Column Julius Caesar in De Morgen van zat 3 oktober 2015

Julius Caesar

Mag ik u aanraden om op de vorige pagina’s het interview met Patrick Janssens te lezen? Ik beveel vooral de laatste paragraaf aan, die waarin de algemeen directeur van KRC Genk het heeft over de sportjournalistiek die zich voor de kar laat spannen van clubs en makelaars. Ik wist niet wat ik hoorde. Enfin, ik wist het wel, en daarom heb ik het graag opgeschreven.

Laatst was er een debat over sportjour-nalistiek bij Howest in Kortrijk. Er was veel volk, er waren zelfs journalisten. Niet voor die vier anderen, onder wie ikzelf, maar voor Hein Vanhaezebrouck. Ik had hem daar niet verwacht, maar hij had toegezegd nog vóór de titel en vóór de Champions League en dus kwam hij zijn engagement na. Dat was klasse.

Het zou een mooie studie zijn: de sportkranten van de laatste dertig jaar erop naslaan en berekenen hoeveel plaats in de sportkranten toen en nu naar de trainers gaat. Dertig jaar geleden konden wij de spelers opzoeken in hun cafés, bij hen thuis, in de meest intieme setting. Ik heb ooit een getrouwde topspeler geïnterviewd, terwijl hij zijn vriendin bepotelde en dat was geen twintig jaar geleden. Een trainer in de zaterdagkrant was toen nog een zwaktebod, of voorbehouden aan de senior writers die neerkeken op voetballers.

Vandaag staan de kranten vol met trainers. Ten eerste zijn er minder voetballers dan ooit die iets te zeggen hebben, en van zij die iets te zeggen hebben, heeft een groot deel geen goesting of mag niet. Ten tweede worden de trainers nu door elke club in de aanloop naar de wedstrijd aan een tafeltje met wat journalisten gezet voor een babbel over wat was, wat is en wat gaat komen. Omdat het aanbod van interessante teksten steeds kleiner is geworden en onze kranten steeds meer sportpagina’s moeten vullen, bij voorkeur met quotes, wordt elke uitspraak van de trainer groot nieuws. Ten derde zijn de trainers vergeleken met vroeger ook meer uitgesproken en er zijn minder buitenlanders, wat ook makkelijker praat.

Trainers zijn ook interessanter dan voetballers. Zo las ik laatst een zeer goed verhaal met Emilio Ferrera, technisch directeur van derdeklasser FC Dender en onlangs nog te zien in Slijk. Ik lees ook alles wat Emilio’s neefje Yannick zegt. Een slimme kerel, die goed op weg is om het te maken. Bob Peeters volg ik ook. Die heb ik als mens hoog zitten en ik heb met hem te doen. Ik denk ook dat hij een goede trainer is, maar wellicht ben ik te weinig ingevoerd om dat zomaar te mogen vinden.

Van Hein Vanhaezebrouck verslond ik alles nog vóór hij in Gent was. Nooit is in dit land een voetbaltrainer met meer lof overladen. Alles wat hij aanraakt, verandert in goud; alles wat hij probeert, lukt. Als hij morgen Sels in de spits zet en Depoitre in de goal: het zal lukken en het zal als geniaal worden uitgelegd.

Van de week schreef een krant dat Hein is als Julius Caesar, vanwege het “groot durven denken”. Hallo zeg: Julius Caesar, dat is nogal wat. Doorgaans worden voetbaltrainers niet vergeleken met historische figuren, hoewel Willem van Hanegem Ernst Happel ooit eens heeft vergeleken met Hitler, maar toen was hij boos. Trainers worden vergeleken met hun peers. Hein, de Guardiola van België, dat soort werk. Het is nog juist ook.

In het bureau van Patrick Janssens zag ik The Numbers Game staan, een boek over de waarde van statistiek en getallen in sport. Stick to the facts, show me the numbers, zijn twee wijze lessen die ik heb geleerd in dit vak.

Ziehier de situatie voorafgaand aan de wedstrijd AA Gent-Club Brugge. Lands-kampioen Gent, met lof overladen voor het gedurfde aanvalsspel, staat in de competitie vierde met 17 punten, 14 doelpunten voor en 7 tegen. Club Brugge is volgens de media verdedigend een ramp, aanvallend een drama en hebben ze wel een middenveld? In de competitie staat het vijfde met 16 punten, 20 doelpunten gescoord en 9 tegen. Morgen gelijkspelen en het blijft status quo. Winnen in Gent en het zieltogende Club staat twee punten voor op het fel bejubelde Gent.

De volgende historische vergelijking ligt dan klaar: Julius Caesar Hein geveld door Brutus Michel. Of door Ambiorix. Of door Asterix en Obelix.

03-10-2015-De-Morgen-p21-Julius-Caesar-column-single-web

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s