Column Gefaald over sportjournalistiek in De Morgen van 6 juni 2015

Gefaald

“De geopolitiek van de sport wordt schromelijk verwaarloosd door sporthistorici, sportsociologen en sportjournalisten.” Dat schreef James Riordan in zijn boek de Sportpolitiek van de 20ste eeuw. Riordan was een socioloog, maar eerst was hij profvoetballer. In 1963 ging hij zelfs in volle Koude Oorlog voetballen bij Spartak Moskou en ook daar schreef hij mooie verhalen over.

Riordan is drie jaar geleden gestorven. Jammer, hij had vast een mening gehad over de FIFA-schandalen en alle heisa die daar nu over is ontstaan. Ik heb hem ooit ontmoet in olympische kringen en toen al fulmineerde hij op de voetbalpers, die meer geïnteresseerd is in driehoeken met de punt naar voren of naar achteren, en de getalletjes op het scorebord, dan in de economische en sociaal- politieke context van de sport.

Heeft de sportjournalistiek gefaald? Andrew Jennings beweert van wel. Ik voel mij niet aangesproken, want ik heb in die wereld als journalistje van een klein sportlandje mijn kiezeltje proberen te verleggen, maar ik ben het met hem eens. Wel jammer dat Jennings al te vaak is doorgeschoten in zijn kritiek en soms een karikatuur werd van zichzelf, waardoor een deel van de boodschap niet doorkwam. “Dat weet ik”, zei hij ooit in een debat in Brussel, “maar ik word alleen gehoord als ik overdreven veel lawaai maak.”

Jennings heeft lawaai gemaakt, en terecht, want deze deconfiture van de FIFA is ook zijn grote gelijk. Maar zijn lawaai werd overstemd door dat van anderen die het ook altijd al hadden geweten en die opeens konden vertellen hoe de vork precies in de steel zat en hun verontwaardiging niet onder stoelen of banken staken.

Ik heb de voorbije weken meer dan één keer grote ogen getrokken bij het zien van de vier frontpagina’s die elke ochtend mijn ontbijttafel sieren. Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, De Standaard en uiteraard deze krant, ze kregen maar niet genoeg van de avon-turen van de ‘Bende van Blatter’. Het nieuws op radio en tv werd ermee geopend. En ineens lieten ook alle spelletjesjournalisten, die in normale omstandig-heden alles menen te weten over de kwaliteiten van de heren voetballers, ook hun licht schijnen over de FIFA en de internationale sportbondenwereld met een aplomb alsof ze die wereld al jaren van binnen en van buiten kennen. In geen enkele Vlaamse krant verscheen de berichtgeving over FIFA in de sportpagina’s. Vreemd. Alsof een politiek schandaal niet in de politieke pagina’s zou verschijnen.

Sportjournalistiek gaat met de sportpolitiek om zoals met doping: eerst negeren of ridiculiseren en uiteindelijk opkloppen en vooral niet nuanceren. Iedereen moet nu ineens alles weten over de val van Blatter. Zelfs de dochter van Blatter werd opgezocht bij haar thuis in Zwitserland. CONCACAF (de bond van Noord- en Centraal-Amerikaanse en Caraïbische voetbalfederaties), Jack Warner en Chuck Blazer zijn household names geworden. De kruimeldief Jack Warner heeft gezegd voor zijn leven te vrezen en speelde de grote spijtoptant van de maffia, daar gretig in gevolgd door de media. Niks mooier dan een feuil-leton waarin de slechten duidelijk de slechten zijn en de goeien… Tja, wie zijn die goeien eigenlijk, weten we dat nu al?

U zou er eens de kranten moeten op naslaan van 3 december 2010, toen Rusland voor 2018 en vooral Qatar voor 2022 zijn verkozen als WK-landen. Veel verontwaardiging is toen niet gehoord. De verkiezing van Qatar wekte maar een heel klein beetje verbazing. Het zou heet worden in Qatar, dat wel, en de voetbalpers ging over tot de orde van de dag, zijnde de samenstelling van het middenveld van RSC Anderlecht of FC Brugge.

Hoe zou het komen dat olympisch geschoolde journalisten doorgaans meer historisch besef hebben en oog voor de coulissen en niet- sportieve context dan hun voetbalcollega’s? Wellicht omdat de Olympische Spelen zichzelf hebben vermarkt als een ethisch superieur event met aparte waarden. Wat niet strookt met de werkelijkheid, voor alle duidelijkheid, en wat niet genoeg kan worden benadrukt. Wellicht ook omdat de Spelen als sinds 1896 politiek worden gerecupereerd. Daar heeft het WK voetbal nooit last van gehad, behalve die ene keer in 1978 door de Argentijnse junta. En over drie jaar door de Russische junta. Maar dan zal het middenveld van de Rode Duivels weer veel belangrijker zijn dan de geopolitieke armklem van Poetin op de sport.

Gefaald

Een beetje een visionair interview met Sepp Blatter uit 1998 in Sport Int’l

In tempore (non) suspecto

Dit was een interview  voor het onnavolgbare en onvolprezen Sport International, mijn beste werkgever ooit. Ik deed het samen met ons zusterblad Voetbal International, samen met Ted van Leeuwen, in Zürich. Blatter, zo hadden we gehoord, wilde zijn eigen voorzitter opvolgen en wij hoopten op bevestiging maar alle vragen daarover moesten er uit.

Let op de titel, zijn betoog, zijn vijandigheid tegenover Europa, zijn uitleg over de tv-rechten in handen van Kirch en ISL die drie jaar later allebei failliet zouden gaan wat aanleiding was voor nog meer smeergeld, en vooral dat hij begin december 1997 geen kandidaat was. Een paar maanden later zou hij zich toch verkiesbaar stellen. En hij won en bleef zeventien jaar.

Interview Blatter jan 1998

Verhaal over DoublePASS, wereldspeler in De Morgen van 30 mei 2015

Voetbalkennis MADE IN BELGIUM

Ze spreken voetbaltaal en zeggen waar het op staat, de auditors en consultants van Double PASS. Opleiding van talent is hun corebusiness, maar in de Amerikaanse Major League Soccer willen ze nu ook advies voor hun topteams. Het visitekaartje van Double PASS? Negen jaar samenwerking met de Bundesliga.

“Gratuliere!”, zei de man van Bayer Leverkusen eind vorige zomer. Ik vroeg waarom. “Met onze wereldtitel, jullie hebben daaraan meegeholpen.” Oprichter Hugo Schoukens kan het relativeren, maar diep vanbinnen weet hij dat er een stuk waarheid in zit. Als de clubs uit de Bundesliga vandaag van de beste opleiders ter wereld zijn en steeds weer nieuwe Duitse talenten voortbrengen, is dat mede door een bedrijfje uit Dilbeek dat tien jaar geleden mee een steen hielp verleggen in het Duitse voetbal.

Dit jaar bestaat Double PASS tien jaar, maar het begon allemaal in 2000 met een opleiding Expert Class Sportmanagement (tegenwoordig aan de VUB) en een bankdirecteur van een Fortis-filiaal met een passie voor jeugdvoetbal, die destijds in Anderlecht en RWD Molenbeek had gezien hoe het moest en ook niet moest. Ongeveer tegelijk was er een doctoraatsstudent aan de VUB die een model had gemaakt voor integrale kwaliteitszorg in de opleiding voor gymnasten. De bankdirecteur en de doctorandus vonden elkaar: IK Gym werd IK Foot. IK Foot werd uiteindelijk Foot PASS en heet nu Double PASS.

Het bedrijf groeide van twee naar achtenveertig medewerkers en van het eerste contract – met de voetbalbond en de profliga in eigen land – blijft nu nog slechts een klein deel over. Geen sant in eigen land? Ook niet waar, want er zijn nog wel profclubs die Double PASS waar-deren en vanaf derde klasse zijn alle clubs verplicht een Double PASS-label te halen.

Double PASS is voor het Belgisch voetbal wat Lotus is voor de koekjesindustrie: geliefd in België, maar nog meer geliefd in het buitenland en dat is nu eenmaal een grotere markt. In tien jaar tijd is Double PASS te groot voor België geworden. First we take Manhattan, then we take Berlin, dat hebben zij omgekeerd gedaan. Negen jaar geleden viel Berlijn, de Bundesliga. Jo Van Hoecke, de doctor sportmanagement van IK Gym en medeoprichter: “Daarna hadden we het geluk dat de European Professional Football League een workshop organiseerde waar wij gastsprekers waren en ook de Premier League op aanwezig was. Die hoorden ons verhaal en een jaar later zaten we daar ook aan tafel.”

De slogan van Double PASS in op het eerste gezicht krakkemikkig Engels komt trouwens van Richard Scudamore, CEO van de Premier League: ‘Together for more better players.’ Na Engeland klopte Hongarije aan met de bekentenis dat ze nog steeds waren blijven steken in de tijd van Puskás en of de mannen uit Dilbeek niet konden helpen. Duitsland bleef al die tijd een account en Engeland gaat nu ook de tweede cyclus in. Ten slotte zijn dit jaar ook contracten getekend met de United States Soccer Federation (de bond) en de Major League Soccer (de competitie) in de Verenigde Staten en de J-League in Japan. Alsof dat niet volstaat, wordt momenteel wordt ook onderhandeld in Brazilië, Spanje, Denemarken en nog andere landen.

Change management

Double PASS biedt drie producten aan. De basis zijn assessments en audits: via vragenlijsten die worden aangepast aan de lokale realiteit en de specifieke wensen wordt de club, de liga of federatie een spiegel voorgehouden. Aan het eind van de rit volgt een classificatiesysteem. Alles is voetbalgerelateerd. In het prille begin werd zelfs de procedure bij blikseminslag op het jeugdcomplex mee geaudit, maar daar is men van af gestapt. “Alles wat de speler beter maakt”, zegt Henk Mariman, die destijds als hoofd opleidingen bij Beerschot als eerste werd doorgelicht en later bij Club Brugge de mannen van Double PASS nog eens over de vloer kreeg. Mariman zou na zijn vertrek als sportmanager bij Club Brugge in 2012 een sabbatical nemen en alle topclubs van Europa bezoeken. Vandaag werkt hij voor Double PASS.

“Zoek maar op. Nog voor ik hier in beeld was, heb ik gezegd dat de screening van Double PASS van onschatbare waard is gebleken voor het Belgisch voetbal. Anderlecht zou vandaag Neerpede en de werking daar niet kennen als ze in de eerste audit niet ergens rond de achtste plaats waren geëindigd. Dat deed toen erg veel stof opwaaien, maar het zette een en ander in beweging. Wij waren met Beerschot als satelliet verbonden aan Ajax, dat zogezegd de beste opleiding ter wereld heeft, maar we hebben toch ontzettend veel geleerd en daardoor ook veel veranderd. Jan Vertonghen en Thomas Vermaelen hebben daar ongetwijfeld van geprofiteerd.”

Naast de audit biedt Double PASS ook ‘change management’ aan, de meest agressieve en directe vorm van consulting. De projecten in Hongarije en in Istanboel bij Galatasaray vallen binnen die opdracht. Ten slotte wil Double PASS ook instrueren via een instituut, de jongste peiler.

Change management in het voetbal, waar vooral ex-voetballers van hun eigen gelijk overtuigd zijn, begin er maar aan als bankdirecteur-jeugdtrainer en doctor-turner. Inmiddels hebben Schoukens en Van Hoecke zich omringd met nog grotere voetbaldieren, onder wie Henk Mariman, Frank Rits die er van in het begin bij was, en recent ook ex-Anderlecht-coach Ariël Jacobs.

Rits was 26 toen hij begon bij Double PASS. “Op een dag zit je als 26-jarige tegenover Bayern-voorzitter Karl-Heinz Rummenigge. De hele Bundesliga was aanvankelijk erg sceptisch. Ons auditmodel was hen niet goed bevallen en enkele clubs hadden de leiding genomen van een tegenbeweging. “Sie kommen nicht rein.” Wij zouden geen voet tussen de deur krijgen.

Dat is toch gelukt en nu worden wij mee in de felicitaties betrokken. “Jullie hebben ons doen nadenken en de dingen anders aanpakken.” Dat hebben ze wel zelf gedaan. Zij hebben na het debacle op het EK van 2000 (Duitsland lag er in de eerste ronde uit, HV) ‘Der weite Weg zum Erfolg’, het stappenplan naar een betere opleiding, zelf geschreven. Wij werden daar onderdeel van, na lange gesprekken met Matthias Sammer, sportief directeur van de Bundesliga, en Holger Hieronymus, de COO van de Duitse profliga.”

Double PASS hamert bijvoorbeeld steeds op een sporttechnische cel binnen de clubs, met daarin een prominente plaats voor het hoofd opleidingen, zodat die op structurele wijze samenzit met de hoofdcoach. In 2009 hadden de Duitse clubs die cel niet, op een uitzondering na. Vandaag hebben ze die allemaal omdat ze geloven in een rode draad doorheen de opleiding.

Van Hoecke: “Wat de klant wil, doen wij. Soms beperkt onze inbreng zich tot management en structuren en vullen ze het zelf verder in. Soms gaan we verder, zoals bij Galatasaray.” Dat project is in handen van Henk Mariman, een man van veel voetbalwateren die zich toch even schrap moest zetten toen ex-international en kersvers coach Mehmet Ayan hem vroeg waar hij dan wel had gespeeld. “Ik vroeg: ‘Waar was jij dan coach?’ En hij ging terug zitten. Bij Galatasaray, dat de eliteclub van Turkije wil zijn, hebben we alles op poten gezet: medisch, individuele training, trainingsvormen, videoanalyse, sociale cel, echt alles.”

USA wereldkampioen

Double PASS is een Belgisch bedrijf. Dat wil zeggen dat aanpassen aan veranderende omstandigheden bijna in de genen zit. Het cultuurmodel van Hofstede, waarin onder meer machtsafstand, onzekerheidsvermijding, individualisme/collectivisme, masculiniteit/ feminiteit en lange versus korte termijn worden in kaart gebracht om verschillende landen en culturen met elkaar te vergelijken, is een eerste leidraad om in den vreemde geen brokken te maken.

Schoukens: “Wij zijn geen Nederlanders die komen met hun systeem, hun spelfilosofie en die iedereen meewillen in hun grote voetbal- gelijk. Wij gaan uit van de filosofie van de club, van de regio, van het land. Soms adviseren we een koerswijziging, maar er wordt pas van koers veranderd als ze daarachter staan.”

De respons is over het algemeen goed, al komen ze occasioneel een trainer tegen die erg argwanend blijft. Maar de bevindingen van de mannen van Double PASS zijn juist dat de grote namen veel openheid aan de dag leggen, als je maar toont dat je er iets van kent. Dat zegt ook David Pauwels die als doctoraatsstudent management een vergelijkende benchmark ontwikkelt om opleidingen bij verschillende internationale clubs tegenover elkaar te kunnen zetten. “Ik zat bij Alex Ferguson. Behalve dat ik goed moest luisteren om hem te begrijpen in zijn typische Engels was die man heel open. Je wordt wel getest op je kennis, maar als ze voelen dat je standhoudt, zijn ze mee en worden ze zelf enthousiast.”

De Premier League doorlichten op jeugdwerking is een hele klus en garandeert zere tenen aan de andere kant van de tafel. De competitie mag dan de rijkste van de wereld zijn, de kritiek luidt dat de Premier League veel te weinig Engelse spelers voortbrengt
en dus de nationale ploeg niet ten goede komt. Frank Rits was de eerste vier jaar van de overeenkomst met de Premier League project manager. Hij schetst de situatie. “Hun probleem is de post-formatie. Spelers die 21 zijn, zijn niet sterk genoeg om in de Premier League meteen mee te doen en worden uitgeleend aan derde of vierdeklassers waar kick-and-rush wordt gespeeld. Onlangs zag je dat de grote clubs hun teams bewust uitzoeken om spelers te laten rijpen. Het aantal Engelse spelers in de Premier League vermindert niet langer en de verwachtingen zijn dat het straks in de lift zit. De resultaten van de Engelse jeugdelftallen zijn ook bemoedigend: ze winnen toernooien of ze eindigen bovenin en dat is nieuw.

Begonnen bij Berlijn, zijn ze nu ook in Manhattan geland. De vijfde sport van het grootste sportland ter wereld op de juiste rails krijgen, het is een nooit geziene uitdaging in de jonge geschiedenis van dit op en top Belgische bedrijf. “We hebben ons verhaal gedaan”, zegt Hugo Schoukens, “en toen vroegen ze ineens ook om de werking van de eerste elftallen door te lichten. We zijn laatst een week met acht man naar de VS getrokken voor een eerste implementatie. Dat wordt onze grootste opdracht ooit. De Amerikanen zijn duidelijk: ze willen alles in het werk stellen om de worldcup te winnen.”

Ze hebben al geleerd dat de Amerikaan niet wil horen van Engeland en Engelse voorbeelden. Mariman: “Duitsland is daar de norm, want die zijn Weltmeister.” Acht dagen per club zullen ze uittrekken om de hele werking door te lichten tot en met de wedstrijdvoorbereiding en de training toe. Dat wordt inbreken in het domein van de trainer en er zal vooral een cultuuromslag nodig zijn om betere spelers te maken in de VS. “Voetballers genoeg, maar allemaal dezelfde fysieke types: lopen als robotten, maar genialiteit is ver te zoeken”, zegt Frank Rits. Bij Double PASS kijken ze met spanning uit naar die clash met de Amerikaanse sportcultuur.

Column Bonden in De Morgen van 30 mei 2015

Sportbonden

Zomaar een sportbond….

Een onbetaalde voorzitter zit daar al een jaar of tien, vijftien. Heeft zijn zaakjes goed op orde, bezit een tweede verblijf in een dure badplaats, hoewel hij dat redelijkerwijs als benevool met zijn bescheiden dagtaak nooit bij elkaar heeft kunnen sparen. Heeft rond zich een vertrouweling toegelaten die afweet van zijn zaakjes. Nu nog die opvolging regelen.

Hé, denkt de voorzitter, waarom die vertrouweling geen voorzitter maken? Wil de vertrouweling dat? Jazeker, want dat salaris van bondsdirecteur of secretaris-generaal, dat is allemaal mooi, maar échte macht is veel mooier. De raad van bestuur of executief of hoe die bestuurders ook heten van wie het opgetelde IQ met moeite boven de thermostaat uitkomt, die zal hij ompraten. Bovendien hebben die ook mee gewheeld en gedeald en hebben ze er net als hij alle belang bij dat de vieze potjes gedekt blijven.

Eén klein probleem nog oplossen: de vertrouweling is nu dikbetaald en de voorzitter is een benevool, niet te na gesproken de royale onkostenvergoeding (bijvoorbeeld een huisschilder op kosten van de bond). Voorstel: de volgende voorzitter zal een salaris krijgen omdat de moderne voorzitter ook CEO moet zijn en dienovereenkomstig moet worden vergoed. Voorstel aanvaard.

Eind goed al goed: de bondsdirecteur of secretaris-generaal wordt de nieuwe voorzitter, met behoud van zijn salaris plus een schepje er-bovenop, en met behoud van zijn voorrechten zoals een (flink) percentje op de sponsordeals. Is dit fictie? Neen dit is gegrepen uit het Belgisch bonden-leven-zoals-het-is en dit is het microniveau van wat zich heeft afgespeeld op het macroniveau van de FIFA.

Als de FIFA-schandalen één ding hebben aangetoond, dan wel het failliet van het Europees bondenmodel. De Grieken wisten al van bij het begin van de democratie dat met verkiezingen niet nood-zakelijk de besten worden verkozen. In de sport naar Europees model wordt heel zelden de beste kandidaat verkozen, wel vaak de sluwste, die met de minste scrupules en soms de minst domme, wat dan een geluk bij een ongeluk is.

Sportbestuurders stijgen niet omwille van hun capaciteiten, maar omwille van hun tijd, ego en als ze in hele grote bonden zitten is ook het te besteden geld bepalend. Eenmaal ze daar zitten, is hun eerste objectief (een beetje zoals de politici) om ook de volgende verkiezing te winnen, want wat ze bij die sportbond binnenrakelen, kunnen ze met hun pover profiel nergens anders verdienen.

Vervolgens komt het er als verkozen nobody op aan je te omringen met jaknikkers die je laat meeproeven van het schone, rijke leven van de sportbestuurder. Je nodigt uit, je geeft geschenken, je krijgt eredoctoraten en geeft erepenningen; de kraaltjes en spiegeltjes van de moderne sportbestuurder. Je leeft, want je bent bobo. En als het even kan, pik je een graantje of soms een heel graanveld mee. Je probeert internationaal een mandaat(je) te versieren en je laat de dienovereenkomstige kostenvergoeding op een Zwitserse rekening storten uit het zicht van je nationale fiscus.

Is dit zwart-wit? Neen, dit is in veel sportbonden de realiteit. Is er een alternatief? Jawel: een cultuuromslag. Opschuiven in de richting van zakelijk beheer en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Met een raad van bestuur samengesteld op basis van bewezen capaciteiten: een jurist, een dokter, een marketeer, een financiële man en uiteraard zoveel mogelijk mensen die iets van de sport zelf kennen. Met voor het dagelijks bestuur een professionele staf met bevoegdheden en met doelen waarop ze worden afgerekend, gecontroleerd door de raad van bestuur van wie het niet de eerste bedoeling is om op de vip-tribune te zitten, maar om te besturen en richting te geven aan het beleid.

Het mag dus een beetje Amerikaanser, jazeker. 123 jaar na de stichting van de eerste wereldsportbond (de roeibond) kun je niet anders dan vaststellen dat ons klassiek Europees bondensysteem niet meer werkt en nooit zal werken zolang verkozen bestuurders zich wentelen in de macht om het eigenbelang laten primeren boven dat van hun sport.

30-05-2015-De-Morgen-Sportbonden

Last Bobo standing, portret Blatter in De Morgen van 28 mei 2015

Last bobo standing

De helft van zijn 24-koppige voetbalregering was al geroyeerd, geschorst of zwaar in opspraak, en nu zijn er weer zeven opgepakt. Of hoe Sepp Blatter altijd de dans ontsprong, maar met dit schandaal het einde nabij lijkt voor de maffiabaas-Sinterklaas van het voetbal.

Morgen zou Sepp Blatter (79 inmiddels) voor de vijfde keer worden verkozen als voorzitter van de wereldvoetbalbond. Zijn tegenkandidaat is de Jordaanse prins Ali bin al-Hussein. Normaal was die kansloos, maar op 36 uur van de verkiezingen kan het nu weer alle kanten uit.

Een portret van Sepp Blatter kan op veel momenten beginnen. Hij is dan ook een relict uit de twintigste eeuw, de last bobo standing met vele kilometers en vele petten. In drie verschillende hoedanigheden heeft hij veertig jaar lang de wereldvoetbalbond FIFA geleid, of wat daarvoor moest doorgaan.

In 1998 won hij zijn eerste voorzittersverkiezing tegen de sterke Zweedse kandidatuur van Lennart Johansson. Vier jaar later verpletterde hij zijn enige tegenkandidaat: Issa Hayatou, een Afrikaanse sultanzoon die later wegens corruptie zou worden geschorst door het Internationaal Olympisch Comité (IOC), niét door de FIFA, en die vandaag Blatters grootste medestander is.

Of beginnen we zijn portret nog later toen hij de bewezen corruptie bij de toewijzing van het WK voetbal aan Qatar naast zich neerlegde? Of toen de helft van zijn regering (het executive committee, waar ook de Belgische dokter Michel baron D’Hooghe in zetelt) moest opstappen voor omkoping. Blatter politiek verantwoordelijk? Never, nooit, niemals. “Onze familie treurt, maar is één. Ik heb nog werk, zoals de hervorming van de FIFA, dus ik blijf.”

Blatter baseerde vier verkiezingen op rij zijn macht op het principe één land/één stem. Omdat elk land mag stemmen, en elke stem evenveel gewicht in de schaal werpt, wint hij zijn verkiezingen vooral in de derde en vierde wereld. Brazilië en Duitsland zijn morgen even gewichtig als Vanuatu en Eritrea. Hoe krijg je kleine en per definitie armlastige bonden (en hun stem) aan je kant? Door Sinterklaas te spelen en niemand die zich na twee decennia masterclass beter kan vermommen als Sinterklaas dan deze opperbobo.

In 1975 werd hij directeur van de FIFA, met de steun van de kingmaker van alle sportbobo’s: Horst Dassler, erfgenaam van het adidas- imperium. Dassler had met zijn marketingfiliaal ISL in de jaren zeventig en tachtig een zeg in elke verkiezing bij elke grote sportbond. Zo regelde hij de verrassende nederlaag van de Brit Sir Stanley Rous in 1974 in München ten voordele van de onbekende Braziliaan João Havelange.

Een jaar later duwde hij zijn Zwitserse vriend Sepp Blatter, die hij kende als voorzitter van het Zwitsers olympisch comité, binnen in de FIFA. Directeur Blatter hield zijn kantoor niet in Zürich maar in Landersheim in de Franse Elzas bij het Franse filiaal van adidas. Daar, in het voormalig sterrenrestaurant Auberge du Kochersberg, is de hele sportpolitiek van de laatste decennia van de twintigste eeuw uitgetekend. Blatter zou met adidas-geld het voetbal promoten.

In 1981 kreeg Sepp Blatter de functie van secretaris-generaal van de FIFA en vulde die meteen in als CEO. Zeventien jaar was hij de echte baas van het voetbal omdat Havelange vaak afwezig was. En toen het in 1998 tijd was voor een nieuwe voetbalvoorzitter was niemand beter geplaatst dan de CEO om het vele geld te herverdelen én om stinkende potjes gedekt te houden.

Stinken deed het daar in Zürich behoorlijk. De marketingpoot ISL stevende na de dood van Dassler af op een faillissement en ook de mediagroep Kirch zou failliet gaan: twee financiële dompers voor de FIFA, maar ook twee beladen dossiers met daarin bewijzen voor smeergeld. Toen ISL uiteindelijk kapseisde, zadelde dat de FIFA op met een miljoenenschuld. Hoeveel het gat ooit bedroeg, is nooit geweten, want het deksel mocht niet van de beerput. Daarom, en omdat hij machtsgeil was, wilde de consigliere van Havelange zelf de capo di tutti capi worden. Sepp for president.

100.000 dollar voor een stem

Als ze Blatter in die voorbije zeventien jaar in de combinatie CEO-voorzitter ooit hadden willen betrappen op actieve corruptie, dan was 1998 het beste moment geweest. De meest consistente beschuldiging kwam echter te laat: vier jaar na datum en van een onbetrouwbaar sujet, Farah Addo, de Somalische ondervoorzitter van de Afrikaanse voetbalconfederatie.

Addo verklaarde: “Alle 51 stemmen van de Afrikanen waren voor Johansson, maar aan de vooravond van de verkiezing kreeg ik een aanbod. Of ik geen 100.000 dollar wilde om mijn stem anders uit te brengen.”

Er was ook het mysterie van de Haïtiaanse stem. De Haïtiaanse vertegenwoordiger zat vast bij de douane en de vertegenwoordiger van Trinidad stemde namens Haïti. De stem ging naar Blatter, terwijl Haïti de kant had gekozen van Johansson. De later voor het leven geroyeerde Jack Warner van Trinidad & Tobago was zijn medestander. Zijn beloning voor de trouw waren de tv-rechten voor de Caraïben die aan zijn familie zijn verkocht. Kortom: Johansson was in 1998 dé favoriet, maar Blatter won met 111-80. De volgende drie verkiezingen won hij met overmacht.

Inmiddels had hij zijn sinterklaasacties geperfectioneerd. Als voorzitter riep hij Goal in het leven, ter promotie van het voetbal. Tegelijk richtte hij zich ook op vrouwenvoetbal. Edele doelen, maar met een bijbedoeling: geld rondstrooien en zich verzekeren van genoeg stemmen.

De crashes van de marketingfirma ISL en van mediagigant Kirch hadden de FIFA evenwel veel geld gekost. Blatter verklaarde dat ze maximaal 30 miljoen dollar hadden verloren. Zijn tegenstanders hadden het over tien keer zoveel. Blatter besloot geld te lenen op te verwachten marketinginkomsten om zijn Goal drijvende te houden. Goal had veel geld nodig, want veel geld betekende veel stemmen. Blatter zelf had ook veel geld nodig want hij kende zichzelf een salaris toe van 800.000 euro per jaar.

Voor een lening van 478 miljoen euro betaalde de FIFA 154 miljoen euro aan rente en kosten. Een auditcomité werd opgericht om dat te onderzoeken, maar toen dat de verkeerde laden opentrok in Zürich, doekte Blatter het zaakje op. “Misbruik van vertrouwen, exit auditcomité”, was zijn mededeling.

Zwitserse rekeningen

In 2002 dienden elf leden van zijn eigen FIFA executive committee een klacht in tegen Blatter, bij het Zwitsers gerecht nog wel. Ze werden aangevoerd door Michel Zen-Ruffinen, zijn eigen secretaris-generaal. Ongezien in de sportbondenwereld en dat overleeft normaal geen mens, behalve dan Blatter. Die bleef rustig zitten en Zen-Ruffinen werd ontslagen. De elf leden trokken hun klacht in.

Ondertussen kreeg Blatter wel twee veroordelingen in Zwitserland: één voor vluchtmisdrijf na een auto-ongeval en één heel zware, voor obstructie van het onderzoek in het ISL-dossier. 100.000 dollar moest hij betalen. Niemand bij de FIFA die daar veel misbaar over maakte, want ondertussen stroom het geld binnen en vandaag bezit de FIFA meer dan 1,3 miljard euro.

In 2011 werd hij voor de vierde keer herkozen en ook nu was corruptie in het spel, maar dan van zijn tegenstander Bin Hammam. Die zou in de val zijn gelokt met de belofte dat hij de onaantastbaarheid van Blatter in de Caraïben zou kunnen kopen. Waar hij in trapte en wat prompt werd gelekt, inclusief de foto’s van de bruine enveloppes met geld. Blatter schudde het hoofd om zoveel domheid.

Hoezeer de FIFA en Blatter zich boven alle mores en wetten stellen, bleek nog eens vorig jaar. Nadat een audit vragen had gesteld bij de bonussen die de leden van het exco kregen boven op hun 100.000 dollar jaarlijkse vergoeding voor hun ‘werk’, werden de bonussen afgeschaft. The Sunday Times bracht uit dat de vergoedingen dan maar in het geheim waren verdubbeld. De leden van het exco, onder wie D’Hooghe, krijgen sindsdien 200.000 dollar vergoeding. Voor elke dag dat ze actief zijn, wordt hen ook 700 dollar kostenvergoeding toegekend, hotel en vliegtuig minimaal business niet inbegrepen. Een veel toegepaste truc van bobo’s die actief zijn in de internationale sportbonden is die vergoedingen cash laten betalen of op een Zwitserse rekening (vaak bij UBS) laten storten, uit het zicht van de fiscus van het eigen land.

Ondertussen laveerde Blatter behendig door een mijnenveld van schandalen. Met een salaris van meer dan 1 miljoen euro (het juiste bedrag is niet bekend) en geld genoeg om anderen te laten meedelen, had hijzelf geen corruptie meer nodig om zijn macht intact te houden.

Tot het verleden de FIFA inhaalde met het ISL-schandaal. Het onderzoek bracht in 2013 aan het licht dat verschillende FIFA-officials smeergeld hadden gekregen om de tv-rechten toch maar aan ISL toe te wijzen. De grootste vis was de voormalige voorzitter João Havelange. Opvallend: de FIFA liet de 97-jarige met rust, maar het IOC (toen nog onder Rogge) onderzocht de aantijgingen wel en één dag vóór zijn erelidmaatschap door het IOC zou worden afgenomen, stapte de stokoude Havelange zelf op. Blatter, ook IOC-lid, keek de andere kant op.

Ook de schandalen rond de verkiezingen van de World Cup-landen Rusland en Qatar hebben hem geen millimeter doen wijken. Hij deed ze af als “some small difficulties”.

Maar nu: zeven leden opgepakt en hijzelf ook nog steeds in het vizier van het Amerikaanse gerecht, dat brengt de hele FIFA in gevaar. Er dreigt een schisma als pakweg de UEFA haar stekker uit de mondiale voetbalfamilie trekt. Een uitstel en een overgangsregeling waarbij Blatter een stap opzij zet, lijkt het enige logische scenario. Ooit schamperde hij: “Mijn FIFA is de grootste bond en sterker dan welk land en welke regering ook.” Benieuwd of hij nog steeds zo denkt.

Column over AA Gent, nieuwe voetbalreus in De Morgen van 24 mei 2015

Voetbalreus

Historisch, dat was het meest gebruikte adjectief om de eerste landstitel van AA Gent te duiden. In een andere krant gingen ze ver: AA Gent is nu een echte topclub. Wat is een topclub? Een club die veel titels op het palmares heeft? Of een club die een nieuw stadion heeft gebouwd (laten bouwen is evengoed de waarheid) en een nieuwe, jonge markt heeft aangeboord?

Wat is een palmares waard, behalve voor Wikipedia, her en der een coëfficiënt en de klassieke lijstjes-journalistiek? In de topsport is het zoals op de beurs: sportieve resultaten behaald in het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Financiële resultaten daarentegen zijn cruciaal.

Een ander medium had het zowaar over een mirakel. De titel van Gent een mirakel? Onzin. Dat Gent als tweede economisch centrum in een regio en derde in een land in 115 jaar nooit een titel heeft behaald, dat is pas een mirakel. Al was dat weer het gevolg van decennialang zwak bestuur.

Als er al een mirakel speelde bij deze titel, dan toch dat het in die play-offs met de schaarse kansen van de grote tegenstanders ultiem mis ging, terwijl dat in het begin van het seizoen net andersom was. Had Gent in het reguliere seizoen de helft van zijn stom verloren punten gewonnen, dan stond het vijf punten voor op Club Brugge bij het begin van de play-offs. Maar dan was het misschien geen kampioen geworden, wie zal het zeggen?

Gent is nog geen nieuwe voetbalreus, maar staat op het punt dat te worden als het stabiliteit in alle geledingen van de club kan krijgen, in de eerste plaats in de ploeg. Iedereen die Gent meer dan drie keer heeft zien spelen, beseft dat deze titel voor een groot deel op het conto van Hein Vanhaezebrouck komt, die een hecht blok heeft gesmeed en een in België unieke aanvallende speelstijl hanteerde. En nóg geen trainer van het jaar geworden. Vreemd.

Hein Vanhaezebrouck was al onsterfelijk in Gent na in de competitie met 2-1 te hebben gewonnen van Club, hij werd zalig verklaard na de overwinning bij Club in de play-offs en eergisteren rond een uur of tien ook in één moeite heilig.

Oké, misschien is die titel bij nader inzien toch een beetje een mirakel, want Gent heeft geen spelers waar de scouts zich op de tribunes voor verdringen: geen Ryan, geen Carcela of Ezekiel, geen Tielemans of Praet. Maar Gent had ook geen Vandenborre of N’Sakala en geen Mechele, Duarte of De Bock. Met andere woorden: AA Gent kon – de occasionele hikjes van de achterste drie buiten beschouwing gelaten – naar de oorlog met zijn troepen.

Wellicht zal de machine-Vanhaezebrouck nu een terugval kennen. Een doorslagje is nooit zo mooi als het origineel en de tegenstander weet ondertussen wel hoe je zand in zijn raderwerk krijgt. Gent moet ook aan de slag in de Champions League, zes midweekwedstrijden bovenop de 43 van dit seizoen. Het wordt minder, zegt de logica, maar als dit Gent de eenmalige inkomsten van dit boerenjaar slim besteedt, is het wel een blijver.

Aan Belgische tv-rechten rijft het nu tussen de 6 en 7 miljoen euro binnen, 3 miljoen meer dan vorig jaar. En in de Champions League is het al verzekerd van 12 miljoen, zonder eventuele premies voor gelijkspel of winst. Daarbij komt nog eens het market pool geld, dat voor België steed minder bedraagt maar nog steeds op 3 miljoen euro zal afklokken. Reken daarbij nog eens de drie recettes en je komt al snel aan 20 miljoen extra inkomsten, ervan uitgaand dat de tweede van onze competitie naar aloude Belgische traditie niet door de voorronde van de Champions League geraakt. In het andere geval mag je daar 1,5 miljoen afhalen.

18,5 miljoen blijft een hele smak geld. Op 21 mei heeft ter hoogte van Schelde en de Ringvaart in Gent de aarde gebeefd en de naschokken zijn te voelen in Brugge, waar Verhaeghe-Mannaert nu al elk jaar structureel met verlies draaien en nog aan de stadionbouw moeten beginnen. Club Brugge voelt de hete adem van AA Gent in de nek, als het al niet is ingehaald.Voetbalreus

Column over Club Brugge-AA Gent op demorgen.be van 18 mei 2015

Club moet dringend in de spiegel kijken

Sportjournalistiek heeft zijn wetten.

De wet-Vanhaezebrouck zegt: “Om helemaal zeker te zijn van de derde plaats, word je best kampioen.”

De wet-Preud’homme zegt: “Als je vermoeid bent, voel je dat in het begin van de wedstrijd.”

De wet-Meulenaere zegt: “Niet voorspellen in de sport, want dan zit je er gegarandeerd naast.”

Vorige week op deze plek, weet u het nog? Het eerste scenario voor de laatste drie speeldagen van de play-offs: AA Gent wint bij Club en Anderlecht wint niet van Standard, dan speelt Gent (donderdag as.) thuis tegen Standard en is het kampioen bij winst.

Neen, ik ben geen helderziende. Er lagen nog twee andere scenario’s, eentje voor Club dat kampioen zou worden en eentje voor Anderlecht. Anderlecht kan nog altijd. Als AA Gent het laat afweten donderdag tegen Standard, wordt de wedstrijd van zondag in het Astridpark tegen Gent beslissend. Als Club alles wint en Gent verliest alles en Anderlecht pakt alleen punten tegen Gent, wordt Club Brugge kampioen, maar die kansen zijn geslonken tot een paar luttele procentjes.

De Clubfans maakten dat na de wedstrijd wel erg nadrukkelijk duidelijk toen ze bij gebrek aan Turken in de buurt de Journaalploeg van de VRT aanvielen. De voormalige Clubhooligan die het nieuws las, minimaliseerde de aanval op zijn collega’s. Vreemd.

Club is en blijft een mooie club, met een rijk verleden, maar moet dringend in de spiegel kijken: de fans misdragen zich om de haverklap, al te vaak racistisch geïnspireerd, en de club heeft in geen tijd zijn sympathieke imago zelf doorgespoeld. Al wie niet springt, is FCB (x10): tien jaar geleden was dat anti-gezang een puur Gents fenomeen. Tegenwoordig wordt het in ongeveer alle stadions van Vlaanderen gezongen.

Michel Preud’homme is ook overal de kop van Jut. Gisteren verscheen hij weer op Twitter afgebeeld als calimero met een gebroken eischaal op zijn hoofd. Wie MPH een beetje kent, heeft respect voor zijn fanatisme en hoe hij zijn club verdedigt. Maar dat verhaaltje over zijn spelers die vermoeid zouden zijn in het begin van de wedstrijd na 61 wedstrijden in één seizoen, staat haaks op elke logica en op elke wetenschap. Het zou hem sieren als hij daar mee ophield, want het slaat nergens op.

Dat je na veel wedstrijden kort op elkaar wat stijf- en stramheid uit de poten moet lopen, natuurlijk, maar zoals Club zich opwarmt mag dat geen probleem zijn. Misschien is die opwarming wel te energiek. Misschien is er iets mis met de energielevering. Misschien nemen ze hun suikerdrankje te zoet, of op een slecht tijdstip waardoor ze bij de aftrap een collectief hypootje doen, wie zal het zeggen? Feit is: Club is meestal op zijn sterkst in het laatste kwartier als de vermoeidheid logischerwijs het meest wordt gevoeld.

Wellicht is de reden veel eenvoudiger: geen enkele van de top drie heeft een secure defensie. De ploeg die het verst van zijn eigen goal afspeelt en daar het efficiëntst omspringt met de kansen, heeft de meeste kans op succes. Dat is vooralsnog AA Gent. In de verdediging van Club lopen er minimaal twee waar redelijk wat kosten aan zijn: Laurens De Bock en Brandon Mechele. Hoe ze bij Club telkens weer een goal tegen krijgen in de eerste minuten, zit niet in de benen, maar tussen de oren. 

Is Gent nu hot? Gent, de stad, wel. AA Gent, de club, heeft nog een weg te gaan. Er is een groeiende sympathie in het Vlaamse landsgedeelte voor AA Gent, maar dan vooral bij de Clubhaters – en dat zijn er meer en meer. Normaal zijn daar ook de Anderlechtfans bij, maar die houden zich begrijpelijkerwijs nog wat afzijdig. Ze vonden het eerst wel mooi, Gent dat gisterenmiddag in Brugge ging winnen en de thuisclub daardoor uittelde, tot ze zelf in de  vooravond niet voorbij Standard geraakten. Gent, die vervelende luis in de pels, waarmee te gepasten tijde zou worden afgerekend, staat nu vier punten los met nog zes punten te verdienen. Wie had dat gedacht?

Wie? Hein Vanhaezebrouck bijvoorbeeld. Die zei in het begin van het seizoen: “En waarom zouden wij geen kampioen kunnen spelen?” Tot ze er echt aan begonnen en toen zweeg hij wijselijk.

 

Verhaal De pijn van het Buffalo zijn in De Morgen van 16 mei 2015

De pijn van het Buffalo zijn

Het leven van een Buffalo was simpel: Anderlecht was beter en werd stil bewonderd, Club was ook beter en werd hardop gehaat. Maar nu staat AA Gent zélf aan de leiding, drie speeldagen van een eerste titel. Hoop is de nieuwe strop rond de nek van de Gentenaars.

“Als je niet kan winnen tegen Charleroi, dan word je geen kampioen.’ Dat tweette @buffalocobw, een niet-officiële maar heel actieve twitter-account om 22u28, géén tien minuten na affluiten van de wedstrijd vorige week tegen Charleroi (1-1). De reacties logen er niet om: “niet zo negatief” of “hé, we staan wel nog steeds eerste”. Belangrijker dan de reacties was het karakter van de tweet zelf. Gentser kan niet.

‘Nie neute, nie pleuje’ is het clubmotto dat een beetje in onbruik is geraakt in de behoefte om Gent en het Gents te ontstijgen, maar dat eigenlijk nergens op slaat. ‘Neuten’ is Gents voor zeuren, zoals ook ‘wurtelen’, ‘chicaneren’, naast natuurlijk ‘zagen’ en ‘klagen’. Geen stadsdialect heeft meer synoniemen voor hetzelfde. Nie neute? U kent toch de reputatie van Gent en zijn bewoners? Een Gentenaar neut en wurtelt zodra de mogelijkheid zich voordoet, dus altijd en overal.

Het was Jean Van Milders, de vorige voetbalvoorzitter, die zei dat Gent geen voetbalcultuur had, te veel met de successen van het verleden leefde (welke dan?) en te kritisch was. Dat laatste zal elke Gentenaar volmondig bijtreden, zelfs met enige trots. Gentenaars zijn ook sarcastisch, ironisch, cynisch, hard en dat allemaal niet ten onrechte, vinden ze zelf.

De Gentenaars worden van oudsher bewonderd voor hun kritische instelling. Vandaag hangt deze uitspraak in het stadsmuseum STAM, ooit door iemand in sierlijke zinnen opgeschreven:

… “Ik geloof niet dat er in heel de christelijke wereld één stad te vinden is die de vergelijking met Gent kan doorstaan en dat slaat dan zowel op zijn uitgestrektheid en zijn macht als op zijn politiek bestel en op het karakter van zijn inwoners. Nergens inderdaad vindt men vruchtbaarder talenten, nergens zo opvallende voorbeelden van antieke volmaaktheid….”

Drie eenzame bekers

Dat vond de humanist Desiderius Erasmus en hij had nog niet eens de Buffalo’s zien spelen. Gent is van oudsher een trotse stad, een beetje een opstandige stad, recalcitrant is ook een mooi woord. Er was het eeuwige geruzie met de graven van Vlaanderen. Er was de revolte in 1540 tegen keizer Karel, waarna de Gentenaars werden gestraft en stroppendragers werden. Er was de Pacificatie van Gent in 1576 waarmee de katholieke Spanjaarden eruit werden gegooid. Een jaar later zou Gent een calvinistische republiek worden, zeven jaar lang. De initiatiefnemers hadden pech: ze werden onthoofd.

Op het eerste gezicht heeft de dolle 16de eeuw niks te maken met Brechtje Dejaegere, Hein Vanhaezebrouck, Matz Sels, Laurent Depoitre of Ivan De Witte, de sterren van vandaag van de voetbalafdeling van de Koninklijke Atletiek Associatie Gent. En toch is het geen toeval dat AA Gent het meest opstandige, avontuurlijke voetbal speelt van de hele eerste klasse. Alle verhoudingen en niveauverschillen in acht genomen, wil Gent een (klein) Barcelona aan de Leie zijn en dat geldt zowel voor het voetbal als voor de stad.

Het zijn twee havensteden en allebei staan ze voor een onafhankelijk denken – Barcelona voor de Catalaanse zaak, Gent als progressief eiland in de geelzwarte tsunami. Ze vonden zichzelf in de jaren 90 opnieuw uit als authentieke bestemmingen. Veilige havens met een hoger streven: het vrije woord en aanvallend voetbal. De prijzenkasten verschillen, dat wel.

Om dat laatste kan men zich buiten Gent, vooral in westelijke richting, erg vrolijk maken, gezien de prestaties van de laatste jaren en die drie eenzame bekers uit 1964, 1984 en 2010. Anderzijds is AA Gent in het hele melkwegstelsel wel de enige ploeg waarmee René Vandereycken ooit aanvallend voetbal speelde en er in de prille lente van 1991 heel even eerste mee stond. Daarna gebeurde er van alles, maar dat leest u verder in dit verhaal.

Kieskeurig

Goed tien jaar later stond Gent weer aan de leiding, waarna het even door een dipje ging en snel-snel trainer Patrick Remy ontsloeg: geen begeesterend voetbal. Algemeen manager Michel Louwagie, zelf een realo tot in de kist, is daar nu trots op, maar heeft ook al eens gevloekt op de aanvallende overgave waarmee zijn ploegen het verlies opzochten of de winst niet konden vasthouden. Hij beseft hoe kieskeurig het Gentse publiek is, voor wie winnen niet goed genoeg is. Louwagie: “Het onvoorwaardelijke dat de fans van Club Brugge hebben, vind je niet bij ons. Die van Brugge staan achter hun ploeg, ook al is het niet om aan te zien. Ik ben daar wel eens jaloers op geweest.”

Zoals vorige week vrijdag wellicht, toen diep in de tweede helft tegen Charleroi bij een gelijke stand het eerste gefluit op de tribunes weerklonk. Club Brugge, het hoge woord is eruit. Verwijt de Buffalo niet dat hij een slag om de arm houdt in de titelstrijd en al helemaal niet omdat het morgen ín Brugge tégen Club te doen is. Drama is nooit veraf bij die confrontaties.

De moeilijke geschiedenis van Gent en Brugge overstijgt de sport en gaat al even terug. In 1382 vochten de Gentenaars en de Bruggelingen in Beernem de Slag op het Beverhoutsveld uit. De Gentenaars waren uiteraard de opstandelingen tegen de graaf van Vlaanderen, die door de gezagsgetrouwe Bruggelingen werd gesteund. Maar die waren nog dronken na de Heilige Bloedprocessie en werden ‘als kuikens doodgeslagen’. Geen verkeerd beeld, vindt de Gentenaar.

Tot diep in de middeleeuwen bleef de havenstad Brugge machtiger dan Gent. Na de verzanding van het Zwin kreeg Gent de bovenhand. Van Brugge hoorde men niks meer, tot de stad eind 19de eeuw als een toeristisch centrum in neogotische stijl werd heropgebouwd en het gezicht van vandaag kreeg.

Volgens de Gentenaars is Brugge een dorp met water errond, een namaakstad, een openluchtmuseum voor paardenkoetsen met daarin Japanners. Gent is echt, leeft en zou als middeleeuwse stad authentieker zijn. De sportieve na-ijver met Gent is ook oud. Op 11 januari 1905 organiseerde La Gantoise voor het eerst de Coupe Ganda, een van de bekers waarvoor toen werd gevoetbald. Die zou worden gewonnen door de eerste club die drie keer op rij won. Dat was Club Brugge.

Tien donkere jaren

Lang konden de twee clubs de voet naast elkaar zetten. Toen Club een Europese topploeg werd, viel dat samen met jaren van Gentse ellende waarin Gent een stuk Vlaamse achterban verloor aan Brugge. Volgens de geschiedenis zou dat terug te voeren zijn op de degradatie naar derde klasse op 30 mei 1974, maar er was meer aan de hand. De bewoner uit de rand rond Gent werd niet wild van AA Gent als club van de bourgeoisie waar palend aan het ‘voetbalplein’ Frans werd gesproken in de hockey- en tennisafdelingen.

Het andere Gent, de harde industriestad, had als antiklerikaal en links nest sowieso al een moeilijke relatie met zijn ruraal katholiek hinterland en zijn bewoners. Volgens de Gentenaars waren dat boeren die een andere taal spraken: boers.

De club met dat onsympathieke imago bleef tien donkere jaren lang, de hele jaren 70, weg uit de hoogste reeks. In het jaar dat de Profliga gesticht (1974) werd, moest Gent simpelweg bij de eerste veertien in tweede klasse eindigen om alsnog als profploeg in eerste te worden opgevist. Moest kunnen, maar de Buffalo’s werden laatste na een eindronde en zakten zelfs naar derde.

Veel Oost-Vlamingen die eventueel voor Gent hadden kunnen supporteren, kozen in die tien jaar voor Anderlecht en voor Club, samen met de massaal ingeweken West-Vlamingen in en rond Gent die via het supporterschap van Club hun identiteit wilden bestendigen.

Omdat niemand kiest waar hij/zij wordt geboren, kan die laatste etnie bij Gent-supporters op medelijden rekenen, op voorwaarde dat ze in Gent hun blauwzwarte kleuren verbergen. Gentenaars of bewoners met roots in de Gentse agglomeratie die het aandurven ‘Bruhhe’ aan te moedigen, worden ronduit gehaat. Als een Oost-Vlaming voor Club supportert, is dat ontegensprekelijk het gevolg van een genetisch deficit of een vreselijk jeugdtrauma.

Het echec van Jacek

Ondanks alles keerde het publiek zich nooit af van de Gantoise, want in een heel dubieuze eindronde in mei 1979 kwamen er 16.000 man af op de topper in derde klasse tegen… Rotselaar. Gent lijkt een beetje op Antwerpen en AA Gent op Wilrijk-Beerschot: het is feest als er veel wordt gewonnen, in welke reeks maakt niet uit.

In ’81-’82 had Gent wat van de historische achterstand op Club kunnen inlopen door zelf kampioen te worden, maar het verspeelde de titel aan Mechelen. Als de fraude van Standard-Waterschei, die in 1984 zou leiden tot de zaak-Bellemans, onmiddellijk was ontdekt en bestraft, was Gantoise dat jaar alsnog kampioen geworden. In datzelfde seizoen lag het lot van een onkennelijk zwak Club in Gentse handen. Door winst van Gent bij Beringen op de laatste speeldag kon Club in eerste klasse blijven. Hadden ze het geweten bij AA Gent…

Het huidige seizoen en vooral het zinnetje “nu begrijpt u waarom Gent zich geen titelkandidaat wil noemen” naar aanleiding van de schorsing van Depoitre, roept in Gent herinneringen op aan het superjaar ’90-’91 onder René Vandereycken. Gent-Anderlecht (dan al voor 20.000 toeschouwers) eindigde enkele speeldagen voor het einde op 0-0, Club-Gent werd 0-1. Gent kampioen, betekende dat het aan de eerste Champions League zou deelnemen.

Het ging mis. De Gentse doelman Jacek Kazimierski dook bij Germi-nal Ekeren drie keer verkeerd nadat hij een heel jaar punten had gepakt. Anderlecht werd kampioen. Kazi-mierski heeft niet meer gespeeld, werd weggestuurd, niet eens verkocht. Bij Gent wilden ze hem nooit meer zien.

Het scenario heb ik vele jaren later aan een Anderlechtman voorgelegd. Die reageerde met de filosofische beschouwing: “Dat waren andere tijden. Je moet je daar nu niet meer druk over maken.”

Doet het pijn om Buffalo te zijn, zoals de titel boven dit artikel laat uitschijnen? Toch een beetje, al was het maar omdat de fans nu heen en weer worden geslingerd tussen triomf en onheil. Er hangt weer een strop om de nek van de Gentenaars, die van de titelhoop. Maar wat staat AA Gent daar mooi op die eerste plek en wat zijn ze trots op hun spel, hun tempel, hun spektakel. Klantenbinding is verzekerd, de abonnementen voor volgend jaar vliegen straks de deur uit.

‘De toekomst is van ons’

Uit zelfbehoud zweert de Gentsup-porter bij het boeddhisme: de weg ernaartoe is belangrijker dan het einddoel zelf. En nog: tijd is een rekbaar begrip en wij van Gent hebben tijd. “De toekomst is van ons”, zegt trainer Hein Vanhaezebrouck, zo-wat de dalai lama van AA Gent. Ja-wel, wie hoog mikt, kan diep vallen en de gekmakende gedachte dat de-ze club, vorig jaar nog uitgelachen om de slechte resultaten in het mooie stadion, nu ineens kampioen zou kunnen worden, daar kan en wil de Gentenaar niet aan wennen.

Alleen zal Gent nooit meer diep vallen en heeft het inderdaad de toekomst. De tribunes zijn jong en hebben niet het historisch besef dat het bij Gent in het verleden vaker mis ging dan goed. Misschien hebben ze het van de mondelinge overlevering, die twee net gemiste titels, die drie bekers en de tien Europese deelnames, maar ook dat vier keer de degradatie niet kon worden vermeden en dat ze talloze keren in de grauwe middenmoot eindigden.

Door die geschiedenis van ‘net niet’ is Gantoise die merkwaardige voetbalvereniging geworden, de enige van de G5 die nog nooit een titel heeft gewonnen. Zo is het nu: vorige vrijdag verspeelde het twee punten, maar toen alle wedstrijden van de speeldag waren afgewerkt, ging Gent er per saldo een punt op vooruit. Twee punten bonus op Club en Anderlecht is geen overbodige luxe met uitwedstrijden bij Club en Anderlecht én een thuismatch tegen Standard voor de boeg, maar het zijn wel twee punten die de anderen moeten inhalen.

Een statisticus van de KU Leuven geeft Gent haast 60 procent kans op de titel. Straks kan het niet anders of de geboren agnost in de Gentenaar begint in wonderen te geloven.

De-pijn-van-het-Buffalo-zijn-

Column KVK Tan over KV Kortrijk in De Morgen van 16 mei 2015

KVK Tan

Drie weken geleden verscheen in deze krant een verhaal over KV Kortrijk, de oase van rust in het eersteklassevoetbal. Ja hallo, donderdag ontplofte het Guldensporenstadion uit protest tegen het vertrek van trainer Yves Vanderhaeghe. Het Journaal had er een mooi item over met aan het eind een grappige fan die het allemaal erg filosofisch bekeek. “Er komt wel een andere, ik heb er hier al zoveel zien passeren.” Trainers, bedoelde hij.

Ik heb respect voor KVK. Ik was er twee dagen voor het verhaal en ik heb niks dan aardige mensen ontmoet. Van Yves Vanderhaeghe wist ik al dat hij goeie manieren had, maar ook Claude Verspaille, de mensen van het management, de behulpzame woordvoerder en de Aziatische werkman die ik aansprak over het mooie weer.

De familie De Gryse heb ik toen niet gezien, maar die stonden dan weer begin april in de kranten met een verkoopspraatje, zoals achteraf bleek. Dat de club hen nauw aan het hart lag, dat ze hun overleden zoon/broer Jean-Marc hadden beloofd dat ze voor zijn club zouden zorgen, dat de verankering in het Kortrijkse prioriteit genoot en nog wel meer. De De Gryses spreken niet veel met de pers, dus was hun interview wereldnieuws.

Vorige week vrijdag liep Dirk Degraen te blinken in de vipruimte van AA Gent. Iemand vroeg mij of het waar was dat hij KV Kortrijk eindelijk had verkocht zoals de De Gryses hem hadden gevraagd. Wist ik veel. Maar het was hem aan te zien dat hij goedgemutst was. Niet dat Degraen dan vriendelijk goeiedag zegt, daarvoor is de mensheid in zijn omgeving hem toch te veel klootjesvolk, maar zijn brede lach sprak boekdelen.

Et voilà, het sympathieke KV Kortrijk ís verkocht. Tan heet de koper, een Maleisische malloot. Voor iemand die clubkleuren verandert, omdat een ander kleur meer schrik zou aanjagen, en die spelers zoekt met het (geluks)getal acht in hun geboortedatum, is malloot de juiste omschrijving. Kortrijks burgemeester Vincent Van Quickenborne wil Vincent Tan het voordeel van de twijfel geven. Dat zal dan wel aan de voornaam liggen.

Europarlementslid Ivo Belet had de avond van de verkoop op Radio 1 al bezwaren geuit over het profiel van de koper. Meer nog dan het profiel van Tan is die verkoop een kaakslag voor de fans. Zijn we dan niet geleerd uit de lijdenswegen van Moeskroen en Lierse? Buitenlandse overnemers komen niet naar België uit sympathie voor de lokale verankering van verenigingen als KV Kortrijk, dat de laatste jaren een nieuw en jong publiek wist aan te spreken. Dat zal die Tan worst wezen. Wat hem interesseert, is een voetbalfiliaal overnemen in een stabiel, rijk land met zowat de meest lakse arbeidswetgeving voor niet-EU-voetballers, in een goede competitie met een goede jeugdopleiding.

Slim van Vanderhaeghe dat hij voor KV Oostende koos. Tan is de Maleisische Duchâtelet: als het hem goed uitkomt, speelt hij straks rondootje met zijn trainers en spelers. De nieuwe eigenaar is natuurlijk niet de enige reden. KVK neemt alleen spelers die einde contract zijn – uit de soldenbakken bij de Zeeman. Het deed daar fantastische dingen mee, maar ooit houdt het een keer op.

Wellicht ging het ook om geld en ook dat valt te begrijpen. Een T2 bij KVK verdient nauwelijks het zout op de patatten en een T2 die T1 mag worden, zoals Vanderhaeghe, zal er niet al te veel op vooruitgegaan zijn. Als vervolgens zo’n Marc Coucke langskomt en die trekt zijn portemonnee uit zijn streepjespak, wat moet een mens dan?

Yveske verdedigde zich op een aandoenlijke mercantiele manier. Door bij te tekenen had hij KVK 150.000 euro extra afkoopsom bezorgd, zei hij. Het ultieme argument gebruikte hij niet: toen hij aan de job begon, was KVK één tot twee miljoen euro waard. Tan legde er uiteindelijk vijf. Jammer dat de club daar niks aan heeft. De De Gryses daarentegen… maar die hebben we dan ook niet gehoord. Het is niet echt duidelijk of de betreurde Jean-Marc De Gryse dit voor ogen had met de club van zijn hart.

KVK-Tan

Column over Roef, Proto, Anderlecht, Play-off 1 op demorgen.be, 11 mei 2015

Davy Roef moet volgende week weer tussen de palen staan, maar zo moedig lijkt Besnik Hasi niet

 

Oké, waar de andere kranten al van in augustus elke week mee bezig zijn, daar beginnen wij nu pas mee: voorspellen wat er staat te gebeuren. Beter nog: voorspellen welke richtingen het nog uit kan met onze competitie. Alle richtingen dus, maar we selecteren voor u de meest voor de hand liggende.

1. Standard kan geen kampioen meer spelen, laat dat duidelijk zijn. Technisch gezien kan het Gent nog wel inhalen, maar dan heeft Gent van Anderlecht en Brugge verloren en die zijn dan weer niet meer in te halen.

2. Gent kampioen: als Gent volgende week wint bij Club Brugge zet het Club op vijf punten met nog twee wedstrijden te gaan. Als Anderlecht thuis niet verder komt dan een gelijk spel tegen Standard staat het op vier punten. Als Gent dan vier dagen later thuis Standard ontvangt, kan het de titel in de Ghelamco vieren. Gentenaars moeten niet te kieskeurig zijn voor hun eerste, maar een feestje thuis is net zo prettig.

3. Club Brugge kampioen: Club wint volgende week van Gent en moet dan tegen twee ploegen die niks meer te verliezen en vooral niks meer te winnen hebben. Het haalt negen op negen en Anderlecht laat onderweg nog een steekje vallen, zoals Silvio Proto weer opstellen.

4. Anderlecht kampioen: Gent en Anderlecht winnen alles en gaan met twee puntjes verschil de laatste speeldag in. Thuis wint Anderlecht simpel van Gent in een remake van twee jaar geleden tegen Zulte-Waregem.

5. Gelijke standen en of dat kan en wat dat dan moet worden, daar doen wij niet aan mee. Voetbal moet een feest blijven, geen wiskundeles.

‘Als ik Besnik Hasi was, ik zou van de week niet kunnen slapen’

Heeft u het begrepen waar we hier willen landen? We zijn nog drie speeldagen verwijderd van het einde en er valt nog steeds geen peil te trekken op deze competitie, op deze Play-off 1, laat staan dat er al een superfavoriet is opgestaan.

Anderlecht heeft nu wel een morele voorsprong, na de geslaagde stunt van deze week. Geniaal, wat ze daar hebben uitgevreten. Er was een tijd dat ze bij Anderlecht moeilijke situaties recht trokken met geld. Kopen, omkopen desnoods, maar dat is een beetje lastig geworden de laatste decennia en in tijden van sociale media al helemaal gekkenwerk. Voor je het weet sta je met je gefoefel op Twitter en Instagram in je blootje.

Lobbyen hebben ze altijd al gekund, de seigneurs van RSCA, maar wat ze van de week in elkaar hebben geknutseld, sloeg alle records. Aanvankelijk waren ze oprecht boos om de oproeping van Silvio Proto voor de reviewcommissie en de doorverwijzing naar de geschillencommissie voor zijn moordaanslag op Teddy Chevalier in de wedstrijd tegen Kortrijk. Het mauve old boys network werd ingeschakeld en Silvio Proto kreeg geen straf. Straf. Waarop Anderlecht zich realiseerde dat Davy Roef plotsklaps terug fit was. En kon spelen. Maar dat Proto nu mocht spelen. Proto, die nog geen punten had gepakt dit seizoen, maar wel al punten had gekost, en nog zou kosten.

Waarna de lobbymachine en het old boys network nogmaals werd aangesproken en het Bondsparket voor de paarse kar werd gespannen. Dat zijn meestal oude mannetjes en die hebben echt drie keer gevraagd of het wel klopte wat ze hoorden: “Si on vous comprend bien: u wil echt een schorsing voor Proto?” “Jazeker, omdat wij eerlijkheid en level playing field hoog in het vaandel dragen”, antwoordde maître Spreutels, de huisadvocaat.

Twee speeldagen schorsing voor Proto, daar hadden ze voor gelobbyd bij het Geschillencommissie Hoger Beroep, om zeker in deze cruciale fase van de titelstrijd van Silvio van af te zijn. Maar, zoals eerder al aangevoerd, de invloed van Anderlecht is niet meer wat hij is geweest en de portemonnee trekken om dingen te regelen zoals de familie wel eens placht te doen, daar heeft Roger een eind aan gemaakt. En dus werd het één speeldag effectief, en één voorwaardelijk en Anderlecht maar half tevreden.

Om een lang verhaal kort te maken, gisteren stond Davy Roef in doel en wie hield Club Brugge van een verdiend gelijkspel: Davy Roef. Je zag Proto denken: dus zo kan keepen ook. Meesterlijk geregeld van Anderlecht al ben ik – en ik niet alleen – wel heel erg benieuwd wie volgende week thuis tegen Standard tussen de palen staat. Davy Roef ligt voor de hand, maar zo moedig lijkt die Besnik Hasi niet: dus wordt het toch weer Proto die ergens in die wedstrijd een onwaarschijnlijke blunder zal begaan, met heel erge gevolgen. Als ik Hasi was, ik zou van de week niet kunnen slapen.