“Niemand werkt graag laat door op vrijdag, maar mij kan dat niet schelen. Ik werk ook in de kerstperiode. Zo kan ik iets terugdoen. Maar evengoed spring ik bij als we voor de illegalen naar Zeebrugge moeten, of naar een voetbalwedstrijd.
“Nu zit ik alweer aan de antivirale middelen. Ik moet oppassen. De voorbije maanden waren zwaar. Ik werk en boks niet alleen, ik organiseer ook. Op 11 november hadden we een kamp in Oostende, georganiseerd door Filiep en mij en enkele andere mensen. Nadat we er enkele keren bekaaid van af zijn gekomen met mensen die hun beloftes niet nakwamen, doen we nu alles zelf.
“De drie maanden voor de kamp kwam ik thuis van de training, om halftien of zo, en zat ik tot na middernacht op de laptop mails te sturen, dingen te coördineren, budgetten te maken. Alle betalingen doe ik zelf, ticketing idem, tot op de dag van de kamp. Wij zetten zelf de stoelen in de zaal. Tot enkele uren voor ik de ring in moet, ben ik nog van alles aan het regelen. Daarna zonder ik mij af om me voor te bereiden. Niet ideaal, ik weet het, maar het blijft boksen, een sport van weinig geld. Enfin, aan deze kamp hebben we wel wat verdiend, dat is ook al wat.”
Klopt het dat u 200.000 dollar hebt gekregen voor de kamp tegen Taylor?
“Ja, maar dat heeft wel wat voeten in de aarde gehad. We hadden al een contract getekend, maar in New York kregen we dan weer een ander onder de neus geschoven. Met papierwerk ben ik wel vertrouwd, dus ik las dat na en zag dat er een bedrag ingehouden werd, zodat er maar ruim 170.000 overbleef. Dat hebben we niet willen tekenen en dat gedoe kwam nog eens terug bij de weging, samen met die extra astmatests. Een dag voor de wedstrijd! De weging was om vier uur en om negen uur zaten wij daar nog, zonder te hebben gegeten. Uiteindelijk zijn we vertrokken.
“In ons hotel waren ze daar wéér met dat papier, dat ik weigerde te tekenen. Toen hebben ze gedreigd dat de kamp niet zou doorgaan, maar ook daar zijn we niet voor gezwicht. Het bedrag dat ze afhielden was zogezegd voor de gordels van de verschillende bonden. Filiep riep toen: ‘You can keep your belts, put them in your ass, we just want to defeat Katie Taylor.’ We hebben niet getekend. Na de kamp: hetzelfde verhaal. Uiteindelijk is de New York Boxing Association toch gezwicht.”
U bent de hardste tante die ik ken. Vechten met een gebroken neus vanaf de tweede ronde, zoals in november tegen Helen Joseph, hoe doet u dat?
“Op adrenaline. Ik was niet te best in die kamp, een beetje trager dan anders, maar 80 procent schat ik. Dan overkomt je zoiets. Een gebroken neus voel je en als je er nadien een slag op krijgt, doet dat extra veel pijn. Achteraf bleek dat het een rechte breuk was. Het is de tweede keer dat ik hem breek. Na die eerste keer stond hij al een beetje scheef en dat is niet veranderd. Of toch: na de vorige keer kon ik alleen door mijn rechterneusgat ademen, nu alleen nog uit mijn linker.” (lacht)
U zit hier best wel vrolijk aan het eind van een jaar waarin u uw grootste sportieve tegenslag hebt gekend.
“Goh ja, waarom niet? Met je hoofd in de grond zitten, dat heb ik genoeg gezien bij mijn ouders, daar schiet je niets mee op. Ik heb best nog wel wat plannen en ideeën en dan helpen donkere gedachten niet. Al het geld dat wij verdienen zetten we opzij omdat we een stuk grond willen kopen en een bokszaal bouwen. Dat is onze grote droom, alleen trappelen we nu al vijf jaar ter plaatse. Ik ken inmiddels alles over bouwgrond, verkavelingsvoorschriften, bestemmingen, RUP, enzovoort, maar voor je grond vindt waar je zoiets op mag bouwen, pfff…
“Kortrijk heeft ons een aanbod gedaan om in hun vechtsportencentrum iets op te starten. Ik zou het liever in mijn eentje doen, maar misschien moeten we daar ook eens gaan luisteren.
“Dat eigen project zal iets zijn van rond de 600.000 euro. Dat halen we uit eigen middelen en subsidies van de provincie, plus een lening. Alles hebben we: het financieringsplan, de bouwplannen, een locatie in Gits hadden we op het oog, alleen de toestemming ontbreekt.”
U zou ook gewoon aan een rustige nacarrière kunnen denken.
“Rustig? Ik? Neen hoor, ik wil bezig blijven, ik blijf een kind van boeren. Vandaar dat ik ook fulltime blijf werken. Ik woon nu momenteel bij Filiep en ik verhuur mijn eigen huis, dat is profijtiger. Dat huis moet ik nog afbetalen, vandaar dat ik moet blijven werken. Soms zegt men mij: goh, wat heb jij het zwaar, fulltime werken en dan nog eens boksen op het hoogste niveau. Tja, het is veel, maar mijn pa werkte van zes ’s ochtends tot elf ’s avonds. Dat is veel zwaarder dan wat ik doe, werken en sporten, wat eigenlijk een hobby is.
“Het beheer van die zaal hier, dat doen wij ook. Ik sta in voor de lidgelden, tenminste, bij wie het kan betalen. Je hebt ze hier al zien toekomen, de gasten die hier trainen, dat is niet met de auto maar met de fiets of met de trein. Soms kunnen ze niet betalen en dan mogen ze toch blijven trainen, op voorwaarde dat ze meehelpen de zaal opruimen, stoelen zetten op een meeting of les geven aan kinderen. Daarnaast vraag ik respect binnen en buiten de ring.”
U wilt zich in maart plaatsen voor de Olympische Spelen. Wéér een nieuwe uitdaging.
“Ja, in maart in Londen zal het moeten gebeuren. Ik kijk er wel naar uit. We hebben met het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) gepraat en met Sport Vlaanderen, en dat zit goed. Filiep mag mij coachen, maar de nationale trainer zal ook in de buurt zijn. Daar doe ik niet moeilijk over, maar ik wil wel Filiep in mijn hoek.
“De handschoenen zijn iets dikker en zachter en een olympische wedstrijd duurt maar drie ronden. Gelukkig wel drie minuten in plaats van twee vroeger, dat is dan weer in mijn voordeel. Filiep is nu al de tegenstanders aan het scouten.
“Bij de boksfederatie dachten ze aan toernooien als voorbereiding, maar ons plan is om ons pas te tonen op dat olympisch kwalificatietoernooi. Ze kennen mij allemaal en er zullen er wel een paar bang zijn. Ik ben het gewend om hard te slaan. Van dat