
Lange slooptocht
De Tour is begonnen, hèhè. Sportieve verfrissing voor die voetbalhype. Bovendien zonder Wout van Aert. Ongetwijfeld jammer voor hemzelf, minder jammer voor al wie de Tour volgt en soms een punthoofd krijgt van de Van Aert-hysterie. Overigens zal deze reset-zomer Van Aert goed doen. Die gaat knallen in de herfst en met veel goesting de winter ingaan.
Rest ons nog de Remcooooh-adoratie om te verteren, voor zolang die duurt. Indien lang, zoveel te beter, dat is hem en zijn aanbidders gegund. Duurt het minder lang, de iets kansrijkere optie, dan kunnen we ons concentreren op de sportieve afrekening onder de tenoren.
Zonde voor de Tour dat die samenvalt met de World Cup. Deze Tour, met dat brede veld van al of niet zelfverklaarde en vermeende kanshebbers, had een sportzomer in een oneven jaar verdiend. Om het andere jaar is er wel een groot voetbaltoernooi dat tot half juli reikt, weze het een EK of een WK. Komt daarbij: deze World Cup duurt langer dan ooit. In Rusland in de zomer van 2018 waren we op 15 juliklaar, nu wordt het 19 juli.
De organiserende krant L’Équipe gisteren: de eerste zeventien pagina’s van de printkrant waren aan de World Cup gewijd. Uiteraard had dat te maken met de nipte en fel bevochten overwinning tegen die Paraguayaanse hooligans op noppen en had Frankrijk die zaterdag niet gespeeld, dan zag die krant er misschien helemaal anders uit. Pas op pagina twintig (17+2 publiciteit) begonnen de artikels over de Tour en dat waren er nog maar acht.
Als je dat hele Tour-parcours een beetje van nabij bekijkt, dan merk je dat ASO en L’Equipe rekening hebben gehouden met een World Cup XXL die alles ondersneeuwt. Het lijkt er sterk op dat ze het zwaartepunt van de Tour 2026 helemaal naar achteren hebben geschoven.
De finale van de World Cup wordt op zondag 19 juli gespeeld en op die dag staat pas de eerste etappe gepland met aankomst boven op een col van de buitencategorie. Nog niet eens een kanjer waar wielergeschiedenis is geschreven, maar het niet zo familiaire Plateau de Solaison. Dat is een skioord, maar dan voor langlauf en biatlon, eerder alleen beklommen in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes.
Op het eerste gezicht lijkt deze Tour al heel snel de Pyreneeën in te duiken, maar hoewel geen natuurwandeling is de passage door die bergketen wellicht een maat voor niks. Alleen rit zes met beklimmingen van de Aspin en Tourmalet zou voor vuurwerk kunnen zorgen, maar zelfs Tadej Pogacar zal niet zo gek zijn (hoewel?) om al op 50 kilometer van de aankomst te vertrekken. De aankomst naar Gavarnie is een loper, waar uw dienaar ooit hoofdpijn aan overhield. Vooral door de vele auto’s en moto’s (een pest en helemaal in de bergen) en niet eens omwille van de steilte. (INMIDDELS ACHTERHAALD 😉
Zelfs de rit op quatorze juillet lijkt een maat voor niks te worden. Een aankomst op de molshoop Le Lioran, dat had voor een nationale feestdag wel wat prestigieuzer gekund. De dag voor de World Cup-finale en Plateau de Solaison doen ze de Vogezen aan, maar ook de Col du Haag zal niet voor grote verschillen zorgen.
Het zou dus kunnen dat een goede Remco Evenepoel tot het begin van die derde week nog bij de grote mensen staat, en dan heeft hij een mooie kluif – op de Belgische nationale feestdag – aan de tijdrit. Vanaf donderdag 23 juli tot en met zaterdag 25 juli barst het geweld pas echt los.
Eerst een klim naar Orcières-Merlette, waar Eddy Merckx eerst de Tour verloor in 1971, maar die een etappe later terugpakte op de gevallen Luis Ocaña. Daarna twee dagen na elkaar de klim naar Alpe d’Huez, op vrijdag via de klassieke lacets. Zaterdag rijden ze een Marmotte, maar beklimmen ze de alp via de vreselijke maar mooie Col de Sarenne.
Dit is een Tour de France die alles heeft om in de laatste week te beklijven. Alle gewin voordien lijkt kattengespin te worden. Tegelijk is deze Tour één lange slooptocht, maar dat zullen de verschillende strategen bij de ploegen met kanshebbers ook wel hebben uitgevogeld.
In het ideale scenario staan alle tenoren bij het ingaan van de laatste week nog op een zakdoek en krijgen we een finale om duimen en vingers bij af te likken. De kans op een atypische Tour was alvast nooit groter.
De vraag is niet of Pogacar goed is, maar wel hoe goed hij is en of hij goed genoeg is om een ontspannen Jonas Vingegaard al snel op achterstand te zetten. Dat was zijn tactiek van de laatste jaren, ook wel de Armstrong-doctrine genoemd: keihard toeslaan bij de eerste mogelijkheid. Lukt dat niet en gaan we een spannende derde week in, dan moeten we ons de derde week van 2025 herinneren waarin hij niet meer top was.


