Column Lange slooptocht in De Morgen van maandag 6 juli 2026

Lange slooptocht

De Tour is begonnen, hèhè. Sportieve verfrissing voor die voetbalhype. Bovendien zonder Wout van Aert. Ongetwijfeld jammer voor hemzelf, minder jammer voor al wie de Tour volgt en soms een punthoofd krijgt van de Van Aert-hysterie. Overigens zal deze reset-zomer Van Aert goed doen. Die gaat knallen in de herfst en met veel goesting de winter ingaan.

Rest ons nog de Remcooooh-adoratie om te verteren, voor zolang die duurt. Indien lang, zoveel te beter, dat is hem en zijn aanbidders gegund. Duurt het minder lang, de iets kansrijkere optie, dan kunnen we ons concentreren op de sportieve afrekening onder de tenoren.

Zonde voor de Tour dat die samenvalt met de World Cup. Deze Tour, met dat brede veld van al of niet zelfverklaarde en vermeende kanshebbers, had een sportzomer in een oneven jaar verdiend. Om het andere jaar is er wel een groot voetbaltoernooi dat tot half juli reikt, weze het een EK of een WK. Komt daarbij: deze World Cup duurt langer dan ooit. In Rusland in de zomer van 2018 waren we op 15 juliklaar, nu wordt het 19 juli.

De organiserende krant L’Équipe gisteren: de eerste zeventien pagina’s van de printkrant waren aan de World Cup gewijd. Uiteraard had dat te maken met de nipte en fel bevochten overwinning tegen die Paraguayaanse hooligans op noppen en had Frankrijk die zaterdag niet gespeeld, dan zag die krant er misschien helemaal anders uit. Pas op pagina twintig (17+2 publiciteit) begonnen de artikels over de Tour en dat waren er nog maar acht.

Als je dat hele Tour-parcours een beetje van nabij bekijkt, dan merk je dat ASO en L’Equipe rekening hebben gehouden met een World Cup XXL die alles ondersneeuwt. Het lijkt er sterk op dat ze het zwaartepunt van de Tour 2026 helemaal naar achteren hebben geschoven.

De finale van de World Cup wordt op zondag 19 juli gespeeld en op die dag staat pas de eerste etappe gepland met aankomst boven op een col van de buitencategorie. Nog niet eens een kanjer waar wielergeschiedenis is geschreven, maar het niet zo familiaire Plateau de Solaison. Dat is een skioord, maar dan voor langlauf en biatlon, eerder alleen beklommen in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes.

Op het eerste gezicht lijkt deze Tour al heel snel de Pyreneeën in te duiken, maar hoewel geen natuurwandeling is de passage door die bergketen wellicht een maat voor niks. Alleen rit zes met beklimmingen van de Aspin en Tourmalet zou voor vuurwerk kunnen zorgen, maar zelfs Tadej Pogacar zal niet zo gek zijn (hoewel?) om al op 50 kilometer van de aankomst te vertrekken. De aankomst naar Gavarnie is een loper, waar uw dienaar ooit hoofdpijn aan overhield. Vooral door de vele auto’s en moto’s (een pest en helemaal in de bergen) en niet eens omwille van de steilte. (INMIDDELS ACHTERHAALD 😉

Zelfs de rit op quatorze juillet lijkt een maat voor niks te worden. Een aankomst op de molshoop Le Lioran, dat had voor een nationale feestdag wel wat prestigieuzer gekund. De dag voor de World Cup-finale en Plateau de Solaison doen ze de Vogezen aan, maar ook de Col du Haag zal niet voor grote verschillen zorgen.

Het zou dus kunnen dat een goede Remco Evenepoel tot het begin van die derde week nog bij de grote mensen staat, en dan heeft hij een mooie kluif – op de Belgische nationale feestdag – aan de tijdrit. Vanaf donderdag 23 juli tot en met zaterdag 25 juli barst het geweld pas echt los.

Eerst een klim naar Orcières-Merlette, waar Eddy Merckx eerst de Tour verloor in 1971, maar die een etappe later terugpakte op de gevallen Luis Ocaña. Daarna twee dagen na elkaar de klim naar Alpe d’Huez, op vrijdag via de klassieke lacets. Zaterdag rijden ze een Marmotte, maar beklimmen ze de alp via de vreselijke maar mooie Col de Sarenne.

Dit is een Tour de France die alles heeft om in de laatste week te beklijven. Alle gewin voordien lijkt kattengespin te worden. Tegelijk is deze Tour één lange slooptocht, maar dat zullen de verschillende strategen bij de ploegen met kanshebbers ook wel hebben uitgevogeld.

In het ideale scenario staan alle tenoren bij het ingaan van de laatste week nog op een zakdoek en krijgen we een finale om duimen en vingers bij af te likken. De kans op een atypische Tour was alvast nooit groter.

De vraag is niet of Pogacar goed is, maar wel hoe goed hij is en of hij goed genoeg is om een ontspannen Jonas Vingegaard al snel op achterstand te zetten. Dat was zijn tactiek van de laatste jaren, ook wel de Armstrong-doctrine genoemd: keihard toeslaan bij de eerste mogelijkheid. Lukt dat niet en gaan we een spannende derde week in, dan moeten we ons de derde week van 2025 herinneren waarin hij niet meer top was.

Column Sergeant Garcia in De Morgen van zaterdag 4 juli 2026

Sergeant Garcia

Zijn naam is voor mensen van mijn generatie onlosmakelijk verbonden met de graad van sergeant. En met de reputatie van kluns. Sergeant Garcia kreeg geregeld een Z op zijn buik gekrast. Niet de foute Z van de Russen, maar de goeie Z van Zorro.

Onze sergeant Garcia, bij gebrek aan beter de commander in chief van het Belgische voetballeger, was deze week ook een kluns. Een aanvallende ploeg opstellen en niet durven aanvallen. Niet of nauwelijks coachen. Compleet onlogische wissels doorvoeren. De wedstrijd 85 minuten ondergaan en verdiend op achterstand staan. Maar toch Zorro vangen en winnen, ook omdat Zorro te vroeg victorie kraaide.

Hein Vanhaezebrouck begon zijn analyse tegen Het Nieuwsblad met “dit is waarom voetbal zo populair is”. Vreemd hoe de onrechtvaardigste sport ook de populairste sport is geworden. Die ingebakken oneerlijkheid en onrechtvaardigheid is precies waarom voetbal door veel andere sporters niet serieus wordt genomen.

Ik heb niks met (en niks tegen) de Rode Duivels, maar mijn neutrale sporthart bloedde dinsdagnacht. Alle sympathie voor Senegal, nog steeds en niet alleen voor dat ongelukkige wedstrijdverloop.

Waar je nu niemand nog over hoort is dat tweede doelpunt, de kopbal van Youri Tielemans. Je wilt de landen niet tellen die zo’n goal afgekeurd zien voor een aanvallende (duw)fout. Verder wil je ook de landen niet tellen die geen strafschop krijgen voor die al of niet vermeende fout op Tielemans in minuut 125. België gooide daar twee keer een dubbele zes met de dobbelsteen.

Van een complot van het scheidsrechterlijke compartiment op het veld en in de controlekamer is geen sprake. Eerder heeft het te maken met het scheidsrechterlijke consigne ‘momentum niet verstoren’ en ook wel een beetje met de reputatie van het land in kwestie.

Na zo’n wedstrijd heb je ook te doen met de analisten in de studio en daarbuiten. Wat moeten die nu nog? Ze analyseren de wedstrijd vooraf, wijzen op de gevaren van de tegenstander, zijn blij als alles uitkomt en hun gelijk wordt bewezen. Nog meer als sergeant Garcia helemaal de mist ingaat met zijn wissels en twee sleutelspelers beginnen te ruziën.

De commentator zei dat dit de grafsteen was op de World Cup van België. De analisten maakten zich op voor een vernietigende analyse, een Koeman-behandeling, gekopieerd na de exit van Nederland tegen Marokko. Maar dan werd de kluns Garcia plots het genie Garcia. Er viel zowaar een doelpunt, in elkaar gefrommeld door twee invallers. En dan nog een doelpunt, opgezet en gescoord door die twee steenkappers van die grafsteen, die daarna elkaar in de armen vielen.

Niks van wat na minuut 85 gebeurde, kwam ook maar in de buurt van het normale of kon door sportieve logica worden verklaard. Daarom ziet elke sportliefhebber met roots in een andere sport in dat voetbal meer circus dan sport.

En sergeant Garcia, die blijft nog een beetje zitten. Minimaal nog één wedstrijd. We hadden ooit een bondscoach met een konijnenpoot, dat was Guy Thys. Deze bondscoach heeft minstens vier konijnenpoten. Eerst de zwakste groep ternauwernood doorspartelen en toch groepswinnaar worden, daarna een wedstrijd winnen die nooit mag worden gewonnen en ook nooit meer zal worden gewonnen.

Maandagnacht nog eens een land treffen dat zijn beste speler moet missen door een ongelukkige rode kaart, weer een dubbele zes gegooid. En je zult zien dat Spanje of Portugal na hun slagveld tegen volgende vrijdag een halve kern moeten missen door kaarten en/of acute diarree.

Valt er dan niks positiefs te halen uit die ‘overwinning’ op Senegal? Toch wel. Bijvoorbeeld dat is bewezen dat je in deze fase van het toernooi moet selecteren op onverzettelijkheid en overgave, eerder dan op vroeger bewezen voetbalkwaliteiten. Men-ta-li-teit, concentratie, het vermogen om iets over de streep te trekken, daar komt het nu op aan.

Daarin had onze sergeant wel gelijk en daarvoor werd hij onterecht aangepakt. Hij had iets gezegd over teams die hun tactische structuur verliezen naar het eind toe. Dat was een beetje een rare manier om te zeggen dat het ene team al makkelijker de concentratie verliest dan het andere.

Het werd als een diskwalificatie van de Afrikaanse ploegen gezien. Alsof het niet zou kloppen dat sommige landen het weleens wat makkelijker en sneller laten schieten. Was niet Senegal maar Argentinië afgelopen dinsdag de tegenstander, of de VS, of Marokko (een Afrikaans land), dan bleef het gewoon 0-2. In de sport zijn er nu eenmaal landen met een superieure en een mindere prestatiecultuur. Ras heeft daar niks mee te maken, de regio soms, maar niet altijd.

Column Gouden gêne-ratie in De Morgen van maandag 29 juni 2026

Gouden gêne-ratie

Er zijn te veel redenen om op te noemen waarom ik erg blij ben dat ik niet als verslaggever op deze World Cup ben.

Even tussendoor: in tegenstelling tot op die talloze Olympische Spelen en andere sportkampioenschappen was een voetbaltoernooi, weze het een WK of EK, sowieso voor mij een martelgang. Daar had de biotoop van voetbaljournalisten alles mee te maken. Nooit een stel grotere beunhazen en vakidioten meegemaakt, mij nooit meer geërgerd dan op de World Cup in 2018. Een stel voetbalkonijnen starend naar een lichtbak, dat waren we.

Naast die vele redenen is er afgelopen weekend nog eentje bij gekomen. Ik weet niet of ik mij had kunnen inhouden na de uithaal van bondscoach Rudi Garcia. Die veegde ‘de media’ de mantel uit omdat ze het hadden aangedurfd te twijfelen aan de paraatheid van de oude garde.

Ik durf te wedden dat niemand hem na zijn berisping – dat was het, geen tirade maar een berisping – heeft tegengesproken. De Franstaligen niet omdat ze allang blij zijn dat hij Frans spreekt, de Vlamingen allicht ook niet omdat het Frans van de meesten niet goed genoeg is. Die ene Vlaming die wel goed Frans kan en hem zeker van antwoord had gediend, die volgt de Belgen niet.

We zouden trots moeten zijn op deze jongens die ons zoveel hebben gebracht. We zouden hen moeten aanmoedigen. Dat soort onnozeliteiten verkondigde Garcia. Ik zou hem hebben gezegd dat aanmoedigen en trots zijn niet de taak van een journalist is. Wel het correct berichten over wat ze zien en wat ze denken dat de reden is waarom ze tegen Egypte en Iran geen poot vooruitraakten. En daar hoort bij, wel ja, opperen dat De Bruyne en Lukaku misschien has-beens zijn.

Hopelijk zou hij hebben geantwoord dat hij weet wat journalistiek inhoudt omdat hij getrouwd is met een journaliste, waarop ik dan zou hebben geantwoord dat verhaaltjes en filmpjes maken voor een voetbalclub niet mag worden verward met journalistiek. En het spel had op de wagen gezeten.

Of hij was dan weggelopen en de collega’s waren boos geworden op mij, of er was een discussie ontstaan waarvoor mijn Frans, dat de laatste jaren wat minder is geworden, tekort zou schieten. Kortom, blij dat ik er niet ben.

De oude garde, dan hebben we het over Meunier, Lukaku en De Bruyne, en vreemd genoeg werden ook Trossard (31) en Tielemans (29) in één adem genoemd. Niet Courtois natuurlijk, zoals hij keept is hij op zijn tachtigste nog international, mocht hij dat willen. Lukaku en De Bruyne zijn de sequels van de zogeheten gouden generatie.

Het heeft hier al eens gestaan: behalve dat Belgische media het ook hebben over olympische diploma’s (laatst weer bij het afscheid van Loena Hendrickx) zijn wij ook het enige land dat spreekt over een gouden generatie als over een team dat overal alles heeft gewonnen.

Van het begrip gouden generatie – nooit, niets gewonnen – kloppen welgeteld vier letters: gêne, het gevoel dat de spelers en elke Belgische fan hadden moeten overhouden na die eerste twee wedstrijden. Maar evengoed aan die derde plaats in 2018 want die wedstrijden tegen Japan en Brazilië, die win je echt nooit meer.

Zo’n blijde intrede in Brussel, en dat omwille van een gelukkig behaalde medaille, was dat er niet wat over en niet een beetje het bewijs van onze topsportwoestijn waarin de lat altijd te laag hangt? Dat vroeg ik ooit aan Roberto Martínez, die daar niet blij mee was en rustig zijn punt maakte. Dat zo’n resultaat uniek was voor de Belgische sport.

Onzin. Er is wel degelijk een gouden generatie van de Belgische sport. De enige echte heeft zijn gedeeltelijke generatiewissel achter de rug en presteert weer op niveau. De Red Lions, de nationale hockeyploeg, hebben zich dit weekend als eerste land weten te plaatsen voor de Olympische Spelen van Los Angeles door de Pro League te winnen.

Dat is een achtlandentoernooi onder de allerbeste hockeylanden van de planeet. Die Pro League hebben ze voor de tweede keer gewonnen. Daarnaast zijn ze wereldkampioen geworden in 2018, Europees kampioen in 2019 en maakten ze de treble compleet met een olympische titel in 2021. Eerder al werd olympisch zilver en nadien nog WK-zilver gewonnen.

De Red Lions zaten op mijn vliegtuig richting hun olympische triomf in Tokio. Niks businessclass, niks premium economy, gewoon economy. Van rode brillen, slaapzetels, eigen koks en meer staf dan spelers was ook geen sprake. Evenmin van een pissige en bitsige bondscoach Shane McLeod, ook niet toen het zijn team tegenzat op de vorige Spelen en er vragen werden gesteld. “You’re right mate. We deden het niet te best, ik denk dat we beter moeten kunnen.”

Column Kila la heri Congo in De Morgen van zaterdag 27 juni 2026

Kila la heri Congo*

Vrijdagochtend, één dag voor de wedstrijd van de Rode Duivels. Op het scherm van de iPad de stand van de acht beste derdes (van twaalf) die doorgaan naar de zestiende finales. België uit groep G staat op tien, Democratische Republiek Congo uit groep K op elf. Zij hebben allebei nog een wedstrijd te goed.

Als u dit leest, weet u hoe het België tegen Nieuw-Zeeland is vergaan. In geval van winst en flink veel doelpunten, en als Egypte niet wint van Iran, zijn de Rode Duivels door als groepswinnaar. Waarschijnlijker is winst en een tweede plaats, en dan wordt het Australië. Bij gelijkspel kan de tweede plek nog, maar ook de vermaledijde derde en dan wordt het rekenen.

Bij verlies is het zo snel mogelijk naar huis met de losersvlucht. Collega’s omschreven een scenario waarbij zou worden verloren van Nieuw-Zeeland als de eventueel grootste blamage uit de Belgische voetbalgeschiedenis. Dat is geen overschatting, meer zelfs, laat dat ‘eventueel’ maar weg. Die blamage is er nu al, ongeacht het resultaat van deze ochtend.

Zelf niet tot scoren komen tegen Iran en Egypte, twee keer verdiend kunnen verliezen en tot de laatste wedstrijd in de allerzwakste groep van het WK XXL moeten afwachten of je verder mag: dat is al een blamage op zich.

Nogmaals, er is geen enkel excuus voor de Rode Duivels om niet door te gaan: zwakke groep, wellicht Australië in de volgende ronde, daarna allicht Argentinië en over en uit, maar in voetbal kan alles.

Terug naar die stand voor de beste derdes. Er het hoofd over breken, dat laten we achterwege bij deze temperaturen. Of het dus überhaupt kan, dat moeten anderen maar uitvogelen. Maar is er een scenario mogelijk waarbij België vandaag als derde eindigt en in de nacht van zaterdag op zondag alsnog door Congo uit de beste (minst slechte) acht wordt geknikkerd?

Geef toe, een ramp voor fans, maar journalistiek, politiek, maatschappelijk en niet te vergeten columnistisch een erg aantrekkelijke optie. Een sportief voorschot op herstelbetaling als het ware, een toetje boven op de aanstaande teruggave van een stel geroofde schedels.

Tien van de 48 ploegen op deze World Cup kwamen uit Afrika. Daarvan zullen er als alles meezit negen en in het slechtste geval nog zes overblijven voor de zestiende finales. De verliezers van de groepsfase zijn vooral Midden-Amerika en Azië. Afrika bewijst daarmee dat het een voetbalregio is, wat niet direct kan worden gezegd van Azië. Het verschil is dat die veel voor elkaar krijgen bij de FIFA, zoals voor dit WK een verdubbeling van het aantal deelnemers, en dat enkel en alleen omwille van de financiële navelstreng met het Midden-Oosten.

Los van het resultaat van de Rode Duivels, dé wedstrijd om naar uit te kijken en om voor wakker te blijven wordt volgende nacht gespeeld, die van zaterdag op zondag. Om halftwee voor de liefhebbers neemt Congo het op tegen Oezbekistan om bij de acht beste derdes te eindigen. Alleen winst is goed genoeg, en die zou hun een ongeziene en verdiende plaats in de zestiende finales opleveren.

Congo is een typische diasporaploeg. Geen enkele international speelt in Congo zelf, en maar één speelt in Afrika, bij Pyramids FC, een Egyptische ploeg. Geen verkeerde competitie, dat hebben de Belgen aan den lijve ondervonden.

Hun clubs zitten in dertien verschillende landen, waarvan vijf in Engeland en vijf in Frankrijk, en slechts twee (Matthieu Epolo bij Standard en Joris Kayembe bij Genk) in België. Théo Bongonda, die we ook nog kennen van Genk, speelt het verst, bij Spartak Moskou nog wel.

Opmerkelijk: zes Congolezen zijn effectief ook in Congo geboren. Axel Tuanzebe van Burnley kwam al op zijn zevende terecht bij Manchester United en zit nu bij Burnley. Twee werden geïmporteerd door Anderlecht, dat zijn Chancel Mbemba (nu bij Lille) en Edo Kayembe, beiden in de basiself. Die laatste was niet goed genoeg voor Anderlecht, werd voor een schijntje verkocht aan Eupen en ging daarna naar Watford.

De discussie of spelers met een dubbele nationaliteit voor het land van hun roots dan wel voor het opleidingsland zouden moeten kiezen, in casu België, doet hier niet ter zake. Van alle Congolese internationals zou alleen Noah Sadiki, nog een die Anderlecht liet gaan, in aanmerking zijn gekomen voor een selectie bij de Rode Duivels. Die investeert in Congo en niet alleen in het voetbal.

Congo heeft vooral indruk gemaakt in de eerste wedstrijd door Portugal op 1-1 vast te spijkeren. Het 0-1-verlies tegen Colombia kwam er ondanks de wonderbaarlijke doelman Lionel Mpasi-Nzau. Nu moet het gaan gebeuren tegen Oezbekistan. Geluk gewenst Congo*.