Column ‘Adiós Godenmakers’ in De Morgen 20 juni 2014

ADIOS GODENMAKERS

De Morgen – 20 Jun. 2014

Dynastieën zijn niet van de Europese sport, omdat de handel in talent hier zo vrij en welig tiert en een topspeler in spe zomaar andere oorden kan opzoeken. Dat maakt het bouwen aan een dynastie heel moeilijk, en dat is verdomd jammer want topsport leeft van dynastieën.

Teams, maar desgevallend ook individuen, die er jaar na jaar in slagen in dezelfde bezetting de nummer één te blijven, krijgen er onderweg fans bij. Omgekeerd zal het aantal fanatieke tegenstanders afnemen naarmate de dynastie het langer volhoudt en zal het respect van de vijand toenemen.

Grote wereldwijde sportdynastieën zijn tot nog toe onveranderd Amerikaans, met de Chicago Bulls van Michael Jordan als meest uitgesproken exponent met mondiale exposure. Het Spaans nationaal elftal van de voorbije zes jaar mag gerust zijn voet zetten naast Jordan en co.

Eergisteren, aan het einde van de déconfiture tegen Chili, passeerde een tweet van Pierre Hellebaut, een goede kennis in dit vak en een voetbalbeest. “Hoed af voor deze heerlijke generatie. Elke voetbalfan heeft zes jaar van jullie genoten.” Het is te hopen dat elke voetbalfan heeft genoten, want Spanje speelde drie toernooien op rij enkele buitenaardse wedstrijden waarbij het de tegenstand horendol tikte. Spanje was een team waar je van hield, of dat je haatte omdat je het diep van binnen bewonderde.

Dit was uitzonderlijk voetbalsucces dat geenszins op toeval berustte. Het was het succes van een dominant spelsysteem, behaald door een mix van spelers uit clubs die elkaar op een doordeweekse dag naar het leven staan, in en naast het veld, maar die elkaar binnen de nationale ploeg met plezier kwamen aanvullen. Daarom: adiós amigos. We zijn u dankbaar, maar nu is het mooi geweest. Uw succes van de laatste twintig jaar komt zeker nooit meer terug en is misschien ook niet wenselijk.]

Wie het Spaans succes in historisch perspectief bekijkt, kan niet anders dan hier en daar een vraagteken plaatsen, want het is wel heel erg plots gekomen. Vóór de Spelen van Barcelona in 1992 richtte Spanje door het hele land de zogeheten CAR’s op, waarbij CAR staat voor Centro de Alto Rendemiento. Het rendement was bijzonder hoog, want van de in totaal 130 olympische medailles die Spanje ooit won, werden er 104 behaald sinds 1992.

Na de eeuwwisseling werden ze in het voetbal twee keer Europees en één keer wereldkampioen en in het basketbal wereld- en Europees kampioen en tweede op de Spelen. Individueel was er Rafael Nadal in het tennis, Miguel Indurain, Alberto Contador en Carlos Sastre in de Tour, Fernando Alonso in de Formule 1 en ga zo maar door.

Het programma dat ze vóór 1992 opzetten, had als codenaam Hacedores de Dios, Godenmakers. Eerste minister Mariano Rajoy zei ooit: “Sport is een van de grote troeven in dit land en een fundamenteel ingrediënt van het merk Spanje.” De Spanjaard kon toch een beetje trots zijn, ondanks alle economische ellende en kocht dat ene T-shirt: “I’m Spanish, what do you want me to beat you at?”

Jammer dat de hele tijd de slagschaduw van bedrog de Spaanse sportsuccessen verduisterde, maar daaraan hebben ze zelf schuld door hun halfslachtige houding tegenover doping. We hebben gekeken, getwijfeld, gespeculeerd, nooit geweten en toch ook genoten, ondanks alles. Zo gaat dat in de sport.

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserved

 

Column Oranje ? in De Morgen van 19 juni 2014

ORANJE ?

De Morgen – 19 Jun. 2014

 

Eerder dit toernooi had ik na Spanje-Nederland (1-5) een vraag gesteld, en gisteren is ze beantwoord. Was Spanje zo zwak, of Oranje zo sterk? Oranje was in die openingswedstrijd wellicht niet zo sterk als het wel leek, en dat is na de wedstrijd van gisteren wel heel beleefd gesteld.

 

Die Spanjaarden in hun voorbereiding op de wedstrijd tegen Chili, zouden die hebben gekeken? Wellicht wel, want ze moeten nog tegen de Aussies. Was ik een Spanjaard, ik had de tv dichtgegooid of de PlayStation opgezet. Na een half uur hebben die zich vast afgevraagd hoe zij in godsnaam vijf goals hadden binnengekregen tegen dat zootje stuntels in blauw met oranje cijfertjes.

 

Zoals Jan Mulder zich afvroeg, stel dat gisteren kort na de middag iemand van Mars was geland in Brazilië, toevallig in Porto Alegre in het Estádio Beira-Rio, en je had hem uitgelegd dat dit een wedstrijd was van een heel goed team dat de wereldkampioen had vernederd tegen een team met niet al te veel ambities, hij had ze nooit uit elkaar kunnen halen.

 

We gaan er maar even van uit dat een Marsmannetje een man is, en had je hem vervolgens gezegd dat dit spel het populairste vermaak was op de planeet, hij had zich op slag in zijn ruimteschip opgesloten. Maar na een uur zouden die Spanjaarden de tv wellicht weer hebben opgezet en hebben gezien dat die Nederlanders een 1-2 met tot dan kansloos spel zo maar ombogen in 3-2 en vervolgens kans na kans kregen om de zaak af te maken. Ze zouden er niks van begrepen hebben, en het Marsmannetje nog minder.

 

Je vraagt je af of Willem-Alexander en zijn Máxima begrepen hebben wat daar gisteren gebeurde. De penaltyfase van de Australiërs hebben ze vast gesnapt. Hoe die Australiër de bal tegen de hand van een verdediger trapte, was copybook hockey, waar men ook prijs heeft als men de onderdelen van de tegenstander raakt binnen een vooraf afgebakende zone, weze het een halve cirkel of een rechthoek.

 

Wat is dit toch een vreemd WK. Er is in die eerste wedstrijden tot en met deze van Nederland precies drie keer per wedstrijd gescoord. Over dezelfde periode vier jaar geleden was dat twee keer. Dat lijkt misschien niet veel verschil, een 1-1 of een 2-1, maar er is dus haast vijftig procent meer gescoord.

 

Waaraan ligt zoiets? Het weer? Meer dan de helft van de wedstrijden wordt gespeeld in de Braziliaanse winter en dat is een mooie lentedag bij ons. Het was in Zuid-Afrika niet anders.

De bal? De Brazuca floddert zo niet, althans daar horen we niks over. De Jabulani, dat was een flodderaar, maar hij ging er de helft minder in.

De spelers? Misschien. Wat was er gisteren met die Matt Ryan van Club aan de hand? Wijd open blik op een niet al te makkelijk, maar ook niet echt moeilijk schot van Memphis Depay, en er toch naast grabbelen. De arme jongen heeft zich in twee wedstrijden al meer moeten omdraaien dan in een half seizoen Club Brugge.

 

Ondanks de overwinning, ondanks de inderhaast ingevoerde 4-3-3 en de verdienstelijke Depay, is dit Nederland kansloos voor een verder verblijf op dit toernooi. In veertig jaar Oranje triomfen en rampen, maar meestal wel triomfen, is er nooit een Nederlandse selectie geweest met minder voetballend vermogen dan wat gisteren de eerste 60 minuten op het veld stond. De verdedigers zijn om te huilen, zo slecht dat die voetballen. Het is te hopen dat Louis net als Marc nog wat op de bank achter de hand heeft.

 

HANS VANDEWEGHE

 

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserved

 

Verhaal – over sport!, de NBA – in De Morgen van 17 juni 2014

Het mirakel van San Antonio

De Morgen – 17 Jun. 2014

Voor de vijfde keer in vijftien jaar heeft het Eupen van de VS de titel gepakt in de NBA. Dat deed het met echt basketbal en een stel buitenlanders.

LeBron James en de Miami Heat wonnen nog wel de tweede wedstrijd in San Antonio en leken op weg om zich thuis in een veilige 3-1-voorsprong te nestelen alvorens terug te keren naar het zuiden van Texas. Maar na de twee wedstrijden in Miami stond het 1-3 voor de Spurs, die het zondagnacht thuis simpelweg afmaakten.

Vooral de derde wedstrijd uit de serie in de thuiszaal van de Miami Heat zal de geschiedenis ingaan als memorabel. Ergens diep in de wedstrijd nam coach Popovich zijn spelmaker Tony Parker van het parket en sprak hem vaderlijk toe. “Je hebt vandaag leiderschap getoond, je was groots.” Dat inspirerend moment van de topcoach is te zien op YouTube. Parker heeft geen bal meer gemist van de hele finals.

Tony Parker wás ook groots en vooral bij momenten onhoudbaar en dat is niet voor het eerst. In 2001 werd hij – zoon van een Amerikaanse vader en een Nederlands fotomodel, maar houder van een Frans paspoort en Amerikaans sprekend met een Frans accent – gedraft door de Spurs. De eerste jaren waren een harde leerschool en coach Pop zat voortdurend onder en op zijn vel.

Maar Pop is een aparte coach. Hij wil basketbal spelen en dat basketbal staat veel dichter bij het doordachte Europese spelletje dat Parker in Frankrijk had geleerd dan bij het Amerikaans trapezebasketbal dat zijn oorsprong vindt op de pleintjes van de achterstandsbuurten. Exponent van dat spectaculaire spel is het wonderbaarlijke trio James-Wade-Bosh van de Heat, maar ook in die ene gewonnen wedstrijd kwamen ze nooit in het gewone spel. De Spurs vingen de supersterren op in een uitgekiende verdediging, hielden LeBron James onder de dertig punten en sloten alle andere ontsnappingswegen af.

Solidair met armen

De prestatie van San Antonio is een mirakel en een wake-upcall voor de Amerikanen. Zoals Belgiës beste basketbalspeler Tomas Van Den Spiegel tweette, de ploeg bestaat uit twee Fransen, twee Australiërs, één Italiaan, één Braziliaan, één Argentijn, één Canadees en een center die van de Maagdeneilanden komt. Vooral de Argentijn Ginobili geldt naast de Fransman Parker als het genie in het veld.

Voor alle duidelijkheid: aan dat team hebben ze jaren gebouwd, zonder spelers te kopen want dat mag niet in de VS, en dat alles onder de kundige leiding van Greg Popovich. Manu Ginobili lijkt dan niet al te atletisch vergeleken bij James en Wade, maar de hersenen haalden het deze keer op het vlieg- en stuntwerk van de Heat. Die pakten vorig jaar in de zevende wedstrijd de titel, ook tegen de Spurs, maar nu lieten de Texanen het niet zo ver komen.

Een vijfde kroon voor de Spurs in vijftien jaar is opmerkelijk en het resultaat van het Amerikaans economisch sportsysteem. Alleen de Boston Celtics (17), de Los Angeles Lakers (16) en de Chicago Bulls (6) hebben meer kampioenschapsringen, maar Boston, Los Angeles en Chicago zijn zogeheten ‘grote markten’ met veel sportconsumenten die veel geld te besteden hebben.

In San Antonio wonen weliswaar meer dan twee miljoen mensen, maar de economische draagkracht van de regio is niet navenant: het is maar de 38ste economie van de VS en de op drie na kleinste markt in de NBA. Er wonen nogal wat kansarmen en werknemers van de lokale industrieën. Niet al te veel Amerikanen blijven uit vrije keuze in het zomers bloedhete Zuid-Texas.

Toen de NBA besloot dat San Antonio een team mocht hebben, volgde daaruit automatisch dat de rest van de competitie solidair moest zijn. In een ander sportsysteem zouden de Spurs met hun beperkte inkomsten nooit 77 miljoen dollar kunnen besteden aan spelerssalarissen maar in het Amerikaans profmodel worden 70 procent van de inkomsten van alle teams herverdeeld om het competitief evenwicht te bevorderen.

Gekopieerd op het Belgisch voetbal zou dat betekenen dat Eupen door de andere eersteklassers financieel wordt gesteund om een stabiele en economisch rendabele collega-eersteklasser te worden. Met de achterliggende gedachte: hoe spannender de competitie, hoe beter we er allemaal van worden.

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserved

Het Mirakel van San Antonio

Column Black, Blanc, Beur, Belge in De Morgen van 17 juni 2014

BLACK, BLANC, BEUR, BELGE

De Morgen – 17 Jun. 2014

Op het gevaar af voor Belgicist te worden uitgescholden, ook ik blijf bij die Rode Duivels niet onbewogen. Maar omdat in topsport de resultaten tellen, wil ik toch maar even de wedstrijd van vanavond afwachten vooraleer mij voluit te smijten. Ik vertrouw die Algerijnen namelijk niet. Een speler zei voor de camera ‘Wij willen het Arabische volk vertegenwoordigen’, en daar kan ik mij met de beste wil van de wereld de laatste decennia niks bij voorstellen dat niét met overdreven geweld te maken heeft (in een voetbalcontext, welteverstaan).

Of de Rode Duivels het laatste restje lijm zijn dat België bij elkaar houdt, wilden de buitenlandse media mij laten zeggen in de aanloop naar dit toernooi. Dat heb ik zwaar afgestreden. België is niet te redden, niet door dat amechtig handje op de voetballersharten bij de Brabançonne en ook niet door Kompany en Fellaini of door De Bruyne en Courtois.

Daarna moest ik uitleggen hoe het komt dat wij ineens zo’n goeie voetballers hebben. Dat was al andere koek, want dit succes heeft vele vaders. Eigenlijk is het bezopen dat we nu al van succes spreken terwijl we nog geen wedstrijd hebben gespeeld, maar zo zijn wij Belgen dan weer: blij met een dode mus.

Hebben we te maken met een generatie van talent die toevallig samen groot zijn geworden, of zit er een systeem achter? Het is een beetje van allebei. Eind vorige eeuw zijn Michel Sablon en Bob Browaeys de kar gaan trekken van de jeugdopleiding. Tegelijk kreeg het IKFoot-project (later DoublePass) een poot aan de grond.

Dit is niet de oorzaak voor de doorbraak van Kompany, maar wel voor de schitterende generaties voetballers die daarna zijn gekomen en die ze nu klaarstomen bij de jeugd. Kompany en co. is een generatie getalenteerde voetballers die om onverklaarbare redenen ineens samen is opgestaan, niet toevallig pleintjesvoetballers, niet toevallig (velen) met allochtone roots.

In 1986 en 1990 had we één international die niet uit de pure Belgische klei was getrokken: Enzo Scifo. Die was in 1994 en 1998 ook van de partij, maar in 1994 kreeg hij het gezelschap van Joske Weber, een genaturaliseerde Kroaat die meegenomen werd om af te zetten bij het kaarten. In 1998 waren we multicultureel zoals nooit tevoren: twee genaturaliseerden (Vidovic, een Joegoslaaf, en Oliveira, een Braziliaan), Scifo uiteraard en de twee Congolese broers Mpenza.

In 2002 alweer iets minder multicultureel: één Mpenza bleef over en Strupar was een paspoorthopper uit Kroatië.En dan kwam twaalf jaar niets, tot dit WK. Tien van de drieëntwintig spelers zijn Belgen van deels allochtone oorsprong, waarvan er zeven Sub-Sahara (vijf) of Noord-Afrikaanse (twee) genen hebben. De resterende drie zijn van Spaanse of Caraïbische origine en de zeer begaafde Adnan Januzaj van Manchester United is als Kosovaar de enige asielzoeker in de nationale ploeg.

Een kwart eeuw nadat bij Nederland met Gullit en Rijkaard twee dragende spelers met een donkere huid debuteerden, bijna twintig jaar nadat de Fransen hun migrantenzonen omarmden, zijn ook wij er eindelijk in geslaagd dat vat aan talent aan te boren. Het is Black, Blanc, Beur(re) à la Belge, en het kan voetballen als de beste.

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserved

Black, Blanc, Beurre, Belge

Column Hollandse School 2.0 in De Morgen van 16 juni 2014

HOLLANDSE SCHOOL

De Morgen – 16 Jun. 2014

Zaterdag niks in de krant hebben over Nederland-Spanje, dat vreet aan een mens. Ik was na Boulahrouz 2006 en Van Bommel 2010 nochtans van mijn Oranje geloof gevallen, maar alles komt terug. Vreemd, maar afgelopen vrijdag deed het mij nog niks, toen ik op een bij het hotel gehuurde damesfiets – gelukkig zijn Hollandse vrouwen zo lang dat hun fietsen mij passen – door Maastricht cruisde en her en der een versierde straat trof.

Tegen kwart voor negen was ik terug. Even naar de zaal gaan kijken waar het obligate groot scherm stond en de al even obligate in oranje uitgedoste hotelgangers, maar dan toch maar voor de tv op de kamer gekozen. Ik vind het maar hoogstzelden plezant om met veel andere mensen samen dingen te doen en voetbal kijken hoort daar niet bij. En toen gebeurde iets vreemds. Ik heb nooit gejuicht, althans dat herinner ik mij niet, maar na de 1-1 heb ik de rest van de wedstrijd op de rand van mijn bed met open mond gevolgd.

Bon, dat was vrijdag en ook een beetje zaterdag toen ik een hele mooie tocht fietste door Zuid-Limburg en in al die dorpen met hun rare namen bij elke Oranje uiting een glimlach niet kon onderdrukken. Gisteren had ik al een totaal ander gevoel. Ik blijf worstelen met het eeuwige dilemma van wie een voetbalwedstrijd bekijkt: won Oranje omdat zij zo goed, of omdat de anderen zo slecht waren?

De 0-1 voor Spanje had niet mogen vallen, want het was geen penalty maar een fopduik, dus Diego Costa had een kaart moeten krijgen. De 1-1 van Robin van Persie was geniaal en tegelijk puur geluk, maar dat was het schot van Marco van Basten in de finale van het EK 1988 ook. Wie het niet probeert, heeft geen geluk. Dat Silva vervolgens niet scoorde, was redelijk onbegrijpelijk. En zo stond het 1-1 aan de rust, terwijl het 0-2 had kunnen staan.

Wat daarna gebeurde, kan echt alleen in voetbal. 2-1 na een geniale pass en een geniale flits. 3-1 na een overtreding, maar bij die fase zag je dat die Spanjaarden niet met de juiste attitude op het veld stonden. Of ze dachten: pas op voor die Hollanders want die wilden ons vier jaar geleden al vierendelen en nu moeten we nog een heel toernooi. Of ze dachten: we staan nu op 0-1, laten we dat varkentje professioneel wassen. Van die walrus op de bank ging bij achterstand ook weinig uit.

Het was wat van allebei: Oranje was goed, werd beter, Spanje was slecht, werd slechter. Bijgevolg, vrienden van het Oranje geloof, zou ik u toch willen waarschuwen voor te veel optimisme. Te beginnen met overmorgen Australië, altijd lastig. Ten slotte wil ik u alsnog bedanken. Toen ik in 1993 in uw land mocht komen werken heb ik mij dag na dag, week na week, toernooi na toernooi verbaasd over zoveel ambitie, zoveel sportief positivisme. Bij Van Persie’s onmogelijke kopbal, dacht ik meteen: dat is zo Nederlands, om dat toch maar even te proberen, om te kijken waar dat schip zal stranden.

Al raakt Oranje niet voorbij de eerste ronde, zelfs dan heeft het zijn toegevoegde waarde aan dit toernooi bewezen. De Hollandse School 2.0 is geboren en een mooiere goal wordt niet meer gescoord.

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserverd

Hollandse School 2.0

Column ‘Krokodil’ in De Morgen van 14 juni 2014

KROKODIL

Paus Franciscus heeft de waarden van het voetbal geroemd. “Het WK moet een sportief feest worden dat in het teken staat van de solidariteit onder de volkeren.” De waarden waar hij het over had, zijn volharding, loyauteit en vriendschap. “Als we de lessen van de sport begrijpen, zullen we allemaal winnaars zijn door de banden te versterken die ons verenigen.”

Dat is goed gezegd. Ik denk dat de voetballers nu twee keer zullen nadenken voor ze elkaar doormidden schoppen of flikken met schwalbes en kunstduiken. En de actievoerders in de straat zullen nu ook wel stoppen.

Die andere paus, die van het voetbal, had een concretere boodschap. Sepp Blatter had in een visioen gezien hoe er over afzienbare tijd op andere planeten gevoetbald zou worden. “En dan hebben we interplanetaire competities.”

Volgens de nieuwssite Newsmonkey maakt de planeet Gliese 581 g de grootste kans om een planeet te zijn waar je kunt op voetballen. Er is maar één probleem: Gliese 581 g is 189.258.854.400.000 kilometer verwijderd van de aarde. Het zou 432.000 jaar duren om er naartoe te reizen. Zou het geen idee zijn om Blatter te vragen om op prospectie te gaan? Als je maar wat doorbazelt over interplanetaire tv-rechten en sponsoring, hapt hij vast toe. Tegen de tijd dat hij terug is, zit er hopelijk een andere voorzitter op zijn stoel.

Alle gekheid, Blatter moét weg. Nog eens vier jaar is belachelijk. De man is 79 en niet meer opgewassen voor zijn taak, als hij dat ooit al was. De FIFA hangt sinds zijn watch aan elkaar van corruptieschandalen, en dat is een steeds terugkerend probleem in bonden wanneer een vooraanstaand betaald staflid ineens een betaald voorzitter wordt. Die heeft iets te verbergen of is vol van zijn eigen glorie. Dat fenomeen kennen we in België ook.

Ik ben niet thuis in de FIFA, maar wel een beetje in de internationale bondenwereld. Blatter ken ik dan ook alleen maar van zijn verschijningen als IOC-lid, maar nu denk ik dat hij weggaat. Niet dit jaar, want dit is zijn feest. Volgend jaar zijn er presidentsverkiezingen en de tegenstand zal nu niet meer terugkrabbelen, hoewel ze voorlopig bakzeil hebben moeten halen.

Alle Europese voorstellen om de leeftijd van de voorzitter en de mandaten te beperken, zijn weggestemd met 169 tegen 40, maar de nieuwlichters binnen de FIFA hebben nog één jaar om banden te smeden met de andere continenten. De dag dat die beseffen dat de nieuwe president evenveel Sinterklaas zal spelen als de oude, schieten ze hem met het grootste gemak af.

Ook de alleroudste voetbalkrokodil hebben ze deze week weer tot leven gewekt. Het was mij ontgaan dat João Havelange nog leefde. Hij zou bij het Internationaal Olympisch Comité gestraft worden voor een schandaal bij de FIFA (wat de FIFA niet durfde), toen hij de eer aan zichzelf hield. Havelange is dik in de negentig en was wat ziekjes, maar is nu weer aan de beterhand.

Ik heb mij altijd afgevraagd waarom ze die bobo’s krokodillen noemen. In perfecte leefomstandigheden zouden krokodillen het eeuwige leven hebben, maar perfectie is ook in Crocodilië een illusie. Ze kunnen wel behoorlijk oud worden, en een krokodil van zeven of één van zeventig is even kwiek. Afschieten is dus de boodschap, en dat is Europa nu van plan.

HANS VANDEWEGHE ■

Krokodil

Column in De Morgen van 13 juni 2014, over Ghana…

GHANA

De Morgen – 13 Jun. 2014

 

Ik citeer: …Sportjournalist Hans Vandeweghe kijkt anders naar het voetbal. Tegendraadser. Met oog voor wat u misschien niet ziet…Zo staat het op de site van deze onvolprezen krant. Tegendraads? Daar doe ik het niet om; het overkomt mij af en toe. En met dat anders kijken valt het ook wel mee. En wat u niet ziet, heb ik ook nog niet gezien.

Ik zat, toen ik dit tikte, ook gewoon te wachten op die openingswedstrijd en die heb ik bekeken op een 120 cm HD-scherm van Philips, met naast mij een iPad (second screen business model, noemen de sportmarketeers dat) én de beste gedrukte gids, alleen was ik er rond de middag nog niet uit wie nu de beste gids heeft gemaakt.

Ik ben eerlijk gezegd nog altijd toe aan de voorspellingen. U hebt de voorbije zaterdag kunnen lezen dat ik mijzelf geen grote voorspellende gaven toedicht, behalve dan als het om Afrikaanse ploegen gaat. Ik hoop van harte dat ik mij vergis en dat Ghana de halve finale haalt. Als dat gebeurt, dan beloof ik een bedevaart, per vliegmachine welteverstaan met nog wat strand er achteraan.

De World Cup is de laatste veertig jaar een onderonsje van vier West-Europese en twee Zuid-Amerikaanse landen. U zit dus redelijk safe als u gokt op Brazilië en Argentinië enerzijds en Spanje en Duitsland anderzijds. Dat is overigens niet uitzonderlijk. In het basketbal en volleybal zijn de laatste veertig jaar alle WK’s respectievelijk door vier en vijf dezelfde landen gewonnen.

In tegenstelling tot sommige andere toernooien – het EK had daar af en toe een handje van weg – is dit speelschema wel zo opgemaakt dat alle combinaties vanaf de kwartfinales mogelijk zijn.

De voorspellers waar ik naar uitkeek, zijn:

Goldmann Sachs:Brazilië

CIES:Spanje

Sporting Intelligence:Brazilië

Bet 365:Brazilië

Bsports:Brazilië

Stephen Hawking:Brazilië

Octopus Paul:is overleden.

Naar die laatste keek ik uit omdat hij op het WK in Zuid-Afrika alle wedstrijden van Duitsland goed voorspelde. Hij stierf op 26 oktober van 2010 op tweeëneenhalfjarige leeftijd. Hij kreeg zijn begraafplaats(je) in het Oberhausen Sea Life Center. Er zou nu een schildpad zijn, maar die moet zijn/haar métier nog bewijzen.

Stephen Hawking niet. Hij baseert zijn voorspelling – gedaan ten faveure van de gokindustrie – op een datamodel dat teruggaat op 1966, het jaar dat Engeland per ongeluk wereldkampioen werd. Zijn conclusie was simpel: de kansen van Engeland stijgen als het 4-3-3 speelt, om 15 uur lokale tijd, in niet te warme speelsteden voetbalt en rode shirts aantrekt. Over dat laatste heb ik het een andere keer maar dat 4-3-3 lijkt erg onwaarschijnlijk.

Sporting Intelligence combineerde de waarde van het team, de wijsheid van het volk, de salarissen en de FIFA-ranking en kwam uit bij Spanje, Argentinië en Brazilië – dat uiteindelijk toch de voorkeur krijgt. Goldmann Sachs bracht economische en ook wel wat sportieve criteria in maar ook zij komen uit bij Brazilië-Argentinië. Ze voorspelden ook de uitslagen van de wedstrijden en dat kunnen ze. In 2012 kenden ze op voorhand het aantal medailles dat Groot-Brittannië zou winnen op de Spelen.

Ik ben de grootste fan van CIES, het Zwitserse onderzoeksbureau dat economische data en sportstatistiek combineert en in een mooi model heeft gegoten. Ze zien de Rode Duivels tot de achtste finales geraken en daar uitgeschakeld worden door Duitsland, dat er vervolgens uit gaat tegen Argentinië. Brazilië-Spanje is hun finale. Zou kunnen, maar ook niet.

De conclusie van Hawking is ook de mijne: kwantumfysica is een stuk eenvoudiger dan voetbal. Wat niet wil zeggen dat ik mij in hetzelfde universum als Hawking inschaal. Maar voor de openingsmatch begint, ga ik nu eerst een stukje lopen. Dat heb ík dan weer voor op Hawking.

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserverd

Ghana

De Rode Furie, verhaal in De Morgen van 13 juni

Rode furie wil nog één keer vlammen

De Morgen – 13 Jun. 2014

In Baskenland maken ze zich voor het eerst in zes jaar nog eens op voor een feest. Tenminste, als de voorspellingen uitkomen en ‘het oude uitgewoonde Spanje met dat vervelende en inefficiënte tiki-taka’ géén wereldkampioen wordt. Of nog beter: als Spanje de eerste ronde niet overleeft.

Vincent Kompany, ziener en lezer van ingewikkelde boeken over politiek, beschouwde in 2011 enigmatisch: “Wij hebben een fantastische ploeg. België is misschien een verdeeld land, maar wij Rode Duivels kunnen de unificerende factor zijn, net als de nationale ploeg in Spanje dat is.”

Zo eenduidig als Kompany het voorstelt – de nationale ploeg als lijm voor een land – is het misschien niet in Spanje, en dat is het ook nooit geweest. Spanje heeft een uniek palmares sinds 2008, maar het beschikt niet over een nationaal voetbalstadion en het volkslied heeft niet eens woorden. Er is door het voetbal ook niet echt een Spaans nationaal gevoel ontstaan.

Besprongen

De dag van de WK-finale in Zuid-Afrika, de schoppartij tegen Nederland, betoogden in Barcelona één miljoen Catalanen voor onafhankelijkheid. Ze liepen achter hun nationalistische vlaggen aan en schreeuwden leuzen tegen de centrale macht van Madrid.

Het was niet duidelijk of die Catalaanse spelers in Kaapstad hebben geweten wat er in hun thuisstad aan de hand was. Het kon ze op het eerste gezicht niet veel schelen en toen de Catalaan Andrés Iniesta in de 116de minuut het enige doelpunt scoorde, werd hij besprongen door drie Castillianen, vier Catalanen, één Andalusiër en één Bask. Het hadden vier Castillianen kunnen zijn, maar Casillas bleef in zijn doel om te juichen.

Voetbalgek Spanje juichte die avond mee, met uitzondering van Baskenland, waar men ook voetbalgek is maar waar men naar aloude traditie supportert voor elk land dat tégen Spanje speelt. Vóór de Tweede Wereldoorlog bestond de Spaanse ploeg bijna uitsluitend uit Basken en nu komt alleen Xabi Alonso nog in de buurt, dat zal ook wel zijn invloed hebben op het feit dat Baskenland vanavond net als in 2010 oranje kleurt.

Dat is al bij al een toevallige meevaller, want oranje is ook de politieke kleur van de naar onafhankelijkheid smachtende deelregio. Herri Batasuna, de politieke vleugel van de afscheidingsbeweging ETA, smult alvast van de prognoses voor dit WK en heeft vuurwerk besteld om een vroege uitschakeling te vieren.

Bart De Wever kan dus op beide oren slapen: ook al wordt België straks wereldkampioen, het Belgiëgevoel dat de Rode Duivels in gang hebben gezet, zal zich niet politiek vertalen. In Spanje is de regionale vraag naar onafhankelijkheid de laatste zes jaar hand over hand toegenomen, ondanks de unieke successen.

La Roja, ‘de rooie’, zoals de Spaanse nationale ploeg wordt aangeduid, is het beste bewijs dat politiek, economie en sport een verschillende logica volgen. Toch is politieke uitsluiting, vaak hand in hand gaand met economische uitsluiting, funest voor de sportresultaten. Spanje is onder Franco al te lang een paria geweest. De generalissimo verbood in 1960 zelfs zijn nationale ploeg om naar ‘de communisten van Moskou’ te reizen om de European Nations Cup (voorloper van het EK) te voetballen. Gevolg: exit Spanje.

Het is anderzijds ook aangetoond dat een land dat het economisch goed stelt – of dat in een periode van economische groei zit – betere sportprestaties laat optekenen. De toetreding van Spanje tot de Europese Unie in 1986 heeft voor meer economische welvaart gezorgd en kort daarna verbeterden ook de sportresultaten. In álle sporten. Vier jaar geleden was het zelfs gênant en was Spanje heel even het zesde sportland van de wereld. Vandaag staan ze 26ste, maar het jaar is nog niet halfweg.

Recessie kan een oorzaak zijn van sportieve regressie, maar die logica is aan Spanje niet besteed. Uitgerekend in het jaar dat de crisis hard toesloeg in Europa en Spanje buiten proportie trof, tekende het Spaanse elftal voor de eerste grote titel: ze werden Europees kampioen in 2008.

Op het toppunt van de crisis, met werkloosheidspercentages van respectievelijk 20 en 25 procent in 2010 en 2012, won Spanje ook nog eens de wereldtitel (een primeur) en daar bovenop werden ze voor de tweede keer op rij Europees kampioen. Het zou kunnen dat hun recente terugval in de globale ranking van sportlanden een uitgesteld effect is van de aanhoudende crisis.

Zwaar weer

Het Spaanse team is zelden gerecupereerd door de politiek, maar op 1 juni 2012 probeerde eerste minister Mariano Rajoy toch voorzichtig: “Wij Spanjaarden verlangen naar wat geluk in deze complexe en zware tijden.”

Bondscoach Vicente del Bosque, zoon van een linkse vakbondsman, riposteerde onmiddellijk: “We zijn de druk gewend, we zullen onze titel verdedigen, we zijn ook wereldkampioen, maar ook als we dit toernooi winnen, zal dat de problemen in ons land niet oplossen. Spanje werd voor de tweede keer op rij Europees kampioen, maar neen, de problemen waren niet opgelost.

Del Bosque is nog steeds de bondscoach en de algemene verwachting is dat Spanje dit toernooi in zwaar weer terechtkomt. Al is de wedstrijd van vanavond tegen WK-finalist Nederland wel meteen een goeie wake-up call, de Spanjaarden zijn notoire slow starters op kampioenschappen. Op het WK 2010 verloren ze de eerste wedstrijd van Zwitserland zelfs met 0-1. Op het EK in 2012 speelden ze in de eerste confrontatie tegen Italië met 1-1 gelijk. Daarna kwamen ze de Italianen nog eens tegen in de finale, hadden het verrassend aanvallende voetbal van de Azurri geanalyseerd en wonnen met een vernederende 4-0.

Overperformers

La Roja’s track record is nog altijd opmerkelijk: sinds de eeuwwisseling winnen ze zeven van de tien wedstrijden en daar is sinds de Europese titel van 2012 weinig aan veranderd. Opmerkelijk veel van hun verlieswedstrijden lopen ze op in amicale ontmoetingen. Maar als het om de prijzen gaat, worden de Spanjaarden ineens overperformers.

Het tiki-taka van FC Barcelona mag dan tegen zijn beperkingen zijn gebotst en de norm zou nu het countervoetbal van Atlético en Real zijn, maar Spanje onder Del Bosque speelt gewoon een mix van Barcelona en Real: aanvallen als het kan, maar niet te gek doen. Bij 1-0 moet het niet zo nodig snel 2-0 worden.

Groep B met Nederland en Chili als toplanden belooft geen makkelijke klus te worden. Vervolgens wordt er gekruist tegen de eerste twee van groep A: Brazilië, Kroatië, Mexico of Kameroen. Ook niet makkelijk, maar wat is makkelijk op een World Cup? Hoe ook, als Spanje voor de tweede keer op rij wereldkampioen wordt, zou dat een unicum zijn.

En zullen ze heel wat schoon volk op hun weg zijn tegengekomen. Schoner volk dan in 2010, toen ze langs Zwitserland (verloren), Honduras en Chili moesten. Later kwamen Portugal, Paraguay, Duitsland en Nederland op hun weg. Vier keer werd het 1-0, en dat voor het hoogst pressende team ter wereld. Een tiki-taka 2.0 lijkt aangewezen om door te stoten.

HANS VANDEWEGHE

Copyright © 2014 De Persgroep Publishing. All rights reserved

De Rode Furie

Voodoo voetbal, zomaar een verhaal

Tussen 1993 en 2004 werkte ik in Nederland bij Sport International, het Vrij Nederland van de sport. In 2001 schreef ik dit, met de steun van Afrikaanse collega’s. Toen was dit verhaal nog heel gewoon en kreeg het een eervolle vermelding… Vandaag is dit racisme.

Voodoo voetbal

Muti, fetisjisme, m’pungu, zwarte magie, voodoo of geef het kind één van de duizend andere namen, tovenarij beheerst het Afrikaans voetbal.

Volgende maand wordt in Mali de Africa Nations Cup gespeeld. Voor gelegenheid zullen de Afrikaanse teams hun de beste spelers terughalen. uit het buitenland Uit het binnenland komen de beste medicijnmannen en tovenaars. In de hoop dat die mix tot het podium leidt. SI ging met de deskundige hulp van het maandblad African Soccer op zoek naar de voetbaltovenarij in elk van de grote voetballanden op de zwarte continent.

 

BURKINA FASO

 

Fetisjisme in dat Sahelland heet Wack. De meeste voetbalvoorzitters hebben hun favoriete medicijnmannen en voor elke belangrijke wedstrijd reizen ze naar dorpen op het platteland om daar het tovenaarssap in te slaan. Terug thuis op het voetbalveld worden doelpalen besprenkeld en talismans begraven of – dichter bij onze leefwereld – kaarsen aangestoken, zij het in de kleedkamer.

De Etalons, het nationaal team, dankt nog steeds zijn vierde plaats van vier jaar geleden aan het vakmanschap van de meegereisde tovenaars, eerder dan aan de Franse bondscoach Philippe Troussier, die wel de bijnaam de blanke tovenaar kreeg na die miraculeuze prestatie.

Het nationaal stadion ‘Stade du 4 août’ is al jaren het decor voort alle belangrijke nationale en internationale ontmoetingen. Voor elke clash wordt fetisjmateriaal begraven. Lokale voetbalcorrespondenten melden dat de slechte staat van het veld mede te wijten is aan het steeds weer begraven van geofferde dieren.

Burkina Faso is een arm land, dus ook een arm voetballand, maar toch wordt de helft van het beschikbare geld bij de voetbalclubs besteed aan het versterken van het eigen team en verzwakken van de tegenstander via andere kanalen dan training.

Spelers geloven in de krachten van toverdrankjes, zwarte poedertjes, kettingen en speciale ringen.

 

DEMOCRATISCHE REPUBLIEK KONGO

 

Fetisjisme heeft vele namen in die ex-kolonie van België waar 360 verschillende dialecten worden gesproken. De Congolese voetballers spelen vooral in minder bekende competities, zoals Nzelo Lembi in Club Brugge. Het fetisjisme leeft onderhuids in voetballend Congo onder druk van de katholieke kerk. Zonder ngawa of mpungu zoals de tovenarij heet in Kinsasha is het lastig voetballen. Een medicijnman als More-More in de hoofdstad heeft honderden Kongolezen in Europa als klant, daaronder ook voetballers.

27 jaar geleden won Congo, toen net onafhankelijk, de Africa Cup voor het laatst. Sindsdien worden de Léopards bij elke wedstrijd betoverd door allerlei bovenaardse krachten, maar dat heeft zich niet vertaald in direct resultaat in het veld.

 

GHANA

 

Op 4 december 1997 stonden Haerts of Oak uit Accra en Hafia uit Guinée oog in oog in het kader van de Afrikaanse Champions League. De juju-man, de lokale tovenaar, had een 4-0 overwinning voorspeld. Er was één klein probleem: de speler die het eerste doelpunt zou scoren, zou ook sterven. Aldus de juju.

Toen bovendien een witte duif voor de wedstrijd in haar eentje vier raven (symbool voor de vier doelpunten en dus niet geheel per toeval neergestreken) had weggejaagd, was de verwarring compleet. Halfweg de wedstrijd kreeg Hearts een penalty. Geen van de spelers – de voorspelling indachtig – bood zich aan. Tot Anas Seidou zijn verantwoordelijkheid nam. Hij trapte de bal richting cornervlag. Hafia won met 0-1.

Af en toe steekt het juju weer de kop op en dan meestal in extreme vorm. Ooit is een wedstrijd een uur te laat begonnen omdat geen van de teams als eerste het veld wilde betreden.

Charles Ohenaba, een voetbaljournalist uit Ghana, kadert de juju in de psychologische oorlogvoering: ‘In Europa en Zuid-Amerika hebben jullie die ook, alleen onder andere vormen. Daar maken spelers een kruis als ze het veld betreden. Dat is ook bijgeloof, als u het mij vraagt. En uw trainers die elkaar om de oren slaan met een indrukwekkende uitleg. Dat is allemaal hetzelfde.’

Sammy Kuffour van Bayern München vindt juju verschrikkelijk: ‘Het is een randverschijnsel, maar blijkbaar wordt er door de omgeving nog veel belang aan gehecht. Toch zal uiteindelijk alleen de training de doorslag geven.’

 

IVOORKUST

 

Toen Abedi Pele in de halve finale van de Africa Cup in 1992 een gele kaart kreeg, geloofde alvast een groot deel van de Ivoriaanse voetbalfans dat het werk van de vele meegereisde tovenaars zijn vruchten had afgeworpen. En de bestuursdleden van voetbalbond die zagen hoe de magiërs zich in de luxueuze hotels van Dakar vermaakten op hun kosten, slaakten een zucht van verlichting en dachten allicht hetzelfde. Ghana miste zijn superster voor de finale tegen Côte d’Ivoire en doelman Alain Gouaméné bleef het hele toernooi ongeslagen, ook al een pluim op de hoed van de zwarte magie.

Les Eléphants stonden vooral vroeger bekend als grote aanhangers van tovenarij. In 1984 reisden 150 medicijnmannen mee naar de Africa Cup. Hun potten met geheime toverdranken werden afgeladen in het Golf Hotel waar het team kampeerde. De aanvoerder van toen, Celi Saint Joseph, vertelt: ‘Elke speler moest een bad nemen in de geurende waters. Nadien moesten we onze wens inspreken in het oor van een duif. Talrijke eieren werden gebroken, aan vingers en tenen kregen we ringen en in de sokken en schoenen werden talismannen verborgen. Jammer genoeg werden in de poule geklopt door Egypte en Kameroen en stonden we na een week al weer thuis.’

Drie jaar geleden was er een rel tussen Africa Sports en ASEC, het ex-team van Bonaventure Kalou. De spelers van ASEC hadden na de topper verklaard dat ze de overwinning mede te danken hadden aan het dringen van een magische drank. Africa Sports stapte naar de rechtbank en legde klacht neer wegens het gebruik van tovenarij. De klacht werd afgewezen.

 

KENIA

 

Tovenarij is door de Engelse koloniale overheerser altijd zwaar bestreden in Kenia. Toch leeft het onderhuids. In de boekhouding van de clubs en bonden staat het keurig vermeld onder de post ‘onderzoek’.

Eén van de bekendste onderzoekers-tovenaars is Shariff Omar Shariff, die zichzelf laat aanspreken met dokter, maar daar houdt de vergelijking met de acteur uit Zhivago ook op.

Veel voorkomende praktijken zijn het breken van eieren op het veld voor de wedstrijd, het loslaten van witte duiven en het besprenkelen van het speelveld met vers kokosnotensap.

Het spreken met vrouwen voor de wedstrijd en de hand schudden van de tegenstander is eveneens not done. Toen de vrouwelijke minister Grace Ogot ooit de twee finalisten van de Keniase bekercompetitie voor de wedstrijd samen wilde groeten, wilde geen enkele van de spelers haar aankijken of aanspreken en weigerden ze ook elkaar een hand te geven. De plechtigheid werd snel afgeblazen.

 

NIGERIA

 

Toen Nigeria vorig jaar alle moeite had om Senegal te bedwingen in een interland en tot overmaat van ramp ook nog eens 0-1 achterstond, greep Kahsimawo Lalloko in. De technisch directeur sprintte tijdens de wedstrijd over het veld tot in het doel van de Senegalese keeper, alwaar hij een voorwerp weghaalde en dat over de stadionhekkens gooide. Nigeria scoorde daarop twee keer en het was ook voor de ongelovigen maar al te duidelijk dat Lalloko’s moedige daad aan de oorsprong lag van de ommekeer.

Zwarte magie heet in Nigeria ook juju.

Zwarte magie bij de tegenstander is ongeoorloofd en moet worden bestreden. Een topper tussen ASEC uit Abidjan en een lokaal Nigeriaans team eindigde ooit in een massale vechtpartij toen de spits het publiek opjutte met de melding dat de keeper van ASEC betoverd was.

Niet iedereen is het daarmee eens. Professor Bolaji Ikulajo, was voorzitter van de Nigeriaanse vereniging voor sportpsychologen. ‘Zwarte magie creëert een negatieve psychologie in het voetbal. Een doodgewone steen met een zwarte draad kan de spelers doen verstijven van angst.’ Het Nigeriaans team, mondiaal het meest succesvolle van de Afrikaanse landenteams, heeft de laatste jaren steeds een sportpsycholoog aan boord.

 

OEGANDA

 

Geen belangrijke wedstrijd in Oeganda of een jjaja-comité begeeft zich naar het dorp van de beste magiër uit de streek. Het comité bestaat meestal uit begoede fans, want de jjaja of omulogo zijn een schaars goed geworden in Oeganda, waardoor de prijzen voor een banale magische ingreep de pan zijn uitgerezen.

Ze krijgen wel waar voor hun geld, zoals onderdak, want niet zelden krijgt het team de raad om bij de tovenaar thuis te komen slapen. Het offeren van allerhande dieren als kippen, geiten en schapen gebeurt meestal op vrijdagavond waardoor er vaak files ontstaan op weg naar de heilige plaatsen waar die beesten om de hals worden gebracht.

Ook hier, net als in Zuid-Afrika, bestaan rituelen die grenzen aan verminking: incisies in de armen en benen worden vervolgens ingewreven met krachtige poeders.

Het huidige bondsbestuur wil geen jjaja-comité samenstellen en voor Oegandese fans is dat de enige reden waarom het nationaal elftal het de laatste tijd zo povertjes van afbrengt. Onder Idi Amin werd beter gepresteerd. Die dictator had voor alles een apart jjaja-comité, dus ook voor voetbal.

 

ZAMBIA

 

In 1993 verongelukte het Zambiaans nationaal elftal bij een vliegtuigramp. De spelers liggen nu begraven voor de ingang van het nationaal stadion. Dat zou het nationaal team onoverwinnelijk maken, geloofden de fans. Niet echt dus, want Zambia en de vertegenwoordigende clubelftallen hebben nog nooit zo vaak verloren in het Lusaka-stadion.

De jujuman is heel belangrijk in Zambia, zoals de rest van West-Afrika, en een bezoek zal de speler behoeden voor blessures. Het probleem is een tekort aan tovenaars waardoor tegenstrevende teams vaak elkaar voor de voeten lopen in de wachtkamer van de magiër. Uiteindelijk zal er maar één winnen, met uitzondering van de tovenaar, want die verdient er altijd dubbel aan.

 

ZIMBABWE

 

Roy Barreto nam ooit ontslag als coach van de plaatselijke Highlanders omdat de club duizenden dollars uitgaf aan inheemse magiërs, terwijl de salarissen van de spelers niet werden betaald. De n’angas hebben in Zimbabwe zelfs een belangenvereniging, de Zimbabwe’s National Traditional Healers Asosciation. Eén van hun leden is Boniface Mponda. Hij is gespecialiseerd in ‘superwater’: ‘Ik heb verschillende clubs onder mijn klanten, Bij de ene helpt het, bij de andere niet.’

De reputatie van de tovenaar verspreidt zich als een lopen vuur. Toen de Black Rhinos dit jaar zes wedstrijden na elkaar hadden gewonnen gingen hun tegenstanders Dynamos, Highlanders, Blackpool en Black Aces op zoek naar de bron van de geheime krachten. Die vonden ze 110 kilometer van Harare in het dorp Headlands. Allen daarheen dus en ter plekke ontstond een vechtpartij tussen de verschillende clubs die op de diensten van de magiër aanspraak wilden maken.

Hoe een team het veld opkomt, is van levensbelang, heeft de n’anga ze ingeprent. Over het hek springen is prima om de kwade geesten af te schudden.

De officials hebben een maatregel afgekondigd waarbij de teams samen het veld moeten betreden, door de zelfde ingang en ook het veld door dezelfde uitgang moeten verlaten. De teams vonden daar een oplossing voor. Ze komen heel vroeg naar het stadion, springen toch over het hek, doe hun juju-rituelen en als daar tijd voor is ook de warming up op het veld en verdwijnen dan naar de kleedkamer om dan op officieel wijze het veld te betreden.

 

ZUID-AFRIKA

 

Toen Zuid-Afrika naar het WK vertrok in 1998 onderging Philippe Troussier – toen bondscoach en eerder al aan de slag in Burkina Faso – gewillig een ceremonie aan de zijde van Winnie Mandela. Een geit werd geslacht en het verse bloed opgevangen in een teiltje. Daar moest de bondscoach met zijn twee voeten in plaatsnemen en Winnie waste zijn onderbenen. In Zuid-Afrika heeft dat muti, een woord afkomstig uit het Zoeloe.

Omdat het voetbal in Zuid-Afrika een gemengde sport is, hebben muti en zijn culturele lading niet overal voet aan de grond gekregen. De blanke Marc Batchelor speelde een tijdlang voor de Kaizer Chiefs. ‘Wij lachten om de muti van de andere teams, tot het echt slecht ging bij ons. De president charterde een bus en wij reden naar Carltonville. Daar wandelden we tot in de bush tot bij een termietenheuvel. De kop werd eraf gehaald en het binnenste van de heuvel uitgegraven. In de plaats kwam de muti-vloeistof. Eén voor één moesten de spelers naakt in de heuvel gaan zitten. Daarna moesten we terug naar de bus lopen zonder één keer achterwaarts te lopen.’

Het snijden van spelers waar ook maar kan gesneden worden, is een typisch Zuid-Afrikaans gebruik dat niet door elke voetballer op prijs wordt gesteld. Marks Maponyane van het nationaal team bijvoorbeeld. ‘Ze sneden zo vaak dat ik op de duur wel een ventilator leek.’

Vandaag is die gewoonte in onbruik geraakt wegens ter duur. Door de AIDS-problematiek zou voor elke speler een apart scheermesje moeten worden gebruikt.

 

Bron: Africa Soccer, diverse kranten, AfricaOnline.com