Rio Sportzomer 2: Sperma van Senna in De Morgen van 2 aug 2016

SPERMA VAN SENNA

Ik ben er nog niet uit of het een goede zet was om op Copacabana te verblijven en niet in Barra da Tijuca. Ik merk wel jaloersheid in de ogen van de collega’s als ik hen over Copacabana vertel. Daar zijn zeker veel restaurantjes, vroeg een Nederlandse collega die net als ik een flat had gehuurd, maar dan in Barra. Wel duizend, kleine en grote, dure en goedkope, overdreef ik een beetje. En het leeft daar elke dag en op zondag is de helft afgesloten en is iedereen aan het sporten. Zo ook op het strand, maar soms verlies ik te veel tijd als ik bij de meest bedreven voetvolleyers blijf kijken.

Ik zag zo de vertwijfeling tot zelfs wanhoop opborrelen. Wij zitten sociaal geïsoleerd, zei hij bedremmeld. Geen restaurant, zelfs geen winkeltje, er gebeurt daar niks. Dan is Copacabana inderdaad een betere keuze. Zo ben ik eergisteren gaan luisteren naar wat Thomas Bach te zeggen had in het perscentrum in Barra, heb ik daarna in het kilorestaurant van het mediadorp gegeten en heb dan de bus terug genomen. Ik was in recordtijd op mijn flat; dat betekent in net minder dan een uur. Dat is het nadeel. Ik moet langer op de bus, minimaal een uur voor 35 kilometer, want zo ver is het naar het perscentrum.

Nog een nadeel: de bus. Het lijkt mij dat de meeste ouders van buschauffeurs langs de spermabank zijn gepasseerd waar Ayrton Senna zijn leven lang heeft gedoneerd. Een Braziliaanse buschauffeur rijdt niet, hij stormt vooruit, schiet zich naar de bocht, remt, giert door de bocht, stormt weer vooruit naar een rood licht en slaat dan de remmen dicht. Ik heb er eens iets van gezegd, maar dat viel niet goed. De bussen zijn overigens erg oké, met luxezetels en er is zelfs wifi. Jammer maar helaas, wie meer dan vijf keer op zijn iPad kijkt en dan nog geen schedelbreuk heeft, wordt gegarandeerd wagenziek voor de rest van de dag.

Bij mijn terugkeer heb ik mij snel omgekleed en ben nog even aan het strand gaan zitten. Dat kunnen mijn collega’s in Barra natuurlijk niet. Vijf real voor een zeteltje, daarvoor moet je het niet laten, en vier van die roepies voor een watertje. Vijftien voor een caipirinha XL. U deelt alles door vier en dan heeft u ongeveer de euro’s. Goedkoper dan Knokke, Copacabana, dat zeker. Iets na vier uur verdwijnt wel de zon achter de flatgebouwen, want het is hier tenslotte hartje winter. Dan zakt de temperatuur tot onder de 25 graden en trekken de Brasileiros hun gemoltonneerde jassen aan. Om halfzes is het hier donker.

In het media village verblijven, wilde ik sowieso niet. Dat zijn deprimerende kamertjes ook meestal in the middle of nowhere. Bovendien, niks erger dan hele dagen tussen collega’s zitten. Op grote evenementen klitten die samen alsof ze bij elkaar bevestiging zoeken. Na al die jaren in dit vak zoek ik die bevestiging wel ergens anders, of bij mijzelf.

Ambetante Spelen

De journalisten-collega’s zijn nog de kwaadste niet. Erger zijn de fotografen. Dat kunnen ook hele goeie gasten zijn, maar na een paar dagen sjouwen en sleuren met hun 400 en andere lange millimeters zijn ze door hun beschavingslaagje heen en dan moet ik ze niet meer. Tijdens de Spelen in Sydney in 2000 heb ik eens een column geschreven over fotografen en daar neem ik geen woord van terug, maar het gevolg is wel dat ik van een van hen nu al zestien jaar geen goeiedag krijg.

Nog erger dan de fotografen zijn de technici van de tv-zenders, ook wel bekend als de kabelslepers. Die zijn geselecteerd op primitiviteit, maken heel lange dagen, drinken veel want veel inspiratie komt bij hun job niet kijken, en maken veel lawaai als ze ’s nachts komen slapen. Het was zo’n kabelsleper, heb ik begrepen, die vorige week onder de boompjes op Copacabana van een transgender-hoer de sacoche met steen op zijn kop kreeg. Wel besteed.

De Spelen zijn nog niet begonnen en het begint mij nu al duidelijk te worden dat dit ambetante Spelen gaan worden. Zoals in Atlanta twintig jaar geleden, maar toen werkte ik voor een maandblad en moest ik tegen het einde van de Spelen vier verhalen klaar hebben. Voor een dagkrant werken, met vijf uur tijdsverschil in het nadeel, is lastig. Wat de dag zelf gebeurt, krijgen wij niet meer bij u in de krant, want de meeste competities gaan door in de namiddag en de avond. De namiddag zal nog net lukken, maar de avond, eens na 18 uur onze tijd, is te laat. Dat wordt dus vroeg opstaan, vroeg tikken, vroeg sturen en dan naar de competities gaan kijken die omwille van de Amerikaanse tv laat gepland staan.

Neem nu de eerste week, de zwemweek. Wij kunnen u nog berichten over de series, maar de halve finales die bij u van 3 uur tot 5 uur ’s ochtends worden gezwommen, dat lukt niet meer. Ik voorspel veel ergernis bij dodelijk vermoeide collega’s. Bij nader inzien was Copacabana wellicht een slimme zet.

The Rio Stories 2: Olympisch armworstelen in De Morgen van 1 augustus 2016

(als u echt wil weten hoe de vork in de sportpolitieke steel zit, dan moet u dit lezen en vergeet alle andere onzin die over WADA en het IOC verschijnt)

Olympisch armworstelen

Het is een strijd die het IOC en voorzitter Thomas Bach nooit konden winnen. Gevangen tussen de doperende Russen en de knoeiers van antidopingagentschap WADA heeft het sportpauselijk gezag veel van zijn grandeur verloren. Kwade genius is Dick Pound, het kopstuk van de Angelsaksische connectie.

Sportpaus Thomas Bach (IOC) heeft vorige week zijn intrek genomen in het olympische dorp, een gewoonte die zijn voorganger Jacques Rogge in 2002 introduceerde. Hij slaapt in het gebouw waar ook het team met vluchtelingen is gehuisvest, hoe symbolisch. Terwijl hij zijn dekbed inspecteerde en zijn koffertje leegmaakte, kreeg hij nog maar eens een spreekwoordelijke emmer shit over zijn hoofd.

Deze keer van Duitse atleten en dat deed extra pijn. “Bach is deel van het dopingsysteem. Ik schaam mij voor hem”, zei discuswerper Robert Harting. Bach was äusserst schockiert en noemde het een onaanvaardbare ontsporing. Dat was het ook, maar wie gelooft Thomas Bach nog? Wie gelooft het IOC nog, nadat het vorige week naliet om de Russische equipe integraal van de Olympische Spelen te weren?

Niemand, en dat is vreemd, want het was de enige logische beslissing. Het Internationaal Olympisch Comité besloot dat Russische atleten die eerder een dopingveroordeling hadden opgelopen, niet welkom waren. Een opmerkelijk besluit, alleen van toepassing op Russen, maar het ging verloren in het woedende geraas omdat het IOC Rusland als land niet wilde uitsluiten. Voor verdere sancties tegen dopingverdachte Russen lag de bal in het kamp van de sportbonden, daar waar die bal thuishoort. Sportbonden hebben in de wereldwijde dopingwetgeving nu eenmaal de jurisdictie om over dopinggevallen te beslissen, maar dat scheen iedereen te vergeten.

In de eerste plaats het Wereldantidopingagentschap. Dat WADA heeft miljoenen dollars ter beschikking, de helft komt van het IOC en de helft van de overheden, en wil altijd maar meer geld. Het WADA beperkt zich tot het ondersteunen van wetenschappelijk onderzoek en hoog vanuit de ivoren toren in Montreal sportbonden, dopinglabo’s en het IOC op de vingers tikken. Ook nu weer, terwijl het WADA zelf voor een groot deel schuld heeft aan het uit de hand gelopen Russische dopingschandaal.

Angelsaksen vs. Europa

Dit is een ingewikkeld verhaal, dus gaat u er even voor zitten. Rewind naar 1999. In dat jaar wordt het WADA opgericht als gevolg van de Festina-affaire in de Tour van 1998, en de eerste voorzitter werd het belangrijkste IOC-lid na voorzitter Juan Antonio Samaranch, de Canadese advocaat Richard ‘Dick’ Pound. Tegelijk beleeft de oprichter – het Internationaal Olympisch Comité – de grootste crisis uit zijn bestaan met de omkoopaffaire van Salt Lake City.

De stichtingstweedaagse wordt door de grote persagentschappen en de Amerikaanse en Engelse media aangegrepen om de troon van Samaranch te doen wankelen. Het is een beproefd scenario al sinds het begin van de twintigste eeuw: de Amerikanen, met de steun van al wie Engels spreekt, die een crisis in het olympisme aangrijpen om hun positie te versterken tegenover de Europeanen, die ze als geboren corrupt beschouwen. De komst in 2001 van onze landgenoot Jacques Rogge – een afstandelijke gentleman, wars van uiterlijk vertoon – aan het hoofd van de olympische beweging vonden de Angelsaksen wel een verademing. Ze noemden hem niet voor niks Doctor Clean.

Rogges verkiezing had weinig voeten in de aarde, maar zette een aantal destructieve mechanismen in werking. Richard Pound was ook kandidaatvoorzitter, maar kansloos, en hij was blijkbaar de enige die dat niet besefte. Zelfs de corrupte Koreaan Kim kreeg meer stemmen dan hem, en Pound was daar zo van ondersteboven dat hij de olympische sponsors aanschreef met de melding dat hij hen niet langer garanties kon bieden dat hun geld goed was besteed. Dat was het begin van een vuile oorlog.

De rol van Pound als voornaam lid van het IOC was uitgespeeld, maar Rogge liet hem het WADA als zoethouder, en dat is niet de beste beslissing gebleken. Van in het begin heeft de Canadees het WADA gebruikt als stormram om Hein Verbruggen, toen voorzitter van de Internationale Wielerunie (UCI), aan te vallen. Verbruggen was een van de kingmakers van Rogge geweest en aangezien Rogge zelf onaantastbaar was, viel Pound hem op zijn zwakke flank aan, die van wielerliefhebber.

Rogge moest meermaals de gemoederen sussen, maar Pound wist van geen ophouden. Verbruggen liet zich ook niet doen en wees er bij elke gelegenheid op dat het WADA van Pound inefficiënt was en een kruistocht voerde tegen zijn sportbond, die nota bene het verst was gevorderd in de strijd tegen doping. De internationale Engelstalige media geloofden Verbruggen niet en citeerden vooral Pound.

Pound zou zelfs na de val van Armstrong het hoofd van het dopinglab van Lausanne onder druk zetten om tegen de UCI en Verbruggen te getuigen. Toen professor Martial Saugy weigerde te verklaren dat de UCI een positieve test van Armstrong had verdonkeremaand, werd hij door Pound en co. bedreigd in zijn carrière aan de universiteit.

Verbruggen en Pound kwamen elkaar tegen in nog een ander loopgravengevecht. De Nederlander voerde als voorzitter van de mondiale vereniging van sportbonden (SportAccord) een kruistocht tegen het contract voor het leven dat Pound in 1996 namens het IOC had getekend met het USOC, het Amerikaans Olympisch Comité. Dat bepaalt dat het USOC voor die afstand van olympische rechten op Noord-Amerikaans grondgebied 500 miljoen dollar (zo’n 450 miljoen euro) krijgt voor deze olympiade van vier jaar. Dat is

evenveel als alle sportbonden samen. Alle andere nationale olympische comités (meer dan 200) krijgen samen 819 miljoen dollar (732 miljoen euro).

Het was een wurgcontract dat een tweespalt dreef in de olympische familie. Je was voor of tegen die deal, en het overgrote deel van de IOC-leden (het IOC is een verzameling van honderd mensen-leden en niet van bonden of landen) was tegen en dus ook tegen Pound, die nog meer buitenspel stond.

WADA liet Russen begaan

Even samenvatten, welke partijen zijn nu in het spel? Enerzijds de Noord-Amerikanen, die bijna altijd een blok vormen met de andere Engelssprekenden (Canadezen, Australiërs, Engelsen) die ook een hekel hebben aan Europa, dat de mondiale sport nog altijd bestuurlijk domineert. Anderzijds het Europees getinte IOC, dat zich probeert te moderniseren en dat in 2013 voor de vierde keer op rij een Europeaan, deze keer de Duitser Bach, als voorzitter had gekozen. Tussen die blokken een zwaar gefrustreerd IOC-lid, Dick Pound, die de dopingbestrijding misbruikt om af te rekenen met zijn vijanden. De Canadese onderzeeër liet en laat niet na het IOC in diskrediet te brengen.

De frustratie van Pound komt voor een deel voor rekening van het WADA, waar hij al sinds 2007 geen voorzitter meer van is, maar als bestuurder nog altijd het hoge woord voert. Hij stelde zwakke voorzitters aan die hem naar de mond praten, zoals de Australiër John Fahey en vandaag de Brit Craig Reedie, ook een IOC-lid.

Om het met Pounds woorden van 2001 te zeggen, het WADA is na zeventien jaar nog steeds een zootje en hij weet dat als geen ander. Zijn grote mond en agressieve praat moeten de aandacht afleiden van de fouten die zijn agentschap heeft gemaakt en die bekend zijn bij het IOC, maar niet altijd bij de media omdat het IOC te netjes communiceert en geen partij is voor de wild om zich heen schoppende Pound. Hij blijft de favoriete gesprekspartner van de internationale persagentschappen en zo wordt zijn stem over de hele wereld gehoord.

En wat hebben de Russen nu met dat alles te maken? Hun dopingdossier dreigde eerst een nagel aan de doodskist te worden van het WADA, maar bleek uiteindelijk een godsgeschenk. De Russen zijn wel degelijk zwaar over de schreef gegaan met hun door
de overheid toegedekte dopingsysteem voor vooral atletiek en wintersporten, toen ze respectievelijk het WK atletiek (2013) en de Winterspelen (2014) organiseerden. Later zouden ook andere sporten daar wel eens van profiteren.

Maar de ongemakkelijke waarheid is dat het WADA jarenlang Rusland geen strobreed in de weg heeft gelegd. Om uit de biecht te klappen ging het Russische gezinnetje Stepanov(a) al in 2010 te rade bij het WADA. Na drie jaar heen en weer mailen kwam er nog niets van en een niet nader genoemde WADA-official stuurde hen door naar een journalist van ARD, die later het verhaal bracht. Dan pas schoot het WADA in actie. Het WK atletiek in Moskou was al achter de rug.

Hetzelfde scenario voor de Winterspelen van Sotsji. De latere spijtoptant en toen nog directeur van het dopinglabo in Moskou en Sotsji, Grigori Rodtsjenkov, heeft een maand voor de Spelen van Moskou onomwonden aan de scientific director van het WADA verklaard dat hij onder externe druk stond om ‘dingen’ te doen. Daar is niks mee aangevangen. Men had de dopinganalyses toen kunnen weghalen bij de Russen en naar de Europese labo’s sturen, maar dat is niet gebeurd. Integendeel: WADA’s voorzitter Craig Reedie schreef een erg amicale brief naar de Russische sportminister Vitali Moetko, dat hij alle vertrouwen had en of ze nog steeds vriendjes waren?

De Koude Sportoorlog

De Russen maakten handig gebruik van de inefficiëntie van het WADA, die bij de sportbonden al veel kwaad bloed had gezet en die ook het Internationaal Olympisch Comité had doen nadenken over een WADA 2.0, iets wat Pound absoluut wilde beletten. Ook dat aspect bleef onder de mediaradar. Het WADA en Pound bleken eens te meer de heiligen en het Pound-rapport over Sotsji focuste op het bedrog van de Russen. Niet op de onkunde en laksheid van het WADA.

De Russen reageerden met een mix van verwondering en opportunisme. In deze geopolitieke chaos vielen zaakjes te doen. Dit was tenslotte de Koude Sportoorlog, zo had grote baas Vladimir Poetin verordonneerd. Behalve een dopingprogramma om prijzen te pakken, hadden de Russen nog een andere prioriteit: hun invloedssfeer uitbreiden in een wereld waarin de Amerikanen geen enkele belangrijke positie meer bezetten. Voor Poetin was het duidelijk: Rusland zou de grote sportnatie van weleer worden en zich profileren als een betrouwbare organisator en partner van de mondiale sport.

In 2007 kwam hij hoogstpersoonlijk naar Guatemala om het IOC toe te spreken in het Engels en het Frans – voor het eerst en voor het laatst – en haalde zo de Winterspelen van 2014 binnen voor Sotsji. Later zou hij ook de FIFA inpakken voor de World Cup voetbal van 2018 en ook heel wat andere sporten besloten naar Rusland te trekken voor hun kampioenschappen. De Amerikanen keken met lede ogen toe hoe iedereen kampioenschappen kreeg, en zij niet.

Enter de laatste partij: de Arabieren. Zij hebben geld, maar weinig historische macht in de sport. Ze spelen wel een belangrijke rol als kingmakers achter de schermen. De Koeweitse sjeik Ahmad al Fahad al Sabah spant daarvoor samen met Poetin en samen hebben ze de Roemeen Marius Vizer (judo), de Serviër Nenad Lalovic (worstelen) en de Hongaar Tamás Aján (gewichtheffen) op de troon van hun sport gekregen.

Buiten categorie is de Russische oligarch Alisjer Oesmanov, eigenaar van Metalloinvest en voorzitter van de staatsholding Gazprominvest. Deze aandeelhouder van Arsenal FC zit de internationale schermbond voor. Ook sportpaus Thomas Bach genoot de steun van Poetin, maar heeft zijn verkiezing niet aan hem te danken en nog minder aan zijn roebels, zoals wel eens wordt gesuggereerd. Ook Jacques Rogge werd in Moskou destijds verkozen met de steun van de Russen (en de Arabieren) en Poetin was de eerste met wie Rogge moest gaan eten de avond van zijn verkiezing.

Door de beslissing van het IOC om de sportbonden te laten oordelen over de Russische verdachte atleten, zie je zo de lijntjes lopen. Alle Russische judoka’s of schermers zijn welkom op de Spelen. Vizer en Oesmanov zijn dan ook de dikste vrienden van Poetin. En van slechts één worstelaar – die tien jaar geleden al eens positief was – is de accreditatie ingetrokken. Maar alle acht Russische gewichtheffers zijn dan weer ongewenst.

Dit is de situatie op minder dan een week van de Spelen: Moskou klaagt steen en been, het WADA in Montreal slaat wild om zich heen. Geprangd tussen Moskou en Montreal is IOC-voorzitter Thomas Bach het grootste slachtoffer van deze catch 22. Zijn fout? Hij had zich meer moeten distantiëren van Poetin en co. Ondanks een tot op heden onberispelijk parcours is hij nu op die zwakke flank gepakt.

Ook het Internationaal Olympisch Comité is in zijn eerbaarheid en grandeur aangetast. Het voorbije weekend heeft het uitvoerend comité van het IOC vergaderd (zie hiernaast), vandaag is het rustdag en de volgende drie dagen staat de sessie met alle leden op het programma. Donderdag geeft het WADA een persconferentie. Vuurwerk verzekerd, door Dick Pound en tegen Dick Pound. De echte sport begint zaterdag.

The Rio Sportzomer 1 in De Morgen van 1 augustus 2016

RUA BARATA RIBEIRO 60

De blijde intrede in Brazilië was een dikke meevaller vergeleken bij de 38 uur durende kruisweg daarheen. Als eerste van de hele 747 door de paspoortcontrole, als eerste bij de accreditatie, als eerste gevalideerd en na twintig koffers was die van mij daar al. Bijgevolg: als eerste bij de fleurig uitgedoste jongens en meisjes volunteers van de transportation desk.

“Boa noite, heeft u vervoer voor mij?”
“Over een halfuur gaat er een bus naar Copacabana.”
“Veel te lang, ik ben al bijna veertig uur onderweg. Ik neem wel een taxi.” “O wat erg, senhor, we kijken even voor een auto.”

Een stoute bek alleen volstaat niet op die grote evenementen met veel vrijwilligers, timing is minstens even belangrijk. Als je vroeg arriveert, behandelen ze je als een bedreigde diersoort en lopen zich het vuur uit de sloffen. Als dit verschijnt – minder dan een week voor de Spelen – wordt elke journalist in een bus geduwd en gedeporteerd.

Ik werd in Miss Daisy-stijl ‘gebracht’, heel comfortabel achterin in een gloednieuwe Nissan met een zeer goed Engels sprekende chauffeur. Op naar Rua Barata Ribeiro 60, een maand lang mijn uitvalsbasis. De transfer had toch één verrassing in petto. Voor de tunnel aan het shoppingcenter Rio Sul (voor wie daar bekend is) werden we tegengehouden door een road block. Het was bijna middernacht maar er stond een enorme file. “Alcoholcontrole”, zei de chauffeur. Ik vroeg hoeveel je mag drinken in Rio om nog te kunnen rijden. “Je mag niet drinken”, sprak de chauffeur verwijtend. “Ik drink nooit alcohol.”

“Haha,” zei ik, “zonde in een land met die lekkere caipirinha, heerlijk met limoen maar met maracuja lust ik hem ook.” Of hij misschien moslim was, gooide ik er in een bui van overmoed achteraan. Er viel een stilte. Jawel, hij was moslim. Ik zat aan mijn leren bank genageld en vraag hiervoor meteen begrip. In anderhalve dag had ik drie uur een bed gezien en dan nog eens twee uur op het vliegtuig mijn ogen gesloten. We hadden nog maar de aanslag in Nice gehad op een plek waar ik een paar weken eerder had gelopen, gedronken en gefietst. De schietpartij in München had ik nog net meegekregen voor mijn vlucht vertrok en ik was ook op 22 maart in Zaventem. Ondertussen hadden ze Braziliaanse IS-strijders opgepakt, een bericht dat ik eerst niet had geloofd. (De man met de machete moest de trein nog nemen en de priester in Frankrijk leefde ook nog.)

Ik wijt het aan de zware vlucht – en mijn boetedoening volgt als ik terug ben – maar ik werd zowaar bang in die file met die Braziliaan met zijn lange baard, in wie ik een hipster vermoedde. Ik begreep het niet en nog steeds niet. Goed gedaan om God af te zweren, maar dan naar Allah overlopen, van de drop naar de regen, en dat in Rio, de stad van chaos en zonde? Ik staarde hem met open mond aan, hij keek na die opmerking over alcohol vooral boos en we bleven wederzijds stil. Vijf minuten later haalde hij netjes mijn koffers uit zijn achterbak, zei “tchau, boa noite” en reed weg.

Transgender XXL

De zon een dag later deed het voorval vergeten. Copacabana was geen haar veranderd, behalve de patrouillerende militairen maar dat deden al tien andere politiekorpsen, dus die konden er nog wel bij. Die oorlogsschepen voor de kust waren wel een raar uitzicht. De olympische ringen en het beachvolleybalstadion waren het grootste verschil. Een tijdelijk buizenbouwsel voor tienduizend man, neergezet op een strand, op geen 50 meter van de soms wilde oceaan, als dat maar goed afloopt.

Verder business as usual. Honderd meter van de beach volleybal venue bij de bar Mab’s defileren na zonsondergang als vanouds de hoertjes en hoeren, van petites tot XXL. Een transgender XXL heeft vorige week niet ver daarvandaan een dronken en wellicht geile en/of blinde Australische cameraman beroofd, na hem op het hoofd te hebben geslagen met haar sacoche waar een steen in zat. “Nooit in het donker onder die boompjes lopen”, drukte mijn dierbare collega, die op Copacabana heeft gewoond, mij vorig jaar al op het hart. Afgezien daarvan: de barretjes speelden nog even luide muziek en caipirinha en bier vloeiden bij beken want het was een warm weekend geweest.

Rio heeft de wereld bedrogen

Ik ben er nu een kleine week en alles wat werd voorspeld, wordt helaas waarheid. Haast niks is klaar. De helft van de flatgebouwen in het olympisch dorp hebben structurele problemen en dat is meer dan een lampje dat niet brandt. Toen een Duitse hogerop een douche nam, stroomde het water bij de Belgen langs de muren, dat soort werk. De competitieplaatsen zijn niet af, de wegen zijn niet klaar en dat is beduidend meer dan een likje verf. Het perscentrum zal te klein zijn en met één op vijf van de media aanwezig, kon het persrestaurant twaalf dagen voor de Spelen de toevloed van journalisten al niet aan. Zelfs de urinoirs in de containertoiletten liepen al over.

Het zal u allemaal een zorg wezen, en dat is uw goed recht, maar het is in feite erger dan u leest. Voorlopig wordt het nog een beetje met de mantel der liefde bedekt, volgens de perverse logica dat die arme Brazilianen het al zo hard te verduren hebben en we hen maar niet te veel moeten beledigen. Welnu, elke Braziliaan die mij vraagt wat ik ervan vind, mag het weten. Rio is niet klaar. Rio had de Spelen nooit mogen krijgen. Rio heeft de wereld bedrogen, maar de wereld heeft zich al te graag laten bedriegen. Eigen schuld, dikke bult. Ik heb toen ook geapplaudisseerd en nu zijn we hier en we moeten er door. Gedaan met zeuren. De carioca’s kunnen het niet helpen en het zijn aardige mensen, ook de carioca’s die moslim zijn. Hoop ik.

The Rio Stories 1: Pacifist van de favela in De Morgen van 30 juli 2016

Pacifist van de favela

Het kind van een bourgeoisgezin werd in Gent een bekende campagnevoerder en vredesactivist. Dertig jaar later staat bar-eigenaar Pol D’Huyvetter (54) nog altijd op de barricaden, nu in Rio. Via een coöperatieve voor zonne-energie vecht hij voor de ontvoogding van zijn favela.

Wie in Rio de Janeiro komt – neem nu voor de Olympische Spelen – verzeilt vast op Copacabana. Zin in iets anders, weg van de platgetreden paden? Loop dan langs het stadion van het beachvolleybal en sla voorbij Posto 1 linksaf. Je bent in Leme, een typische wijk in Rio waar schatrijk en straatarm bij elkaar binnen kijken. Welkom in het sociale lappendeken Rio, welkom in de favela’s, als je tenminste durft door te lopen langs de steile Ladeira Ary Barroso. Als het de eerste keer is, ga dan voor zonsondergang en neem de mototaxi en vraag naar Estrelas da Babilônia, of neem de tijd om tien minuten de heuvel op te lopen.

Loop haaks op het strand de steile heuvel op. Bij de eerste kruising sla je linksaf, richting Babilônia, niet rechts naar Chapeu Mangueira, dat is een andere favela. Blijven lopen tot je links een trappenhuis met recente appartementen ziet, net vóór de (alles behalve) pacificerende politie UPP je aanstaart. Neem de trappen tot boven en zoek daar naar gele sterren geschilderd op de grond. Volg de sterren of vraag naar de bar van Pol op de Mirante. Even later loop je voorbij enkele hang-favelados over een uitgewoond voetbalpleintje.

Welkom bij Estrelas da Babilônia, de bar-restaurant-hostel van Pol D’Huyvetter en zijn Colombiaanse vrouw Bibiana Angel Gonzalez. Alle gekheid…: Babilônia is meestal erg veilig. Volgend weekend zullen ook notabelen diezelfde weg nemen, in het donker nog wel. Op zaterdag 6 augustus, niet toevallig op de openingsdag van de Olympische Spelen, wordt voor de tiende keer Babilônia Black georganiseerd, het grote feest van de favela dat tot ver voorbij middernacht doorgaat tot zonsopgang. Het feest zal beginnen met een vredesmars, een oude gewoonte van de initiatiefnemer.

Geweldloos verzet

Een Nederlandse kennis vertelde mij een jaar geleden over een Belg die boven in de favela een bar had maar zich tegelijk engageerde om zijn wijk beter te maken. Hoe de wereld toch maar een dorp is, want tien minuten na de ‘eerste’ kennismaking begon het te dagen dat ik Pol de bareigenaar kende uit een vorig leven. Een kwart eeuw geleden was ik door een weekblad gevraagd om dwarsliggers te portretteren en zo zat ik op een ochtend op een oude sofa bij een stel jonge mannen en vrouwen die er een levenswerk van maakten om elk kerntransport naar Mol tegen te houden door zich vast te ketenen, of tussentijds actie te voeren bij de raketbasis in Florennes of onverwacht over de draad te klimmen bij de vliegbasis in Kleine Brogel.

Dat was ‘Voor Moeder Aarde’, een organisatie die aanleunde bij het Vlaams Actiecomité tegen Atoomwapens. Ze predikten geweldloos verzet, maar werden gevolgd door de Staatsveiligheid. Met succes. In 1991 organiseerden ze samen met activisten uit andere landen een 5.500 kilometer lange voettocht naar Nevada, waar ondergrondse kernproeven werden uitgevoerd in Western Shoshone-gebied. Die tocht kreeg wereldwijde aandacht en even later tekende Bush sr. een moratorium op kernproeven in de woestijn. Op de sofa in Gent zat toen ook Pol D’Huyvetter, die ik 25 jaar later fel bezweet na de klimpartij naar zijn bar de hand schud.

Om een lang verhaal wat in te korten: Voor Moeder Aarde werd in 2004 de Vlaamse afdeling van Friends of the Earth, ’s werelds grootste milieufederatie. En D’Huyvetter werd iets later directeur van het campagnesecretariaat in het stadhuis van Ieper van een andere wereldwijde vereniging: Burgemeesters voor de Vrede (Mayors for Peace) met zetel in Hiroshima, voor eeuwig voorgezeten door de burgemeester van de Japanse stad die op 6 augustus 1945 om 8.15 uur de eerste kernbom ooit op het dak kreeg.

Kippenvel kreeg D’Huyvetter, toen hij ontdekte dat de Juegos Olímpicos zouden worden geopend tijdens de jaarlijkse herdenking in Hiroshima, twaalf tijdzones verder. Dus kroop hij in zijn pen namens zijn voorzitter, de burgemeester van Hiroshima. Of het geen idee zou zijn, in dit extreem gewelddadige jaar, om precies om 20.15 uur op 5 augustus (8.15 uur op 6 augustus in Hiroshima) een minuut stilte te houden voor de vrede?

“Fernando Meirelles, de regisseur van de openingsceremonie (bekend van de film ‘Cidade de Deus’, HV), was ervoor. Iedereen die ik kon aanspreken, was pro. Het immense stadion Maracanã één minuut lang stil voor vrede op aarde terwijl de hele wereld toekijkt, wat een buitenkans. Tot de burgemeester van Hiroshima antwoord kreeg van het Internationaal Olympisch Comité: ‘We hebben al een monument voor de doden in het dorp en aan het eind zullen we ook een minuut stilte houden voor de doden.’ Ze hadden er niks van begrepen. Wij wilden geen minuut voor de doden, verdorie, maar voor de vrede, om stil te staan bij de aanslagen in Brussel, Parijs, Nice… Wij wilden een positieve boodschap. Een beweging van meer dan één miljard stedelingen, in meer dan 7.000 steden in 163 landen, is met een kluitje in het riet gestuurd. Maar we geven niet op. Ze horen nog van ons.”

Te veel bloed

Het is ochtend en wat begon als een rustig gesprek over werk en leven van de campagnevoerder uit Gent, wordt heel even een tirade. We zitten in de nieuw aangelegde tuin van zijn pousada, zijn bed & breakfast waar ik binnen het uur aan de praat geraak met een Zuid- Afrikaanse, een Indiër en een Nederlander. De Estrelas is de best draaiende horecazaak in Babilônia, een van de drie favela’s (er zijn er 1.200 in Rio, HV) waar de politie de zaakjes op orde heeft.

D’Huyvetter, wereldverbeteraar en bevlogen verteller: “De zogeheten pacificatie van de favela’s is mislukt. Babilônia is een gelukkige uitzondering, samen met de favela’s van Santa Marta en Vidigal, waar bewoners een actieve rol spelen in de pacificatie. Vanaf eind vorig jaar tot maart hebben de bendes in vele andere favela’s van Rio terrein teruggewonnen. De hoofdassen zijn voor de politie, uit de zijstraten met de drugshandel blijven ze weg of ze worden beschoten. Ook bij ons was er meer geweld dan anders, al hebben onze gasten daar weinig van gemerkt, want hier staat de gewapende drugshandel erg zwak.

“Deze heuvel is in handen van de Comando Vermelho, de CV, destijds ontstaan uit het oude verzet tegen de militaire dictatuur maar later vooral actief geworden in drugshandel. De heuvel hiernaast is in handen van Terceiro Comando Puro, de TCP, en die waren beduidend sterker dan onze CV die even onder lagen. Tot de CV’s van andere favela’s hulp kwamen bieden. Heen en weer werden bendeleden vermoord, tot de BOPE (Batalhão de Operações Policiais Especiais, die eruitzien als Robocops, HV) het welletjes vond en in maart van dit jaar de zaak afhandelde. Officieel waren er twee doden; officieus twaalf en één BOPE. Niemand weet het precies, alle doden zijn langs de achterkant van de heuvel weggebracht. Zoveel bloedvergieten had de favela nooit gezien en men is daar erg van geschrokken. Nu is het gelukkig weer rustig.”

Op de barricade waar hij meer dan dertig jaar geleden voor koos tijdens zijn studie pol en soc aan de UGent, volhardt de pacifist in Pol D’Huyvetter. Hoe meer wordt geschoten in zijn wijk, hoe meer hij over vrede spreekt. “We hadden toen net met vrijwilligers een scholenproject lopen, waarbij ze een muurschildering zouden maken. Vrede en geweldloosheid moest het thema worden. Het zijn die kleine elementen waarmee wij proberen het verschil te maken.

“Zuid-Amerika is jammer genoeg het gewelddadigste continent ter wereld geworden en in Brazilië alleen sterven jaarlijks 50.000 mensen door een kogel. Het is een opbod. Een tijd geleden hadden ze ineens IS-strijders opgepakt in Brazilië die wapens probeerden te bestellen via het internet in Paraguay. Dan gaat bij mij het alarm af want dit bericht klopt niet. Ik wil die tien zien die ze hebben aangehouden. Bestaan ze wel? Of is dit het zoveelste voorwendsel om nog meer politie, militairen en paramilitairen op de bevolking los te laten?

“Dertig procent van alle militaire uitgaven van heel Latijns-Amerika wordt in dit land uitgegeven. Voor een pacifist is Brazilië dus een hele kluif, maar ik weiger het te ondergaan. Ik ga zo vaak mogelijk praten over vrede en ik geef dan altijd het voorbeeld van Costa Rica, een land waar het goed gaat en waar vijftig jaar geleden het leger is afgeschaft en de kazernes scholen en ziekenhuizen werden. Ik hoop dat er iets blijft hangen, al maak ik mij geen illusies. Met een minimumsalaris van 800 reais (iets meer dan 200 euro) verdien je al snel meer met drugs en geweld.”

Gevluchte slaven

Vandaag wordt in Rio de veelbesproken en langverwachte Linha 4 officieel geopend. Dat is de metrolijn die Ipanema verbindt met het olympische epicentrum in Barra de Tijuca. Samen met de nieuwe terminal op de internationale luchthaven is dit het grootste infrastructuurproject dat Rio voor de Spelen heeft gebouwd. Dat heeft veel jobs opgeleverd, vaak voor ongeschoolde arbeiders die ze in de favela’s bij bosjes hebben. Beneden bij Babilônia wordt bovendien het beachvolleybal gespeeld in een tijdelijke arena van 12.000 man.

Toch zijn die hele Olympische Spelen de favelados worst, weet D’Huyvetter. “Niet alleen de lagere inkomens klagen over de Spelen. Ook de middenklasse vindt dat er te veel geld naartoe is gegaan, terwijl er wekelijks berichten zijn dat leraars, brandweer of politie niet worden betaald. De mensen uit de favela hebben niks met die Spelen. Sommigen hebben meegewerkt aan de tunnels voor Linha 4, sommigen hebben collega’s verloren toen het mis ging bij de werken. Over hen zal het niet gaan bij de plechtige opening, die illusie hebben ze niet. Burgemeester Paes zal de pluim wel op zijn hoed steken.

“Ik ben realist: wij hopen op meer bezoek. Daarom ben ik elke dag open vanaf 12 uur. Maar tegelijk wens ik dat de bezoekers de favela leren kennen als een bijzondere plek waar nog veel potentieel is. Of ze het zullen zien, weet ik niet. Ik woon hier lang en voor mij – in het Frans opgevoed in een Oudenaardse bourgeoisfamilie met roots in de textiel – is het niet makkelijk om te begrijpen wat opgroeien in de favela met een mens doet. De favela’s gaan terug op de kilombos, de wijken waar gevluchte slaven en later de bevrijde slaven gemeenschappen begonnen. Die slaaf-meesterverhouding beheerst nog steeds de sociale textuur in een stad als Rio en het is niet moeilijk: hoe zwarter, hoe meer kans dat je in een favela woont.

“Veel van onze buren werken in de dienstensector. Dat betekent dat ze elke dag bij wijze van spreken de rijken hun kont gaan afvegen en ‘madame’ – zo noemen ze de rijke dames – hun koffie mogen inschenken. Met als gevolg een laag zelfbeeld. De enkelingen die
zich toch kunnen opwerken, worden niet altijd goed onthaald. Studeren aan de universiteit wordt al snel gezien als een verraad aan de roots.”

Inmiddels is de bar-restaurant-hostel het middelpunt van een sociaal-economisch initiatief dat de favela ten goede moet komen. D’Huyvetter herinnert zich nog zijn begin toen de bendes hem lieten verstaan dat ze in hem een X9, een chiche nove of een verrader, vermoedden. “Dat was even schrikken, want dan ben je echt niet gerust. Ik heb op hen ingepraat en stilaan begrepen ze ook dat ik hier wilde blijven en een leven opbouwen. Ik heb hen uitgelegd dat ik mijn bar Estrelas heb genoemd, niet omdat ik vanop mijn terras de sterren zie, maar omdat de bewoners van deze favela voor mij de sterren zijn.

Aan de ultieme ontvoogding wordt nu heel hard gewerkt. Recent is besloten dat het elektriciteitsnet geen monopolie meer is van enkele grote bedrijven maar toegankelijk moet zijn voor privé-initiatieven. Pol D’Huyvetter heeft al zonnepanelen liggen op zijn pousada, maar wil de hele favela via een coöperatieve in een groepsaankoop betrekken. Dat project werd opgepikt door de media en trok de aandacht van de regering. Enkele weken geleden werd hij samen met de verkozen voorzitter, zeg maar burgemeester, van Babilônia uitgenodigd naar Brasilia om in het parlement het project te presenteren.

“Iedereen was enthousiast. Weet je dat er in heel Brazilië nog maar 1.200 projecten zijn voor zonne-energie? (spottend) Ze hebben hier natuurlijk geen zon. Zonnepanelen zouden voor de favela een hele ommekeer betekenen. Uiteraard zou de elektriciteitsfactuur van de favelados dalen, maar daarnaast zouden ze voor het eerst in hun leven zelf produceren, en niet langer de wet van een energiemastodont ondergaan. Noem het maar het doorbreken van de slaaf-meesterrelatie.

“We krijgen van iedereen steun: Duitsers, Nederlanders, Zwitsers, de consul van Colombia, ze beloven allemaal naar onze activiteiten te komen en steunen ons met geld of directe hulp. En België? Toen het consulaat zag dat de pers ons project had opgepikt, moesten we het eens komen presenteren. Fantastisch, zegden ze, hoe kunnen we helpen? Met ons meewerken en als het kan financieel te steunen, zei ik. Jammer, maar geld hadden ze niet. We hebben sindsdien niks meer gehoord. Dan is er eens een Belg die wat doet en die van iedereen hulp krijgt, behalve van zijn eigen land.”

 

Je kunt Estrelas da Babilônia vinden via Google Maps en TripAdvisor.

Maandag:De verloren eer van het Internationaal Olympisch Comité.

Chasse Patate in De Morgen van 25 juli 2016

Chasse Patate

De grote sportzomer van 2016 vliegt voorbij. Twee derde hebben we al achter de rug en wat hebben we gekregen? Een onvoorspelde Europese kampioen in het voetbal en een voorspelde Tour-winnaar. Een zwak Euro 2016 en een al bij al mooie Tour de France.
Wat zat er voorlopig in voor de Belgen? Een rampzalige kwartfinale na één goede wedstrijd, de uitschakeling, het ontslag van de bondscoach en een nationale kater als nooit tevoren. Dat wat het voetbal betreft.

In de wielrennen werden twee Belgische Tour-etappes begroet als ware het gele truien op het podium in Parijs. Verder niks, behalve dan een tweede plaats voor de bolletjestrui en een tweede plaats voor de superstrijdlust. Belgische wielrenners kleuren alle wielerwedstrijden, maar in de allerbelangrijkste wedstrijd van hun universum, de Tour de France, doen ze niet mee voor de eindoverwinning, en dat is toch al een jaar of veertig een constante.

De enige uitzondering is Jurgen Van den Broeck, wiens levensdoel om een goed klassement te rijden vloekte met de Vlaamse klassieke eendagscultuur; gehoon was zijn lot. Was ik maar een Nederlander, zal hij al vaak hebben gedacht. Bauke Mollema heeft behalve ooit een etappe in de Vuelta ook niks van belang gewonnen in zijn carrière, maar kreeg deze Tour weer de nodige egards omdat hij ten minste voor het hoogste durft te gaan. In de derde week van de Tour ging het finaal fout, maar dat zal hem niet beletten om zijn droom te blijven najagen. Ook Steven Kruijswijk en Tom Dumoulin gingen het voorbije jaar ten onder toen ze op winst stonden in grote rondes.

Het blijft opmerkelijk dat het platste land met de langste bevolking ter wereld er wel in slaagt om in langere etappewedstrijden mee te doen om de overwinning en België niet in de buurt komt. Waren Mollema, Kruijswijk en Dumoulin Belgen, hun talent zou zijn verknoeid van de Omloop in maart tot Putte-Kapellen in oktober.

Olympische Spelen in mineur

We krijgen nog een olympische wegrit en daarvoor hebben we vier kopmannen en één werkmier, aldus bondscoach Kevin De Weert. Laurens De Plus is 20 en mag na 170 kilometer afstappen. Wat daarna gebeurt, is niet duidelijk, maar zal ongetwijfeld het voorwerp uitmaken van een boeiende rondetafel waarbij finaal geld zal worden geboden.

Een gok? Nadat de werkmier is uitgewerkt, zullen de Belgen elkaar tegenwerken op zijn Belgisch, met uitzondering dan van Serge Pauwels. Dat is met afstand de meest beschaafde en voluntaristische van alle renners die naar Rio afreizen en ik heb hem daar vorig jaar tweede zien worden. Dat is geen garantie op een herhaling, maar hij weet tenminste wat het is om de Vista Chinese een paar keer te moeten oprijden. De Vista lijkt geen spek voor de bek van powerboys als Greg Van Avermaet of Philippe Gilbert, hooguit voor Tim Wellens en Serge Pauwels in een superdag.

Twee derde van de grote hete sportzomer is voorbij. De start volgend weekend van de Belgische voetbalcompetitie even buiten beschouwing gelaten, zijn die Olympische Spelen het derde grote luik van deze sportzomer. De zestien dagen van eeuwige sportglorie beginnen op vrijdag 5 augustus met het nationalistisch vlaggengezwaai van de openingsceremonie en het boegeroep naar de Russen.

Als u dit leest, ben ik al in Rio. Tenminste, bij leven en welzijn, want ik tik dit stukje onderweg nadat ik in Frankfurt Airport drie uur op de vloer heb geslapen tegen het raam van Tommy Hilfiger. De Verspätung van vlucht LH 500 is nu al opgelopen tot zestien uur. Op een Libisch strand in een te klein gummibootje worden geduwd, zal ongetwijfeld veel erger zijn, maar voor wie zoals ik de laatste keer in een luchthaven was om 8 uur op 22 maart én in Zaventem neemt de afkeer van luchthavens ontzagwekkende proporties aan.

Misschien dat Rio de Janeiro soelaas zal brengen en het gemoed alsnog tot rust komt. Misschien ook niet, want dit worden de Spelen van scherp zijn. Nooit in de dertig jaar dat ik professioneel de Olympische Spelen volg, zullen die onder een slechter gesternte zijn begonnen. Boven op de muggen, de onafgewerkte werken, de verwachte transportproblemen, de vervuiling (niet mijn zorg om eerlijk te zijn, voor die twee keer dat ik zal kunnen pootjebaden) en de jeugdbendes, komt nu ook nog eens de terreurdreiging. IS in Brazilië heeft alle politie, militairen en paramilitairen in verhoogde staat van paraatheid gebracht. Daar kan ik mij weinig bij voorstellen, want ze liepen daar al rond als Special Forces die Raqqa wilden veroveren.

Ik beloof u te berichten over het bloed, zweet en tranen van onze en andere atleten, maar ook over de Spelen als geopolitiek verschijnsel. Een voorspelling: over een maand, op 22 augustus, als alles voorbij is in Rio, passen de begrippen anachronisme en olympisme in één zin. Nog meer ramptoerisme: ook sportief staan de sterren niet bepaald gunstig. Nooit in de laatste dertig jaar zijn de Belgen afgereisd met minder sportresultaten behaald in de voorafgaande jaren. Jawel, dit land hééft een aantal kanjers – Charline Van Snick, Evi Van Acker, Philip Milanov en collegae – maar over het algemeen is onze spoeling topsporters met medaillekansen te dun. Aan de meer dan honderd Belgische atleten om het tegendeel te bewijzen.

Deze rubriek gaat een weekje op Copacabana in tapering om de laatste hand te leggen aan de olympische voorbereiding. Afspraak op maandag 1 augustus.

 

Froome is niet saai, in De Morgen van 23 juli 2016

Froome 2.0 is niet saai

Even kwam de gele trui van Chris Froome in gevaar, na een valpartij aan de voet van de Mont Blanc. Maar hij veerde snel recht, sprong op de fiets van Geraint Thomas en reed vol schaafwonden alsnog naar de negende plaats, op 36 seconden van ritwinnaar Romain Bardet. Wat maakt Froome en Sky zo superieur in de Tour?

Wielrenner Laurens ten Dam van Giant-Alpecin had een tweetje na de tijdrit van donderdag: ‘What can you do? @chrisfroome. Congrats. I might have eggs and avocado too tomorrow!’ Ten Dam verwees daarmee naar een eerdere tweet van Chris Froome zelf, met een fotootje van zijn ontbijt: gepocheerde eieren, avocado en zalm, zijnde vetten en eiwitten, maar geen koolhydraten.

Sportbestuurder Marc Madiot van La Française des Jeux stelde dan weer vast dat deze Tour historisch had kunnen zijn, als de Sky’s er niet bij waren geweest. Quel dérangé, was de reactie van een Franse enkeling. De meesten van zijn landgenoten vonden hem helemaal niet gestoord, maar knikten instemmend.

Het is van alle tijden dat een dominantie in een fysiologische sport als wielrennen als bedreigend wordt ervaren en zo snel mogelijk moet stoppen. Bedreigend voor de organisatie die voorspelbaarheid kan missen, want voorspelbare sport stoot kijkers af. Dus deed Tour-organisator ASO er dit jaar weer alles aan om het Froome en co. lastig te maken: aankomsten na afdalingen, kortere tijdritten, klassieke etappes, noem maar op.

Bedreigend voor de media die ook voorspelbaarheid kunnen missen en die bij Team Sky te maken krijgen met een mediabeleid dat meer lijkt op dat van de Premier League dan van de Planeet Koers, die leeft bij de gratie van de aanraakbaarheid. Bedreigend voor het publiek, ten slotte, omdat Chris Froome en de Sky’s van wielrennen een saaie sport zouden hebben gemaakt.

Met excuses voor wie is opgegroeid met de plofkip Marco Pantani en bij uitbreiding de hele epo-generatie die aanval na aanval konden verteren, maar misschien kan een geschiedenisboek helpen. Jacques Anquetil en Eddy Merckx werd ook verweten dat ze van de Tour een te voorspelbare competitie maakten. Met vijf keer Anquetil en vijf keer Hinault – die ook zelden spannend won – konden de Fransen nog leven, want dat waren Fransen, maar wat heeft Merckx allemaal niet naar zijn hoofd geslingerd gekregen in Frankrijk. Op de Puy de Dôme hebben ze hem zelfs van zijn fiets willen stampen, later opgeblazen tot een slag in de lever als kwam hij van Mike Tyson, maar onmiskenbaar een daad van agressie. Recentelijker was er uiteraard de dominantie van Lance Armstrong die panache mixte met Amerikaanse trash talk, ongezien in het brave wielrennen en uiteindelijk een dodelijke cocktail voor hemzelf.

Marginal gains

Team Sky en Chris Froome zijn een beetje Molteni en Merckx en US Postal (later Discovery Channel) en Lance Armstrong. Een sterke kopman leeft bij de gratie van een sterke formatie rond hem, waarin de strijd om het geel de enige prioriteit is. Geen baroudeurs op zoek naar eigen succes, discipline is het ordewoord. Merckx haalde ooit Martin Van den Bossche terug door hem niet als eerste over de Tourmalet te laten gaan, omdat hij wist dat Van den Bossche zou vertrekken bij hem.

Chris Froome was ooit zelf bijna dissident toen hij in de Tour van 2012 zijn eigen kopman Bradley Wiggins in verlegenheid bracht in de Alpen. Maar hij werd gesommeerd zich in te houden, tot ergernis van zijn vrouw Michelle Cound die net Twitter had ontdekt. Armstrong heeft – voor zover bekend – nooit echte dissidenten gehad in de ploeg, tenzij misschien heel even Tyler Hamilton.

Naast teamdiscipline – de kopman is heilig – hebben alle grote formaties uit het verleden ook de drang naar perfectie, naar verbetering gemeen. De Britten hebben het kind een naam gegeven – marginal gains, hier en daar enkele procenten winnen – maar Merckx en Armstrong waren niet anders.

Sky zou computergestuurd zijn, nog zo’n verwijt. In een wereldje van grootmoederwijsheden lijkt ook een handmixer al snel op een computer. Wat zou er computergestuurd zijn aan Sky? Hun training op basis van vermogensmeters? Die hebben de andere ploegen ook. De andere ploegen weten ook dat het gaat om de watts per kilogram lichaamsgewicht en niks belet hen om die aanpak te kopiëren. Neen, het moest gaan om een geheim middel.

In mei 2015 verscheen in deze krant een verhaal over ketonen als nieuwe brandstof en de vraag werd gesteld of dat misschien het geheime middel was achter de power die een iel mannetje als Froome kon ontwikkelen. Zoals toen in het verhaal stond: er ís met ketonen gewerkt in de Britse topsport én bij Sky maar het is niet zeker dat dit een effectief middel is, laat staan een geheim middel, en het is onduidelijk of het nu nog wordt gebruikt.

Speciale voeding

Waarin Froome en Sky wel verschillen van alle voorgaande dominante formaties, is hun voeding. Dat zie je aan de gabarits van hun renners. Zet Team Sky in T-shirt en jeans op een rubberbootje op de Middellandse Zee en je vermoedt uitgewoonde vluchtelingen die in geen weken een deftig maal hebben gezien. Dat klopt, ze zien ook geen deftig maal, toch niet wat wielrenners als deftig bestempelen. Die aanpak heet fuel for work, in mei nog beschreven in een studie, mede gesponsord door het sportvoedingmerk van Team Sky: je laadt je verbrandingsoven met wat je nodig hebt voor de inspanning en je eet vooral maar zoveel koolhydraten als je zult verbranden, want overbodige koolhydraten zijn ballast.

 

Trainen zonder koolhydraten kan ook en je vermagert bovendien. De voeding om te vermageren, de gerichte training met één doel – de Tour – en een strenge selectie van de helpers – zoals Merckx en Armstrong – moeten resultaat opleveren. Deze Tour kwam daar nog eens een voortschrijdend inzicht bij over hoe moet worden gekoerst. Waar het de enige zorg van Bradley Wiggins was om zo snel mogelijk voorin te rijden om na een tijd niemand meer te zien, beweegt Froome zich als een vis in het water voorin in het peloton en heeft hij ook geleerd te koersen als een klassieke wielrenner. Froome 2.0 is aanvallen in de afdaling, een miniwaaiertje opzetten met Peter Sagan. Neen, Froome 2.0 is niet saai.

Saai is het antwoord, of het gebrek aan antwoord, van de andere ploegen. Die verstoppen zich achter de 35 miljoen euro die Sky ter beschikking heeft en waarmee het alle beste renners zou kopen. Is dat zo? Richie Porte reed bij Sky en nu voor BMC. Oké, hij vertrok voor het geld en hij staat nu op vijf minuten. Wout Poels reed twee jaar geleden voor Patrick Lefevere. Hadden ze hem aan boord gehouden en toen een ploeg rond hem gebouwd, Etixx-QuickStep deed misschien mee voor het geel. Met de nadruk op misschien, want helpers in de bergen hebben een snipperdag tijdens de andere ritten. Het is niet omdat Poels de tweede beste is na zijn kopman dat hij ook na 21 ritten tweede zou zijn in Parijs.

Fenomenale waarden

Met Chris Froome is in de zomer van 2011 geleurd. Niemand wilde hem. Ook Johan Bruyneel kreeg hem aangeboden. Fenomenale waarden, zei Sky-teambaas Dave Brailsford, maar wij krijgen het niet omgezet in prestaties. Een maand later werd hij tweede in de Vuelta na de hoogst verdachte Juan José Cobo en vóór Bradley Wiggins en Bauke Mollema zowaar. Waarna Brailsford een jaar later voor de Tour ging met Wiggins als kopman en Froome als gefrustreerde meesterknecht.

Na afloop van de Tour van 2012 kwam Sky’s meester-trainer Tim Kerrison met een powerpointje over de vermogenswaarden van de helper Froome en hij werd de nieuwe kopman. In 2013 won hij de Tour, in 2014 viel hij, in 2015 won hij weer, net als morgen bij leven en welzijn. Froome is 31 en kan Anquetil, Merckx en Hinault evenaren en dat zou niet meer dan terecht zijn.

De Russen komen (niet/ wel) in De Morgen van 22 juli 2016

De Russen komen (niet/ wel)

 

Joepie, de Russische sporters uit de atletiek mogen niet naar Rio. Op een handvol na dan en die zullen geen deuk in een pakje boter lopen, gooien, trappen, springen of wat dan ook. Dat scheelt alvast achttien medailles, want dat aantal wonnen de Russen in Londen 2012. Acht van de achttien waren van goud. Met 82 medailles in totaal was de Russische federatie het derde land in aantal medailles, pas het vierde als de olympische telling (goud boven alles) wordt aangehouden.

Overigens wonnen de Russen in Londen negen medailles meer dan vier jaar eerder in Peking, wat toen als de terugkeer naar eerdere glorieuze tijden werd begroet. Te vrezen valt dat die stijging nu postuum zal worden tenietgedaan. Een nieuw historisch dieptepunt na de 63 medailles in Atlanta in 1996 wenkt.

Het Wereldantidopingagentschap (WADA), de Amerikanen, de Canadezen en de Britten – de Angelsaksische connectie zeg maar – bejubelen ongetwijfeld de beslissing van het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) om de schorsing van de Russische atletiekbond door de IAAF te handhaven. Ze hopen nu op een uitbreiding van die schorsing naar de hele Russische olympische equipe door het Internationaal Olympisch Comité (IOC), maar zo’n vaart zal het niet lopen.

Het buikgevoel zegt nu wel: voor eens en voor altijd afrekenen met die Russen. Maar de logica zegt: het moet wel juridisch kloppen. De uitspraak van het TAS volgt die logica: de IAAF heeft correct gehandeld in het schorsen van de Russische atletiekfederatie ARAF en derhalve kan die bond of het Russische nationaal olympisch comité geen atleten afvaardigen, tenzij die atleten kunnen bewijzen dat ze afdoende zijn gecontroleerd. Waarna een zinnetje volgde dat er wel heel weinig tijd was om de onschuld te bewijzen.

Onschuld bewijzen is een aanfluiting van een basisrecht: niet onschuld, maar schuld moet worden bewezen. WADA, TAS, IAAF en IOC kunnen zich nog aan een zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verwachten, maar dan moeten de Russen wel eerst in beroep gaan tegen het TAS bij het Zwitsers gerecht en daar zijn ze zelden gehaast. Meer zelfs, de Zwitsers zijn dat TAS zo moe als koude pap.

Russisch paspoort

Het buikgevoel zegt dat de Russen op hun plaats moeten worden gezet en dat president Vladimir Poetin en minister van Sport Vitali Moetko de middenvinger mogen krijgen voor zoveel misprijzen voor de internationale sportregels. Oké, maar dan de praktijk. Hoe moet dat gaan? Om de link te leggen met de aan gang zijnde Tour de France: moet Ilnoer Zakarin worden uitgesloten van Rio? In 2009 kreeg hij twee jaar aan zijn broek voor methaandienone, beter bekend bij bodybuilders als Dianabol, overigens een Amerikaans middel. Dat is een van die anabolen waarvan de dopingbestrijding deze eeuw nieuwe metabolieten (afbraakproducten) heeft opgespoord.

Zakarin liep tegen de lamp, heeft zijn straf uitgezeten en rijdt nu een dijk van een Tour. Hij verblijft hoofdzakelijk in West-Europa, is dit jaar al twaalf keer out of competition gecontroleerd door allerhande instanties die controles doen in het wielrennen en dat zijn er nogal wat. Er is geen enkele objectieve reden om deze man van de Olympische Spelen weg te houden, behalve als het bezit van een Russisch paspoort een objectieve reden is. De internationale wielerunie UCI heeft daar ook weinig zin in want dan komt ze in het vaarwater van Katjoesja-baas Igor Makarov en die heeft in 2013 de verkiezing van UCI-voorzitter Brian Cookson gefinancierd.

Met de schorsing van de Russische atletiek kan het volstaan en zou al heel wat boosdoenerij uitgeschakeld zijn. Tussen 2013 en vandaag hadden de Russen 181 dopinggevallen; 98 daarvan kwamen uit atletiek. Zwemmen en gewichtheffen zijn de tweede en derde sport op de dopinglijst met twaalf en elf gevallen.

Ter vergelijking: de Verenigde Staten hadden 129 dopinggevallen over dezelfde periode en als je onze Russische vriend Zakarin schorst omdat hij Rus is en het Russisch wielrennen acht positieve gevallen had tussen 2013 en vandaag, dan moet je de Amerikaanse wielrenners ook schorsen want die hadden over dezelfde periode achttien positieven.

Een voorspelling voor zondag, als het IOC zich over de zaak buigt: dat speelt de bal door naar de internationale sportfederaties en die zullen zich twaalf dagen voor de start van de Spelen niet wagen aan een collectieve schorsing van de Russen. Het zou te gek voor woorden zijn dat de Russische volleyballers en volleybalsters hun medaille niet mogen verdedigen in Rio omdat hun landgenoten- atleten vergeven zaten/zitten van de doping.

Geen Russen en ook geen WADA in Rio in De Morgen van 19 juli 2016

Geen Russen èn geen WADA in Rio

Nu de internationale sportgemeenschap om de algemene uitsluiting van de Russen voor de Olympische Spelen van Rio roept, beleeft de olympische wereld de grootste crisis sinds de boycots van de jaren tachtig. Het is oorlog tussen Rusland en het Westen, dat door Moskou wordt verweten een hetze te voeren tegen de onschuldige Russische sporters. De geopolitieke fall-out van deze crisis is niet te overzien en ook niet opgelost in enkele jaren: zelfs het WK voetbal van 2018 is bedreigd.

Het Wereldantidopingagentschap (WADA) – zelf niet vrij van schuld – vraagt de uitsluiting van de hele Russische atletendelegatie voor Rio op basis van het McLaren-rapport dat gisteren werd voorgesteld en dat bewijzen heeft gevonden van georganiseerd staatsbedrog in minstens twintig zomersporten.

Dat laatste is opmerkelijk, want oorspronkelijk begon dit schandaal met de Winterspelen van Sotsji, waar stalen zouden zijn verwisseld of opengemaakt, waarna de urine werd verwisseld. Maar McLaren onderzocht ook de stalen van het WK atletiek in Moskou en de Universiade in Kazan, allebei in 2013. Telkens kwamen ze tot de vaststelling dat er met de stalen was geknoeid, telkens was de overheid op de hoogte en telkens was de FSB – de opvolger van KGB – betrokken. In enkele gevallen was zelfs de onderminister en de minister van Sport van alles op de hoogte.

“Hoog tijd voor een sterk signaal,” zegt onze sportminister Philippe Muyters, die zelf lid is van de foundation board van het WADA. “Aan het IOC en de internationale federaties om te zorgen dat de bedriegers eruit gaan.”

Russen buiten, dan maar? Welnu, de kans is eerder klein tot onbestaande dat we op 5 augustus tijdens de openingsceremonie in het mythische Maracaña géén bordje met daarop Rússia zullen zien, gevolgd door een legertje rood-wit-blauwe atleten. In dit verhaal is het laatste hoofdstuk nog niet geschreven en donderdag zullen we al meer weten als de zaak van Rusland voor het Arbitragetribunaal voor de Sport (TAS) komt in Lausanne. Daar zal worden gepleit door juristen en niet door dopingjagers en zij zullen erop hameren dat alleen bewezen schuldigen mogen worden gestraft.

Dat was ook het scenario dat ze bij het IOC in gedachten hadden, want die zouden liever wél Russen in Rio zien, al was het maar om de sportieve vrede min of meer te vrijwaren. Laat het WADA maar jammeren en laat iedereen maar vragen om de Russen uit te sluiten, redeneerde het IOC, het TAS zal de juridische logica hanteren en dan moeten wij de uitspraak van het TAS volgen.

Tot eergisteren iets vreemds gebeurde: een dag vóór het McLaren-rapport kwamen de Amerikaanse dopinginstantie USADA en het Canadees centrum voor ethiek in de sport (CCES) out of the blue met de vraag om Rusland uit te sluiten van Rio. Een voorafname
op het rapport, zo blijkt nu. Meteen kwam een tegenreactie van IOC-voorzitter Thomas Bach, die – dat moet u weten – in 2013 met de uitdrukkelijke steun van Poetin als opvolger van Jacques Rogge is gekozen. Bach had het rapport duidelijk nog niet gekregen en de anders nochtans erg voorzichtige advocaat verklaarde: “Je moet geen badmintonners straffen omdat wintersporters in Sotsji hebben gesjoemeld.”

Die uitspraak had hij beter niet gedaan, want die krijgt hij als een boemerang terug. Als de sportpaus Thomas Bach zo te kakken wordt gezet, kan dat niet anders dan uit het brein komen van de founding father van het WADA, de eeuwige stokebrand Dick Pound. Die gebruikt dit Russische dopingschandaal om het hele Internationaal Olympisch Comité de kant in te rijden. Pound is nota bene zelf lid van het IOC, maar compleet uitgerangeerd sinds hij de verkiezing tegen Rogge in 2001 voor het presidentschap verloor. Hij beet zich toen vast in het WADA.

Dat Wereldantidopingagentschap met zetel in Montreal gedraagt zich nu als een instelling boven alle verdenking, maar dat is dan weer erg fout. Zelden heeft een internationale sportinstantie meer geblunderd en minder gedaan met meer geld, dan het WADA. Daarom rijpten bij het IOC stilaan de geesten om na de Spelen van Rio de internationale dopingbestrijding anders te organiseren en ook het WADA te hervormen.

Dat is tegen de zin van Pound, die probeert te redden wat er te redden valt, maar de ongemakkelijke waarheid is deze: alles wat nu in mooie rapporten verschijnt, wist het WADA al sinds 2011. Toen werd de eerste Russische spijtoptant die het hele atletiekschandaal aan het licht bracht, door een WADA-official doorgestuurd naar de Duitse zender ARD met de melding “hier beginnen wij bij het WADA niet aan”. En al in januari 2014, een maand voor de befaamde Winterspelen van Sotsji, wist de scientific director van het WADA van ongeoorloofde externe inmenging in het labo van Sotsji. Ook dat staat in een rapport dat namens het WADA is opgesteld. Rodtsjenkov, de labodirecteur en later spijtoptant, zei toen letterlijk: “Men verplicht mij ‘dingen’ te doen.” Het werd niet uitgezocht. Rusland niet in Rio, volledig mee eens, maar het WADA heeft daar evenmin iets te zoeken.

Proficiat Froome in De Morgen van 16 juli 2016

Proficiat, Chris Froome

Twee grote mijnheren gezien, gisteren in de Tour de France. Chapeau voor Tom Dumoulin. Na een uurtje tegen 180 hartslag het gesprek over zijn tweede ritwinst beginnen met het droeve nieuws van Nice met de juiste toon, het juiste timbre, de juiste woorden; doe het hem maar eens na. Een mooie, slimme, sterke renner en het is te hopen dat ze bij Giant-Alpecin of de opvolger daarvan het verstand hebben om hem in het vervolg als kandidaat-Tour-winnaar klaar te stomen.

Dat Tom Dumoulin op een behoorlijk lastig parcours na vier snipperdagen maar één luttele minuut sneller is dan de geletruidrager, die nog fietsend, lopend en sakkerend vol aan de bak moest op de Mont Ventoux, zegt nóg meer, maar dan over Chris Froome. Even wars van de stijl van Froome en van de sympathie voor dat onderhondje van de Andes, maar wat een kanjer is die Froome. Wat een grote mijnheer.

Doodzonde, die reacties in de nasleep van het pandemonium van de Ventoux. Het publiek dat eerst de boel had verkloot, stond na de rit Chris Froome uit te jouwen. Er circuleerden foto’s van verklede omstaanders die de lopende Froome vierkant in zijn gezicht uitlachten. Afvoeren, vierendelen en voederen aan de wolven van de Provence, dat schorem. Gisteren bij de start, onderweg en bij aankomst was het gejoel en gefluit weer niet van de lucht.

Dat was de echte schande, maar daar werd in de jammerende commentaren in de media nauwelijks over gesproken. Wel: ‘Froome verdiende diskwalificatie (omdat hij liep zonder fiets).’ ‘Klassenjustitie.’ ‘Wat als dit alleen met Mollema was gebeurd?’ ‘Ze vinden de reglementen ter plekke uit om hem zijn gele trui terug te geven.’ ‘De wil van de rijkste ploeg is wet.’ ‘Wat als er eentje lek rijdt straks?’

Correcte jurybeslissing

Ik viel van de ene verbazing in de andere en daarom belde ik een UCI-commissaris met aanzien en met Tour-ervaring op het hoogste niveau. Zijn oordeel was duidelijk: er zijn de letterlijke reglementen en er is de geest van het reglement en volgens de geest van het reglement was dit een goede beslissing. Je neemt Froome zijn geel niet af, waarvoor hij ook nog eens winst aan het boeken is, omdat zijn groepje pal op een remmende motor rijdt en hij als enige niet verder kan. Het is niet eerlijk en je kunt dit niet vergelijken met een val of een lekke band: een uitzonderlijk voorval wettigt uitzonderlijke maatregelen, zeker op 1,2 kilometer van de streep. Sommige renners waren minder opgetogen.

Alejandro Valverde en Nairo Quintana deden lekker Spaans hypocriet en vonden dat dit nu eenmaal bij het wielrennen hoorde. Bauke Mollema was milder en vond wel dat Froome en Porte in zijn tijd mochten worden geklasseerd. Hij had dan weer problemen met de faveurs die een weggereden Quintana te beurt vielen en voor die redenering viel iets te zeggen. Al bij al was hij veel gematigder dan zijn landgenoten in De avondetappe, waar net niet de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken werd gevraagd de Franse ambassadeur te interpelleren over zoveel onrecht.

Waar hebben we het in godsnaam over? Dit is alsof in het voetbal een verdediger en een doelman worden getroffen door een vuurpijl vanuit de tribune. Wat zouden we doen met de aanvaller die doorloopt en scoort? Lynchen, juist, en terecht. Wat deed Mollema? Doorrijden. Omdat hij toevallig zo gelukkig was om boven op de ter aarde gestorte ellende genaamd Froome en Porte te vallen. In het voetbal, toch niet direct een sport die bekend staat om zachte zeden en solidariteit, trappen ze bij minder malheur de bal buiten. In het verhevigde leven wielrennen rijden ze lekker hard door. De ene zijn dood/val, is de andere zijn brood.

Had Mollema moeten wachten, het equivalent van de bal buiten trappen? Misschien. Kun je het hem verwijten dat hij niet heeft gewacht? Neen, dat was de adrenaline van het moment, zoals je ook Froome niet mocht verwijten dat hij op zijn schoenplaatjes de Ventoux naar boven liep. Daarom was de jurybeslissing een wijze beslissing, want Mollema was in een normaal koersverloop samen met Froome en Porte over de streep gekomen. Dit voorval had niks vandoen met reglementen uitvinden of met de wil van de rijkste ploeg.

Misschien was het wel een klein beetje klassenjustitie maar die hoort bij topsport. Lionel Messi of Cristiano Ronaldo krijgen sneller de fout mee dan om het even wie. Er waren wedstrijden dat de verdediger niet naar Michael Jordan mocht kijken of er werd al gefloten. In bescherming worden genomen, moet je verdienen.

Gisteren heeft Froome zijn krediet nog een beetje opgekrikt door zijn concurrenten op bijna een minuut (Mollema, wonderbaarlijk sterk) of veel meer (Quintana, drie minuten) te zetten. Het viel allemaal een beetje tussen de plooien van de ellende door, maar als we weer bij onze zinnen zijn, wordt het dan geen tijd om deze atypische renner in de armen te sluiten? Laten we hem een knuffel geven, zachtjes prevelend: “Sorry Froomy, voor alles wat we over jou hebben gezegd en geschreven. Of het nu bergop, bergaf, vlak of rechtdoor is, het ziet er niet uit hoe je op die fiets zit, maar je kleurt deze sport als geen ander. Je bent samen met Peter Sagan de grootste. Proficiat met de derde Tour.”

Amateur Sport Organisation in De Morgen van 15 juli 2016

AMATEUR SPORT ORGANISATION

Ik kijk naar een foto getweet door Martijn Hendriks van de NOS en de tranen schieten mij in de ogen. Richie Porte ligt links op de grond en iets verder ligt Chris Froome, in een gelijkaardige houding, op de rechterschouder bijna in foetushouding. Allebei zijn ze tegen dek gegaan, zoals dat zo mooi heet in rennerstaal. Rechts van hen staat een televisiemotor dwars over de weg. Bauke Mollema ligt erbij. Bijna. Hij is nog aan het vallen en zet zijn rechterhand, die een fractie later de grond zal raken. De foto toont niet wat er voordien is gebeurd. Alleen de fiets van Mollema wil iets zeggen. Hij staat dwars over Froome, al in de richting van bergaf. Hij zegt: “Mannen, het is goed geweest in dit zothuis, ik ben er hier mee weg.”

Romain Bardet had aan een paar zinnen genoeg om de waanzin van de Ventoux en de Tour de France neer te sabelen. “Ik ben Froome op 700 meter van de finish voorbijgereden. Hij liep met de fiets aan de hand als een triatleet in de wisselzone. Sorry, maar zo kunnen wij ons beroep niet uitoefenen. Als je niet meer ziet waar je moet rijden, dan wordt het te gek.”

Topsport noemen ze dat dan. Topsport hoort minimale eerlijkheid na te streven en moet vooral zorg dragen voor de atleten. In het wielrennen vallen ze zich met wat meeval een breuk, als het even tegenzit vallen ze zich dood of in een coma. En als de renners niet vanzelf vallen, bestaat nog altijd de levensgrote kans dat ze van de weg worden gereden door een motor, door een gekke toeschouwer of door allebei.

Die arme Stig Broeckx krijgt die mooie etappe die eindigde in een nachtmerrie aan zich opgedragen. Kan het nog symbolischer, nog cynischer? Wielrennen is topsport, maar evengoed een klotesport zoals het zijn menselijk kapitaal behandelt.

Gelukkig werd Chris Froome na drie kwartier soebatten uiteindelijk alsnog in het geel gehesen, met nog meer seconden voorsprong dan bij de start. Niet meer dan terecht, hoewel er altijd wel weer zijn die vinden dat chaos bij deze sport hoort. Neen, echt niet. En dat het überhaupt drie kwartier moest duren voor de heren van de jury tot die voor de hand liggende beslissing kwamen, is op zich al absurd. Wat er gebeurde op de Mont Ventoux is géén spektakel maar pandemonium, de totale ontreddering, de schande ver voorbij.

Te weinig dranghekken

De schade voor het al geteisterde wielrennen is na deze nieuwe farce onherstelbaar. Nooit is de nummer één van een sport meer voor schut gezet dan Chris Froome. Net had hij op weergaloze wijze zijn naaste concurrent op achterstand gezet en was op die vreselijke Ventoux zijn derde Tour de France aan het winnen, toen Richie Porte, Bauke Mollema en hijzelf op die motor van de televisie knalden.

Froome moest eerst lopend met een kapotte fiets verder, dan lopend zonder kapotte fiets, kreeg vervolgens een belachelijk klein geel Mavic-fietsje – het enige wat klopte aan dat fietsje was de kleur – en ten slotte reed hij op zijn eigen reservefiets naar de streep. En dat alles live on tv, world wide, al valt dat laatste nogal tegen in het geval van de Planeet Koers. Misschien nog een geluk dat alleen rusthuizen en Vlamingen naar koers kijken.

Ridicuul was het, Froome als de postmoderne versie van Eugène Christophe die in de Tour de France van 1913 in de afdaling van de Tourmalet zijn voorvork brak, veertien kilometer naar beleden liep en zelf in Sainte-Marie-de-Campan zijn fiets repareerde. De geletruidrager die op dat moment zijn geel kwijt was, schudde het hoofd toen hij over de meet kwam. Brave Froome. Ik weet niet wat hij daarna heeft gedaan, tot aan zijn bevrijdend sms’je ‘Still in the yellow jersey’, maar in zijn plaats was ik Christian Prudhomme en al die andere patjepeeërs van Amaury Sport Organisation op hun gezicht gaan slaan.

Van ASO zegt men dat het de meest professionele partij in het wielrennen is. Welnu, de afkorting ASO staat voortaan voor Amateur Sport Organisation. De officiële Twitter-account meldde zelfs even ‘Froome running on the Ventoux’. Gewoon, alsof dat de bedoeling was. Hoe verzin je het om een beklimming in te korten, maar niet te anticiperen op al die ramptoeristen die in de laatste zes geschrapte kilometers stonden maar geen renner zouden zien en dus maar afzakten naar de laatste kilometers vóór Chalet Reynard? Dat kon een kind voorspellen. Hoe verzin je het om maar één kilometer dranghekken te plaatsen op een berg die bijna instortte van het publiek? Ook dat was te voorspellen.

O ja, nummers één en twee op de onthoofde Ventoux waren Belgen, maar voor de moedige Thomas De Gendt en Serge Pauwels was geen aandacht. Alle miserie die het wielrennen over zich afroept, is altijd te voorspellen en steeds weer herhaalt de geschiedenis zich en niemand die er lessen uit trekt.