Column Lange wielertenen in De Morgen van maandag 13 april 2026

Lange wielertenen

Van diepere en lucide inzichten over hoe het is uitgedraaid op dat slagveld tussen Compiègne en Roubaix blijft u deze keer gespaard. Maar we gaan het wel over wielrennen hebben.

Die UCI heeft in de aanloop naar Parijs-Roubaix, en al voorafgaand aan de Ronde van Vlaanderen, een verbod uitgevaardigd op het bandendruksysteem waarmee Visma-Lease a Bike wilde rijden. Dat heet Gravaa en is al sinds 2024 aanwezig in het peloton.

Visma-Lease a Bike probeerde het onder meer uit bij (de wielset van) Marianne Vos op het WK gravel in Leuven in dat jaar. Door het systeem kon ze eerst een leegloper opvangen en ook nog eens in de ultieme sprint Lotte Kopecky te grazen nemen met banden met meer spanning.

Prima systeem, duur systeem dat wel, en bij de Nederlandse ploeg van onder meer Van Aert waren ze helemaal mee. Tot het, drie maanden ver in het seizoen 2026, plots niet meer mag van de UCI. De officiële (drog)reden luidt dat het systeem niet beschikbaar is op de markt door het faillissement van de Noord-Brabantse uitvinders/producenten.

Wat dan weer niet klopt, want het failliete bedrijf is inmiddels overgenomen en het systeem is weer beschikbaar. De reden voor deze plotse beslissing is een combinatie van onwil en onkunde, versterkt door de perverse inborst van wereldsportbonden om zonder inspraak over hun sport te regeren.

Het probleem met deze beslissing is dat een oekaze vanuit Aigle niet kan worden aangevochten, zoals ook een oekaze vanuit Zürich door de FIFA niet kan worden aangevochten.

Die FIFA is met afstand de meest corrupte en minst ethische van alle grote sportbonden, maar de UCI is met afstand de slechtst geleide. Geen sport wordt slechter beheerd dan wielrennen, in die mate dat de beheerders van die sport stilaan een gevaar zijn gaan vormen voor de beoefenaars.

Een wereldsportbond heeft één grote taak: de sport reguleren zodat het speelveld duidelijk, overzichtelijk en zo gelijk mogelijk is. Althans niet te veel beïnvloed door niet-sportieve contexten. Voor wielrennen als meest dodelijke sport is prioriteit nummer één de veiligheid.

Controle op parcoursen, finish, aantal deelnemers in functie van het parcours, veiligheidsmaatregelen, aantal motoren, auto’s… bij elke World Tour-wedstrijd zou hetzelfde strenge draaiboek moeten gelden. In de praktijk is daar geen sprake van. Elke week weer voltrekken zich hele of halve voorspelde drama’s of worden die op het nippertje vermeden.

In Vlaanderen kunnen we dan wel denken dat het een seizoen is zonder veel valpartijen omdat crashes zoals in Dwars door Vlaanderen 2024 zijn uitgebleven, 2026 is nu al een seizoen met opvallend veel uitvallers. Daar hoor je de UCI niet over.

Liever een innoverend bandendruksysteem verbieden of boetes uitschrijven voor een open shirt, dan een stukje van die 25 miljoen euro uit de vierjaarlijkse olympische roompot investeren in innovatie rond veiligheid.

Onkunde is des mensen. Gelieve daar alleen niet mee te overdrijven, zoals domme dingen doen of dingen niet doen die beter worden gedaan. En bovenal: niet verontwaardigd zijn als buitenstaanders kritiek hebben.

Begin deze maand werd bij een bekende Belgische wielerpodcaster een brief bezorgd van de UCI. Reden: beledigende commentaren op sociale media. Onrechtstreeks dreigement: mag niet volgens Zwitsers recht en hou daarmee op of we spannen een proces aan. De podcaster heeft daarop klacht neergelegd bij de ethische commissie van de UCI.

De brief is op X te lezen, maar de naam van de ondertekenende senior member van de UCI is zwart gemaakt. Ik hoop maar dat het Peter Van den Abeele niet is, de Directeur Sports van de UCI. Die heeft destijds het postgraduaat Sportmanagement gevolgd waarin ik een luik had van drie uur “hoe omgaan met de media”.

Get into the discussion, address the issue, control the narrative: dat stond allemaal netjes op mijn slide. Nergens staat dat het oké is om journalisten te bedreigen, ook niet zelfvoldane podcasters. Zeker nooit een dreigbrief sturen, want je weet wat de ontvanger ermee zal doen. Zo geschiedde, en terecht.

Die lange tenen, het is een dingetje geworden in dat wielrennen en dat geldt niet alleen voor de UCI. Morgen moet onderzoeksjournalist Jan Antonissen van Humo voor de Raad voor de Journalistiek verschijnen na een klacht van Golazo. Die tillen zwaar aan een intens geresearcht verhaal over de belangen en vreemde kronkels van de UCI en medeorganisator Golazo bij het wereldkampioenschap van 2025 in Rwanda. Golazo vindt dat de schrijver moet worden gestraft. Laten we hopen dat die arrogante afzetters van Golazo worden afgestraft.

Column Fenomenologie in De Morgen van zaterdag 11 april 2026

Fenomenologie

Toen ik met dit vak begon, was het niet de gewoonte dat trainers persconferenties gaven. Het was zelfs niet de gewoonte dat trainers interviews gaven. Daar had je de spelers voor, de werkmensen van het voetbal.

Die schoot je aan na een training waar je onaangekondigd naartoe ging en, afhankelijk van het weer, vroeg of laat aankwam. Je kende de weg naar het spelershome, vaak niet meer dan wat oude zitbanken, frigo, tv en een biljartafel – een tapbiljart, later werd dat een snookertafel. Daar ging je wachten op de speler die je graag te woord stond.

Trainers kwamen weleens langs om een gemeenplaatsje te verkopen. Zoals: ‘niet op alles antwoorden’ of ‘geloof niet alles wat hij zegt’. Trainers, daar was vanuit het lezerspubliek niet zoveel vraag naar. Voetballers, die wilden ze lezen.

De eerste trainer die ik tot enkele woorden kon verleiden, moet Ernst Happel zijn geweest. Hij een zestiger, ik een prille twintiger, groen achter de oren. Hij antwoordde, maar wat en of het ergens op sloeg, dat weet ik niet meer.

De tweede was Paul Van Himst bij RWDM, meer technisch directeur of manager naar Engels model dan trainer. In herinner mij nog dat ene memorabele moment, hangend op de balustrade kijkend naar een trainingspartijtje, geleid door zijn veldtrainer. Die heette Hugo Broos.

Het was april en het zonnetje scheen. De altijd minzame Van Himst leek moe, ongeïnteresseerd. Of hij in dit lentezonnetje niet liever op de fiets zou zitten met de Merckx-vrienden, vroeg ik. Plots liep Van Himst leeg: dat hij het zo niet meer zag zitten, dat het zijn keel uithing, ‘de foebal’. Hij zei: “Schrijf het maar op gelijk dat ik het heb gezegd.” Enkele weken later was hij weg.

Mijn professionele interesse voor trainers overstijgt die voor spelers. Die laatste beroepsgroep is er, op enkele uitzonderingen na, gemiddeld niet slimmer op geworden. In tegenstelling tot pakweg de wielrenners. Die kon je in de tijd van Roger en Eddy en lange tijd daarna tot weinig meer verleiden dan euh…, ahbaja…, ken goe gerejen. Vandaag is het een feest om met wielrenners te praten.

Voetbaltrainers daarentegen zijn geëvolueerd van kegeltjeszetters en gelegenheidsfluiteniers bij wedstrijdjes tot voetbalfilosofen, halve goeroes en waarzeggers. Ik wens de collega’s die nog met hun beide voeten in het werkveld staan veel succes als ze volgend jaar in SK Beveren de hoofdtrainer gaan interviewen.

Die heet Marink Reedijk, een Nederlander. Hij was trainer bij onder meer de jeugd van Ajax en West Brom, zat in de trainersstaf in Arnhem en Roeselare, maar in België is hij bekend van zijn werk met de futures van Anderlecht, dat zijn de U23. En nu komt het: de in het trainersvak gepokt en gemazelde Reedijk is 34. Hij was al bondscoach van de U10 in Nederland toen hij zelf 18 was

Niet alleen dat: Reedijk is doctor of philosophy – I kid you not – en schreef zijn doctoraat over coaching. De titel: Teach me how to dance with you – A phenomenological exploration to improve my own (football) coaching. Fenomenologie is een filosofische stroming en onderzoeksmethode, gesticht door Edmund Husserl, die zich richt op de studie van de directe, geleefde ervaring van verschijnselen. Het doel is de werkelijkheid te begrijpen zoals die zich aan ons bewustzijn voordoet, zonder vooroordelen, theorieën of oordelen, vaak samengevat als “terug naar de dingen zelf”.

De thesis is te downloaden, maar of dat zo’n goed idee is, laten we dat in het midden houden. In zijn abstract wordt het al erg… abstract.

“Geleid door Heideggers perspectief was het doel om mijn eigen coaching fenomenologisch te verkennen; om te onderzoeken waar ‘coaching’ werkelijk om draait. Het werk wordt uitgevoerd via een eerstepersoons fenomenologische benadering (Van Manen, 1990), waarbij mijn fenomenologische bewustwording met betrekking tot mijn coachingspraktijk wordt gevolgd en gedeconstrueerd. De ‘bevindingen’ worden vervolgens gepresenteerd in vignetten die tot stand zijn gekomen via het proces van creatieve (non-)fictie. Elk vignette richt zich op de geformuleerde projectdoelstellingen, vervat in de onderzoeksvragen: ‘Hoe kan ik onderscheiden wat ik zie?’ ‘Wat zijn de voorafnames die aan mijn praktijk ten grondslag liggen?’ en ‘Wat zijn de verbanden tussen wat ik zie en wat ik doe?'”

Zoals gezegd, succes gewenst aan de collega’s in de media, aan de spelers in geel-blauw, maar ook aan Marink Reedijk Phd. himself. Als hij volgend seizoen vier keer op rij verliest, ligt ook hij buiten. Voetbaltrainer zijn is simpel: je moet af en toe winnen.

Column Vijf sterren plus in De Morgen van dinsdag 7 april 2026

446 watt

Het rondreizende theatergezelschap Remco & Red Bull speelt zondag een extra voorstelling in de Vlaamse Ardennen. De verbazing over de late aankondiging is terecht, maar misschien geldt dat nog meer voor de reacties daarop. Die liepen uiteen van ‘hoera’ over ‘we zullen zien wat dat wordt’ tot en met ‘een schande, zo liegen’.

Die laatste oprisping kwam dan vooral vanuit de hoek van de media, die maar bleven signalen krijgen dat er echt wel iets te gebeuren stond. Om niemand op de lange tenen te trappen, werd het gerucht telkens netjes gecheckt, waarna evenveel keer een nul op het rekest volgde. Dat heeft Red Bull-Bora-Hansgrohe slecht ingeschat: wielrennen is hier een staatszaak en je liegt niet over staatszaken.

Wielrennen is in de eerste plaats een fysiologische afrekening, maar het psychologische aspect is even belangrijk. Evenepoel heeft het verrassingseffect aan zijn kant. Of hij op de Kwaremont alleen wegrijdt, dan wel hulpeloos wordt achtergelaten, dat zien we zondag.

Van psychologie gesproken. Mathieu van der Poel, die in de E3 Classic vorige week wegreed en werd ingehaald maar toch nog won, postte achteraf zijn geleverde vermogen gedurende het anderhalf uur dat hij alleen op pad was: 446 watt. Waarom, vroeg ik aan iemand in de ploeg, want Van der Poel en de ploeg staan erom bekend heel weinig tot geen prestatiegegevens te delen.

De reactie was: omdat hij er trots op is. Trots is menselijk, maar tegelijk een beetje naïef. Het doet denken aan Tim Wellens die vorig jaar tijdens de Tour in de korte rit (95 kilometer) naar La Plagne een hele tijd voor Tadej Pogacar op kop reed en de kopgroep decimeerde. Achteraf postte hij zijn geleverde vermogens: over 20 minuten 484 watt, over 60 minuten 444 watt en 90 minuten 402 watt. “Haters will say it’s fake”, gaf hij zelf mee als commentaar.

Je hoeft echt geen hater te zijn – niemand haat Wellens – om je vragen te stellen bij de juistheid. De kans dat het overschatte en dus ongeloofwaardige data zijn ligt meer voor de hand. Dat geldt ook voor wat de trotse Van der Poel postte.

446 watt gedurende 90 minuten is redelijk ongezien. Nogal wat lieden met kennis van trainingsleer in het wielrennen achten die waarde onwaarschijnlijk en dachten meteen aan een niet-gekalibreerde of manke vermogensmeter.

Rekent u even mee: 446 watt gedurende anderhalf uur, als je dat terugrekent naar de 60 minutenwaarde of wat dan in het jargon de functional treshold power (FTP) heet, kom je uit rond 500 watt.

Dat zou betekenen dat Van der Poel een uur lang 500 watt vermogen zou kunnen leveren. Met zijn gewicht (78 kilogram) komt hij dan uit bij 6,4 watt per kilogram lichaamsgewicht. Daarmee kan hij de Tour winnen, op voorwaarde dat hij dag na dag zou recupereren.

Vergelijken met Pogacar is lastig door het gebrek aan referentiedata. In 2024 zijn evenwel de instellingen van de Wahoo-fietscomputer van de Sloveen gelekt. Daaruit bleek dat zijn FTP-waarde op 415 was ingesteld. Drie mogelijkheden: het is de correcte waarde, of ze is opzettelijk onderschat, of ze is sinds 2024 verbeterd.

Delen we de 415 watt door het gewicht van Pogacar, dan komen we uit bij 6,3 watt per kilogram gedurende een uur. Dat ligt in lijn met wat wetenschapper Ole Kristian Berg in een artikel van november 2025 in het Journal of Science and Cycling publiceerde over zes beklimmingen in de voorbije twee Tours: Pogacar leverde toen gemiddeld 442 watt gedurende 40 minuten.

6,3 is buitenaards. En daar zou Van der Poel nog boven zitten? Een wereldcoureur, die Van der Poel, daar niet van, maar hij moest lossen op de Poggio terwijl Tom Pidcock eraan bleef hangen. Dat Van der Poel met zijn slechtere aerodynamica een hoger vermogen kan leveren dan Pogacar en zeker een hoger maximaal wattage haalt in de sprint is wel geloofwaardig. Maar een 85 watt hogere FTP dan de beste renner ter wereld, daar horen vraagtekens bij.

Gelukkig komt het in het wielrennen niet alleen aan op vermogens. De Ronde van Vlaanderen is geen tijdrit en ook geen Ardennen-klassieker, dat zal Evenepoel wel ondervinden. Vanaf kilometer 100 wordt het wegdek steeds slechter, worden de wegen steeds smaller en de vele collega’s rondom steeds nerveuzer.

Dat vreet energie en wie het best met die hectiek omgaat, de laatste 50 kilometer nog het meest in de tank heeft zitten en klaar kijkt, heeft een goeie kans op winst. In het zichzelf in een kansrijke positie manoeuvreren, zijn grote motor aanzetten als het moet en zelfs de kleinste kans op winst maximaliseren, daarin is Van der Poel beter dan wie ook in het wielerpeloton.

Column 446 watt in De Morgen van zaterdag 4 april 2026

446 watt

Het rondreizende theatergezelschap Remco & Red Bull speelt zondag een extra voorstelling in de Vlaamse Ardennen. De verbazing over de late aankondiging is terecht, maar misschien geldt dat nog meer voor de reacties daarop. Die liepen uiteen van ‘hoera’ over ‘we zullen zien wat dat wordt’ tot en met ‘een schande, zo liegen’.

Die laatste oprisping kwam dan vooral vanuit de hoek van de media, die maar bleven signalen krijgen dat er echt wel iets te gebeuren stond. Om niemand op de lange tenen te trappen, werd het gerucht telkens netjes gecheckt, waarna evenveel keer een nul op het rekest volgde. Dat heeft Red Bull-Bora-Hansgrohe slecht ingeschat: wielrennen is hier een staatszaak en je liegt niet over staatszaken.

Wielrennen is in de eerste plaats een fysiologische afrekening, maar het psychologische aspect is even belangrijk. Evenepoel heeft het verrassingseffect aan zijn kant. Of hij op de Kwaremont alleen wegrijdt, dan wel hulpeloos wordt achtergelaten, dat zien we zondag.

Van psychologie gesproken. Mathieu van der Poel, die in de E3 Classic vorige week wegreed en werd ingehaald maar toch nog won, postte achteraf zijn geleverde vermogen gedurende het anderhalf uur dat hij alleen op pad was: 446 watt. Waarom, vroeg ik aan iemand in de ploeg, want Van der Poel en de ploeg staan erom bekend heel weinig tot geen prestatiegegevens te delen.

De reactie was: omdat hij er trots op is. Trots is menselijk, maar tegelijk een beetje naïef. Het doet denken aan Tim Wellens die vorig jaar tijdens de Tour in de korte rit (95 kilometer) naar La Plagne een hele tijd voor Tadej Pogacar op kop reed en de kopgroep decimeerde. Achteraf postte hij zijn geleverde vermogens: over 20 minuten 484 watt, over 60 minuten 444 watt en 90 minuten 402 watt. “Haters will say it’s fake”, gaf hij zelf mee als commentaar.

Je hoeft echt geen hater te zijn – niemand haat Wellens – om je vragen te stellen bij de juistheid. De kans dat het overschatte en dus ongeloofwaardige data zijn ligt meer voor de hand. Dat geldt ook voor wat de trotse Van der Poel postte.

446 watt gedurende 90 minuten is redelijk ongezien. Nogal wat lieden met kennis van trainingsleer in het wielrennen achten die waarde onwaarschijnlijk en dachten meteen aan een niet-gekalibreerde of manke vermogensmeter.

Rekent u even mee: 446 watt gedurende anderhalf uur, als je dat terugrekent naar de 60 minutenwaarde of wat dan in het jargon de functional treshold power (FTP) heet, kom je uit rond 500 watt.

Dat zou betekenen dat Van der Poel een uur lang 500 watt vermogen zou kunnen leveren. Met zijn gewicht (78 kilogram) komt hij dan uit bij 6,4 watt per kilogram lichaamsgewicht. Daarmee kan hij de Tour winnen, op voorwaarde dat hij dag na dag zou recupereren.

Vergelijken met Pogacar is lastig door het gebrek aan referentiedata. In 2024 zijn evenwel de instellingen van de Wahoo-fietscomputer van de Sloveen gelekt. Daaruit bleek dat zijn FTP-waarde op 415 was ingesteld. Drie mogelijkheden: het is de correcte waarde, of ze is opzettelijk onderschat, of ze is sinds 2024 verbeterd.

Delen we de 415 watt door het gewicht van Pogacar, dan komen we uit bij 6,3 watt per kilogram gedurende een uur. Dat ligt in lijn met wat wetenschapper Ole Kristian Berg in een artikel van november 2025 in het Journal of Science and Cycling publiceerde over zes beklimmingen in de voorbije twee Tours: Pogacar leverde toen gemiddeld 442 watt gedurende 40 minuten.

6,3 is buitenaards. En daar zou Van der Poel nog boven zitten? Een wereldcoureur, die Van der Poel, daar niet van, maar hij moest lossen op de Poggio terwijl Tom Pidcock eraan bleef hangen. Dat Van der Poel met zijn slechtere aerodynamica een hoger vermogen kan leveren dan Pogacar en zeker een hoger maximaal wattage haalt in de sprint is wel geloofwaardig. Maar een 85 watt hogere FTP dan de beste renner ter wereld, daar horen vraagtekens bij.

Gelukkig komt het in het wielrennen niet alleen aan op vermogens. De Ronde van Vlaanderen is geen tijdrit en ook geen Ardennen-klassieker, dat zal Evenepoel wel ondervinden. Vanaf kilometer 100 wordt het wegdek steeds slechter, worden de wegen steeds smaller en de vele collega’s rondom steeds nerveuzer.

Dat vreet energie en wie het best met die hectiek omgaat, de laatste 50 kilometer nog het meest in de tank heeft zitten en klaar kijkt, heeft een goeie kans op winst. In het zichzelf in een kansrijke positie manoeuvreren, zijn grote motor aanzetten als het moet en zelfs de kleinste kans op winst maximaliseren, daarin is Van der Poel beter dan wie ook in het wielerpeloton.

Column Dubbele nationaliteit in De Morgen van maandag 30 maart 2026

Dubbele nationaliteit

De Leeuwen van de Atlas hebben er sinds deze week een beloftevolle welp bij. Rayane Bounida is opgeroepen voor de Marokkaanse nationale voetbalploeg en heeft zich meteen gemeld. Dat is het laatste bedrijf in een toneeltje dat veel te lang heeft aangesleept en te veel mensen kopbrekens heeft bezorgd.

Bounida, geboren op 3 maart 2006, dus pas 20, begon met voetbal bij Vilvoorde en OH Leuven, vooraleer als 7-jarig talent (7!) te worden ingelijfd bij Anderlecht. Daar voetbalde hij van 2013 tot 2022. In dat jaar verhuisde hij gratis naar Ajax, waar hij een riant profcontract ondertekende waarmee hij zijn hele gezin kon onderhouden.

Vanaf 2021 speelde Bounida voor de Belgische nationale jeugdelftallen. Zestien keer voor de U16, zeven keer voor de U17, zes keer voor de U18, tien keer voor de U19 en vorig jaar als 19-jarige twee wedstrijden bij de U21. Samen 41 wedstrijden in de Belgische driekleur met vooraf de Brabançonne.

Bounida heeft deze maand gekozen voor de Marokkaanse nationale ploeg. De Rode Duivels hebben hun best gedaan om hem voor zijn geboorte- en opleidingsland te behouden, maar ‘hun best’ was niet genoeg. Hoe de Marokkanen het hebben aangepakt om Bounida voor hen te winnen, blijft het grootste geheim.

Tussenpersonen met kilometers in het voetbal wijzen erop dat Marokko sinds het aantreden van hun voorzitter Fouzi Lekjaa in 2014 alle registers (ook die met cash) heeft opengetrokken om talenten met Marokkaanse roots aan zich te binden. Lekjaa en zijn bond hebben de uitdrukkelijke steun van koning Mohammed VI, die via voetbal zijn land op de wereldkaart wil zetten. Te allen prijze.

In Nederland zullen ze niet schrikken van het dossier-Bounida. Dat deden ze wel tien jaar geleden toen Hakim Ziyech doorbrak bij Heerenveen, later Twente en vanaf 2016 bij Ajax. Een jaar eerder had die zich evenwel aan de Marokkaanse nationale ploeg gecommitteerd terwijl hij al eens was opgeroepen voor Oranje door Guus Hiddink, daar ook op inging, maar door een (echte) blessure verstek moest laten gaan.

In het geval van Mohamed Ihattaren — inmiddels van wereldtalent verworden tot meeloper bij Fortuna Sittard — gingen de geruchten dat de Marokkaanse voetbalbond FRMF ver wilde gaan om de toen nog Nederlandse jeugdinternational voor zich te laten kiezen. Er was sprake van een hotel met 150 kamers en niet minder dan 30 huizen waarvan de opbrengsten voor de familie Ihattaren zouden zijn. Tenminste, dat vertelde zijn broer ooit aan de Nederlandse krant AD.

Misschien moet het allemaal niet zo ver gezocht worden en is het gewoon een sportieve en culturele keuze van de Bounida’s en ook van de Talbi’s want ex-Club-voetballer Chems Talbi (20 interlands voor België) koos al eerder voor Marokko.

Marokko zat in Qatar in dezelfde groep als België en ging wel door, meer zelfs, ze speelden de halve finale. Nog maar recent haalden ze ook de finale van de Afrika Cup, die ze voorlopig hebben gewonnen voor de groene tafel.

Les Lions de l’Atlas zijn vandaag een betere ploeg met meer toekomstperspectief dan les Diables Rouges. Anderzijds was het op termijn misschien wel sportief verstandiger geweest om bij deze generatiewissel in te stappen bij België en juist niet te kiezen voor de van talent bulkende Marokkaanse selectie.

Of was het toch de cultuur, de familie en haar antecedenten, het hemd nader dan de rok? Dat was het argument van de Griekse Belg Kos Karetsas (18 jaar, 18 interlands voor Belgische U-selecties) om in 2025 voor Griekenland te kiezen, het land van zijn ouders en grootouders.

Tussenpersonen die bij gesprekken waren van de vertegenwoordigers van de Marokkaanse voetbalbond met spelers met de Marokkaans-Belgische nationaliteit spreken van een enorme overtuigingskracht. Grenzend aan morele en culturele chantage en inspelend op het al of niet subjectieve gevoel dat ze in een Belgische ploeg nooit echt thuis zullen komen.

Deze problematiek overstijgt het sportieve: in 2007 heeft België de dubbele nationaliteit in een wet gegoten. Zowel Bounida, Talbi als Karetsas maken nu gebruik van die wet om op latere leeftijd van nationale ploeg te switchen en zo van twee walletjes te eten.

Soms wordt geargumenteerd dat het opleidingsland het recht van eerste weigering zou moeten krijgen. Een selectie voor de U18 of U21 aanvaarden zou dan een definitieve keuze voor een sportieve nationaliteit betekenen. De kans dat de wereldvoetbalbond FIFA zich daaraan waagt is onbestaande. Dat zou ingaan tegen de belangen van de armere voetballanden. En juist daar zijn voor FIFA-voorzitter Gianni Infantino de meeste stemmen te rapen.

Column Binariteit in De Morgen van zaterdag 28 maart 2026

Binariteit

Een door de Russen opgepookte rel op de voorbije Olympische Spelen en een vrouw als sportpaus, dat was nodig om de vrouwencategorie in de topsport voor eens en voor altijd af te bakenen. Donderdag kwam een einde aan de regelkakofonie rond trans vrouwen en vrouwelijke atleten met verschillen in seksuele ontwikkeling (DSD in het jargon).

De topsport omarmt de biologische binariteit. Een SRY-gentest zal moeten bepalen of je genetisch bent geboren als man, dan wel als vrouw. Hoe je er uitziet, wat je daar achteraf chemisch, operatief of administratief mee doet, welk gender je aanneemt of welke voornaamwoorden je kiest, er zijn voortaan maar twee geslachten in de topsport – man of vrouw – en onderweg mag je niet meer wisselen.

Dit heeft het voordeel van de duidelijkheid. Geen enkele topsportster, behalve trans vrouwen en vrouwen met een SRY-gen, die dit niet toejuicht. Dat deze maatregel het Internationaal Olympisch Comité op één lijn zet met Donald Trump en zijn haatspraak jegens transgender personen, is een spijtige samenloop.

Er is geen oorzakelijk verband. In de zomer van 2024 met de olympische boksrelletjes rond onder meer de Algerijnse Imane Khelif was ook de IOC-top van oude witte mannen zich eindelijk van deze problematiek bewust. Door de nakende machtswissel begin 2025 kwam dat op het bordje van de volgende voorzitter. Het werd Kirsty Coventry, een vrouw, en die maakte er korte metten mee.

Het IOC heeft de juiste conclusies getrokken. Het sportief voordeel van mensen met al of niet onzichtbare mannelijke genen negeren, is het licht van de zon ontkennen. Was het een gebrek aan informatie of een probleem met begrijpend lezen, maar wat uroloog en pionier in de transgenderzorg Piet Hoebeke donderdag verklaarde bij Gert Geens in De wereld vandaag leek op desinformatie.

Hoebeke ergerde zich aan de verbanning van vrouwelijke atleten met een SRY-gen. Voor de topsport zijn dat voortaan genetische mannen maar ze worden níét gebannen van de Olympische Spelen. Ze kunnen nog altijd deelnemen, alleen niet bij de vrouwen.

Inzake trans vrouwen argumenteerde hij dat het niet duidelijk is vanaf wanneer een testosterononderdrukkende behandeling effectief is en de trans vrouw de aangeboren mannelijke voordelen verliest. Dat klopt en misschien sluit je hiermee enkele individuen uit, maar nergens staat dat topsport honderd procent inclusief moet zijn. Topsport is juist gebaat bij strikte categorieën en doorgedreven exclusiviteit.

Transitie vóór de puberteit wel nog aanvaarden vond de professor van de UGent beter dan de uitsluiting van alle trans vrouwen. Moeten we ons – maar dat is een andere kwestie – niet eerder buigen over de vraag of transitie vóór de puberteit wel wenselijk is?

Hoebeke sprak ook over een invasieve bloedafname om het SRY-gen te bepalen. World Athletics had de primeur afgelopen zomer en die hadden geen bloed nodig om te bepalen wie bij de vrouwen mocht deelnemen aan het wereldkampioenschap atletiek. Eenmalig een simpele speeksel- of wangslijmtest volstond, een schril contrast met de mensonterende testen die Caster Semenya heeft ondergaan.

Dat met deze test ook de androgeen-insensitieve atleten worden uitgesloten van de vrouwencategorie, is pas echt fake nieuws. Beetje context: het complete androgen insensitivity syndrome (CAIS) is een zeldzame aandoening waarbij een persoon met 46,XY-chromosomen volledig ongevoelig is voor testosteron. Deze genetische man ontwikkelt zich als vrouw, met vrouwelijke uitwendige geslachtskenmerken, maar zonder baarmoeder, mét inwendige teelballen maar zonder de voordelen van testosteron in die hoge mannelijke doses.

In het communiqué van het IOC staat duidelijk dat de CAIS-atleten en nog enkele andere DSD-atleten een uitzondering kunnen krijgen ondanks de aanwezigheid van een SRY-gen.

De eerste uitzondering treedt morgen aan in de Aziatische bokskampioenschappen in Mongolië. Olympisch kampioene in de -57 Lin Yu-ting uit Taiwan neemt daar deel aan de vrouwencompetitie. In Parijs werd ze nog als halve man geout en ontsnapte nauwelijks aan de brandstapel, omdat ze ooit eens door de oude opgeheven internationale boksbond zonder wetenschappelijke grond was uitgesloten. Na SRY-testing en verdere onderzoeken mag ze van de nieuwe internationale boksbond World Boxing deelnemen als vrouw.

Deze nieuwe maatregel is zorgvuldig met overweldigende steun van de wetenschap en het sportveld tot stand gekomen. Een wanguitstrijkje is geen ‘catastrofale erosie van vrouwenrechten’ zoals een aantal organisaties met banden in de trans lobby van de daken schreeuwen. De maatregel draagt bij tot een veilige en correct afgebakende topsportomgeving voor de vrouw.

Column Masterclass in De Morgen van maandag 23 maart 2026

Masterclass

Honderddrieëndertig kilometer, dat zijn er geen 156. Nokereberg, dat is niet de Cipressa of de Poggio. En Kool, Gillespie of Bossuyt, dat zijn niet Niewiadoma, Le Court, Balsamo, Gasparrini, Pieterse, Wiebes of wie nog allemaal in dat vrouwenpeloton die goed met de fiets kunnen rijden.

Was die overwinning van Lotte Kopecky afgelopen woensdag in Nokere Koerse een gunstig voorteken? Alvast geen ongunstig, winnen doet altijd deugd en verliezen was een domper geweest, maar ook weer geen garantie op verder succes. Tenslotte was ze anderhalve week eerder zoek gereden in de Strade Bianche. Fout gedacht, Nokere bleek zowaar de opsteker waar ze naar op zoek was.

Kopecky is weer helemaal de oude, zo werd zaterdag snel geconcludeerd. De oude worden, dat is zo’n klassieke foute aanname, waar Mark Uytterhoeven laatst nog heerlijk op wees toen hij in Wielerclub wattage deze vraag kreeg: “Wanneer wordt Wout weer de oude Van Aert?” Antwoord van Uytterhoeven: “De oude Van Aert, die rijdt nu rond, het is de jonge die we willen zien.” (Daar was gelukkig weer een glimp van te zien afgelopen zaterdag.)

Dat geldt helemaal voor Kopecky. Lotte, het jonge veulen, de spring-in-‘t-veld, die willen we terug vooraan zien. Gas geven als het moet, gas terugnemen als het kan, slim koersen en afmaken. De jonge Kopecky, of de vernieuwde Kopecky die zaterdag haar eerste Milaan-Sanremo won: op de Poggio en nadien tot en met de Via Roma deed ze alles perfect.

De oude Kopecky is die van vorig jaar, die er na winst in de Ronde van Vlaanderen niet veel meer van bakte en moest wachten tot de eerste rit in de Ronde van de Ardèche begin september om tegen Mieke en Mieke nog eens als eerste over de streep te komen. Toen in april in Oudenaarde had ze in de sprint nog de powerhouses Pauline Ferrand-Prévot, Liane Lippert en Kasia Niewiadoma ongenadig het nakijken gegeven.

Dat was net als zaterdag een masterclass ‘afmaken en winnen’, al is ook dat misschien een foute aanname. Het vrouwelijke van master is mistress, zegt AI, maar master is genderneutraal en kan dus ook voor een vrouw.

Bijkomende overweging: mistress kan minnares betekenen en die connotatie willen we niet. Sport moet om sport draaien. Er verschijnen al genoeg interviews met vrouwen van spelers/trainers/renners/sporters.

De tijdelijke declassering in 2025 van de wereldrenster Lotte Kopecky tot pelotonvulling heeft volgens de overlevering te maken met haar fixatie op het rondewerk dat haar slecht zou zijn bevallen. Ze kwam niet uit de verf in de Ronde van Burgos (elfde), ook niet in de Ronde van Italië (opgave in rit zes) en al helemaal niet in de Tour de France, die ze afsloot op de 45ste plek zonder ooit één rit top tien te hebben gereden.

De realiteit was wat complexer. Uiteraard heeft ze nu geleerd dat het groterondewerk, inclusief dat verplichte verlies van kilo’s, ten koste is gegaan van haar hormonenhuishouding, vervolgens haar fysiologie en uiteindelijk haar prestatieniveau. Daarbij kwam ook dat ze zoekende was, anderen spraken over de weg kwijt.

Kopecky moet het goed voor elkaar hebben, privé dan, en dat was een tijdlang haar grootste probleem. De media zijn daar erg verstandig mee omgegaan, hulde daarvoor. Haar relatie met Axel Merckx was al heel lang bekend en verscheen pas – zonder franjes – in de pers toen ze die zelf niet meer verborg.

Ze zei (deze quote is een vrije interpretatie, niet afkomstig van AI): “Ik kan goed alleen zijn, maar het is toch altijd fijner als er af en toe eens iemand thuis op jou zit te wachten.” Dat geluk is haar gegund. En nu heeft ze ook haar eerste Milaan-Sanremo gewonnen. Nog zes te gaan, als ze haar schoonfamilie eer wil aandoen (grapje).

Tot slot, even ernstig alsnog, over die vreselijke valpartij in de afdaling van de Cipressa. Op de sites verscheen: “Niewiadoma en Le Court liggen erbij en enkele rensters in de volgende groep kunnen het niet ontwijken en vliegen erover. Een vrouw van Laboral Kutxa-Fundación Euskadi is enkele meters naar beneden gevallen. Hopelijk valt de schade mee.”

Een vrouw van Laboral Kutxa-Fundación Euskadi… Anderhalf uur heeft het geduurd voor we haar naam kenden en voor we wisten of ze nog in leven was. Debora Silvestri heet ze. Het is een Italiaanse van 27, geboren in Isola della Scala. Het zal je dochter maar zijn die je op de televisie bij je koffie en cake uit een bocht ziet vliegen, van meters hoog over de vangrail tegen het asfalt kwakken, waarna ze roerloos blijft liggen. Je mag er toch niet aan denken dat je kinderen en kleinkinderen ooit willen wielrennen?

Column Afrika Klucht in De Morgen van zaterdag 21 maart 2026

Afrika Klucht

We citeren uit eigen werk van eind december 2025. “Het is weer de tijd van het jaar: de Afrika Cup. Altijd vreemd hoe belangrijk dat toernooi wordt gemaakt. Zowel sportief als economisch heeft het geen waarde.”

Daarop kwam reactie: een toernooi van een continent dat veel betekent voor het voetbal wegzetten als onzinnig en, nog erger, ermee lachen was een uiting van blank neokolonialisme.

Dan hadden we de serieuze argumenten nog niet benoemd: dat het toernooi als een tang op een varken staat in de internationale voetbalkalender; dat de wedstrijden vaak schoppartijen zijn; dat sommige uitgeweken Marokkaanse supporters matchen aanwenden om rel te schoppen; dat rond veel wedstrijden en scheidsrechters een geurtje van corruptie hangt; dat Afrika al lang niet meer de leverancier is van de grootste talenten.

Extra argument: de betere voetballers van Afrikaanse origine zijn gewoon in Europa geboren. Daarenboven zijn ze in Europa opgeleid, hebben daar niet zelden de nationale jeugdselecties meegemaakt, waarna ze eieren voor hun geld kiezen en plots voor het land van hun ouders/grootouders willen spelen in een opstoot van nationalisme. Of voor geld, dat kan ook.

De Afrika Cup was al een en al hypocrisie en hysterie, en daar is de voorbije week nog een dimensie aan toegevoegd. Even een korte samenvatting.

De Afrika Cup werd gespeeld in Marokko, dat zich blauw had betaald aan veel te grote stadions die vaak maar voor een derde bezet waren. Hoe ook, Marokko moest dat toernooi winnen, een andere uitkomst zou heel slecht op de maag vallen.

Dat hadden we kunnen weten, hadden we in 2024 goed opgelet toen de finale van de vrouwenversie werd gespeeld in Rabat. Die ging tussen thuisland Marokko en Nigeria. Marokko leidde met 2-0, maar ging alsnog de boot in met 2-3 in een onwaarschijnlijk vijandige sfeer.

Die uitslag kostte vorig jaar alsnog de kop van Noumandiez Désiré Doué. Het hoofd van het scheidsrechtersdepartment van de Afrikaanse voetbalconfederatie had de onvergeeflijke fout begaan om neutrale scheidsrechters aan te duiden. Het was een voorafname op het mannentoernooi, waar alles in het werk moest worden gesteld om de beker voor het eerst in veertig jaar terug naar Rabat te halen.

In die finale werd bij een gelijke stand een doelpunt van Senegal afgekeurd voor een voorafgaand licht contact, waarna Marokko voor een nog veel lichter contact wel een strafschop kreeg. De coach van Senegal vond het welletjes en riep zijn team naar de kleedkamer.

Lang verhaal kort: na een kwartier of zo kwam Senegal toch weer op het veld en werd de strafschop genomen. Brahim Díaz (geboren in Málaga, opgeleid bij Manchester City, Real Madrid, AC Milan en weer Real Madrid) miste zijn panenka, waarna in de verlengingen Senegal wel scoorde en alsnog zegevierde, twee heerlijke momenten van al of niet goddelijke gerechtigheid.

Ondertussen stelden de Marokkaanse ballenjongens alles in het werk om de Senegalese doelman van de wijs te brengen en na de wedstrijd gingen Marokkaanse journalisten op de vuist met eenieder die de overwinning van Senegal oké vond.

De Afrika Cup 2025 werd zo één grote klucht. Tot vandaag zitten nog Senegalese supporters vast in een Marokkaanse cel omdat ze de overwinning te uitbundig hadden gevierd. De enthousiaste Marokkanen, halvefinalisten op het WK in Qatar, werden ontmaskerd als slechte verliezers.

Een min of meer normale koepelbond zou Marokko hebben uitgesloten voor het volgende toernooi, maar de Afrikaanse CAF is geen normale bond. Zij besloten twee maanden na datum dat Senegal de cup moet teruggeven want zij hadden het veld verlaten en er is een regel waarbij de ref de wedstrijd dan mag affluiten. Alleen heeft de ref die wedstrijd níét afgefloten en is er ook een heilige regel die zegt dat de beslissing van de ref boven alles gaat.

Senegal trekt naar het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) in Lausanne voor wat normaal een binnenkoppertje moet worden. Geen jurist die dat niet terugdraait. Maar de CAF en de FIFA van Gianno Infantino zijn twee handen op één buik en in L’Équipe verscheen een artikel dat verwees naar de wel erg sterke banden tussen Infantino en de Marokkaanse voetbalbond, die nog altijd heimelijk hoopt op de finale van het WK 2030 in het nieuwe stadion in Casablanca en niet in Madrid.

Benieuwd welke trucs de maffiabaas van het wereldvoetbal nu uit zijn mouw schudt. De namen van de drie TAS-rechters die deze zaak zullen behandelen zou al een eerste aanwijzing kunnen zijn voor de lange arm van de connectie Infantino-Marokko.

Column De Messias in De Morgen van maandag 16 maart 2026

De messias

Op 28 februari van dit jaar overwon de Franse wielrenner Paul Seixas de Côte de Saint-Romain-de-Lerps (6,9 kilometer aan gemiddeld 7,2 procent) in 16 minuten en 28 seconden. Hij deed daarmee 35 seconden beter dan in oktober, toen ze die helling ook over moesten voor het Europese kampioenschap.

Dat werd gewonnen door Tadej Pogacar, die toen de helling 35 seconden sneller opreed dan de eerste achtervolger, Seixas. Als u goed hebt opgelet bij dit vraagstukje uit de lagere school, dan weet u wat er nu komt: Seixas reed op 28 februari even snel bergop in de Faun-Ardèche Classic als Pogacar een paar maanden eerder. Seixas werd daar overigens niet tweede maar derde. Ene Remco Evenepoel zat er nog tussen.

Volgens de grote Franse ziener en relict uit vervlogen tijden Marc Madiot was het duidelijk: “Ik denk dat Seixas de uitverkorene is. Hij is voor Frankrijk de langverwachte die de Tour kan winnen. Hij is in dit opzicht de messias; hij werd verwacht.”

Als Seixas effectief de (nieuwe) messias is, dan is zijn plaats ergens in het Midden-Oosten, maar misschien is dat geen zo goed idee. Net als de originele Messias zou deze messias op wielen goed mogelijk aan een kruis kunnen belanden, aan dat van de onvervulde potentie deze keer.

Volgens een aantal media zou Seixas op weg zijn naar het Midden-Oosten. Niet naar Galilea of Judea, maar naar Abu Dhabi; niet per ezel, maar in de businessclass van Emirates. Patrick Lefevere had dat ook gelezen en maakte zich daar in zijn wekelijkse column druk over. Hij sleepte er wel wat oud zeer bij om zijn punt te maken. De sportief manager van UAE vond hij een beetje geil aan het worden. Die was vergeten vanwaar hij kwam. Alsof dat in deze kwestie ertoe deed dat Lefevere hoogstpersoonlijk Joxean Fernández ‘Matxin’ weer boven water had gehaald. De man heeft de Arabieren naar de top van de wielervoedselketen gestuwd. Hallelujah of alhamdulillah, zo u wilt.

Lefevere had natuurlijk wel een punt als hij meent dat een verhuis van Seixas naar UAE Team Emirates-XRG zowat het slechtste is wat het wielrennen en Seixas zelf zou kunnen overkomen.

Seixas zou, zo wordt gezegd, met gemak burgerlijk ingenieur of arts kunnen worden. Die moet dus over een gezonde dosis analytisch vermogen beschikken. De enige plus voor Seixas zou zijn bankrekening kunnen zijn: 5 miljoen euro of meer per jaar is zakgeld voor die olie- en gassjeiks. Als het zijn bedoeling is om met één klapper binnen te zijn, allez-y.

Als het de bedoeling is om gestaag beter te worden en op termijn een gooi te doen naar die ene gele trui op de Champs-Élysées, waar Frankrijk al 41 jaar van droomt, dan is dat geen goed idee. Evenmin als het de bedoeling is om in eigen land de bijna-goddelijke status te bereiken.

Het boompje Seixas uit de Franse klei trekken en transplanteren naar de woestijn van UAE zal nefast zijn. Er is misschien meer licht, maar het boompje zal nooit kunnen wortelen zoals het hoort.

Het boompje moet ook nog bewijzen dat het een boom kan worden, want behalve die Faun-Ardèche Classic, ereplaatsen en mini-exploten zoals het proberen volgen van Pogacar in de Strade Bianche staat er nog niet te veel op zijn palmares. Zoals analist Jan Bakelants aanstipte: Evenpoel was 19 toen hij al de Clásica San Sebastián won.

De loononderhandelingen tussen de clan-Seixas en Decathlon-CMA CGM zouden voorlopig zijn opgeschort, maar dat betekent niks. Wat niet is of niet meer is, kan zo worden hervat. De zakken van Decathlon zijn misschien niet zo onmetelijk diep als die van de sjeiks, maar toch diep genoeg om de schaapjes van Seixas nu al op het droge te krijgen.

Waar het Seixas om te doen zal zijn, is een beetje het verhaal van Evenepoel de voorbije jaren bij Soudal-QuickStep. Krijg ik een een ploeg die mij kan bijstaan in de wedstrijden waarin ik hoop te winnen?

Waar het Seixas vooral zou moeten om te doen zijn, is zijn ontwikkelingstraject en wie hem daarin moet sturen. Met andere woorden: welke ondersteuning krijg ik en hoe gaan we dat verstandig aanpakken? Dat begint bij trainingswetenschap, dan voeding, over recuperatie, het programma tot en met de communicatie in het wielergekke Frankrijk.

Als Seixas zo slim is als men beweert, gaat hij niet weg bij Decathlon. Als ze bij UAE een hart hebben voor hun sport, laten ze Seixas voorlopig waar hij is. Het manneke is 19, heeft nog niks bewezen behalve dat hij veel talent heeft, en ze zitten daar al met een monster als Pogacar.

De Sloveen is 27, vertoont geen spoortje van sleet en is nog niet verzadigd. Laat het boompje Seixas voorlopig groeien in Lyon. Pas over een paar jaar weten we of het een boom wordt en als Pogacar er klaar mee is, pakweg op zijn 32ste, is Seixas nog maar 24.

Column Saltstraumen in De Morgen van zaterdag 14 maart 2026

Saltstraumen

Bodø was tot op heden vooral bekend van de ferry naar Moskenes, het haventje op de Lofoten, dé toeristische trekpleister van Noorwegen boven de poolcirkel. Ook heb je in de buurt van het stadje een uitzonderlijk natuurfenomeen dat je niet mag missen als je daar ooit passeert.

Drieëndertig kilometer onder Bodø, naar Noorse begrippen om de hoek, kun je elke zes uur ’s werelds sterkste getijdenstroom zien. Bij Saltstraumen stroomt 400 miljoen kubieke meter water door een smalle zeestraat naar de oceaan of naar het binnenland, afhankelijk van eb of vloed. Gevolg: spectaculaire draaikolken (maalstromen) tot 10 meter in diameter en 5 meter diep.

In Bodø zelf viel er tot voor kort verder niks te beleven, maar dit jaar heeft zich een derde attractie aangediend: FK Bodø/Glimt en zijn cultstadion Aspmyra, waar met een beetje wringen 8.500 mensen in kunnen. Pas volgend jaar nemen ze de hypermoderne Arctic Arena met 10.000 zitjes in gebruik, stadionhoppers moeten zich dus haasten om het origineel te zien.

Woensdag was er de keuze tussen PSG-Chelsea op Play met Filip Joos ter plekke of Real Madrid-Man City op VTM met Aster Nzeyimana ter plekke. Ik koos ergens op het zoveelste Play Sports-kanaal voor FK Bodø/Glimt tegen Sporting Lissabon met een commentator die ik niet kon thuisbrengen maar die gewoon thuis zat.

Ik wilde het weleens zien, dat Noorse fenomeen, tegen die uitgekookte Portugezen die Club Brugge thuis met 3-0 hadden afgedroogd, hoewel Club het betere van het spel had. Die zouden natuurlijk niet in de val lopen zoals Manchester City, Atlético Madrid en Inter Milaan. Boeiend was het niet, maar aan de rust wist je: Sporting is in de val gelopen. Het stond 2-0 en het werd nog 3-0.

De vreemde eend in de bijt is op weg naar de kwartfinales van de meest prestigieuze voetbalcompetitie van de wereld. Dat deden ze met vooral jongens van eigen bodem, uit eigen opleiding, niks fancy aankopen, en met een trainer die tien jaar in dienst zal zijn van de club als hij 2026 volmaakt.

Het kan dus toch nog op de wijze van weleer, op de manier waarvoor voetbal en andere sporten zijn uitgevonden, gewoon, als verzetje voor de lokale gemeenschap die zich geconnecteerd voelt met helden van thuis. Jawel, er lopen ook buitenlanders, onder wie een Nigeriaan die nooit speelt. Verder vier Denen en een curiosum: Nikita Haikin, de Engels-Russische doelman geboren in Israël.

Er zit ook een Gents luikje aan FK Bodø/Glimt en dan denkt iedereen natuurlijk aan Jens-Petter Hauge, die ooit werd gehuurd van Frankfurt maar werd verketterd door de Gentse tribunes omdat hij nauwelijks liep en weinig ballen raakte. Die Hauge dartelt nu over het kunstgras van Aspmyra dat het geen naam heeft. Doelpunten, assists, de man kan het toch.

Er is nog een ander onderbelicht gebleven Gents luikje. Dit jaar is het dertig jaar geleden dat het tussen Bodø en zijn toenmalige succestrainer tot een breuk kwam. Trond Sollied vertrok voor twee jaar naar Rosenborg BK, waarna hij een seizoen bij Gent werkte en vervolgens bij Club Brugge.

De totale waarde van de spelerskern van de Noren bedraagt volgens Transfermarkt 57,1 miljoen euro. Dat is wat hun vorige tegenstanders Inter Milaan, Atlético Madrid en Manchester City gemakkelijk spenderen aan één speler.

Nog het opvallendst is hun traject. Ze waren zo goed als kansloos zolang de eigen competitie interfereerde met de Champions League, maar niet meer te kloppen eens de zon niet meer opkwam daar in het Hoge Noorden en de Eliteserien in een winterslaap ging.

Je zou verwachten dat zo’n team na een drukke herfst met veel wedstrijden de wonden moet likken en aan rust toe is. Wel integendeel, het was het sein om de voetbalversie van de Saltstraumen op de Europese voetbaltop los te laten. Op en neer gaande golven, 100 minuten lang.

De meeste Noorse sport en vrijetijdsbesteding draait om uithouding, of het nu gewoon wandelen dan wel langlaufen is. Het Noorse volk is sterk en Noorse atleten zijn fysieke beesten. Woensdag liepen de spelers van FK Bodø/Glimt 10 kilometer meer dan de Portugezen: 129,5 kilometer per wedstrijd. Tegen Inter liepen ze thuis 131 kilometer, tegen Man City 129 kilometer en thuis tegen Juventus haalden ze 130 kilometer. Dat is 20 kilometer meer dan het gemiddelde in Europa.

Het geheim van Bodø is geen geheim, het is een reminder. We waren vergeten dat het ook zo kan: een stabiele club, een goeie trainer en een kern met veel lokale jongens die er hun hoofd voor leggen. Moge het de duiventillen van de Jupiler Pro League inspireren.