Column over Diversiteit in de sport in De Morgen van 28 mei 2016

DIVERSITEIT

In de kou, de regen of in de blakende zon, tegen de wind in, rammen ze zich jaar in jaar uit, dag in dag uit, een weg op het kanaal Zeebrugge-Brugge, op de Watersportbaan of op Hazewinkel en altijd in de volstrekte anonimiteit. Obreno, is dat geen zwemcoach? Ja, maar die heet Stefaan en Hannes is een roeier en het is niet bekend of ze familie zijn. En dan Tim Brys en Niels Van Zandweghe, wie zou die kennen? Sinds dinsdag zijn het drie household names, staan ze op alle sites en in de kranten, komen op de radio, worden vermeld in Het journaal, het VTMnieuws.

Volgende week zullen ze vast in een avondshow moeten komen uitleggen hoe het zo ver is kunnen komen dat ze zich volgens de criteria van de internationale roeibond FISA met twee boten hebben geplaatst voor de Olympische Spelen, en dat er van diezelfde FISA toch maar één boot mag gaan. Tenzij het dit weekend alsnog goed komt met die missie van de Koninklijke Belgische Roeibond richting Lausanne om ze allebei in Rio te krijgen. Maar ik heb er een hard hoofd in.

De wereldroeibond staat niet bekend als een soepele, moderne bond. De steun van de Nieuw-Zeelandse olympisch kampioen Mahe Drysdale, die voor de twee Belgische boten pleitte, is welkom. En dat de noorderburen via nlroei.nl een petitie hebben opgezet voor de Belgische boten, doet goed aan het hart.

Maar, de regels waren gekend. België kon bij het WK van 2015 geen enkele boot olympisch kwalificeren en kreeg dus één quotumplaats voor het hele land. Dat volstond, want van die tweede lichte dubbeltwee Brys-Van Zandweghe was nog geen sprake. Tot ze zo’n progressie maakten dat ze ineens ook voor die quotumplaats in aanmerking kwamen. En jawel hoor, het ondenkbare gebeurde: Obreno en de lichte dubbeltwee wonnen allebei hun kwalificatierace op de Rotsee in Luzern.

Als maar één boot mag gaan, zou dat skiffeur Hannes Obreno moeten zijn. Jawel, het is een beetje zijn schuld: hij had zich moeten plaatsen op het WK vorig jaar, maar viel daar door de mand. Ondertussen heeft hij zich herpakt en wordt hij mentaal begeleid. Met succes, want hij klopte inmiddels de wereldkampioen en viel een paar keer net naast het podium. Obreno behoort al twee jaar lang tot de besten van de wereld in de (eenmansboot) skiff, samen met de achtriem hét koningsnummer van het roeien.

Deze hele problematiek kadert binnen het universalisme van de Olympische Spelen. Tegenwoordig heet dat diversiteit en daar mogen we niet tegen zijn. Of misschien een beetje. Diversiteit, universaliteit, allemaal mooi, maar de Spelen zijn topsport en topsport is elitair: de besten tegen de besten.

In het zwemmen mag een land per nummer maar twee atleten afvaardigen, maar er staan door die diversiteit soms zwemmers en zwemsters uit andere landen op het startblok die halfweg de 100 meter even rust moeten nemen. Idem in het atletiek. In de eerste serie van de 100 meter sprint lopen meisjes met nikabs, wapperende hoofddoeken en lange broeken die tussen de vijftien en twintig seconden nodig hebben om over de streep te komen.

De meeste van die uitnodigingen in het kader van het universalisme – de zogeheten tripartite invitations – gaan naar zwemmen en lopen, en gelukkig niet naar gevaarlijke sporten als boksen of BMX. In technische sporten zoals roeien worden maar enkele van die uitnodigingen uitgedeeld – voor Rio twee in de skiff om precies te zijn. Die deelnamebewijzen gaan naar roeiers, of wat daarvoor moet doorgaan, zoals Luigi Teilemb uit Vanuatu (een eiland in de Stille Oceaan) en naar Al Hoessein Gambour uit Libië.

Belachelijk? Op het eerste gezicht wel, maar Teilemb schijnt een belofte te zijn die in Nieuw-Zeeland roeit, al is alvast Mahe Drysdale niet zo van zijn talent overtuigd. De Libiër Al Hoessein werd in oktober vorig jaar jammerlijk vierde op het olympisch kwalificatietoernooi voor de Afrikaanse zone in Tunesië. Het is te hopen dat hij is blijven trainen.

De bekommernis van het Internationaal Olympisch Comité en de wereldroeibond om elke sport zo universeel mogelijk te maken via de Olympische Spelen is achterhaald en leidt tot compleet absurde situaties. Zo zou het vrijgekomen startbewijs van België worden ingenomen door nóg een Deense boot en die hebben er al vijf in Rio.