Column Sportzomer Bis in De Morgen van maandag 10 augustus 2026

Sportzomer Bis

De sportzomer is nog niet voorbij. Zo stond het na de Tour de France in een krant. Gevolgd door een oplijsting: de Tour de France Femmes, het EK zwemmen, EK atletiek, EK gymnastiek, EK volleybal voor vrouwen en later mannen, WK basketbal vrouwen, WK’s hockey, in eigen land nog wel.

Dat een medium zich überhaupt geroepen voelt om nog eens te benadrukken dat topsport veel meer is dan voetbal en koers zegt veel over het tweeslagstelsel dat ons sportareaal beheerst, zeg maar verlamt.

Of het is mannenvoetbal in dit land, of het is mannenkoers. In andere landen heb je dat minder, in de eerste plaats omdat er geen concurrent is voor koning voetbal zoals wielrennen bij ons. Alle andere sporten zijn dan solidair in hun ondergeschiktheid en worden in de media min of meer gelijkwaardig behandeld, al zijn er per land wel grote verschillen.

Nu pas wordt de sportzomer/najaar 2026 echt plezant. Niet meer dat opgeklopte gedoe van Rode Duivels en onbelangrijke sprintoverwinningen en het podium van Remcoooh, maar rechttoe rechtaan andere sport. Aangezien alle rariteitenkabinetten bij Sporza zullen zijn opgesoupeerd, of het te duur is om hen te sturen, gewoon zonder franje oerdegelijke verslaggeving.

Tot gisteren beheerste de Tour de France Femmes het televisielandschap, dat mogen we hopen althans. Tot vrijdag was dat niet het geval: om en nabij de 280.000 kijkers voor de grootste vrouwenwedstrijd in Vlaanderens tweede grootste sport is niet te best. 180.000 voor het avondprogramma van Maarten en Marijn is helemaal een belediging.

Linde Merckpoel met haar lege Belgen-bocht en haar onderzoek naar de vulvalippen van de wielrensters is dat nog meer, inhoudelijk dan. Graag volgende grote sportzomer samen met Bert en Bavo vastbinden aan de VRT-toren, aub.

De rit van vrijdag met aankomst op de Mont Ventoux was een hele spannende. Patrick Lefevere vond het koersverloop van de TDFF in zijn zaterdagcolumn in Het Nieuwsblad minder beklijvend dan vorig jaar. Wellicht was die ingeleverd vóór die primeur, een Ventoux-beklimming vanaf Bédoin in de vrouwentour.

Je zag in die rit alle speciale kenmerken van vrouwensport terug. Alle lof moet gaan naar de Poolse Kasia Niewiadoma, die het aandurfde om te kijken waar het schip zou stranden toen ze vertrok uit de kopgroep met drie.

In 2024 won ze al eens de Tour, toen zonder één rit te winnen. Dat blijft in koersland een beetje een zwaktebod. Ze wint ook haast nooit en dat lijkt nu ook weer te gaan gebeuren. Vrijdag knalde ze de gele trui en de grootste favoriete uit de wielen op de kale berg. Een lichtgewichtje van net geen 50 kilogram trotseerde de Mistral in haar eentje en pakte de gele trui.

Eergisteren was ze dat geel alweer kwijt aan Demi Vollering. Of zij dan weer gisteren stand heeft gehouden in de viervoudige beklimming van de Col d’Eze, dan wel Niewiadoma er weer over is gegaan, dat was bij het inleveren van dit stukje niet bekend.

Die epische rit van vrijdag is in de weekendkranten uitgebreid geanalyseerd. Volgens wetenschappers zouden vrouwen nog tien procent sneller moeten kunnen op de Ventoux, maar live kreeg je de indruk dat Marlen Reusser en Demi Vollering Niewiadoma moesten laten rijden. Toen Vollering plots de laatste anderhalve kilometer nog bijna een halve minuut sneller reed, kon je al vermoeden dat één en ander niet was gelopen zoals het hoort.

Dat was ook het commentaar achteraf. Marlen Reusser zei dat ze elkaar te veel in de gaten hadden gehouden. Vollerings sportdirecteur Lieselot Decroix zag het anders: “We hebben een aantal foutjes gemaakt.” Eentje maar eigenlijk: toen de Poolse aanging had Vollering moeten meerijden.

Decroix vatte het samen en legde meteen de vinger op wat vrouwensport zo onderscheidt van mannensport: “Demi reed het gat niet meteen dicht, omdat ze schrik had op een counter te lopen.” Dat moet u begrijpen als: Demi wilde zich niet smijten. Gisteren smeet ze zich wel en hoe. Voor iemand denkt dat het zo simpel is – mannen smijten zich en vrouwen niet – aan eventueel spektakel verandert dat niks. De vrijdagrit was spektakel van de bovenste plank. Bovendien verloren Isaac Del Toro en Richard Carapaz vorig jaar de Giro d’Italia omdat geen van beiden achter de ontsnapte Simon Yates wilde gaan.

Vrouwensport heeft haar eigen dynamiek, haar eigen logica en haar eigen spanning – vaak met veel wisselende krachtsverhoudingen – en het wordt tijd om dat mediatiek te waarderen. Eén en twee stonden gisteren met nog één zware rit voor de boeg op een zakdoek van acht seconden. In de mannentour is dat geleden van de jaren tachtig.