
De Vertaler
Real Madrid heeft deze zomer 240 miljoen euro uitgegeven, maar hun grootste transfer zit op de bank en zal daar nooit afkomen, tenzij om zich druk te maken. De terugkeer van José Mourinho dertien jaar nadat hij Bernabéu door de achterpoort had moeten verlaten, was het grootste nieuws van de voorbije mercato in Spanje.
In die dertien jaar werd José Mourinho grijzer en ouder, wijzer dat valt nog te bezien. Het Estadio Santiago Bernabéu daarentegen oogt jonger en frisser, heet nu officieel Bernabéu na een grondige verbouwing. De inmiddels 63-jarige Mourinho komt terug in een vernieuwd huis, maar de club blijft dezelfde en de eisen ook: kampioen spelen.
Real en Mourinho jagen de schaduw na van wat ze ooit waren: een club en een trainer aan de top van de voetbalvoedselketen. Real Madrid won zeven Spaanse titels de laatste twintig jaar tegenover elf voor Barcelona, dat drie van de laatste vier jaargangen van La Liga naar zich toetrok.
Zaterdagavond begon de Spaanse competitie en Real moest meteen naar het gehate Barcelona, weze het dan naar het kleine broertje Español. Het werd daar voor de sterrenplejade van de Merengues geen gezondheidswandeling en de 1-2 in de 90ste minuut was gevleid. Zoals een – toch wel – wijze Mourinho achteraf cryptisch stelde: “Ik denk dat wij verdienden te winnen, maar Español verdiende niet te verliezen.”
Is Mourinho de toptrainer die men er ooit van maakte, die overal prijzen won, maar ook overal binnen de drie jaar aan de deur werd gezet? Spelers beter maken is nooit zijn ding geweest. Bijzondere vindingen op het veld – denk aan tactiek – evenmin. Zijn bekendste tactiek was de bus parkeren.
Spelers op de zenuwen werken dan weer wel. Vraag maar aan doelman Iker Casillas, die niet mee wilde in zijn oorlogje tegen FC Barcelona, en daarom als verrader werd gelabeld. Spelers vertrouwen geven kon hij ook, en dat moet je Eden Hazard vragen. Die speelde zich de ziel uit het lijf omdat Mourinho hem een dag vrijaf had beloofd.
Van zijn eerste grote ploeg waarmee hij een prijs haalde – FC Porto – maakte hij een geheel. Die Champions League winnen met dat kleine clubje ten koste van al die Europese grootheden, is nog steeds zijn grootste prestatie ooit. Er stond een team: één voor allen en allen voor één. Later herhaalde hij dat kunstje nog wel een paar keer, maar nooit voor lang. Real Madrid is Porto niet, en ook niet Inter Milaan, maar als hij erin slaagt om de NV’tjes op noppen in een tijdelijk samenwerkingsverband te duwen, zal hij beter doen dan Carlo Ancelotti, Xabi Alonso en Alvaro Arbeloa de laatste twee jaar.
Zijn palmares laat vermoeden dat hij al een tijdje over de top is. Hij heeft acht landstitels, maar de laatste dateert alweer van 2015 met Chelsea. Hij werd Manager van het Jaar in Engeland, kreeg vier seizoenen extra op zijn contract en in december gooide toen nog eigenaar Roman Abramovitsj hem buiten.
Nadien volgde een odyssee langs Manchester (zesde, maar wel Europa League gewonnen), Tottenham Hotspur, AS Roma (Conference League gewonnen), Fenerbahce en Benfica. Opvallende rode draad in zijn loopbaan: als een club hem een flinke contractverlenging gaf, ging het in het daaropvolgende seizoen geheid mis, waarna die club hem enkele maanden later aan de deur zette.
Op Netflix is een driedelige serie te zien over leven en vroege werken van José Mourinho. In welke mate de samenstellers totale vrijheid kregen, is niet heel duidelijk. Ook niet in welke mate elke rare reactie van Mourinho op pikante vragen niet gescript is. Over het geheel genomen biedt Mourinho een interessante inkijk in de psyche van een trainer die nu aan zijn achttiende club toe is, inclusief dubbele passages bij Chelsea en Real.
Het wordt vrij duidelijk dat er een Mourinho is voor het trainingsveld, een Mourinho voor het speelveld en een Mourinho daarbuiten. “Ik ben niet aardig”, geeft hij toe. Niemand die het tegendeel zou beweren. “Ik ben trots, alles voor het resultaat.” Ook dat is geweten.
Door alle Mourinho’s heen loopt één constante: frustratie en eerzucht. De club van zijn hart was ooit FC Barcelona, waar hij vijf seizoenen assistent was. Toen Barça in 2008 na zijn eerste ontslag bij Chelsea niet voor hem maar wel voor Pep Guardiola koos, werd de liefde viscerale haat.
Dat ze hem bij Barcelona sindsdien aanduiden met ‘de vertaler’, daar wordt hij helemaal doodziek van. Toen ik Louis van Gaal in 1998 in Barcelona interviewde, was het de jonge Mourinho die de training leidde en het boerenkoolspaans van Louis verstaanbaar maakte. Een vertaler, maar veel meer dan dat.