
Belgisch verhaal
Tenzij de aflossingsploegen gisterenavond alsnog via een of meerdere ministuntjes het medailletotaal wisten aan te dikken, of wie weet Ben Bol-Broeders eindelijk een keer echt hoog sprong, eindigt de XXL-ploeg van Belgian Athletics op de Europese atletiekkampioenschappen in Birmingham net binnen de beste twintig landen.
Vier medailles (drie keer brons en een keer zilver) zou je beschamend kunnen noemen vergeleken bij het EK van 2024, toen zes medailles werden behaald waarvan drie keer goud. Maar het is dan wel weer beter dan het EK van 2022, toen maar twee medailles werden gewonnen. België heeft af en toe een uitschieter, doet het goed in de aflossingen en heeft/had af en toe een wereldtopper, maar er is meer nodig om van een prestatiecultuur te spreken.
Als hét verhaal van dit EK het zilver van Saliyya Guisse is, heb je als sportland problemen. Dat begint met het nummer. Hink-stap-springen is een van de zwakst bezette kampnummers. Niet alleen omdat het een aanslag is op enkels, knieën en heupen met gegarandeerde blessures voor gevolg. Er moet al iets vreselijks gebeurd zijn in je jeugd om je aan de ‘driesprong’ te wagen, maar meestal is het gewoon omdat het echte verspringen niet zo best lukte.
Dat Belgische verhaal, dat nog wel wat stof zal doen opwaaien, is natuurlijk de eerst niet- en dan wel-selectie van Guisse. Het was een foute inschatting van de nationale selectiecommissie om boven op de Europese nog extrastrenge nationale normen op te leggen.
Een selectie van een internationale sportbond niet honoreren komt neer op een vorm van beroepsverbod en een sportieve degradatie van het evenement. Die stelling wordt op deze plek al gehuldigd sinds de tennissers Olivier Rochus en Steve Darcis in 2008 het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité voor de rechter sleepten omdat dat strengere normen hanteerde dan de internationale tennisbond ITF.
Belgian Athletics wilde meer kwaliteit in de selectie en minder toerisme. Dat is lovenswaardig, maar er zijn altijd atleten die internationaal ineens boven zichzelf uitstijgen. Of Guisse ooit nog eens een halve meter verder zal springen dan haar persoonlijk record (weliswaar met rugwind), valt te betwijfelen, maar ze heeft het geflikt en won zilver.
Was ze niet alsnog naar Birmingham gestuurd omdat de atletiekbond sprinter Simon Verherstraeten (die ook brons behaalde) delibereerde, waarna protest kwam van de andere atleten die ook aan de internationale norm hadden voldaan, dan had België maar drie bronzen medailles gehad.
Atleten selecteren is één. Het is niet aan de technici om te beslissen wie naar een kampioenschap mag (Europees, wereld- of olympisch). Atleten ondersteunen is een ander verhaal. Het behoort de technici wel toe om meer in de ene atleet en dat ene project te geloven dan in het andere en overeenkomstig te ondersteunen.
Hard gesteld: in jou geloven we niet, maar je mag gaan en – kijk eens – je krijgt zelfs een bed en eten en de minimale ondersteuning. Dat zo’n lelijk eendje in de selectie dan af en toe boven zichzelf uitstijgt, al was het maar uit rancune, is mooi meegenomen. Zo gaat dat ook in ploegsporten met spelers die uit de selectie vallen.
Het probleem ligt elders. Een EK in deze vorm wordt gedevalueerd door het ellenlange programma met series, halve finales en finales. Een EK in vier dagen moet ook kunnen. Voor de meeste nummers volstaan zestien atleten, voor de marathon mogen dat er iets meer zijn.
Een EK in Birmingham is helemaal een misdaad. Het is de tweede stad van het Verenigd Koninkrijk, maar niemand blijft uit vrije wil in Birmingham wonen. Niemand gaat er ook uit vrije wil een weekje kijken naar atletiek in een winderig en deels onoverdekt stadion. Vandaar vaak lege tribunes en gisterenochtend zo goed als lege straten voor de marathon.
Overigens is het goed om dat soort internationale evenementen aan hun sportieve waarde te toetsen om je topsportbeleid bij te sturen. Een EK atletiek stelt mondiaal niet zo heel veel voor. Op de laatste Olympische Spelen werden zowel bij de mannen als de vrouwen telkens maar vijf van de 23 disciplines gewonnen door Europeanen, onder wie atleten van Afrikaanse origine.
Als de wereld de maatstaf is, doet zwemmen het een stuk beter en in die sport was tot gisteren ook een EK aan de gang. Om correct te zijn, mannenzwemmen: twaalf van de zeventien nummers in Parijs in 2024 werden door Europeanen gewonnen. Bij de vrouwen waren dat er slechts twee. Maar die Roos Vanotterdijk ‘van ons’, met haar Europese titel op de 100 meter vlinder, is wel van mondiaal niveau.