
Halfvol of halfleeg glas?
Was dit een (zeer) goed WK, een oké WK, een middelmatig WK of een slecht WK?
Niet zeer goed en ook niet slecht. Slecht, dat was Qatar 2022. Eruit gaan in de groepsfase was beschamend. Zeer goed tot goed, dat was Rusland 2018, halve finale gehaald. Met veel geluk – dat wordt gemakshalve vergeten – maar geluk heb je nodig om ver te geraken in een toernooi. Deze World Cup hadden de Belgen ook weer geluk. Bijvoorbeeld tegen Egypte en Iran. Die twee wedstrijden hadden ze kunnen verliezen en ook kunnen winnen, maar de beste scoringskansen waren voor de tegenstander.
Tegen Nieuw-Zeeland werd makkelijk gewonnen, met dank aan een andere mindset: over ons lijk, we gaan winnen en met veel doelpunten. Die mindset was er ook tegen de VS in de achtste finale. De rodekaarthistorie en het besef dat een president van een organiserend land zomaar een luisterend oor krijgt bij de FIFA, in combinatie met een eerdere, makkelijke vriendschappelijke overwinning, zetten de toon. De 4-1 was knap, verdiend en niet eens overdreven.
Als we dit een goed WK moeten noemen, de heersende teneur in de media en bij het volk, dan is dat alleen gebaseerd op deze wedstrijd. Tenzij men het ‘moedige’ verzet tegen Spanje erbij wil rekenen, maar is dat niet al te makkelijk?
We kunnen dit een goed WK noemen, maar was dit niet eerder een matig WK? Alles hangt af van de referentiewedstrijd: die tegen de VS of toch die tegen Senegal in de zestiende finales? Als de terugkeer van 0-2 tegen Japan in 2018 wonderlijk te noemen valt, dan is die tegen Senegal bij 0-2 met nog vijf minuten reguliere speeltijd niks minder dan miraculeus. België won niet in extremis, Senegal gaf het weg en had als klein land ook twee keer de refs tegen.
Na de wedstrijd tegen Senegal was het commentaar in de media niet bepaald positief. Dat veranderde niet echt na de wedstrijd tegen de VS, want ook de zwakte van de Amerikanen werd uitgebreid benadrukt.
Tussen de VS en Spanje sloeg de sfeer om. Ooit was er een tijd dat journalisten ter plaatse niet goed meekregen hoe het op het thuisfront al dan niet leefde. Die deden hun ding, schreven en babbelden hun goesting.
Heden ten dage is dat anders. De natie was in de aanloop naar de clash tegen Spanje in de ban van voetbalfestivalitis. Drie op de vier ondervraagden: we gaan winnen! Dat komt binnen bij wie met de ploeg op pad is. De regel wordt dan: zo het volk het wil, zo zal men berichten. Tegendraads in de correctheid, hou dat maar voor de beslotenheid. Meegaan in de euforie, is de boodschap. En dan krijg je debiele titels, genre ‘Maak Ons Trots’.
Hoewel geen enkele van de journalisten ter plaatse, ook niet na de 4-1 tegen de VS, een hoge pet op had van wat Garcia en de zijnen daar aan het uitspoken waren, gingen ze overstag. Onder elkaar werd nog wel geginnegapt over die rare bondscoach en zijn onbegrepen wissels, maar ook de ploeg en sommige spelers in vraag stellen, dat leek geen goed idee meer.
Behalve het hangen van de huik naar volkswind/wil heeft die ommekeer nog een andere reden: proximity bias of vooringenomenheid door nabijheid.
Er is sprake van een dubbel effect. Hoe langer op pad met een ploeg, hoe minder kritisch. Hoe beter je een ploeg of speler kent, hoe minder kritisch. Uit mededogen, maar ook uit zelfbehoud. Wie te hard de waarheid verkondigt, zou in de toekomst wel eens minder bediend kunnen worden met nieuws en interviews.
De analyses in de studio waren vaak strenger dan die van de meegereisde journalisten in de kranten en van de commentatoren ter plekke. Die verhieven niet enkel hun stem bij goals maar juichten ook ronduit als supporters. Het zuiden schuift niet enkel klimatologisch op naar het noorden.
Komen we bij Spanje-België, verloren met 2-1. Nipt, maar terecht. Dat waren de Rode Duivels oldskool: terugkruipen, onderkruipen, hopend op weer een mirakel. Dat had misschien anders gekund.
Club Brugge toonde vorig seizoen hoe het moest: ook maar 29 procent balbezit tegen Barcelona, maar evenveel doelrijpe kansen en evenveel doelpunten. Het werd 3-3 en de 4-3 werd nog afgekeurd. Niet met een 6-4-0-opstelling, maar met één iets hoger geposteerde middenvelder en één aalvlugge aanvaller. Dat was toen Carlos Forbs, vrijdag had dat Matias Fernandez-Pardo kunnen zijn, maar die bleef op de bank.
Laten we het hierop houden: voor deze spelers, ook nog eens geteisterd door blessures, die zich de ziel uit het lijf hebben gelopen, is het glas halfvol. Het glas van die rare kwiet Rudi Garcia is meer dan halfleeg.