Column Europese coëfficiënt in De Morgen van zaterdag 6 november 2021

Europese coëfficiënt

In Nederland is men verguld met de resultaten van Ajax. Dat is deze week in Dortmund de Borussen gaan kloppen met 1-3, een week nadat ze die thuis ook al hadden afgedroogd met 4-0. Ajax wordt groepswinnaar en mag naar de achtste finales in de Champions League.

Dit gloedvolle gemoed beperkt zich niet tot Amsterdam en de Ajax-fans erbuiten. In heel het land, boven en onder de Moerdijk, zelfs in Rotterdam, wordt met grote ogen en verwondering/bewondering gekeken naar wat de Amsterdammers met al hun branie er in Europa van bakken.

Het Nederlands voetbal rekent zich inmiddels rijk want ook AZ, Feyenoord en PSV presteren behoorlijk. Al maandenlang wordt op de sportpagina’s cijfermatig voorspeld hoe Nederland aan het eind van dit seizoen op de Europese coëfficiëntenranking op de zesde plaats zou kunnen staan en zelfs nummer vijf Frankrijk in zicht heeft. Niet slecht voor een land dat als zevende voetbaleconomie van de wereld heel even op een treurige veertiende plek bivakkeerde.

Die Europese coëfficiënt komt erop neer dat des te beter ploegen uit één land presteren, des te meer vertegenwoordigers dat land krijgt in de Europese bekertoernooien. Zoals bekend zijn dat inmiddels (opnieuw) drie toernooien sinds de introductie van de UEFA Conference League, naast de al bestaande UEFA Champions League en UEFA Europa League.

Nederland zou in mei op de coëfficiëntenranking op de zesde plaats kunnen staan, maar moet dat volgend jaar wel bestendigen om er vanaf 2023-2024 profijt uit te kunnen halen. Dat profijt bestaat dan uit twee rechtstreekse vertegenwoordigers in het kampioenenbal van de Champions League, waar zelfs bij een nul op achttien de komende jaren minimaal om en nabij de 40 miljoen euro kan worden opgehaald.

Het probleem met die coëfficiënt is dat alleen de laatste vijf seizoenen in aanmerking worden genomen en er niet zoiets bestaat als de laagste en hoogste score die wegvallen zoals in sommige jurysporten. Dit gaat over harde cijfers waarbij elke overwinning, elk gelijkspel, elke kwalificatie voor een ronde verder of groepswinst punten oplevert.

Ook in België speelt die coëfficiënt overigens, maar van vreugdevolle taferelen is hier voorlopig geen sprake. Hier wordt angstvallig elk resultaat afgewogen tegenover de punten die het opbrengt. Gent dat gelijkspeelt tegen Partizan in plaats van te winnen, jammer. Genk dat gelijkspeelt tegen West Ham, een meevaller. Antwerp dat er niks van bakt tegen Fenerbahçe, een domper. Alles wat Club presteert in het kampioenenbal, zelfs kansloos verlies, is top. Belgen en branie? Neen. Wij kennen onze plek en de meegereisde journalisten zijn ook blij met weer een Champions League-pasje. Iedereen een 7.

De regel van de laatste vijf seizoenen betekent dat voor België dit jaar het uiterst succesvolle Europese seizoen 2016-2017
wegvalt. Daardoor begon België deze Europese campagne heel even op een virtuele dertiende plaats en dat is een plek waarbij de landskampioen niet langer recht heeft op een rechtstreeks ticket voor deelname aan de Champions League. Alleen de eerste tien landen krijgen dat ticket. De eerste vier landen krijgen zelfs vier tickets. Oneerlijk? De Europese competities zijn er niet om eerlijkheid of herverdeling te bevorderen, wel integendeel.

Als de Belgische clubs beweren dat ze van Gent over Antwerpen tot Genk hun uiterste best zullen doen om voor het enige Belgisch Champions League-ticket te strijden zijn ze hypocriet en ook weer niet. Europees overwinteren betekent extra inkomsten, oké, maar wat hebben Antwerp en Gent eraan om in de Europese B- en C-competities een paar schamele miljoenen te scoren? Midweeks werken ze zich de ziel uit het lijf tegen FC Verweggistan, waardoor ze in de competitieweekends nodeloos punten laten liggen. Ondertussen dragen ze bij tot het vrijwaren van het Belgisch Champions League-ticket, met als pervers neveneffect dat de concurrentie die in eigen land mijlenver voorop ligt verzekerd blijft van tientallen Champions League-miljoenen en dus voorop blijft.

Voor het competitief evenwicht – alsof het voetbal zou weten wat dat betekent – zou het best zijn dat België dat rechtstreeks Champions League-ticket verliest. Voor zes wedstrijden zonder overwinning in Europa evenveel inkomsten krijgen als een subtopper voor veertig wedstrijden in de Jupiler Pro League is pure marktverstoring.

Vorig seizoen, stilgelegd door Covid-19, spraken de clubs onderling af om 10 procent van de Europese inkomsten (alleen de startgelden) aan een solidariteitsfonds af te staan. Dat was een begin, maar het was eenmalig. Minimaal de helft van alle Europese inkomsten zouden over alle Belgische eersteklassers moeten worden herverdeeld.

Column Peking 2022 van dinsdag 2 november 2021 in De Morgen

Peking 2022

Het Internationaal Olympisch Comité is verguld. De voorbije G20 in Rome heeft in haar eindverklaring een zin opgenomen over de Olympische Winterspelen in Peking begin volgend jaar. Dat is voor het eerst.

Die zin luidde: “We kijken uit naar de Peking Winter Olympics en Paralympics 2022 als een competitie voor atleten van over de hele wereld die een symbool zal zijn voor de veerkracht van de mensheid.” Of zoiets, want dit is een vertaling van een zin in krakkemikkig Engels.

Volgens de website Politico is de passage – puntje 60 van de 61, te vinden op pagina 18 van de verklaring – een vinding van de Chinese delegatie en klonk die eerst anders. Het laatste deel had volgens de Chinezen als volgt moeten luiden: …en die een symbool zal zijn voor de veerkracht van de mensheid en globale eenheid in het overwinnen van Covid-19.

De VS en Canada vonden dat geen goed idee en dus kwam een compromis uit de bus. Het is niettemin een signaal waar de Chinezen op minder dan honderd dagen van hun openingsceremonie erg blij om zijn en het Internationaal Olympisch Comité zo mogelijk nog meer.

De uitkomst van die G20 verschilt daarmee behoorlijk van de dwingende suggestie van de Amerikanen en hun Angelsaksische bondgenoten om te gaan voor een diplomatieke boycot van Peking 2022. Een kopie dus van de boycot van de Paralympics van Sotsji 2014 toen Rusland op de vingers werd getikt voor de inval in de Krim. Die vond niet toevallig in de twee weken na de eigenlijke Olympische Spelen plaats, zo slim was die Poetin wel.

Zo’n diplomatieke boycot houdt in dat de Spelen niet mogen worden bezocht door regeringsleden. Sporters worden daarbij met rust gelaten, zij mogen afreizen. Een sportieve boycot is dan weer iets van de jaren tachtig toen in 1980 het Westen (USSR-Afghanistan) en in 1984 het Oost-Europees blok (revanche voor 1980) massaal afwezig bleven met hun atleten. Een sportieve boycot zouden de atleten niet meer pikken en de brede diplomatieke boycot maakte in Rome geen schijn van kans omdat China en Rusland in de G20 hun veto hadden gebruikt. De VS hebben wel al te kennen gegeven dat zij alvast geen politici zullen sturen.

De reden? De Oeigoerse kwestie. En Tibet een beetje. En Hongkong, meer dan een beetje. Op de achtergrond: Taiwan en de dreiging van mainland China om dat weerbarstig vrijstaatje voor hun kust voor eens en voor altijd in te lijven.

Vooral de Oeigoeren spelen de Chinezen parten. Getuigenissen over heropvoedingskampen, verplichte sterilisaties, vernietiging van erfgoed en andere minder fraaie praktijken vanuit het centraal gezag richting Xinjiang, hebben van de Oeigoerse kwestie een symbooldossier gemaakt. De Olympische Winterspelen in Peking van 2022, aldus actiegroepen, mogen niet dienen voor iets verwerpelijks als sportswashing.

Sportswashing is het misbruiken door een organiserend land van een groot sportevenement om de aandacht af te leiden van mensenrechtenkwesties en zichzelf een gunstige pr te bezorgen. Dat is precies wat alle landen doen die grote kampioenschappen organiseren. Dat is wat Peking heeft gedaan in 2008. Met succes. Nooit meer onder de indruk geweest van Olympische Spelen dan toen in die hete Pekinese zomer. Van toen dateert de boutade: niets beter dan een dictatuurtje om Olympische Spelen te organiseren.

Peking 2022 is sportswashing, natuurlijk wel, maar de vraag of het IOC daarvoor met alle zonden moet worden beladen, is ook legitiem. Natuurlijk is het makkelijk van sportpaus Thomas Bach om de kritiek af te doen met de vaststelling dat “het IOC geen superregering van de wereld is” (die alle mondiale problemen kan oplossen). Dat laatste, tussen de haakjes, is wat zijn voorganger Jacques Rogge ter verschoning wel eens placht te zeggen toen men hem onder weg naar Peking 2008 de mensenrechtenkwesties in China voor de voeten gooide. De minzame Rogge kwam er toen nog net mee weg, de onpopulaire Bach vandaag niet meer.

Bach weigert de naam Oeigoeren in de mond te nemen. Dat is flauw, en zou als randje laf of wereldvreemd kunnen worden omschreven. Het IOC zit wel degelijk in de maag met die Chinezen, getuige hun vraag aan ondergetekende hoe ik in dit dossier
zou reageren. Ik antwoordde als columnist. Zeg eerst ‘et alors’, begin dan met het opnoemen van alle politieke en commerciële samenwerkingsakkoorden tussen het Westen en de Chinezen en besluit met “als dat allemaal is opgezegd, kan de sport volgen”. Mijn raad zullen ze niet opvolgen.

Aan de lijdensweg van het IOC en Thomas Bach komt pas een einde op zondag 20 februari 2022. Tot dan is het nagelbijten.

Column Verdienste over Bashir Abdi in De Morgen van zaterdag 30 oktober 2021

Verdienste

‘Waarom moet het altijd over mistoestanden gaan in jouw stukjes? Sport kan zo mooi zijn.’ Dat kreeg ik laatst te lezen van iemand
die het goed met mij meende en die hoopte dat ik niet in een negatieve spiraal zou terechtkomen. Die negatieve spiraal, daar heb ik geleerd mee om te gaan. Kankeren, zeiken, aanklagen, verwonderen over slechtheid, dus ook boos worden, het hoort bij dit vak. Net als blij zijn, de verwondering over schoonheid, de adoratie voor de bijna perfectie, supporteren en lachen er ook bij hoort. Soms weegt het ene door, dan weer het andere.

Er is deze week iets heel moois gebeurd. Zoals de Trofee voor Sportverdienste die Bashir Abdi te beurt viel. Dat was verwacht, maar toch. “Heel trots om daar tussen Nafi Thiam, Wout van Aert en Nina Derwael te staan”, glunderde de marathonloper. En of. Abdi is de eerste Belg die niet als Belg is geboren die met onze meest archaïsche en elitaire van alle prijzen gaat lopen, in zijn geval is dat laatste erg letterlijk te nemen.

Hij staat daar mooi in een lange rij afstandslopers waaronder Gaston Reiff, Etienne Gailly, Gaston Roelants, Aureel Vandendriessche, Miel Puttemans, Karel Lismont en Vincent Rousseau. (Jawel, Roger Moens, Ivo Van Damme en William Van Dijck hebben die trofee ook gewonnen maar dat zijn geen afstandslopers.)

Het meest verbazingwekkende aan Bashir Abdi is niet dat hij hard kan lopen. Het is haast onmogelijk, maar hij spreekt nog sneller en nog beter en nog mooier dan hij loopt. Dat interview net na de aankomst in Rotterdam vorige week, daar word je instant blij van. Hij heeft zopas twee uur lang tussen 20,5 en 21 per uur gelopen. Onderweg heeft hij nog even afgerekend met vervelende tegenstanders en viel hij veel te snel alleen. Hij wint de wedstrijd in een recordtijd, maar moet dus even uitblazen. Hij gaat liggen op het asfalt, kust de Coolsingel. Dat duurt geen halve minuut. Hij gaat staan. Omhelst nog wat tegenstanders, buigt nog eens doormidden, zucht diep en is klaar voor het interview.

Natuurlijk spatte de blijheid van zijn gezicht, maar zijn antwoorden waren duidelijk en helder geformuleerd. Ja, er zit een accent op zijn Nederlands, maar mag het, ja? De man is pas op zijn dertiende in Gent beland en heeft zich meteen de taal eigen gemaakt. Integreren en Nederlands leren was zijn motto. Een dag later zat hij in De afspraak. Weer duidelijke antwoorden, weer die lach op zijn gezicht. Weer gebruikte hij zinspelingen en uitdrukkingen waar de doorsnee hier geboren voxpopper nooit op zou komen, weer legde hij nuances waar ze moesten liggen. Klare taal, niet eens een Gents accent, ondanks in Gent opgegroeid. Ik ben jaloers.

Oké, die ene trofee hebben we gehad, wat volgt er nog? De Gouden Spike ongetwijfeld, maar dat is een incestprijs, afkomstig uit het eigen sportmilieu. Het Vlaams Sportjuweel is een week voor zijn exploot uitgereikt, maar die ging dan weer terecht naar de nationale hockeyploeg. Die hebben wel goud gewonnen in Tokio. Volgend jaar is het aan hem, of aan judoka Matthias Casse, die dit jaar tussen alle plooien dreigt te vallen.

Sportman van het Jaar dan maar? Dat is dan weer een prijs die je meer dan één keer kunt winnen en de grote kanshebbers zijn Wout van Aert (olympisch zilver), Matthias Casse (olympisch brons) en Bashir Abdi (olympisch brons en Rotterdam gewonnen met een Europees record). Dat wordt een lastige, ook voor de vrouwen, maar daar hebben we het nog wel eens over. Het is appelen met peren vergelijken, zei de ook al welbespraakte (maar wel hier geboren) Wout van Aert toen hij deze week Flandrien van het Jaar werd.

Van Aert ziet op 1 december ook de Kristallen Fiets nog zijn kant uit komen. Hij sprak zich in de marge van de festiviteiten van deze week ook uit over het dilemma wie Sportman van het Jaar moet worden. Misschien is dat verkeerd begrepen, maar het had er alle schijn van dat hij het niet erg zou vinden om een keer van Bashir Abdi te verliezen, nadat hij die trofee vorig jaar al heeft gewonnen. Van Aert loopt zelf met een meer dan behoorlijke snelheid, dus hij weet als geen ander wat het inhoudt om nog een derde sneller te lopen.

Alle namen op de lijst van winnaars (m/v) van de ‘Trofee’ hebben hun spreekwoordelijke verdienste. Zelden had iemand meer verdienste dan Bashir Abdi, zelden zat er zo’n extra dimensie aan de prestatie. Alleen de zwemmer Jan Guilini (21-voudig Belgisch kampioen) steekt er nog bovenuit. Als verzetsstrijder redde hij in 1941 vijf Engelse vliegeniers uit de zee en kreeg daarom de Trofee. In 1944 werd hij opgepakt en terechtgesteld.

Column Vakjurylid in De Morgen van zaterdag 23 oktober 2021

Vakjurylid

Er is weer gedoe in gymland, bij uitbreiding Vlaanderen sportland. De aanleiding is de nominatie van gymtrainster Marjorie Heuls voor de Vlaamse sportprijs voor beste topsportcoach 2021. De Française Heuls, die Nina Derwael naar olympisch goud coachte, heeft
het uiteindelijk niet gehaald, gelukkig maar. De prijs ging (terecht) naar de Nieuw-Zeelander Shane McLeod van de Red Lions, de hockeymannen die ook voor de beste topsportprestatie tekenden.

Middels een open brief aan minister van Sport Ben Weyts hebben ex-gymnastes hun ongenoegen geuit. Zij hebben de voorbije jaren getuigd over psychisch grensoverschrijdend gedrag in de topsporthal van de Gymfed en vonden het daarom “surrealistisch” dat Heuls bij de laatste drie kandidaten was om Vlaams topsportcoach te worden. In het communiqué hebben ze het over het Vlaams Sportjuweel, maar dat is een vergissing. Het Sportjuweel viel de hockeymannen te beurt. Een detail, maar toch. De prijs van Heuls is een nevenklassement.

Verder wordt in de brief de parallel getrokken met de dierenbescherming die Weyts zo nauw aan het hart ligt, maar – zo vragen ze zich af – coaches die jarenlang kinderen en jonge vrouwen mishandelden krijgen een verlenging van hun contract en worden daarna genomineerd voor een prijs?

Even een opfrissing. Al van bij het begin van deze affaire zijn dingen op een hoop gegooid die niet bij elkaar horen. Zo was er de continue foute associatie met het schandaal rond de Amerikaanse dokter Larry Nassar, die jarenlang ongehinderd de Amerikaanse topturnsters misbruikte onder het mom dat hun staartbeen een beetje scheef zat.

Ook de woordvoerster van de vzw Voices in Sport, Tineke Sonck, is als jonge gymnaste misbruikt. Voices in Sport heeft zich dit dossier eigen gemaakt. Die vzw werd opgericht door één man en drie vrouwen die als kind misbruikt zijn in een sportclub. Sonck getuigde de voorbije jaren over het seksueel misbruik dat ze jarenlang als jong turnstertje heeft ondergaan. Haar engagement in dit dossier heeft dan ook ongetwijfeld een oprechte achtergrond. Maar ze is ook ex-woordvoerster van ex-minster van Sport Bert Anciaux. Behalve dat je niemand een verleden naast Anciaux toewenst, kan hier ook sprake zijn van een bijkomende agenda.

Voor alle duidelijkheid: nergens in het Vlaamse dossier met getuigenissen à charge en à décharge van het trainersduo Yves Kieffer- Marjorie Heuls en hun volgelingen is sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wel was er psychische agressie tegenover heel jonge, weerloze vrouwen. Het is geen verschoning dat deze praktijken in lijn zijn met de wereldwijde gymcultuur die de gewoonte had/heeft om kinderen op jonge leeftijd te kleineren, boetseren en conditioneren, met de bedoeling er gedweeë circusaapjes van te maken.

Een onafhankelijke commissie heeft geoordeeld dat er grenzen zijn overschreden, dat het om systeemfouten ging eigen aan de gymnastiek, maar ook dat er sinds Rio 2016 ten goede veel is veranderd. Ten slotte: dat excuses op hun plaats waren. Die hebben de coaches geuit. Met veel tegenzin, wat dom was.

Het werd dus een flinke tik op de vingers, en na de Spelen kwam dan het bericht dat Sport Vlaanderen het contract met Kieffer-Heuls zou verlengen tot en met Parijs 2024. Vervolgens stelde de afdeling topsport van Sport Vlaanderen een longlist op met kandidaat- winnaars voor de vernieuwde Vlaamse sportprijzen en legde die voor aan een vakjury.

Ik zat in die vakjury en ik heb gestemd. Ik heb Heuls op twee gezet, na McLeod, en bij het invullen maakte ik mij de bedenking: een geluk dat McLeod ook olympisch goud heeft gehaald, stel je voor. Niet dat het bij mij opkwam om Heuls te cancellen. Ik heb haar zelfs in Tokio gefeliciteerd, ook al omdat het mij handig leek om in een vervolgvraagje de link te leggen naar “les problèmes que vous avez connus”.

Even terzijde, voor wie mij in de hoek van de non-believers wil klasseren. Ik heb op 13 mei 2006 gymcoach Gerrit Beltman, met wie alles is begonnen in Nederland en België, in een artikel in deze krant aangeklaagd voor mensonterende trainingspraktijken. Een van de luidste klaagsters vandaag was toen zijn topatlete (die ik nog steeds een warm hart toedraag) en zij en haar hele Gymfed hebben mij toen naar de hel verwenst.

Als iedereen een tweede kans verdient, waarom Marjorie Heuls niet? We hebben de trofee van trainer van het jaar in het voetbal toch ook genoemd naar Raymond Goethals, twee keer actief betrokken bij omkoping van een tegenstander? Heuls kreeg die nieuwe kans en won goud met haar atlete. Ze is nu zelf tweede geworden in een achterafprijs, zo’n groot schandaal is dat nu ook weer niet.

Column Kleine Berg in De Morgen van maandag 18 oktober 2021

Al van bij zijn debuut bij de Cleveland Cavaliers – naast LeBron James – wilde ik meer zien van Kyrie Irving. Pleintjesbasketbal verfijnd door prima trainers in high school en door Mike Krzyzewski in dat ene jaar op Duke University. Hij had de moves van een straatrat die nooit echt de straat had gekend. Waarna Kyrie het na één jaar studeren of wat daarvoor moest doorgaan wel welletjes vond en zijn naam op de draftlijst liet zetten.

Jammer, had hij maar een science introductory class gevolgd. Of een andere lessenreeks rond wetenschap, speciaal ingericht om topsporters het idee te geven dat ze ook studeren, het had hem en bij uitbreiding alle basketballiefhebbers veel leed kunnen besparen.

Ten behoeve van dit stukje heb ik de Uncle Drew-filmpjes er nog eens op nagekeken en even hard gelachen als de eerste keer dat ik die oude, grijze man op Clark Pond Courts in Bloomfield, New Jersey iedereen zag inmaken. Dat was geen fake. Dat was Kyrie Irving na een vier uur durende maquillage, die zich als een krasse zestiger had aangeboden voor een pick-up game. Het begon aarzelend, met balverlies en missers, maar toen hij zijn occasionele ploegmaats op de zenuwen begon te werken, kwam Uncle Drew los en toen wisten de toeschouwers, de medespelers en de tegenstanders die niet in de slag zaten: hier is iets loos. Het grootste deel figureerde zo onbewust in een iconische reclamespot voor Pepsi Max.

2016 was zijn topjaar. Aan de zijde van LeBron James won hij met de Cavs de NBA-titel, zijn enige tot nog toe. Het was de tweede van vier finales op rij tegen de Golden State Warriors en de enige die ze wisten te winnen. Het werd 4-3, daarmee de eerste keer dat een team een 1-3-achterstand had goedgemaakt.

Irving scoorde in de 21 play-offwedstrijden in 37 minuten gemiddeld 25,2 punten. James speelde gemiddeld 39 minuten waarin hij 26,3 punten scoorde. 2016-2017 zou hun laatste seizoen samen worden. Irving vertrok naar zijn oude liefde Boston om voor de Celtics te spelen. Die moesten drie spelers en een eerste draftkeuze in ruil geven. Het werd niks. Boston moest hem niet. Hij deed zijn tweejarig contract daar uit en koos daarna voor de Brooklyn Nets, waar hij debuteerde met een vijftiger. Dat had niemand hem ooit voorgedaan. Maar ook typisch voor veel van zijn wedstrijden: hij had dan wel veel gescoord en geshined, de eindstand was 127-126 voor de Timberwolves.

Het was het begin van een vierjarige overeenkomst ter waarde van 136,5 miljoen dollar. Dit seizoen zit hij in het derde jaar van zijn contract en krijgt net geen 35 miljoen betaald. Correctie: zou net geen 35 miljoen betaald krijgen. Voorlopig staat Irving aan de kant. De geniale basketballer weigert zich te laten vaccineren.

Klein probleem: de NBA mag dan wel – op last van de spelersvakbond waarvan Irving ondervoorzitter is – de vaccinatie niet verplichten, in de staat New York (en in Californië) kun je geen indoorsport spelen als je niet tegen Covid-19 bent ingeënt. De helft van de honderd wedstrijden zou hij zo missen.

Groot probleem: dit was het seizoen dat de Brooklyn Nets in elke prognose naar boven kwamen als de favoriet voor de titel. Nog een groter probleem: hoe kan een belezen, gestudeerde en welopgevoede coach als Steve Nash (een Canadees) ooit nog met een antivaxer als Irving samenwerken?

Kyrie Irving is niet om gezondheidsredenen antivaxer. Naast diepgelovig gelooft hij ook dat het vaccin deel uitmaakt van een plan van Mr. Duivel om de zwarten in de VS via een implantaat te connecteren met een computer. Het is niet de eerste onzin die Irving uitkraamt: in 2017 beweerde hij al eens dat de aarde plat was. Later zwakte hij dat af dat iedereen het maar voor zichzelf moest uitmaken.

Daartegenover staat dat Irving zich de loop van de jaren heeft geëngageerd voor heel wat goede zaken. Omdat zijn moeder half Sioux was en hij bij haar overlijden als vierjarige nauwelijks nog een herinnering heeft aan haar, zette hij zich in voor het lot van de Sioux- indianen in het Standing Rock-reservaat in Noord-Dakota. Toen hij daar in 2018 op bezoek ging, kreeg hij een Lakota-naam: Hela of Kleine Berg.

Naast andere talloze schenkingen – onder meer aan de vrouwen van de WNBA toen die covid-werkloos waren en scholen en armoedeorganisaties – engageerde hij zich bij de Black Lives Matter-beweging. Hij was de eerste om de familie van George Floyd te steunen en kocht meteen een huis voor hen. Irving mag dan een genie zijn, een entertainer buiten categorie en een man met het hart op de goede plek, dat ene losse draadje boven in zijn hoofd doet al het goede vergeten.

Column Het werk is niet af in De Morgen van zaterdag 16 oktober 2021

Het werk is niet af

Het onwrikbare wordt losgewrikt. Dat zinnetje ontsnapte aan Alexander De Croo, eerste minister van dit land, toen hij de besparingen toelichtte. Het was een prima omschrijving voor de regeringsmaatregelen die de parafiscale en fiscale voordelen van de profsporters in dit land tot maatschappelijk aanvaarde proporties willen terugdringen.

Er is gewrikt en het deksel is los aan het komen, maar de doos is nog niet open en neen, het is niet de doos van Pandora die opengaat. Anderzijds heeft sporteconoom Trudo Dejonghe wel gelijk. Hij vindt de ingrepen zoals ze in de media zijn voorgesteld compleet ontoereikend en ziet ze zelfs hun doel voorbijschieten. Soms moet een mens zich troosten met de voorlopige gedachte dat het onwrikbare is losgewrikt.

Het probleem met de ingrepen zoals ze zijn voorgesteld is dat ze… nog niet zijn voorgesteld. We weten dat het gaat om ongeveer 30 miljoen euro die men wil halen bij de RSZ van de grootste verdieners, 10 miljoen bij de fiscaliteit en nog een 3 miljoen bij de makelaars. Maar hoe en waar en wie precies zal betalen en wat een hoog en minder hoog salaris is, dat moet allemaal nog worden uitgevogeld. De berekeningen over de verhoogde RSZ-factuur voor de topclubs die deze week in de kranten verschenen raken dus kant noch wal.

Ja, het wordt lastig om nog salarissen van 3,5 miljoen te betalen. Ja, het zal de instroom van duurdere voetballers bemoeilijken. En dan? Moet een overheid met 200 miljoen subsidies tussenkomen in een business van 400 miljoen?

Subsidies en overheidsinmenging zijn er om marktfalen recht te trekken. In het geval van profvoetbal is daar geen sprake van. De hele business is gericht op het inkopen en verkopen van menselijk voetbaltalent. De winkel is de competitie en de vitrine is het stadion waar ook nog wat horeca en merchandising aan verbonden is. Dat alles wordt dan verpakt in volksvermaak en overgoten met een sociaal sausje.

De vraag is ook: moet een overheid een sector steunen die zich bezondigt aan mensenhandel, er bovendien niet de hoogste morele standaarden op nahoudt (zie alle schandalen van Bellemans ’84 tot Veljkovic vandaag), om het personeel in die sector gemiddeld anderhalve keer het salaris van de premier van dit land te kunnen betalen? Let op het woord gemiddeld. Wie daar ja op antwoordt, is aan een intensieve cursus burgerzin toe.

Studies die willen bewijzen dat die voordelen in andere landen ook bestaan, gooi die maar in de prullenmand. Ze houden geen rekening met de algemene (para)fiscale situatie in dat land of nemen niet alle voordelen in België in rekening. Soms komen ze uit opportunistische hoek, zoals studies besteld door de Pro League of door de leerstoel Club Brugge, die dan verpakt worden als universitair onderzoek.

De realiteit was en is nog steeds dat België voor een doorsneewerknemer het westers land is met ongeveer het hoogste loonbeslag en voor een voetballer het laagste. Dat een andere RSZ-berekening op termijn zelfs misschien geen winst zal opleveren voor de schatkist, oké dan. Wat krom is, wordt zo wel een beetje rechter. Dat dit de concurrentiepositie van de Belgische clubs ondermijnt tegenover het buitenland, oké dan. De corebusiness van het Belgisch voetbal blijft een mooie, evenwichtige Belgische competitie, toch?

Daarom, beste ministers en volksvertegenwoordigers, u bent moedig geweest om het deksel van de doos te wrikken, en hulde daarvoor, maar hier kan het niet stoppen. Zonder flankerende maatregelen zal met de huidige regelgeving de instroom van goedkope buitenlanders uit niet-EU-landen nog toenemen. Die 85.000 euro minimumcontract is een lachertje. Dat moet naar minimaal het gemiddeld salaris van een 1A-speler en dat mag in een overgangsregeling van drie tot vijf jaar.

Daarnaast moet u werk maken van een complete transparantie in de wildgroei aan vergoedingen en premies waarmee het voetbal de fiscaliteit optimaliseert. Tekenpremies, blijfpremies, exuberante wat-dan-ookpremies: uitgezonderd de puntenpremie, weg daarmee. Al die premies hadden alleen de bedoeling om de groepsverzekering – op zich ook al een schandalig voordeel – te omzeilen.

Creëer eens en voor altijd een stringent kader voor iedereen die in de profsport actief is, ook de clubmanagers en makelaars, sluit alle achterpoortjes, en hou dat ene doel in gedachten: de opleiding van jeugd van eigen bodem. Uw werk is niet af: die 80 procent loonbelasting die clubs niet moeten doorstorten, u wilt daar niet aan raken? Oké dan, maar maak dan de belofte waar dat die worden geïnvesteerd in de Belgische jeugd en niet in een 21-jarige buitenlander met een grotere marge bij doorverkoop.

Column Sportjaar 2021 in De Morgen van maandag 11 oktober 2021

Sportjaar 2021

Komt er nog wat dit jaar waaraan we ons als zelfverklaarde topsportnatie kunnen optrekken? Niet echt. De sportherfst van het lange sportjaar 2021 is geëindigd zoals dat jaar is begonnen: met een sof, zeg maar drievoudige sof.

Remco Evenepoel werd zaterdag als medefavoriet door de andere favorieten in de Ronde van Lombardije genadeloos uit de wielen gereden, een beetje zoals in de Giro in mei. De Rode Duivels verloren donderdag en gisteren twee wedstrijden die ze absoluut wilden winnen en raken – als alles normaal verloopt – ook hun eerste plaats op de FIFA-ranking kwijt. Ten slotte, in ondergeschikte orde, konden de Belgen gisteren in Parijs-Tours niet op tegen de Fransen.

Jasper Stuyven in Milaan-Sanremo en het olympisch goud van Nafi Thiam, Nina Derwael en de hockeyers, dat waren de bijzonder mooie maar al bij al schaarse Belgische hoogtepunten in het sportjaar 2021. Over Wout van Aert in de Tour is de jury nog in beraad want de Tour de France draait om wie de gele trui draagt na 21 dagen op de fiets. Al het andere is marge.

Dat de zilveren olympiër Van Aert als man van vier seizoenen het anderzijds verdient om Sportman van het Jaar te worden, daar bestaat geen twijfel over. Wie Sportvrouw van het Jaar moet worden is een no-brainer die we te gepasten tijde nog wel eens oprakelen.

Wat gingen Belgen allemaal winnen dit jaar?

Het begon met de Giro. Daar waren we niet kansloos want we hadden een nieuwe Merckx, toch? Die ging daar ook in mee en toen een klein kind kon zien dat het niks zou worden, sprak de kleine (over)moedig: “Er is nog niks verloren.” Hij moest na twee weken uitstappen. Kan gebeuren, maar liever niet.

Het Europees kampioenschap voetbal moest de grote revanche worden op de gemiste WK-finale van 2018 en de Rode Duivels als eeuwige nummer één van de FIFA-ranglijst die prijs schenken die al het goede wat over hen was geschreven zou concretiseren. In de kwartfinale gingen de Belgen onderuit tegen Italië. Kan gebeuren, maar liever niet.

Eén nederlaag maakt de winter evenwel niet en de Nations League winnen was ook mooi, toch? Frankrijk en Italië speelden elk twintig minuten voetbal en dat volstond om België uit te schakelen. De final four van de Nations League die ze wilden winnen, werd afgesloten als vierde en laatste. Tot overmaat van ramp zullen de Rode Duivels hun eerste plaats op de FIFA-ranking verliezen, als Brazilië zijn aanstaande twee interlands wint tenminste. Kan gebeuren, en misschien beter dat het gebeurt, want die eerste plaats is nooit een weerspiegeling geweest van hun intrinsieke niveau. De generatie zonder goud heeft nu nog één kans en dat is volgend jaar bij de World Cup in het vermaledijde Qatar.

Over naar de Olympische Spelen. Daar moesten we in het wegwielrennen de medailles alleen nog onder elkaar verdelen. Op de weg werd Van Aert niet geholpen door Evenepoel. Hj strandde op zilver en kon zich mentaal niet meer opladen voor de tijdrit. Evenepoel ook niet, hij verdeed dan maar zijn tijd in Tokio met de andere Belgen op de zenuwen te werken.

Dat trok hij naadloos door tot op het wereldkampioenschap wegwielrennen in België, waar hij zijn eigen ploeg in de vernieling reed om vervolgens ook nog eens bij de debriefing van dat WK verstek te geven. Evenepoel is een bijzonder getalenteerde jongen van 21 met een gigantische motor. Jammer genoeg heeft hij ook praatjes van een gelouterde veertiger die een palmares heeft van hier tot de melkweg en terug.

Niks zegt dat hij de komende jaren geen mooie prijzen bij elkaar rijdt, maar voorlopig is het allemaal B-niveau, op die uitschieter in
San Sebastian na. Als de clan R.EV. 1703 toetert dat hij nog zo jong is, dan klopt dat, maar over twee maanden is hij even oud als Tadej Pogacar bij zijn eerste Tour-overwinning. Dat zit er nog niet onmiddellijk in. Wat erger is: twee derde van het peloton (en van zijn eigen ploeg) heeft het nu al gehad met het zondagskind uit Schepdaal en als er nu één sport is waarbij je beter wat vrienden onder de concullega’s overhoudt, dan wel wielrennen.

Dit was ook het sportjaar waarin sommige media zich zonder veel gêne uitten als supporter. Een grote mediagroep sloot een deal met de Rode Duivels en met Evenepoel en dat was te merken aan de opgefokte berichtgeving en de mildheid waarmee werd geschreven. Gevolg: de andere grote mediagroep had de grootste moeite om zich te positioneren en kon ten langen leste niet anders dan volgen. De voxpop was inmiddels om en wie zou die durven tegen te spreken? We waren de besten en we zouden alles, zo niet veel winnen. Niet dus.

Column FC Sopranos in De Morgen van zaterdag 9 oktober 2021

FC Sopranos

Bericht vorige week in de kranten, afkomstig van het variétégezelschap dat zichzelf de Pro League noemt. Er werd een virtuele
raad van bestuur gehouden. Om te overleggen hoe het moest communiceren over “de RSZ-discussie die de laatste dagen weer
is losgebarsten”. Die veroorzaakte kopzorgen. En euh, de Pro League ging ook discussiëren over de nieuwste ontwikkelingen in Operatie Zero. Een dag later volgde een opsomming van allerlei maatregelen om aan te tonen hoe tegenwoordig de hoogste morele standaarden werden gehanteerd en de strengste economische regels nageleefd.

Die onthullingen uit het dossier-Veljkovic konden voor het Belgisch voetbal op geen slechter moment vallen. Wellicht is die timing ook geen toeval, maar geen weldenkend mens – afgezien van clubbestuurders en voetbaljournalisten die hun reden van bestaan bedreigd zien – is er rouwig om dat uitgerekend nu het profvoetbal in België wordt ontmaskerd als de FC Sopranos. De onthullingen zijn een geschenk uit de hemel voor iedereen die het goed meent met de Belgische sport en zijn hopelijk een aanzet tot een grote schoonmaak en daarna een reset.

Het Belgisch profvoetbal is maffioos. Aan de oorsprong ligt de finaliteit van deze sector. Die is niet de voetbalminnende medemens vermaak verschaffen. Ook niet de voetballende kinderen plezier laten beleven aan het spelletje en als ze goed zijn hen een opstap verlenen naar hoger. En al helemaal niet een return on amusement voor de gemeenschap die elk jaar opnieuw handenvol geld investeert in die topclubs (of wat daarvoor moet doorgaan).

Dé finaliteit van het Belgisch profvoetbal is mensenhandel, bij voorkeur onder de vorm van import-export van goedkope buitenlandse voetbalhardware. Waarna de clubs er Belgische voetbalsoftware aan toevoegen in de hoop te kunnen cashen op de meerwaarde van het (half)afgewerkt product. Tussen Club Brugge bovenaan tot Beerschot onderaan de productieketen willen kwaliteit van de grondstoffen en eindresultaat nogal eens verschillen, maar het businessmodel is hetzelfde.

Iedereen die aan deze handel en wandel meedoet, casht mee. Het Belgisch transferlandschap is een perversiteit die in alles lijkt op die van pooiers en geïmporteerde karakterdanseressen.

Sport/Voetbalmagazine rekende ons voor dat afgelopen weekend slechts 32 procent van de spelers in de Jupiler Pro League als eerste nationaliteit de Belgische had. De FC Sopranos loog niet toen ze laatst in hun persbericht over de zoektocht naar een nieuwe CEO stelden dat de Jupiler Pro League dé opleidingscompetitie in Europa is. Alles begint bij wat je verstaat onder opleiden. Lokale jeugd is bijzaak, die komt op de tweede plaats. Zij dienen om de nodige Belgische quota in de wedstrijdselecties vol te maken en zijn derhalve duur, op de transfermarkt en ook bij de salarisonderhandelingen.

Het Belgisch voetbalmodel draait op import van jonge buitenlanders. Die zijn goedkoper in de aanschaf en dus is de meerwaarde
op doorverkoop groter. De wetgever heeft die trafiek nooit iets in de weg gelegd. Wel integendeel, door de instapdrempel de facto onbestaande te maken zit het Belgisch voetbal met een overaanbod aan niet EU-spelers. Daarbij komt nog eens dat op salarissen voor jonge spelers nauwelijks belastingen moeten worden betaald, en die gerecupereerde belastingen konden worden aangewend om salarissen te betalen, waardoor het nog interessanter werd om jonge buitenlanders te halen.

De Belgische overheid verleent het Belgisch profvoetbal jaarlijks net geen 200 miljoen euro aan lastenverlagingen, onder de vorm van minimale sociale lasten en verminderde belastingen. Het resultaat is een voetbalcompetitie die draait om mensenhandel maar waarin het gemiddeld salaris van een eersteklasser het dubbele bedraagt van dat van de eerste minister. Op dat salaris betalen werkgever en werknemer evenveel sociale bijdragen als een beginnende minimumverdiener.

Veertien van de 24 Belgische profclubs zijn in buitenlandse handen. Benieuwd hoeveel daar nog van overblijven als straks de wetgever het voetbal de duimschroeven aandraait. De politici die hun nek uitsteken worden op de voetbalpagina’s weggezet als de doodgravers van het voetbal maar ze verdienen uw lof en steun.

Wat ligt zoal op tafel? Een normalisering van de sociale lasten op hoge salarissen. Een striktere omschrijving van het begrip jeugdopleiding met tot doel de verlaagde belastingen te wettigen. En tot slot een verhoogde instapdrempel voor niet EU-spelers.

Dat staat allemaal los van de boetes die de spelers, de clubs en hun bestuurders/management zullen moeten betalen in Operatie Zero. Het Belgisch voetbal zal na dit seizoen niet meer hetzelfde zijn en dat is maar goed ook.

Column I love P-R in De Morgen van maandag 4 oktober 2021

I love P-R

Beloofd. Hier verschijnt nooit meer iets over veiligheid of over het gebrek eraan in het wielrennen. Nooit meer iets over obstakels op koersparcours. Nooit meer iets over valpartijen. Evenmin over gevaarlijke aankomsten. Auto’s op het parcours, laat ze maar komen, in tegengestelde richting liefst. Na Parijs-Roubaix 2021 ligt de lat van de risicoaanvaarding in het wielrennen weer wat hoger. Of lager.

Vroeger zou hier hebben gestaan dat Parijs-Roubaix een relict uit vervlogen tijden was, rijp voor de permanente annulering, een aanslag op de waardigheid van de atleet, een emanatie van de foute heroïek die nog uit het oude wielrennen stamt. Of nog: dat die mooie en dure fietsen niet zijn gemaakt om te worden gesloopt in zes uur tussen Compiègne en Roubaix. Dat alle investeringen die de ploegen moeten doen, zoals de onderkant van de wagens versterken, fietsen helemaal ombouwen, honderd man met wielen neerzetten, enzovoort, niet in verhouding staan tot de baten. Dat zal u hier nooit meer lezen. Beloofd.

Parijs-Roubaix is een topkoers met topspektakel en de hele wereld kijkt ernaar. Oké, er waren die paar accrocs, maar passons. Een bekkenbreuk op een verkenning bij de mannen, moet kunnen. En een bekkenbreuk bij de vrouwen, bij de beste renster van de laatste jaren, tja, een val, kan gebeuren. De dégats van gisteren hebben we nog niet meegekregen. Misschien is er wel een vergeten dode of ligt er nog een ledemaat ergens in een bietenveld, maar dat vernemen we dan wel. Vallen hoort niet bij wielrennen hoor je het hele jaar door, tenzij in Parijs-Roubaix.

Dat ouders van wie de kinderen meerijden niet durven kijken omdat ze weten dat er wordt gevallen, en dat de uitkomst van zo’n val heel erg kan zijn, dat nemen ze/we erbij. Dit is wielrennen anno 1900 getransporteerd naar de 21ste eeuw, maar de planeet koers heeft er vrede mee, so be it. Ze schieten er niks mee op in hun getormenteerde sport, maar beloofd, ik koop een sticker ‘I love P-R’ en als boetedoening ga ik ook een keer het Bois de Wallers en de Carrefour de l’Arbre rijden.

Geen gezeik meer, beloofd. Als de wielrenners (v/m/x) hiervan genieten en Parijs-Roubaix een fantastische koers vinden, kunnen
we op deze plek niet achterblijven. Ik voelde mij gisteren wel een voyeur, zoals die ene keer in een heel ver verleden toen een Koreaanse trainer ons hele gezelschap voor de lol trakteerde op een peepshow. Het was – ik herhaal – in een heel ver verleden en op de Oudezijdse Voorburgwal in Amsterdam waar ik was voor het EK volleybal van 1985. Vergeef mij deze zondeval.

Om het bij de koers te houden, van die gêne van 36 jaar geleden was gisteren hoegenaamd geen sprake. Wel integendeel. Ik ben beginnen kijken op Eurosport, die ik desgevallend het gsm-nummer van Michel Wuyts wil appen. Dat commentaar van die twee Nederlandse betweters leek nergens op.

Het was spektakel, het was ook een hele mooie koers en het was spannend, maar zoals al te vaak in Parijs-Roubaix was het een loterij die besliste dat Wout van Aert en mijn favoriet Yves Lampaert uiteindelijk achter de feiten zouden aanlopen. En wat dan te denken van Gianni Moscon en zijn leegloper, waarna hij een fiets kreeg waarop hij ternauwernood recht kon blijven.

De achtervolgende groep kon hem tot dan niet bijbenen en na die fietswissel liep hij zelfs weer een beetje uit. Nu is er geen weldenkend mens, binnen en buiten het peloton, die de etterbak Moscon ook maar iets gunt, maar deze pech was wel heel pijnijk. Zelfs na een val moesten ze nog minuten jagen om hem in te halen.

Mathieu van der Poel werd derde in zijn seizoen van vaker net niet dan net wel. Hij was trots om meteen bij zijn eerste deelname op het podium te staan. Met alle respect, maar dan deed Florian Vermeersch het bij ook zijn eerste deelname toch iets beter. En wat dan te denken van Sonny Colbrelli, die het eveneens bij zijn eersteling nog veel beter deed dan Van der Poel, die hij op twee lengten sprintte.

Ja, wat te denken van Sonny Colbrelli en Bahrain Victorious: van zestien overwinningen als Bahrain-Merida in 2019, over negen vorig jaar als Bahrain-McLaren tot dertig and counting dit jaar, dat is op zijn minst opmerkelijk. Die van Bahrain-Victorious doen het tweede deel van hun commerciële naam alle eer aan, maar sinds de stunts van Mark Padun in de Dauphiné en zijn plots verdwijning in de weken erna, zijn in Lausanne bij de International Testing Agency wat lampjes beginnen branden. Aan de fietsen kan het niet liggen, want dat zijn al jaren Merida’s. Ze letten wel beter op hun voeding. Oké.

Column Leuvengate (nog over het WK) in De Morgen van zaterdag 2 okt 2021

Leuvengate

Het begon met Remco Evenepoel die woensdagavond in Extra Time het colloque singulier van het WK-teamoverleg doorbrak. “Ik zag wel een kans op dit parcours voor mijzelf, maar het antwoord was neen. Ik heb dan maar geknecht.”

Onmiddellijk postte Sporza die passage uit Extra Time Koers. Die heb ik geretweet, met het zinnetje: Het grote gelijk van Eddy Merckx… De reacties kan je opdelen in drie categorieën. Twee grote: ‘boenk erop’ van de Remco-haters en ‘kalf, onnozelaar, ouwe zak’ van de Remco-believers. Een minuscule minderheid begreep wat er zondag echt aan de hand was. Dat heb je met alles wat de directe, simpele sport overstijgt. Soms is sport niet simpel.

Die retweet werd geliket door zowel bondscoach Sven Vanthourenhout als Wout van Aert. Wat dan weer werd opgepikt, waardoor Wout van Aert na zijn verkenning van de kasseien van Roubaix enige uitleg verschuldigd was. Vooral zijn repliek dat Evenepoel meer praatjes had in de studio van Extra Time dan tijdens de teambespreking, bleef hangen. Het belangrijkste dat Van Aert zei, werd er een beetje terloops bij vermeld: Remco reed niet op kop zoals afgesproken, hij reed aanvallend en niet defensief.

Aha. Hoe had Remco dan wel moeten rijden? Daarvoor is het interessant om te kijken naar het parcours. 2.500 hoogtemeters, op het eerste gezicht was dat een eitje. Dat was het bij de vrouwen, want die koersten niet, tot de lokale circuits. Bij de mannen was het andere koek. De koers werd hard gemaakt op 180 kilometer van de finish. Door de Belgen. Door Evenepoel. Tegen alle afspraken in.

Waarom? In de eerste plaats omdat Remco Evenepoel een ego heeft van Schepdaal tot de Noordpool en terug en zichzelf de allerbeste vindt. Dat is hij heel vaak en dat was hij zondag misschien, wat niet wil zeggen dat hij had gewonnen, getuige daarvan zijn tweede plaats op het EK. Op het WK heeft hij bij de eerste de beste gelegenheid het gas opengedraaid. Geheel naar zijn eigen fysiologische capaciteiten, met dank aan dat parcours, maakte hij er een uitputtingslag van. Een beetje in de optiek: als ik dan toch moet knechten, dat de kopmannen mij maar proberen volgen.

Herinner u de beelden toen hij voorop reed samen met Tim Declercq, die verschillende keren raar keek en zelfs iets riep. ‘Geef maar buzze’ was het alvast niet. ‘Remco vent, niet zo rap’ komt dichter in de buurt. Herinner u ook de beelden van Evenepoel die op kop reed van de eerste groep en de andere Belgen op kop van het peloton. Waarom was dat, dacht u? Omdat ze hun eigen superknecht al lang niet meer vertrouwden, tiens. Een beetje goedkoop van oud-bondscoaches als José De Cauwer of Rik Verbrugghe om bondscoaches Sven Vanthourenhout en Serge Pauwels daarvoor de zwartepiet toe te spelen.

Wat was het resultaat van al dat sleur- en trekwerk van Evenepoel? Ten eerste dat hij zelf moest afhaken op het lokaal circuit en nooit in een situatie belandde waarbij hij aan het eind een ploegmaat (Alaphilippe of Sénéchal) moest terughalen. Maar ook dat de zescilinders in zijn ploeg – zware jongens als Wout van Aert en Jasper Stuyven en de rest van de Belgische ploeg – sneller dan voorzien hun brandstoftank leeg moesten rijden, alleen al om hem te volgen.

Op dat parcours aan die hoge snelheid speelde drafting, wat normaal tot wel 200 watt winst oplevert, veel minder een rol door dat continue afremmen, draaien en weer optrekken. Daardoor hebben Wout van Aert, Jasper Stuyven en Mathieu van der Poel om en nabij de 7.000 kilocalorieën verbrand. Klein, zeg maar groot probleem: dat kan niemand opeten op voorhand en al helemaal niet bijvullen tijdens de wedstrijd. De veel lichtere Alaphilippe kwam uit bij 5.000 kilocalorieën en had bijgevolg wel nog wat in de tank.

Oké, niets zegt dat Alaphilippe ook in een ander scenario zondag niet de beste was geweest, en al helemaal niet dat hij geen verdiende en mooie wereldkampioen is, maar dit koersverloop was voor hem een rode loper. Uitgerold door de Belgische ploeg. Correctie: door één Belg, die de koers veel te snel veel te hard maakte, waardoor de andere Belgen – allemaal zwaardere jongens – in energienood kwamen.

Rest alleen nog de vraag: waarom heeft Evenepoel net zoals in Tokio zichzelf en uiteindelijk ook zijn eigen kopman in de vernieling gereden? Uit dommigheid, koppigheid, slimmigheid, of laat zijn kampioenenego niet toe dat hij in dienst rijdt? Was Van Aert in het verlies rijden een opdracht vanuit de Wolfpack en is motorgate van de Ronde van Vlaanderen 2020 nog niet verteerd? Patrick Lefevere had alvast gelijk toen hij zei dat Remco Evenepoel goed had gewerkt voor Julian Alaphilippe. En Eddy Merckx ook: of je neemt hem mee als enige kopman, of je laat hem thuis.