Interview Delfine Persoon in De Morgen van 7 nov 2015

INTERVIEW DELFINE PERSOON

“Ik ben te goed voor het buitenland”

Eerst was ze judoka, daarna ging ze tennissen. Maar de vechtster in Delfine Persoon (30) liet zich niet temmen en ze ging in alle stilte boksen. Persoon is een vrouw van extremen: van anorexia tot sterkste vrouw van België, en beste vrouwelijke bokser ter wereld. En toch: “Sportvrouw van het jaar? Geen interesse meer.”

Ook in 2015 zal ze geen sportvrouw van het jaar worden, want judoka Charline Van Snick is Europees kampioene. Dat is niet erg, want Delfine Persoon zien ze op dat Sportgala nooit meer. Een jaar geleden, live op Eén, kon ze haar teleurstelling maar moeilijk verbergen toen meerkampster Nafi Thiam boven haar werd verkozen.

Wel of niet naar het Sportgala, het was ook een verscheurende keuze door die vip-invitatie voor de WBC Convention (World Boxing Council) in Las Vegas, de special edition nog wel. Daar zou ze samen met grootheden als Muhammad Ali, Joe Frazier en de Klitschko’s worden geëerd als beste vrouwelijke bokser pound for pound van het moment.

“Ze ging niet, op mijn vraag. Ik was zeker dat ze zou winnen op het Sportgala. U niet? Dan heb ik mij vergist, maar ze deed het voor ons en dat waardeer ik.” Paul Degroote, opkoper en exporteur van trucks en trailers, is al jaar en dag de hoofdsponsor van Delfine Persoon. Hij heeft het geld opgehoest waarmee Delfines trainer/manager Filiep Tampere begin 2014 hoogstpersoonlijk naar Mexico vloog, ook op kosten van Degroote, om daar een bieding van 61.101 dollar in een envelop af te geven op de hoofdzetel van de WBC. Zo eventueel gesjoemel counterend, kregen ze op die manier de Argentijnse regerend wereldkampioene Erica Farias naar Zwevezele, want de Argentijnen hadden minder geboden. En zo werd Delfine Persoon wereldkampioene in de WBC.

Die avond van 20 april 2014 had ze alle mogelijke titels in handen en was ze de beste vrouwelijke bokser van de wereld. Na twee eerdere succesvolle verdedigingen vecht ze op 11 november opnieuw, nu tegen de Frans-Marokkaanse Maiva Hamadouche.

Wat voor iemand is dat?
Delfine Persoon: “Een straatvechtster. Altijd vooruit boksen: jong, gedreven en zot.”

Filiep Tampere: “Haalbaar, maar het komt er op aan niet voor haar te blijven staan, want ze wint vaak met knock-out. Daarom trainen we nu op slaan en onmiddellijk wegdraaien. Dat is goed gelukt tegen de Australische Diana Prazak, die gelijkaardig bokst. Delfine is met haar 1m70 de langste in haar gewichtscategorie en heeft de grootste reikwijdte. Bovendien heeft ze een fantastische conditie.”

Bent u ooit niet in conditie?
Persoon: “In de zomer gebeurt het dat ik één, twee weken niets doe.”

Tampere: “Maar dan zitten we op de koersfiets. (lacht) Ze rijdt echt goed.”

Persoon: “Na een dag of vijf rust moet ik sporten. Ik rijd graag met de fiets, maar het liefst zou ik eens willen crossen. Dat in het rood gaan en je motor opblazen, dat ligt mij wel.”

Tampere: “Haar basisconditie is altijd hoog en nu, pal voor een kamp, komt het er op aan specifiek te werken, in functie van de tegenstander. We kennen Hamadouche van YouTube, maar kort na de bekendmaking van die kamp zijn wel al haar filmpjes verwijderd.”

‘Een slag op je hoofd krijgen is misschien niet goed, maar honderd keer een bal koppen in het voetbal is nog minder gezond’

U bent ooit begonnen in een olympische sport. Geen spijt dat u nooit op de Olympische Spelen zult kunnen boksen?
Persoon: “Jazeker, maar toen ik prof werd, was er nog geen sprake van vrouwenboksen. Op de Spelen in Londen is voor het eerst gebokst in drie gewichtsklassen. Die lagen ook nog eens ideaal voor mij, want ik draai rond de zestig kilogram. Alleen had ik meer dan vijftien profkampen en daarom kon ik niet terug.”

“Ik ben in 2009 prof geworden. Ik was de beste in België en ik had gewonnen van de kampioene van Nederland en van Frankrijk, en toen dachten we: wat nu? Prof worden was de enige optie, want daar is nog een beetje geld beschikbaar via sponsoring. Nog een voordeel: je bent dan niet meer afhankelijk van je boksfederatie. Ik boks als Belgische, maar eigenlijk boks ik als prof puur voor mezelf of voor mijn manager, die in mijn geval ook mijn trainer is. Trainer, manager, promotor: Filiep is alles in één. (lacht) Een interessante combinatie, want dan moet je maar één keer betalen.”

U zit hier rustig, maar op training bent u erg fel en in de ring gaat het beest los. Hebt u een schakelaar die u aan en uit kunt zetten?
Persoon: “Een beest? Ik train gewoon graag hard.”

Tampere: “Veel te hard. Tien circuitjes zeg ik. Dat worden er altijd minimaal twee meer. Zeg ik dat ze een dag niks moet doen, behalve wat lopen, doet ze toch nog kracht. Je hebt het zelf gezien. Is dat erg? (blaast) Ze is toch altijd randje geblesseerd.”

Persoon: “Er is een verschil tussen techniek trainen, het echte sparren en dan de uiteindelijke kamp. De harde slag sla je in principe nooit op training, tenzij op een zak. In sparren probeer je de tegenstander te raken, maar liefst niet op volle kracht. En als die aangeslagen is, ga je nooit door. Maar in een kamp is het slaan om af te maken.”

“Die vechtmachine in mij komt pas boven bij de opwarming en de adrenaline komt van het moment dat je in die ring stapt. Die andere heeft het hetzelfde: het is zij of ik. Als ik win, blijf ik wel vriendelijk, maar als ik verlies, moet je mij in het eerste kwartier toch met rust laten. Dat had die Argentijnse Erica Farias ook toen ik haar had geklopt. Die hebben we achteraf niet meer gezien.”

U hebt een bachelor lichamelijke opvoeding maar werkt bij de spoorwegpolitie. Wat als je daar geweld moet gebruiken?
Persoon: “Dat komt haast nooit voor. Bovendien mag ik niet slaan, deontologisch is dat verboden. We hebben genoeg technieken om mensen te neutraliseren, maar de meeste relletjes die wij in Brugge moeten oplossen, zijn vechtpartijen tussen scholieren. De ene heeft de andere zijn lief afgepakt en dan willen ze op elkaar slaan. Niks bijzonders.”

“Lesgeven had ik ook wel willen doen, maar als je geen connecties hebt in het onderwijs kun je het vergeten. Op een dag belden ze toch voor een interim van zeven maanden in de buurt van Beernem. Dat was wel een eind rijden, maar ik ging er toch op af. Geen makkelijke school, hadden ze erbij gezegd. Ik vond het vooral een rare school met al dat hekwerk en die tralies. Bleek dat ik een interim had in de gesloten instelling voor meisjes, De Zande. (lacht) Dat kon ik wel aan en ik ben daar graag geweest.”

Hebt u als trainer vrouwenboksen moeten leren?
Tampere: “Het verschil tussen mannen en vrouwen is niet zo groot. Als Delfine spart tegen een mannelijke middenmoter van haar gewicht, kan ze ook winnen. Ik had al wat ervaring met Oshin Derieuw uit Roeselare, een meisje dat nu met een Franse licentie bokst. Ze is iets jonger, maar Delfine kwam na haar bij mij. In het begin was Oshin beter, maar naarmate Delfine verbeterde, werd dat sparren tussen die twee altijd maar heviger. Ik heb ze op het laatst vaak uit elkaar moeten halen.”

Persoon: “Dat lag niet aan mij hoor. Zij kon het gewoon niet verdragen dat ik beter zou worden. Waarom zie je bij de vrouwen minder knock-outs dan bij de mannen? Omdat wij handschoenen van 10 ounce (gewicht en dikte van de handschoen, HV) hebben, terwijl mannen van ons gewicht maar met 8 ounce moeten boksen. Die slagen komen harder aan. Mijn eerste profkamp heb ik nog met 8 ounce gebokst. Dat was in mijn voordeel, want ze gingen sneller knock-out.”

Wil u iets zeggen over die ene kamp die u hebt verloren?
Tampere: “Ik heb toen een fout gemaakt. Delfine was doodziek geworden de dag voor de kamp; koorts en braken. We zijn naar het ziekenhuis gegaan en ze was compleet uitgedroogd. Ik wilde de kamp afgelasten, maar ze had die nacht in het ziekenhuis baxters gekregen en zei dat ze zich topfit voelde. Ze wilde absoluut boksen. (schudt het hoofd) Dat zal mij nooit meer overkomen.”

Persoon: “Ik herinner mij nog de opwarming, die ik niet voluit kon doen want ik moest weer naar het toilet, weer diarree. Ik kreeg twee Dafalgans. Het was tegen Zelda Tekin uit Charleroi en ik vocht toen vooral tegen mezelf. Ze sloeg mij een gebroken neus – zie je, hij staat nog een beetje scheef – en de scheidsrechter legde de kamp stil: technisch knock-out.”

Tampere: “Die kamp telt eigenlijk niet, maar hij staat er wel. Delfine heeft het nadien in de ring alleen maar moeilijk gehad als haar karakter de bovenhand haalde op tactiek en techniek. Ze kan soms te agressief zijn. Het gebeurt dat ze zich zo laat meeslepen in het gevecht dat ze vergeet te boksen.”

Persoon: “Als ik een slag krijg, wil ik er zo snel mogelijk drie teruggeven en dan vlieg ik er op. Mijn eerste twee ronden zijn altijd de moeilijkste.”

‘Lesgeven had ik ook wel willen doen, maar als je geen connecties hebt in het onderwijs kun je het vergeten’

U was eerst topjudoka in wording.
Persoon: “Ik ben begonnen met judo in Moorslede. Toen de optie topsportschool zich aandiende, dachten mijn ouders dat ze van dat gedoe van af waren van mij overal naar toe te moeten brengen. In de week, ja: ik zat op internaat. De weekends werden nog drukker, met op zaterdag nationale training in Zele en elke zondag toernooi. Maar ik was niet gelukkig op internaat in Antwerpen, en na een jaar ben ik daar vertrokken.”

“Ik was niet slecht: ik werd vierde op de Europese Jeugd Olympische Spelen in Murcia. De halve finale was tegen een Spaanse. Ik kreeg een ippon (vol punt, einde wedstrijd, hv), maar ze wuifden die weg en gaven de ippon aan haar. De hele tribune joelde over zoveel onrecht. Ik was zo nijdig dat ik weigerde te groeten toen ik van de mat ging: ik stak in de plaats mijn twee middenvingers op, waardoor ze mij schorsten voor de kamp om brons.”

“Ik volg het judo nog en volgend jaar bij de Spelen zal ik zeker kijken. Ik heb het voor Charline Van Snick, minder voor Ilse Heylen. Die is oud en versleten en ze zouden haar moeten thuishouden en vervangen door jong talent. Judo was ook wel een goede sport voor mij, maar mijn rug hield het niet. Dat trekken en sleuren was er te veel aan. Boksers hebben ook rugspieren nodig, maar wat je ermee doet is beter te controleren en veel beter te trainen. Nog niet zo lang geleden ben ik nog nationaal politiekampioen geworden in judo en vorig jaar was ik zelfs geselecteerd voor het EK Politie. Dat hebben we toen maar niet geriskeerd.”

Tampere: “Alsjeblieft. Eén schouderblessure en je kunt het vergeten als bokser. Wat die rug betreft, ik denk wel dat die er voor iets tussen zit dat ze niet helemaal goed indraait als ze slaat. Dat zou nog beter kunnen.”

12 januari 2013: Delfine Persoon verdedigt met succes haar WIBF-wereldtitel tegen de Italiaanse Anita Torti. ©dm

Ging u ook diep in het judo?
Persoon: “Ze hebben mij ooit eens twee klassen hoger laten vechten. Ik woog 57,5 kilo en ik kwam tegen vrouwen uit in de -73. Ik kreeg een wurging en ik klopte niet af. Toen ik bijkwam, ging ik weer op de beginpositie staan en vloog ik op de tegenstander af. Die keek nogal. De kamp was natuurlijk gedaan, maar dat had ik dan weer gemist, want dat was tijdens die wurging gebeurd. (lacht)”

“Weet je dat ik ook nog heb getennist? Wij waren thuis gek op tennis. Terwijl mijn zus en ik studeerden voor de examens, werkten mijn ouders op het land. Als ze ver genoeg weg waren, zetten wij de tv aan op Roland Garros of Wimbledon. Ik was fan van Kim Clijsters, maar dat is na het Sportgala toch wat minder geworden (Kim Clijsters verklaarde toen dat ze ook op Nafi Thiam had gestemd, HV).”

“Mijn moeder had een neef die tennisleraar was geworden en er goed zijn brood mee verdiende. Wij zijn boeren van thuis, dus wat je doet, moet geld opbrengen. Dat gold ook voor sporten, als het even kon. ‘Met tennis kun je geld verdienen’, zei mijn moeder, en dus ging ik na het judo tennissen. Al bij al maakte ik snel progressie in het tennis, behalve toen ik in die eerste wedstrijden tegen van die oudere dames moest die elke bal hoog naar de achterlijn terugsloegen. Ik haatte dat en ik wilde die graag zo snel mogelijk doodslaan, maar dat mislukte geregeld.”

U staat erg scherp. Moet daar nu nog wat af?
Persoon: “Anderhalve kilo, schat ik nu. Dat is geen probleem. Bij de weging maak je ’s ochtends dat gewicht en daarna kom je snel weer drie kilo bij. Ik let wel heel erg op mijn eten en naarmate de kamp dichterbij komt, zijn de kasten steeds minder gevuld. Als er niks in huis is, kun je ook niks opeten. Je gaat dan vaak vroeger slapen, om de honger niet te voelen.”

“In het judo ben ik tot op het randje van de anorexia gegaan. We zaten in de club met twee meisjes in de -53 en aangezien ik meer kon afzien dan die andere, lieten ze mij zakken van categorie. Ik woog 48 kilo en ik was al 1m68. Mijn moeder heeft toen stop gezegd. Judo of niet, zei ze, nu ga je beginnen eten. Gelukkig.”

Sportvrouw van het jaar wordt u ook dit jaar wellicht niet.
Persoon: “Het interesseert mij niet meer. Vorig jaar was mijn jaar. Ik werd wereldkampioene in alle bonden en ik klopte Diana Prazak, de overall nummer één in de wereld. Wat moet een mens nog doen?”

Uitblinken in een sport met een andere finaliteit dan iemand pijn doen.
Persoon: “Dat valt bij vrouwen erg mee, hoor. In het judo zijn er veel meer blessures. In het wielrennen nog meer en met veel ergere gevolgen. Een slag op je hoofd krijgen is misschien niet goed, maar honderd keer een bal koppen in het voetbal is nog minder gezond. En begin niet over Million Dollar Baby, want dat is film. Net op het moment dat ze een slag krijgt waarbij ze neergaat, staat dat stoeltje nog in de ring en uitgerekend daar valt ze met haar nek op en raakt ze verlamd. Even waarschijnlijk is een tennisfilm waarbij je over je racket struikelt en met je hoofd op de netrand valt, waardoor je onthoofd wordt.”

Hoeveel risico bent u bereid te nemen?
Persoon: “Als ik voel dat ik op mijn retour ben, ga ik niet blijven boksen, alleen om wat geld te kunnen verdienen. Dat is het dilemma in onze sport: ik verdien nu haast niks en niemand vraagt mij in het buitenland omdat ik te goed ben. Pas als ik minder word, zullen ze mij uitnodigen.”

“In Amerika is er meer geld voor het boksen, dat klopt, maar niet voor Belgen. Er zijn er genoeg die met hangende pootjes terugkomen. We zullen er wel ooit naar toe moeten: volgend jaar heb ik een verplichte titelverdediging, en de eerste in de rij is een Amerikaanse.”

Mixed martial arts (MMA), het kooigevecht van vroeger, is nog hotter over de oceaan.
Tampere: “Oei, nu zeg je wat. Dat is haar droom.”

Persoon: (glimlacht) “Niet voor het een of het ander, maar ik denk dat ik Ronda Rousey (nummer één in de wereld van de MMA, filmpjes op YouTube maar niet voor gevoelige zielen, HV) aankan. Op de grond is ze goed en ze gooit haar tegenstander waarna ze er op slaat, of een klemwurging begint. Maar ze kan niet boksen.”

Tampere: “Ik denk dat je tegen haar je verstand moet kunnen gebruiken en recht blijven. Als je naar de grond gaat, moet je er zo snel mogelijk uitkomen. Delfine is snel. En in de MMA vechten ze met van die kleine handschoentjes, ook een voordeel. Delfine slaat haar zo knock-out.”

Persoon: “Ik zou wel opnieuw wat judo moeten trainen. Het is een optie, maar dan na het boksen, want de blessures in de MMA zijn te erg.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s