van Diaz Sunprotection.

Rewind naar de overname van Callant begin 2018. Coucke vraagt 15 miljoen euro maar vindt geen overnemer voor dat bedrag en besluit dan maar in zee te gaan met Callant, een vriend en zijn verzekeringsrelatie. Finaal komen ze overeen dat Callant 1,5 miljoen betaalt en dat de rest wordt gerecupereerd via allerlei constructies. Zoals: een verhoogde stadionhuur, de overname van de betere Oostendse spelers door Anderlecht en het doorstorten van nog te innen transfersommen van eerder verkochte spelers.

Coucke is bij de verkoop aan Callant niet alleen de eigenaar, maar ook de grootste schuldeiser van zijn eigen club; zijn rekening courant bedraagt heel even 30 miljoen euro, het gevolg van de ene na de andere onrealistische investering. Hij voert net voor de overname een kapitaalverhoging van 15 miljoen door, waarna die 15 miljoen moet dienen om zichzelf terug te betalen. Op zijn minst een vreemde operatie waarbij de fiscus zich toen al vragen had kunnen stellen.

Vruchtgebruik

Coucke is niet alleen eigenaar van de club KV Oostende, maar ook met de nv KVO Stadion van de nieuwe tribune (de rest van het stadion is van de stad). Die tribune is gebouwd door Versluys Bouwgroep van zijn vriend en zakenpartner Bart Versluys, met wie hij in Oostende heel wat mooie bouwprojecten heeft lopen. Versluys Bouwgroep is voor 50 procent in handen van Coucke.

Dat laatste is illustratief voor de Coucke-saga. De verbouwing wordt door experts gewaardeerd op 14 miljoen euro, maar heeft officieel 19 miljoen gekost. Volgens Oostendse bronnen is de kostprijs kunstmatig opgedreven om winst te maken voor de Bouwgroep op kosten van KV Oostende.

Finaal wordt bij de onderhandelingen met Callant de waarde van de volle eigendom van het stadion (correcter: de nieuwe tribune) gewaardeerd op iets meer dan 20 miljoen euro. Omdat KVO noch Callant dat kan betalen, kiest Coucke voor een vruchtgebruikconstructie. Daarbij zijn de regels totaal niet gevolgd. Aan de eerste voorwaarde – is er een economische realiteit voor deze constructie? – is al niet voldaan. KVO zou voor een half stadion van 14 miljoen euro 30 miljoen euro moeten betalen, enkel voor het vruchtgebruik en dus om nooit eigenaar te worden, want na dertig jaar wordt het stadion weer eigendom van de stad. Huur was veel logischer geweest, met een huurprijs gekoppeld aan het competitieniveau waarop KV Oostende actief is.

Verhuur was na de verkoop van KVO dan weer niet interessant voor Coucke, want via huur kun je geen btw recupereren. Wat dan weer wel kan via vruchtgebruik. Op die manier recupereerde Coucke 4 miljoen btw.

Als de licentiecommissie in de lente van 2018 de stukken van KV Oostende in handen krijgt, lijkt aan de belangrijkste voorwaarde voldaan: Coucke heeft geen banden meer met KVO. De commissie geeft haar fiat, hoewel KVO naast een jaarlijks verschuldigd vruchtgebruik van 1,2 miljoen euro voor het stadion een uitstaande schuld heeft van 6,2 miljoen aan de nv Alychlo. De holding van Coucke zal die gebruiken als breekijzer.

Coucke had bij zijn vertrek uit Oostende een brief opgemaakt dat hij de schulden niet eerder dan 30 juni 2020 zou opvragen. Hij zou die jaarlijks verlengen, om zo Oostende jaar na jaar aan een vislijn te houden.

Die schuld leidt ertoe dat Peter Callant er de brui aan geeft. Hij heeft in zijn eerste transferzomer al snel door dat van Couckes beloftes, die voor een deel met een handdruk werden bevestigd, weinig in huis komt. Het beloofde transferbedrag van 10 miljoen euro voor spelers als Musona, Milic en anderen is nog niet de helft geworden. Tegelijk stelt Callant vast dat Coucke zelf het laatste jaar huur voor het stadion (800.000 euro) niet heeft betaald aan de nv KVO Stadion, dat veel leveranciersfacturen al maanden open staan, waaronder exorbitante makelaarsvergoedingen. Callant gebruikt de 4,5 miljoen euro transfergelden die naar Coucke zouden moeten gaan om de oude schulden te delgen.

De vriendschap raakt bekoeld. Begin januari 2019 denkt Callant nog dat hij zal moeten procederen tegen Coucke. Iets later trekt hij dat voornemen in. Zijn commercieel manager Patrick Orlans is op de proppen gekomen met iemand die zin heeft om voorzitter te worden. Dat is ondervoorzitter Frank Dierckens, die na een geheime vergadering zonder zijn voorzitter op Couckes kasteel besluit dat hij de redder van KVO zal worden. Hij weigert ook Fernando Canesin te verkopen aan Gent voor 2 miljoen euro plus Aboubakary Koita. Callant weet hoe laat het is en verkoopt zijn aandelen voor 1,5 miljoen aan Dierckens.

KVO krijgt de licentie in het voorjaar van 2019. Op 30 juni wordt het boekjaar van KV Oostende afgesloten: het verlies bedraagt 9,6 miljoen euro. Dierckens zoekt nu een overnemer. Tussen de dertien partijen die zich aanbieden zit Pacific Media Group (PMG), ooit nog eigenaar van OGC Nice. Die zoeken naar andere opportuniteiten in het Europese voetbal en zoals bekend is België een paradijs omwille van de (para)fiscale voordelen die het voetbal krijgt, de goede opleiding en de lage instap voor niet-EU-spelers.

Inmiddels heeft Dierckens met Alychlo een deal gesloten dat die 6,2 miljoen uitstaande schuld mag worden afgelost, grosso modo in schijven van 700.000 euro. Als hij kandidaat-overnemer PMG in januari van dit jaar inzage geeft in de financiële toestand van de club vragen die een Engelse vertaling van de overeenkomst, wat Alychlo graag en snel bezorgt.

Dubbele pet

Al goed, zo lijkt het wel, maar dan komt ineens een kentering en niet ten gunste. Enter meester Walter Van Steenbrugge. Op 15 januari meldt Van Steenbrugge zich bij KVO als advocaat van commercieel directeur Orlans, die al een paar maanden in onmin leeft met zijn bestuur. Hij heeft een kandidaat-overnemer: de Spanjaard Raúl Bravo (die optreedt namens Crystal Palace-eigenaar David Blitzer). Die wordt door voorzitter Dierckens niet aanvaard omdat er nooit een partij aan tafel is komen zitten. Dierckens gaat voor de Amerikanen die hem voorzitter willen laten blijven.

Op 4 maart stuurt Van Steenbrugge weer een brief naar KV Oostende en overnemer PMG, maar nu namens Alychlo, dat ze afzien van het betalingsplan en de 6,2 miljoen uitstaande schuld onmiddellijk integraal zullen opeisen als de overname doorgaat. PMG besluit daarop de hele zaak on hold te zetten.

“Met als gevolg dat KV Oostende morgen geen licentie krijgt want de beloofde kapitaalverhoging van 2,7 miljoen euro is niet gebeurd”, aldus een bron bij Oostende. “Het is duidelijk dat Marc Coucke de overname wil sturen in de richting van een partij met wie hij al heeft onderhandeld. Volgens ons is er geen beter bewijs dat Coucke verbonden entiteit is bij twee clubs.”

Eerste voorlopige conclusie: Coucke komt in conflict met de bepalingen op third party ownership, dat zegt dat een derde partij geen rechten mag uitoefenen op spelers of clubs. Ten tweede: Anderlecht mag dan wel een licentie hebben gekregen voor volgend seizoen, de verbondenheid van zijn voorzitter/eigenaar bij een andere eersteklasser is overduidelijk. Volgens een aantal clubbestuurders uit 1A volstaat dit om de licentie van Anderlecht aan te vechten bij het Belgisch Arbitragetribunaal voor de Sport. “Als Coucke twee Belgische clubs wil leiden, is dat een zeer groot probleem.”

 

20200331_De-Morgen_p-20-mail

Column FC Opportunisme in De Morgen van maandag 30 maart 2020

FC Opportunisme

De profclubs vinden geen vergelijk. Wie herinnert zich nog de laatste keer dat ze wel op dezelfde lijn zaten, en het algemeen belang lieten prevaleren op het eigen kleine hebben en houden? Nu het duidelijk wordt dat we pas in mei misschien naar school mogen, ook heel misschien weer naar de Brico en het containerpark, maar nog lang niet met zijn allen tegelijk naar het voetbal, stelt zich de existentiële vraag: wat doen we met onze abrupt afgebroken voetbalcompetitie?

Er zijn drie opties:
– of je beschouwt dit als een pauze en houdt alle opties open voor een herneming,
– of je stopt en sluit de competitie af en doet zoals in de amateurreeksen: de stand van voor de lockdown geldt als eindstand, – of je annuleert de huidige competitie en herbegint van nul, zoals je eind juli 2019 bent begonnen.

Het annuleren van de competitie en terug beginnen van nul is in Frankrijk ook geopperd door Jean-Michel Aulas, voorzitter-dictator van Olympique Lyonnais. Die kreeg onmiddellijk de wind van voren want annulatie en terugkeren naar juli 2019 zou betekenen dat Lyon weer Champions League zou spelen. Voor een Franse club een gegarandeerde extra cashflow van 60 miljoen euro. Lyon staat nu zevende en is kansloos voor die tweede plek. Plat opportunisme dus.

De situatie in de grote voetballanden is duidelijk: nergens wordt voorlopig de optie annuleren of definitief stopzetten op tafel gegooid. De reden is ook duidelijk: bij een definitieve stop zullen de mediarechtenhouders de laatste schijf niet betalen. In België is die laatste schijf al betaald, maar Telenet en Proximus hebben vorige week een brief geschreven naar de Jupiler Pro League om in geval van stopzetting een deel van het bedrag te recupereren.

Dat is contractueel voorzien, tenzij in geval van overmacht. Al of niet overmacht en de contractuele gevolgen daarvan zijn dan weer de bevoegdheid van de handelsrechter als het ooit tot een zaak zou komen. Tot dit weekend een heel vreemde démarche bekend raakte of wat daar ten minste op leek. Sporza kwam met het bericht dat minister van justitie Koen Geens middels een noodbesluit (een KB) de clubs zou beschermen tegen schadevergoedingen en terugbetalingen allerhande. Meer info daarrond was niet beschikbaar. Eergisteren namen de printmedia dat klakkeloos over maar gisteren was dat oorspronkelijk bericht na doorklikken al niet meer te vinden op de site van Sporza.

Dat zou een voor de anders zo voorzichtige Koen Geens een ongeziene, ondemocratische en compleet irrationele inmenging betekenen in een relatie tussen twee zakenpartners. Dat Telenet en Proximus de Jupiler Pro League geen cadeaus zullen doen als de competitie niet wordt hervat, mag duidelijk zijn nadat die voor Eleven hebben gekozen. De Jupiler Pro League maakt zich sterk dat ze in geval van een proces zullen winnen en niks moeten terugbetalen. Telenet en Proximus maken zich dan weer sterk dat ze minstens een deel van de laatste schijf kunnen terugvorderen. Bijvoorbeeld nadat in augustus de nieuwe rechtenhouder Eleven de eerste schijf van 75 miljoen euro heeft betaald. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Minstens even leuk is de discussie hoe het nu verder moet met die competitie. Vijf clubs willen alle opties openhouden en eventueel de competitie hervatten, speeldag dertig afwerken, en daarna play-offs in versnelde vorm. Dat zijn Anderlecht, Antwerp, Standard, Charleroi en Genk. Niet toevallig de clubs die denken/hopen dat ze aan het eind beter zullen uitkomen dan waar ze nu staan.

Alle andere clubs zouden niet liever willen dan de competitie meteen stopzetten. De kleintjes staan met het water aan de lippen en willen niet de kosten dragen van wedstrijden enerzijds zonder publiek, anderzijds met (over)betaalde spelers die ze uit de tijdelijke werkloosheid moeten terughalen. Dat Club Brugge wil stoppen, daar zit ook een opportunistisch kantje aan, maar valt te begrijpen: die zijn de verdiende kampioen.

AA Gent is een apart verhaal. Die hebben aangegeven dat ze wel nog graten zien in speeldag dertig (waarin ze de tweede plaats nog kunnen kwijtspelen) en de tweede promotiewedstrijd uit 1B – zonder publiek dan wel – omdat er dan een ijkpunt is na een reguliere competitie. De bekerfinale kan nog later worden gespeeld, want Antwerp is toch al zeker van dat Europees ticket.

Na speeldag dertig zou je met een gerust gemoed titel, degradatie, promotie en Europese tickets kunnen toewijzen. Dat lijkt veruit de beste oplossing, maar dat willen de kleine clubs dan weer niet. Die zien in dit nadeel één groot voordeel: iedereen mag promoveren uit 1B en niemand zou dalen naar 1B. Opportunisme dus, net als bij Club Brugge: met achttien in 1A is hun natte droom want dan zijn play-offs van de baan.

 

20200330_De-Morgen_p-21-mail

Tokio naar de maan in 2021 in De Morgen van zaterdag 28 maart 2020

Tokio mikt ook in 2021 op de maan

€ 2,45 miljard bedraagt de extra factuur van het uitstel, boven op de officiële kosten van 11,25 miljard De Olympische Spelen zijn een jaar opgeschoven, een primeur in de geschiedenis van de hypergecommercialiseerde sport. Deze krachttoer kwam niet zomaar tot stand. Wie wint of verliest hierbij?

1. Hoe zijn Tokio en Lausanne alsnog tot inzicht gekomen?

Er bestaat een foto van het telefoongesprek van de Japanse eerste minister Shinzo Abe die in de privéresidentie samen met zijn olympische staf met het olympisch hoofdkwartier in Lausanne in overleg is. De Japanners – twee vrouwen links, twee mannen rechts en Abe in het midden geflankeerd door een tolk – zitten aan een laag tafeltje. De ene leunt achterover en leest een document, de andere kijkt sip naar de tafel, de minister van Olympische Zaken noteert, net als de gouverneur van Tokio.

Shinzo Abe luistert naar de vliegende schotel op zijn tafel. Even later zal hij te horen krijgen dat hij het nieuws van maximaal één jaar uitstel aan de wachtende journalisten mag melden. Het Japanse nieuwsagentschap Kyodo is eerst. Na bijna veertien dagen van telefoons, vergaderingen, onderhandelingen is de eerste horde genomen. Nu komt het zware werk. Zoals Thomas Bach zei: “Iedereen zal compromissen moeten sluiten.”

Stafleden van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) hebben als eersten de mogelijkheid tot uitstel – aanvankelijk naar de herfst van 2020 – geopperd. De Japanners wilden daar niet van weten.

Toen uw krant op 9 maart bij Thomas Bach op audiëntie was, werd hem die vraag gesteld. “We bestuderen verschillende scenario’s. Er is geen plan B.” De meeste media onthielden alleen die laatste zin, dat paste mooi in de framing van de slechterik Bach en het wereldvreemde IOC. Bach, typisch voor een voorzitter in een ivoren toren, had tot dan het standpunt van Abe verdedigd: “Wij gaan voor 24 juli. Tegen die tijd hebben we dat virus hier volledig onder controle.” Zijn werkmieren wisten beter.

Het kantelpunt kwam van de partner van het IOC in gezondheidsmateries, de World Health Organisation. Die gaven SARS-CoV-2 op 11 maart een upgrade van epidemie naar pandemie. Een bron dicht bij het dossier: “Dat liet alle alarmen afgaan. Bij ons in Lausanne, bij de sponsoren die begonnen te bellen, maar nog niet echt in Tokio.” Later zouden ook enkele olympische comités bezwaren opperen en lieten de atleten van zich horen, maar dat was een detail. Het ondenkbare was dan al werkelijkheid, maar nog niet bekend.

Dat het nog tot 24 maart duurde voor de wereld het wist, was een gevolg van veel overwegingen. Eens de Japanners overtuigd waren van de omvang van het probleem op wereldschaal, moesten alle actoren worden geraadpleegd. Rechtenhouder NBC, dat 1 miljard dollar betaalt voor deze Spelen, was snel om. Die wonen tussen 5th en 6th Avenue in het desolate Manhattan en zagen de bui die nu New York vol treft al hangen.

De sponsoren waren ook vragende partij voor een noodscenario. Geen sponsor wil worden geassocieerd met een event dat de gezondheid van de bezoekers in gevaar brengt. Het meeste werk, aldus insiders, was het doornemen van de contracten. Tussen het IOC en Tokio waren ze er snel uit: het IOC zou de Spelen niet terugtrekken, Tokio zou niet procederen. De factuur, daar moesten ze later zien uit te komen.

Tussen Tokio en de toeleveranciers, dat was een ander paar mouwen. Het olympisch dorp, hoe moest dat gaan? Die chique flats met uitzicht op Tokyo Bay die de bouwpromotor volop aan het verkopen was met de belofte dat ze uiterlijk in oktober beschikbaar waren, een jaar later dan maar?

Wat met de gehuurde ruimtes, niet alleen voor de kantoren van het Tokyo Organising Committee of the Olympic Games (TOCOG), maar ook het Tokyo Big Sight, Tokyo Convention Center en Sunshine City, de drie grote conventiecentra waar competities moeten doorgaan? Voeg daarbij de stadions en de sporthallen, die voor volgend jaar ook al zijn geboekt maar door andere events.

Ten slotte de hotels. Duizenden kamers had het organisatiecomité per gouvernementeel decreet gevorderd van de privémarkt, onder meer om de media en de partners in onder te brengen. Die worden nu weer vrijgegeven en zijn voor volgend jaar opnieuw geboekt.

Van de week een mail gekregen van het TOCOG met betrekking tot onze hotelreservatie: “We komen bij u terug zodra we meer nieuws hebben.”

2. Wat is de economische impact van dit uitstel?

De grootste krachttoer is niet het organiseren van 33 wereldkampioenschappen op één plaats, een jaar later. Die kennis is aanwezig. Ook niet het naar Tokio halen van de atleten. Dé uitdaging zal erin bestaan met deze Spelen te landen waar Tokio en Japan bij uitbreiding zo graag wilden landen: op de sportieve maan. Met na afloop bezoekers die verbijsterd en verrukt terug zouden keren naar hun thuislanden met de melding: wij waren erbij, op de beste Spelen ooit.

Dat was ook de reden dat Abe langer dwars bleef liggen dan zijn landgenoten. Nooit was een organisatie zo snel klaar en zo netjes op schema, had Bach al eerder gezegd. Het zouden fantastische Spelen worden en een virus uit China – de aartsvijand van Japan en omgekeerd, ook dat nog – zou geen roet in het eten gooien, echt niet. Japan heeft net als China trouwens de situatie onder controle en schat dat tegen de zomer Covid-19 nog maar een slechte herinnering zal zijn. En toen kwam het onvermijdelijke uitstel.

Volgens een eerste berekening door het TOCOG verhoogt de factuur met 2,45 miljard euro. Dat komt boven op de officiële cijfers die spreken van totale kosten van 11,25 miljard. Dat bedrag werd opgehoest door de Tokyo Metropolitan Government en het organisatiecomité (elk 5 miljard). De rest (1,25 miljard) werd bijgepast door de nationale regering.

De extra kosten zullen worden besproken met alle stakeholders. Dat zei Toshiro Muto, het hoofd van TOCOG. Goed nieuws kwam van de week van de regering: die maakt bijna 500 miljard euro vrij om de economie te stimuleren en bedrijven gaande te houden. Daar kan wat voor de Spelen van af, dat zullen de Japanners niet erg vinden. Alles voor de eer en glorie van hun Nippon.

3. Wat betekent dit voor de sporters?

Wellicht zullen alle voorziene competities (28 olympische en 5 nieuwe sporten) kunnen doorgaan. De vraag is vooral: met wie? Jawel, atleten die snakten naar het einde en die zich nog één keer hadden opgeladen/getraind/geprepareerd zullen er nu nog een extra jaar moeten aan breien of zullen stoppen in de anonimiteit, zonder afscheidsparty.

Een van de discussiepunten die het TOCOG en het IOC snel willen oplossen is de datum. Doorschuiven naar een jaar later en beginnen op 23 juli is een optie, maar zou conflicteren met het WK atletiek en WK zwemmen. World Athletics heeft al laten weten dat het zich flexibel wil opstellen. Het WK zwemmen vindt plaats in Japan (Fukuoka) en zal zich ook wel voegen naar de wensen van de moeder van alle sporttoernooien. De lente kan ook, maar zal dat dezelfde toevloed aan toeristen met zich meebrengen? En wat als er dan nog geen vaccin is?

Het grootste struikelblok is het kwalificatiesysteem. Voor teams zou je alles kunnen behouden zoals het nu is bepaald en dat zou gunstig zijn voor de Belgian Cats. Voor individuele sporten ligt de zaak moeilijker. Meer dan de helft van de olympische tickets waren al toebedeeld op naam, maar in de realiteit waren 75 tot 80 procent van de sporters zeker van de Spelen op basis van hun prestatie en/of ranking.

Dat terugschroeven en herbeginnen zou enorme gevolgen hebben. Op wereldschaal alle kwalificaties herdoen is niet meer haalbaar. Een andere optie is het omvormen van kwalificaties op naam tot quotaplaatsen, zodat landen zelf kunnen selecteren. Met andere woorden, en om België als voorbeeld te nemen: het nominatief olympisch ticket van Pieter Timmers zou een quotaplaats kunnen worden voor België, als Timmers geen zin meer zou hebben om te gaan. Gekwalificeerde atleten tegen hun wil hun ticket afnemen zou dan weer aanleiding kunnen geven tot juridische procedures.

4. En wat met de strijd tegen doping?

Het scenario waarbij de Spelen alsnog dit jaar hadden plaatsgevonden, had enkele landen en atleten voor de dopingcontroleurs lange tijd onbereikbaar gemaakt. Dat was minder een probleem van ongebreideld dopinggebruik dan wel van verdachtmakingen achteraf.

Als in de tweede helft van dit jaar de situatie grotendeels zal zijn genormaliseerd, ziet het ernaar uit dat de dopinginstanties weer hun werk kunnen doen in de cruciale periode, zes maanden voor de competitie. Dat moet volstaan.

Een gunstige nevenschade van dat hele Covid-19 dat de wereld in pauze zette en de Spelen een jaar opschoof, is dat het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) nu ruim de tijd krijgt om het Russische protest tegen de uitsluiting van het land door het Wereldantidopingagentschap aan te vechten. Het IOC heeft al aangeven dat het de uitkomst van het oordeel van het TAS zal volgen. Waren de Spelen in juli doorgegaan, zo werd gevreesd, dan was het oordeel van het TAS mogelijk te laat gekomen en hadden de Russen ongestraft als land op 24 juli in Tokio kunnen opmarcheren. Tokio 2020 in 2021 wordt, gezien de monstrueuze bewijslast, een lastige zaak voor de Russen.

 

20200328_De-Morgen_p-18-19-mail 2