Column Bankzitter in De Morgen van woensdag 27 juni 2018

Bankzitter

Nooit in de nationale ploeg gespeeld, toch niet bij de grote jongens. En ook nooit gevoetbald. Maar wel op de bank gezeten, zij het zeer zelden. En ooit de vraag gekregen van de coach om te verliezen.

Wat die bank betreft, laat u vooral niks wijsmaken. Geloof die toneeltjes niet en luister niet naar de praatjes: niemand zit graag op de bank, iedereen haat die plek. Nergens in een sportstadion of -hal zit je slechter. Nog liever doodziek met diarree op het toilet of als journalist in de perstribune dan op de reservebank. Ik haatte het. Ik ben er zelfs ooit eens in slaap gevallen omdat de wedstrijd van mijn ploeg mij absoluut niet interesseerde als ik zelf niet meedeed. Het is maar één keer gebeurd en toen de coach dat doorhad – hij wilde dat ik mij ging opwarmen en ik antwoordde met een lichte ronk – kregen we ruzie.

Arme man, ik heb nog met hem te doen, maar ook arme ik. Elke dag dat de coach je meldt dat je niet speelt, is een aanslag op je zelfbewustzijn, een diskwalificatie van je capaciteiten. Of die al of niet vermeend zijn, maakt niks uit, het is een kras op je ziel, een regelrechte vernedering. Op de training niet bij de eerste ploeg ingedeeld worden, niet met de beste ploegmaats maar met de andere kneusjes moeten oefenen. Moeten wachten tot de eerste ploeg het tactisch helemaal voor mekaar heeft om dan vast te stellen dat de tijd om is. De aandacht niet kunnen trekken van de coach omdat hij geen oog heeft voor jou. Het is sportief doodgaan.

Op de bank ben je nooit vrolijk. Dus: als je bij doelpunten van de eerste elf de hele bank ziet opspringen, weet dan dat ze geconditioneerd zijn om dat te doen. Alleen de kneusjes, blij om erbij te zijn, of de geblesseerden of de zopas vervangen spelers, springen met hun volle goesting recht. De rest zegt “fuck, tisniewaar” en springt ook recht omdat het moet. Anders krijgt de coach van een of andere overijverige gatlikker te horen wie niet spontaan het veld is opgelopen en niet heeft meegedaan met het indianendansje.

Dansen als een ander scoort, iemand die nota bene op jouw plek speelt, is het toppunt van hypocrisie. Niet dansen zal door coaches en teambuilders dan weer worden uitgelegd als het toppunt van egoïsme, maar die weten niet wat het is om daar te zitten. De beste coaches geven je het gevoel dat je erbij hoort, hoewel je steeds minder minuten krijgt. Als ze je toch een keertje opstellen, wil je voor hen door het vuur. Die coaches moeten nog worden geboren.

Hoe zit dat nu met de Belgen? De situatie is dermate eenvoudig en tegelijk gecompliceerd dat je als bankzitter die ineens wordt opgesteld onmogelijk een goed gevoel zal overhouden aan die wedstrijd tegen de Engelsen van morgenavond.

Voetbalspelers mogen dan in hun virtuele PlayStation-wereld leven, misschien is het ook bij hen al doorgedrongen dat ze in een positie zitten waarin kan worden gerekend en gespeculeerd. Dan krijg je een keer een kans om te tonen wat je waard bent, weliswaar met een B-ploeg met de andere bankzitters, en dan hebben de media het over niks anders dan eervol tweede worden om vooral Brazilië niet te treffen. Eén onnozele wedstrijd krijg je om je te bewijzen en uitgerekend dan is het beter om niet te winnen, het noodlot kan onmogelijk wreder.

Zoals geen enkele bankzitter graag op de bank zit, is geen enkele bankzitter zo gek om opzettelijk minder zijn best te doen. Dat werkt zo niet. Of je gaat er helemaal voor, of je laat het hangen. Dat laatste is snel genoeg te merken.

Een bankzitter die het morgen laat hangen, tekent zijn sportief doodvonnis. Daarom zullen de elf van Rode Duivels B er morgenavond vol voor gaan. Roberto Martínez kennende en zijn bezorgdheid om zijn imago, zal hij nooit een speler vragen om het voetje terug te trekken met de achterliggende gedachte om toch maar niet eerste van de groep te worden.

Wat Martínez natuurlijk wel kan, is de ploeg zo in de wei sturen dat ze een vogel voor de kat zijn voor de Engelsen, die zichzelf zo goed vinden dat ze hun voet het hele toernooi niet meer van het gaspedaal willen halen.

Dat heeft hij niet helemaal in de hand. Er zijn teams waarbij de tweede garnituur het ineens veel beter deed dan de eerste, die in elkaar klikten als nooit tevoren en die zich van de tactiek van de coach, die hen al die wedstrijden daarvoor niet nodig had, geen bal aantrokken. Dat heeft ook iets: rebellie in het positieve. Het is dan aan de coach om van de bank op te springen, terwijl hij denkt “fuck, het is niet waar” en dan hypocriet te juichen.

20180627_De-Morgen_Bankzitter-mail

Column De Leeuwen van Teranga in De Morgen van dinsdag 26 juni 2018

De leeuwen van Teranga

Laten we onze nek nog eens uitsteken en zondigen tegen hét adagium van de sportjournalist. Dat luidt: voorspel geen uitslagen of je gaat gegarandeerd op je bek. Welaan, voetbal is een spel met elf tegen elf en al hebben de spelers soms een andere huidskleur, op het einde winnen toch de teams met de meeste blanken/witten, de Europeanen dus.

Nadat Duitsland op het vorige WK al de traditie doorbrak door als Europees land te gaan winnen in Zuid-Amerika en in de finale een Zuid-Amerikaans land te kloppen, is de kans reëel dat Brazilië het kunstje van 1958 nog eens overdoet en als Zuid-Amerikaans land komt winnen op Europees grondgebied.

Staat dat dan niet haaks op de voorspelling hierboven? Neen, Brazilië is een uitzondering op de verpletterende vaststelling dat de andere continenten er eigenlijk nauwelijks nog aan te pas komen. Europa heeft zeventien wedstrijden gewonnen, acht gelijkgespeeld en zes verloren. Vier van die zes verlieswedstrijden waren tegen ploegen van andere continenten: tegen Nigeria (IJsland), Senegal (Polen), Mexico (Duitsland) en Uruguay (Rusland). Europa heeft met ongeveer 60 procent gewonnen wedstrijden nooit beter gepresteerd dan op dit WK, uitgezonderd dan in Italië in 1934.

Nog maar eens een bewijs dat het complete nonsens is om vanaf 2026 een worldcup met 48 in te richten, waarvan 9 Afrikaanse, 8 Aziatische, 6 Zuid-Amerikaanse en 6 Midden-Amerikaanse landen. Neem nu de continentale Zuid-Amerikaanse bond, de Conmebol. Eerst laten ze zich allemaal omkopen en vervolgens krijgen ze een geschenk van de nieuwe bazen van de FIFA: ze hebben maar tien leden in hun bond en daarvan mag straks 60 procent naar het WK. In Europa zal dat net geen 30 procent zijn.

Bijna alle continenten verdubbelen hun aantal deelnemers; in Europa stijgt het van 13 in de formule met 32 landen tot 16 in die met 48. Je kan dat fantastisch vinden als je voorstander bent van positieve discriminatie voor de derde wereld, maar we hebben het over topsport en dat is de ultieme meritocratie, die tot in het extreme kwaliteit bevoordeelt en waardeert. Een worldcup is geen OCMW voor arme voetballanden.

Anderzijds is het de verdomde plicht van de FIFA met al haar miljarden om in achtergestelde regio’s met gerichte investeringen de sport naar een hoger niveau te tillen. De FIFA deelt nu al geld uit, maar dat dient vooral om de lokale potentaten tevreden te stellen en te overhalen op de zittende macht in Zürich te stemmen. Vooral Afrikaanse landen slagen er WK na WK maar niet in om hun voetballend potentieel te benutten.

Ten eerste zijn alle moslimlanden die de ramadan streng volgden ongenadig naar huis gespeeld. Wie daar een verband in ziet: Noord- Afrikanen worden altijd snel naar huis gespeeld, ook als er geen ramadan is. Ze kunnen het niet, punt uit.

Wat sub-Sahara Afrika betreft, als Senegal en Nigeria niet minimaal gelijkspelen donderdag tegen Colombia en Argentinië – absoluut geen makkelijke wedstrijden – overleeft geen enkel Afrikaans land de eerste ronde. Dat ligt níét aan het beschikbare talent, noch fysiek, noch voetballistiek, zelfs niet tactisch. Dat is vaak de dooddoener: een ploeg met allemaal Afrikanen zou tactisch tekortschieten.

Als dat laatste klopt, heeft dat minder te maken met de intellectuele voetbalcapaciteiten van de spelers dan met de organisatorische en technologische capaciteiten van de omkadering. Afrikaanse teams apen de Europese na, maar die komen steeds weer met iets nieuws. Elke ploeg heeft tegenwoordig wel live videoanalyse en krijgt onderweg suggesties over waar welke ruimte hoe en door wie het beste wordt bespeeld. Drones bij de training zijn een gadget, maar bij Afrikaanse teams wordt nog met de natte vinger gewerkt. Europa wordt te snel te slim voor de rest van de voetbalwereld.

Daarom is het te hopen dat Senegal wel doorgaat. Die hebben een zwarte bondscoach en dat is pas een rariteit op een WK. Aliou Cissé maakt indruk met zijn dreadlocks, maar ook hoe hij Senegal laat voetballen. Zestien jaar geleden was hij de aanvoerder van het team dat op de worldcup in Japen en Zuid-Korea de Fransen in hun openingswedstrijd klopte en later op strafschoppen de kwartfinale verloor van Turkije.

Moedig van zo’n man hoe hij zijn status van volksheld op het spel zet om de Leeuwen van Teranga te coachen. Dat ze af en toe in het nieuws komen met godbetert een opwarmingsdansje is voor de puristen van de sport vloeken in de kerk. Vergeef het hen, het toont dat ze lak hebben aan alles en dat is een instelling die te prijzen valt.

Senegal zou overigens de beste tegenstander zijn die de Belgen kunnen treffen. Stevige bonken achterin, af en toe een flinke hijs uitdelend over heel het veld, maar wel willen voetballen.

20180626_De-Morgen_Leeuwen van Terangal

Dromen? Nog niet… in De Morgen van maandag 25 juni 2018

Mogen we dan nú dromen van goud? Nee, nog niet

Was er een WK voor aanvallen, dan haalden de Rode Duivels de laatste vier. Over een week begint ook het WK verdedigen. Als België nog stappen zet in de defensie, is alles mogelijk.

Naam: Rode Duivels.
Adres: Le Méridien Moscow Country Club.

Functie: kandidaat voor de wereldtitel (zegt men).

Na de doodnormale 3-0 tegen Panama hebben de Belgen zaterdag in het Spartak-stadion met een wervelende 5-2 hun visitekaartje afgegeven voor de verdere worldcup. Of ze daarmee een van de kandidaten op de wereldtitel zijn, willen noch bondscoach, noch spelers gezegd hebben. Binnen- en buitenland zijn alvast verguld met hoe dat landje van honderd jaar saai voetbal ineens maximaal bijdraagt tot de spektakelwaarde van the beautiful game.

In Romelu Lukaku heeft België zelfs een kandidaat-topscorer. België en topscorer, tot voor een paar jaar kwamen die twee begrippen in geen kilometer bij elkaar in de buurt. In een tot nog toe doelpuntenarm toernooi, gekenmerkt door strafschoppen en standaardsituaties, scoorde België als enige land zeven doelpunten uit veldspel. Tegen kneuzen misschien, maar je moet ze er altijd nog instampen.

België is Nederland en de Rode Duivels zijn Oranje geworden. Niet de counterversie met vijf achterin van 2014 of de schoppers van 2010, maar het Nederland dat in het laatste kwart van de vorige eeuw als geen ander land het internationale voetbal beroerde en beïnvloedde met gedurfd spel.

De 3-4-3 van Martínez is niet zo vernieuwend als de 4-3-3 zonder libero van Michels en Cruijff, maar de insteek blijft dezelfde:
wij willen de bal, wij willen aanvallen, wij willen een doelpunt meer maken dan de andere ploeg en dan winnen wij. De neutrale toeschouwers zaterdag in de Otkrytie Arena konden hun pret niet op. Af en toe zetten ze “Rossiya, Rossiya” in, maar dat leek verdacht veel op “Belgiye, Belgiye”.

Geen blinde euforie

Moeten de Rode Duivels en bij uitbreiding alle Belgen hun bescheidenheid afleggen? Wie Tunesië, dat bijna gelijk speelde tegen Engeland, een pak rammel verkoopt, bovendien met van het beste voetbal dat op dit WK al te zien was, kan zich niet langer verbergen. Kunnen we dan nu enthousiast worden over de kansen van een nationaal team op een mooie prijs?

Nog niet, vindt Kevin De Bruyne, die meteen waarschuwde voor euforie. “Tunesië probeerde zelf aan te vallen en daardoor konden wij makkelijker druk zetten. Als we er dan drie tegen drie kunnen uitkomen, zijn wij heel gevaarlijk.” Het pleit voor die spelers dat ze zich niet gek laten maken. Thibaut Courtois vergeleek met Hongarije op het EK, twee jaar geleden: “Die wilden ook voetballen, terwijl iedereen weet dat je tegen ons laag moet spelen.”

De Tunesisch bondscoach Nabil Maâloul was hard voor zichzelf en zijn team: “We zijn belachelijk gemaakt. We stonden wel goed en we kunnen ook voetballen, maar fysiek waren de Belgen superieur.”

Misschien was Tunesië wat naïef. Het speelde zoals de Amerikanen op het WK 2014 en – Courtois heeft gelijk – de Hongaren op het EK 2016: vrank en vrij. Ze werden allemaal opgegeten. Tunesië was verplicht met open vizier te spelen wilde het nog een kans maken om door te stoten. Dat kwam door een gunstige uitgangspositie, die België in de groep over zich had afgeroepen door ruim te winnen van een superverdedigend Panama.

De kans is onbestaande dat toekomstige tegenstanders vanaf de achtste finales, die met knock-out worden gespeeld, nog van die opendeurdagen zullen organiseren. De volgende groepswedstrijd tegen Engeland moet even niet worden meegerekend. Dat wordt een hele rare met veel vervangingen, want beide ploegen zijn al geplaatst en hebben er alle belang bij om geen eerste te worden in de groep (zie ‘Het dilema van Kaliningrad hiernaast). De volgende wedstrijd van belang is op 2 of 3 juli in Rostov of Moskou tegen een ploeg uit groep H. Dan begint de worldcup pas echt voor Belgium en zijn Red Devils.

Martínez op missie

Bondscoach Roberto Martínez glom van trots en wil dat het nog beter gaat in de toekomst. Tot het einde van de wedstrijd bleef hij fanatiek coachen en zich boos maken als iets hem niet zinde. De man is op een missie: bewijzen aan de wereld dat hij de topcoach is van een topland, dat kans maakt om heel ver te geraken in deze worldcup.

“Ik ben vooral tevreden met het spelplezier dat ik bij mijn team zag. Uiteraard hebben we dat te danken aan de Tunesiërs, die investeerden in deze wedstrijd, maar dat is juist het toernooi. Wij stonden op voorsprong en nu staan we nog meer op voorsprong.”

Het blijft voor een Belgische journalist een verrassende vaststelling dat de nationale voetbalelf al na drie speelhelften zeker is van de tweede ronde op de worldcup. Vorig WK bleef het bikkelen tot aan het eind van elke wedstrijd. Mertens scoorde in de tachtigste minuut tegen Algerije voor een 2-1 en Origi net voor affluiten tegen Rusland (1-0). In groep G, de zwakste op papier, is een snelle kwalificatie dan ook geen wereldwonder, maar het geeft wel aan dat deze ploeg wellicht sterker en zelfbewuster is dan de versie van Brazilië.

En dan nu de minpunten. De efficiëntie aan beide zijden van het veld ontbrak in het pretpark Spartak. Er werden onnodig kansen gemist, wat zuur kan opbreken, en te veel kansen weggeven, wat dramatisch kan zijn. Die snelle 2-1 op een vrije trap via de later zo ongelukkige AA Gent-speler Dylan Bronn (ligamentair letsel of knie verdraaid moet verder onderzoek uitwijzen) kon gelden als een wake-upcall. De kansen die de Tunesiërs nog bij elkaar voetbalden na de 2-1 waren niet min.

Dedryck Boyata bleek verdedigend uitstekend, maar laat hem aan de bal tegen een sterkere tegenstander en het wordt sidderen en beven. Straks tegen echte voetballanden móét Kompany, Vermaelen of allebei in de ploeg, al was het maar voor de gemoedsrust van doelman Courtois, die niet verdient dat twee ballen achter hem belanden.

Een sterke tegenstander die goed heeft gekeken, zal nu echt wel weten waar België te pakken is. Wat die goeie tegenstander dan misschien niet weet, is dat België straks kan omschakelen. De dominante ploeg van de groepsfase kan probleemloos een reactieploeg worden. Dát is tactische flexibiliteit en die heb je nodig om prijzen te winnen.

20180625_De-Morgen_Nog niet dromen

Column Het dilemma van Kaliningrad in De Morgen van maandag 25 juni 2018

Het dilemma van Kaliningrad20180625_De-Morgen- Dilemma van K

Ik zal het héél simpel proberen te houden met de verschillende scenario’s voor het verdere verloop van het WK voetballen. Dat wordt zoals inmiddels bekend nog tot 15 juli in Rusland gehouden en zal door België worden gewonnen. We vlooien hier even uit hoe dat het best wordt geregeld.

België zit in groep G en daarvan gaan de eerste twee door. Groep G is gekoppeld aan groep H en ook daarvan gaan de eerste twee door. De eerste van G speelt in de achtste finale tegen de tweede van H en omgekeerd. In groep H zitten Polen, Senegal, Colombia en Japan. Normaal zou Colombia die groep moeten winnen, maar na speeldag twee gaat Japan aan de leiding.

België heeft dus de luxe te kunnen kiezen tegen wie het in de achtste finales wil. Dat is nieuw en we hebben even in de eigen arm moeten knijpen om te checken of het geen droom was. België mag rekenen, maar nog een ander land rekent ook mee en dat is Engeland. Eerste of tweede worden in de groep is niet alleen van belang voor de tegenstander, maar ook voor de speelplaats en voor de speeldatum.

Eerste worden, betekent een dagje eerder aan de bak en nog wel in Rostov aan de Don. Een grauwe industriestad naar het schijnt. Als de Belgen Moskou verkiezen, worden ze beter tweede in hun groep. Die tweede speelt op 3 juli zijn achtste finale tegen de eerste van H in het Spartak-stadion, op 15 kilometer van het basiskamp. Dat stadion is België zaterdag heel erg goed bevallen.

Dat is niet het enige. Met een toernooi moet je altijd verder kijken dan je neus lang is, maar ook weer niet te ver. Dat is een beetje het dilemma van België. Tweede worden in de groep is niet alleen voor de achtste finale te verkiezen, het geeft je de bijna-garantie dat je niet in de helft van Brazilië zit (dat normaal E zal winnen) en dat je die ten vroegste in de finale tegenkomt.

Meer zelfs, aangezien Duitsland in F wellicht niet op één zal eindigen maar op twee, gaan die óók naar de tabelhelft van Brazilië voor een onderling duel in de achtste finale. Met de huidige stand van zaken kom je in de kwartfinale tegen een ander land uit de groepen E en F en dan lijkt Mexico de meeste kans te maken om in de kwartfinale de Rode Duivels te treffen. Ook geen sukkels, maar op de een of andere manier altijd te pakken naarmate een toernooi vordert, toch meer dan Brazilië en Duitsland.

Met andere woorden, als er niks spectaculairs verandert, is de tweede plaats in groep G een cadeau zo groot als een huis. Je speelt tot en met de finale nog drie keer in Moskou en één keer in Samara en je vermijdt ook nog eens het redelijk ongenaakbare Brazilië en toernooiploeg Duitsland.

Probleempje: ook Engeland weet dat en zij hebben met hun uitvalsbasis in Sint-Petersburg nog minder goesting om eerst naar Rostov (achtste finale) en dan naar Kazan (kwartfinale) te reizen. Voor de halve finale mag je aan die kant van het speelschema wel nog eens terug naar het mooie Sint-Petersburg.

België-Engeland in Kaliningrad, aanstaande donderdag, zou weleens de grootste schande – de shame game in het jargon – in de geschiedenis van het WK kunnen worden sinds Oostenrijk en West-Duitsland het in 1982 op een akkoordje gooiden om allebei te kunnen doorgaan. Met dit verschil dat hier geen akkoord mogelijk is omdat je te maken hebt met tegengestelde belangen, met twee ploegen die vooral niet willen winnen of als het kan eervol willen verliezen.

Als ik bondscoach ben van België, dan zou ik die wedstrijd willen verliezen. Nog beter, gelijkspelen: gezicht gered en eerste plaats net gemist op basis van het doelsaldo, what a pity. Als ik bondscoach ben van Engeland, móét ik die wedstrijd verliezen om toch maar niet eerste te eindigen.

Als het de bedoeling is tweede te eindigen, staat België op voordeel en dat komt hierdoor. Tot de 6-1 van Engeland tegen Panama leek het alsof België aan de leiding zou staan van de groep, maar dat is niet langer het geval. België en Engeland staan nu helemaal gelijk (zelfde punten, zelfde aantal doelpunten, zelfde saldo) en als het donderdag ook een gelijkspel wordt, blijft Engeland bovenaan staan zolang België meer gele kaarten heeft gepakt dan Engeland (die stand is 3-2, zeg maar in ons voordeel).

De conclusie van speeldag twee in groep G zou weleens kunnen zijn dat het dom was van de Engelsen om te allen prijze zes keer te willen scoren tegen Panama. Als het 0-0 staat donderdag en de Engelsen beginnen te schoppen om geel te krijgen, dan weten we hoe laat het is.

Column Goed voetbal… in De Morgen van zaterdag 23 juni 2018

Voor goed voetbal moet je niet bij de worldcup zijn

België-Tunesië is de 29ste wedstrijd op het WK. We zijn bijna halfweg, maar het is al een tijdje officieel: voor goed voetbal moet je niet bij de worldcup zijn. Die conclusie werd al snel getrokken door de Nederlanders en dat werd uitgelegd als de druiven die te groen zijn. Niks van. De voetbalspelers zijn te goed geworden voor het spel, of misschien zijn de bondscoaches niet slim genoeg, of allebei. Deze stellingen behoeven een beetje uitleg.

Niet dat alle wedstrijden saai zijn. Duitsland-Mexico, Portugal-Spanje en Argentinië-Kroatië waren even genietbaar als een Champions League-match. Het ging snel en het ging op en neer omdat beide teams uitgingen van balbezit en kansen creëren. Gaandeweg kreeg één team de bovenhand, op zoek naar de gelijkmaker, en zo ontstond er een onevenwicht. Ook niet erg. Eén team in de verdrukking dat moet dweilen met de kraan open en het andere team dat kans op kans de nek omwringt, dat heeft ook iets.

En toch, om de meeste wedstrijden uit te zitten, moet je al een voetbalfreak zijn of fan van een team. De neutrale toeschouwer wordt niet wild van deze worldcup, ook al omdat heel wat wedstrijden beginnen in een patstelling, gespeeld worden in die patstelling en eindigen in een variant op de patstelling.

Ooit waren alle underdogs zoals Panama: moedig in het verzet, maar uiteindelijk fysiek tekortschietend en ten onder gaand. Gerechtigheid geschiedde, want in tegenstelling tot in het gewone leven is het niet meer dan normaal dat de beste wordt beloond en de slechtste wordt bestraft. Op dit WK is alleen Panama Panama. Met uitzondering van de eerste wedstrijd van de Saudi’s, maar die hebben zich na hun desastreuze begin op de allerlaatste dag van de ramadan inmiddels herpakt.

Nog niet zo heel lang geleden had elk team wel een paar zwakke plekken, jongens van wie iedereen wist dat ze erbij zaten omdat je met elf moet zijn, of omdat de trainer hen daar zette omdat ze goed waren voor de ploeggeest. Vandaag zijn alle voetballers ofwel fysiek top geschoold, ofwel technisch top geschoold, ofwel allebei en dat zijn dan de toppers.

De meeste voetballers en voetbalploegen op deze worldcup hebben het ook tactisch goed voor elkaar, althans wat de verdediging betreft, en daar knijpt het schoentje. Het verdedigend potentieel haalt het op deze worldcup moeiteloos van het aanvallend potentieel en dat houdt direct verband met de fysieke en tactische paraatheid van haast alle spelers. Alle info over alle teams ligt tegenwoordig voor het rapen.

Gestructureerd verdedigen is oneindig veel makkelijker dan geïnspireerd en doordacht aanvallen. Het is een misverstand dat de verdedigende ploeg zich kapot loopt achter de bal. Wie slim verdedigt, maakt weinig kilometers. Aanvallen, dat kost pas energie. U wilt niet weten hoeveel trainers de aanval overlaten aan de intuïtie van hun voorspelers. U wilt ook niet weten hoeveel bondscoaches op dit WK alle tijd spenderen aan het dichttimmeren van hun defensie en voor al het andere hopen op bevliegingen voorin.

De gesloten wedstrijden van deze worldcup, vaak beslist op standaardsituaties, staan in schril contrast met de wedstrijden in de Champions League. Dat hoeft elkaar niet tegen te spreken. In een clubteam heeft een beetje coach de spelers dag na dag ter beschikking en is het ploegspel oneindig veel beter dan in de nationale ploeg.

Dat is duidelijk te merken aan het niveau dat Messi haalt met Argentinië, of niet haalt zo u wilt, vergeleken met FC Barcelona. Al is het naïef om te denken dat je in een niet-gesmeerd geheel kunt volstaan met 7,6 kilometer te lopen in een wedstrijd en dan nog 84 procent van de tijd te wandelen.

En Portugal en Ronaldo dan? Welja, sommige bondscoaches beseffen dat ze het spel niet nodeloos ingewikkeld moeten maken en Portugal speelt bovendien puur op reactie. Op een worldcup ben je beter negatief of afwachtend als Portugal, Iran of IJsland, dan positief of aanvallend als Marokko, Peru of zelfs België.

In andere sporten had men allang aan de alarmbel getrokken en de reglementen gewijzigd. Voetbal gaat er prat op dat het al meer dan een eeuw of zo met dezelfde buitenspelregel speelt, enkele cosmetische ingrepen niet te na gesproken. Misschien moet aan dat buitenspel niet eens veel veranderen. Men zou kunnen beginnen met een verplicht aantal spelers – twee of drie – die zich in het aanvalsvak moeten ophouden. De allergrootste vooruitgang zou erin bestaan dat men eindelijk de reglementen toepast en alle overtredingen bestraft.

 

20180623_De-Morgen_Goed voetbal

BEL-TUN Voor elkaar door het vuur in De Morgen van zaterdag 23 juni 2018

‘We gaan voor elkaar door het vuur’

De wereld vond de start tegen Panama veelbelovend en kijkt nu toe of de gouden Belgische generatie vandaag tegen Tunesië kan upgraden van schaduwfavoriet tot favoriet. Het vertrouwen is alvast groot bij Roberto Martínez en zijn spelers.

In de westelijke voorstad van Moskou ligt de Otkrytieje Arena. Het stadion van Spartak Moskou, met de 25 meter hoge stalen Spartacus aan de voordeur, is een bijzonder inspirerende plek van een club met een opmerkelijke geschiedenis. In deze voetbaltempel staan de Rode Duivels vanmiddag voor hun zwaarste mondiaal examen sinds de uitschakeling tegen Argentinië in de kwartfinale van de vorige worldcup.

Die sisser (0-1-verlies) is vergeten en de misser op het EK twee jaar later tegen Wales (1-3-verlies) ook. Beide afknappers werden gemakshalve, maar ook niet geheel onterecht in de schoenen van een zwakke bondscoach geschoven. Deze internationaal gelouterde en gelauwerde Rode Duivels beseffen echter dat deze excuses niet meer tellen. Vluchten kan niet meer en vanaf vanmiddag Tunesië, donderdag Engeland en alles wat daarna komt, zijn alle wedstrijden cruciaal.

De worldcup kan echt beginnen want de Nederlander Bert Maalderink van de NOS, op het vorige EK nog af en toe de kwelduivel van Marc Wilmots, heeft zich tijdelijk in het spoor van de Belgen genesteld. Hij begon met een vraag over Radja Nainggolan, waar Axel Witsel niet wilde op antwoorden en volgde later met een vraag aan Roberto Martínez. “Hoe heeft u het in godsnaam klaargespeeld om de rust in dat onder Wilmots zo getormenteerde team te krijgen?”

Goeie vraag, zei Martínez en Maalderink verguld. Hij zou eens wat meer moeten komen. Elke persconferentie krijgt wel een of andere journalist een goedkeurend knikje van onze bondscoach. Jawel, het gaat goed bij de Belgen en Martínez is een hele aardige man. Bert kon daar na afloop niks tegen inbrengen.

Veel talent, goede sfeer

Er is geen reden om te twijfelen aan de charme van de Rode Duivels, het meest beschikbare team na Panama op deze worldcup. Ook niet aan het talent of aan de goeie sfeer, zo was al te zien op de heenvlucht. Er is ook geen reden om te twijfelen aan hun wil om ver te geraken. Dat alles geldt ook voor de staf. Iedereen is doordrongen van de gedachte dat dit toernooi het beste ooit moet worden voor deze unieke verzameling voetballers.

“De meesten kennen elkaar al meer dan tien jaar”, zei Witsel. “We willen voor een ander door het vuur gaan. Dat hebben we bewezen in de wedstrijd tegen Panama. We werden niet zenuwachtig en we zijn blijven wachten op dat doelpunt. Finalement hebben we er drie ingejast.”

Ere wie ere toekomt, van alle favorieten en schaduwfavorieten hebben de Belgen in de eerste wedstrijd de beste beurt gemaakt. Toch weerklonk er een beetje kritiek: tegen het onooglijke Panama sloop oud zeer in het team. Kort samengevat: zwakke opbouw van de achterste drie, waardoor Kevin De Bruyne inzakte en de druk naar voren er niet echt consistent uitkwam. Voorts een Axel Witsel die weinig diepgang vertoonde – ook een oud zeer – en voorin wat al te veel afwachten, weinig beweging en te trage passing.

Martínez wil zijn ploeg zien groeien in het toernooi en slaagt daar tot nog toe in, al krijgt hij vandaag een andere tegenstander dan hij in de kwalificaties heeft ontmoet. Tunesië moet winnen, dat gaf de ervaren Tunesische bondscoach Nabil Maâloul grif toe. Eerder al had hij zich laten ontglippen dat de verdediging van België te pakken is. Dat nam hij terug. “Ook de verdediging van Barcelona is te pakken, dat is met alle ploegen die graag aanvallen.”

Tunesiërs motiveer je niet, die motiveren zichzelf al meer dan genoeg. Moeten winnen en ook nog eens als enige team uit de al zo geplaagde Arabische wereld nog geen twee keer verloren, hoofdzakelijk omdat ze nog maar één keer hebben gespeeld, Maâloul voelt de druk.

“Wij zijn het laatste Arabische team en de druk om de Arabische wereld eervol te vertegenwoordigen is heel groot.” Zijn spits, de Franssprekende Wahbi Khazri van Stade Rennais, bleef bescheiden: “We spelen tegen een favoriet voor de wereldtitel en we moeten winnen. We geloven erin omdat we goed willen presteren voor ons land. Dat we zijn gestegen op de landenranking? Dat is sinds het aantreden van de sélectionneur.” Die keek goedkeurend vooruit, zijn troepen zijn getemd.

Tunesië staat voor agressief en fysiek voetbal en dat wordt het meest heikele van de hele opdracht. In welke mate ga je mee in hun spel, tot hoever laat je je afdreigen, schoppen, neerhalen tot meerdere eer en glorie van Tunesië en bij uitbreiding de Arabische wereld? De Rode Duivels spelen dan wel in topcompetities, van die betere Noord-Afrikaanse voetbalagressie zullen ze het ongetwijfeld op de heupen krijgen en ze hebben al drie gele kaarten (Meunier, Vertonghen, De Bruyne) staan.

Het meest bedreigd is ongetwijfeld Eden Hazard, die makkelijker te verdedigen en neer te halen is dan Kevin De Bruyne. Wat de scheidsrechter betreft, gaan de Rode Duivels erop vooruit: geen Zambiaan meer, maar nu met de ervaren Mark Geiger een Amerikaan.

Engeland pakte de in hun eerste wedstrijd nog afwachtende Tunesiërs aan met hoge pressing. Wellicht wordt dat niet het plan van Martínez, ook al omdat het vandaag erg warm dreigt te worden en het stadion voor een deel de volle zon zal krijgen.

Stop de speculatie, dit is de realiteit: als België vandaag wint van Tunesië en Panama wint niet van Engeland – zelfs een gelijkspel zou een mirakel zijn – dan zit het in de tweede ronde. Tegen wie België dan moet, hangt af van de eerste of tweede plaats, waarover donderdag in een clash met Engeland wordt beslist. Groep G wordt gekruist tegen de eerste of tweede van groep H, waarin morgen wordt gespeeld en nog niks is beslist.

20180623_De-Morgen_Voor elkaar door het vuur

Column Big data in De Morgen van vrijdag 22 juni 2018

Big data

Sommige journalisten kijken naar een wedstrijd en vormen zich een gedacht over de spelwijze, de spelers, de tactiek. Terwijl praten ze met de buur, kijken een actie terug op de tv naast hen, zoeken iets op, schrijven of beginnen te tikken. Ze zien meer dan honderd wedstrijden per jaar en hebben de sport in hun vingers, soms ook in hun tenen vanuit hun eigen sportverleden.

Als voetballers nog geen uur actief bezig zijn met het spel, is dat bij journalisten nog minder. Toch slagen collega’s erin achteraf doorwrochte analyses van de wedstrijd te poneren. Meer zelfs, punten te geven. Hoe dat gaat, ik weet het niet en ik wil het niet weten, want ik vertrouw die punten voor geen haar.

Ik vond Thomas Meunier tegen Panama lang niet goed, niet aanvallend en ook niet verdedigend. Dat was een gevoel gebaseerd op enkele impressies en wellicht ook vooringenomenheid omdat overal was verschenen dat Meunier in de oefenwedstrijden niet zo best had gepresteerd. Wat een opluchting toen hij in onze zusterkrant een vijfje had gekregen, op tien welteverstaan. In een andere krant kreeg hij dan weer een zeven en werd hij net niet bewierookt. Ik ben er niet zeker van dat wij gelijk hadden.

Elke nieuwe worldcup krijg je meer info dan de vorige en we zijn al een tijdje voorbij het punt dat het niet meer te behappen is. Dit is de worldcup van de statistieken, de big data, en dat is soms een probleem. Ik heb mij voor deze editie laten overhalen tot een miniabonnement bij InStat, een Russisch databedrijf. Ze hebben hier data-analisten, statistici en andere digibeten op overschot. Behalve op de Amerikaanse verkiezingen hebben ze zich ook al een aantal jaar op voetbal gestort en dat doen ze heel erg goed.

Zij hebben een InStat-index uitgedokterd en die combineert een aantal parameters. Daaruit bleek voor België-Panama dat de laagst scorende Rode Duivels Axel Witsel en Thomas Meunier waren.

Van Meunier weten zij dat hij minder dan de helft van zijn duels won en dat hij maar vier voorzetten trapte, waarvan er maar één aankwam. Ook de FIFA biedt mooie data aan, al moet je er een beetje naar zoeken. Zij zijn erg goed in het tracken van de spelers, waarmee hun gelopen afstand, hun positie en snelheid in kaart wordt gebracht. De FIFA wist bijvoorbeeld dat Meunier 11,6 kilometer heeft gelopen tegen Panama.

Met 11,6 kilometer kun je alle kanten uit. Atletisch is het knap, zeker in die vochtige warmte van Sotsji. Op zijn positie van wingback word je verondersteld de lijn af te lopen en duels aan te gaan voorin en achterin, dus dat is gewoon veel lopen. De helft van die duels verliezen, kan een probleem opleveren. Yannick Carrasco, zijn antipode op links, won driekwart van zijn duels, maar had geen enkele voorzet en dat is ook maar minnetjes. Carrasco werd gewisseld, maar was hij blijven staan voor het laatste kwartier van de wedstrijd, dan was hij met veel goeie wil aan 10 kilometer gekomen. De statistieken van onze wingbacks tegen Panama laten misschien niet het beste vermoeden voor wedstrijden tegen sterkere ploegen, maar dat valt nog af te wachten.

Gelopen kilometers zeggen ook niet alles en lang was dat de statistiek waarmee we het moesten doen. Gisteren verscheen hier nog een verhaal over de Russen die zo veel en snel liepen. Veel lopen is geen kunst: wie positioneel slecht staat, moet sowieso veel lopen en moet ook hard lopen om terug in positie te geraken.

Voetbal heet een problematische sport te zijn om te interpreteren vanuit data. Het gebrek aan repetitieve handelingen wordt vaak als reden aangehaald. Of ook: het gaat om die paar doelpunten per wedstrijd. Ja en neen. Voetbal is niet zo repetitief als honkbal, dat klopt, maar even repetitief als basketbal en volleybal. Dat er minder wordt gescoord, is een drogreden om niet naar de getalletjes te kijken. Een voetbalwedstrijd zal nooit eindigen op een basketbalscore, maar misschien zou een beter gebruik van data meer doelgevaar en meer doelpunten kunnen opleveren.

Voor sommige spelers zul je altijd een uitzondering moeten maken. Zij zijn de outliers, de buitenbeentjes, niet in statistieken te vatten. Wat moet je in godsnaam met een aanvaller die amper 8,74 kilometer loopt in 96 minuten en de volgende wedstrijd 8,8 kilometer in 98 minuten, het minst van zijn hele team? En die driekwart van die kilometers aflegt wandelend, tussen 0 en 7 kilometer per uur, ook een laagterecord voor zijn team? Die 3 op 18 duels won in zijn tweede wedstrijd en 30 procent afval heeft in zijn passes?

Op de bank zetten? Neen, laten staan, zeker als hij Cristiano Ronaldo heet en er al vier heeft ingejast.

20180622_De-Morgen_Big data

Vroeg scoren…tegen Tunesië in De Morgen van vrijdag 22 juni 2018

Vroeg scoren is de boodschap

Veertig jaar geleden wonnen ze hun enige WK-wedstrijd. Deze keer hielden ze wel bijna Engeland af tot het in blessuretijd 2-1 werd. Neen, Tunesië wordt morgen geen hapklare brok.

Met dank aan de comfortabele 3-0 tegen Panama, maar ook door datzelfde erg zwakke Panama dat normaal drie keer verliest, is de wedstrijd tegen Tunesië morgen van cruciaal belang om eerste of tweede te worden in de groep. Eens die klus geklaard, kan het rekenen en speculeren beginnen.

Tunesië staat nummer 21 op de FIFA-landenranking. Opmerkelijk? In mei van dit jaar stonden ze eventjes veertiende, in de buurt van Mexico en Uruguay. Vandaag kamperen ze tussen Kroatië en IJsland, twee landen die de Rode Duivels nooit zouden onderschatten.

Al heeft die ranking niet dezelfde fijnafstelling als die in het tennis, het wordt morgen in het Spartak-stadion géén gezondheidswandeling, beaamt Gent-verdediger Dylan Bronn in gesprek met Het Laatste Nieuws. “Wij zijn technisch en fysiek erg sterk.”

De laatste keer dat Tunesië en België tegen elkaar speelden op een worldcup was in 2002 in het Japanse Oita, waar 52.000 man al vroeg in de wedstrijd eerst Marc Wilmots zagen scoren, maar vier minuten later ook Raouf Bouzaiene, toen als verdediger namens het Italiaanse Genua actief. De wedstrijd eindigde op 1-1 en dat was het enige puntje voor Tunesië in die groep.

Ook in 1998 en 2006 speelden ze gelijk, respectievelijk tegen Roemenië en Saudi-Arabië. De laatste echte overwinning dateert alweer van 1978, toen ze Mexico klopten en wereldkampioen West-Duitsland op 0-0 hielden. Ook toen overleefden ze de eerste ronde
niet en dat was Tunesië met ‘echte’ Tunesiërs. De laatste jaren is een en ander veranderd. Onder Georges Leekens (2014-2015) professionaliseerde de bond en werd er ook actief gerekruteerd bij voetballers met Tunesische roots, waar ze soms zelf aan moesten worden herinnerd.

Vijf Fransen in selectie

In de selectie voor deze worldcup, die wordt gecoacht door de Tunesiër Nabil Maâloul, zitten maar liefst vijf rasechte Fransen met Afrikaanse voorouders, van wie sommigen maar heel slecht of geen (zoals Bronn) Arabisch spreken. Dat heeft het niveau van de nationale ploeg opgetrokken, maar het fenomeen ergert de Tunesische media mateloos, kritisch als ze zijn voor de buitenlanders met hun dubbele nationaliteit.

Bronn: “Mijn moeder is Tunesische en door haar had ik de dubbele nationaliteit. De vorige bondscoach belde mij en ik zegde toe. Ik ben trots op mijn Afrikaanse roots en ik zal mij dubbelplooien. Eden Hazard is gewaarschuwd.” Bronn, die bij KAA Gent meestal centraal links in de defensie speelt, doet het op dit WK niet onaardig als rechtsachter.

Net zoals Panama zal ook Tunesië op de steun van het publiek kunnen rekenen. Blijkbaar zijn er meer Panamezen en nu ook meer Tunesiërs die zich de moeite hebben getroost om hun nationaal team aan te moedigen. Althans meer dan Belgen. De Belgische volksverhuizing ten tijde van het EK in Frankrijk heeft een vertekend beeld gegeven. In Rusland spelen we voor de tweede keer op rij een uitwedstrijd. Het zal duren tot de wedstrijd tegen Engeland, volgende donderdag in Kaliningrad, vooraleer het neutrale publiek op de hand van de Rode Duivels zal zijn.

Tunesië mist sterkhouders

Zonder dat de Belgen zich rijk moeten rekenen, zijn er toch een aantal voortekenen die gunstig uitvallen. Ten eerste moet Tunesië na de nipte nederlaag tegen Engeland (1-2) aanvallen om te winnen. In de Noord-Afrikaanse gedachtegang betekent dat iets minder stug verdedigen en iets meer investeren in de aanval. Dat biedt opties in de reactie, een spel dat de Rode Duivels op het lijf is geschreven.

Ten tweede mist Tunesië toch een aantal sleutelfiguren. Hamdi Harbaoui, topscorer in België, kennen we allemaal. Na herhaalde kritiek van zijn kant werd hij door de bond uitgespuwd en dat al sinds 2014. Aymen Abdennour was jaren de organisator achterin, maar beleefde een dramatisch seizoen waarin hij bij Olympique de Marseille nauwelijks speelde en mocht niet mee. En dan was er nog de knieblessure van Youssef Msakni, de Tunesische Messi, en viel ook doelman Mouez Hassen uit in het begin van de partij tegen Engeland, maar niet nadat hij een vijftal doelkansen had gered.

Het hele gewicht van de aanval ligt nu bij Wahbi Khazri, die bij Bordeaux furore maakte, werd weggekocht door Sunderland, maar nu weer is uitgeleend aan Stade de Rennes. Hij was de enige speler die tegen Engeland meer dan de helft van de speeltijd op de aanvalshelft speelde. Alle andere ‘Adelaars van Carthago’ dachten aan verdedigen.

Tunesië speelde tegen Engeland meestal zoals Panama tegen België: in een compacte 4-1-4-1, waarbij alle ruimtes werden dichtgelopen. Engeland bereikte makkelijk de aanvallers via de snelle vleugels, maar had pech in de afwerking. Als België snel kan scoren, dan zou het Tunesisch kaartenhuis in elkaar kunnen storten.

Tunesië had maar 41 procent balbezit tegen Engeland, kwam 9 keer in het aanvalsderde van het veld, waarvan 3 keer in het strafschopgebied. Die ene keer dat het mis ging voor Engeland, lag aan de hansworst Kyle Walker, die zo nodig een Tunesiër moest omvertrekken bij een ongevaarlijke voorzet, waarna Tunesië de strafschop kon omzetten.

Nog opvallend: bijna zes op de tien (tegen)aanvallen gaan over rechts en dat is minder geruststellend, want je kunt er gif op innemen dat Yannick Carrasco als linkerwingback vaker aanvallend dan verdedigend zal denken. In zijn rug ligt dan de ruimte en voorin gaat het wel snel bij de Tunesiërs, in tegenstelling tot achterin.

De wedstrijd tegen Engeland met zijn drie verdedigers was voor de Tunesiërs een goeie repetitie voor morgen tegen België, dat ook met drie verdedigers speelt. De meest opvallende statistiek met betrekking tot Tunesië is dat het negentig minuten lang verdedigde met man en macht, veertien fouten maakte, maar geen enkele keer geel kreeg van de Colombiaanse ref.

België heeft geschiedenis mee

Ze hebben moed getankt tegen Engeland, dat is zeker. “We hebben een slag verloren, maar nog niet de oorlog”, tweette aanvaller Fakhreddine Ben Youssef met veel bravoure, terwijl de Belgen zich weinig aantrokken van Tunesië en een lichte training hielden waarin Thomas Vermaelen voor het eerst weer van de partij was. Morgen zou misschien ook Vincent Kompany al aansluiten.

De geschiedenis geeft de Rode Duivels een voordeel. België heeft op een worldcup nog nooit verloren van een Afrikaans team en Tunesië heeft op de vorige vier worldcups ook nog nooit gewonnen van een Europees land. “Dan wordt het tijd dat we geschiedenis schrijven”, praatte bondscoach Maâloul zichzelf moed in.

 

20180622_De-Morgen_vroeg scorenl

Column Mysterie vh Hoge Gras in De Morgen van donderdag 21 juni 2018

Mysterie van het hoge gras

 

Gisteren hebben de Rode Duivels niet getraind, dus gerust, dus zich kunnen ontspannen. Ze waren moe van de wedstrijd tegen Panama en de reis terug. Behalve Kevin De Bruyne, die basketbal heeft gespeeld. “Ik kan niet binnen blijven zitten, ik moet buiten en bewegen.”

Maar, een rustdag na een openingspartij tegen het zwakste land van de hele worldcup, dat bovendien na een uur al murw was, is dat niet hetzelfde als een rustdag in de Tour de France al meteen na de proloog? Een beetje wel, maar dat wordt dan weer tegengesproken door de kenners als KBVB’s technisch directeur Chris Van Puyvelde. “Het zijn twee verschillende inspanningen.”

Dat laatste hadden we ook kunnen bedenken, maar het was leuk om eens wat demagogie in de groep te gooien, kwestie van wat los te maken want het is hier stilaan een schoolreisje met alleen maar brave kinderen. De verstandhouding onder de media is optimaal, dat komt ervan als je iedereen in hetzelfde hotel zet. Zelfs die ene collega bij wie het ongelooflijk stinkt op de kamer – wat niet aan hem ligt, maar aan het putje – klaagt nauwelijks. Viel het internet gisteren uit in het hotel, ach ja, shit happens, ook in Rusland. Geen probleem of bez problem zoals ze hier zeggen.

De Engelsen hadden gisteren ook een rustdag en voor vier Belgen was het een werkdag. Dat komt hierdoor. Onze belangenvereniging had van de voetbalbond een tussendoortje verkregen, exclusief voor de Belgische pers. In het hotel van de Rode Duivels, Le Méridien Moscow Country Club, werden we om halfzes plaatselijke tijd uitgenodigd. Om zeven uur moesten we buiten zijn. Het is tien over zeven als ik deze paragraaf tik en we zijn hier het eerste halfuur nog niet buiten. Naast mij staat een glas witte wijn. Wit, want de Chileense rode is te warm geworden. Er zijn al wat Russische mannetjesputters komen kijken, maar ze laten ons met rust.

Een informele receptie met de KBVB, zo is deze XXL-sessie met spelersinterviews verkocht aan de FIFA. Die hebben niet graag dat de voetbalbonden events organiseren voor de pers waar zij niet van weten. De Brazilianen of Duitsers zouden zich aan die folietjes niet moeten wagen, maar voor little Belgium wordt wel nog een en ander door de vingers gezien.

Aldus werden we om klokslag kwart voor vier in ons busje geladen, richting Moskovskaya Oblast, 35 kilometer ten westen van het Rode Plein. Bij de golfclub werden we aan de slagboom begroet door een legertje security met brede basten, armen als kabels en boze blikken. De Moscow Country Club was vroeger een domein van de staat en eigenlijk nog steeds, want de grond is eigendom van Buitenlandse Zaken. Boris Jeltsin kwam er af en toe verpozen en nu behoren de datsja’s toe aan rijke Russen.

Nog rijkere Belgen in korte broek logeren dezer dagen in het hotel. Gisteren even gecheckt: er was nog een studio twin room voor 12.500 roebel, dat is ongeveer 180 euro. Stel je voor: een kamertje boeken in het hoofdkwartier van de Rode Duivels en ’s avonds doodleuk voorbij flaneren in korte broek op sandalen, of een balletje meegooien met Moussa en Kevin. Het was verleidelijk, maar dat wilden we onze medewerkzame voetbalbond niet aandoen.

De spelers die aan ons verschenen, waren Yannick Carrasco, Eden Hazard, Moussa Dembélé en Kevin De Bruyne. Het was een Belgisch event, dus was er goed eten en veel te drinken, ook een glaasje alcohol. De buitenlandse pers die al lang de Belgen volgt, L’Equipe, BSkyB en The Sun, mochten er ook bij zijn en lieten het zich welgevallen. “Wat zijn jullie toch relax.”

Dat zijn wij en dat waren de spelers ook. Dat het de eerste helft tegen Panama niet altijd op wieltjes liep? “Ach, de start op een worldcup is altijd lastig”, zei Eden Hazard, die was blijven zitten indien de perschef hem niet naar de tv’s had gesommeerd. Dat Yannick Carrasco af en toe niet verdedigde: “Ik speel anders dan in mijn club en dat vergeet men al eens. Ik doe mijn best.” Ook hij antwoordde honderduit op elke vraag. Moussa Dembélé was het minst in vorm, maar dat is te begrijpen. Hij is dan ook geen basisspeler. Kevin De Bruyne wel en die bleef zijn eigen zelf. Op elke vraag die verder gaat dan “hoe gaat het?” wil hij antwoorden met een statement. Een beetje al te nadrukkelijk ging hij door op wat hem op deze worldcup was gaan dagen (en wat geen journalist geloofde): dat niet hij de belangrijkste speler van de ploeg moest zijn, dat Eden dat gerust mocht zijn, maar dat hij er was om de ploeg ten dienste te zijn.

We doen er nu een beetje lacherig over, maar deze persmatinee werd erg op prijs gesteld, net als de geste eergisteren van de bondscoach die zelf opbelde om een en ander te verduidelijken. Je kunt het een charmeoffensief noemen, maar misschien was het gewoon respect voor ons vak vanwege de bondsinstanties en dan wordt dat zeer op prijs gesteld.

De mooiste quotes staan op de vorige pagina, maar wat was nu echt belangwekkend? Dat Tunesië er zaterdag gewoon aan moet, volgens Kevin De Bruyne. De interessantste informatie kwam van technisch directeur Chris Van Puyvelde, die het mysterie van het hoge gras en de als gevolg daarvan niet zo goed rollende ballen ontrafelde.

Terwijl ze in Tubeke dit voorjaar zijn teruggegaan naar gras van 18 millimeter, lekker kort, heeft de FIFA voor dit WK gras van 25 millimeter verordonneerd. “Het is warm season grass”, aldus Van Puyvelde met enige autoriteit zowaar, “en ze willen vooral geen bruine plekken, vandaar die 25 millimeter. Maar dat hebben ze ons niet gezegd en dat is nu even wennen.”

 

Mysterie van het hoge gras-mail

Column Plaspauze in De Morgen van woensdag 20 juni 2018

Plaspauze

Wielerjournalisten hebben de fysiek zwaarste job, tenminste als ze de Tour de France volgen en elke dag moeten schrijven. Olympische journalisten hebben logistiek de meest gecompliceerde job. Niet inhoudelijk: je vergissen in een gewichtheffer wordt je minder zwaar aangerekend dan in een middenvelder of een coureur.

Lang gedacht dat voetbaljournalisten, net als voetballers vergeleken bij hun collega’s uit andere sporten, de makkelijkste taak hadden met parkings bij het stadion en zitjes en comfortabele perszalen, maar een worldcup in Rusland hakt er fysiek aardig in. Gisterenochtend lagen we om halfvijf in bed na een nachtvlucht van Sotsji naar Moskou, maar we klagen niet.

Wielerpers heeft een eenvoudige taak: elke wielrenner de pieren uit zijn neus vragen. Geel om zijn lijf of niet, die wordt na een laatste beklimming tegen 20 procent van zijn kader getrokken en moet een halfuur zijn uitleg doen. Olympische sporters zullen een omweg maken, niet om de pers te ontlopen maar juist om de pers ter wille te zijn.

Voetballers zijn prima donna’s, voorzien van portret- en nog meer andere rechten die ze zich gaandeweg hebben toegeëigend en daarom worden bij elk toernooi harde afspraken gemaakt. Elke dag krijgen wij twee spelers te zien op de persconferentie en daarna komt ook de bondscoach nog eens zijn verhaal doen. Dat ze op elke, niet eens heikele vraag ontwijkend antwoorden, zijn we al gewend. Volgens Nederlandse collega’s vragen we niet genoeg door, maar dat zal nooit veranderen, want dat ligt niet in onze aard.

Die persconferentie verloopt volgens een uitgekiend stramien. Eerst gaan die twee spelers bij de rechtenhouders langs: VRT en RTBF. Vervolgens wordt de speler naar de conferentiezaal geleid, waar de niet-rechtenhouders (VTM en RTL) ook enkele vragen mogen stellen. Daarna is het aan de pers in de zaal en die stellen de meeste vragen. Ik heb in die hele week nog geen enkel antwoord gehoord waar je als journalist van dacht: waauw, interessant. Of waauw, wist ik niet.

Ooit was een persconferentie een besloten moment waar ieder, in combinatie met de indrukken van de training, zijn ding uit haalde voor zijn verhaal. In deze digitale tijden is dat een illusie. Proximus, de grote sponsor van de KBVB, streamt de persconferentie live en mag overigens ook enkele vragen namens klanten stellen. Ook Sporza streamt. Zelfs wij mogen streamen, is mij verteld.

Om toch een beetje originaliteit te waarborgen, mogen de printmedia elk aan het eind nog één vraag stellen en op dat antwoord ligt een embargo tot 3 uur ’s nachts. Dat leek goed geregeld, tot de site voetbalkrant.com protesteerde. Sites hadden we vroeger ook niet, maar die zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten. Voetbalkrant vond dat ze niks opschoten met een embargo van 3 uur. Voor hen werd dan weer een uitzondering gemaakt en lag het embargo voor het antwoord op hun ene exclusieve vraag op ’s avonds 20 uur. Ik weet niet of ik het allemaal goed uitleg, want soms kan ik zelf niet volgen. Zolang het belachelijk ingewikkeld klinkt, sluit het aan bij de realiteit.

Laatst stelde voetbalkrant.com ook zo’n vraag: of Dries Mertens het plezant vond dat hij in tegenstelling tot vroeger vast in de basis stond. Een originele vraag, waarop een origineel antwoord werd verwacht. Dries antwoordde: “Ja lekker.” Op dat “ja lekker” zat dus een embargo tot 20 uur.

Nog vreemde toestanden? De gesloten trainingen en niet dat ze gesloten zijn, maar dat er eerst geen zeilen hingen, waarna lichte paniek uitbrak. Vervolgens stond er een lange paravan, maar lang niet lang genoeg. Toen we gisteren terugkeerden van Sotsji hingen er zeilen. Wéér paniek: de zeilen waren wit en doorzichtig.

Als ik nu uit het raam van het perscentrum kijk, zijn ze net zwarte plastic aan het ophangen over die witten zeilen. Dat is een hele opluchting. Zolang dat hermetisch zeil er niet hing, werd het ons voor de duur van de training verboden om te gaan plassen. Wij moesten vóór de training en werden dan een uur of zo in het perscentrum opgesloten, toiletloos.

Vanavond mogen we ter compensatie een uurtje op bezoek in de Moscow Country Club en vier spelers zullen zich onder ons begeven om er informeel mee te praten. De worldcup wordt heel even een feest.

 

Plaspauze