Column De Vlieg op de Vlo in De Morgen van zaterdag 17 dec 2022

De Vlieg op De Vlo

Lionel Messi riskeert zondag voortaan de omschrijving ‘allerbeste voetbalspeler ooit’ aan zijn naam verbonden te zien worden. Dat is onzin, want waar meet je dat aan af? De prijzen? De impact op het spel? De prestaties? Voetbal is een teamsport en wie op het juiste moment de juiste prestaties levert in de juiste competitie bij het juiste team heeft veel voor op wie in zijn eentje een team naar boven trok.

Dat laatste gold bijvoorbeeld voor Diego Maradona en Napoli, maar evenzeer voor Johan Cruijff en Ajax en Cruijff en Barcelona. Dat geldt niet voor Cristiano Ronaldo, die haast altijd in een gespreid bedje terechtkwam, waardoor de teams eerder hem beter maakten dan hij het team.

Neen, de discussie Ronaldo/Messi is al langer beslecht en of La Pulga (de Vlo dus) nu goud dan wel zilver wint zondag, dat maakt het verschil niet. Alleen moeten we het wel heel even hebben over de vlieg die op de vlo zit. De gang van zaken mag dan al gekend zijn, geen reden om die niet minstens om de zoveel tijd te herhalen: na zijn verhuis naar Catalonië kreeg Messi als opgroeiende tiener van zijn club FC Barcelona een behandeling met groeihormoon cadeau en werd 1,70 meter.

Als wielrenner met die voorgeschiedenis van groeihormoon had hij nooit gekoerst, als voetballer wordt Messi aanbeden. Hij is, behalve dan voor de Madridistas, zonder discussie de beste voetballer van de planeet. Hij won alle trofeeën die hij kon winnen en hij was bepalend in alle cruciale wedstrijden.

Ik ben messiaan, maar de vraag die je hier moet stellen als sportjournalist zonder de oogkleppen van de voetbaljournalist is deze: waarom hanteren we andere normen voor voetbal dan voor pakweg atletiek of neem nu wielrennen?

Stel dat Patrick Lefevere ergens in een ver land een talentje zou ontdekken, begiftigd met een grote motor en oneindige mogelijkheden, maar een beetje klein. Veel groei lijkt er niet in te zitten, want het hele gezin komt niet boven de 1,60 meter uit.

Stel nu ook dat Lefevere zou besluiten om voor dat talentje een hormonenkuurtje te financieren, op voorwaarde dat hij een contract tekent en dat hij verhuist naar zijn land.

Stel nu dat het rennertje van toen vandaag niet meer klein zou zijn en ook niet meer flauw in de spiertjes zou zitten, maar wel integendeel de beste renner van de hele wereld zou zijn.

Wat zou die meemaken, denkt u? Pek en dan veren, toch? Verboden om te rijden in Frankrijk, dat zeker, en vervolgens een outcast die nergens aan de bak zou komen. En Lefevere, aan welke boom zouden we die ophangen en in welke vergeetput gooien?

Carles Rexach van FC Barcelona is de man die Messi ontdekte als begaafd voetballertje van dertien in een achterafbuurt in Rosario. Hij was toen 1,43 meter en werd conservatief behandeld met groeihormoon. Barcelona haalde hem op aandringen van assistent Rexach naar Spanje en betaalde voor een intensievere behandeling met groeihormoon. Terwijl de kuur liep kregen de familie Messi en Lionel een salaris uitbetaald. Drie jaar na zijn verhuis debuteerde Messi als zeventienjarige in de eerste ploeg van Barcelona.

Niemand die er toen op wees dat groeihormoon op de verboden lijst staat. Het was in die jaren haast onopspoorbaar, maar dat is een andere kwestie. De Messi van vandaag is opgetrokken uit gepantserd beton, nooit geblesseerd, doorgaans te goed voor de concurrentie en hij lijkt het eeuwige voetballeven beschoren.

Dat is niet helemaal, maar alvast onder meer aan het groeihormoon te wijten. Messi weegt 67 kilogram voor 1,70 meter. Volgens sommige endocrinologen is dat een wel heel erg succesvolle behandeling met groeihormoon, want doorgaans wordt gemikt op een eindresultaat rond de 1,60 meter.

Veel vragen worden daarover niet gesteld, behalve dan destijds in Madrid, waar ze hem liefdevol met het koosnaampje el conejo dopado (het gedopeerde konijn) omschrijven. Natuurlijk kan Messi voetballen en is het een verademing om naar zo’n begaafde speler te kijken, maar daar gaat het nu even niet om.

Was hij een wielrenner, hij reed nooit meer met de fiets. Maar hij is een voetballer en dus worden die vragen niet gesteld. Integendeel, ooit werd in een verhaal gepeild naar het hoe en waarom van zijn rendement en zijn grote aantal wedstrijden. Geen enkele keer ging het over zijn groeihormoonkuur. Neen, door bijzonder diepgravende journalistiek waren ze uiteindelijk toch achter het grote geheim van Messi gekomen: elke dag een siësta.

Column Vive la France/Ajmo Hrvatska in De Morgen van maandag 12 december 2022

Vive la France / Ajmo Hrvatska

De leukste grote toernooien zijn die waar je zelf geen uitgesproken gevoelens bij hebt en waar je volop kan proberen genieten van het sportieve spektakel. Proberen dus. Spektakel moest in de laatste wedstrijden op de World Cup vooral komen van de spanning. De techniciteit en inventiviteit waren soms ver te zoeken. Spanning wordt pas ondraaglijk als je zelf een onvoorwaardelijke fan bent.

Ook dan kan onthechting optreden. Dat overkwam mij vrijdagavond met Nederland tegen Argentinië. Soms neemt de journalist het over van de fan en zo ging dat vrijdag ook. Tijdens de wedstrijd de statistieken bekijken om tot de conclusie te komen dat Nederland niet verdiende te winnen.

Dat had natuurlijk ook op puur empirische basis kunnen worden vastgesteld. Het moet van de jaren zestig geleden zijn dat Nederland zo zwak was in balbezit. Zelfs tijdens de tocht door de woestijn in de jaren tachtig, eindigend in de enige triomf ooit op het EK van 1988, deed het voetbal minder pijn aan de ogen. Maar op klotestrafschoppen eruit gaan na die geniale vrije trap voor de 2-2, dat was dan weer meer dan vervelend.

Ze moeten trouwens iets vinden op die strafschoppen. Als sport de bedoeling heeft de beste te laten winnen, slaat zo’n strafschoppenserie als een tang op een varken. Het team dat er negentig minuten lang in slaagt om de tegenstander weg te houden van zijn doel en zelf geen enkele doelpoging onderneemt, krijgt alsnog 50 procent kans om te winnen. Voetbal is oneerlijk door die lage score, maar je moet het niet gekker maken dan het al is.

Zaterdagavond was ik dan weer op de hand van Frankrijk. Toegegeven, de statistieken geven aan dat Engeland meer kans had om te winnen dan Frankrijk, maar dat Frankrijk efficiënter was. Engeland had 2,32 expected goals en Frankrijk maar 1,19. Die ene verschil is wellicht die gemiste strafschop. Met de nadruk op gemist, want niet gestopt en gewoon los over doel getrapt. Dom. Sinds brexit en Boris verdient Engeland alle ellende van de planeet.

Frankrijk-Marokko en Argentinië-Kroatië. Dat zijn de redelijk onverwachte halve finales. Vier landen met een onwaarschijnlijk vermogen om wedstrijden naar hun hand te zetten en overwinningen uit de brand te slepen. Dat is iets waar, om het er nog eens over te hebben, de Rode Duivels veel te weinig van hebben.

Na de wedstrijd Frankrijk-Engeland, de beste wedstrijd van het toernooi volgens de kenners, kreeg doelpuntenmaker Tchouaméni (ook verantwoordelijk voor de eerste strafschop en dus de 1-1) de vraag of het niet vervelend was dat de hele wereld Frankrijk woensdag wil zien verliezen tegen Marokko.

De hele wereld? Dan hoor ik niet bij de hele wereld. Veel verschil zal het nu niet meer maken, want ze spelen sowieso nog twee wedstrijden, maar alleen al voor de rust van de binnensteden van Antwerpen en Brussel was het goed en terecht geweest als Marokko al meteen in de achtste finale uit het toernooi was geknikkerd.

Marokko speelt een soort catenaccio met een groot hart. Het heeft heel goede voetballers, die er geen graten in zien om op de eigen helft in de weg te lopen in de hoop dat ze een paar keer snel aan de overkant geraken om daar een doelkansje te versieren. Of zoals tegen Portugal een doelman op hun weg te vinden die het zot in de kop krijgt. Als Kevin De Bruyne een Marokkaan was, hij was al naar huis vertrokken.

Over de rellen kunnen we kort zijn. Neen, niet de hele Marokkaanse gemeenschap treft schuld. Wel die paar honderd casseurs en
in ondergeschikte orde dat deel (familie) dat er niet in slaagt het schorriemorrie van straat te houden. Overigens zijn rellen bij voetbal geen voorrecht van Marokkanen, ook niet als de nationale ploeg speelt. Ik kreeg ooit een steen op mijn kop bij rellen op de Antwerpse Suikerrui nadat België was uitgeschakeld.

Dat was in 1986 in de nacht nadat Maradona de Rode Duivels op een hoopje had gespeeld. En dat ik daar toen was met een fotografe betekent dat de krant verwachtte dat er iets stond te gebeuren. Geen Marokkaan gezien toen, wel een hoop zat Belgisch crapuul.

Wie moet wereldkampioen worden? Lionel Messi had de voorkeur vóór het WK maar zijn gedrag na de kwartfinale tegen Nederland was ontluisterend. Eerst de ref in zijn zak steken en die daarna afmaken, de tegenstand niet respecteren maar uitdagen, neen, doe dan maar Kroatië. Een van de grootste, zo niet het grootste kleine sportland ter wereld, onverzettelijkheid gecombineerd met goed voetbal. Goed in voetbal én goed op de Olympische Spelen, meer medailles dan België met een derde van onze inwoners. Zo’n goed sportland verdient de hoofdprijs.

Column Eden Hazard in De Morgen van zaterdag 10 december 2022

Eden Hazard

Het lezen en aanhoren van de éloges, waarbij alleen de plussen overbleven en de minnen in een ach-ja-dat-ook-nog-zinnetje verstopt zaten, deed pijn aan de ogen en oren. De compilatie in Villa Sporza afgelopen woensdag kwam dan weer net op tijd om het geheugen op te frissen en was goed voor een glimlach, balancerend tussen medelijden en bewondering.

Bonjour. Meer heb ik nooit gekregen van Eden Hazard, maar dat hoeft ook niet want ik heb ook nooit meer verwacht omdat ik nooit meer heb gevraagd. Zo’n afgebakende ‘relatie’ schept alvast duidelijkheid.

Een bewonderaar van Hazard ben ik ook nooit geweest. Deels omdat ik sportjournalist ben geworden onder de vleugels van cheffen die mij op het hart drukten dan idolatrie moest worden vermeden. Dat was voor fans. Tegenwoordig ook voor fans die een laptop hebben en plaats krijgen in allerlei media om zonder al te veel kennis of achtergrond hun geloof in de ene of het gene te belijden.

Er is een tijd geweest, en die is al een tijd voorbij, dat je Hazard vereeuwigd op een shirt overal in de wereld tegenkwam. Letterlijk overal. Hangend aan een kraampje in Padum in de Zanskar-vallei bijvoorbeeld, meer afgelegen kan haast niet. Of boven op Khardung La. Het is daar 5.359 meter hoog, maar het was geen hallucinatie. Daar liep zowaar een Indiër met op de rug ‘Hazard’. Duidelijk namaak, wel in het rood van de Rode Duivels en niet in het blauw van Chelsea. Big in Ladakh, zo groot is deze kleine man geweest.

Zo groot dat mijn avondlijke radiopraatje bij de NPO langer dan de gebruikelijke vijf minuten duurde. Of de Rode Duivels en de natie België het zullen overleven, een leven zonder Hazard, was de centrale vraag. Dat zullen ze. Bovendien ben ik van mening (hoop ik) dat in deze eeuw van de sportieve comebacks een vertrek nooit definitief is.

Stel nu dat Hazard een club vindt die hem weghaalt uit Madrid, naar een plek waar het ook goed toeven is, waar de zon schijnt en het in de winter lente is. En stel dat hij de tijd krijgt en de goesting om zich wat op te trainen. Dat er in dat team achter hem een
paar gasten lopen die hem willen ontlasten van wat tegenwoordig heet ‘vuile meters maken’, dat ellendige storen en meeverdedigen waardoor je geen lucht meer hebt als je weer aan de bal bent en kan aanvallen. Stel dat hij rustig kan groeien. Dat er vervolgens een bondscoach komt die hem kan overtuigen. Het zou zomaar kunnen…

De lofdichten waren vaak compleet naast de kwestie. De analyse van ex-ploegmaat Steven Defour in Villa Sporza was zelfs op het hilarische af. Dat het nu wat minder gaat met hem was de schuld van alles en nog wat en iedereen, maar niet van Eden, “zo ne goeie, plezante gast”.

Ongetwijfeld, maar dat doet er niet toe. Hazard hééft geleden onder blessures, maar wie niet? Hij hééft pech gehad dat die op het verkeerde moment kwamen, maar hij heeft vooral geleden onder zijn belabberde basisconditie. Veel van zijn ellende heeft hij over zichzelf afgeroepen.

In het moderne sneltreinvoetbal à rato van twee optredens per week is hij alvast niet langer bedrijfszeker. Dat hij in de wedstrijd tegen Kroatië maar helemaal op het laatst kon invallen, lag echt niet aan Roberto Martínez. Die had hem maar wat graag langer opgesteld, zelfs van bij de aftrap, maar Hazard was van die twee keer een uur tegen Canada en Marokko simpelweg niet hersteld. Voor iemand van 31 en blessurevrij moet dat een heel pijnlijke vaststelling zijn.

Dat mag hij zichzelf aanrekenen en misschien moet hij ook zijn opeenvolgende coaches ter verantwoording roepen en vragen waarom ze niet eerlijk tegen hem zijn geweest. Hebben zij hem nooit voorspeld dat hij voor zijn speelstijl, gebaseerd op snelheid, wendbaarheid en explosiviteit, beter elke dag krachttraining zou doen en tegelijk aan zijn uithouding werken? Dat hij voor het moderne voetbal van twee keer per week honderd minuten beter geen hele zomer lang op zijn luie kont aan het strand kon zitten om met zijn kinderen te spelen?

De waarheid was al langer bekend bij insiders, maar nu heeft ook de wereld het gezien: Hazard was een groot talent dat te weinig uit zijn immense vat aan intrinsieke kwaliteiten heeft gehaald. Nog pijnlijker: Hazard is voorlopig de miskoop van de eeuw in het topvoetbal.

115 miljoen euro heeft Real Madrid voor hem betaald toen zijn marktwaarde op 150 miljoen werd geschat. Een koopje, dachten ze. Hij bleek een kat in een zak. Hazard heeft tot nog toe 2.400 competitieminuten voor de Koninklijke gespeeld. Dat is 48.000 euro per minuut.

Volgens Transfermarkt is hij nog 7,5 miljoen euro waard. Van kapitaalvernietiging gesproken. En toch, had ik het geld en had ik een club, ik zou het erop wagen.

Column Klassenjustitie in De Morgen van maandag 5 december 2022

Klassenjustitie

Deze week stond een aardig verhaal in deze krant. Jawel, in deze krant staan alleen aardige verhalen, maar dat was nu eens een alleraardigst verhaal, net op tijd. Het kwam goed van pas want het ging over de statistieken waarmee we op deze World Cup om de oren worden geslagen. Die zijn namelijk een beetje anders, gecompliceerder, dan wat wij doorgaans in Europa gewend zijn.

Als trouwe bezoeker van deze rubriek weet u allicht dat het vaak oneerlijke voetbal uitgerekend een sport is die moeilijk in een set data te gieten valt. Je hebt enerzijds de prestatiestatistieken — zoals, hoeveel loopt een ploeg, hoe vaak, hoe snel — en anderzijds de resultaatstatistieken — zoals, hoe vaak komt een team voor het andere doel en kan het doelkansen afdwingen?

Hoeveel een team loopt, doet alvast niets ter zake. Van de dertien teams die het meeste liepen in de groepsfase, hebben er maar vijf die groepsfase overleefd. Veel lopen is dus geen garantie op succes. Weinig lopen ook niet overigens. Dat bewezen de Rode Duivels. Juist lopen, op de goede momenten, daar komt het op aan.

De vorige World Cup wees uit dat shots on target — schoten binnen het doelkader — correleerden met winnen. Deze World Cup gaat een stapje verder en berekent de schoten of acties die een doelpunt hadden moeten opleveren. Dat heet expected goals, het aantal doelpunten dat een team hoorde te scoren op basis van de spelfases.

Na de groepsfase was de FIFA tot de vaststelling gekomen dat twaalf van de achtenveertig wedstrijden een verrassend, statistisch onlogisch, resultaat hadden opgeleverd. Sorry, dataminers van de FIFA, waar baseren jullie zich op? Ik moet het bij negen wedstrijden houden. Negen keer heeft een team meer punten gehaald (gelijkgespeeld of gewonnen) als het minder expected goals had dan de tegenstander.

Kroatië-België was de meeste opvallende anomalie: Kroatië had maar 22 procent kans om de nul te houden en toch gebeurde het. Andersom had België tegen Canada maar 28 procent kans op winst en toch wonnen ze. België-Marokko had gelijk kunnen eindigen, maar België verloor.

Duitsland-Japan bewijst overigens hoe oneerlijk voetbal kan zijn. Duitsland speelde een half uur niet goed, en ging er uit. België speelde een half uur niet slecht, en ging er ook uit.

Gevolg: voor het eerst in twintig jaar hebben teams uit vier verschillende confederaties hun groep gewonnen. Acht Europese teams op zestien is een laagterecord. Iedereen gelukkig, want: halleluja… diversiteit.

Op deze World Cup komt die in verschillende gedaantes en niet altijd op even fraaie wijze. Neem nu de arbitrage. Neen, Stephanie Frappart hoeft zich geen zorgen te maken, dit gaat niet over haar. Als een vrouw kan lopen als een man, kan ze ook scheidsrechteren bij de mannen. Reglementen hebben geen gender. Reglementen hebben jammer genoeg wel een kleurtje en zijn nog meer regiogebonden.

Er valt echt geen peil te trekken op de beslissingen van de scheidsrechters.

De eerste week van dit toernooi was elke aanraking in de zestien een strafschop, maar werden elke wedstrijd minstens vijf enkels gesloopt omdat iemand met de voet vooruit erin ging, bij voorkeur over de bal.

Ook nieuw: door de vierde ref werd een halve helft per helft extra speeltijd bijgerekend. Tot iemand in de FIFA-coulissen er iets van zei en dan werd nog maar een kwartje helft extra gespeeld.

En wat moet je met die Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse refs op zo’n World Cup? Wilton Pereira Sampaio uit Brazilië hoeft zich niet aangesproken te voelen. Hij was in de wedstrijd van Nederland tegen de VS top. Het probleem is niet zozeer de ref zelf, maar de voetbalcultuur waar hij/zij elke week in werkt.

Het is geen geheim (en ook geen racisme) dat ze in het Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse voetbal een rode kaart beginnen te overwegen als je iemand doormidden wil schoppen. Pas als je daar ook grotendeels in slaagt, krijg je dat rood, niet eerder.

Aanslagen op de enkels leveren in de meeste West-Europese voetballanden meteen rood op. Minder evenwel op deze World Cup, omdat de meeste scheidsrechters rekening houden met de wensen van de FIFA: de teams zo lang mogelijk heel houden, zodat we met de beste spelers de laatste fase bereiken. Klassenjustitie heet dat.

Wat wel goed werkt op deze World Cup — tot spijt van de romantici allicht — is de VAR bij buitenspel. Al heeft ook dat zijn beperkingen. Drie Argentijnse goals tegen Saudi-Arabië werden afgekeurd op centimeters. Hadden die spelers in die situatie een meter on side gelopen, dan nog hadden ze gescoord. De wereld is niet perfect, de World Cup dus ook niet, en het voetbal al helemaal niet.

Column Uitgewoond in De Morgen van zaterdag 3 december 2022

Uitgewoond

Een paar dingetjes moeten worden opgehelderd. Laten we beginnen met het begrip ‘gouden generatie’. Dat was een fata morgana van de Belgische sjotterspers na een tienjarige tocht door de voetbalwoestijn. Deze generatie is nooit ook maar in de buurt van goud geweest. Om van goud te spreken moet je finales spelen en minstens hebben gereikt naar het hoogste.

Er is niet eens een generatie. Inmiddels zit tussen de oudste en jongste vaste waarde van de nationale kern een verschil van bijna vijftien jaar. Wel waar is de vaststelling dat de Rode Duivels in hun startformatie eergisteren tegen Kroatië de tweede oudste ploeg in de geschiedenis van de World Cup waren.

Een ploeg is als een huis: als je én je dak niet vernieuwt, én je muren niet isoleert, je keuken niet vernieuwt én je ramen nog steeds van enkel glas zijn, dan kun je van afstand nog wel een mooi huis hebben, maar het is niet aangepast aan de moderne noden.

Uitgewoond, zo presenteerden de Rode Duivels zich op dit WK. Te weinig snelheid in de acties, te weinig snel gelopen, geen durf, noem maar op. Enfin, het recept om geholpen door wat pech compleet af te gaan. Wat ook is gebeurd.

Nog iets om recht te zetten. Lees nooit de Belgische kranten na een wedstrijd van de Rode Duivels. Ten eerste lijkt het alsof de wereld is vergaan nu brave little Belgium uit het toernooi ligt, maar niets is minder waar. The New York Times maakte er welgeteld één zin aan vuil, in een verhaal over de uitschakeling van Duitsland. L’Equipe wijdde wel twee pagina’s aan de Belgische exit en was hard maar rechtvaardig voor Martínez en co.

L’Equipe heeft met de Belgisch kranten gemeen dat ze na een wedstrijd punten geven. Dat is de grootste sportjournalistieke onzin ooit uitgevonden, maar het zegt wel iets over hoe sportjournalisten worden beïnvloed door wat in de vakliteratuur bias by proxy wordt genoemd. Voor u deze rubriek beticht van het Wesley Sonck-syndroom – gratuit Engelse woorden gebruiken om je slimmer voor te doen dan je bent – ziehier een vertaling: vooringenomenheid van iemand die dicht bij het voorwerp van interesse staat.

In L’Equipe krijgt zowel Mertens, Trossard, Lukaku als Carrasco een onvoldoende. De eerste drie moeten het met een 3 stellen, Carrasco met een puntje meer. Alleen Dendoncker (6) en Courtois (7) kunnen op clementie rekenen.

Neem je er dan Het Nieuwsblad bij. Op pagina zes en zeven krijgen de Duivels een algemeen rapport met als kop ‘Een Dikke Buis’. Oei, dat is hard. Tot je het verhaal leest: twee spelers met onderscheiding (Onana en Courtois), acht spelers met voldoende, zes met onvoldoende en twee met ruim onvoldoende. Dat is geen dikke buis, het is zelfs geen buis, het is met de hakken over de sloot. En dat voor een ploeg die één keer heeft gescoord en als nummer twee van de wereld naar huis moet na drie wedstrijden.

De wedstrijdpunten na de afgang tegen Kroatië halen in die krant gemiddeld zes. Niemand zit onder de helft. Het Laatste Nieuws gaat dezelfde toer op, ook zes gemiddeld, alleen zit Meunier wel net onder de helft. En dat na een wedstrijd waarin amper een half uur goed werd gespeeld, nadat de Kroaten het hadden vergeten af te maken, maar waarin alle kansen werden gemist.

Daarom verdient Romelu Lukaku die 3 uit L’Equipe en geen puntje meer. Vier puntgave kansen, nul gescoord; zelfs voor een spits die weinig heeft gespeeld, is dat ruim ondermaats. Of hij dan huilt, dug-outs in elkaar slaat, een emotioneel wrak is, dat doet niet ter zake. Het rapport van topsport is hard. Falen met de mantel der liefde bedekken, zoals in het onderwijs of de maatschappij de trend is, daar heeft niemand iets aan.

We gaan door met de rechtzettingen. Er is wel degelijk een hoog oplopende woordenwisseling geweest in de kleedkamer, onder meer met Hazard en Vertonghen. Dat stond in L’Equipe: une vive altercation. Daar stond niks in over dat ze bijna hadden gevochten, zoals het in de Vlaamse kranten werd geïnterpreteerd. Er is gescholden. Dat ontkennen is nergens voor nodig. Het nieuwtje kwam trouwens van Hazard zelf, want de man die het opschreef is al van in zijn tijd bij Lille de Franse huisjournalist van Eden en de familie Hazard.

Nog een puntje op de i. De beste Belgische speler van het moment, misschien wel uit de geschiedenis van het Belgische voetbal, kan zich door de onverzettelijkheid in zijn voetbalvisie en zijn onwil om zich aan te passen aan zijn medespelers mede dit fiasco aanrekenen. Kevin De Bruyne heeft zijn bondscoach die hem op handen droeg in de steek gelaten en staat na deze afgang met een half been buiten de groep. De volgende bondscoach weet wat hem te doen staat: er zal worden gevoetbald zoals KDB dat wil, of het zal zonder KDB zijn.

Column Blik en Bladgoud in De Morgen van maandag 28 november 2022

Blik en Bladgoud

Allah was gisteren te groot voor de Rode Shaitans.
Nu moet er iets worden gehaald tegen Kroatië, wallah.

Filip Joos had het nog over een foutje, maar je gelooft je oren toch niet als je de analisten hoort rond de pot draaien over die eerste goal van Marokko, waarbij godbetert Abdelhamid Sabiri van Serie A-voorlaatste Sampdoria de bal rechtstreeks in doel trapt vanaf een plek waar dat never nooit mag gebeuren.

Dat was Thibaut Courtois nota bene al een keer overkomen in de eerste helft, maar toen liep een te gretige Marokkaan in de weg en kon de VAR de Belgen nog behoeden voor een achterstand. Laat u niks wijsmaken, dames en heren in het Wintercircus al of niet aan de tafel bij Karl, kinderen, ouders en ouderlingen thuis, die 0-1 was een blunder, met grote B.

Het is niet omdat het Courtois is en hij tegen Canada bij een slecht getrapte strafschop in de weg lag dat we het niet als zodoende mogen benoemen. Het is niet omdat Frank Boeckx hoopt om ooit nog bij de Rode Duivels in de staf te geraken dat hij als analist en ex- vliegenvanger niet de waarheid moet vertellen. Het was een blunder van formaat van een doelman die zou moeten doorgaan als de beste van de wereld, maar zich twee keer in dezelfde wedstrijd in dezelfde korte hoek laat vangen aan een gedurfde vrije trap. Niet. Te. Geloven.

Dat tweede doelpunt was dan weer vintage het bedje waarin de Rode Duivels anno 2022 ziek zijn. Timothy Castagne, de snelste van de Belgische verdedigers (die met vijf tegen drie waren in die fase) die zich op lullige wijze laat voorbij lopen door Hakim Ziyech, die teruglegt op Zakaria Aboukhlal, die de bal hoog in het dak poeiert.

Twee halve Nederlanders (Ziyech geboren in Dronten en Aboukhlal in Rotterdam, ik gok op Zuid) deden België de das om. Courtois was nu echt kansloos omdat Axel Witsel naar recente gewoonte geen poot meer uitsteekt naar een bal die niet pardoes op hemzelf belandt en dus Aboukhlal geen strobreed in de weg legde.

De harde realiteit is dat deze Rode Duivels hun geluk hebben opgebruikt. In Rusland vier jaar geleden zijn ze al door het oog van
een hele kleine naald gekropen tegen Japan en Brazilië, maar je kan niet blijven teren op geluk en hier en daar een flits van een wereldspeler als Kevin De Bruyne. Om resultaten te halen in grote toernooien heb je een basisniveau nodig en vooral een attitude die de tegenstander schrik inboezemt.

Dat was in Rusland nog wel het geval, maar de laatste jaren is de status van de Rode Duivels als topteam in sneltempo geërodeerd. Elk land weet inmiddels dat België te pakken is als je hen aanpakt. De wedstrijd tegen Canada was daarvan het beste voorbeeld.

België had het verdiend om na twee wedstrijden met nul punten te staan en dus uitgeschakeld te zijn, dat is de harde conclusie van dit WK 2022. Maar omdat voetbal een oneerlijk toevalspel is hebben ze alles nog in handen, kunnen ze zelfs nog wereldkampioen worden. Winnen van Kroatië en alles is vergeten.

Onderliggend is er wel een groot probleem. Deze Rode Duivels zijn uit elkaar aan het vallen. De gouden generatie blijkt van afbladderend bladgoud, het blik wordt zichtbaar. Dat was al duidelijk na Canada met de oprisping van De Bruyne, die zich gisteren weer te veel vastliep in zijn haast om iets te forceren.

Dat werd na Marokko nog eens benadrukt door de uitlatingen van Jan Vertonghen, die het had over te weinig creëren en te oud om aan te vallen en nog wel meer onzin waarmee hij zijn eigen straatje alvast probeerde schoon te houden.

Als aanstaande zaterdag de eerste achtste finales worden gespeeld gaat deze World Cup gewoon verder. Met de Duivels als ze winnen van Kroatië, zonder de Duivels als ze verliezen van Kroatië.

Zal België gemist worden? Neen.

Brazilië, Frankrijk, Spanje, die willen we nog aan het werk zien en Argentinië natuurlijk. Maar ook Canada, de VS en Ecuador, heerlijk fris-van-de-levervoetbal hoog in het veld, geen schrik van iemand, gaan met die banaan en kijken waar het schip strandt. Soms strandt het echt, soms haalt het de haven. De VS tegen Engeland, Saudi-Arabië tegen Argentinië, Iran tegen Wales.

De traditionele voetballanden schrikken van die onverdroten inzet. Die zijn niet gewend dat de hiërarchie zo brutaal overhoop wordt gehaald door respectloze B-landen. Nooit gedacht dat ik enthousiasme zou kunnen opbrengen voor voetbal van streng islamitische republieken en dat los zou kunnen zien van de politieke en religieuze repressie in die landen. Er moet nog wat gebeuren voor het zover is, maar ik gun het de Arabische wereld, een team of twee die doorgaan, vooral als Qatar daar niet bij is.

Column Botsende beschavingen in De Morgen van zaterdag 26 november 2022

Botsende beschavingen

Groot spel deze week in enkele Engelse media. Klagende fans kregen een toeter aangereikt om hun ongenoegen over het strenge supportersbeleid van de Qatarezen te uiten. De klacht kwam van Engelsen die de toegang tot het stadion was geweigerd omdat ze als ridder waren aangekleed.

Niet zomaar een ridder, maar een ridder in wit, zwart en met een rood kruis op de borst. Sommigen hadden ook een maliënkolder. Die laatste was dan wel in macramé en niet in staal, maar dat kon de suppoosten aan het Khalifa-stadion niet schelen. Tenzij ontdaan van hun carnavalskostuum kwamen de ridders er niet in, simpelweg omdat ze veel weg hadden van middeleeuwse kruisvaarders.

Op Twitter verschenen meteen historisch correcte traktaten over hoe de christenen en de moslims een verschillende perceptie hadden en nog steeds hebben van die onzalige periode van de kruistochten. Daarvan zijn er tussen 1096 en 1272 een stuk of negen geweest. Die duurden altijd een paar jaar en waren geen pretje, niet voor de ridders en al helemaal niet voor de lokale bevolking in wat nu het Midden-Oosten heet.

Sommige Europeanen zijn vergeten dat tot en met 18 december om de World Cup wordt gespeeld. World, zoals in wereld, de hele planeet. Op die planeet – ook dat zijn ze uit het oog verloren – wonen verschillende culturen en verschillende beschavingen. Overigens nooit gedacht dat het woord ‘beschaving’ in een voetbalcolumn zou passen, maar hier dus wel.

Beschavingen durven nogal eens te botsen en dan geeft dat vonken, vooral als de ene beschaving een kruistocht onderneemt om de andere beschaving haar wil en mores op te dringen. Dat stond in een reactie op de heisa rond de OneLove-kapiteinsband. Ze kwam van een Europeaan die in het Midden-Oosten woont.

Ik kon zijn redenering niet helemaal volgen, maar ik was wel mee met wat hij bedoelde: dat 80 procent van de wereld er andere waarden en normen op nahoudt dan West-Europa. Hij besloot dat als die waarden en normen zo belangrijk zijn dat ze het voetbalgebeuren moeten overheersen, die keurig-correcte landen dan maar een West-Europees voetbalkampioenschap moesten houden. West-Europees jawel, want zo voegde hij eraan toe, zelfs voor een Europees kampioenschap vaart niet elk land op hetzelfde moreel kompas.

Onze minister van Buitenlandse Zaken Hadja Lahbib (MR) droeg de OneLove-armband toen ze woensdagavond de Rode Duivels een sportieve hold-up zag plegen op Canada en dus op de wereld. Ze ging hem ostentatief tonen aan FIFA-baas Gianni Infantino. Dat werd moedig genoemd. Mij leek het eerder belachelijk, een beetje zoals achteraf beschouwd ook die regenboogkapiteinsband een beetje belachelijk was. Die Iraniërs die niet wilden zingen, die waren moedig.

Commentatoren zonder al te veel kennis van de internationale sportwereld wezen ons erop dat de voetbalwereld in OneLove-gate te snel heeft gecapituleerd voor de almacht van de FIFA. Het kan nooit kwaad als de buitenwereld de incestueuze sportwereld de ogen opent – het dopinggebruik is erdoor teruggedrongen -maar deze week werden we toch vooral met demagogie om de oren geslagen.

Eden Hazard en andere kapiteins hadden die gele kaart moeten nemen, dat was moedig geweest. Of nog: ze hadden moeten weigeren om te spelen, dat was nog eens een statement als ze het echt meenden met die OneLove. Dat laatste is precies het probleem: die OneLove is de spelers opgedrongen door de weldenkende westerse buitenwereld en is een beetje doorgeschoten.

Voetballers komen nauwelijks in aanraking met homoseksualiteit. Ja, er zijn ongetwijfeld homoseksuele voetballers, maar aan de top zijn ze bij de mannen zwaar ondervertegenwoordigd, net zoals lesbiennes bij de vrouwen oververtegenwoordigd zijn. Wie voorbeelden kent van topvoetballers die na hun carrière uit de kast zijn gekomen, altijd welkom.

De vergelijking met het spelersactivisme in Black Lives Matter snijdt daarom geen hout. Zoals homo’s ondervertegenwoordigd zijn
in het topvoetbal zijn zwarte voetballers er oververtegenwoordigd. De BLM-acties gingen hun recht naar het hart want geen zwarte voetballer die niet voor aap is uitgescholden, jammer genoeg. De witte voetballers deden mee, uit solidariteit omdat ze die pijn van het zwart-zijn van nabij hadden gezien.

De ploeg die het meest duidelijke statement maakte in de OneLove-soap was Duitsland. Ze hielden hun hand voor de mond, zoals in monddood gemaakt. Dat was bij de volksliederen. In de honderd voetbalminuten die daarop volgden bleven ze monddood: ze scoorden niet, kregen er twee om de oren en verloren.

Infantino had ook zijn hand voor de mond, om in zijn vuistje te lachen.

Column Het kortste WK in De Morgen van maandag 21 november 2022

Het kortste WK

Voor de Rode Duivels met alle aandacht gaan lopen en u alle onzin begint te geloven van journalisten, analisten, columnisten, regio- specialisten en activisten over die gisteren begonnen zo schandalige FIFA World Cup, is het goed even terug te grijpen naar de chronologie, de naakte feiten als het ware.

Zo worden bijvoorbeeld de toewijzing van Rusland en Qatar in één adem genoemd als een gevolg van corrupte verkiezingen. “Qatar, een schande, en Rusland, wat hebben die niet allemaal uitgevreten.” Welnu, op 2 december 2010 was wat Rusland betreft, met uitzondering van gehannes in enkele verre opstandige republieken, zo goed als niets aan de hand.

Dat Poetin het zot in zijn kop had, is ons pas opgevallen toen hij na de succesvolle winterspelen van 2014 in zijn Sotsji de Krim is binnengevallen. Op 2 december 2010 was de keuze voor Rusland, de zesde voetbaleconomie van de wereld, en niet weer eens Engeland, een logische.

Qatar, dat was een ander paar mouwen. De technische commissie van de FIFA had die kandidatuur vóór 2010 negatief beoordeeld: te heet, te klein, te veel gedoe. Het uitvoerend comité van de FIFA koos toch voor Qatar, in de vierde ronde.

Qatar had in de eerste ronde al de helft van de 22 stemmen binnen. Naarmate telkens een kandidaat – eerst Australië, dan Japan, dan Zuid-Korea – werden geëlimineerd, kreeg Qatar stemmen bij en won het van de VS met 14-8.

Dat had Mohammed Bin Hamman, lid van het uitvoerend comité en ondervoorzitter van de FIFA, zeer goed geregeld, hoofdzakelijk onder tafel. Dat de kan- didatuur van België en Nederland niet werd gehonoreerd, die onzin kan u ook schrappen. België en Nederland waren een erg zwakke en dus kansloze kandidaat voor 2018, niet voor 2022.

De hitte en andere problemen in Qatar kwamen pas in beeld toen in 2012 het Internationaal Olympisch Comité kandidaatsteden als Doha en Bakoe voor de Spelen van 2020 niet aanvaardde. Doha scoorde onvoldoende op competitieplaatsen, sporttraditie, accom- modatie en uiteraard klimaat.

De medische commissie van de FIFA had al aan de alarmbel getrokken en deed dat opnieuw. Het duurde tot maart 2015 voor de FIFA aankondigde dat het toch een herfst/winter WK zou worden. Waarop de FIFA met de nationale bonden in gesprek ging en die voor de World Cups van 2018 en 2022 drie keer meer geld kregen dan beloofd. De bonden blij, de FIFA blij, Qatar blij.

Qatar heeft gecorrumpeerd, de FIFA heeft zich laten corrumperen, maar de nationale bonden hebben evengoed boter op het hoofd. En dan de UEFA. In 2016 werd de Europese secretaris-generaal Gianni Infantino zowaar verkozen tot voorzitter van de FIFA, de wereldvoetbalbond waartegen hij zich altijd zo hevig had verzet.

Infantino had toen ook de stekker uit Qatar kunnen trekken verwijzend naar het ontluisterend Garcia- rapport over de FIFA-corruptie, maar dat deed hij niet. De FIFA was veel sponsors kwijt door alle schandalen en zat al zo diep in de reserves dat een rechtszaak tegen gasmiljardairs best kon worden vermeden. Bovendien was hij inmiddels bevriend geraakt met Nasser Al-Khelaïfi, de baas van PSG en de voetbalstroman van de emir van Qatar.

Zodoende is gisteren het kortste WK van de voorbije decennia begonnen. Het toernooi wordt in 29 dagen afgewerkt. In Rusland was dat nog 31 dagen. De halvefinalisten hebben bijgevolg twee dagen minder voor maximaal zeven wedstrijden.

Volgens de meeste analisten zullen de spelers beter en frisser dan ooit aan het toernooi beginnen, want het WK komt vroeger in het seizoen. Die analisten baseren zich op de perceptie dat de spelers na een lang seizoen te uitgewoond aan zo’n World Cup beginnen.

De FIFPRO, de spelersvakbond, heeft berekend dat de World Cup van 2018 32 dagen na de laatste Premier League-wedstrijd is begonnen, en dat de competitie in Engeland 26 dagen na de finale herbegon. Dat moet volstaan om te ontstressen, op te bouwen, de knop om te draaien en opnieuw te ontstressen, de knop weer om te draaien en voor de club alles te geven.

Voor deze World Cup bedraagt de break voor de Premier League zeven dagen vooraf en acht dagen achteraf. Vervolgens begint een druk winterprogramma met minimale rust.

Heel goed mogelijk dat enkele toppers in betere vorm zijn aangekomen in Qatar, maar de uitgestelde effecten van dit WK kennen we nog niet. Dat ze bij de FIFA en de UEFA in al hun medische en technische commissies hun pennen maar scherpen en hun data goed bijhouden: nooit eerder in de geschiedenis van het voetbal is er zo’n aanslag gepleegd op de gezondheid van de topspelers. En ook die laten dat allemaal maar gebeuren.

Portret Louis van `gaal in De Morgen van zaterdag 19 november 2022

Louis van Gaal: ik coach, dus ik ben

Het beste voetballand dat nooit het WK won? Nederland natuurlijk. In Qatar mikt bondscoach Louis van Gaal voor de derde keer in zijn carrière op de oppergaai. Nu eens sympathiek, dan weer arrogant: wie is de oneliners strooiende Tsaar van Alkmaar?

Laten we om te beginnen de fans van Oranje meteen van hun wolk halen. Volgens de KU Leuven heeft het Nederlands elftal nog minder kans dan de Rode Duivels om wereldkampioen te worden (5 tegen 6 procent), maar dat is kansberekening, en in toevalvoetbal is dat sowieso risky business.

Een andere opvallende statistiek herleidt de Nederlandse kansen zelfs tot nagenoeg nihil. De World Cup? No country for old coaches. De keuzeheren die de laatste vijftig jaar na zeven slopende wedstrijden de FIFA World Cup in de lucht mochten steken, waren allen vijftigers. Op twee na: de Argentijnen César Luis Menotti en Carlos Bilardo mochten respectievelijk in 1978 en in 1986 de wereldbeker mee naar hun thuisland nemen. Zij waren toen 40 en 48 jaar.

Louis van Gaal werd in augustus van dit jaar 71. Hij heeft al een heftig leven achter de rug, met ups en downs, zegt zelf slechte familiegenen te hebben en werd de laatste jaren niet gespaard van fysieke problemen. Na vijf seizoenen zonder opdracht – en een zelfverklaarde onomkeerbare pensionering in 2019 – kwam hij in augustus 2021 toch uit zijn Portugese retraite om Nederland voor de derde keer uit de nood te helpen. Zijn vrouw Truus was gewaarschuwd, ze had de telefoontjes uit Nederland wel gehoord. Toen ze A4’tjes met opstellingen had zien liggen, wist ze hoe laat het was. Haar man zou er nog eens voor gaan.

Toen Bert Maalderink van Studio Sport hem op de persconferentie van zijn terugkeer vroeg: “Jij bent de enige die dat
kan?” (Nederland weer op de rails zetten na het ontslag van Frank de Boer) , interpreteerde Louis van Gaal dat als een statement. “Ik ben blij dat jullie dat vinden.” Waarop de journalist: “Het was een vraag, Louis.” Louis daalde van zijn wolk af, en zei: “Oké, ik dacht dat je dat vond.” Om dan weer blij te worden van Maalderinks repliek: “Maar dat vind ik ook.” Waarna een brede glimlach op het gezicht van de bondscoach verscheen.

Op diezelfde persconferentie werd gepolst naar zijn ambitie, die verder reikte dan die van zijn werkgever KNVB, de Nederlandse voetbalbond. “Kwartfinale halen? Dat zeggen zij (en hij wees naar de bobo’s), ik, wij willen wereldkampioen worden.” De bobo’s weten waar ze aan toe zijn: het is eerst Team Louis, daarna de rest.

Prostaatkanker

Een van de vele uitspraken van Louis van Gaal in zijn inmiddels dertigjarige carrière als voetbaltrainer-coach, waarvan sommige hem bleven achtervolgen, andere gingen een eigen leven leiden: “Niet ik ben belangrijk, niet de spelers zijn belangrijk, het team is belangrijk.”

Dat lijkt een lastige. Louis van Gaal is onmiskenbaar de ster van dit Nederlands elftal, meer dan Frenkie de Jong van Barcelona of Virgil van Dijk van Liverpool. Elk woord van Van Gaal is nu een verhaal. Al zou een wereldtitel hem wel nog een aanbieding kunnen opleveren, die zal hij naast zich neerleggen. Dit is zijn eigen grote afscheidsshow.

De aftrap voor Het Laatste Kunstje van Meester Louis, meteen resulterend in een schitterend doelpunt, is inmiddels gegeven door Geertjan Lassche, een documentairemaker voor de NPO. Die mocht Van Gaal lange tijd volgen. Zelfs tot in het dokterskabinet waar Van Gaal eind 2020 – dus vóór zijn terugkeer als bondscoach – de diagnose agressieve prostaatkanker kreeg.

De docu was de twee voorbije donderdagen te zien op de NPO. Louis is een ruim twee uur lange unieke inkijk in een persoonlijkheid die het midden houdt tussen nu eens extreem sympathiek en toegankelijk, dan weer uiterst arrogant en over het paard getild. Maar zo écht, zo Van Gaal. Beter dan Louis wordt het niet.

De documentaire begint met een hilarische scène in een radiostudio waar een twintig jaar jongere Louis van Gaal een gesprek aangaat met een twaalfjarig jongetje over hemzelf en over voetbal, maar toch vooral over hemzelf. Als het jongetje zegt dat hij rechtsback speelt, staat de leraar in Louis recht en geeft hem een opdracht mee. “Ik wil, als je voortaan de bal aanneemt, dat je open staat, met je gezicht naar het spel, snap je dat?”

Waarop het jongetje zegt: “Ik vind u een goeie coach.” Louis knikt, dreigt te gaan glimlachen tot een dodelijk statementje volgt van het kereltje. “Johan Cruijff is de beste trainer van Nederland.” Een bijzonder gevoelige snaar bij Louis van Gaal is geraakt. “Cruijff? Neen hoor. Voetballer wel, trainer niet. (stilte) Wie dan wel de beste Nederlandse trainer is? Op resultaten ben ik dat.”

‘Het kriebelt altijd’

Iets later zie je Van Gaal een golfbal afslaan. Punten voor techniek: drie op tien. Maar de bal belandt waar hij hem wilde hebben, net voor de bunker. Hij zegt, heel goed wetend dat hij wordt gefilmd: “Het is toch ook allemaal top wat ik doe.” Wat hij over Cruijff zei, dat was gemeend. Dat “allemaal top”, was gespeeld. Louis van Gaal is een manipulator, maar dat zijn alle topcoaches.

Louis van Gaal lezen is niet makkelijk. Zelf heb ik hem twee keer geïnterviewd. De eerste keer was de meest memorabele. Het was in juni 1998, op een vrijdagnamiddag na de training in Barcelona. Na anderhalf uur nam hij de regie helemaal in handen. “Oké, ik denk dat we klaar zijn. Ga jij nu maar lekker naar je hotel om dit uit te tikken. Ik blijf hier wel werken tot je het hebt gefaxt en dan gaan we een uurtje telefonisch verbeteren.”

Zo geschiedde, maar van verbeteren kwam niet veel in huis. Hij belde en zei: “Louis hier. Nou. U werkt dan wel voor een Nederlands blad (toen Sport International), maar ik merk toch dat u Belg bent gebleven. U heeft niks geïnterpreteerd, maar mijn woorden precies weergegeven. Heel netjes is dat. Ik heb derhalve niks aan uw tekst te wijzigen. Helemaal niks. Dit is een compliment van mij aan u.” Het dient gezegd, er waren toen ook geen haken en ogen aan zijn prestaties, nadat Barcelona voor het eerst in 39 jaar nog eens de nationale dubbel had gewonnen.

Het tweede en laatste interview was voor deze krant in 2005, bij AZ, toen hij heel wat Belgen in zijn team had. Dat was nog in het oude station Alkmaarderhout, Van Gaal zat er in een soort werfgebouwtje. Hij was heel voorkomend tegen de twee journalisten (samen met collega Hilde Van Malderen) van deze krant.

Hij zei toen onder meer: “Dit is misschien wel mijn laatste kunstje. Ik zou op mijn 55ste ophouden. Mijn vrouw is al boos want ik heb een contract van drie jaar getekend. Als dat afloopt, ben ik 57. In één jaar kun je nu eenmaal niets opbouwen. Daarna moet er wel iets heel moois voorbijkomen, wil ik nog wat gaan doen.”

Wij vroegen: het zal toch blijven kriebelen?

“Het kriebelt altijd. Ik vind dat leuk. Ik ben nog heel fit. Ik voel me nog erg jong. En het is iets waar ik veel plezier aan beleef en waarvan ik vind dat ik het heel goed kan.”

Louis van Gaal is de René Descartes van zijn tijd: “Ik coach, dus ik ben.” Geroemd om zijn eerlijkheid

Wilt u nog wat oneliners van Louis van Gaal? Welaan, hier komen ze. Zijn eerste zette de toon voor een decennialange gespannen relatie met de Nederlandse, Spaanse, Britse en Duitse sportpers. “Ben jij nou zo dom, of ben ik nou zo slim?”, vroeg hij een vooraanstaand journalist.

In Barcelona, waar hij twee keer was, en toen het weer een keer niet liep, verweet hij een journalist dat hij een heel slecht mens was: “Tu eres muy malo, siempre negativo, nunca positivo.” Wat hem parten speelde in die verzuurde relatie met de media – “die domme media” – was zijn ontstellend gebrek aan talenkennis.

Of hij nu in Spanje, Engeland of Duitsland aan het werk was, hij sprak de steenkolenversie van de plaatselijke taal en drukte zich vaak onhandig uit. Hoe moet je anders ‘the three points are inside’ en ‘it’s a question of time’ omschrijven? Of deze week nog, optimistisch over Oranjes WK-kansen: ‘We can come an end.’

Nog oneliners. “Als ik fouten heb gemaakt, dan was dat in de overtuiging dat het geen fouten waren.” “Ik heb niet altijd gelijk, maar meestal wel.” Of nog een mooie: “Ik heb mij altijd ingezet voor het doel waarvoor ik op dat moment op aarde was.” Waarvoor ik op aarde was… bescheidenheid druipt daar niet van af. Hijzelf noemt het eerlijkheid, en iedereen die aan bod komt in de documentaire – oud-spelers als Wayne Rooney, de De Boers, Xavi en Luís Figo – roemt hem om zijn eerlijkheid.

Wat dat betreft is hij een beetje een kopie van zijn grote idool en dat is niet Johan Cruijff, maar wel De Generaal, Rinus Michels, de coach onder wie Nederland op de World Cup van 1974 innovatief voetbalde, maar wel de finale verloor. Organisatie en discipline als cultuur, dat was Michels en dat is Van Gaal. Dus toen hij overwoog om een derde keer bondscoach te worden, had hij videogesprekken met enkele sleutelspelers. “Ik wilde weten of ze mij zouden volgen. Ik had geen zin om aan een dood paard te trekken.”

De cult Oranje

Nederland en eindtoernooien, dat is een verhaal van vallen en opstaan, van afgaan en presteren, van fenomenale ups en al even spectaculaire downs. Nederland is een oneindig veel beter voetballand dan België. Op de 25 eindtoernooien op wereld- en Europees toneel van de laatste vijftig jaar ontbrak Nederland maar zes keer. België elf keer. Nederland won een EK in 1988, en speelde drie finales van een World Cup en drie halve finales. De Rode Duivels zetten daar een verloren EK-finale in 1980 en twee verloren halve finales op een World Cup (1986 en 2018) tegenover.

Oranje is een cult, méér dan de Rode Duivels. Heel Nederland ergerde zich in 2015 aan de schlemielige manier waarop het EK van 2016 de mist inging. Op de World Cup twee jaar eerder had Nederland in extremis nog met strafschoppen van Argentinië de halve eindstrijd verloren en werd uiteindelijk nog derde. Dat was onder Louis van Gaal II.

Louis van Gaal I, dat was ook erg. Toen miste Nederland het WK van 2002 omdat het van godbetert Ierland verloor. Van Gaal droop toen af als bondscoach omdat de spelers hem en zijn methode niet lustten. Ze wilden een bezigheidstherapeut, geen leraar. Mooie scène in de docu Louis is wanneer Ronald en Frank de Boer met Louis als chauffeur (en de documaker en cameraman ook voorin natuurlijk) ondervraagd worden over die periode. Van Gaal aan het stuur maakt zijn punt, de spelers achterin ook. “Je hebt toen veel pech gehad, Louis”, probeert Ronald de Boer te milderen. Je ziet Van Gaal er het zijne van denken.

De derde plek in 2014 in Brazilië, in zijn tweede periode als bondscoach, was de revanche van Louis van Gaal en betekende meteen ook een breuk met de zo geroemde Hollandse voetbalschool van balbezit om het bezit en buitenspelers zo tegen de lijnen geplakt dat ze krijt op de schoenen hebben.

Op 7 september 2015, tijdens de EK-kwalificatiematch Turkije-Nederland, werd die Hollandse voetbalschool ten grave gedragen. De uitslag? 3-0 verlies. Oranje was de panda van het Europees voetbal, aldus De Correspondent: lusteloos, traag, opwindingsvrij, notoir lastig tot seks te krijgen en dus onproductief.

Nochtans had Louis van Gaal een jaar eerder de weg getoond, maar Louis was al weer weg en zat op dat moment zijn kas op te vreten in het handelshuis Manchester United waarmee hij een FA Cup zou winnen, waarna hij werd ontslagen. De bondscoach van de panda’s was toen Danny Blind, en die is vandaag een van Van Gaals assistenten. Het kan verkeren, maar de twee gaan lang terug, ze speelden samen nog bij Sparta.

De vete met Cruijff

Nederland is inmiddels om: de 4-3-3 van Johan Cruijff is samen met de grootmeester begraven. De doodgraver met dienst was Louis van Gaal, wiens relatie met Cruijff slecht was. Als voetballer was er geen vergelijking mogelijk, hoewel Van Gaal een minder slechte voetballer was dan men in België – Antwerp vooral – wil laten geloven. Zo eindigde hij in 1984 tweede in de Nederlandse Speler van het Jaar-verkiezing, achter Johan Cruijff.

Als trainer heeft Van Gaal meer gewonnen. De twee botsten in hun zienswijze over voetbal en die vete beleefde een hoogtepunt rond de World Cup van 2014, toen Van Gaal on-Nederlands met drie achterin, maar meestal met vijf, en loerend op de counter ging spelen. Zijn grote gelijk kwam meteen in de eerste wedstrijd tegen Spanje. Nederland kwam 1-0 achter maar scoorde daarna vijf keer vanuit de in Nederland zo misprezen ‘omschakeling’.

Johan Cruijff kon zijn nederlaag niet accepteren en noemde het voetbal van Oranje niet om aan te zien. Zijn goed recht, minder leuk was dat hij Van Gaal bij herhaling als een slecht mens omschreef. Het gekissebis werd een vete waarvan de oorsprong niet meer te achterhalen is, nadat Cruijff in 2016 overleed. Wellicht heeft het succes van Van Gaal in Barcelona in ’97-’98 daarmee te maken. In het gloriëren zoals alleen hij dat kan, had hij de jeugdopleiding van Barcelona bekritiseerd en uitgerekend die was ooit het werk van Johan Cruijff.

De ooit goeie vrienden zeiden nog wel dat ze door één deur konden, maar ze zorgden er toch voor nooit meer dezelfde deur op hetzelfde moment te moeten nemen. Toen Van Gaal zijn ontslag indiende als technisch directeur bij Ajax in 2004 wees hij Cruijff met de vinger, en dat hij geen algemeen directeur werd van dezelfde club in 2011 weet hij ook aan Cruijff die de jeugdafdeling tegen Van Gaal opzette.

In de laatste kwalificatieinterlands die Nederland over de streep trokken richting Qatar, speelde het 3-5-2, of 3-4-3, een variant daarop – in elk geval met drie centrale verdedigers. Van Gaal noemt het overigens 1-3-5-2, want zijn doelman is een essentieel onderdeel van zijn spelwijze. Dat kwam in het bijzonder tot uiting op de World Cup van 2014, toen hij voor de strafschoppenreeks tegen Costa Rica zijn doelman Jasper Cillessen verving door Tim Krul, omdat die een betere ‘pakker’ was.

Dat was de lefgozer Van Gaal ten voeten uit. Als dat was mislukt, hadden ze hem zijn Nederlands staatsburgerschap afgenomen, want Cillessen deed het 120 minuten prima. Maar het lukte: Krul stopte twee strafschoppen. Tegen Argentinië ging Oranje eruit na strafschoppen. Tim Krul kwam niet in, kon niet inkomen, want Van Gaal had zijn (toen nog drie maximale) wissels gebruikt.

Toen Oranje het WK-ticket bemachtigde tegen Noorwegen, nu zowat een jaar geleden, was Louis van Gaal al in behandeling geweest voor zijn prostaatkanker. Wegnemen van de prostaat, vijfentwintig bestralingssessies, een testosterononderdrukkende therapie: in de docu Louis geeft hij toe dat het op hem werkt. “Niet makkelijk voor het seksleven, Geertjan”, zegt hij tegen de maker, “maar nu wordt het wel heel intiem.”

Hij kreeg al snel fysieke ongemakken en viel van zijn fiets op trainingskamp in Zeist. Diagnose: breukje in de heup, operatie niet nodig, maar wel helse pijn. Al die ellende leverde dat ene inmiddels iconische beeld op na de kwalificatie: de hele Oranje-kern juichend in
de kleedkamer met in hun midden een opaatje. Die lijkt zo in zijn stoel uit het bejaardentehuis gerold, maar het is hun bondscoach, juichend en tegelijk de pijn verbijtend. Hun Louis van Gaal, die hen de weg zal wijzen naar de ultieme triomf.

Verhaal over Qatar in De Morgen van vrijdag 18 november 2022

Hoe een ministaat via sport de wereld probeert in te palmen

Vanuit een soort overlevingsdrang bokst Qatar al een halve eeuw boven zijn gewicht, al neemt het met deze World Cup wel erg veel hooi op de vork. Een match winnen zou leuk zijn, maar bovenal wil Qatar de wereld overtuigen van zijn goede bedoelingen. Nu maar hopen dat de vieze Franse en andere potjes gedekt blijven.

‘Qatar deserves the best.’ Wie landt op Doha International Airport, voor het tweede jaar op rij tot beste luchthaven ter wereld uitverkozen, ziet ze meteen hangen: de grote affiches in het Engels en het Arabisch. Qatar verdient het beste. Na hun tocht door de woestijn, en dat is daar nogal letterlijk te nemen, bedoelt de Qatarese nomenklatoera ‘alléén het beste’.

Hoe ze dat verkrijgen? Simpel: met geld, heel veel geld. Gasexporteur Qatar wordt in de politieke wetenschappen omschreven als een ‘Rentierstaat’. Dat is een land dat een aanzienlijk deel van zijn nationale inkomsten verkrijgt uit ‘renten’ die worden betaald door buitenlandse individuen, bedrijven of regeringen.

Renten, zo staat in economieboeken, kan inkomen zijn ‘verkregen uit de gift van de natuur’. De bekendste rentenierstaten zijn de olie- en gasrijke landen in de Perzische Golf. Qatar wil voor alle duidelijkheid af van die afhankelijkheid. Net als buur Saudi-Arabië heeft de absolute monarchie een plan ontwikkeld voor als die inkomsten minder worden en ooit zullen opdrogen.

Net als Saudi-Arabië heeft ook Qatar zijn plan voor een transitie naar een diverse economie ‘Vision 2030’ gedoopt. Alleen is de Qatarese versie door slimme diplomatie en het gebruik van wat politicologen soft power noemen net iets succesvoller gebleken dan de Saudische. Sport is een factor in die zachte Qatarese kracht. Reken maar dat de World Cup 2022 en het shinen van Qatar de andere Golfstaten de ogen uitsteekt.

Bewezen omkoping

Qatar is al vaker omschreven als het lelijke eendje van de wereldsport. Die sneer heeft dan niks te maken met de rechten, huisvesting en werkomstandigheden van de gastarbeiders. Ook de ecologische schade en de energieverspilling van luchtgekoelde open stadions komt dan zelden ter sprake.

De kritiek spitste zich toe op twee grote vragen. Hoe bestaat het dat een wereldsportbond een piepklein land – hoe rijk het ook mag zijn – toelaat om in een straal van 55 kilometer acht stadions te bouwen? Met een Qatarese voetbalcompetitie die nauwelijks toeschouwers trekt, is er voor zeven van die acht gigantische bouwsels geen enkele toekomst.

Tweede vraag: wat heeft de wereldvoetbalbond FIFA bezield om een van de meest asportieve landen na tal van andere sportkampioenschappen nu ook het grootste wereldkampioenschap, de FIFA World Cup, toe te wijzen?

Corruptie? Jazeker. Sleutelfiguur was Mohammad bin Hamman, van wie bewezen is dat hij 25 FIFA-officials had omgekocht. Dat was om in 2011 zelf FIFA-voorzitter te worden. Hij schatte zijn kansen goed in, nadat zijn rondje geld uitdelen ook was gelukt om de World Cup naar Qatar te krijgen. Van Bin Hamman is na zijn levenslange schorsing nooit meer iets vernomen. Benieuwd of hij zondag bij de openingsceremonie in een vipsectie van het Al-Baytstadion in Al-Khor zal opduiken.

De Franse connectie

Onderzoeken zijn nog lopend, maar als er nog donkere wolken boven de Qatarese hoofden zouden hangen, houden die geen verband met mensen- of werknemersrechten of ecologie en al helemaal niet met rechten van de queergemeenschap.

Als er nog wat hangt, dan ook niet bij de FIFA, die de corrupte verkiezing van december 2010 heeft bedekt met bergen zand. De helft van het toenmalig executief comité van de FIFA is in 2014 en 2015 beschuldigd en vervolgens geroyeerd en/of gevangengezet. Sommigen kozen voor de vlucht vooruit, een deel is overleden.

Overigens kwam het hele FIFA-exco in opspraak. Neem nu dokter Michel D’Hooghe, voormalig lid van dat corrupte executief. Een vooraf geschonken Russisch schilderij en de aanstelling van zijn zoon als orthopedist in de Aspire-kliniek in Doha kort na de verkiezing wogen niet zwaar genoeg om hem aan te klagen. In meer waardegebonden milieus zou hij dat nooit hebben overleefd.

De Franse recherche stelt alvast wel alles in het werk om de onderste steen boven te halen. Op 18 juni 2019 werd voormalige UEFA- voorzitter Michel Platini in Frankrijk opgepakt voor ondervraging. Platini zou van de Franse president Sarkozy, zelf veroordeeld voor corruptie, de vraag hebben gekregen om op Qatar te stemmen.

Qatar Airways, grote sponsor van de FIFA, ging na de verrassende stemmingsuitslag shoppen bij het Franse Airbus. Het kocht in één klap vijftig vliegtuigen. Platini heeft altijd toegegeven dat hij die meeting op het Elysée met Sarkozy heeft gehad en dat tot zijn grote verbazing ook de latere emir Tamim al-Thani daarbij aanwezig was. En dat uiteraard over de World Cup-kandidatuur werd gesproken, maar dat Platini al had beslist om het Qatar te gunnen en er dus van beïnvloeding geen sprake kon zijn.

Een jaar na de triomf van Qatar werd zoon Laurent Platini wel CEO bij het Qatarese sportmerk Burrda. Dat compleet onbekende merk was in het jaar van de verkiezing ook plots kledingsponsor van de Rode Duivels geworden en bleef dat tot 2014. Nog zo’n half mysterie.

Een jaar na die verkiezing verwierf beIN Sports (de sportpoot van Al-Jazeera) de tv-rechten van de Franse Ligue 1 voor een gruwelijk hoog bedrag en kocht Qatar Sports Investment, de sportportfolio van de Qatar Investment Authority (waarde: 445 miljard dollar), de Franse topclub Paris Saint-Germain.

Inmiddels was bekend geraakt dat beIN Sports net voor de verkiezing 400 miljoen dollar had geboden voor het tv-contract op de World Cups van 2018 en 2022, met een verplichting om 100 miljoen extra te betalen als Qatar de World Cup kreeg. Daarbovenop beloofde de Qatarese overheid drie jaar na de toewijzing nog eens 480 miljoen dollar. Dat dossier wordt nog onderzocht door de Zwitserse politie.

Nasser al-Khelaïfi

Er zit nog een Frans en vervelend luikje aan te komen voor Qatar. Meer in het bijzonder voor de kroonprins van het Qatarese voetbal, Nasser al-Khelaïfi, NAK pour les amis. Hij is de baas van Paris Saint- Germain en ook voorzitter van beIN Media Group en Qatar Sports Investment. In 2019 trad de Aziaat zelfs toe tot het hoogste bestuursorgaan van de UEFA, waarvan hij met beIN de tv-rechten kocht.

Op 29 september van dit jaar publiceerde de Franse krant Libération een dossier over Tayeb B., een Frans-Algerijnse zakenman die in Doha negen maanden werd vastgehouden en gemarteld. De man was in het bezit van bezwarende documenten over de handel en wandel van NAK. Daarbij volgens Libé ook details over de corruptie rond de toewijzing van het WK voetbal aan Qatar in 2010.

Of Tayeb B., die in Doha woonde sinds 2019, Al-Khelaïfi wilde chanteren, is niet duidelijk. Die trok echter alle registers open, stuurde de politie op B. af en heeft gekregen wat hij wilde: de documenten op een USB-stick en een wellicht afgedwongen belofte dat Tayeb B. zijn mond zou houden of anders vijf miljoen euro schadevergoeding moest betalen.

Inmiddels is Tayeb B. terug in Frankrijk, waar hij klacht heeft ingediend. Beetje bij beetje raakt zijn verhaal bekend. In Parijs had hij zich in de gratie gewerkt van de Qatarezen. Hij beschikte over een zeer uitgebreide kennissenkring in het Midden-Oosten en Noord-Afrika en dat alles kon Qatar wel bekoren.

Zodoende kreeg hij een verblijfsvergunning voor Qatar en een contract als consultant. En toen ging het ineens mis: Tayeb wist te veel. Het Franse gerecht onderzoekt nu in hoofde van Al-Khelaïfi de corruptie bij toewijzing van de World Cup, illegale tewerkstelling en nog enkele niet al te koosjere affaires in zijn privé- leven. Tenzij er nog een bommetje wordt gedropt vóór de finale op 21 december, is dat een zaak voor na de World Cup.

Het wereldkampioenschap voetbal is niet het eerste grote sporttoernooi dat Qatar organiseert. Sinds de Doha Open, een tennistoernooi dat startte in 1993 en nog steeds bestaat, heeft Qatar dertig grote sportkampioenschappen op zijn grondgebied verwelkomd. Daaronder een WK wielrennen in 2016 waar meer kamelen stonden te kijken langs de weg dan Qatarezen, een WK atletiek begin oktober 2019 dat in lege stadions plaatsvond en waar door de hitte de marathons liet starten om middernacht.

Maar evengoed WK’s tafeltennis, squash, gewichtheffen, zwemmen en handbal. Dat laatste in 2015 sloeg alle records. Drie gigantische sporthallen (kostprijs 220 miljoen dollar) werden gebouwd. Het tot dan onbestaande nationale team hield de Qatarese eer hoog met twee in Qatar geboren spelers en voor de rest Egyptenaren, Tunesiërs, maar vooral Serviërs, Kroaten, Bosniërs, Montenegrijnen, een Fransman, een Cubaan en een Spanjaard.

Buitenlandse atleten betalen – met geld is alles te koop – om van paspoort te veranderen is een beproefde Qatarese tactiek. Alle vijf olympische medailles die Qatar ooit heeft gewonnen, kwamen van genaturaliseerde Afrikanen en Europeanen.

De ‘Qaterese’ handbalselectie werd gecoacht door de toen regerende wereldkampioen, de Spanjaard Valero Rivera. Als harde supporterskern werden zestig luidruchtige Spanjaarden ingevlogen, die net als 680 journalisten reis, kost en inwoon en zakcentjes hadden gekregen van de Qatarese sportautoriteit. In de finale was Frankrijk met drie goaltjes verschil te sterk.

Internationaal wordt de inzet van sport om een land aan een gunstig imago te helpen omschreven als sportswashing. Qatar is daar veel bedrevener is dan pakweg grote buur Saudi-Arabië en de kleinere buurstaten van de Verenigde Arabische Emiraten.

Goede Wereldburger Qatar

Die politiek om sport te gebruiken komt uit de koker van één man, de huidige emir – zeg maar absolute koning – van Qatar, sjeik Tamim bin Hamad al-Thani. Die kreeg zijn opleiding in Groot-Brittannië en werd op zijn 22ste in 2002 het jongste lid ooit van het Internationaal Olympisch Comité, tot grote verbazing van die exclusieve club. Dat was met dank aan toenmalig IOC-voorzitter Jacques Rogge die de jonge sjeik-sportliefhebber lid maakte als beloning voor de steun die hijzelf bij zijn verkiezing vanuit de Arabische wereld had gekregen.

Dat volstond als return. Toen Doha kandideerde voor de Olympische Spelen van 2020 (die naar Tokio gingen) achtte Rogge hun kandidatuur minder dan kansloos. De sjeik leidt sinds 2010 zelf de Qatar Sports Investment, het vehikel dat de sportbudgetten van de staat beheert. In 2011 werd Paris St-Germain aan de bezittingen toegevoegd. In 2012 zelfs de voetbalclub uit Eupen, waar Qatarezen zouden worden opgeleid in de edele kunst van het Europese voetbal, maar waar vandaag geen enkele Qatarees meer speelt.

Tegelijk volgde de sjeik-troonopvolger, die in 2013 emir werd, een andere piste die moest leiden tot de symbolische maar niet minder belangrijke titel van Goede Wereldburger Qatar. Die politiek om zich overal in te mengen als positieve kracht wordt door kenners van het Midden-Oosten uitgelegd als een noodzaak. Danyel Reiche, professor in Libanon en aan Georgetown University in Doha, legt uit: “De dreiging van grote buur Saudi-Arabië is echt. In 2017 hebben zij en de andere Golfstaten Qatar een blokkade opgelegd. Officieel ten gevolge van de Qatarese steun aan de Moslimbroeders van Egypte, maar iedereen wist dat na-ijver, ook ten aanzien van de World Cup, de echte reden was. Die blokkade duurde tot in 2021 maar heeft niet gewerkt, omdat Qatar is doorgegaan met allianties smeden en zijn gas kon blijven verkopen. Dat kleine landje weet dat het alleen kan overleven als het een rol van formaat speelt, noem het voor mijn part boven het gewicht boksen, maar vooral iedereen te vriend houdt.”

Grote weldoener

Dat laatste betekent zowel het Turks als Amerikaanse leger een basis verschaffen, maar ook overal in de wereld steun verlenen. Qatar buit dan wel Nepalezen uit, ze waren bij de eerste en grootste weldoeners toen daar een aardbeving uitbrak. Evengoed steunden ze de slachtoffers van de orkaan Katrina in New Orleans, of initieerden de Darfoer-akkoorden en vredesbesprekingen tussen Hamas en Israël. Hun laatste goede daad was het herbergen van ambassades die voorheen in Kaboel in Afghanistan zaten en het aldaar helpen evacueren van vluchtelingen.

De meest recente goede boodschap die het ‘derde veiligste land van de wereld’ bracht, was vrouwen het recht te geven een rijbewijs te halen zonder goedkeuring van de man en de invoering van het minimumsalaris voor gastarbeiders.

De World Cup zou om vele redenen nooit in Qatar mogen doorgaan, maar er zit toch een positieve kant aan, vindt de Britse socioloog en voetbalschrijver David Goldblatt. “Nooit in de geschiedenis van een World Cup heeft een land zoveel toegevingen gedaan aan
de verontwaardigde internationale gemeenschap als Qatar.” Meer toegevingen dan ooit en meer gezeik dan ooit, daar hadden de Qatarezen nu eens niet op gerekend.