Het failliet van Euro 2016 in De Morgen van 12 juli 2016

HET FAILLIET VAN EURO 2016

Voor champagnevoetbal moest je deze zomer niet in Frankrijk zijn. Ook de refs acteerden pover. Het typeert een trend van de laatste EK’s: het landenvoetbal staat mijlenver verwijderd van het hoogstaande clubvoetbal in de Champions League.

Accablés. Dat was de kop op de één van L’Equipe gisteren. De exacte betekenis is gedeprimeerd, down, depressief, moedeloos, terneergeslagen, geteisterd kan ook. Goeie kop, die het ongeveer samenvat. Moedeloos is elke voetballiefhebber, met uitzondering van de Portugezen en Ronaldo. Niet omdat Portugal op een diefje van Frankrijk heeft gewonnen, want die finale was ook maar de emanatie van het hele toernooi, maar wat was dit Euro 2016 een zwak toernooi.

In de finale van zondagavond kwam al het slechtste van de eerste sport van de planeet naar boven: negatieve ingesteldheid, zwakke arbitrage, geen spektakel en uiteindelijk het team dat het minste wilde voetballen dat won. Laten we wel wezen: Portugal verdiende in de eerste negentig minuten niet te winnen. Later in de extra tijd dan weer wel. Portugal had in de reguliere speeltijd één kans in het doelkader tegen zeven voor Frankrijk, dat ook nog eens de paal trof. In de extra tijd had Portugal twee kansen binnen het doelkader plus een vrije trap op de dwarslat tegenover nul voor Frankrijk. Het zal u ook misschien verwonderen, maar Frankrijk had 53 procent balbezit tegenover 47 voor Portugal, dus dat fabeltje van één ploeg die aanviel en een ander die niet aanviel, is pure perceptie.

Frankrijk was de beste of minst slechte ploeg, maar Portugal werd al snel onthoofd door het uitvallen van Cristiano Ronaldo. Je kunt discussiëren over al of niet een kaart bij die fase, hoewel in Duitse media zelfs dunkelrot werd geopperd omdat de fysica wil dat geen enkele knie het houdt bij een dergelijke druk. De analisten van de VRT waren opvallend mild, maar het aanvallen van het geblokkeerd steunbeen op de zwakke schakel, de knie dus, zou altijd een fout moeten zijn.

Het riedeltje dat Payet ‘de tegenstander eens wilde laten voelen dat hij er was’, behoort tot de verwildering van de voetbalzeden en is een verderfelijke vergoelijking van een foute actie. Heel wat aanvallers zouden zijn omhooggewipt als ze de hanenkam van Payet hadden zien komen en waren dan spectaculair onderuitgeschoffeld. In dat geval had Payet geel gekregen. Maar CR7 springen? Nem senhor. IJdelheid is niet altijd de beste raadgever.

Arbitrage ontoereikend

De BBC vond de scheidsrechters op Euro 2016 erg goed. Erg goed betekent ‘op zijn Brits’, maar op dat eiland wordt veel te veel geduld en de Britse norm wijkt fel af van die op het vasteland. Bovendien is die Mark Clattenburg helemaal geen goeie scheidsrechter. Dat bewees hij later ten overvloede in allerlei acties met als toppunt het fluiten van een hands tegen Koscielny, terwijl het de aanvaller was die de bal met de hand had gespeeld. De Fransman hield er een gele kaart aan over en de Portugezen een vrije trap die ook nog eens op de deklat belandde. Stel je voor dat die was binnengegaan.

Als iets duidelijk is geworden op dit EK, dan wel dat de scheidsrechterij volstrekt ontoereikend was, met die bemerking dat de lijnrechters het buitenspel wel prima beoordeelden. Wat bezielde die gekke, mediageile Pierluigi Collina om voor dit EK te verordonneren dat het spel niet te vaak mocht worden onderbroken? Aanslagen, charges en worstelpartijen werden niet bestraft, maar o wee als een speler toevallig zijn hand niet op de juiste plek had en daar een bal tegen kreeg, want dan ging die onherroepelijk op de stip.

Allemaal goed, maar zorg er dan ook voor dat een corner niet ontaardt in waterpolo zonder water. Zorg er dan voor dat professionele foutjes om de aanval af te stoppen zwaarder worden bestraft. Zorg voor meer spektakel en niet in de vorm van meer ellebogen, meer trek- en duwwerk en knietjes waar het niet hoort. Moet het spel vooruitgaan? Geef iedereen die zijn handen, voeten, ellebogen en knieën niet thuishoudt geel. Bij twee keer: rood. Het zal snel voorbij zijn.

Euro 2016 had er heel anders kunnen uitzien met videoarbitrage. Dat ze bij de UEFA die studie maar eens maken. Met een videoref hadden de Rode Duivels al na de wedstrijd tegen Zweden en het onterecht afgekeurd doelpunt van Zlatan Ibrahimovic thuis gezeten en dan had niemand nog kunnen beweren dat de jammerlijke uitschakeling de schuld was van de onervaren defensie.

Het failliet van Euro 2016 is het failliet van het voetbal voor landenteams. Dat staat tactisch, technisch en conditioneel mijlenver verwijderd van de Champions League. Een topteam in de Champions League is zorgvuldig samengesteld uit complementaire voetballers, kundig getraind op tactisch en conditioneel vlak en haalt het beste in de sport naar boven. Landenteams zijn al te vaak joint ventures van de grootste voetbal-nv’tjes van een land, geleid door een bezigheidstherapeut die vooral bekommerd is om de nul houden.

Er waren uitzonderingen, landen waar wel op een aanvallend concept was getraind, maar die landen – Spanje, Kroatië en Duitsland – gingen er voor de finale uit, die laatste twee niet toevallig tegen de finalisten van afgelopen zondag. Italië, ook een land met een plan, schakelde Spanje uit en had dan weer de pech dat ze Duitsland troffen, toen die nog redelijk compleet waren. België behoorde tot de groep landen die het aanvallen overlieten aan de ingeving van de dag en België had dan ook nog het probleem dat er verdedigend geen plan achter stak.

Ter vergoelijking van voorgaande: het is niet simpel om aan het eind van een zwaar seizoen vetbetaalde internationals te overhalen om het beste van zichzelf te geven voor het vaderland. Een toernooi is vaak een uitstalraam om een transfer te verwezenlijken, maar wie al gebeiteld zit bij zijn club tegen een miljoentje per maand zou wel gek moeten zijn om zich de naad uit het lijf te lopen zodat het volgend clubseizoen meteen wordt gecompromitteerd.

Mijn land schoon land

Club en nationale ploeg bijten elkaar. Misschien dat Antoine Griezmann na zeventig wedstrijden te hebben gespeeld in 365 dagen er nog wel zo’n jaartje achteraan kan plakken, maar dit voetbal verkort de carrières. Vreemd dat het voetbalbestel dit niet inziet: meer brutaliteiten toelaten en minder recuperatie, dat moet zich ooit wreken. Een kampioenschap met 24 landen voor een continent dat maar dubbel zoveel landen telt, is ongetwijfeld goed voor de kassa van de UEFA, maar niet voor het voetbal, niet voor de voetbalfan en nog minder voor de voetballer. Het EK voetbal is er na 2004 – met de overwinning van het vermaledijde Griekenland – editie na editie kwalitatief op achteruitgegaan.

Ten slotte bracht Euro 2016 ook het slechtste en het beste naar boven in de voetbalfans. De Belgen? Top. De Ieren. Ook top. Wales idem. De Engelsen? De overtocht verbieden. De Russen? Tegenhouden, met drones desnoods. De Belgische fans waren de enigen die spontaan applaudisseerden nadat het volkslied van de tegenstander was gespeeld. Dat is een erfenis van wijlen onze bondscoach en daar mogen we trots op zijn. Voor het overige dreven de meeste supportersuitingen op de moderne Europese ziekte: nationalisme, mijn land schoon land. We hebben aan dat nieuwe nationalisme wel de Viking Clap over gehouden, wellicht het enige wat we ons bij Euro 2020 nog zullen herinneren.

De Zot in Froome in De Morgen van 11 juli 2016

DE ZOT IN FROOME

De koers werd een beetje ingewikkelder en daar was de onzin. Maar eerst dit: ook de annihilatie van de Belgische hype gezien in die niet eens overdreven lastige bergetappe van zaterdag? Dat is geen verwijt aan de desbetreffende moedige renners, wel een vingerwijzing aan de media: een toevallige gele of bolletjestrui onderweg is een fait divers en geen wereldprestatie.

Zin in nog meer fait divers? Oké, Chris Froome dan maar. Die ging eergisteren net voor de top van de Peyresourde aanvallen en kreeg tien meter van Nairo Quintana die nog even een drinkbus had aangenomen. Dat was dom, want drinken in een afdaling is sowieso geen goed idee en die 16 kilometer bergaf zouden minder dan een kwartier duren. Tenzij Quintana zijn fiets een halve kilo zwaarder wilde hebben om sneller te kunnen dalen.

Het heeft alvast niet geholpen. Die tien meter werden uiteindelijk tweehonderd meter of omgerekend dertien seconden. Froome kwam als eerste over de streep en pakte de gele trui. Het getoeter begon nog tijdens de rit en kreeg een spin na de aankomst. Tegen dat de zon onder was en de voetbalpraatshow ‘Panenka’ begon met het fileren van de koers door Jan Mulder, Franky Vander Elst en Wesley Sonck (wat een absurditeit), was het plots een wetenschappelijke demonstratie geworden: fenomenale Froome, marginal gains taken to the next level, het gebazel kende geen grenzen. Eddy Planckaert – de beste analist voor klassiekers – had een paar mooie oneliners maar liet zich ook meeslepen in de euforie.

Alleen good old José De Cauwer vond het in de live al niks. Hij kon geen weg met zijn verbazing en nam het woord waanzin in de mond. Dat was het ook en hij was niet de enige van wie de mond openviel. Ik had een vlieg willen zijn in de bus van Sky waar Sir David Brailsford de koers volgde. “What the fuck, Chris?”, heeft hij geroepen en hij leek niet blij, vertelde men mij.

What the fuck inderdaad, maar bij Sky zijn ze slim en tegen dat Brailsford de eerste micro onder zijn neus kreeg, had hij een verhaaltje klaar. “We hebben eens wat anders gedaan, om onvoorspelbaar te blijven.” Veel overleg met Chris Froome was er niet geweest want die herleidde zijn gevaarlijke stunt tot een ingeving van het moment. Een dag later waren de violen wel gestemd en heette die nieuwe afdaling de exponent te zijn van de veelbesproken marginal gains: de obsessie om op alle vlakken – techniek, tactiek, fysiologie, voeding, rust en alles wat bij koers komt kijken – enkele procenten vooruitgang te boeken.

Nieuw geheim middel

Servais Knaven mocht de Nederlandstalige media wat op de mouw spelden. Ja, hij had op het nieuwe afdalen getraind. Ja, er waren onderzoeken gebeurd naar de ideale banden. Ja, hij had een 54 gemonteerd in plaats van een 53. Kijk, dat hadden Brailsford en Sky weer mooi geflikt. Van hun eerste schrik bekomen, hadden ze beslist om van die zotheid van Froome een plan te maken. En het peloton trapte erin. Verdorie, Sky had een nieuw geheim middel. Misschien waren ze wel in Zweinstein wezen trainen, wie weet?

Waar had hij op getraind dan? Op aerodynamica. Komaan zeg, wie gelooft dat nu? Geraint Thomas werd gisteren geciteerd in The Sunday Times: “Chris is een echte waaghals; hij gaat sneller naar beneden dan wij allemaal als we eens goed hard willen gaan.” Had hij zich dan ineens de stuurmanskunst eigen gemaakt? We herinneren ons natuurlijk Froome als de Keniaanse belofte die bij de tijdrit op het WK in Salzburg de eerste bocht miste en een official overhoop reed (filmpje op YouTube). En die het later bergaf op gladde bergwegen in de broek deed.

Maar de angsthaas Chris Froome is niet de echte Chris Froome, die in zijn boek ‘The Climb’ vertelt van zijn waaghalzerij op de wegen tussen Karen en Kibera, zijn rijke wijk van Nairobi en de arme wijk waar zijn fietsvrienden woonden. Die vertelt over razende afdalingen op de bovenbuis en dat op Keniaanse wegen vol putten. De realiteit is dat Froome altijd heeft kunnen afdalen en sturen, maar onze perceptie wilde het anders. Froome zette dat eergisteren even recht door meesterafdaler Alejandro Valverde op een paar honderd meter te rijden.

Het onderzoek naar de speciale banden en de druk, wat een onzin was dat niet? De druk en de breedte zouden bestudeerd zijn. Oké, voor bergop of voor bergaf? Zeg niet voor allebei, want dat zijn nonsens. Ten slotte, de 54×11 in plaats van 53×11. Dat betekent 2 procent meer afstand per omwenteling, alleen trapte hij 95 procent van de afdaling niet, dus dat telt ook niet.

Als er echt een plan was om in de bijtrapafdaling het verschil te maken, dan had hij wel een 56 gemonteerd en was hij in de Delgado- houding (neus op het voorwiel) naar beneden gereden. Net iets minder aerodynamisch dan zijn afzichtelijke stijl, maar dan had hij kunnen blijven trappen en per trap had hij 60 centimeter meer afgelegd. Bij Sky lachen ze in hun vuistje. Er was geen plan, het was de zot in Froome die even is opgestaan. Pas toen anderen er een plan van maakten, speelden ze het spel mee en liet iedereen zich bij de neus nemen.

Ook dit zal een fait divers blijken, zoals we gisteren zagen. Nairo Quintana kon volgen en zal misschien ook donderdag kunnen volgen, maar hoe lang? En als hij aanvalt, zal Froome kunnen volgen? Een voorspelling: de Ventoux zal overmorgen een muis baren en het verschil wordt in de tijdritten gemaakt.

Column Ja Maar, Maar Ja in De Morgen van 9 juli 2016

JA MAAR, MAAR JA

 

Gisterenochtend vroeg Radio 1 wat mij was opgevallen de voorbije week. Ik zei: “De prestaties van Greg Van Avermaet en Thomas Van der Plaetsen.” Ik benadrukte: “In de eerste plaats de prestaties die van grote klasse getuigen, maar tegelijk het gebrek aan nuance in de berichtgeving. Een klein land dat weinig resultaten haalt in de sport heeft al snel de neiging om elk succes voor te stellen als een wereldprestatie.” Welwel! Twitter – en dan vooral de bandbreedte voor randdebielen – daverde op zijn grondvesten. Ik was een zure, zwartkijkende, wereldvreemde misantroop en het was een grote stommiteit van De Morgen dat ze mij werk gaven.

Als je de kranten van gisteren (Van der Plaetsen) en eergisteren (Van Avermaet) erop naslaat, dan moet het haast wel of beide heren hebben een wereldprestatie neergezet. Welnu, sta mij toe daar enkele relativerende nuances bij te plaatsen. ‘Ja maar, maar ja’ als het ware.

De solo van Greg Van Avermaet was zonder meer knap, maar die solo werd geduld door het peloton, dat incalculeerde dat Greg Van Avermaet vandaag zijn gele trui kwijt is en als het niet vandaag is, dan wel morgen. Ook Van Avermaet weet dat als geen ander. Bovendien goed gezien van Sky, want zo moest BMC ook aan de bak in de eerste Pyreneeën-ritten. Afgezien daarvan waren de kilometers die hij zonder De Gendt op pad was en het peloton afhield zonder meer indrukwekkend. Wat hij gisteren verzon, door als gele trui mee in de ontsnapping te gaan, was dan weer geniaal. Ja maar, als zijn naam Nairo Quintana was geweest, was hij wel geen decimeter weggeraakt. Die ‘ja maars’ mis ik te midden van de hoeraverhalen.

Ook om moe van te worden, is dat overdreven gedoe als iemand een etappe wint. De Tour is – laatste keer dat we checkten – een etappekoers waarin het de bedoeling is om als eerste in het algemeen klassement in Parijs aan te komen. Dan krijg je de laatste gele trui omgegord op de Champs-Elysées en die laatste gele trui telt. Niet geel onderweg, niet groen, niet de bollen, niet wit, en al helemaal niet die van de (super)strijdlust die eigenlijk een oorkonde van domheid is: kilometers op kop rijden zonder resultaat. Etappewinst? Ook leuk, maar ja, ook niet de core van deze wedstrijd.

En dan tienkamper Thomas Van der Plaetsen. Wie het móét weten, wéét het: hadden hij of zijn entourage in de herfst van 2014 de telefoon opgenomen en gecommuniceerd, dan was zijn positieve plas op gonadotropine misschien nooit in de krant gekomen. Een journalist die nieuws heeft, hoort dat nieuws te brengen en ook te duiden. Die journalist was ik en de duiding was er.

Er wordt dezer dagen weer getoeterd dat Van der Plaetsen in de media is geslachtofferd als dopingzondaar en dat is een pertinente leugen: deze en andere kranten hebben meteen de link gelegd met teelbalkanker. De godfather van de Belgische atletiek stuurde zelfs een sms’je om te bedanken voor die duiding en nuancering.

Toen Van der Plaetsen en friends een dag later de trip van Deinze naar Antwerpen ondernamen om daar voor een sponsorbord het hele verhaal te doen over hoe schandalig ze waren behandeld, brak mijn klomp. Niemand die de essentie nog ziet. Was Van der Plaetsen niet op doping gecontroleerd en ‘betrapt’, hij had zijn ziekte pas veel later ontdekt, met alle gevolgen die we niet kennen.

Soms ligt de ‘ja maar’ voor het grijpen, in de vorm van resultaten bijvoorbeeld. Ik zocht mij in de kranten van gisteren te pletter naar de uitslag van de tienkamp op de Europese kampioenschappen in Amsterdam. Uiteindelijk bood de site soelaas: 8.218 punten om eerste te worden, dat leek mij nu niet bepaald een wereldprestatie. De omstandigheden – terugkeren van een vroeg ontdekte teelbalkanker en chemo – wettigen enige euforie, zelfs bewondering. Ja maar, ooit heeft er één tweeënhalf jaar na een in de buik en hersenen uitgezaaide teelbalkanker – na chemo én operaties – de Tour de France gewonnen. (Neen, niet over doping beginnen alstublieft, want die hadden ze toen allemaal.)

En nu scoren in Rio, schreef een krant. Ja maar, dat scoren wordt lastig. 8.219 is de vijfde Belgische prestatie ooit, de dertigste van 2015. En in de laatste dertig jaar haal je er geen medaille mee op de Olympische Spelen, geen op wereldkampioenschappen, wel twee keer Europees brons, in olympische jaren als de toppers verstek geven. En nu ineens goud.

Gevecht om/op de Ventoux in De Morgen van 9 juli 2016

Gevecht op/om de Ventoux

Donderdag rijden 200 profs de Mont Ventoux naar boven om ter eerst. In hun spoor een karavaan van auto’s, bussen, dertigtonners en tienduizenden toeristen, onder wie heel veel Belgen. Het circus dat vijf dagen lang de Kale Berg en omstreken bezet, laat twintig vuilniswagens afval achter. Is de grens bereikt en gaat de Ventoux dicht?

Het is fout gegaan in de renaissance. Waarom moest die Italiaanse dichter of all places in Carpentras komen studeren, in Fontaine- de-Vaucluse komen wonen en in Avignon verliefd worden? En wat bezielde Francesco Petrarca om op 26 april 1336 de kale berg van 1.912 meter hoog te beklimmen? Het was het zelfverklaarde begin van het toerisme, het alpinisme zelfs. Later werden twijfels geuit over zijn exploot, maar Petrarca zelf was alvast laaiend. Hij schreef een Italiaanse monnik dat hij samen met zijn broer de berg had bestegen “louter uit begeerte om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen”.

De beklimming van een berg was voor Petrarca de metafoor voor de levensweg naar God. Voor de geschiedenis was het de eerste gerapporteerde beklimming van een berg door wat men later toeristen, nog later wielertoeristen en extremer alpinisten zou noemen, een mensensoort die klimt voor de lol.

God is misschien van de partij bij sommige renners van het Tour-peloton, maar lol zal er zeker níét bij zijn op jeudi le quatorze juillet. Goesting om te vlammen bij een select gezelschap, wellicht angst om door het ijs te zakken bij anderen en een doffe blik in de ogen bij de meesten. De Mont Ventoux, de steenpuist van de Provence, doemt op na een rit van 163 kilometer over hete, vlakke wegen, waarna het vanaf het anders zo lieflijke dorp Bédoin nog 21 kilometer is naar de top die je van ver ziet liggen.

Als je de hel van ‘het bos’ binnenrijdt, verdwijnt de Ventoux 10 kilometer uit het zicht, kronkelt het asfalt zich een ongenadige weg naar boven en vlijt Newton zich met duivels plezier op het achterwiel neer. De snelheid daalt schrikbarend, waardoor de steekvliegen gelijke tred kunnen houden om zich te goed te doen aan het zilte rennersvlees.

Hamsteren is de boodschap

De Tour die naar de Mont Ventoux komt en dat is nog maar voor de zestiende keer, met dit jaar de tiende keer een arrivée op de top, is steeds weer aanleiding voor een invasie van naar schatting 300.000 toeristen. Een kwart heeft zelf een racefiets mee en hoopt op genoeg inspiratie en vooral power om de mythische kale berg naar boven te rijden.

De lokale bevolking leeft gedeeltelijk van dat wielertoerisme, maar heeft er ook af en toe schoon genoeg van. Het epicentrum Bédoin heeft enkele campings, kleine hotels en chambres d’hôtes, maar het is vooral een gezellig dorp met veel tweede en zelfs eerste verblijven van Fransen en buitenlanders die de streek hebben uitgekozen om te verpozen of in het geval van de Vlaming Jan, permanent te wonen. Hij beschrijft hoe het er tot en met vrijdag aan toegaat.

“Fietsers, motards, auto’s, campingcars, old-timers, sedert dit jaar duidelijk aangevuld door jeugdige senioren met e-bikes, dat geeft een redelijk gevaarlijke mix op de berg. De brandweermannen vertelden me dat ze aan 350 interventies zitten voor het afgelopen jaar. De sirenes van de ambulance zijn bijna dagelijkse kost.”

Jan zal in totaal vier dagen aan zijn villa gekluisterd zijn. “Hamsteren is de boodschap. Alleen vers brood kan een probleem zijn, want soms zijn de bakkers al om 8 uur uitverkocht.”

Hij is een Belg die al jaren in Bédoin woont, ergens in het begin van de klim, parallel aan het parcours. “Wij zullen wachten tot we de helikopters horen en dan hebben we net genoeg tijd om naar de Route du Ventoux te wandelen om het peloton te zien passeren. Daarna keren we terug en kijken de rest op tv. Dan duurt het nog twee dagen voor iedereen van die berg is en om het vuilnis op te ruimen. Hoe dat te rijmen valt met de Ventoux als biosfeer, is ons steeds weer een raadsel.”

Jan is wielerminded en dat kan niet van iedereen in Bédoin worden gezegd. Wielerminded betekent begrip hebben voor fietsers die zich overal tussenwurmen, aandachtig inhalen met de auto en altijd en overal het onverwachte verwachten van de immer zwalpende fietser. Wielerminded betekent als horeca aanvaarden dat ze je restaurant betreden in koersbroek en aangepast zweetafdrijvend shirt inclusief de zoutrandjes, hunkerend naar koolhydraten en water. Hun fiets zouden ze naar binnen durven meenemen, want er worden ook flink veel fietsen gestolen op en rond de Ventoux

Tourorganisator ASO had eerst de shortcut door de wijnvelden willen nemen om alle ellende met rotondes en de haakse bocht bij het uitrijden van de dorpskern te vermijden. De plaatselijke horeca vroeg ASO expliciet om het parcours door de dorpskern te leggen, wat een heikele passage is voor de karavaan en die tweehonderd man die allemaal vooraan willen zitten als de klim begint. In het dorp geldt die dag trouwens een alcoholverbod. Jan: “Het lijkt mij niet dat dit op de helling zal gerespecteerd worden.”

Het wordt zeker niet gerespecteerd en de gekte zal drie dagen aanhouden, op en rond de berg, culminerend in de passage rond vier uur in de namiddag op de Franse nationale feestdag. De eerste toeristen hebben dit weekend hun plaatsje uitgezocht langs de kant van de weg, in het bos, in de bochten, althans de bochten die nog niet zijn opgeëist. Vooral op de Ventoux komt het af en toe tot handgemeen tussen de locals enerzijds, die een week van tevoren de mooie stukjes op het parcours hebben afgezet met linten, en de kampeerders in tenten of mobilhomes anderzijds, die geen boodschap hebben aan territoriale voorafnames.

Bij de laatste doortocht in 2013 moest de gendarmerie een slachtpartij verhinderen. Een schaapherder meende een hoekje van zijn berg te kunnen verkopen aan de meestbiedende. Hij eindigde met twee blauwe ogen in de achterbak van zijn pick-uptruck na een vechtpartij met enkele Duitsers, vluchtte, maar kwam die nacht terug met enkele handlangers, karabijnen en messen, om zich te revancheren. De politie was net op tijd.

De kinderen van Bédoin

Les Belges zijn sowieso al liefhebbers van het leven als God in de Provence. Met de Tour de France in de buurt zijn ze in overtal op en rond de Ventoux en bij uitbreiding in de hele Comtat Venaissin, het lager gelegen gedeelte van het departement Vaucluse (84 op de autokentekens) dat ooit eigendom was van de pausen van Avignon. Op de terrassen van Malaucène, Sault en zeker Bédoin is Vlaams de voertaal en is Noord-Nederlands met afstand de tweede vreemde taal.

Het is niet altijd grote liefde tussen de lokale bevolking en die opdringerige Belgen met hun koersfietsen. In Malaucène werd ooit bij het jaarlijkse Ventourist-event van Sporta een auto van Wielerbond Vlaanderen gesloopt op een openbare parking. Niemand had iets gezien. Datzelfde jaar was er ook een geval van agressie geweest tegenover een fotograaf die modefoto’s wilde maken en heel even de weg afzette. De boer die in alle vroegte passeerde op weg naar zijn kudde, schold hem de huid vol: “Foutez le camp, sales Belges, c’est notre montagne.”

Tja, van wie is die berg? De vraag is actueler dan ooit. De geschiedenis wil dat in 1250, ruim voor Petrarca hem voor de lol beklom, de Mont Ventoux, samen met zijn bronnen, gronden, bossen en weiden, door de seigneur Barral des Baux werd geschonken “aan de inwoners van Bédoin én hun huidige én aanstaande kinderen”. Dus niet aan de gemeente. De berg betekende voor Bédoin relatieve rijkdom, alleen onderbroken door godsdienstoorlogen en pestepidemies. De laatste decennia brachten echte welvaart voor de hele omgeving: twee op de drie inboorlingen leven van de toeristen die ook de lokale producten zoals prima wijn en kazen consumeren.

Het ongebreidelde toerisme en de anarchie die dat soms met zich meebrengt op de berg, en niet te vergeten de druk op de natuur, ligt aan de basis van de felle discussie die sinds 2008 woedt. Of ze van de Mont Ventoux en omstreken geen Parc Naturel Régional moeten maken? Ja, zeggen de streekbewoners die niet al te dicht bij de berg wonen. Geen sprake van zeggen de originele Franse families die rond de berg zijn geboren en getogen. “Ne touche pas à mon Ventoux”, zo staat het op de borden en aanplakbiljetten.

Tol heffen

Het spel wordt hard gespeeld en de achterliggende reden is de jacht. Op de hellingen van de Ventoux stikt het van de everzwijnen en gemzen en in een Parc Naturel wordt de jacht al te veel aan banden gelegd. Maar ook de fietsers zouden wel eens kunnen lijden onder te veel regelneverij die gepaard gaat met zo’n Parc.

Er is een precedent en het is niet bepaald geruststellend voor de fietsers. Ooit was de ook al mythische Puy de Dôme in de Auvergne een fietsparadijs. De laatste twintig jaar mag de Puy niet meer worden beklommen, tenzij een paar dagen per jaar zoals laatst op 19 juni, omdat de druk op het Parc Régional te groot is geworden.

De echte reden is ‘le Panoramique des Dômes’, een toeristisch tandradbaantje dat in 2012 in gebruik werd genomen en sindsdien de lokale kassa’s spijst. Driehonderd man mochten op 19 juni nog eens naar boven per fiets. Stel u voor dat ze de Ventoux afsluiten, tol heffen – of nog erger – en startbewijzen verkopen om per fiets naar de top te mogen rijden…

De zwaarste klim?

De steenpuist kan worden beklommen per racefiets via drie verschillende zijden. Voor mountainbikers zijn er nog twee aparte beklimmingen, een vanuit het noorden en een vanuit het zuiden.

Vanuit Bédoin (de zuidkant) is de meest mythische kant. De klim duurt 21,4 kilometer en stijgt gemiddeld 7,6 procent. Gemiddeld is een gevaarlijk begrip, want de eerste 5 kilometer tot in Saint-Estève stellen niks voor met 3 tot 5 procent. Daarna volgt een 10 kilometer lang zwaar stuk – ‘het bos’ genaamd – zonder verpozing, zonder zicht op de top en met een stijging die varieert tussen 8 en 12 procent. Op tweederde, eens het bos verlaten, begin je aan 6 kilometer tegen 5 tot 7 procent. Voorbij het plateau aan Châlet- Reynard kan de wind in het nadeel spelen en zie je het weerstation en de tv-mast liggen. Voor sommigen is dat een voordeel, voor anderen een groot nadeel. De laatste kilometer is weer steil, met een gemiddelde van 10 procent.

De snelste beklimming ooit staat op naam van de Bask Iban Mayo, die in volle epo-periode in een klimtijdrit tijdens een andere wedstrijd in 55 minuten en 51 seconden boven was.

Nog meer kleppers

In Frankrijk staat de Mont Ventoux gecatalogeerd als nummer 34 in de ranking van zwaarste beklimmingen. Die 33 andere zijn haast allemaal mountainbikebeklimmingen of onbekende steile hellingen over heel slechte wegen. Van de grote bekende cols of bergen staat de Ventoux in Frankrijk op één, met een moeilijkheidsscore van 171.

Ter vergelijking: de ook al mythische Passo dello Stelvio (2.757 meter, 24,3 kilometer, gemiddeld 8 procent) in Italië heeft een score van 191.

Merckx en Froome

Elke min of meer getrainde fietser kan de Ventoux aan. De tweede zwaarste – volgens sommigen even zware – beklimming vertrekt vanuit Malaucène en is ook 21 kilometer lang, met een gemiddelde van 7,6 procent en met een lang aanloopstuk. De derde zijde vertrekt vanuit het oosten, vanaf het stadje Sault. Die is 26 kilometer lang, maar minder steil. In de zestien edities dat de Tour de berg aandeed, kwamen ze dertien keer vanuit het zuiden, twee keer vanaf Malaucène en één keer vanuit Sault.

De grootsten hebben er gewonnen – Charly Gaul in 1958, Raymond Poulidor in 1965 en Eddy Merckx in 1970, die flauwviel over de streep en per ambulance naar beneden moest, wat hem goed uitkwam. Later miste Lance Armstrong zijn afspraak met de geschiedenis door de ritwinst weg te geven aan zijn medevluchter Marco Pantani. In 2013 vergat Chris Froome niet te winnen.

Simpson valt

In 1967 zat de klim vanaf Bédoin in een rit van Marseille naar Carpentras. Tour-favoriet Tom Simpson had al veel tijd verloren en begon uitgedroogd aan de lange klim. Enkele kilometers voor de top, in de desolate steenmassa, ging het licht uit. Simpson viel, werd weer op de fiets geholpen, en viel weer. Zijn hart begaf het. Later zou blijken dat hij amfetamines had genomen, zoals de meeste van zijn generatiegenoten, maar het is niet zeker dat dit de doodsoorzaak is.

Op 1,5 kilometer van de streep voltrok zich het drama en daar staat vandaag, in de steenmassa rechts van de weg, een herinneringsmonument ter ere van de onfortuinlijke Britse Gentenaar. Even stoppen en een bedevaart naar de stèle is een goed idee, maar nadien terug de fiets op kan behoorlijk tegenvallen.

Sportzomer: Greg Van Avermaet in De Morgen 7 juli

 ‘Van Avermaet wint de Tour.

Allez, vandaag toch’

Thierry Gouvenou is dus toch geen slimme parcoursbouwer. Twee dagen lang was er niks te beleven, reden ze per fiets maar wat door Frankrijk, de ene keer al iets sneller dan de andere. Er kwam meteen kritiek: de Tour als behangpapier. Ga plassen, de auto wassen, doe je inkopen en kom dan terug voor de laatste kilometers en je hebt niks gemist. De Tour quoi, weet u het nog: een sport voor rusthuizen (en Vlamingen)?

Je kan het ook anders zien. In de wetenschap dat de Tour de France de zwaarste sportwedstrijd ter wereld is, kan je je ook verheugen over een peloton dat in langere etappes een soort windstilte in acht neemt. Die etappe waarin ze soms geen 30 reden en pas tegen een uur of zes binnenkwamen, zal het eindgemiddelde niet ten goede komen, maar daar heeft niemand van die tweehonderd renners een boodschap aan.

Deze Tour is zwaar in de eerste week, nog zwaarder in de tweede week en superzwaar in de derde, en dan hou je best wat reserve over. Dit zijn nu eenmaal andere tijden. Misschien dat er nog een paar meerijden die onderweg een heel klein beetje bloed bijpompen, maar dat zal het dan wel zijn: een heel klein beetje. Waar vroeger 140-150 werd gereden als 120 de limiet was, en later die snelheid terugzakte naar 130, wordt nu nog 120,5 gereden. En dan, zeggen velen, is dat beetje te snel rijden – lees: dat beetje doping – de moeite van de stress niet meer waard.

Gisteren was het dan weer minder saai, althans voor Belgen. Maar Duitsers, Fransen, Nederlanders, Italianen, Spanjaarden en Engelsen achter hun micro’s, hoe hebben die zich niet verveeld in de live? Misschien dat het moment waarop Greg Van Avermaet met enkele krachtige lendenslagen zijn vluchtmaat Thomas De Gendt eraf reed voor wat animo zorgde, maar daarna was het gewoon wachten tot die jongen van BMC over de streep kwam en de gele trui pakte.

Voor de Vlamingen kon de vreugde niet op en Greg Van Avermaet had alvast twee van zijn felste supporters achter de micro van de VRT en heel veel objectiviteit kwam er niet meer aan te pas, maar dat is niet erg. Drie jaar na Jan Bakelants heeft dit geplaagde wielerland weer een geletruidrager en niet ‘stoemelings’ maar door een loodzware etappe van begin tot eind te kleuren en uiteindelijk te domineren.

Voor Van Avermaet zelf is dit een opsteker van formaat. De man zweeft ergens tussen de uitersten ‘zeer overtuigd van het eigen kunnen’ en faalangst. Alle gradaties daartussen zijn hem niet onbekend. Gisteren was hij overtuigd van zijn eigen kunnen, volgende lente zal het misschien wel weer andersom zijn. Afgezien daarvan is Greg Van Avermaet een geschenk uit de hemel voor de planeet koers. Minder charisma dan Peter Sagan, minder praatjes ook, minder prestaties dat zeker, maar wel altijd en overal zijn stinkende best doen om er wat van te maken. Dat verdient lof en die kreeg hij gisteren bij tonnen van zijn vrienden van de VRT.

“Greg Van Avermaet wil absoluut bewijzen dat hij de beste Belgische wielrenner is, maar hij moet vechten tegen Tom Boonen en Philippe Gilbert”, hoorden we zijn eerste supporter José De Cauwer zeggen. “Die anderen hebben alleen hun palmares.”

Hallo, wel een beetje serieus blijven: alleen hun palmares? Tom Boonen heeft zeven grote klassiekers gewonnen en is wereldkampioen geweest. Philippe Gilbert heeft zes grote klassiekers gewonnen en een wereldtitel. Onlangs won hij ook de Belgische titel, voor wat dat waard is.

Speelweek van de Tour

Greg Van Avermaet heeft geen enkele grote klassieker gewonnen en is ook nog nooit wereldkampioen geworden. Zolang Boonen en Gilbert in het peloton blijven en Van Avermaet geen grote koersen wint, zal hij nooit de meeste aandacht krijgen en daar zullen twee Tour-ritten of deze gele trui niks aan veranderen. En om het predikaat beste Belgische renner van het moment te krijgen, moet er nog wat bij.

Michel Wuyts had de mooiste: “Van Avermaet wint de Tour, allez vandaag toch.” Dat somt het ongeveer op. Er is geen enkele reden om die overwinning te degraderen, maar kaderen kan geen kwaad. We zitten nog in de speelweek en dat de Tour nog moet beginnen, zie je aan het klassement van de bergstand: 1. De Gendt, 2. Van Avermaet, 3. Stuyven. Het lijkt een ode aan Lucien Van Impe veertig jaar geleden, maar dat klassement zal er morgen al heel anders uitzien.

Sportzomer: Cavendish-Hinault in De Morgen 7 juli

CAVENDISH: SCHERP, SNEL

MAAR GEEN HINAULT

We moeten met zijn allen erg blij zijn dat Mark Cavendish opnieuw kan winnen in de Tour, zo valt op te maken uit de hoera-berichten in onze kranten. Hij heeft nu 28 overwinningen, evenveel als Bernard Hinault. ‘Opnieuw winnen’ is niet helemaal correct. Cavendish heeft altijd al gewonnen in de Tour, maar het was de laatste jaren wat dunnetjes en vandaar wellicht de opwinding. Wielrennen heeft zo weinig charismatische figuren. Als er één uit de schaduw treedt, wordt het meteen voorgesteld alsof hij uit de doden is opgestaan.

Vorig jaar won Cavendish ook een rit. Twee jaar geleden dan weer niet omdat hij in de eerste rit in Yorkshire als een gek door alles heen wilde sprinten, ten val kwam en moest opgeven. In 2013 won hij ook twee ritten. In 2012 zelfs drie. Van 2013 tot en met vorig jaar reed Cavendish voor Omega Pharma-QuickStep, later Etixx-QuickStep. “Dat was stress, bij Patrick Lefevere”, zei ‘Cav’. Nu heeft hij geen stress meer, en daarom wint hij opnieuw. Maar zoals gezegd is dat geen juiste voorstelling van zaken.

Cavendish was bij Lefevere een volgevreten vedette geworden, moeilijk nog vooruit te branden en al helemaal geen trainingsbeest. Gevolg: de kilo’s vlogen eraan, waardoor een brug in een vlakke etappe al heel wat jus uit zijn benen haalde, hoewel het talent altijd zichtbaar bleef. Dwingende trainers hebben ze niet bij Belgische ploegen waar ongeveer elke Belgische renner een harde werker is, dus wat zouden ze een buitenlandse megaster achter de veren zitten.

Straks naar Rio

En zo vertrok Cavendish na drie jaren in Belgische loondienst ineens naar Afrika, naar MTN-Qhubeka, dat later de naam zou veranderen in Team Dimension Data. En nu heeft Mark Cavendish geen stress meer en klopte hij, tot grote en begrijpelijke ergernis van diens sportieve baas Patrick Lefevere, zijn opvolger Marcel Kittel, die hem in 2013 nog onttroonde als beste sprinter door vier ritten te winnen en hem op de Champs-Elysées te kloppen.

Lefevere foeterde maandag op zijn ploeg.
Wat is er mis gegaan, Patrick?
“Alles wat ze fout konden doen, hebben ze fout gedaan.”
Dat is motivational talk in Zuid-West-Vlaanderen. Het werkte, want gisteren won Kittel wel.

Mark Cavendish trainde zich dit jaar te pletter om de olympische ploeg te halen en eindelijk lukte dat ook. Hij zal zeker het omnium rijden en staat samen met Bradley Wiggins, Owain Doull, Ed Clancy en Steven Burke op de lijst voor de ploegenachtervolging. Misschien dat hij de series rijdt op 11 augustus, maar op 14 augustus staan al twee zware dagen omnium op het programma.

Hij is kilo’s kwijt, knarsetanden ze bij Etixx-QuickStep. Ja, dat willen we best geloven, maar nu ook niet overdrijven. De omstandigheden waren ‘The Manx Missile’ wel erg gunstig gezind. Een eerste rit kan hij altijd en overal winnen, zeker in een pure vlakke sprint. De tweede rit haakte hij af op de laatste hellingen. De derde rit was een lange maar trage waarin hij geen krachten verspeelde en waarin zijn concurrenten fouten maakten.

Jawel, hij heeft Hinault geëvenaard. In aantal gewonnen etappes althans, want daarvan hebben ze er elk 28. Nu gaat hij achter Eddy Merckx aan, die er 34 heeft. Soms worden de overwinningen van Merckx en Hinault afgedaan als makkies: er zaten veel tijdritten bij. Je moet op een fiets hebben gezeten om te weten dat een tijdrit rijden en winnen nog wel andere koek is dan een sprintetappe. Het zijn twee verschillende koersen, maar in de hiërarchie staat een tijdrit mijlenver boven een sprintetappe.

Mark Cavendish kan Bernard Hinault nooit evenaren of eventueel voorbijsteken. Hinault reed in de tijd dat een etappe winnen in de Tour nog niet de waarde van een villa had, dat sympathieke en ongevaarlijke vluchters niks in de weg werd gelegd. En Eddy Merckx mag dan al iets meer kannibaal zijn geweest, ook hij gaf soms wel eens een rit weg.

Als Mark Cavendish straks aan het eind van zijn carrière naar boven kijkt en zijn bril opzet, zal hij hopelijk in de verte de enkels van Hinault en Merckx zien. Deze heren hebben respectievelijk 28 en 34 ritten gewonnen, maar ook elk vijf keer de gele trui tot in Parijs gedragen. Eén eindoverwinning is oneindig veel meer waard dan honderd keer in een zetel naar de streep te worden gepiloteerd om daarna 50 meter op kop te komen en met doodsverachting op die streep af te stormen.

Sportzomer: De Overgang – 5 juli 2016 in De Morgen

20160705_De-Morgen_p-27-mail

DE OVERGANG

Even rewind naar vrijdagnacht. Tegen de gewoonte in was ik na het drama tegen Wales blijven hangen op de persconferentie, waar Marc Wilmots nogal laat verscheen. Het is hem vergeven, ook als hij nooit meer was verschenen. Dat had het voor iedereen makkelijker gemaakt. Daarna moest de verzamelde pers het persvliegtuig op naar Bordeaux, 800 kilometer vliegen om daar de koffers te maken, de auto in te stappen en spoorslags 800 kilometer richting België te rijden. De spelers vlogen ook eerst naar Bordeaux en kort daarna naar Brussel, om daar zaterdagochtend als dieven in de nacht te verdwijnen.

Ik reed die vrijdagnacht gewoon naar huis, nog geen 75 kilometer ver. Met voorspellende gaven had dat niks te maken. De volgende wedstrijd zou vijf dagen later in Lyon zijn en ik had het gehad met Le Haillan, waar alles top in orde was, behalve het toilet met dat houtzaagsel – nog een werkpuntje naast de bondscoach, voetbalbond! Le Haillan, dat was ook te veel nietszeggende persconferenties van spelers die liever niet zouden spreken en te veel voetbaljournalisten op een kluitje bij elkaar. Na drie weken leek het daar op zo’n inteelteiland waar al na enkele generaties de eerste misvormingen optreden, met dat verschil dat die misvormingen bij sommige voetbaljournalisten… Ach neen, laat maar.

De autotrip naar huis in het holst van de nacht verliep voorspoedig, behalve dat de gps een heel lange file meldde aan de grensovergang bij Rekkem. Om die te vermijden, zijn er binnenwegen. De trip van de overgang kreeg in die nacht van 1 op 2 juli een wel erg symbolische betekenis toen voor de grootlichten van de auto ineens het naambordje van het gehucht Le Dronckaert opdoemde. Een hele film speelde zich af.

1998 was het jaar dat ik voor het eerst over wielrennen zou schrijven, door die doping-Tour. 1998 was het jaar dat Festina-soigneur Willy Voet werd tegengehouden bij datzelfde Le Dronckaert. Hij was verklikt door een ontslagen collega en in zijn auto zat genoeg doping voor drie ploegen. Niet voor zijn eigen ploeg, want dat spul zat in Lyon in een garage in grote ijskasten, maar voor andere Franse ploegen en voor minimaal één sportdirecteur die vandaag nog grote sier maakt in het Tour-peloton. Hij weet dat ik het weet en hij is als de dood dat dit wordt opgerakeld.

Een gemeenschappelijke kennis vroeg laatst langs zijn neus weg of het klopte dat ik aan een reconstructie werkte, te verschijnen twintig jaar na datum. “Nu heeft hij mij op ideeën gebracht”, antwoordde ik. Er zijn geen plannen, neen. Als ik straks in de
Tour verschijn en weer verdwijn, zal ik zijn ogen voelen branden van achter de gefumeerde glazen van zijn bus met die rare kleurencombinatie. Zo, dan weet u nog niet over wie ik het heb, en dat houden we zo.

Het lijkt wel of de Rode Duivels het erom hebben gedaan, kwestie van de wielerliefhebbers te plezieren: zich laten uitschakelen daags voor de Tour van start gaat, zodat het voetbal naadloos kan overgaan in het wielrennen. Die halve finales van dat Euro 2016 – Portugal-Wales godbetert – zijn onze zaken niet meer en die finale volgende zondag nemen we er nog wel bij, na de koers.

Euro 2016 was absolute topsport, ook de Rode Duivels, jawel. Topsport is de Tour de France nog meer en precies over een maand worden de Olympische Spelen geopend en ook dat is (niet altijd, maar vaak) topsport. Drie keer topsport, drie totaal verschillende milieus.

Neem nu de journalisten. In het wielrennen spreken de twee grote Vlaamse sportkranten tegen elkaar of zeggen minimaal beleefd goeiedag. In het voetbal totaal niet. I kid you not: journalisten van de ene grote sportkrant lopen die van de andere straal voorbij. Ik ken ze allemaal en ik zeg tegen bijna iedereen goeiedag. Op de Olympische Spelen in Rio zullen we dat probleem niet hebben; haast alle geaccrediteerde Vlaamse krantenjournalisten hebben een verleden bij De Morgen, dus dat zal wel loslopen.

Inmiddels is de Tour drie dagen ver en die Karl Vannieuwkerke zit nog steeds voetbalpraatshows vol te lullen. Hoe verzinnen ze het bij die VRT? Er was een rit gisteren, maar geen Vive le vélo, wel Panenka. Mijn overgang is compleet verstoord.

 

 

Waarom Wij Wilmots Weg Willen in De Morgen van 4 juli 2016

Waarom Wij Wilmots Weg Willen

“Weak Wilmots gives Wales plenty of hope.”

“I think Marc Wilmots has been the main reason why Belgium have yet to fulfil their massive potential. I have felt for some time that Belgium are a really good manager short of being the best team in the world…”

Kort samengevat: Wilmots is het probleem, hij is de reden dat België niet het beste landenteam in de wereld is. Het is copy-paste uit een artikel in The Times, geschreven door een Welshman. De auteur is Craig Bellamy, analist voor die krant en Sky Sports en voormalig aanvaller van de Welshe nationale ploeg. Bellamy was een slimme voetballer, een mannetje dat tussen de lijnen liep, zoals dat vandaag heet. Het is wat makkelijk, nietwaar, dat messen slijpen met zo’n 3-1 in de bak? Maar opgelet: boven het artikel staat een datum, July 1 2016. 1 juli was afgelopen vrijdag, de analyse van Bellamy verscheen dus de dag van de wedstrijd en ze bevestigt wat iedereen weet die ook maar iets van voetbal kent: Wilmots Kan Het Níét.

Hiërarchie is heilig

Kan Wilmots niks? Niet veel alvast dat een bondscoach móét kunnen. Zelfs zijn geroemde peoplemanagement is een sof en bestaat hoofdzakelijk uit het in de watten leggen van alle spelers, hen niet te veel lastigvallen met lange analyses en het op een piëdestal zetten van enkele absolute toppers, Vincent Kompany en Eden Hazard op kop. Kompany stond overigens in diezelfde The Times van afgelopen vrijdag en hij zei: “Wilmots heeft een visie over hoe de dingen moeten gebeuren en ik denk dat je die visie hebt teruggezien in de voorbije drie wedstrijden.”

Als geen visie ook een visie is – maar daar moeten filosofen zich over buigen – dan hebben we die inderdaad teruggezien. Kompany’s opmerking is gratuit, c.q. hypocriet en ze kan worden geklasseerd bij wat Eden Hazard na de wedstrijd zei: “De spelers staan nog allemaal achter de coach.” Het zijn terugbetalingen voor vier jaar van laisser-faire, laisser-aller, laisser-passer, waarbij de sterren van het elftal met rust gelaten werden en de workload werd bepaald door de spelers.

Neen, dan liever een Thibaut Courtois die zowel na Italië als na Wales zijn hamer bovenhaalde en op dezelfde nagel klopte: tactisch zat het fout. Na Wales was het zelfs een voorhamer en ik begrijp Jan Mulder op dat grasveld voor de VRT niet, als die vindt dat Courtois vóór de wedstrijd die opmerking moet maken en hij Courtois daarom net niet laf noemt. Of ik begrijp hem wel: de achtbare Mulder, die ik hoog heb zitten inzake recalcitrantie en met wie ik zijn liefde voor mooi voetbal en meer strafschoppen en rode kaarten deel, weet niet meer hoe een hedendaags team functioneert.

De hiërarchie is er heilig, de samenhorigheid doorbreek je niet, je maakt vooral geen stennis vóór een wedstrijd en je ondergaat wat de baas zegt want de baas heeft gelijk, ook al heeft hij geen gelijk. Courtois is ‘maar’ een doelman, net 24 geworden en al top drie in de wereld na Neuer en Buffon, maar slechts een doelman en met een doelman bespreek je hoeveel en vooral welke spelers aan welke paal moeten staan en voorts, vindt Wilmots, moet een keeper ballen tegenhouden en zich niet bemoeien.

Het lijkt mij ook niet dat Wilmots hem ooit heeft ingeschakeld in een tactische training – Wilmots en tactische trainingen zijn sowieso al water en vuur – waarin hij de uitvoetballende laatste man is die onder hoge druk het spel op gang brengt zoals Manuel Neuer dat moet doen onder Löw. Of dat Wilmots hem heeft gevraagd hoe de buffer voor de verdediging kan kantelen en knijpen of wat dan ook.

Fysieke slag

Maar het zat echt niet alleen tactisch fout. Zowel tegen Italië als tegen Wales werden de Belgen overlopen door een energieke 3-5-2, een veldbezetting waarbij veel en hard wordt gelopen en waarbij de slag uiteindelijk ook op fysiek vlak wordt beslist. Fysiek waren
de Belgen niet top. We zullen nooit de uitdraaien van de hartslagmeters krijgen, maar ik zou die workload op die trainingen van de voorbije maand wel eens willen zien. Wellicht is – weeral om de spelers te plezieren – niet al te hard gewerkt in die eerste weken en dan is het lastig om dat nadien weer op te pikken en gaat bij de snelle opeenvolging van wedstrijden de kaars uit. De blessure van Hazard na Hongarije kan evengoed vermoeidheid zijn geweest waarvan hij maar niet recupereerde.

Een van de kritische opmerkingen over het Belgische elftal is het gebrekkig druk zetten bij balverlies. Af en toe sprintte er wel eens één naar een tegenstander, maar dat was geen constante en het was vooral geen gezamenlijke inspanning, waardoor Wales verbazend makkelijk op de Belgische helft terechtkwam via hooguit twee driehoekjes. Romelu Lukaku leek bijvoorbeeld niet fit, hoe hij na een lange sprint tegen Hongarije minutenlang stond uit te hijgen. Niet fit betekent niet scherp en dat was hij ook niet.

Eden Hazard evenmin. Als die mee verdedigde, duurde het een eeuwigheid voor hij weer voorin te vinden was. Duitsland gezien tegen Italië, zaterdag? Oké, dat is Duitsland, die hebben altijd al kunnen lopen, maar de Duitsers kunnen tegenwoordig ook voetballen en ze hebben Italië weliswaar niet op de knieën gekregen, maar de fysieke slag hebben ze met brio gewonnen.

Laten we het nog eens samenvatten, abstractie makend van subjectieve argumenten als zijn zelfvoldaanheid, zijn aplomb, zijn tunnelvisie en de begrijpelijke staat van ontkenning waarin hij nu verkeert. Waarom wij Wilmots weg willen:

# In balbezit zijn er geen patronen om een verdedigend blok te ontwrichten.

# Bij balverlies is er geen teamtactiek om gezamenlijk druk te zetten.

# Er is geen draaiboek met lasten en lusten per positie in het elftal en met de verschillende veldbezettingen.

 

# Er is geen evenwicht in het team tegen een tegenstander die tactisch goed is georganiseerd en de bijsturing door de coach is ondoeltreffend.

 

# Er is sinds de worldcup in twee jaar geen vooruitgang gemaakt met stuk voor stuk betere en oudere spelers.

# Het team speelt niet beter op een toernooi met een voorbereiding dan voor een ad hoc interland.

# Zijn zelf samengestelde technische staf bestaat uit meelopers en hij heeft nagelaten om er een tactisch analist bij te nemen.

# Hij heeft zichzelf niet bijgeschoold.

# De trainingen zijn saai, en zelden tactisch.

# Fysiek is de ploeg niet in staat om met de toplanden te strijden.

# Al het voorgaande wordt gedeeld door media, analisten in binnen- en buitenland en door enkele spelers die lijntjes hebben lopen naar de buitenwereld en die al op de worldcup hun twijfels hebben geuit.

# Door al het voorgaande groeit nu een twee- spalt in het team en die begint verdacht veel over de linguistieke breuklijn te lopen.

Marc Wilmots verdedigt zich. Terecht. Alleen houdt zijn enig argument geen steek. De verwijzingen naar zijn palmares – Belgium’s most winningest coach! – zullen ongetwijfeld in het Midden-Oosten of Afrika de ogen uitsteken en daar kan hij dan ook makkelijk naartoe. Hier te lande en in Europa weet iedereen dat je deze generatie goede voetballers – de beste ooit, wat men ook beweert – en dat programma – twee tegenstanders uit de top twintig en twee keer kansloos verloren – een geschenk uit de hemel was. Zet een aap in de dug-out en hij doet misschien even goed.

Hebben de spelers schuld aan dit debacle? Een beetje wel, met de nadruk op een beetje. Als de ploegbaas er een zootje van maakt op de werkvloer, dan gaan de werklui vrijuit, zo simpel is dat in sport. Als een bewezen autoriteit in het trainersvak ook niet verder zou komen met deze groep, dan pas kun je stellen dat onze gouden generatie van bladgoud is, niet eerder.

Profiel nieuwe coach

Hoe het nu verder moet? Tja, als je ziet dat ene Bart Verhaeghe nu vanuit zijn bijbaan als ondervoorzitter van de voetbalbond de chef wordt van het technisch departement, dan is dat niet iets om onmiddellijk vrolijk van te worden. Verhaeghe meent dat de nationale ploeg geen doel op zich is, hooguit een marketingtool die geld moet opbrengen maar vooral geen eigen commerciële activiteiten mag ontwikkelen die zijn club concurrentie zouden aandoen.

Een sterke, dus een dure bondscoach aanstellen, zal evenmin een prioriteit zijn voor de voetbalbond die door de profclubs verplicht wordt te besparen. Dat staat diametraal tegenover de realiteit: Wilmots is onhoudbaar geworden na dit toernooi. Geef de brave man zijn C4, laat hem tot rust komen in zijn gezin, onderhandel over zijn vertrekpremie (een halvering van dat miljoen is haalbaar), en ga op zoek naar een autoriteit.

Het profiel is duidelijk: een tactisch onderlegde coach, van wie alle spelers kunnen bijleren en bij wie niemand er de kantjes mag aflopen. Waarom niet nog eens een buitenlander proberen? De hele wereld benijdt ons deze generatie en er zijn er vast wel die Belgium de snelste weg naar coachingroem vinden.

De dunne, de kleine en de oude: de Tour 2016 in De Morgen van 2 juli

De dunne, de kleine en de oude

Het kan een spannende Ronde van Frankrijk worden, maar dan moet heel Europa of de hele Spaanssprekende wereld samenspannen tegen de Britse machine van Sky. Want anders rijdt Vroom-Froome simpelweg naar zijn derde overwinning. Voor hetzelfde geld zit na het eerste Pyreneeën-weekend nog evenveel spanning in deze Tour als lucht in een lekke band.

Voor het eerst staan de drie beste groterondewinnaars van de laatste vijf jaar samen aan de start van de Ronde van Frankrijk, de zwaarste wielerwedstrijd, de zwaarste sportwedstrijd tout court. Aan de start een dunne favoriet, een oudere uitdager en een klein klimmertje. Chris Froome, Alberto Contador en Nairo Quintana beloven ons bergop en in de tijdritten te zullen vermaken met een spervuur aan aanvallen, tactische zetten, sluwe combines of gewoon met watts op overschot.

Dit is een bijzondere Tour, die doet denken aan die van 1998. Toen ging die van start in Ierland om de concurrentie met het aan de gang zijnde wereldkampioenschap voetbal uit de weg te gaan. Het liep slecht af voor die Tour: niet alleen werd het halve peloton uit de race gezet of stapte het zelf op na de ontmaskering van soigneur Willy Voet, maar de Franse nationale elf schopte het tot de finale van de worldcup en won die ook. De Tour verdween naar de gerechtelijke pagina’s en stelde sportief niets voor.

Ook zonder dopingschandaal behoort een herhaling van dat scenario tot de mogelijkheden, maar dan moet Frankrijk midden volgende week toch eerst voetballend voorbij Italië of Duitsland. Als Les Bleus de finale spelen in het Stade de France op 10 juli, zal de eerste week van de Tour in een soort achterkamertje worden beleefd. Het is niet anders: het circus van de fiets kan niet meer concurreren met Koning Voetbal.

Spektakel

Eerst de wedstrijd zelf. De parcoursbouwer heeft gezien dat Chris Froome in een traditionele Tour de France met vlakke tijdritten en aankomsten bergop na lange slopende etappes nauwelijks te kloppen is. Een wedstrijd waarin de pure fysiologie het haalt op de kunst van het koersen, en de waarden van de vermogensmeters de einduitslag voorspellen, daar houden de organisatoren niet van. In het bijzonder niet als de winnaar geen Fransman is.

En dus is het parcours een beetje anders dan andere jaren. Er zijn niet al te veel tijdritkilometers (37 en 17 km) en de tijdritten met veel bergop zijn niet ongunstig voor de Colombiaanse berggeit Quintana. Net als de vier ritten met een aankomst op een col of een top, waaronder in de twaalfde etappe op de Quatorze Juillet de mythische Mont Ventoux, en dan hebben we vier dagen eerder de zware klim naar Arcalis gehad in Andorra. De bergritten zijn in de derde week in de Alpen ook compacter, waardoor de aanvaller is bevoordeeld. Vier potentiële aankomsten boven op een helling eindigen daar niet, maar worden gevolgd door een laatste afdaling, de ene keer al langer dan de andere. Een voorspelling: in die afdalingen worden straks ongeziene risico’s genomen om tijdverlies goed te maken en gezien het voorspelde kwakkelweer… de rest kunt u zelf invullen. De Tour begint steeds meer op de Giro te lijken; als het maar spektakel oplevert.

Dat spektakel, circus kan ook, wordt meteen al verwacht in de eerste etappes in het winderige en als nat aangekondigde Normandië, waar stuurmanskunst en koersinzicht cruciaal zullen zijn en waarin veel, heel veel, zal worden gevallen. Wat dat betreft lijkt deze Tour in zijn aanloop een beetje op die van 2014. Toen vielen drie smaakmakers in de eerste helft van de wedstrijd weg: Mark Cavendish, Chris Froome en Alberto Contador haalden Parijs niet, deels ook door eigen schuld.

Vincenzo Nibali bleef overeind en won. Hij is er na zijn overwinning in de Giro van dit jaar opnieuw bij. Net zo gek als Alberto Contador vorig jaar. Hij won toen de Giro zonder één rit te winnen en trok in één ruk door naar de Tour, waar hij zich leegreed en vijfde werd. Die fout maakt hij dit jaar niet meer, maar of die herwonnen frisheid zal volstaan, is hoogst twijfelachtig. ‘Alberta’ – zo noemt zijn baas Oleg Tinkov hem – lijkt over zijn top.

Een kaars die uitgaat

Sky heeft de sterkste formatie, een falanx exclusief gericht op de ondersteuning van kopman Chris Froome. Bij Movistar rijden ze voor Nairo Quintana, maar wil Alejandro Valverde ook een prijsje pakken en in de bende van Tinkoff heeft Peter Sagan ook ambities. Hij is in de bergetappes van geen nut voor Contador.

Alleen als Movistar en Tinkoff de handen in elkaar slaan voor een Spaanssprekende entente tussen Quintana en Contador, dan zou Sky het wel eens heel lastig kunnen krijgen om de wedstrijd te controleren. Maar dan nog zal deze Tour uiteindelijk worden beslist op een helling in een strijd van man tegen man, van watts tegen nog meer watts en minder kilo’s tegen nog minder kilo’s.

Alberto Contador begon het jaar goed met een overwinning in de Ronde van het Baskenland, maar in de Dauphiné moest hij Chris Froome lossen op de lange hellingen. Froome won die Dauphiné nadat hij eerder al de Herald Sun Tour op zijn naam had geschreven. Nairo Quintana ten slotte won de Ronde van Catalonië en de Ronde van Romandië.

Dan is er nog BMC, waar Greg Van Avermaet graag een ritje zou winnen en Richie Porte voor de eindoverwinning gaat. Hij lijkt geen winnaar, omdat hij altijd wel een jour sans heeft, maar kon wel Froome bijhouden in de laatste Dauphiné. Afwachten dus. Dat soort gasten maakt deze Tour zo bijzonder. Zij zullen de bommetjes gooien op plaatsen waar de favorieten dat liever niet hebben. Dat geldt ook voor Thibaut Pinot en Romain Bardet, maar met de Fransen in de koers is het zoals met de Engelsen in het voetbal: veelbelovend, maar al te vaak gepatenteerde losers als het licht helemaal uitgaat.

Bij Chris Froome gaat het licht ook uit, maar dan als een kaars. Vorig jaar leek hij even te kraken in de voorlaatste rit naar l’Alpe d’Huez, maar niemand die beter weet wat er in zijn energiedepots in de spieren nog aan brandstof verscholen zit en hoe die aan te vullen. Dus overleefde Froome die rit. Dit jaar is er een identieke voorlaatste etappe naar Morzine. Alleen moet ultiem nog worden afgedaald van de Col de Joux Plane en daarvan zegt Lucien Van Impe in een Tour-bijlage dat het een levensgevaarlijke afdaling is. Spektakel vóór alles.

Vrijdag 8 juli wordt een cruciale dag. Dan duikt het peloton Les Hautes-Pyrénées binnen en ligt de streep op 7 kilometer na de top van de Col d’Aspin. Zeven dagen lang is aan hoge snelheden gereden over heuvels en door dalen en daar doemt dan ineens na 150 kilometer de Aspin op, allesbehalve een lopertje. Wel een kolfje naar de hand van de troepen van Froome, die ongetwijfeld die bruuske overgang hebben getraind. Was hij Armstrong en zijn ploeg US Postal geweest – en dat zijn ze allebei een beetje – dan reden ze daar al de tegenstand uit de wielen en probeerden ze het verschil te maken, zoals vorig jaar naar La Pierre Saint-Martin. Alleen lag toen de aankomst op de top en volgt er nu nog een korte afdaling. Een Tour voor waaghalzen, zowel in de aanval bergop als in de afdaling daarna, dat wordt het.

De Britse vijand

Een onbekende factor is de brexit en de houding van het publiek tegenover het Team Sky. De mooi gestileerde zwart-blauw-witte outfit werkte vorig jaar al danig op de zenuwen van de Fransen, dat zal nu niet minder zijn. Maar nu dreigen ze ook te worden overgoten met bier en/of urine of minimaal te worden beschimpt door alle Europeanen. Vergis u niet, op de flanken van de hellingen gebeuren buiten het zicht van de camera’s en de jury soms rare dingen.

Een terugkerend item wordt alvast het Franse ongeloof met betrekking tot alle prestaties die de Franse renners overvleugelen. Dat wordt dit jaar extra in hand gewerkt door de verschijning van het boek Le Cycliste Masqué, dat op deze pagina’s nog aan bod zal komen. In dat boek verhaalt een anonieme wielrenner – wellicht meer dan één – samen met de onvermijdelijke Antoine Vayer (een trainer bij Festina in 1998 en nu columnist bij Le Monde) over het deels geheime leven van het peloton. Al meteen in de inleiding wordt brandhout gemaakt van het Britse systeem door Tour-winnaar Bradley Wiggins van onmogelijke prestaties te beschuldigen. De toon is daarmee alvast gezet.

Aangezien Chris Froome nog steeds op zijn fiets zit als onze postbode toen die nog met een fiets kwam en hij er op het eerste gezicht niet gezonder is op geworden en evenmin gespierder, mag u zich aan een niets ontziende campagne van halve en hele insinuaties en beschuldigingen verwachten. Waarom ook niet: zonder al die zwartmakerij zou de koers niet half zo plezant zijn.

Sportzomer 27 juni-2 juli: van zeer goed tegen Hongarije tot de afgang tegen Wales in De Morgen

27 juni

België eindelijk in turbo-modus

Het surplus aan talent is komen bovendrijven en het ondenkbare is niet gebeurd. Hongarije was kansloos op papier en uiteindelijk ook op het veld. Voor het eerst dit toernooi trokken de Rode Duivels alle registers open en toch wonnen ze ‘maar’ met 4-0. In de kwartfinale wacht het stugge Wales.

Het is ook weleens comfortabel – niet alleen voor de tegen de deadline tikkende journalist – zo rond minuut elf al op voorsprong komen en vervolgens een eerste helft afleveren waarvan je na afloop denkt: dit gaat echt niet meer mis.

Het was bovendien op een standaardsituatie dat de Belgen scoorden en was dat niet een van de verwijten geweest aan Wilmots’ adres en zijn staf: nooit eens gevaar op stilliggende fases? Delicatessenzaak De Bruyne trapte een bal haarfijn naar het hoofd van twee Belgen. Eén ging er gelukkig onder, de andere – Toby Alderweireld – kopte staalhard voorbij Gábor Király.

Niet te geloven dat het maar 1-0 stond aan de rust. Acht keer kreeg België in de eerste helft een bal tussen de palen, maar vaak stond de veertigjarige doelman in zijn flodderbroek in de weg. Wat waren die Duivels goed in die eerste helft. Hoge druk, snel inspelen bij balbezit en een snelheid van handelen die drie keer hoger lag dan in de eerste wedstrijd van het toernooi. En wat flitste Eden Hazard zoals in zijn beste Chelsea-vorm. Vervelend was het ontbreken van die geruststellende doelpunten.

Doorslagje van Duitsland

Vreemd dat uitgerekend gisteren de Rode Duivels hun ware gelaat toonden. Voorafgaand aan de wedstrijd van België speelde Duitsland om 18 uur in Lille tegen Slowakije en dat was een demonstratie van looplijnen, driehoekjes, ruimte creëren en kansen afdwingen. Het werd 3-0 voor de Duitsers. Dit zouden wij ook moeten kunnen, sms’ten collega’s naar elkaar, in de wetenschap dat we weer eens op onze honger zouden blijven zitten. Niets van. Een dik uur later zaten we ons te vergapen aan een doorslagje van Duitsland. Het werd 4-0 en jawel, wij kunnen echt goed voetballen. Laat ons maar te zijner tijd tegen Duitsland spelen of Spanje of weer Frankrijk en Italië, maar laten we eerst Hongarije, Wales en/of Portugal inpakken.

En toch was er dat minpuntje. Door niet snel de 2-0 of zelfs 3-0 te scoren, kregen de Hongaren weer wat moed en kwamen ze toch af en toe in de buurt van Thibaut Courtois. Niets vergeleken bij de Italianen en de Zweden eerder in het toernooi, maar toch: een snelle tweede goal na de rust was de grootste wens van alle Belgen en die viel pas in minuut 78. En daarna nog één, een minuut later. En aan het eind nog één.

Van het Belgisch voetballend personeel was iedereen beschikbaar, behalve Mousa Dembélé, van wie de verzwikte enkel maar niet genezen geraakt. De twee controleurs op de middenveld heetten net als tegen Zweden Radja Nainggolan en Axel Witsel. Op de vleugel kwam Dries Mertens in de plaats van de weinig effectieve Yannick Carrasco, die wel later zou invallen en de 4-0 op snelheid scoren.

De Hongaren stelden op één speler na de elf op die ook de vorige wedstrijden hadden gespeeld. Beide ploegen hadden in de groepsfase exact 53 procent balbezit. Hun passingnauwkeurigheid was ook identiek: 84 procent. Haast evenveel passes en evenveel passes die goed aankwamen. De Hongaren klopten de Rode Duivels wel in doelgerichtheid: 17 van de 37 doelpogingen belandden in het doelkader, met zes doelpunten tot gevolg. De Rode Duivels kregen er ook 17 in het doelkader, maar trapten 59 keer op doel: er werd vier keer gescoord.

In de wedstrijd van gisteren liet België na het eerste doelpunt gewillig de bal aan de Hongaren. Dat leverde aanvankelijk al bij al weinig gevaar op, tenzij dan voor het doel van Király, want deze Rode Duivels zijn ook dodelijk in de omschakeling. Maar 1-0 blijft 1-0 en dan is het zo 1-1. In de tweede helft kantelde het spelbeeld licht en kwamen de Hongaren een paar keer dicht bij een onverdiende gelijkmaker.

Net op een moment dat het echt linke soep werd in de buurt van Courtois, deed Eden Hazard iets raars. Hij verstuurde een pass naar niemand en liep er dan maar zelf achteraan. Daaruit volgde een voorzet en de net ingevallen Michy Batshuayi tikte eenvoudig binnen. Een minuut daarna deed Hazard wat hij het beste kan, naar binnen komen, de tegenstand oprollen en scoren: 3-0 en een applausvervanging was zijn deel. Yannick Carrasco krikte zijn moreel op door na zijn invalbeurt het vierde en zijn eerste doelpunt te scoren.

Een droomscenario, dat was het. Zijn de Rode Duivels nu vertrokken? Zou kunnen, maar je weet in een teamsport nooit of je zelf fenomenaal was, dan wel of de tegenstand jou niets in de weg heeft gelegd. Voor het zelfvertrouwen is alvast de manier waarop de wedstrijd werd aangevat en de tegenstander verstikt, een heel goede zaak.

Kritiek

Er was tot gisteren behoorlijk wat gefundeerde kritiek. De 1-0 tegen Zweden werd door de internationals en de bondscoach gepercipieerd als een mooie overwinning, behaald met goed voetbal. De buitenwereld zag dat lichtelijk anders.

Marc Wilmots had in de persconferentie een dag voor de wedstrijd nog eens realisme gepredikt. “Het enige wat mij interesseert, is de wedstrijd winnen en doorgaan. We spelen anders en beter dan vier jaar geleden.” Van dat laatste was niet iedereen, om niet te zeggen haast niemand, in het gevolg van de nationale ploeg doordrongen. Ook de buitenlandse meningen waren unaniem: België bracht niet genoeg.

 

Marc Wilmots liep ongelukkig omdat de kritiek zijn gezin trof. Jammer is dat, maar als het geheel minder goed is dan de som van de delen, zoals in de wedstrijd tegen Italië en opnieuw tegen Zweden, is het de verdomde plicht van de media om daar op een beleefde manier op te wijzen. En in België is alle kritiek beleefd.

Laten we na de zegetocht tegen Hongarije ook onze blijheid een beetje intomen, want twee goede wedstrijden op rij zijn we van deze Rode Duivels al een tijdje niet meer gewend. Vrijdag spelen ze in Lille om 21 uur de kwartfinale tegen Wales. De laatste vier jaar was dat onze moeilijkste tegenstander met twee gelijke spelen, een keer winst en een keer verlies. Jammer voor de defensie die na vier wedstrijden ingespeeld lijkt, maar Thomas Vermaelen zal er door twee gele kaarten niet bij zijn. Wordt dat Jan Vertonghen naar het midden halen en Jordan Lukaku op de vleugel en nog meer aanvallen? Dat het maar snel vrijdag is.

28 juni

Doe maar Italië in de finale

De weg terug naar België verliep voorspoedig. De vooruitzichten zijn gunstig, niet het minst voor de persoonlijke agenda. Nu de Belgen nog nauwelijks meer dan gemeenplaatsen afscheiden op hun persbabbels en de bondscoach zich als revanche op de kritiek plots als schaars goed positioneert, is aanwezigheid op het oefencentrum in Le Haillan een haast overbodige luxe. Gisteren verscheen niemand voor de media, maar de training van de spelers met weinig competitiekilometers was helemaal open, een waar voorrecht.

Elk nadeel heeft een voordeel, zei de grote Cruijff. Aanstaande vrijdag is het drie kwartiertjes rijden van thuis voor we in Villeneuve d’Ascq aan parking A2A van het Stade Pierre Mauroy arriveren en – na de autokoffer te hebben geopend – de parkeergarage mogen binnenrijden. Na de wedstrijd gaat het weer naar huis. Straks gaan we dat Euro 2016 nog leuk vinden.

Libérés. Bevrijd. Zo stond het op de één van L’Equipe gisteren. Terechte titel, dacht ik, terwijl de krant op de iPad werd gedownload. Het ging over de Fransen natuurlijk, de chauvinisten. De eerste zestien pagina’s werden gewijd aan die lullige 2-1 van Les Bleus tegen diezelfde Ieren die wij Belgen al eerder in het toernooi een 3-0 hadden gegeven. Daarna kwam op twee paginaatjes de Mannschaft aan de beurt en toen pas was het aan Les Diables Rouges, ook over twee pagina’s.

La Belgique s’amuse, was de kop. De Rode Duivels hebben zich geamuseerd, maar ze zijn ook bevrijd. Je kan alles dood relativeren, maar dit was een hele goeie wedstrijd en dat had dit team van talenten nodig, na eerder in het hele toernooi één goeie helft te hebben gespeeld tegen de Ieren, twee zwakke tegen de Italianenen twee matige helften tegen de Zweden. Axel Witsel kreeg in L’Equipe acht op tien, Toby Alderweireld een zeven. Mertens kreeg een vier. Lukaku dient tot weinig als zijn ploeg het spel maakt, was ook nog een conclusie. Hij kreeg een vijf. Eden Hazard kreeg een negen en een apart artikel. Marc Wilmots, bevriende coach, was goed voor een acht. Conclusie van de sportkrant: een van de favorieten heeft zich niet laten verrassen door een zwak Hongarije.

Hallo, was Hongarije dan zwak? Daar vind je weinig van in onze kranten – ook hier niet gisteren, gebiedt de eerlijkheid. De Belgische pers was lyrisch als nooit tevoren: de beste prestatie in jaren en de beste ooit van Eden Hazard. Superlatieven werden niet geschuwd. De meest kritische krant aan Franstalige kant was ineens om. Dat wordt een zekere finale op 10 juli, als nog twee keer dat niveau wordt gehaald. Een Stratosferische Eden die ons naar het Paradijs kan sturen – heeft u de bijbelse connotatie? – stond er ook nog. De punten waren navenant: ergens kreeg Hazard zelfs een tien.

Voetbal hangt aan elkaar van waarheden als een koe. Ten eerste: voetbal en toeval verschillen één letter, de b van bal. Eergisteren was van toeval geen sprake, maar als die Hongaren 1-1 scoren, wordt dit een heel andere wedstrijd. De tweede waarheid houdt verband met de vorige: hoe lager de score, hoe meer je afhankelijk bent van toeval en van geluk. Derde waarheid: geluk kan je afdwingen door slim te spelen, en slim spelen betekent daarom niet altijd aanvallen. Vierde waarheid: het is niet omdat je hebt gewonnen dat je daarom goed hebt gespeeld. Je bent (maar) zo goed als de tegenstander dat toelaat.

Beter Wales dan Argentinië

Ziehier de grote vraag met betrekking tot de Rode Duivels: kan die wedstrijd tegen de Hongaren als maatstaf gelden en wat kunnen we met die 4-0? De Hongaren waren geen zwakke ploeg, anders hadden ze geen 3-3 gespeeld tegen de Portugezen en waren ze geen groepswinnaar geworden. Maar de Hongaren waren ook geen wereldploeg. Het was wel een van de weinige teams die de bal wilde hebben en het spel wilde maken en die derhalve nogal wat ruimte vrijgaf, iets wat wij Belgen wel lusten.

België-Hongarije was te vergelijken met België tegen de VS op de World Cup van 2014, met dat verschil dat Eden Hazard nu een veel hoger niveau haalde en dat het in de reguliere speeltijd al was beslist. Voor de mentale boost is een 4-0 altijd goed, maar dit is de realiteit: we staan vandaag op Europees vlak even ver als twee jaar geleden op mondiaal vlak en dat is bij de beste acht van het toernooi. Er is nog een klein verschil: de volgende tegenstander heet Wales en niet Argentinië en dat biedt net even iets meer mogelijkheden.

Voor het verdere verloop van het toernooi kunnen we met die 4-0 niks. Die 4-0 was een wedstrijd waard uit de groepsfase, maar door de rare toernooiformule met 24 landen werd het een achtste finale tegen Hongarije. Vrijdag begint een ander toernooi, dat van de linke tegenstanders die ons graag uit ons kot lokken en dan ongenadig toeslaan. Van de acht ploegen die nog in de running zijn vanaf de kwartfinales zijn er twee die de bal heel graag willen: Duitsland en België. Engeland is een twijfelgeval, maar de andere vijf laten de bal met plezier aan de tegenstander. Jammer voor het voetbal, maar het is niet anders. Titelverdediger Spanje, dat supergraag de bal heeft en nog veel liever dan wij of Duitsland, was gisteren kansloos tegen een hele sterke Italiaanse ploeg.

Spanje hebben we overladen met complimenten, maar net als op de World Cup zit het nog voor ons thuis. Arme Spanjaarden. Eén fenomenale partij, één gewone en dan een overwinning uit handen gegeven tegen de Kroaten. Domoren. Daardoor kwamen ze in de zware tabelhelft terecht en moesten ze meteen tegen Italië en die blijken voorlopig onklopbaar, als ze dat willen. Laten we daarom hopen dat Italië nog even onklopbaar blijft en laten we duimen voor een heruitgave van die eerste wedstrijd van het toernooi. Zo is Nederland ook Europees kampioen geworden in 1988. De eerste wedstrijd kansloos verliezen van dezelfde tegenstander die het daarna in de finale klopte.

29 juni

Leedvermaak over de Engelsen

En toen waren ze nog met acht. Drie powerhouses van het Europees voetbal: Frankrijk, Duitsland, Italië. Twee outsiders: Portugal en België. Drie bij voorbaat kanslozen: Polen, Wales en IJsland. Alle grote landen zitten samen in een tabelhelft, waardoor we drie finales op rij krijgen: na Italië-Spanje straks Duitsland-Italië en in de halve finale misschien Frankrijk-Duitsland. Een van de powerhouses speelt straks de laatste wedstrijd van Euro 2016 tegen een land uit de andere helft en voor die finaleplaats zijn wij de favoriet. Dit is geen zin die je makkelijk tikt als je houder bent van een Belgische identiteitskaart. Wij zijn geen land dat gewend is finales te spelen, laat staan die te winnen.

Eigenlijk is het grote feest Euro 2016 al voorbij. We hebben 44 wedstrijden gehad en nu volgen er nog amper zeven: vier kwartfinales, twee halve finales en de finale op 10 juli. In die 44 wedstrijden is 88 keer gescoord, precies twee doelpunten per wedstrijd. De spektakelwaarde is niet te best en in de VS zou dat aanleiding zijn voor een reglementswijziging, mailde een Amerikaanse collega.

Die was na het professioneel volgen van de sensationele NBA Finals, die tot een best of seven gingen, op last van zijn voetballende kinderen helemaal opgegaan in soccer. Hij volgde de Copa América, maar vond er al snel niks aan. Hij dacht dat het beter zou gaan met twee margarita’s per wedstrijd, elke helft één, maar hij bleef het saai vinden. Vervolgens raadde zijn schoonvader met Duitse roots hem Euro 2016 aan, want dat zat ook op ESPN. Zijn mail loog er niet om: “In godsnaam, dit is toch niet om aan te zien? Er gebeurt niks en als er wat gebeurt, is het tegen de gang van het spel in.”

Ik moest hem gelijk geven. Voor ons Belgen is Euro 2016 één groot voetbalfeest: we spelen steeds beter – dat maken we onszelf althans wijs – en we winnen steeds makkelijker. Maar de neutrale kijker vindt er vast geen ruk aan, al was Hongarije-België wellicht nog behoorlijk aantrekkelijk.

Efficiëntiespel

Het ís ook een hele rare sport. Neem nu de statistieken na de achtste finales; die zijn zo typisch voor voetbal, de laagst scorende van alle teamsporten. In vijf van de acht wedstrijden won het team dat het minst aan de bal was. Daar is, terloops gezegd, ook die wedstrijd van de Rode Duivels tegen Hongarije bij. Na negentig minuten waren de Hongaren 55 procent van de tijd aan de bal geweest, kwamen 13 keer in het strafschopgebied tegenover 21 voor België. Dat leverde 6 shots on target (in het doelkader) op voor Hongarije en 14 voor België.

Wat bij het begin van het toernooi hier al even uit de doeken is gedaan, blijft overeind: het enige wat positief correleert met winst zijn de goed gemikte schoten op doel. In zes van de acht wedstrijden won het team dat het vaakst on target schoot.

Er is dus evenmin een verband tussen balbezit en ballen in het doelkader. Met andere woorden: voetbal is de enige bal/teamsport ter wereld waarin je meer kans hebt om te winnen naarmate je minder de bal hebt. Tenzij je Duitsland bent, want die houden vol: ze vallen aan en ze winnen.

Voetbal is dus een efficiëntiespel, meer dan welke andere bal/teamsport. Engeland-IJsland gezien? Engeland had bijna twee minuten op drie de bal, gaf dubbel zoveel passes, had 86 procent goeie passes tegenover 71 voor de IJslanders. Engeland kwam 77 keer in het aanvalsderde van het veld tegenover 25 keer voor IJsland. 21 keer kwamen ze in het strafschopgebied, de IJslanders maar negen keer. Maar dan de shots on target: vijf voor Engeland en vijf voor IJsland. Uitslag: één doelpunt voor Engeland – dan nog uit een domme strafschop – en twee doelpunten voor IJsland.

Leedvermaak omwille van de E-exit is niet meer dan terecht. Eerst kiezen ze voor een uitstap uit de EU en een dag later hebben ze al spijt. Nog geen week later worden ze met hun voetbalteam uit het Europees kampioenschap gekieperd door een eiland dat meer vulkanen heeft dan profvoetballers (vrij naar Gary Lineker).

Natuurlijk is dat toeval en natuurlijk is de Europese Unie een andere constellatie dan Europa, waar de Engelsen altijd deel van zullen blijven uitmaken, en natuurlijk zijn die voetballers door de band genomen allemaal EU-gezind, en dan vooral omdat het hun portemonnee goed uitkomt, maar ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat het een minimaal het ander heeft versterkt. Hoewel Engeland tot dan in het toernooi erg aantrekkelijk had gevoetbald en dat ook eergisteren probeerde, was de sfeer in het stadion ineens vijandig. Door de reacties achteraf liep maar één rode draad: leedvermaak.

De Engelse media waren zo aangeslagen dat ze de kunst van het koppen maken waren vergeten. The Sun vond er niks beters op dan de kleine van Wayne Rooney – die slecht was, oké, maar dan nog – gewoon op de één te zetten met het zinnetje: ‘O pa, wat heb je nu gedaan?’ Coleen Rooney kon er niet om lachen. ‘Dumbs gone to Iceland’, stond er ook nog. Dumbs snap ik wel, maar als iemand de diepere betekenis van de hele kop kan uitleggen, graag. The Star had ‘Cod help us’, waarbij cod kabeljauw betekent. Flauw. De gratis krant Metro had ‘Day of Farce’ in verband met de brexit en daarboven ‘Night of Farce’ voor het voetbaldrama. Verder was ‘vernedering’ het vaakst voorkomende woord.

Voor de Engelse topsporter wordt dit een vervelende zomer. Op de Olympische Spelen in Rio zal dat misschien nog meevallen omdat Brazilië ver van de EU is en in veel olympische sporten het pure talent de doorslag geeft. In de Tour de France, die zaterdag van start gaat, zal de desastreuze publicrelationsoefening van Engeland zeker meespelen. Sky en Chris Froome zijn al niet de populairsten van de bende daar in Frankrijk, en nu hebben ze heel Europa tegen. Ik voorspel vervelende taferelen in het peloton en langs de weg.

30 juni

De crux van Carrasco

Yannick Carrasco heeft antwoord gegeven op een prangende vraag die eerder in deze rubriek aan bod kwam. De vraag luidde: zouden de Rode Duivels kranten lezen? Het antwoord: ja, althans Carrasco.

En meer nog: hij ergert zich aan wat sommige kranten schrijven en hoe ze spelers beoordelen. Uiteraard meer in het bijzonder wat ze over hem schrijven, bijvoorbeeld dat hij in zijn twee wedstrijden die hij in de basis startte maar weinig bijbracht en nogal wat balverlies leed en eigenlijk veel sneller had vervangen moeten worden. Die punten zijn een onnozeliteit, maar spelers zijn er gevoelig voor en hij kreeg nergens meer dan een vijf, als mijn geheugen mij niet in de steek laat.

In de eerste wedstrijd startte Yannick Carrasco niet. Dat was tegen Italië. Hij viel toen wel in, ook niet bepaald adembenemend. Idem voor zijn basisplaats tegen Ierland. Hij was toen de enige die een beetje uit de toon viel. En tegen Zweden was het niet veel beter. Hij werd telkens op lovenswaardige wijze vervangen door Dries Mertens, die dan weer tegen Hongarije in de basis stond en er prompt ook niks van bakte. Een vaststelling die sommige waarnemers doet besluiten dat voorin nog steeds de tactiek doe-maar-iets-Eden-en- Kevin-en-kijk-waar-het-schip-strandt wordt gehuldigd, wat het niet makkelijk maakt voor én Romelu Lukaku én Carrasco en/of Mertens. Toen Carrasco tegen Hongarije Mertens kwam vervangen, liep het beter en scoorde hij zowaar de totaal overbodige maar ongetwijfeld deugd doende 4-0.

Even een bloemlezing van zijn meest opmerkelijke quotes.
“Men geeft graag kritiek in plaats van aan onze kant te staan en ons te pushen naar een hoger niveau. “Men probeert een speler te kraken.
“Ik ben ook maar een mens. Ik kan ook al eens een slechtere match spelen. We zijn geen machines. “Met kritiek kan je het moreel van een speler breken, maar mij doet de kritiek niks.”

Een voetballer is ook maar een mens

Yannick Carrasco was op zijn pik getrapt of in zijn wiek geschoten, wellicht allebei. Het zat hem alvast hoog wat er over hem gezegd en geschreven was. Hij loog maar één keer, bij de laatste quote, want anders had hij natuurlijk nooit de verzamelde pers in die tent op de wei in Le Haillan zo de mantel uitgeveegd.

Ik heb meteen het verzameld werk voor deze krant erop nageslagen en tegen Ierland (gewonnen met 3-0) heb ik geschreven dat hij ondermaats was. Ondermaats betekent niet op niveau, en dat mogen we niet zomaar schrijven, vindt Carrasco. We mogen niet rechtstreeks bekritiseren. Neen, we hadden moeten schrijven dat hij zich verdedigend de naad uit het lijf had gelopen en aanvallend op rechts stond, waar hij bij Atlético altijd op links staat. Point taken, maar om een punt te maken is beknoptheid soms een troef, want in die kranten kunnen om de een of andere reden steeds minder woorden op één pagina.

“Ik ben ook maar een mens.” Hoewel iets meer beschilderd en van indianenkapsels voorzien dan de doordeweekse mens, is een voetballer inderdaad een mens, daar zijn we inmiddels achter na al enige jaren in dit vak. Dat de media spelers proberen te kraken, is de perceptie van de speler. Dat de media streng zijn in de beoordeling van jongens in korte broek die achter een bal aanhollen a rato van 1 tot 16 miljoen euro per jaar, dat wel, en geef ons eens ongelijk?

De eerste quote verdient een aparte paragraaf en een eigen analyse. “Men geeft graag kritiek in plaats van aan onze kant te staan en ons te pushen naar een hoger niveau.” Ten eerste is het niet zeker dat door géén kritiek te geven het niveau daardoor zou stijgen. Wel integendeel: fouten verdienen op eerlijke wijze in correcte bewoordingen te worden benoemd. Dat doet de trainer ook (en dat gaf Carrasco trouwens ook toe).

Ten slotte: “Men geeft graag kritiek in plaats van aan onze kant te staan.” Dat is de crux van de sportjournalistiek: in welke mate moet je supporter zijn van het team/de sporter met wie je op pad bent? In geval van individuele sporters is de journalist (m/v, maar in Le Haillan heb ik geen vrouwen gezien en moest ik het via Stievie doen met Imke Courtois) geneigd iets milder te oordelen. Als judoka Charline Van Snick er straks in Rio in de eerste ronde zou uitgaan, terwijl een medaille wordt verwacht, zal geen mens schrijven dat ze beter wordt vervangen.

Dankbaarheid voor gratis zitje

De Belgische media kunnen niet klagen over de Belgische voetballers en hun bondscoach, maar het omgekeerde is evenzeer waar. Wij hebben een brave pers, niet vooringenomen maar soms (gespeeld) kritisch. Het klopt wel dat de media doorgaans te weinig informatie hebben over de specifieke opdrachten van de spelers en op het zicht vanaf drie hoog in de tribune tot verstrekkende conclusies komen. Het klopt ook dat in voetbal het eindresultaat meer dan welke andere sport van details afhangt. Als Jan Vertonghen morgen lullig in de fout gaat en er valt een beslissend doelpunt, wat schrijf je dan? Dat hij een stoethaspel is? Of denk je: ach, wat jammer van de Jan, zo’n aardige jongen en hij speelde nog wel zo’n goed toernooi. Wellicht dat laatste.

Een team is makkelijker aan te pakken en al helemaal als de coach van het team zich selectief vijandig opstelt en gaandeweg ook het sfeertje ‘wij tegen de rest van de wereld (bond, pers)’ cultiveert. Ooit zei een coach letterlijk dat we maar beter positief konden schrijven want dat wij dankzij hun prestaties nog eens over de grens konden. Dankbaarheid dus, in ruil voor het voorrecht van een gratis zitje op de eerste rij, ergens in het buitenland, betaald door de baas. Waarop ze een pak rammel kregen en de coach werd gesloopt, want zo gaat dat natuurlijk. Wie het conflict zoekt, moet niet komen klagen als de boemerang terugkeert. Net zoals voetballers mensen zijn, zijn ook journalisten mensen. Hij speelt maar beter een goeie wedstrijd, die Yannick Carrasco. Als hij speelt.

1 juli

Wilmots op herexamen

Het eerste Europees examen was tegen Italië: dikke buis. Daarna volgden onderscheidingen tegen Ierland en Hongarije, met tussenin gedelibereerd tegen Zweden. Wales is voor de Rode Duivels het vierde geschenk op rij. De grote talenten moeten het nu maar eens halen van de grote harten.

 

Drie weken na een rampzalige beslissing – toen al fel bekritiseerd door de media – krijgt Marc Wilmots een boemerang vol terug in zijn gezicht. Door de schorsing van Thomas Vermaelen en nu ook nog eens de zware enkelblessure van Jan Vertonghen, speelt de bondscoach vanavond noodgedwongen met de meest onervaren en onuitgegeven defensie in de vier jaar dat hij aan de macht is. En dat allemaal omdat hij zo nodig Nicolas Lombaerts als reserve op de lijst moest zetten.

Het uitvallen van Vertonghen is brute pech voor de Rode Duivels, maar ook voor Wilmots, die eindelijk de rust terug in de (pers)tent had gekregen. Hoe hij de transferperikelen van Thomas Meunier en Michy Batshuayi managede – de spelers mochten de vrijage met PSG en Chelsea in een relatie omzetten – leverde tegenwind op uit conservatieve hoek, maar leek toch eerder op modern peoplemanagement: iets toegeven en meer terugkrijgen.

Het alternatief was twee spelers in de groep die er met hun hoofd niet meer bij waren. Het is de realiteit van het voetbal in de 21ste eeuw: de clubcarrière primeert altijd op de nationale ploeg.

Zwarte beest

De oplossing voor de vervanging van Vertonghen ligt voor de hand: Jordan Lukaku komt op links in de ploeg. Hij is sneller maar minder ervaren. Op de plaats van Thomas Vermaelen komt Jason Denayer of Laurent Ciman te staan. Wellicht wordt het Ciman. Nog een voorspelling: vanavond speelt Michy Batshuayi. Misschien niet van de eerste minuut, maar hij valt zeker in. En hij zal beslissend zijn. En Marc Wilmots zal lof krijgen. Misschien.

Met “zijn wij niet hun zwarte beest?” stelde de Welshe spits van Real Madrid, Gareth Bale, een retorische vraag. De Rode Duivels hebben een beetje schrik van de Welshmen en dat is niet meer dan logisch. In de Wilmots-era hebben de twee landen vier keer tegen elkaar gespeeld. De laatste en enige overwinning in die vier jaar was een 0-2 op 7 september 2012: doelpunten van Vincent Kompany en Jan Vertonghen. Geen van beiden is van de partij. Kompany haalde nooit Euro 2016 en Vertonghen moest het toernooi noodgedwongen verlaten.

Die eerste confrontatie in Cardiff was het begin van een stevige kwalificatiecampagne die leidde tot de worldcup in Brazilië en de kwartfinale tegen Argentinië. Daarna volgden twee gelijke spelen thuis en uit en een jaar geleden werd verloren in Cardiff met 1-0. Dat doelpunt was het gevolg van een teruggekopte bal van Nainggolan, die Bale in dank aannam.

Erger dan het doelpunt was die avond de tactische onmacht van het hele team, de bondscoach voorop. Het was die ene wedstrijd waarin Kevin De Bruyne molenwiekend zijn sportieve baas probeerde duidelijk te maken dat er moest worden bijgestuurd. Wilmots vond geen oplossing en coachte er maar wat op los, waardoor het van kwaad naar erger ging. Alle fouten van de laatste jaren werden herhaald: traag inspelen, inspiratieloos aanvallen, weinig creëren en dat weinige dan ook nog missen. In twee wedstrijden tegen Wales voor de EK-kwalificatie werd geen enkele keer gescoord en geen enkele keer kwamen de Rode Duivels in hun normale spel.

“Wij weten dat ze a good side zijn,” beaamde Chris Coleman, de Welshe coach, “maar we denken ook dat we als team oplossingen kunnen vinden om hun surplus aan talent op te vangen. And we have a lot of heart.” En ze zullen de bal aan de Belgen laten om met hun drie voetballers – Bale, Ramsey en Allen – en zeven werkmensen, van wie vijf achterin, een paar dodelijke counters op te zetten. In de geschiedenis van het voetbal wordt Wales-België niet meer dan een kleine voetnoot, maar voor Marc Wilmots is het een herexamen voor een zwaar buisvak.

Erik Reynaerts R.I.P.

Alle heisa in en buiten België en de massale uittocht naar Rijsel van tricolore landgenoten ten spijt, de Rode Duivels zijn nog nergens. Als ze nu staan waar ze staan, in de kwartfinale, is dat eerder te danken aan de speling van de loting dan aan wereldschokkende prestaties. Tot de halve finale, volgende week woensdag in Lyon, zal België één zware tegenstander hebben gehad: tegen Italië werd in de eerste wedstrijd verloren. Daarna kwamen Ierland, Zweden, Hongarije en nu Wales: het eigenlijke toernooi moet voor de Belgen nog beginnen.

Als de Rode Duivels er vanavond tegen Wales uitgaan, is dat een blamage te vergelijken met Engeland dat niet voorbij IJsland geraakte. Winnen ze, is het de doodnormaalste zaak van de wereld. Winnen van Wales levert een halve finale op, zoals die van 1986 op de worldcup.

Inmiddels heeft het buitenland de terugkeer van Eden Hazard naar Lille aangegrepen om zich over het wonderbaarlijke België met al zijn voetbaltalent te ontfermen. Naast het puur sportieve aspect, worden we ook als een half curiosum neergezet. Gisteren belde de Noorse krant Aftonbladet. Of er in ons verdeeld land nog steeds geen verenigende krachten uitgaan van de Rode Duivels. Die vraag was ook al gesteld vóór Euro 2016 en toen had ik geantwoord met een vette lach.

Ik heb het nog eens uitgelegd: hoe wij een festivalland zijn en dat Euro 2016 beleven als een extra festival, hoe iedereen nu met opstellingen en adviezen komt, hoe de driekleur toch in de eerste plaats een commercieel gadget is, verpakt bij enkele bakken Jupiler.

Maar ook dat een triomfje onder de vorm van nog eens een halve finale, een finale of eventueel winst, welkom zou zijn voor een geplaagd land als het onze. Maar a unifying power for Belgium? No f… way.

Er zal veel meer unificerende en wervende kracht uitgaan van het eerbetoon aan de charmante mens Erik Reynaerts, die voor de wedstrijd zal worden geëerd door de fans van beide landen en – na suggestie van de Welshmen – in minuut 50 zal worden herdacht met een applaus. Reynaerts was de drijvende kracht achter 1895, de supportersclubs van de Rode Duivels. Hij overleed na de wedstrijd in Toulouse aan een hartinfarct, drie weken nadat hij zijn vrouw had verloren aan kanker. Alleen met een overwinning zou de eerste supporter van het land genoegen hebben genomen. Aan onze grote talenten om hun groot hart te tonen.

2 juli

Belgische nachtmerrie in Rijsel

Het niet geheel ondenkbare is gebeurd. Wales, nummer 26 op de FIFA-ranking, heeft de Rode Duivels uit Euro 2016 geknikkerd. Eens te meer heeft het surplus aan Belgisch talent niet gerendeerd omdat het niet wist wat te doen aan de bal en ook nog eens stuntelig verdedigde. Tijd om afscheid te nemen van de man die de meest succesvolle bondscoach ooit werd, ondanks zichzelf.

Aan de Promenade des Belges, de gezondheidswandeling van de Rode Duivels langs Europese tweederangsnaties is in Lille, amper 12 kilometer voorbij de grens en ook een beetje Vlaanderen, een abrupt einde gekomen.Wales deed zijn reputatie alle eer aan, daarbij wel geholpen door blunders in de (jonge) verdediging van de Rode Duivels en een ontstellend gebrek aan spelpatronen.

Nadat België op 1-0 was gekomen en de wedstrijd in zijn greep had, plooide het terug en gaf het al snel een gelijkmaker weg. In de tweede helft volgde nog een geschenk en kort voor affluiten gaf de ingekomen Sam Vokes het nekschot.

Twee landen, twee insteken. Voor Wales, dat voor de wedstrijd al kon bogen op een geslaagd Euro 2016, was dit hun belangrijkste voetbalwedstrijd ooit. Voor België was het hooguit nog maar eens een wedstrijd die niet mocht worden verloren. De Belgische start was er een uit de duizend, Wales zag sterretjes. De Belgische voorhoede fladderde, maar het was Nainggolan die al na veertien minuten met een heerlijke knal in de winkelhaak het rode stadion (Wales in het rood en de Belgen ook, dat kon niet missen) in vuur en vlam zette.

Onervaren defensie

De eerste twee doelpunten van Wales konden misschien nog op rekening van de onervaren verdediging worden geschreven, maar niet het spel van de eerste helft. Wilmots had op de laatste training Jan Vertonghen zien wegvallen. Laurent Ciman, Jason Denayer of Christian Kabasele – gisteren nog verkast naar Watford – waren zijn drie opties. Wilmots mag dan geen tactisch genie zijn, wat gisteren weer eens werd bewezen, hij heeft ballen voor twee: dus koos hij voor de jongste optie, Denayer. Het was niet bepaald een gok, want de jongen stond bij het verlies in Wales vorig jaar ook al centraal in de verdediging en speelde daar een degelijke partij, maar miste dit jaar wel compleet zijn optreden in de voorbereidende interlands.

De verdediging was gemiddeld 23 jaar, de ploeg op het veld 24,7. Jason Denayer trok nog min of meer zijn streng in het begin, maar Jordan Lukaku, op links de logische vervanger voor Vertonghen, was minder gelukkig. Hij ging op het halfuur op een corner onder de bal door, waardoor Ashley Williams van dichtbij Courtois kon vloeren. Eerder al had hij twee keer gehapt en was hij telkens in de wind gezet.

Vooraan was de keuze gevallen op Yannick Carrasco, die tegen Hongarije goed was ingekomen voor de minder goed gestarte Dries Mertens. Het grootste vraagteken bij België was evenwel Eden Hazard, de kleine prins van Lille. Het gerucht deed de ronde dat hij wel degelijk een vervelende blessure heeft aan de dij en dat hij na de wedstrijd tegen Hongarije niet meer heeft getraind. Zou zijn bil een zware wedstrijd aankunnen? En hoe zouden de niet altijd zachtaardige Welshe verdedigers hem aanpakken? Er leek niks aan de hand, behalve dat hij uit de wedstrijd verdween na het Belgische doelpunt.

Verbazingwekkend hoe zo’n ploeg van sterren ineens besluit om terug te plooien en de Welshmen te laten komen. Wij kunnen ook counteren, had Wilmots gezegd. Dat klopt, maar we kunnen niet goed verdedigen. De Rode Duivels bleven maar inzakken en de Rode Draken begonnen zowaar te voetballen. Altijd weer vonden ze de vrije man. Aaron Ramsey liep slim tussen de lijnen en vond niemand die hem opving. Gareth Bale kreeg ruimte en kon dreigen en na goed 25 minuten kwam België er niet meer uit. Van hoge druk was geen sprake meer voor de rest van de wedstrijd. Zelfs in balverlies wisten de Rode Duivels niet wat aan te vangen tegen matige voetballers die wel als team opereren, een ontstellende vaststelling.

Adieu Wilmots?

Wales ís een lastige klant – België won de laatste keer van Wales in september 2012 – maar inzakken was toch de slechtste optie. “We denken dat we weten hoe we hun massive talent moeten opvangen”, had de Welshe coach Chris Coleman gezegd. Het was geen bluf, het was een vaststelling en hij kreeg gelijk.

Welnu, hail Wales voor de moed die ze toonden met hun beperkte middelen. In de beginfase gooiden ze zich met alle middelen voor de schoten van de Belgen en daar putten ze moed uit. Het doelpunt bracht hen niet van de wijs en ze domineerden uiteindelijk de eerste helft op balbezit en op schoten in het doelkader. Wales godbetert.

In de tweede helft bracht Wilmots Marouane Fellaini in voor Carrasco, ongetwijfeld om controle te krijgen over het middenveld. Maar waarom niet Moussa Dembélé? De Bruyne ging op rechts spelen. Het moet gezegd: de wissel werkte aanvankelijk. Fellaini recupereerde al snel drie ballen, Eden Hazard was ineens weer aanspeelbaar. En toen deed Hal Robson-Kanu iets wat hij nooit meer zal kunnen. Hij draaide zich simpel vrij van twee verdedigers, in de kleine backlijn nota bene, en fusilleerde een razende Thibaut Courtois van dichtbij.

Wilmots bracht Dries Mertens voor Jordan Lukaku met nog een kwartier te spelen. Fellaini ging voorin beuken en ook dat leverde gevaar op, maar Romelu Lukaku stond nooit op de juiste plaats of kwam niet voor zijn man. Michy Batshuayi kwam hem vervangen. De ergernis nam toe. Op het veld bij de spelers die elkaar niet vonden en de Welshmen nu echt vervelend begonnen te vinden, en ook op de tribune waar de onmacht van de nationale elf af en toe met een fluitconcert werd bedacht.

De natte avond die zo mooi was begonnen voor de Belgen in het Grand Stade van Lille eindigde in een nachtmerrie. Maar zoals hierboven vermeld, als dit het einde is van Marc Wilmots en het einde van Rode Duivels die als kippen zonder kop over het veld rennen, dan is dat meegenomen. Na het laatste fluitsignaal weerklonk ‘Viva la Vida’ van Coldplay. Met dat ene zinnetje: “And I discovered that my castles stand. Upon pillars of salt and pillars of sand.” De Rode Duivels, het zandkasteel van Wilmots, vertrappeld door Wales, hoe bestaat het. Jammer dat hij geen Engels verstaat, maar iemand zal het hem vast wel uitleggen dat het tijd is om op te krassen.

 

Sportzomer 27juni-2juli-