Column Remcooo..och in De Morgen van maandag 11 september 2023

Remcooo…och

Zo zal het afgelopen vrijdag vroege namiddag zijn gegaan in het HQ van TJV…

– Halfweg de Aubisque. “Kijk eens, ze doen wat ze moeten doen die van ons, de koers hard maken. Bij een paar zullen de benen nu al vol gaan lopen.”

– Even later. “Ho maar, zelfs Remco vindt het een beetje hard gegaan. Wacht effe… Hé boys, Remco lijkt te moeten lossen. Jawel, zijn hele ploeg rijdt bij hem.”

– Consigne vanuit de volgauto: “Confirmed. Remco dropped. Full gas now.”

Een korte samenvatting van de feedback vanuit Jumbo-Visma. Dat hij het lastig zou krijgen na die eerste week en in de Pyreneeën, dat hadden we verwacht, daar hadden we zelfs op gerekend, hem uitputten was ook onze tactiek. Maar dat hij al na vijftien kilometer in een loper als de Aubisque moest lossen, neen, dat hadden we nooit kunnen vermoeden. We hebben dan maar meteen geprobeerd de Vuelta op slot te gooien.

We weten niet wat vrijdag is gebeurd. Dat was de teneur onder de Belgische volgers na de rit van zaterdag waarin Remco Evenepoel — een citaat, ronduit gênant — “als de feniks van Schepdaal uit zijn as herrees”. Nog gênanter: de lofzangen na de solo van zaterdag.

Uiteraard weten we wat vrijdag is gebeurd met Evenepoel. Congé gepakt op een fout moment, zeg maar. Vrijdag was de rit die andere toppers, lees Team Jumbo Visma, hadden aangestipt om hem te testen. Dan neem je geen snipperdag, dan verbijt je ook die mindere benen, zet je een pokerface op en reken je op een heropstanding later in de rit. Maar je haakt niet af. Nooit.

Zaterdag was dan weer het omgekeerde van vrijdag. Na hun raid naar de Tourmalet namen de toppers een snipperdag. Maar Evenepoel wilde zijn verloren eer herwinnen en ging solo. Hoe de toppers lieten begaan, dat was pas beschamend.

De grote Evenepoel, de bimbo d’oro van het Belgisch cyclisme, ontmand in rit dertien, mocht zijn showtje opvoeren en geen grote uit het klassement die hem daarbij een strobreed in de weg legde. Zelfs Cian Uijtdebroeks liet deze getormenteerde ziel zijn pleziertje.

Hij kreeg een bijna uitgefietste zelden-winnaar mee en liet die op een paar kilometer van de finish achter. Acht minuten later kwam de rest binnen, en wat dan nog? Ergens viel de naam Floyd Landis en diens exploot van in de Tour van 2006 toen hij in rit zeventien werd weggereden.

De vergelijking houdt geen steek. Landis tankte die avond na zijn inzinking — tien minuten verloren op La Toussuire — een vers zakje bloed, waarin een beetje exogeen testosteron zat, zo bleek later. Hij wiste in rit achttien haast alle achterstand uit om op de voorlaatste dag in een tijdrit het geel te veroveren. Dat droeg hij in Parijs, maar speelde hij later weer kwijt na een positieve dopingtest.

Dat zal Evenepoel niet overkomen. Hij zal het rood niet terugnemen en hij zal ook niet worden betrapt, hand in het vuur daarvoor. De vraag blijft: wat is vrijdag gebeurd met Remco Evenepoel?

Het antwoord ligt voor de hand: bij Evenepoel beginnen zijn benen tussen zijn oren. Vrijdag kon je nog twijfelen aan de these van mentale breakdown, na zaterdag niet meer. Je verliest geen half uur de ene dag om de andere dag met acht minuten voorop te winnen, weze het dan tegen een mededogend peloton dat hem op veilige afstand volgde tegen niet eens 5 watt per kilogram bergop.

Bij alles wat hiervoor staat en wat hierna nog komt, toch even deze disclaimer: Remco Evenepoel behoort tot de beste drie Belgische renners van de laatste veertig jaar. Zijn palmares is ongeëvenaard: kleine rondes en (voorlopig) één grote, zware klassiekers, wereldtitels en er komt nog wat aan. Dat zou moeten volstaan, maar niet voor hem: de uiteindelijke missie is het winnen van de Tour de France.

De déconfiture in deze Vuelta doet zijn entourage nog meer dan voorheen twijfelen over de haalbaarheid van dat project tegen deze generatie van Vingegaard, Pogacar, Kuss, Roglic, Ayuso en al wie er nog aankomt.

Tour-winnaars zijn mannen die van een slechte dag een mindere dag maken en die doorslikken. Een slechte dag wordt bij Evenepoel vooralsnog een complete collaps. Zo win je geen grote ronde, althans geen editie waarin heel wat favorieten dag na dag op het scherpst van de snee rijden. Dat was niet het geval in de Vuelta vorig jaar, en die won hij wel.

Naast de twijfel — “kan ik het wel tegen de wereldtop?” — waar Evenepoel nu van wakker ligt, blijft ook de ploeg Soudal-QuickStep met die ene grote vraag zitten. Is het wel verstandig om een groterondeploeg te bouwen en daarmee alle eieren in het mandje te leggen van een allrounder die alles kan winnen, behalve die ene koers die hem obsedeert?

Column Rugby World Cup in De Morgen van zaterdag 9 september 2023

Rugby World Cup

In welke soms brutale contactsport staan atleten van 148 kilogram op hetzelfde veld als spelers van 70 kilogram? Of reuzen van 2,08 meter samen met ukkies van 1,65 meter? In welke sport loopt dat meestal goed af, omdat de tegenstanders elkaar respecteren, en gaat ook niemand gratuit liggen alsof overreden door een bulldozer? En in welke sport wordt dat spektakel in het veld passioneel beleefd door fans van de twee teams die in dezelfde vakken zitten zonder de behoefte om elkander de hersens in te slaan?

Rugby.

Voetbal en rugby zijn halfweg de negentiende eeuw uit elkaar gegroeid en dat had (onder meer) te maken met hacking (neerhalen) en tripping (pootje lap). In het te ruwe rugby mocht dat nog, de sissy’s van het soccer wilden dat niet meer. Honderdzestig jaar later is neertrekken en pootje lappen uit het rugby verbannen.

In het voetbal is het vandaag tot ware kunst verheven om op het juiste moment iemand neer te trekken of een pootje te lappen en vooral om daarmee weg te komen. Nog een stapje verder in de evolutie van de voetbalmores is theatraal neergaan en zo een strafschop versieren of iemand een kaart aannaaien, een rode bij voorkeur.

Nog één om het af te leren: in welke contactsport wordt het ergerlijke gezeur tegen de scheidsrechter niet geduld?

Gisteren is de Rugby World Cup 2023 begonnen in Frankrijk. De RWC wordt nog maar voor de tiende keer georganiseerd en de eerste negen edities zijn door vier verschillende landen gewonnen: Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika (elk 3), Australië (2) en Engeland (1). De openingswedstrijd hebben we achter de rug, die was gisteren om 21.15 uur en zette thuisland Frankrijk tegenover Nieuw-Zeeland.

Nieuw-Zeeland is het grootste van alle kleine sportlanden in de wereld. In Tokio twintig olympische medailles voor 5,2 miljoen mensen, ga er maar aan staan. In het rugby is het de maat der dingen. Nooit heeft een kleiner sportland een grotere sport beheerst. De All Blacks, de Nieuw-Zeelandse rugbyselectie die een kruising is tussen FC Barcelona en een tankbrigade, zijn een nationaal symbool, een nationale trots, met een geschiedenis van meer dan honderd jaar.

Alleen zit de klad er een beetje in en de voortekenen zijn niet bepaald gunstig. Telkens als de All Blacks in West-Europa landen, brengen ze normaal een bezoek aan de begraafplaats Nine Elms aan de Helleketelweg in Poperinge. Daar, plot III in rij D, graf nummer 8, ligt sergeant Dave Gallaher, gestorven op 4 oktober 1917 op 44-jarige leeftijd aan verwondingen opgelopen bij de derde slag om Ieper, beter bekend als de slag om Passendale.

Kiwi’s met een rugbyhart – zijn er anderen? – die België aandoen brengen een bezoek aan Gallaher, de eerste captain van de eerste nationale rugbyselectie die onder de naam All Blacks naar Engeland reisde, daar iedereen leerde hoe rugby moest worden gespeeld en de reputatie van het meest dominante team ooit in de wereldsport vestigde.

Omdat hun uitvalsbasis voor dit WK Lyon is, zijn ze deze week niet verder geraakt dan de begraafplaats en het memoriaal van Longueval in de Somme, waar 1.205 Nieuw-Zeelandse soldaten begraven liggen. Tussen de graven werd de traditionele haka opgevoerd. Thuis, aan de andere kant van de wereld, zijn ze er alvast niet gerust op en niet alleen omwille van het doorbreken van de Nine Elms-traditie.

Sportief liep het dit jaar niet zoals het zou moeten. Alle wedstrijden ter voorbereiding werden wel gewonnen, behalve de laatste eind augustus. Op Twickenham, in Engeland, kregen de kiwi’s een 7-35-bolwassing van de Springboks, de Zuid-Afrikaanse selectie. Het was de zwaarste nederlaag sinds 1928 en ze staat symbool voor een groter probleem.

Het modelland Nieuw-Zeeland is sinds 15 juni van dit jaar officieel in recessie. Het moreel van de modale kiwi staat historisch laag. De Nieuw-Zeelandse rugbybond heeft op de economische situatie geanticipeerd door in zee te gaan met Ineos, 12,5 procent van de marketingrechten te verkopen aan Silver Lake (mede-eigenaar van City Football Group) en ook een contract aan te gaan met Altrad, wereldleider in industriële diensten.

De auteur van Black Gold, een boek over de uitverkoop van de All Blacks, noemt de marketingafdeling van de Nieuw-Zeelandse bond de grootste vijand van de All Blacks. Als de All Blacks geen wereldkampioen worden, doe dan maar de Springboks. Zuid-Afrika is de regerende wereldkampioen van Japan 2019. Het spel van de ‘Bokke’ is niet zo spectaculair als dat van de All Blacks, maar ze hebben sinds 2018 met Siya Kolisi een zwarte captain. Kolisi is een Xhosa, geboren in een township.

Nelson Mandela kijkt toe en ziet dat het goed is, althans op het rugbyveld.

Column Bright Stars in De Morgen van maandag 4 september 2023

Bright Stars

Samuel Sooleymon is de hoofdpersoon van het boek dat ik op reis las. De schrijver is John Grisham. Ik beken, het moet niet te moeilijk zijn tijdens de vakantie. Was ook mee: het handboek Geopolitical Economy of Sports. Dat heeft erbij ingeboet.

Het boek heet Sooley en gaat over een Zuid-Soedanese jongen die met een selectie van getalenteerde basketbalspelers naar de VS mag. Hij is ternauwernood bij de selectie gehaald omdat een andere jongen uit zijn dorp geblesseerd afhaakt en wordt in de VS na een redelijk toernooi opgevist door een universiteit. Die heeft medelijden met hem omdat tijdens zijn VS-trip de helft van zijn gezin is uitgemoord door een rebellenleger en de helft die niet is uitgemoord in een vluchtelingenkamp in Oeganda is terechtgekomen.

Op North Carolina Central in het basketbalwalhalla Durham wordt hij in geen tijd de sensatie van het college basketbal. Driepunters, drives, blockshots, rebounds, clutch plays, hij doet het allemaal. (Ter herinnering, het is een roman, hoewel North Carolina Central wel bestaat en het redelijk trots was te figureren in een boek van een van de best verkochte schrijvers van het moment.) Next voor Sooley: de NBA natuurlijk.

Hij wordt gedraft door de Pistons uit Detroit, die hem meteen traden naar de Washington Wizards, waarmee Sooley heel blij is want dat is relatief dicht bij Durham, althans dichter dan Detroit. Zo blij is hij dat hij zijn moeder en de broers en zussen die het hebben gehaald (vader en één zus zijn vermoord) uit dat kamp zal kunnen helpen, dat hij voor één keer mee gaat feesten.

Het gezelschap besluit er een tripje naar een rapfestival op de Bahamas aan vast te hangen. Daar gaat het fout. Sooley neemt een pilletje aan van een mooie jongedame en dan nog eentje en nog eentje, en gaat samen met haar naar zijn kamer. Vervolgens gaat bij hem het licht uit en nooit meer aan. Sooley is dood. Er wordt een fonds opgericht om zijn familie toch naar de VS te halen, wat ook gebeurt, en hij krijgt een standbeeld aan de universiteit. Einde verhaal.

Aan dat boek moest ik denken toen ik zaterdag de uitslagen van het WK basketbal checkte. Jawel, de tweede sport in de wereld houdt momenteel een WK met de finale volgend weekend, maar daar leest of hoort u in dit land haast niks over, omdat wij in onze koers- en voetbalnavelstaarderij het bredere sportplaatje uit het oog zijn verloren.

Zuid-Soedan heeft zaterdag gewonnen van Angola en werd zo het hoogst gerangschikte Afrikaanse land op het WK, wat automatische kwalificatie betekende voor de Spelen. Dat is een aardverschuiving op het donkere continent. In Afrika was de hiërarchie jarenlang Angola op één, tot Tunesië er een keer kwam tussenfietsen en de laatste twee Olympische Spelen was Nigeria de Afrikaanse vertegenwoordiger.

Zuid-Soedan had zelfs de laatste zestien van het WK kunnen halen. Het verloor nipt van Puerto Rico in de eerste wedstrijd, maar klopte daarna de Filipijnen en China om vervolgens kansloos te verliezen van Servië. Daardoor haalde het niet de laatste zestien, maar door Angola te kloppen in de plaatsingswedstrijd eindigde het op de zeventiende plaats als hoogste Afrikaans land.

Zuid-Soedan bestaat pas sinds 2011 en is het gevolg van decennialange burgeroorlogen en moordpartijen. Zuid-Soedan was niet op de Spelen van Londen 2012, en stuurde respectievelijk twee en drie atleten naar die van Rio en Tokio. Tot nog toe haalden ze nul medailles, al is er wel een geboren Zuid-Soedanees olympisch kampioen. Tweevoudig wereldkampioen Mutaz Barshim won het hoogspringen in Tokio, maar komt uit voor Qatar.

Volgend jaar zullen ze met minstens vijftien in de openingsceremonie lopen en ze zullen opvallen. De basketballers van Zuid-Soedan zijn haast allemaal Dinka’s, een stam behorend tot de Nijl-volkeren, die van de langste mensen ter wereld op aarde zet. Bright Stars heet hun team, maar Dunkin’ Dinkas had natuurlijk ook gekund.

Basketbal is er een nationale sport sinds Manute Bol met zijn 2,31 meter een bezienswaardigheid werd in de NBA van de jaren tachtig en negentig. Later deed Luol Deng het niet onaardig. De aankomende sensatie van de ploeg is de zestienjarige Khaman Maluach. Hij speelt voor de NBA Academy in Afrika, meet voorlopig 2,18 meter en zal zich in 2025 voor de NBA-draft aanbieden.

In Parijs 2024, of beter in Lille want daar gaan de voorrondes door, wordt Zuid-Soedan de Afrikaanse vertegenwoordiger, al kan het nog dat een tweede Afrikaans land zich plaatst via een olympisch kwalificatietoernooi. Wie tickets heeft voor het baskettoernooi in Lille moet nu heel hard hopen op een wedstrijd van Zuid-Soedan.

Column Koppelbazerij in De Morgen van zaterdag 2 september 2023

Koppelbazerij

Er is vreugde in voetballand omwille van, zoals dat heet, de Europese successen: vijf op vijf Belgische clubs die zich wisten te kwalificeren voor de eindronde van de Europese competities. Dat klinkt mooi, maar tegelijk een beetje naïef. Twee jaar geleden heeft de Europese voetbalbond UEFA plotsklaps een derde Europese beker (terug) in het leven geroepen. Ineens ging het van 80 ploegen in twee Europese bekers naar 96 in drie Europese bekers.

De Conference League, zo heet die derde Europese beker. Die is op maat van landen als België – te oud en te groot voor de poppen, te jong en te klein voor de liefde van de Champions League – en dat blijkt ook weer dit jaar met maar liefst drie Belgische clubs in de Europese kneusjesbeker.

Die obsessie om Europees te spelen, ooit zal eens iemand die ballon moeten doorprikken met een studie over de investeringen die nodig zijn om op meerdere fronten actief te zijn en de kosten die daar tegenover staan. Dat geldt niet voor Antwerp en in mindere mate ook niet voor Union, die in de eerste twee Europese competities aantreden.

Voor clubs in de Conference League zijn investeringen in een grotere kern (drie, vier, vijf man extra) lastig af te dekken door meerinkomsten. Het stadionbezoek valt meestal tegen omdat de tegenstanders niet aanspreken en de spelers extra premies onderhandelen. Zo blijft de vaststelling dat Europees voetbal vooral de ijdelheid streelt van clubbesturen, trainers en ook wel een beetje de media, die zich verzekerd weten van minstens drie extra trips over de grens.

Nu, er is natuurlijk zoiets als de Europese coëfficiënt en daarin doet België het niet slecht. Vorig seizoen was België het vijfde best presterende land in het Europese voetbal. Waar dat ineens vandaan kwam, geen mens die het kan uitleggen. Het laat de kritiek op de correctie van de overheid op de (para)fiscale voordelen van het voetbal alvast erg hol klinken. In het jaar dat de Belgische clubs dat schijntje moesten opleggen, stegen ze van plaats achttien (2021-’22) naar plaats vijf op de coëfficientenranking. Omdat die over de duur van vijf jaar wordt berekend, staat België nu op plaats acht.

Die vijf op vijf is opmerkelijk omdat maar vijf landen erin zijn geslaagd al hun inschrijvingen naar de eindrondes te loodsen. Dat zijn Engeland, Italië, Duitsland en Frankrijk samen met België, dat het vijfde grote voetballand (Spanje) zijn achtste vertegenwoordiger afpakte toen Club het haalde van Osasuna.

Overigens ligt die puntentelling voor de coëfficiëntenlijst zwaar onder vuur van de grote voetballanden. Zij willen dat presteren in de Champions League extra wordt beloond. Het is een beetje raar dat straks een eventuele Champions League-overwinning van Antwerp in Barcelona evenveel punten waard is als een overwinning van Club bij Lugano in de Conference League.

Over die Europese successen ging het gisteren in de media en zal het vandaag nog gaan, en ook het vernieuwde Extra Time zal zich wentelen in deze genoegzaamheid. Dat Extra Time is een maand na de start van de competitie wakker geworden. Mogen we dat een lichtelijke vorm van journalistieke luiheid noemen?

Het programma heeft nu een spelverdeler die geen presentator wil worden genoemd. Dat wordt erg spannend in aflevering één: of een aap met een hoedje erin slaagt om geen aap te zijn. Het is te hopen dat de spelverdeler, die onnavolgbaar was als spits, ook een bal in de diepte stuurt naar zichzelf en zich afvraagt waarom niemand in het Belgische voetbal valt over een transfer van 25 miljoen euro en 5 miljoen eventuele bonussen.

De duurste inkomende transfer in de geschiedenis van het Belgische voetbal kwam op naam van promovendus RWDM. Hoe de negentienjarige Ernest Nuamah geen minuut in Molenbeek zal voetballen omdat hij meteen wordt doorverhuurd aan Olympique Lyonnais is je reinste koppelbazerij.

Lyon, dat met John Textor dezelfde eigenaar heeft als RWDM, heeft financiële zorgen en is onderhevig aan strenge Franse financial fair play-regels. Nuamah kopen op de Franse rekening, dat mocht niet. Textor heeft dan maar de club uit Molenbeek als omweg gebruikt en leent de speler uit aan zijn hoofdclub.

Voor wie er nog mocht aan twijfelen wat de finaliteit is van het Belgische voetbal en waarom zoveel buitenlanders interesse hebben in onze clubs: dat is uitzendarbeid, koppelbazerij en mensenhandel, rijkelijk gesubsidieerd met fiscale en parafiscale voordelen. En geen haan – niet de Pro League, niet de voetbalbond, niet de overheid – die ernaar kraait.

Column De Lage Landen in De Morgen van maandag 28 augustus 2023

De Lage Landen

Het zou een voorbode kunnen zijn voor de uitkomst van de Vuelta, of niet, maar we kunnen er niet omheen dat deze zomer de Belgen — op Lotte Kopecky na — het al te vaak hebben moeten afleggen tegen de Nederlanders.

Vers in het geheugen ligt natuurlijk de wereldtitel van Mathieu van der Poel, ten koste van Wout van Aert. Later op dat Super WK reden de Nederlanders Jan-Willem van Schip en Yoeri Havik de Belgen Robbe Ghys en Lindsay De Vylder zoek in de laatste fase van de ploegkoers. Resultaat: goud voor Nederland, vierde plek voor België.

De voorbije dagen stonden in het hockey de nationale elftallen van Nederland en België drie keer tegenover elkaar. Twee keer bij de vrouwen, één keer bij de mannen. Nederland-België werd 3-0. Eindafrekening: Nederland dubbel goud, België een zilveren en een bronzen medaille.

Confrontaties tussen de twee buurlanden leiden niet zelden tot wat animo. Meestal begint het met de Nederlanders die wat zeggen, want die zeggen altijd wat, waarop de Belgen overdreven reageren.

Of dat de insteek was van die eerste voorzet is niet helemaal duidelijk, maar het komt uiteindelijk er wel op neer dat Nederland met een psychologische voorsprong de strijd ingaat. In dit geval was dat de finale van het EK, nadat ze eerder al in de groepsfase België met 2-0 wandelen hadden gestuurd.

Eergisteren verscheen op de site van de Koninklijke Nederlandse hockeybond twee minuten na affluiten in de vrouwenfinale al een verslag. Nederland had overtuigend gewonnen met 3-1 en in de inleiding stond volgende zin: “Oranje schoot als een raket uit de startblokken en kwam binnen vijf minuten voor te staan met 2-0 tegen de Belgen, die hun spierballentaal van de afgelopen week niet in daden wisten om te zetten.”

Er was nooit sprake van spierballentaal aan onze kant, wel van onnozele opmerkingen zoals “Alle Hollanders zijn arrogant”, aldus Alix Gerniers. Nu hebben die Nederlandse vrouwen wel een air over zich en over een tiental jaar kunnen ze allemaal figureren in de remake van Gooische Vrouwen, maar misschien is Alix Gerniers, upper class Vlaamse Ardennen, de laatste die daar iets moet van zeggen.

Zelfbewustzijn wordt vaak verward met arrogantie. Overigens hadden die vrouwen niets gezegd, maar was het de coach Paul van Ass die de Belgen uit hun kot had gelokt met de melding dat ze te veel aan verdedigen denken. Dat is overigens een verwijt dat over seksen heen wel eens meer vanuit Nederland richting Belgisch hockey wordt gemaakt: te afwachtend, te zeer rekenend op de penalty corners.

Om een lang verhaal kort te maken: de Panthers liepen blind in de val. Te veel ruimte weggegeven en drie keer op het zwaard gelopen. Het was opvallend hoe vanuit Belgische hoek zowel het verlies van de mannen als van de vrouwen werd uitgelegd als verdedigende fouten, terwijl Nederland het had over de drang naar voren waardoor de tegenstander fouten maakt. Het is maar hoe je het bekijkt.

Nederlanders zijn doorgaans heel erg oké. Ik ben ervaringsdeskundige na er twaalf jaar te hebben gewerkt. Het waren de beste, meest productieve en inspirerende jaren van mijn professioneel leven en dat had te maken met de Nederlandse sportomgeving.

Eén ding heb ik snel geleerd: in Nederland moet je ‘je poot zetten’, opkomen voor jezelf, uitkomen voor je mening. Bij mij was dat op mijn eerste buitenlandse opdracht in Helsinki bij het EK atletiek gaan eten in een Russisch restaurant (zouden we nu niet meer doen) en de fles rode wijn terugsturen.

Dat maakte indruk, want tot ik hen er op wees dat ze kurk aan het drinken waren, had geen van de Nederlandse collega’s iets door. Die Hollanders toch… Om de haters voor te zijn, ik heb er ook wel aan journalistiek gedaan en ik mocht acht jaar lang mee leiding geven aan een mooie redactie van een mooi sportblad in de mooie Nederlandse sport.

Nederland is het grootste kleine sportland ter wereld: vier (weliswaar verloren) WK-finales voetbal en in Tokio 36 olympische medailles. Het merendeel daarvan behaald door atleten die het niet breder hebben dan die van ons, niet noodzakelijk beter getraind en meer getalenteerd, maar wel met meer ambitie, niet bang om zichzelf uit te dagen en het onmogelijke te proberen.

Zoals Van Schip en Havik in die WK-ploegkoers uit haast verloren positie hun goud pakten. Daarom schaamde ik mij dood als Belg toen Robbe Ghys zei dat hij liever vierde was dan met Hollanders op het podium te staan. Ik dacht: Robbe, zoek op…Netherlands at the Olympics…lees, tel de medailles en hou je mond.

Column Pulled Chicken in De Morgen van zaterdag 26 aug 2023

Pulled chicken

Ondanks de belofte van gegarandeerde connectie richting Brussel was de boodschap met nog maar drie in plaats van negen minuten overstapmarge duidelijk: perron tien opstormen.

Halfweg de trappen staarden twee bekende ogen de treinreiziger aan. Ze zaten verpakt in een keurig geknipt lichtbruin kopje en fonkelden nog meer dan anders, misschien omdat ze reclame maakten voor een ongetwijfeld astronomisch bedrag. Daar was hij dan, Remcoooh, sandwichman van dienst namens Pizza Hut.

Van Tia Hellebaut destijds na haar olympisch goud was het nog enigszins te begrijpen dat ze overstag ging voor een product dat ze zelf één keer per jaar mocht eten. Goud in de atletiek moet je op alle mogelijke manieren verzilveren.

Remco Evenepoel, wielrennen en Pizza Hut is geen goede match. Dat hij graag pizza’s eet, dat kan. Dat hij ze ook geregeld zou eten, lijkt erg onwaarschijnlijk. Toen zijn pa het had over “stappen zetten op vlak van voeding”, was dat niet voor het team bedoeld?

Naast ongetwijfeld veel te snelle koolhydraten zijn die dingen vergeven van de vetten. (Dat zinnetje zal worden gelezen door de communicatieafdeling van Pizza Hut. In een volgende bijdrage zal ik u laten weten of men mij heeft gemaild met een gratis bon voor een vetarme pizza of desgevallend heeft aangeklaagd.)

Pizza Hut en Evenepoel is sowieso een raar huwelijk. Een echte manager met verstand van imagebuilding en alles wat daarbij komt kijken, geen vader dus met eurotekens in de ogen, had voor een ander voedingsmerk gekozen. Bij voorkeur iets uit het light-gamma, passend bij het beeld van de renner die 365 dagen per jaar leeft voor zijn sport en speelt met zijn gewicht afhankelijk of de nadruk ligt op tijdrijden dan wel klimmen.

En dan die pizza waarmee hij op de billboards staat: barbecue pulled chicken. Eerlijk is eerlijk, er moest een search aan te pas komen: pulled chicken is kip, extreem zacht en zo lang gegaard tot het vlees gewoon van het been valt. Over drie weken weten we wie de gegaarde kip is aan het einde van de Vuelta: Evenepoel zelf, dan wel iemand uit zijn niet onaanzienlijke schare concurrenten.

Bijna tegen het einde van een altijd weer lang wielerseizoen is de Ronde van Spanje nooit meer dan een toetje, dagvulling voor wie weinig om handen heeft. Deze Vuelta is zowaar de sterkst bezette grote ronde van het jaar met een plejade aan groteronderijders en ex-winnaars die er allemaal nog eens tegenaan willen.

Vorig jaar won Evenepoel uiteindelijk vrij makkelijk. Primoz Roglic stond op anderhalve minuut en had net wat tijd teruggepakt in de zestiende etappe toen hij moest opgeven door een val. Dit jaar zou Evenepoel ook makkelijk de Giro winnen, maar hij moest op zijn beurt afstappen na een coronabesmetting.

We weten dat Evenepoel het in zich heeft om de kleinere van de grote rondes te winnen, maar we weten niet of hij die grootste grote ronde aankan. De Ronde van Spanje 2023 zal ons en Evenepoel een stuk wijzer maken over zijn Tour-kansen. Over drie weken weten we of het fenomeen uit Schepdaal geslaagd is voor zijn bachelor grand tour en hij aan zijn master kan beginnen.

Volgens de wereldkampioen tijdrijden is hij in vorm. Een tijdrit van een uur komt overeen met de wattages voor een zware beklimming van een uur. Zegt hij. Geen reden om daaraan te twijfelen, maar een tijdrit van een uur volgt op twee dagen losrijden en rusten. Een grote ronde duurt 23 dagen, verdeeld over 21 etappes met 2 rustdagen.

De Vuelta heeft daarbij de gewoonte een loodzwaar parcours voor te schotelen, waarna de renners besluiten wat ze met dat parcours doen. In Spanje nemen ze af en toe een snipperdag en dat mag ook een halve of driekwart dag zijn. Dat zou met deze Vuelta weleens anders kunnen uitdraaien.

Vorig jaar had Evenepoel alleen last van Roglic, die niet top was. Die lijkt nu beter dan ooit. Bovendien heeft het team van Roglic ook ene Jonas Vingegaard afgevaardigd en met hem zijn luitenant in de bergen, Sepp Kuss. Daarbij Gesink, Kelderman, Van Baarle, Tratnik en Valter. Dat is geen team om gewoon mee te rijden.

Team Jumbo-Visma wil doen wat geen team ooit is gelukt: de drie grote rondes in hetzelfde jaar winnen. Als Evenepoel – die zegt etappes te willen winnen, te leren en op het podium mikt – dat blok kan kloppen, of minstens zwaar de duvel aandoen, zijn hij en zijn team klaar voor de Tour van 2024.

Als Evenepoel en Soudal-QuickStep evenwel in al dat geweld van Jumbo-Visma, Ineos Grenadiers, Movistar en UAE eindigen als een kasserol gegaarde kip, reken dan maar dat de nog steeds smeulende discussie over zijn toekomst een uitslaande brand wordt.

Column Nummer 23 in De Morgen van maandag 21 augustus 2023

Nummer 23

Mats Rits is een man van vele omschrijvingen. Meid voor alle werk, stofzuiger, de kuisvrouw van Club (aldus Paul Van Himst), kilometervreter…maar dat niemand er ooit aan heeft gedacht om hem ritssluiting te noemen, dat is vreemd. Hierbij. Collega’s mogen het vrij overnemen, bronvermelding niet nodig.

Rits is afgelopen week verhuisd van Club Brugge naar Royal Sporting Club Anderlecht. Hij kon ook naar Union Saint-Gilloise en zo de controverse vermijden. Hij koos voor Anderlecht. Een hele wijze beslissing. Bij Union, dat boven zijn gewicht bokst, kan het alleen maar bergaf gaan, Anderlecht zit zo laag dat het alleen maar bergop kan.

In de kranten verschenen portretjes van eerdere transfers tussen de twee clubs en meer in het bijzonder van Club naar Anderlecht. Bladvulling, jammer maar helaas. Erwin Van den Daele, Rob Rensenbrink, Marc Degryse en Lorenzo Staelens hebben niks vandoen met Mats Rits. Ook René Vandereycken en Ronald Vargas niet, want die kwamen uit een identieke kruisbandblessure en een moeilijke revalidatie. Vandereycken kwam zelfs via de tussenstop Genua.

Van den Daele, Rensenbrink, Degryse en Staelens kozen voor een stap hogerop, voor een beter salaris, voor meer grandeur, voor het onvermijdelijke. In een dubbelinterview voor deze krant met Michel Verschueren en Antoine Vanhove vertelde Verschueren hoe Degryse werd verkocht. Na eerste onderhandelingen die nergens toe hadden geleid, stapte Constant Vanden Stock plots uit
bij een rood licht, liep naar de auto achter hem waar Vanhove en Fernand De Clercq in zaten en zegde hen de gevraagde som toe. “Niewaar Antoine?” “Ja Michel, zo ging dat in die tijd.” En Vanhove tegen de journalist: “Wat Anderlecht wilde, kreeg Anderlecht. Wie Anderlecht wilde, ging naar Anderlecht.”

De transfer van Mats Rits is de nieuwe Belgische voetbalrealiteit: wat Club niet meer wil, kan Anderlecht nu krijgen. Voorwaar uniek, hoe Club een speler van drie titels in vijf jaar, een dertiger die nog een jaar of vijf mee kan, zomaar laat gaan, en dan nog naar Anderlecht.

Eerder deze week verscheen ergens een interview met Rits, er was wel wat te bespreken natuurlijk. Bijvoorbeeld die controversiële keuze voor Anderlecht en de historische rivaliteit tussen de twee clubs. Rits maakte zich ervan af met de melding dat hij nooit meer rivaal was van Anderlecht dan van welke andere club. En dat hij paars wel gewend was, want hij was opgeleid bij Beerschot.

Kortom, Rits is een voetballer die graag voetbalt en bij voorkeur namens teams die hem graag zien komen. Al dat gedoe errond, die stammenoorlogen, dat opgeklopt haantjesgedrag, is aan hem niet besteed. De beschaving is aan de mens Rits niet voorbijgegaan, een hele prestatie voor een Beerschotter (grapje).

Rits weet wel niet hoe Jan Breydel op zijn komst zal reageren: met applaus, met boegeroep of neutraal. Boegeroep valt te verwachten, maar het zou het Clubpubliek sieren als ze de achtergrond van deze overgang zouden meenemen in hun beoordeling. Rits wilde
niet weg, maar hij voelde de twijfel en dus ging hij praten met andere ploegen, en daar kwam een deal uit waarin de drie partijen zich konden vinden.

In dat interview kwam ook zijn rugnummer ter sprake. Hij had gekozen bij Anderlecht voor 23. Oeioeioei, zei de journalist, daar is een aantal Club-fans niet blij mee. 23, als u het niet weet moet u dat weten, was het rugnummer van ene François Sterchele.

En dan nog, zegt u? Inderdaad, ja. Alleen is die François Sterchele tot cultheld van Club Brugge gepromoveerd in 2008. Niet omwille van die 31 wedstrijden en zijn 11 goals, ook niet omwille van de prijzen, want Club won in die tijd niks. Eerder omwille van zijn crash met 200 per uur om drie uur ’s nachts, op 100 kilometer van zijn huis, 48 uur voor hij een wedstrijd had.

Club heeft het nummer 23 teruggetrokken, zoals dat heet. Hoe Jan Breydel nu al vijftien jaar lang bij minuut 23 applaudisseert, voor iemand die zichzelf en zijn veel te rappe Porsche in de vernieling heeft gereden, het blijft vreemd.

Aan Sterchele had Rits nu even niet gedacht toen hij 23 koos en daarom hebben enkele onverlaten hem beticht van heiligschennis. Zijn verdediging was nochtans duidelijk. Hij wilde nummer 26 maar Colin Coosemans had dat al, daarom had hij 23 genomen. Dat was tenslotte het nummer van Jordan.

Rits had het niet over Jordan Torunarigha van AA Gent, die ook met 23 speelt, maar over Michael Jordan. Torunarigha met 23 vind ik erover. Net als Sterchele destijds. Twee keer heiligschennis. Rits met 23 kan nog net. Ik zat ooit met hem bij Telenet voor een NBA- omkadering en de voetballer Rits kent basketbal.

Column Hala volksvermaak in De Morgen van zaterdag 19 augustus 2023

Halal volksvermaak

Maandag stond in L’Equipe een verhaal over Karim Benzema, maar eigenlijk meer over zijn club Al-Ittihad uit Djeddah. We leerden daaruit dat Benzema al een keertje een oemra had gepleegd. Dat is een minibedevaart naar Mekka.

Benzema had daarbij gezegd blij te zijn als moslim om in Saudi-Arabië te kunnen wonen. Dat hij tegelijk een groot liefhebber is van de geneugten van Dubai, en wellicht nu al een meerrittenkaart heeft voor de Koning Fahdbrug naar Bahrein richting de ‘Saudi-bar’, is dat dan een omgekeerde takiyya, of gewoon hypocrisie?

Dat hoop ik te lezen in het verhaal dat de uitgestuurde ‘grand reporter’ van L’Equipe Magazine aan het optuigen is in Saudi-Arabië. Hij had dikke chance, die ‘grand reporter’. Pas afgereisd bereikte hem de mare Neymar. Ook die begraaft zich minstens twee jaar lang in de woestijn, gezwicht voor de oliedollars.

Zodoende kregen we woensdag in de krant een ander verhaal. Na ‘Benzema, son nouveau monde’, luidde het nu ‘Au coeur du nouveau royaume de Neymar’. Onderaan de pagina een lange foto van een lage blauwe tribune: één ring, geen dak, geen luxe, een B- veld van een Europese topclub. Ook een foto van een vergaderzaal. En nog een dystopisch plaatje van een zwembad, compleet met baantjes en aankomstvlaggetjes voor de rugslag. Hoe dat op die pagina was beland, bleef bij gebrek aan bijschriften een raadsel.

Jawel, we kunnen spotten met de Arabieren. Of met zijn allen hartelijk lachen of treuren om de aangeboren hersenloosheid, c.q. gewetenloosheid van de sporters die zich haasten om in dat compleet foute Saudi-Arabië te gaan voetballen. Of we kunnen ook de omgekeerde exodus naar die enorme zandbak waar veel te veel olie onder zit waarvoor wij onbetamelijk veel betalen als een soort tijdelijke hype afdoen. We zouden dus kunnen redeneren dat we dit al hebben gezien, in de jaren tachtig in de VS en recenter in China, en dat het ook wel zijn tijd zal duren dat gooien en strooien met geld, deze keer door de Arabieren. Maar neen, deze keer is anders. Dit gaat om veel meer geld, dit gaat om veel meer dan veel geld.

Dit gaat om zogeheten soft power, een voet tussen de deur krijgen, aanzien kweken, promotie, image building. Het uiteindelijke
doel is een economische en sociale transitie, maar daar mag wat tijd overgaan. Voetbal in de Golfregio en meer in het bijzonder
in Saudi-Arabië is een project van lange adem en van onmetelijk diepe zakken. Op Twitter-accounts van Engelse volgers van de voetbaleconomie werd minachtend gedaan over die uittocht van sterren op hun retour. In de reacties alleen maar bijval tenzij die ene, duidelijk een local. Hij repostte de tweet en zette er een zin boven: “Stop huilen…, neem je verlies. De toekomst van het voetbal is de Golf.”

We zullen een jaar of tien moeten wachten voor we weten of hij gelijk krijgt, maar inmiddels is de ontmanteling van het Europees voetbal begonnen en dreigt disruptie, niet in het minst omdat de transferperiodes niet samenvallen.

Naast die grote geopolitieke ambities speelt ook het meest primaire sentiment van de mens: jaloersheid. De Saudi’s waren te laat om zich te interesseren voor ’s werelds grootse halal volksvermaak. Toen ze ook zin hadden in een Europees team, waren de mooie brokken al van tafel, niet zelden opgepeuzeld door de buren uit de Emiraten, die meer dan een voet tussen de Europese voetbaldeur hebben.

Oké, dan geen Europa, geen UEFA, dan leggen we onze eigen competitie aan het financieel infuus, moet kroonprins en sterke man Mohammed Bin Salman hebben gedacht en schakelde het Public Investment Fund – de schatkist – in om (in een eerste aanzet) vier teams te financieren met al het geld dat nodig is om wereldsterren te halen.

Zodoende kon een team als Al Hilal met een omzet van geen 30 miljoen euro ineens een transfersom betalen van 90 miljoen euro en Neymar ook nog eens een jaarsalaris van die omvang beloven. In Europa is dat verboden door wat vroeger de Financial Fair Play heette en nu de Financial Sustainability.

In het woestijnvoetbal doen ze niet aan financiële regels. Na het gewone Europa weet nu ook de voetbalwereld dat de wereld groter is dan Europa en de Europese regels en mores ophouden aan de grenzen.

De UEFA kijkt nu naar de wereldbond FIFA om tussenbeide te komen. Kansloze missie. Alles wat afbreuk doet aan het Europees voetbalmonopolie en de macht van UEFA en de Champions League wordt door FIFA-baas Gianni Infantino hartelijk onthaald. Een sterke competitie buiten Europa om is een extra troef, zowel voor FIFA als voor Saudi-Arabië. Bovendien wil de FIFA niets liever dan de World Cup van 2034 toewijzen aan Saudi-Arabië.

Column Ineos-Soudal in De Morgen van 14 augustus 2023

Ineos-Soudal

Quizvraagje? Wat hebben Romelu Lukaku en Remco Evenepoel dezer dagen met elkaar gemeen, behalve een Anderlecht-verleden? Antwoord: dat ze niet weten waar ze volgend seizoen zullen ballen/rijden.

Misschien weten zij het wel, maar wij nog niet. Verder zijn er meer verschillen dan gelijkenissen tussen de twee, zoals: Lukaku is nergens nog welkom, Evenepoel ontvangen ze overal met open armen.

Met wie, met welke ploeg, rijdt Evenepoel volgend jaar de Tour? Dat is de kwestie die tussen nu en het einde van Vuelta (17 september), of nog later, wielerminnend België zal bezighouden. De laatste voorzet in dit debat kwam vanuit Spaanse hoek. Ex-Tour- winnaar en teameigenaar Alberto Contador, niet de eerste de beste insider, zei vorige week met grote stelligheid op de Spaanse Eurosport dat Remco Evenepoel volgend jaar namens Ineos Grenadiers de Tour rijdt. Meer zelfs, hij zou een aantal ploegmaten meenemen.

De reactie uit Wevelgemse hoek was naar aloude gewoonte snel, maar een beetje braafjes. “Ik ben het beu van alles te moeten horen over de kwestie. We zullen wel zien waar hij rijdt”, aldus Patrick Lefevere. Na de wereldtitel tijdrijden van afgelopen vrijdag kwam hij met nog een reactie. “Zonder onze wetenschap- pelijke knowhow, waar het ons zogezegd aan ontbreekt, zou Remco geen wereldkampioen tijdrijden kunnen worden.”

Dat was dan weer een reactie op Contador en in één moeite ook op die andere Patrick, Evenepoel, de pa van. Die had nog voor het begin van het WK laten uitschijnen in een Brusselse krant dat het lang niet zeker is waar Remco volgend jaar rijdt. “De ploeg moet nog stappen zetten.” En hij had het over de samenstelling van de ploeg, maar ook over de trainingen, stages, de hele omkadering.

Je kan moeilijk in één paragraaf bij meer mensen op de lange tenen gaan staan dan Patrick Evenepoel in dat interview. Waarop Remco Evenepoel zich vervolgens geroepen voelde om de twee Patricken te verzoeken te zwijgen. Hijzelf antwoordde met de pedalen door de tijdrit te winnen, voorwaar een niet te onderschatten prestatie.

Vorig jaar rond deze tijd is Patrick Evenepoel al namens zijn zoon het terrein gaan verkennen. Zijn opening statement bij nogal wat wielerinsiders was: Remco denkt niet dat hij bij Lefevere ooit een ploeg zal krijgen die hem in staat zal stellen de Tour te winnen, wat denk jij, wat zou jij doen?

Toen Evenepoel de Vuelta won met die ploeg, en Lefevere beloofde om volgend jaar werk te maken van een echte klimtrein, leken
ze in Schepdaal even gesust. Ondertussen schreef Patrick Evenepoel zich in voor de Expert Class Cycling Management. Hoe-wel iedereen hem aanraadde een echte manager te nemen voor zijn zoon, was hij nog meer overtuigd dat hij dat klusje er zelf best bij kon nemen.

De relatieve rust werd verstoord door de mislukte Giro, waar zijn zoon de wedstrijd moest verlaten met covid. Pech, want zonder ziekte had hij iedereen naar huis gereden.

De Tour was ook niet van dien aard om de Evenepoels met een gerust gemoed naar 2024 en zijn Tourdebuut te laten vooruitkijken. De twee zwaargewichten Jumbo-Visma en UAE hadden hun ploeg nog versterkt en al tijdens de Tour gonsde het van de geruchten over wie ze er nog zouden bijhalen met het oog op 2024 en hoe ook Ineos de verloren gegane status wilde herwinnen. Lefevere van zijn kant praatte met Mikel Landa. Die was vereerd met de aandacht, en dat was het dan.

Een gok, afgaand op wat de insiders menen te weten: Remco Evenepoel rijdt volgend jaar de Tour niet voor Soudal-QuickStep, of toch niet in de ploeg zoals die er vandaag uitziet. Een fusie met Ineos Grenadiers (dat is maar één bedrijf), aan elkaar gelijmd met Soudal – prima siliconen, meteen overschilderbaar zelfs – zou de beste optie zijn.

Het is zelfs de meest logische optie, waren daar niet de belangen van Patrick Lefevere. Die is anderhalf jaar verwijderd van zijn zeventigste verjaardag en hoewel hij nooit expliciet heeft aangegeven dat hij van zijn ploeg af wil, blijft hij een West-Vlaamse boekhouder. Voor alles is een juiste prijs.

Andere optie: Evenepoel forceert op Van Aertse wijze zijn overgang en hij (en zijn nieuwe ploeg) be- talen de schadeloosstelling. Iedereen heeft het nu over drie jaarsalarissen, maar wat als in het verbeterde contract met Evenepoel een vaste som is overeengekomen? Dat zou niet vreemd zijn voor een voetballer op twee wielen.

Het scenario waarbij Vlaanderens meest succesvolle wieler-CEO op lullige wijze Vlaanderens wielerchouchou kwijtspeelt en tegelijk zijn eigen ploeg om zeep helpt, die afgang moet Lefevere absoluut vermijden.

Column Letrozole in De Morgen van 12 augustus 2023

Letrozole

Het super-WK in Glasgow en omstreken verdient navolging, al helemaal vanuit het standpunt van de Belgen.

Op de weg had België tot het tijdritgoud van Remco Evenepoel twee zilveren en twee bronzen medailles gewonnen. Er was natuurlijk in het wegwielrennen de deceptie van afgelopen zondag in het hoofdnummer: onze Kempense Poulidor nog maar eens tweede achter de kleinzoon van de echte Poulidor, wat moet je daarmee?

Wout van Aert zegt wel dat het hem geen zier uitmaakt, maar dat moet je niet geloven. Cognitieve dissonantie is ook in de topsport een adequaat wapen tegen doemdenken en zichzelf waarmakende voorspellingen. Voor soelaas werd gehoopt op de tijdrit, maar het werd helaas.

Her en der wordt ook gepocht met de vijf medailles, waarvan twee gouden, die de Belgische (Vlaamse) baanwielrenners mee naar huis brachten. Dat mag. Alleen moeten we vaststellen dat maar één enkele medaille werd gewonnen op een olympisch nummer, en dat een jaar voor de Spelen.

Bij de mannen vergooiden Robbe Ghys en Lindsay De Vylder na een dominante ploegkoers hun kansen op goud in de laatste rondes. Toen ze vloekend de schade opmaten van hun dommigheid zagen ze plots dat ook het zilver en brons waren gaan vliegen. Topsport kan hard zijn, maar hoe dom om vervolgens uit te kramen “liever vierde dan met Hollanders op het podium”?

Voor het baanwielrennen gelden overigens verzachtende omstandigheden. We zagen Lotte Kopecky als een veelvraat door het toernooi rijden. Ze at eerst in de scratch en vervolgens in de puntenkoers iedereen met huid en haar op, om daarna nog eens brons in het omnium eraan te plakken.

Kopecky had dat laatste nummer helemaal niet moeten rijden. Kopecky had aan de zijde van Shari Bossuyt haar wereldtitel in de ploegkoers moeten verdedigen, maar dat ging niet door.

Bossuyt mocht niet naar Glasgow omdat ze in maart positief had getest op letrozole. Ze kreeg het bericht van haar positieve test eind april te horen op de terugweg van Canada, waar ze met Kopecky de wereldbeker in Milton had gewonnen. Toen Bossuyt dacht dat ze de koning te rijk was, viel de hemel op haar hoofd.

Letrozole is hetzelfde product waarop veldrijder Toon Aerts positief testte en waarvoor hij nu al anderhalf jaar aan de kant staat. Laatste berichten zijn dat Aerts nog altijd hoopt op eerherstel en na een zijsprongetje in het onderwijs weer volop aan het trainen is.

Letrozole is geen doping en zowel Aerts als Bossuyt is slachtoffer van een contaminatie via de voeding, maar ook van de performantie van de dopinganalyses en van de regels van het wereldantidopingagentschap WADA.

Dat vraagt om uitleg. Zowel Aerts als Bossuyt testte positief na een wedstrijd in dezelfde streek. Normandië is een regio in Frankrijk waar heel veel aan veeteelt wordt gedaan en koeien worden nu eenmaal ter bevordering van hun vruchtbaarheid behandeld met letrozole. Inmiddels is gebleken uit minstens één studie dat het product kan worden teruggevonden in de melk van die koeien, weze het in minieme hoeveelheden.

Jammer genoeg zijn de dopinganalyses zo performant geworden dat ze de minste hoeveelheid terugvinden en ook verplicht zijn die te rapporteren aan de controlerende instantie. In een andere rechtspraak zou gerede twijfel met succes worden ingeroepen. In de sportrechtspraak geldt nog steeds de regel van de strikte aansprakelijkheid. De atleet moet kunnen bewijzen hoe een product niet te kwader trouw in zijn of haar lichaam terecht is gekomen. Een studie volstaat niet. Voor het WADA moeten Bossuyt en Aerts op de proppen komen met de desbetreffende foute koe en bij voorkeur ook haar brik melk. Onbegonnen werk.

Daarom en daarom niet alleen is het vermoeden dat zowel Aerts als Bossuyt een vogel voor de kat is. Voor Aerts zit de straf er bijna op, voor Bossuyt moet ze nog beginnen. Maar zelfs een kleine straf betekent wellicht nog altijd dat zij en Kopecky een reële olympische medaillekans in rook zien opgaan.

Is er dan niemand die onze onfortuinlijke atleten kan helpen? De Belgen zijn aan de top van de wereldwielerbond UCI uitgerangeerd en die ene grote Belg binnen de UCI, Peter Van den Abeele, beroept zich op de scheiding der machten. De straf van Aerts was al een schande, die van Bossuyt zal dat ook zijn. Het wordt wachten op een juridische toetsing van die strikte aansprakelijkheid tot en met het Europees Hof. De kansen op succes zijn 100 procent. Nu nog een gedupeerde atleet vinden die een jaar of vijf de tijd heeft.