Verhaal over en met Patrick Janssens in De Morgen van zat 3 oktober 2015

‘Laat mij maar onder de radar blijven’

Eén interview in deze krant en één mail naar een clubvoorzitter en de verslagen politicus zat in een nieuwe baan om de aarde. Hoe en waarom Patrick Janssens (59) een halve Limburger werd en klinkt als een voetballer. ‘Ik zal Genk nooit verlaten voor een andere club. En ik zeg niks meer over de politiek.’

Salon- en echte socialisten, sossenhaters en al wie het aanbelangt: met KRC Genk is het nog een beetje op en af, maar ex-Antwerps burgemeester Patrick Janssens gaat het wel degelijk voor de wind daar als algemeen directeur van de voetbalclub van het bronsgroen eikenhout. “Een verademing”, zegt de ene. “Knappe onderhandelaar”, zegt de andere. “En een slimme man, die direct ons DNA doorhad.”

Een modern bureau op hoge poten. “Ik ben een ruglijder.” Een deur die altijd open staat. “De deurstop hebben we moeten bestellen.” Op de plank boeken als Money and Football en The Sports Gene, die iedereen zou moeten lezen maar bij geen collega van hem bekend zijn. “Vreemd hoe voetbal zich afsluit van objectivering.” Wel een hemd, ook een jasje, maar nog steeds geen das. “Daar heeft nog niemand iets van gezegd.” Een Skoda break als bedrijfswagen. “Jij houdt zeker niet van auto’s, vroegen ze mij.” Als algemeen directeur in het voetbal is Patrick Janssens alvast niet één in een dozijn.

Hoe ging het nu ook alweer? Na twee rode ambtstermijnen begon in oktober 2012 in Antwerpen de socialistische zonsverduistering toen de zittende burgervader Patrick Janssens werd verslagen door Bart De Wever. Hij weigerde te zetelen in de gemeenteraad
en keerde terug naar waar het begon: de academische wereld. Hij zou doctoreren en later begon hij ook nog een Centrum voor Stadsontwikkeling. In juni van vorig jaar werd hij door deze krant geïnterviewd en had hij het over twee dingen die hij ooit nog zou willen doen: “Een mediagroep of een voetbalclub leiden, maar de clubs waarvan ik het project genegen ben, zijn op één vinger te tellen.”

Hij had al een lijntje uitgegooid van het moment dat algemeen directeur bij KRC Genk Dirk Degraen was opgestapt. “Ik mailde naar Herbert Houben, de voorzitter van Genk en zei: ‘Als er ooit een gat is bij jullie voor iemand met mijn profiel, dan hou ik mij aanbevolen.’ Ze wisten niet of ze die functie nog zouden invullen. Goed, het seizoen begon en na één wedstrijd werd Emilio Ferrera ontslagen. Ik voelde dat de club haar eigen crisis aan het organiseren was en ik heb toen opnieuw gereageerd, nu met een uitgebreide motivatie.” Toen hapte Houben wel toe.

Thesis over voetbal

Patrick Janssens, pol en soc’er en TEW’er, is niet echt een vreemde eend in de voetbalbijt. Meer zelfs, hij is een voetbaldier dat van het spelletje houdt, anders had hij het als Beerschot-supporter natuurlijk nooit volgehouden. Anders had hij ook voor zijn thesis als economist nooit een onderwerp gekozen over de economische vraag naar voetbal en de toeschouwersaantallen.

“Ik onderzocht het seizoen 1981-1982. Juan Lozano was in de winterperiode teruggekeerd uit de VS en speelde bij Anderlecht. Na een paar wedstrijden kreeg hij rood en miste dus een deel van de competitie. Het verschil mét of zonder Lozano op het veld was 1.200 toeschouwers, opmerkelijk veel. Het was ook het seizoen dat Johan Cruijff bij Ajax terugkeerde en speelde op basis van recettedeling. Bijzonder interessant. Vanuit die tijd heb ik mijn bekommernis voor competitief evenwicht overgehouden. Ik zeg niet zoveel in de Pro League, maar toen het play-offsysteem en de puntendeling ter sprake kwamen, heb ik toch even mijn zegje gedaan. Het stoort mij dat men in het voetbal-wereldje de economische en andere onderzoeken naar voetbal gewoon naast zich neerlegt of niet kent en zich laat leiden door buikgevoel.”

Toen Janssens in september van vorig jaar bij Genk kwam, zat de modelclub van weleer met de handen in het haar en kon hij meteen aan de slag als crisismanager om een opstand van de supporters te bedwingen. “Ook bij de sp.a kwam ik in volle crisis, de dioxinecrisis toen, en in Antwerpen volgde ik Leona Detiège op na de Visa-crisis. Ik ben misschien voor sommigen de Beerschot- supporter die in Limburg de plak komt zwaaien, maar toen ik partijvoorzitter werd, was ik de voormalige assistent van een CVP’er met kinderen in het vrij onderwijs en kwam ik uit de kapitalistische reclamesector. (lacht) Ik ben wel wat tegenwind gewend.”

Een jaar later is de rust teruggekeerd en is de snoei beëindigd. Onlangs keek de algemene directeur naar de ploegfoto van een jaar geleden. Van de 44 man op de foto waren er nog 22 bij KRC Genk. Wat was er dan fout met deze club? Was die een makelaarskantoor geworden, puur gericht op import en export, zoals insiders de analyse maakten?

“Misschien is bij de aanwerving van spelers te veel gedacht in termen van doorverkoopwaarde. De twee mensen die dat in handen hadden (Degraen en Jacob, HVDW) kwamen natuurlijk uit de makelaarswereld. Zijn hadden een neus voor individueel talent, maar niet alle talent is zomaar overdraagbaar van de ene naar de andere club. Er is minder gekeken of een speler wel in de groep paste. En dan krijg je een Ilombé Mboyo binnen, die zich misdraagt en die een halfjaar met rust wordt gelaten omdat bij elke berisping vanuit de club zijn doorverkoopwaarde vermindert.

“Bovendien had Genk toen een trainer met Mario Been die het allemaal wat losser liet. Deze club was echt goed ziek en dat is niet mijn analyse, wel van de mensen die hier al waren. De ziel en de cultuur van KRC Genk zijn de band met de regio, het belang van de jeugd en mooi voetbal. Dat was verdwenen, maar niemand durfde het luidop te zeggen.”

“Ik heb dat proberen aan te kaarten bij onze technisch directeur Gunter Jacob, maar hij en ik zaten niet op dezelfde golflengte. Zijn stijl paste ook niet bij de club en we hebben afscheid genomen van elkaar. Hij heeft Sergej Milinkovic-Savic gehaald, dat klopt.
En die hebben wij voor veel geld kunnen verkopen, dat klopt ook. Maar toen ik liet uitvlooien hoeveel dat transferbeleid ons had opgeleverd vergeleken met onze eigen jeugdacademie, kwamen we over een periode van acht jaar tot de onthutsende vaststelling dat de jeugdacademie tien keer meer geld in de clubkas had gebracht dan de import/export. De cijfers lagen zwart op wit op tafel en nóg twijfelde men eraan.”

Het wegsturen van Mboyo en de verkoop van Milinkovic zijn ook pluimen op de hoed van Patrick Janssens, zegt technisch directeur Dimitri De Condé, opvolger van Jacob. Die zag hoe de ex-burgemeester/voetballiefhebber een door de wol geverfde onderhandelaar werd tegenover de signori van Lazio. De Condé: “Dat waren langdradige gesprekken, maar toen Patrick het woord nam, maakte hij direct een synthese van een halve minuut. Hij somde enkele puntjes op en gaf meteen de voorzet voor het antwoord. Die Italianen hadden eigenlijk alleen nog maar ja te knikken.”

Janssens lacht. “We hadden vooral het geluk dat er nog een andere Italiaanse ploeg interesse had in Milinkovic. Ik heb uit de voorbije transferperiode wel geleerd dat het oordeel van een professional over een speler van week tot week kan veranderen. Een supertalent van wie we de optie absoluut moeten lichten, kan een week later een non-voetballer zijn. Ik wil zo’n oordeel liever objectiveren. En ik wil dat we afstappen van het kortetermijndenken, waarbij elke wedstrijd weer van levensbelang is en waarin bij elke mercato wordt aangekocht op ingevingen. We maken nu intern een oefening: waar willen we over vijf jaar staan en hoe geraken we daar?”

De ziel is terug

Een makelaar vond het een verademing om te praten met iemand die de zaken menselijk en tegelijk rationeel bekeek en de emotie ver van de gesprekstafel hield. Patrick Janssens is een sterke communicator en de sp.a zou hem nog kunnen gebruiken. Hij hoort de opmerking niet eens, of doet alsof, en zit met zijn hoofd bij een ander maatschappelijk project: fusieclub KRC Genk, ontstaan uit de sluiting van de mijnen.

“Wij hebben een algemene vergadering van een vzw met zestig mensen, die twee keer per jaar samenkomen, en een raad van bestuur van acht man, die tweewekelijks vergaderen. De beslissingslijnen zijn langer dan in veel andere clubs, waar één of twee mensen het voor het zeggen hebben. Dat heeft voordelen: dit zal nooit een club worden waar één rijke eigenaar beslist. Maar ook nadelen: het kan iets langer duren voor er een akkoord is. Zoals in de politiek: daar kun je nog zoveel stemmen halen, je zult toch moeten besturen met anderen en zoveel mogelijk draagvlak creëren.”

Vanuit zijn bureau kijkt Janssens uit over de parking en de iets verder gelegen jeugdacademie. “Straks gaan we naar de overkant. Ik haat die benaming. Als we dit opnieuw konden aanleggen, dan verbond ik deze site met de academie door velden in de plaats van die parking. Jeugd en eerste elftal zijn één geheel.”

Directeur opleidingen Roland Breugelmans is de baas van de overkant. Ook hier: tevredenheid. “Cru gesteld: Patrick is verliefd op onze jeugd. De afstand tussen de overkant en hier is nooit korter geweest. Was Patrick hier eerder geweest, dan was Jelle Vossen misschien gebleven. Dat die nu bij Club zit, is het gevolg van de puinhoop die het hier was. Nu ben ik weer optimist: Genk krijgt stilaan zijn ziel terug.”

En de toekomst? Bij het dagje Genk-in-het-spoor-van-Janssens hoorde ook een sight- seeing, gekoppeld aan eten in een Italiaanse trattoria in de hoofdstraat van Winterslag. We rijden via een omweg terug naar het stadion, langs de oude mijn van Waterschei, misschien de plek waar ooit het nieuwe stadion zou moeten komen. Weeral een nieuw stadion? Is er vers reconversiegeld van de mijnen dan?

“Dit wordt fel overdreven. En dan nog. Alsof Daniël Termont niet heeft geholpen in Gent voor het nieuwe stadion en Renaat Landuyt niet zal helpen in Brugge. Ik had in Antwerpen ook willen helpen. Enfin, natuurlijk nooit zoveel als Brussel voor het Anderlecht-stadion.

“We hebben vandaag het tweede modernste stadion van België, maar ooit zullen we moeten beslissen: verbouwen of een ander zetten. Deze hele site wordt ontwikkeld als terrein voor innovatieve bedrijven en daar moeten wij deel van uitmaken. We moeten nu nadenken over de toekomst, want sinds het nieuwe stadion van Gent zijn we onze voorsprong kwijt. En er komen nog nieuwe stadions. Al vind ik dat van ons nog altijd het beste, alvast meer een voetbalstadion dan de Ghelamco Arena in Gent.”

Sportjournalistiek

Hij moest zoeken naar de grootste verandering in zijn leven en die heeft hij eindelijk gevonden: zijn gezondheid en bioritme zijn overhoop gehaald. In Antwerpen wandelde en fietste hij zijn stad door. Nu rijdt hij elke dag naar zijn kantoor in de Cristal Arena, gaat daar zitten, vergadert zich te pletter en rijdt terug naar huis. Thuis, dat is op het Zuid in Antwerpen of in het Borgloon van zijn vrouw, waar hij geregeld verblijft als het laat is geworden in Genk.

“Ik ben kilo’s aangekomen. Ik heb mij voor-genomen om daar wat aan te doen. Voetbal hanteert ook een totaal andere agenda. Als de politici rusten (in de zomer, HVDW) draait het voetbal op volle toeren. De laatste weken van de transferperiode met je vrouw er even tussenuit; vergeet het. Altijd ben je bereikbaar. Elke avond hoorde ik Dimitri De Condé wel vier, vijf keer. En om zeven uur ’s ochtends opnieuw. Dat is dan weer te vergelijken met de coalitievorming, alleen duurt die zelden drie maanden, zoals onze transferperiode dit jaar.”

Voor politieke standpunten is niemand nog welkom. “En ze blijven toch proberen, zoals Terzake, dat drie jaar Bart De Wever in Antwerpen onder de loep wil nemen. Ik pas. Jawel, ik woon in Antwerpen, ik ben Antwer-penaar en Bart De Wever is mijn burgemeester, maar Wim Dries hier in Genk is evengoed mijn burgemeester. Een goede burgemeester, met wie ik een gesprek heb gevoerd toen ik naar Genk kwam om te zeggen dat ik hier niet aan politiek ging doen. Ik zit in zijn denktank over de ontwikkeling van het Genks stadscentrum.

“Dat wil niet zeggen dat ik niet volg wat er in mijn stad en in de wereld gebeurt. Jawel, ik kan nog nijdig worden. Laat ons zeggen dat de vluchtelingencrisis mij niet onberoerd laat. Ik wind mij alleen nog op in besloten kring en ik mijd de pers. Als politicus ben je verplicht om haast op alles ja te zeggen, omdat het je visibiliteit vergroot, maar in deze functie blijf ik juist beter onder de radar. De staf en de spelers zijn het gezicht van Genk, niet ik.

“Het allergrootste verschil tussen de politiek en de sport, zijn toch jullie, de media. Jullie maken elke dag gratis reclame voor ons product; weinig andere sectoren krijgen dat voor mekaar. En de sturing vanuit het product is maximaal. Een politicus die een interview geeft en het iets te scherp stelt, kan daar met veel moeite bij het nalezen iets van afvijlen. In de sport mag je zeggen wat je wil, nadien kun je het altijd nog aanpassen. Geen journalist die protesteert omdat die bang is buitengesloten te worden. Vreemd. Als ik hoofdredacteur was, dan liet ik mijn krant buitensluiten en schreef ik zolang niet meer over die club. En dan de onbeschaamde manier waarop de media zich laten gebruiken door makelaars om hun transfers te beïnvloeden. Dat is helemaal absurd. Neen, als ik iets heb geleerd, dan wel dat er ruimte is voor een meer kritische sportjournalistiek.”

03-10-2015-De-Morgen-p18–Laat-mij-maar-onder-de-radar-blijven-Achtergrond–double-web

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s