Verhaal Rio min één jaar in De Morgen van 29 aug 2015

Het RISICO van RIO

Nooit eerder was het olympisch circus in een armere stad te gast. En dan wordt Rio de Janeiro ook nog eens op kosten gejaagd om alles op tijd af te krijgen. Het goede nieuws is dat het immer morrende Braziliaanse volk niet wakker ligt van die Olimpíadas. Bericht uit Rio.

“Rio en de Olympische Spelen? Dat is de dakloze die een flatscreen koopt.” De uitbater van de pé sujo (letterlijk vuilevoetenbar of straatcafé) op Copacabana draait zich om naar de televisie en de voorbeschouwing op de bekerclash tussen Vasco en Flamengo. De melding dat dit sportfeest de staat minimaal 12 miljard euro zal kosten, wordt schouderophalend onthaald. “Estúpido.”

Andere taal valt te horen in Leblon, zeg maar Het Zoute van Rio. Andréa doet er in immobiliën en sinds 2013 betekent dat vooral lucratieve kortetermijnverhuur aan die Europese en Amerikaanse sporttoeristen met hun dikke portemonnees. Ze is ook een maand mijn huisbazin, volgend jaar. “Dit zijn goede jaren voor mij, maar ik word hier niet rijk van. Rio zal er wel beter van worden. Kijk eens rond wat hier allemaal wordt gerealiseerd.” Ze moet haast schreeuwen om boven de drilboren van de nieuwe Linha of Lijn 4 van de metro uit te komen.

Keren we eerst even terug naar die 2 oktober 2009 in het Bella Center in Kopenhagen. Wat bezielde de achtbare leden van het Internationaal Olympisch Comité toen om voor Rio de Janeiro te kiezen? De uitkomst van het bid-proces was een mix van aversie en sympathie, met president Lula als de man met het juiste charisma op de juiste plaats.

Rio had toen lang niet het beste dossier. Puur sportief was dat Chicago (hoewel ze slecht scoorden op overheidssteun) en die hadden ook hun president en zijn first lady als supporter. Kopenhagen 2009 is tot op heden de enige verkiezing die Barack Obama heeft verloren: Chicago ging er al in de eerste ronde uit, als slachtoffer van het anti-VS-klimaat bij het IOC.

Rio, ongeveer in dezelfde tijdzone van hoofdsponsor NBC en moederhuis General Electric, die samen een kwart van de olympische inkomsten naar Lausanne storten, leek een goed alternatief. Tokio en Madrid waren nochtans beter gerangschikt dan Rio, dat maar 5 op 10 scoorde voor accommodatie, infrastructuur en transport. Voor veiligheid zat het zelfs maar op 4,5.

Zes jaar na datum blijken deze inschattingen van 2009 alvast correct, maar de IOC-leden zwichtten voor een begeesterende Luiz Inácio Lula da Silva. Na de derde ronde kon IOC-voorzitter Jacques Rogge de winnaar aanwijzen. “And the city for the 2016 Olympic Games is Rio de Janeiro.”

Als dat maar goed zou aflopen, was de teneur. Zeven dagen op zeven

Haast zes jaar later stap ik na een 100 real kostende taxirit – omgerekend zo’n 25 euro – uit op de Avenida Embaixador Abelardo Bueno; 40 real te veel heeft het gekost om de taxichauffeur mij te laten brengen waar ik heen wilde. Parque olímpico, Barra de Tijuca, hoe moeilijk kan het zijn? Héél moeilijk, want de man weet het chique Barra de Tijuca wel te vinden, maar waar dat epicentrum van die Olympische Spelen precies ligt, is hem een raadsel. Ook de voetgangers die hij interpelleert, hebben er geen flauw idee van.

Het nieuwe golfterrein, hebben we het daar over? “Een schande hoe de projectontwikkelaars een stuk natuurgebied hebben gekregen om daar een gloednieuwe golfbaan in te planten. Terwijl er hier twee mooie golfterreinen zijn.”

Eindelijk vinden we een wegwijzer. Eindelijk zien we geraamtes van sporthallen oprijzen. Zelfs iets wat lijkt op een velodroom, maar dat het tennisstadion blijkt te moeten worden.

Parque olímpico: gevonden. Tijd om een rondje te wandelen bij 30 graden, het is putje winter in Rio.

Elke olympische stad heeft wel te maken gehad met doemdenken. Spelen die helemaal nooit zouden klaar geraken, waren die van Athene in 2004 en zelfs die waren een week van tevoren netjes opgeleverd. Rio is nog andere koek. Ook hier zal ongetwijfeld alles klaar geraken, maar net als in Athene wordt het aanpoten.

Bij de recente meeting van de chefs de mission van de olympische ploegen waren ze wel zo slim vooral de vorderingen van het olympisch dorp te benadrukken. “Voor 85 procent is het klaar”, pochte burgemeester Eduardo Paes. Dat klopt. Op de andere infrastructuur werd wijselijk geen percentage geplakt. Behalve de HSBC Arena, waar over een jaar wordt geturnd, en het Maria Lenk Aquatics Centre voor duiken en synchroonzwemmen, twee bouwsels van de Pan American Games in 2007, is niks klaar. De Carioca Arena 1, 2 en 3, de Future Arena, het zwemstadion, de wielerbaan, de tennisarena en de twee perscentra staan op minder dan een jaar van de Spelen nog niet eens helemaal in de ruwbouw.

Met de aankleding van de zandvlakte rond de hallen en stadions is men pas begonnen. Het wordt zeven dagen op zeven werken, later zelfs de klok rond, en net als in Athene met geïmporteerde arbeid. De totale kost van 12 miljard euro wordt vast overschreden. De Pan- Amerikaanse Spelen van 2007 waren uiteindelijk zes keer duurder dan begroot.

Rio(ol)

In een poging om ons door een gat in de omheining te wurmen, lopen we tegen twee werkmannen aan. Waar we vandaan komen? Bélgica. “Belgique? Wij komen uit Senegal.” Elymane en Marouf heten ze en ze hebben het niet naar hun zin. “We zijn hier met vijf Afrikanen. We kregen een vliegtuigticket en er werd ons goedbetaald werk beloofd. We verdienen 50 real per dag (12,5 euro, HV). Er is hier genoeg werk, maar dat is niet goed betaald. We willen naar Europa.”

Een dagloon van 50 real is 1.200 real per maand, omgerekend zo’n 300 euro. De gemiddelde carioca – inwoner van Rio – komt daar zijn bed niet voor uit. Zijn minimale maandsalaris bedraagt 1.500 real, ongeveer 370 euro.

Rio de Janeiro is echt wel de Cidade Maravilhosa, de Prachtige Stad waarvan de ligging geklasseerd is als werelderfgoed. De schitterende setting zal mooie plaatjes opleveren, maar zoals altijd niet de hele realiteit tonen.

‘Groene Spelen voor een Blauwe Planeet’, zo werd de kandidatuur van Rio de Janeiro verkocht. Er werden meteen 2.386 jonge boompjes geplant om de 716 ton CO-uitstoot van twee jaar campagnevoeren te compenseren. In totaal wil men 24 miljoen boompjes in de grond steken. Windowdressing is het, niks meer en minder. Nooit hebben de Spelen in een armere stad plaatsgevonden, misschien nooit in een mooier gelegen stad, maar absoluut zeker nooit in een meer vervuilde stad.

De drukke avenidas en ruas van Rio zijn gaskamers. De lokale hobby-atleet zit er niet mee. Die loopt op het fietspad naast de Avenida Atlántico op het mythische Copacabana zonder veel nadenken zijn kilometertjes op één meter van de uitlaatgassen, hopend op een zeebries. Luchtkwaliteit is niet de eerste bekommernis als het milieu ter sprake komt, wel die van het zeil- en zwemwater.

Wil van Bladel, coach van Evi Van Acker die twee weken geleden zilver won in het test event op de baai van Guanabara, maakt zich geen zorgen meer. “Dat is wel anders geweest. Ik heb in 2013 in die baai ooit op een stuk isomo een open ijskast met daarin medicijnen zien drijven.”

Wellicht afkomstig van Gramacho, een stort van 262 voetbalvelden groot langs de baai, in het water gegleden en daar aan een reis begonnen. “Telkens als we terugkwamen, lag er wel minder troep in het water, en vandaag is het schoon.”

Troep is zichtbaar, maar wat met de bacteriën, want er moet ook gewindsurft en gezwommen worden. Voor het openwaterzwemmen is Copacabana het decor en daarvan weet iedereen: het meest prominente strand van de wereld is prima om te zwemmen als het droog is, maar o wee als het zwaar durft te regenen, want dan wordt het een open riool. Elke dag stromen sowieso 480 olympische zwembaden aan rioolwater in de oceaan.

Maurits Hendriks, chef de mission van de Nederlandse equipe, interpelleerde tijdens de laatste meeting over de waterkwaliteit. Hij heeft twee bekommernissen: “Hygiëne is een topprioriteit. De andere is veiligheid.” Dat laatste is geen doemdenken.

Staat van beleg

Wat hadden we al? Rio de Janeiro is de mooist gelegen olympische stad, maar ook de armste, de meest vervuilde en voeg daar maar de meest onveilige olympische stad ooit aan toe.

Wie over de weg van Ipanema naar Barra de Tijuca rijdt, merkt dat Rio verschilt van andere metropolen. Ipanema, Leblon en Lagoa (de roei- en kajaklocatie) zijn de duurste wijken van Rio. Vervolgens komt je voorbij Gávea, nog steeds upscale, waarna je één tunneltje verder in de derde wereld terechtkomt: bem-vindo ao Rocinha. Deze volkswijk – sloppenwijk is te onrespectvol voor de overlevingsstrijd die deze inwoners dagelijks leveren – zal dagelijks de olympisch geaccrediteerden zien voorbijrazen over hun voorbehouden olympische rijstroken. Rocinha is de grootste favela ter wereld, met naar schatting 200.000 bewoners.

Zezinho is mijn gids, maar ook sociaal werker, vrijwilliger, bezieler van de trots van de favela. Ik wilde weten van hem hoe tegen de Olimpíadas wordt aangekeken. “Leeft helemaal niet hier. Schrijf toch alstublieft niet dat het onveilig is.”

De meeste favela’s zijn na de uitverkiezing als olympische stad in sneltempo gepacificeerd, wat betekent dat een militaire macht de straten en huizen schoonveegde van alles wat zij als tuig identificeerden, en sindsdien de wijk bezet. Wat niet betekent dat er niks meer gebeurt en dat er geen drugs meer worden verhandeld. Zezinho: “Dealers zijn niet geïnteresseerd in toeristen, maar loop hen niet voor de voeten. De boefjes op de stranden zijn veel vervelender. En de politie, want die beschermt niet, maar onderdrukt en schiet bij het minste.”

In 2014 schoot de politie alleen al in Rio 582 keer een mens dood. Dit jaar zitten ze aan twee per dag. Favela’s zijn overal. Het huis waar de Belgische zeilers weken aan een stuk verblijven, paalt aan Santa Marta, de eerste favela die ooit werd gepacificeerd en een permanente politiepost kreeg in het voormalige hoofdkwartier van de drugsdealers. “We zitten hier drie jaar, nooit iets gemerkt.”

Rio de Janeiro is een uiterst complexe stad van 13 miljoen inwoners, van wie 20 procent in een van de 700 favela’s woont. Dat heet microsegregatie. Grote rijke wijken afgescheiden van arme wijken bestaan hier niet. Een straat met aan het ene eind driekamerflats met zicht op de oceaan van één miljoen euro eindigt geen kilometer verder bergop in een favela.

Gedwongen verhuizingen

Vorige week zaten we op het terras van een favelabar met misschien het mooiste uitzicht op Copacabana, op goed 300 meter van waar volgende week het beachvolleybal test event wordt gehouden.

In het schemerdonker kwam ineens een stel tieners uit de Mata, een idyllisch stukje regenwoud. Ze waren gewapend met pistolen en kalasjnikovs en sommigen droegen een masker. Zonder veel schroom kochten ze een drankje en wat kauwgum. Alles werd netjes betaald. “Tudo tranquilo”, stelden ze ons gerust. “We beschermen de buurt tegen een andere wijk.”

Een dag later volgde een zwaar vuurgevecht met de militaire politie. In een andere favela even verderop werd een politieauto onder vuur genomen. De volgende dag lag op de hoek van mijn straat een vrouw voor vermoord op de stoep, met allemaal omstaanders, veel politie en op het eerste gezicht ook pers. Schrikken natuurlijk, maar dát bleek dan weer de verfilming van een levensechte moordscène voor de plaatselijke novela, de Braziliaanse soap. In Rio is altijd iets te beleven.

In het promopraatje voorafgaand aan de verkiezing luidde het nog zo: ‘De legacy van deze Spelen zal worden gebruikt om het leven van de favelado’s te verbeteren’. “Onzin”, beweert Alexandre Mendes, professor recht aan de staatsuniversiteit van Rio de Janeiro. “De Spelen zijn gebruikt om gedwongen verhuizingen te legitimeren, zonder inspraak van de inwoners, zonder een sociaal plan. Vraag dat maar eens na in Vila Autódromo.”

Vila Autódromo is een platte minifavela (doorgaans liggen die op heuvels) waar al meer dan dertig jaar bewoners hun huizen hebben gebouwd in een uithoek van wat vroeger een racecircuit was en nu stilaan het olympisch park wordt. Eerst moest Vila Autódromo verdwijnen, tot de burgemeester zei dat het mocht blijven.

Leandro was heel even opgetogen: “Vervolgens kwamen ze ons paaien met mooie flats. Ik ben gaan kijken. Anderhalf uur hier vandaan, terwijl we allemaal hier in de buurt werken. Mijn buur is vertrokken en zijn huis is inmiddels gesloopt. Na enkele maanden zag ik hem terug. Hij had zijn nieuwe flat verkocht en was hier een beetje verder een verdieping aan het bouwen bovenop het huis van zijn moeder.”

Vila Autódromo kijkt nu aan tegen een gigantische betonnen muur van een paar honderd meter. Achter die muur bouwt men aan het grootste perscentrum ooit. Tussen de huizen en boulevard komt nog een muur, iets lager, want aan de overkant van de Avenido Salvador Allende is het olympisch dorp verrezen. Wat zou het mooi zijn als ze daar na de Spelen de favelado’s van de overkant naartoe zouden halen.

Maar neen: de appartementen gaan straks voor 200.000 tot 1 miljoen euro de deur uit.

Rio 1 jaar vooraf

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s