Column Top Dogs in De Morgen van maandag 31 augustus 2026

Top Dogs

Was dat jinxen, dat Vraagje aan AI deze week? “Welke atleet (m/v) heeft de grootste dominantie aan de dag gelegd in de sport?”

Er kwamen een aantal namen voorbij: Eddy Merckx, Usain Bolt, Michael Phelps, Simone Biles, Novak Djokovic, Serena Williams, Tiger Woods, Michael Jordan, Aleksandr Karelin, Esther Vergeer, Wayne Gretzky, Don Bradman, Mikaela Shiffrin en Eliud Kipchoge.

Ik kende ze allemaal (een opluchting) maar wat met u?

Aleksandr Karelin? Dat was een worstelaar en nu is hij senator in de Russische Federatieraad, op vraag van Vladimir Poetin van wie hij een grote fan is. Mag die…? Ja: dertien jaar internationaal ongeslagen, nooit verloren op een WK, drie opeenvolgende olympische titels, negen wereldtitels en zes jaar lang geen punt tegengekregen.

Don Bradman? Wellicht nooit van gehoord. Ik ook niet, tot ik drie jaar op rij een maand in Australië verbleef en daar is Bradman een soort heilige. Was, want hij overleed in 2001 op 92-jarige leeftijd. Bradman was een cricketer met een gemiddelde van 99,94 in test cricket. De nummer twee aller tijden zit rond 61.

Een betere vraag was geweest: wie was na 1980 het meest dominant in een professionele sport? Bradman speelde tot 1948. Margaret Court speelde dan weer tennis tot 1977. Schrappen dus. Esther Vergeer ken ik ook. Ook tennis, maar in een rolstoel. Jammer voor de fans van inclusie, maar in de sport kijken we toch vooral naar de buitenbeentjes, helemaal aan de rechterkant van de klokcurve. Djokovic zit daar ook, maar verloor toch geregeld van ofwel Nadal, ofwel Federer.

Ik miste nog een naam, een squashspeler die ooit president van Pakistan was, maar kon niet op zijn naam komen. Bij een extra vraagje over een dominantie-index dook die ineens wel op. Jahangir Khan natuurlijk, 555 opeenvolgende wedstrijden gewonnen. Overigens is Jahangir nooit president van zijn land geweest, wel de cricketer Imran, ook een Khan. Fout draadje in de memorie.

Teamsporters zijn lastige klanten om te rangschikken, maar er kan natuurlijk geen discussie bestaan over de meest tot de verbeelding sprekende sportman aller tijden als het gaat om palmares, prestaties en charisma: Michael Jordan is de top dog onder de top dogs.

Michael Phelps, heel knap, daar niet van. 23 olympische gouden medailles is een record dat nooit meer zal worden verbeterd, maar het koningsnummer van de 100 meter vrije slag liet hij wel aan zich voorbijgaan.

Simone Biles was wel een allrounder. Zij verzette bakens in haar sport, zowel inzake de afstand tot de concurrentie als de moeilijkheidsgraad. Ze vond ook haar sport opnieuw uit, maar gaf in Tokio niet thuis vanwege mentale problemen. Alleen al daarom zal een deel van het hedendaagse publiek haar op één zetten. Niet hier, voor sentiment bestaan andere rubrieken.

Usain Bolt, dat was wel wat. Acht keer olympisch goud en elf keer wereldkampioen, maar vooral die ongeëvenaarde foto’s van zijn aankomstlijn. Hij alleen en soms tot een meter of vijf achter hem een tros andere zwarte jongens, die ook hun stinkende best hadden gedaan om zo rap mogelijk te lopen.

En dan hebben we Eddy Merckx, door onze Belgische bril bekeken een goede zaak dat die er bij staat. In zijn topjaren won hij bijna één op drie wedstrijden waar hij aan de start stond en dat in een sport waarin ook de allerbesten meer verliezen dan ze winnen.

Doorgaans meer verliezen moet dat zijn en nadat ik dat allemaal had gelezen vroeg ik ChatGPT: en wat met Tadej Pogacar?

Het antwoord kwam snel. “Heel juist, die hoort ook in de top tien.” AI verklaarde: “Pogacar is nog niet klaar maar ik wil mijn ranking volgens de dominantie-index aanpassen…” Plots stond Tadej Pogacar op vijf, en verwees hij Eddy Merckx naar zes.

De vergelijking van sporten houdt weinig steek, maar binnen een sport kan het wel, zolang de periodes min of meer gelijklopen. De vraag “wie is de beste wielrenner aller tijden, Merckx of Pogacar?” is daarom niet te beantwoorden. Kijk je evenwel naar pure dominantie, dan is de Sloveen Merckx al lang ontgroeid.

Toen Merckx koerste waren er anderen die hem het vuur aan de schenen legden, die hun kans gingen en die hem af en toe ook klopten. Vandaag rijdt Pogacar een wedstrijdje buiten categorie en rijden al die anderen hun eigen wedstrijd. Hij wint waar en hoe hij dat wil. Tenzij een onverwachte val over een onverwachte steen zoals eergisteren.

Wie tweede wordt na Pogacar of wint zonder hem, bijvoorbeeld in deze Vuelta of op het aanstaande WK, zal altijd denken: we waren de beste van de rest en dat is ook een beetje winnen. Zowel fysiek als mentaal, nooit heeft een sporter zijn concurrenten meer gedomineerd. Laten we hopen dat we hem snel terugzien.